<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0251</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Kwijting 2022: Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0109/2024 - Rapporteur: Petri Sarvamaa)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><NR>1.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 11 april 2024 inzake het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2147(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de EU-agentschappen betreffende het begrotingsjaar 2022, vergezeld van de antwoorden van de agentschappen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/594, 27.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/112, 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2022 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 22 februari 2024 betreffende de aan het Centrum te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2022 (06180/2024 – C9‑0085/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 70,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EG) nr. 851/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 tot oprichting van een Europees Centrum voor ziektepreventie en ­bestrijding<FOOTNOTE><FIELD>PB L 142 van 30.4.2004, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 23,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 105,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0109/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verleent de directeur van het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Centrum voor het begrotingsjaar 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de directeur van het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><DECISION><TI><NR>2.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 11 april 2024 over de afsluiting van de rekeningen van het Europees Centrum voor ziektepreventie en ­bestrijding voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2147(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de EU-agentschappen betreffende het begrotingsjaar 2022, vergezeld van de antwoorden van de agentschappen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/594, 27.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/112, 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2022 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 22 februari 2024 betreffende de aan het Centrum te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2022 (06180/2024 – C9‑0085/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 70,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EG) nr. 851/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 tot oprichting van een Europees Centrum voor ziektepreventie en ­bestrijding<FOOTNOTE><FIELD>PB L 142 van 30.4.2004, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 23,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 105,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0109/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Europees Centrum voor ziektepreventie en ­bestrijding voor het begrotingsjaar 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de directeur van het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><RESOL><TI><NR>3.</NR> <STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 11 april 2024 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Centrum voor ziektepreventie en ­bestrijding voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2147(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0109/2024),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de definitieve begroting van het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (“het Centrum”) voor het begrotingsjaar 2022 volgens zijn staat van ontvangsten en uitgaven<FOOTNOTE><FIELD>PB C 38 van 31.1.2023, blz. 24.</FIELD></FOOTNOTE> 99 872 000 EUR bedroeg, hetgeen neerkomt op een daling van 40,59 % ten opzichte van 2021, als gevolg van wijzigingen in de subsidies van de Autoriteit voor paraatheid en respons inzake noodsituaties op gezondheidsgebied (HERA); overwegende dat de begroting van het Centrum voornamelijk afkomstig is uit de begroting van de Unie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Centrum voor het begrotingsjaar 2022 (“het verslag van de Rekenkamer”) verklaart redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Centrum betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wat betreft de ontvangsten wettig en regelmatig zijn; overwegende dat de Rekenkamer vier subsidieovereenkomsten met een totale waarde van 7,9 miljoen EUR heeft gecontroleerd en daarbij heeft vastgesteld dat in drie van deze overeenkomsten btw ter waarde van 0,6 miljoen EUR (8,1 %) onder de subsidiabele kosten was opgenomen; overwegende dat de begunstigden activiteiten uitvoerden als overheidsinstanties, waardoor de btw geen subsidiabele kosten zijn in de zin van artikel 186, lid 4, tweede alinea, punt c), van het Financieel Reglement; overwegende dat de niet-conforme uitgaven die zijn geraamd aan de hand van het btw-percentage en -bedrag zoals vastgesteld in de hierboven beschreven steekproef in totaal neerkomen op 2,8 % van de totale in 2022 beschikbare betalingskredieten, hetgeen de voor de controle vastgestelde materialiteitsdrempel overschrijdt en bijgevolg heeft geleid tot een oordeel met beperking ten aanzien van de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende betalingen bij de rekeningen van het Centrum; overwegende dat de Rekenkamer – met uitzondering van de hierboven genoemde kwestie – tot de conclusie is gekomen dat de ontvangsten en betalingen die ten grondslag liggen aan de rekeningen van het Centrum voor het per 31 december 2022 afgesloten begrotingsjaar op alle materiële punten wettig en regelmatig zijn;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat er met betrekking tot de sector aanbestedingen van het Centrum voor 2022 geen zaken zijn gemeld die corrigerende maatregelen vereisen, en dat er evenmin sprake is van lopende of nog niet uitgevoerde corrigerende maatregelen in het kader van controles en beoordelingen van voorgaande jaren;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Begrotings- en financieel beheer</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>merkt met tevredenheid op dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2022 hebben geresulteerd in een begrotingsuitvoeringspercentage voor de vastleggingskredieten van dit jaar ter hoogte van 98,86 %, hetgeen neerkomt op een stijging van 0,49 % ten opzichte van 2021; merkt op dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten dit begrotingsjaar 73,61 % bedroeg, wat neerkomt op een stijging van 9,53 % ten opzichte van het voorgaande jaar;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt de Commissie het Centrum de nodige middelen toe te kennen om de doelstellingen van de strategie 2021-2027 te verwezenlijken en het herziene mandaat van het Centrum overeenkomstig Verordening (EU) 2022/2370<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2022/2370 van het Europees Parlement en de Raad van 23 november 2022 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 851/2004 tot oprichting van een Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (PB L 314 van 6.12.2022, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> ten uitvoer te leggen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Functioneren</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>wijst erop dat de missie van het Centrum erin bestaat de huidige en opkomende bedreigingen voor de menselijke gezondheid als gevolg van infectieziekten te identificeren en te evalueren en erover te communiceren, en dat het Centrum werkzaam is op de zes volgende vlakken, namelijk surveillance, ondersteuning van de paraatheid en de respons bij uitbraken, wetenschappelijk advies, microbiologische surveillance, opleiding en communicatie op het vlak van de volksgezondheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>merkt op dat het Centrum 89 % van de output heeft afgeleverd die oorspronkelijk in zijn enig programmeringsdocument voor 2022-2024 gepland waren; merkt op dat 8 % van de geplande output werd uitgesteld, terwijl 3 % vertraagd werd afgeleverd of tegen het einde van het jaar geannuleerd; merkt op dat de meeste uitgestelde of vertraagde output afhing van de goedkeuring en publicatie, eind 2022, van het gewijzigde mandaat van het Centrum; verzoekt het Centrum de uitgestelde output te onderzoeken en de kwijtingsautoriteit op de hoogte te brengen van zijn planning voor aflevering van deze output;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>stelt vast dat het Centrum in 2022 voor het derde opeenvolgende jaar heeft vastgehouden aan zijn plan voor een noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid (public health emergency – PHE) als reactie op de aanhoudende COVID-19-pandemie; neemt ter kennis dat het PHE-niveau in juni geleidelijk is verlaagd van niveau 2 (acute fase) naar niveau 1 (onderhoudsfase); is van mening dat het Centrum gedurende de hele pandemieperiode snel en efficiënt heeft gehandeld; is van mening dat het Centrum een grotere rol kan spelen bij het opstellen van de Europese crisisresponsagenda voor de toekomst;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>merkt op dat het Centrum naar aanleiding van de Russische aanvalsoorlog in Oekraïne en de daaruit voortkomende toestroom van vluchtelingen heeft samengewerkt met de autoriteiten van de vijf buurlanden van Oekraïne om in het kader van zijn bevoegdheden en op basis van vastgestelde behoeften technische en operationele responsactiviteiten uit te voeren; neemt ter kennis dat in de tweede helft van het jaar de operationele respons heeft plaatsgemaakt voor meer strategische responsacties op middellange en lange termijn en dat deskundigen van het Centrum zijn ingezet in Polen en Roemenië om de nationale autoriteiten en de Wereldgezondheidsorganisatie te ontlasten bij de ondersteuning van ontheemde Oekraïners;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>merkt op dat het Centrum in het voorjaar en de zomer van 2022 tegelijkertijd drie lopende PHE’s heeft ondersteund, namelijk COVID-19, de apenpokken en hepatitis van onbekende oorsprong bij kinderen; stelt met tevredenheid vast dat deze ervaring uniek was voor het Centrum en zijn vermogen om risicobeoordelingen en richtsnoeren voor meerdere gezondheidsbedreigingen te ontwikkelen op de proef heeft gesteld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>is ingenomen met de manier waarop het Centrum zijn versterkte mandaat, dat in december 2022 in werking trad, ten uitvoer legt, alsook met het transformatieprogramma ASPIRE (Anticipate, Support, Prepare, Inform, Respond and Empower) dat is ontwikkeld om die uitvoering te ondersteunen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Doeltreffendheid en geboekte vooruitgang</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>herinnert eraan dat het belangrijk is om de interne werking en het beheer van het Centrum verder te digitaliseren en tevens het tempo waarin procedures gedigitaliseerd worden te versnellen; benadrukt dat het Centrum op dit gebied proactief moet blijven om een digitale kloof tussen de agentschappen te voorkomen; wijst er echter op dat alle nodige veiligheidsmaatregelen moeten worden genomen om te voorkomen dat risico’s ontstaan voor de onlineveiligheid van de informatie die wordt verwerkt, en benadrukt de noodzaak steviger op te treden tegen cyberaanvallen of infiltratiepogingen, met name tegen deze die uit Rusland of China afkomstig zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>is ingenomen met het feit dat het Centrum zijn inspanningen heeft voortgezet om de efficiëntie te verbeteren door nieuwe methoden in te voeren, onder meer de automatisering van ondersteunende en operationele processen; merkt op dat in de loop van het jaar vier nieuwe administratieve processen zijn geautomatiseerd via elektronische workflows en dat er tevens een nieuwe kosteneffectieve oplossing voor het platform voor elektronische workflows is ingevoerd ter vervanging van K2; wijst erop dat uit een algemene analyse van het gebruik van elektronische workflows blijkt dat een aanzienlijk aantal gebruikers deze inmiddels toepassen, dat de verwerkingstijd aanmerkelijk is verkort doordat onnodige stappen wegvallen, en dat daarbij tegelijkertijd naleving van de voorschriften wordt gewaarborgd;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Personeelsbeleid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>stelt vast dat de personeelsformatie op 31 december 2022 bestond uit 215 tijdelijke functionarissen die in het kader van de begroting van de Unie waren toegestaan, tegenover 208 toegestane posten in 2021; stelt vast dat er in 2022 verder nog 112 contractanten en vijf gedetacheerde nationale deskundigen voor het Centrum werkten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>neemt met bezorgdheid kennis van de onevenwichtige genderverdeling in het hoger en middenmanagement van het Centrum, waar vier van de zes managers (66,67 %) man zijn; neemt kennis van de genderverdeling binnen het totale personeelsbestand van het Centrum, waar 198 van de 331 personeelsleden (60 %) vrouw zijn en 133 van de 331 personeelsleden (40 %) man; is ingenomen met het feit dat het handvest inzake diversiteit en inclusie momenteel door het Centrum wordt goedgekeurd en tegen het vierde kwartaal van 2023 van kracht zal zijn; herinnert eraan dat het belangrijk is te zorgen voor genderevenwicht en verzoekt het Centrum met dit aspect rekening te houden bij toekomstige personeelsaanwervingen en benoemingen in zijn hoger en middenmanagement; verzoekt de Commissie en de lidstaten bij het voordragen van kandidaten voor benoeming in de raad van bestuur van het Centrum rekening te houden met het feit dat het genderevenwicht moet worden gewaarborgd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>geeft aan bezorgd te zijn over het geografisch evenwicht binnen het hoger en middenmanagement van het Centrum; verzoekt het Centrum de kwijtingsautoriteit hiervan op de hoogte te houden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>merkt op dat het eerste ontwerp van de “People Strategy” in 2022 is ontwikkeld met als doel richting te geven aan de modernisering en consolidering van de diensten Personeelsbeheer van het Centrum; wijst er voorts op dat afzonderlijke strategische projecten, zoals de e-aanwervingstool en het online-introductieprogramma in 2022 zijn afgerond en dat er aan andere projecten wordt gewerkt; verzoekt het Centrum de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van eventuele ontwikkelingen op dit gebied; neemt ter kennis dat het Centrum zijn steun voor opleiding en ontwikkeling van zijn personeel heeft uitgebreid door de toelage voor individuele opleidingen te verhogen en de toegang van personeel tot e-learningplatforms (EU Learn, LinkedIn Learning en de virtuele academie van het Centrum) gemakkelijker te maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>merkt op dat het Centrum een beleid heeft inzake het beschermen van de persoonlijke waardigheid en het voorkomen van psychologische en seksuele intimidatie, en dat het deel uitmaakt van de taskforce van vertrouwenspersonen van de agentschappen; ziet uit naar het verslag en de aanbevelingen van deze taskforce; stelt vast dat er in 2022 geen gevallen van intimidatie zijn gemeld en moedigt het Centrum ertoe aan zijn inspanningen op dit vlak voort te zetten en verder uit te bouwen, zodat dergelijke gevallen ook in de toekomst worden verhinderd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>merkt op dat de extra posten die naar aanleiding van de verlenging van het mandaat aan het Centrum zijn toegewezen, in 2022 vervuld zijn; benadrukt dat de toevoeging van nieuwe taken en de stijgende werkdruk gepaard moeten gaan met een toereikende overeenkomstige toename van het personeel en de middelen van het Centrum, en dat een personeelstekort de continuïteit van de activiteiten zwaar onder druk zet en de kwaliteit van de werkzaamheden van het Centrum in gevaar brengt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>stelt bezorgd vast dat het mandaat van het Centrum en dat van HERA elkaar overlappen, en pleit ervoor dubbele inspanningen van beide entiteiten te schrappen en hun taken duidelijk van elkaar te scheiden;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Preventie van en omgang met belangenconflicten, en transparantie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>constateert dat het Centrum zijn onafhankelijkheidsbeleid voor niet-personeelsleden en personeelsleden is blijven toepassen en versterken; stelt vast dat voor het Centrum in 2022 een klein percentage belangenverklaringen ontbrak; merkt voorts op dat alle externe deskundigen die tijdens het opstellen van snelle risicobeoordelingen zijn geraadpleegd, hun belangen vóór publicatie kenbaar hebben gemaakt; merkt op dat alle leden van de raad van bestuur en het adviesforum die de vergaderingen bijwoonden en aldus aan de besprekingen bijdroegen geldige jaarlijkse belangenverklaringen hadden ingediend, dat ook de directeur en de afdelingshoofden hun jaarlijkse belangenverklaringen hadden ingediend, en dat 99 % van de externe deskundigen die de vergaderingen van het Centrum bijwoonden waarvoor een belangencontrole nodig was, een jaarlijkse belangenverklaring hadden ingediend;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>verzoekt het Centrum ervoor te zorgen dat alle leden van de raad van bestuur, de leden van het adviesforum en hun plaatsvervangers de vereiste jaarlijkse belangenverklaringen naar behoren indienen; vraagt het Centrum ervoor te zorgen dat passende deskundigen bij de werkzaamheden van het Centrum worden betrokken, en wel bij alle activiteiten, en dat een hoog niveau van naleving van de regels inzake belangenconflicten wordt gehandhaafd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>neemt ter kennis dat het onafhankelijkheidsbeleid van het Centrum voor niet-personeelsleden voorziet in de procedure die gevolgd moet worden om potentiële belangenconflicten vast te stellen en te voorkomen; merkt samenvattend op dat deze procedure het verzamelen van belangenverklaringen in bepaalde omstandigheden omvat, bijvoorbeeld bij publicatie van wetenschappelijk werk, die vervolgens worden beoordeeld door het personeelslid van het Centrum dat verantwoordelijk is voor de desbetreffende activiteit, met ondersteuning van de nalevingsfunctionaris van het Centrum; stelt vast dat er in 2022 geen daadwerkelijke belangenconflicten zijn gemeld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>merkt op dat de interne procedure voor bijeenkomsten van het Centrum met commerciële organisaties die actief zijn op het gebied van zijn mandaat, in 2022 is ontwikkeld en in januari 2023 formeel is ingevoerd; merkt voorts op dat het Centrum dit type bijeenkomst in 2022 evenwel niet heeft georganiseerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>erkent dat het Centrum gedurende de pandemie aan zichtbaarheid heeft gewonnen; is van mening dat er nog steeds ruimte is voor meer zichtbaarheid in de media, op internet en in de sociale media, zodat het Centrum richting burgers van de Unie bekendheid aan zijn werk kan geven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>verzoekt het Centrum volledige transparantie te waarborgen bij de publicatie van wetenschappelijke studies en zijn externe communicatiecapaciteit ten aanzien van het brede publiek te vergroten door ervoor te zorgen dat alle essentiële informatie, met name in verband met noodsituaties op het gebied van de volksgezondheid, in alle officiële talen van de Unie beschikbaar is en gemakkelijk toegankelijk en begrijpelijk is voor burgers van de Unie;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Interne controle</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>wijst op het oordeel met beperking van de Rekenkamer over de wettigheid en regelmatigheid van de betalingen vanwege het opnemen van btw als subsidiabele kosten in subsidieovereenkomsten waarvan de begunstigden activiteiten uitvoerden als overheidsinstanties, die neerkomen op 2,8 % van de in 2022 beschikbare betalingskredieten; herinnert eraan dat het Centrum er bij het beheer van subsidies voor moet zorgen dat de toepasselijke regels worden nageleefd, in het bijzonder met betrekking tot de terugbetaling van btw aan begunstigden die overheidsinstanties zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>neemt kennis van het feit dat het Centrum de doeltreffendheid van het internecontrolesysteem ten minste eenmaal per jaar beoordeelt door de uitvoering van het internecontrolekader te beoordelen, met inbegrip van de uitvoering van de vastgestelde indicatoren, en door de belangrijkste tekortkomingen te evalueren die door het Centrum zelf zijn vastgesteld of door anderen, waaronder de dienst Interne Audit en de Rekenkamer, zijn gemeld; merkt voorts op dat het internecontrolekader in 2022 op een aantal punten is verbeterd, zoals een verbeterde controlestrategie, met inbegrip van nieuwe indicatoren, een verbeterde catalogus van informatiemiddelen en de ontwikkeling van een nieuw intern communicatiebeleid;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Overige opmerkingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>is ingenomen met het feit dat het Centrum zich ten doel stelde om in 2023 EMAS-geregistreerd te zijn en momenteel een project plant voor CO<STRING SUBSCRIPT="on">2</STRING>-compensatie (met een beoogde start in het eerste kwartaal van 2024), dat maatregelen omvat voor het berekenen en verminderen van de CO<STRING SUBSCRIPT="on">2</STRING>-impact; merkt op dat in het kader van de EMAS-implementatie met ingang van 2024 specifieke doelstellingen zullen worden vastgelegd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>is ingenomen met het feit dat het Centrum in 2022 bij aanbestedingsprocedures meer gebruik is gaan maken van elektronische middelen; merkt op dat het Centrum thans gebruikmaakt van het beheersinstrument voor openbare aanbestedingen van de Commissie (Public Procurement Management Tool – PPMT) voor de registratie en publicatie van alle aanbestedingsprocedures, met inbegrip van voorafgaande publicaties; merkt op dat het PPMT-systeem is gekoppeld aan eTendering, dat dient voor de afhandeling van de publicatie en van vragen en antwoorden tijdens de publicatie; merkt voorts op dat het Centrum ook gebruikmaakt van een interne eWorkflow voor aankopen in het kader van kadercontracten en voor de evaluatie die hieraan voorafgaat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>is ingenomen met het feit dat de globale tevredenheid van belanghebbenden over de werkzaamheden van het Centrum in 2022 86 % bedroeg;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>verwijst voor overige opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 11 april 2024.<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P9_TA(2024)0280.</FIELD></FOOTNOTE> over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>