<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0252</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Kwijting 2022: Enisa (het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging)</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0134/2024 - Rapporteur: Petri Sarvamaa)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><NR>1.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 11 april 2024 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van Enisa (het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging) voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2159(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van Enisa (het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging) voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de EU-agentschappen betreffende het begrotingsjaar 2022, vergezeld van de antwoorden van de agentschappen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/594 van 27.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/112 van 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2022 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 22 februari 2024 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2022 (06180/2024 – C9‑0097/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 70,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2019/881 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake Enisa (het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging), en inzake de certificering van de cyberbeveiliging van informatie- en communicatietechnologie en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 526/2013 (de cyberbeveiligingsverordening)<FOOTNOTE><FIELD>PB L 151 van 7.6.2019, blz. 15.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 31,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 105,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0134/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verleent de uitvoerend directeur van Enisa (het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging) kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van Enisa (het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging), de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><DECISION><TI><NR>2.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 11 april 2024 over de afsluiting van de rekeningen van Enisa (het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging) voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2159(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van Enisa (het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging) voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de EU-agentschappen betreffende het begrotingsjaar 2022, vergezeld van de antwoorden van de agentschappen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/594 van 27.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/112 van 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2022 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 22 februari 2024 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2022 (06180/2024 – C9‑0097/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 70,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2019/881 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake Enisa (het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging), en inzake de certificering van de cyberbeveiliging van informatie- en communicatietechnologie en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 526/2013 (de cyberbeveiligingsverordening)<FOOTNOTE><FIELD>PB L 151 van 7.6.2019, blz. 15.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 31,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 105,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0134/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van Enisa (het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging) voor het begrotingsjaar 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van Enisa (het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging), de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><RESOL><TI><NR>3.</NR> <STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 11 april 2024 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van Enisa (het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging) voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2159(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van Enisa (het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging) voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Speciaal verslag 05/2022 van de Rekenkamer,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0134/2024),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de definitieve begroting van Enisa (“het Agentschap”) voor het begrotingsjaar 2022 volgens zijn staat van ontvangsten en uitgaven<FOOTNOTE><FIELD>PB C 377/3 van 30.9.2022, blz. 2.</FIELD></FOOTNOTE> 39 207 625 EUR bedroeg, een toename van 67,03 % ten opzichte van 2021; overwegende dat de verhoging van de begroting van het Agentschap voornamelijk te verklaren is door aanvullende taken in verband met de proefuitvoering van het actieprogramma ter ondersteuning van cyberbeveiliging; overwegende dat de begroting van het Agentschap voornamelijk afkomstig is uit de begroting van de Unie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2022 (hierna “het verslag van de Rekenkamer”) heeft verklaard redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Agentschap betrouwbaar is en dat de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Financieel en begrotingsbeheer</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>merkt met waardering op dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht die gedurende het begrotingsjaar 2022 zijn geleverd, hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de vastleggingskredieten van 99,93 %, hetgeen neerkomt op een stijging van 0,42 % ten opzichte van 2021; merkt voorts op dat het uitvoeringspercentage van betalingskredieten voor het lopende jaar 52,02 % bedroeg, een daling met 25,38 % ten opzichte van 2021;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>benadrukt dat het bedrag van de definitieve begroting van het Agentschap het resultaat is van een wijziging van 15 000 000 EUR die op 5 augustus 2022 door de raad van bestuur werd goedgekeurd in verband met de uitvoering van een ondersteunende actie op het gebied van cyberbeveiliging ter versterking van de respons van het Agentschap bij de ondersteuning van lidstaten conform zijn mandaat; merkt op dat de meeste vastleggingen in het kader van de ondersteunende actie voor cyberbeveiliging laat in het jaar werden ondertekend, wat het relatief lage betalingspercentage (en de daaropvolgende grote overdracht) verklaart;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Prestaties</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>is ingenomen met het feit dat het Agentschap in 2022 100 % van zijn werkprogramma heeft uitgevoerd; is verheugd dat het Agentschap kernprestatie-indicatoren gebruikt om zijn activiteiten en zijn resultaten ten aanzien van de doelstellingen van het werkprogramma te beoordelen; merkt op dat voor bepaalde outputs geldt dat niet volledig aan hun beoogde doelstellingen is voldaan, vanwege de herprioritering van middelen ten gunste van de ondersteunende actie op het gebied van cyberbeveiliging naar aanleiding van de illegale en niet-uitgelokte invasie door Rusland van Oekraïne; merkt op dat onder andere output 4.2 (“standaardwerkvoorschriften en -procedures, methodologieën en instrumenten voor cybercrises ontwikkelen en verbeteren”) en 5.3 (“initiëren van de ontwikkeling van een betrouwbaar netwerk van leveranciers”) sterker onder het effect van de genoemde herprioritering te lijden hebben gehad;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>is zich ervan bewust dat de illegale en niet-uitgelokte invasie door Rusland van Oekraïne de veiligheidsagenda van de Unie in 2022 domineerde; stelt met tevredenheid vast dat het Agentschap zijn coördinatie en paraatheid heeft opgevoerd en heeft bijgedragen aan het gedeelde situationele bewustzijn van de Unie door regelmatig situatieverslagen over cyberactiviteiten te verstrekken; benadrukt dat er ook sprake was van intensievere coördinatie en informatie-uitwisseling met cyberbeveiligingsnetwerken, zoals het Europese netwerk van verbindingsorganisaties voor cybercrises (EU-CyCLONe) – dat bestaat uit nationale autoriteiten voor crisisbeheer op het gebied van cyberbeveiliging – en tal van sectorale gemeenschappen die door het Agentschap worden ondersteund; is ingenomen met de inspanningen van het Agentschap om te zorgen voor communicatiekanalen tussen het politieke, operationele en technische niveau, en voor betere samenwerking met het netwerk van computer security incident response teams (CSIRT’s);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>merkt met tevredenheid op dat het Agentschap in 2022 een proef heeft gedaan met de heatmap van de Unie, die bedoeld is om een snel overzicht te geven van cyberincidenten en cybergebeurtenissen die zich voordoen in kritieke sectoren van de Unie als gevolg van de cyberactiviteit die verband houdt met de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne; merkt op dat vanuit deze sectoren is bijgedragen aan het verslag van de Commissie over geïntegreerde situatiekennis en -analyse, met 52 updates over de huidige situatie en incidenten in verband met de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne, waarmee een bijdrage is geleverd aan het crisisbeheersingsmechanisme van de Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>neemt kennis van het feit dat blijkens Speciaal verslag 05/2022 van de Rekenkamer: “Cyberbeveiliging van EU-instellingen, -organen en -agentschappen” het aantal cyberaanvallen op EU-organen sterk toeneemt, terwijl het paraatheidsniveau van Unie-organen uiteenloopt en over het algemeen niet in verhouding staat tot de toenemende dreigingen; merkt op dat gezien de sterke onderlinge verbindingen tussen Unie-organen een zwakke plek in één orgaan andere organen kan blootstellen aan veiligheidsrisico’s; wijst erop dat de Rekenkamer het Agentschap aanbeveelt om zich samen met de cyberbeveiligingsdienst voor de instellingen, organen en instanties van de Unie meer te richten op Unie-organen die minder ervaring hebben met het beheer van cyberbeveiliging, en wel in de vorm van: a) vaststelling van prioritaire gebieden waar Unie-instellingen, -organen en -agentschappen de meeste ondersteuning nodig hebben, bijvoorbeeld door middel van maturiteitsbeoordelingen, en b) uitvoering van acties voor capaciteitsopbouw, overeenkomstig hun memorandum van overeenstemming; verzoekt het Agentschap de door de Rekenkamer gesignaleerde kwesties aan te pakken en aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de ter zake genomen maatregelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>neemt er nota van dat het Agentschap in 2022 diverse activiteiten heeft ondernomen om zijn ondersteunende rol binnen de Unie te vervullen; merkt op dat het Agentschap weliswaar ondersteuning kon bieden op verschillende beleidsdossiers, zoals netwerk- en informatiebeveiliging, cyberweerbaarheid en digitale operationele weerbaarheid, maar dat het Agentschap door een gebrek aan middelen geen actieve steun kon verlenen aan beleidsdossiers met cyberbeveiligingsaspecten, zoals de Europese dataruimte voor gezondheid, en andere belangrijke dossiers, zoals de digitalemarktenverordening en de digitaledienstenverordening; stelt vast dat de overige activiteiten onder meer bestonden uit het informeren van beleidsmakers over de doeltreffendheid van bestaande kaders voor cyberbeveiliging en het bieden van ondersteuning aan kritieke sectoren; constateert daarnaast dat de vaststelling van Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972 en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (NIS 2-richtlijn) (PB L 333 van 27.12.2022, blz. 80).</FIELD></FOOTNOTE> (NIS 2-richtlijn) een belangrijke maatregel is om uitdagingen aan te pakken en het beleid in heel de Unie harmoniseren; onderkent dat het gebrek aan harmonisatie bij de uitvoering van de NIS 1-richtlijn heeft geleid tot een versnipperd beleidslandschap, hetgeen met de NIS 2-richtlijn wordt gecorrigeerd; beseft dat de NIS 2-richtlijn een ruimere werkingssfeer heeft en nieuwe horizontale taken voor het Agentschap introduceert, zoals het Unie-register voor digitale entiteiten; wijst erop dat het Agentschap zijn diensten en middelen op basis van een nieuwe strategie heeft aangepast om te voldoen aan de veranderende eisen op het gebied van cyberbeveiliging;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Efficiëntie en geboekte vooruitgang</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>stelt vast dat het Agentschap ernaar streeft vaker diensten te delen met andere agentschappen en/of de Commissie, bijvoorbeeld door middel van gezamenlijke aanbestedingsprocedures voor verschillende agentschappen en instellingen, of het delen van diensten met het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (Cedefop) en het Europees kenniscentrum voor cyberbeveiliging (ECCC); stelt verder vast dat het Agentschap in 2022 een overeenkomst inzake dienstverleningsniveaus heeft gesloten met het onlangs opgerichte Europees Kenniscentrum voor industrie, technologie en onderzoek op het gebied van cyberbeveiliging voor de levering van diensten door de gegevensbeschermingsfunctionaris en de accountant aan het centrum, die in 2023 in werking zal treden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>neemt kennis van de stappen die het Agentschap heeft ondernomen om over te stappen van de traditionele methode voor de vaststelling van de personeelsbezetting naar een strategische personeelsplanning om te anticiperen op personeelstekorten en deze aan te pakken, alsook om een flexibel personeelsbestand op te bouwen en middelen toe te wijzen aan prioritaire gebieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>is ingenomen met de bijdrage van het Agentschap aan de bevordering van gedeelde diensten tussen agentschappen door middel van diverse netwerken op het gebied van aanbestedingen, personeelszaken, ICT, risicobeheer, prestatiebeheer, gegevensbescherming, informatiebeveiliging en boekhouding; wijst op de horizontale voordelen van samenwerking en het aanpassen van beste praktijken, en merkt op dat gezamenlijke initiatieven verschillende perspectieven samenbrengen, dubbel werk verminderen, het leerproces verbeteren en de relaties tussen de deelnemers versterken; moedigt het Agentschap aan interne procedures te vinden die met behulp van nieuwe IT-tools gestroomlijnd kunnen worden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>stelt met voldoening vast dat het Agentschap betrokken is bij de proef binnen het netwerk van EU-agentschappen, die agentschappen van de Unie moet helpen zich beter voor te bereiden op de nieuwe verordening inzake cyberbeveiliging;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>wijst erop dat het belangrijk is het Agentschap verder te digitaliseren wat interne werking en management betreft, maar ook ter versnelling van de digitalisering van procedures; benadrukt dat het Agentschap op dit gebied proactief moet blijven, teneinde een digitale kloof tussen de agentschappen te voorkomen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Personeelsbeleid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>stelt vast dat de personeelsformatie op 31 december 2022 voor 89,02 % ingevuld was, aangezien 73 tijdelijke functionarissen waren aangesteld van de 82 die in het kader van de begroting van de Unie waren toegestaan (tegenover 76 toegestane posten in 2021); stelt vast dat in 2022 bovendien 27 contractanten, tien gedetacheerde nationale deskundigen, tien uitzendkrachten en 16 consultants voor het Agentschap werkten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>neemt bezorgd kennis van het gebrek aan genderevenwicht onder het hoger en middenmanagement van het Agentschap, waar 12 van de 17 leidinggevenden mannen zijn (71 %); is van mening dat het genderevenwicht in het hoger en middenkader van het Agentschap moet worden verbeterd; herinnert eraan dat het belangrijk is te zorgen voor genderevenwicht en verzoekt het Agentschap met dit aspect rekening te houden bij toekomstige benoemingen in zijn hoger en middenmanagement; neemt kennis van de genderverdeling onder de leden van de raad van bestuur van het Agentschap, waar 41 van de 55 leden (75 %) mannen zijn; onderkent dat de samenstelling van de raad van bestuur grotendeels afhangt van benoemingen door de lidstaten; dringt erop aan dat de Commissie en de lidstaten bij het benoemen van leden van de raad van bestuur van het Agentschap rekening houden met het feit dat het genderevenwicht moet worden gewaarborgd; stelt vast dat het personeel van het Agentschap over het geheel genomen evenwichtig is verdeeld: 57 mannen (52 %) en 53 vrouwen (48 %); neemt nota van de stappen die het Agentschap heeft ondernomen om de kwestie “genderevenwicht” aan te pakken, waaronder de herziening van het aanwervingsbeleid teneinde sollicitaties van vrouwen aan te moedigen; merkt verder op dat het Agentschap in zijn bedrijfsstrategie heeft gepland om tegen eind 2025 het “Certificate of Excellence in Diversity and Inclusion” van het netwerk van EU-agentschappen te behalen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>merkt op dat het Agentschap beleid heeft ter bescherming van de persoonlijke waardigheid en ter voorkoming van psychologische en seksuele intimidatie, en dat het deel uitmaakt van de taskforce van vertrouwenspersonen van de agentschappen; ziet uit naar het verslag en de aanbevelingen van deze taskforce; stelt vast dat er in 2022 geen gevallen van intimidatie zijn gemeld en spoort het Agentschap ertoe aan zijn inspanningen op dit vlak voort te zetten en verder uit te bouwen, zodat dergelijke gevallen ook in de toekomst worden verhinderd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>uit zijn bezorgdheid over het gebrek aan geografisch evenwicht onder het personeel en in het hoger en middenkader van het Agentschap, aangezien 40,9 % van het personeelsbestand bestaat uit Griekse onderdanen; dringt erop aan dat deze situatie wordt verbeterd; verzoekt het Agentschap de kwijtingsautoriteit hiervan op de hoogte te houden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>merkt bezorgd op dat het Agentschap bij het opstellen van het werkprogramma voor 2023 een tekort aan middelen heeft vastgesteld van 734 000 EUR en twee VTE’s voor operationele diensten, en 2,5 miljoen EUR voor bedrijfsmatige diensten; merkt verder op dat een grondige evaluatie van de personeelsbehoeften voor 2023-2025 aanzienlijke tekorten aan het licht heeft gebracht, met name op kritieke activiteitengebieden, en dat het Agentschap zonder extra formatieplaatsen wellicht prioriteiten zal moeten stellen en toekomstige werkprogramma’s zal moeten aanpassen om het tekort aan middelen te compenseren; neemt nota van het feit dat ook de raad van bestuur van het Agentschap heeft aangegeven dat het aantal formatieplaatsen moet worden uitgebreid opdat het Agentschap zijn mandaat volledig en op duurzame wijze kan uitvoeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>is ingenomen met de maatregelen van het Agentschap om personen met een handicap te integreren door toegankelijke infrastructuur en ondersteunende diensten op te zetten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>merkt op dat het Agentschap in 2022 de secundaire arbeidsvoorwaarden verder heeft uitgebreid met vouchers, een kostenvergoeding voor de internetverbinding en het fit@work-programma, en tevens een gedragscode heeft ontwikkeld waarin de verwachtingen van het Agentschap ten aanzien van gedrag en handelwijze van personeelsleden zijn vastgelegd;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Overheidsopdrachten</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>stelt met bezorgdheid vast dat de Rekenkamer in twee gevallen heeft vastgesteld dat het Agentschap contracten van geringe waarde (minder dan 15 000 EUR) heeft gegund zonder een evaluatieverslag en een gunningsbesluit op te stellen die naar behoren waren goedgekeurd en ondertekend door de ordonnateur, hetgeen in strijd is met de punten 30.3 en 30.4 van bijlage I bij het Financieel Reglement; herinnert er in dit verband aan dat de Rekenkamer in haar verslag over 2021 al een soortgelijke opmerking had gemaakt en dat het Agentschap hierop had geantwoord dat het reeds de nodige stappen had ondernomen om dit probleem aan te pakken; benadrukt het belang van de toepassing van procedures die de volledige naleving van het Financieel Reglement waarborgen; verzoekt het Agentschap de door de Rekenkamer gesignaleerde problemen aan te pakken en verslag uit te brengen aan de kwijtingsautoriteit over ontwikkelingen ter zake;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>stelt vast dat, volgens de Rekenkamer, het Agentschap zijn managers in 2022 een professionele functioneringsbeoordeling door een externe, door het Agentschap aangewezen dienstverlener heeft aangeboden; merkt op dat het Agentschap in drie gevallen de dienstverlener rechtstreeks voor deze diensten betaalde, terwijl het in de overige 23 gevallen zijn managers een vergoeding uitkeerde, nadat zij de dienstverlener zelf hadden betaald; merkt op dat het Agentschap voor de 26 beoordelingen in totaal 120 276 EUR heeft betaald; betreurt dat het Agentschap de dienstverlener heeft geselecteerd zonder een openbare aanbestedingsprocedure uit te schrijven; om die reden concludeerde de Rekenkamer dat deze betalingen onregelmatig waren; verzoekt het Agentschap de door de Rekenkamer gesignaleerde kwesties aan te pakken en aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de ter zake genomen maatregelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>herhaalt dat het doel van de aanbestedingsregels is om aanbestedende diensten in staat te stellen de goederen en diensten die ze nodig hebben tegen de best mogelijke prijs te verkrijgen, waarbij eerlijke concurrentie tussen inschrijvers wordt gewaarborgd en de beginselen van transparantie, evenredigheid, gelijke behandeling en non-discriminatie in acht worden genomen; verzoekt het Agentschap zijn aanbestedingsprocedures verder te verbeteren en ervoor te zorgen dat de toepasselijke regels volledig worden nageleefd, zodat de best mogelijke prijs-kwaliteitverhouding wordt gewaarborgd;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Preventie van en omgang met belangenconflicten, en transparantie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>wijst op de bestaande maatregelen en de niet-aflatende inspanningen van het Agentschap om te zorgen voor transparantie, preventie van en een juiste omgang met belangenconflicten, en stelt vast dat de cv’s van de leden van de raad van bestuur en hun verbintenisverklaring en belangenverklaringen op de website van het Agentschap worden gepubliceerd, alhoewel enkele cv’s nog ontbreken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>merkt op dat het Agentschap in 2022 geen gevallen van belangenverstrengeling heeft gemeld; neemt voorts nota van de goedkeuring door het Agentschap van Besluit 15/2021 van de raad van bestuur inzake het voorkomen van belangenconflicten en de actualisering van de modellen voor de verklaringen; benadrukt dat het belangrijk is om procedures te hebben voor het toezicht op de naleving van de regels betreffende draaideurconstructies en om actief toezicht te houden op de beroepsmatige activiteiten van hogere kaderleden (met inbegrip van degenen die het Agentschap in de afgelopen twee jaar hebben verlaten) om niet-gemelde “draaideur”-gevallen te kunnen opsporen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>stelt vast dat de agenda van de bijeenkomsten tussen het management van het Agentschap en externe belanghebbenden openbaar beschikbaar is op de website van het Agentschap;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>wijst erop dat het Agentschap moet werken aan zijn zichtbaarheid in de media, op het internet en op sociale netwerken, om zo zijn werkzaamheden onder de aandacht van de burgers te brengen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Interne controle</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>merkt op dat de dienst Interne Audit in 2021 een controle van de programmering van de strategische planning en het prestatiebeheer heeft uitgevoerd en in april 2022 zijn definitieve auditverslag heeft uitgebracht met drie belangrijke aanbevelingen, en neemt voorts nota van de instemming van het Agentschap met de opmerkingen in het auditverslag, en van het feit dat de nodige stappen zijn ondernomen om die zorgen te adresseren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>constateert dat het Agentschap volgens de Rekenkamer niet beschikt over vooraf vastgestelde modelbeoordelingen (d.w.z. richtsnoeren) om het evaluatiecomité te helpen bij de beoordeling van de inschrijvingen; merkt op dat dit het risico met zich meebrengt dat de inschrijvingen niet door elk lid van het evaluatiecomité op consistente wijze worden beoordeeld; verzoekt het Agentschap dit door de Rekenkamer gesignaleerde probleem aan te pakken en hierover verslag uit te brengen aan de kwijtingsautoriteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>neemt er nota van dat het Agentschap in 2022 controles achteraf heeft uitgevoerd van financiële verrichtingen die tijdens het begrotingsjaar 2021 zijn gedaan, overeenkomstig artikel 45, leden 8 en 9, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie<FOOTNOTE><FIELD>Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>; wijst erop dat daarbij drie tekortkomingen zijn vastgesteld die tot drie aanbevelingen inzake financiële verrichtingen hebben geleid, die echter geen van allen kritiek waren; constateert dat om de belangrijkste tekortkoming te corrigeren in 2022 wekelijks toezicht op de betalingstermijnen werd ingevoerd om de betrokken financiële medewerkers te wijzen op dringende transacties die nog moeten worden verwerkt, teneinde te voldoen aan het rechtskader inzake betalingstermijnen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>merkt op dat de beoordeling van de doeltreffendheid van de internecontrolesystemen van het Agentschap in 2022 was gebaseerd op de indicatoren van het kader en daarnaast op aanvullende informatie uit specifieke (risico)beoordelingsverslagen, controlebevindingen en andere relevante bronnen; merkt op dat uit de beoordeling van de interne controles van het Agentschap met redelijke zekerheid valt op te maken dat zij doeltreffende en doelmatige verrichtingen bevorderen en de kwaliteit van de verslaglegging en de naleving van de regelgeving waarborgen, maar dat er met betrekking tot bepaalde beginselen enkele verbeteringen nodig zijn om de doeltreffendheid te vergroten en een goede uitvoering van de interne controles te garanderen; verzoekt het Agentschap bij de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de actie die het onderneemt ten aanzien van de blijkens de beoordeling noodzakelijke verbeteringen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Overige opmerkingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>stelt vast dat het Agentschap belangrijke maatregelen heeft genomen om de cyberbeveiliging te verbeteren, zoals een veilige e-mailoplossing (SECEM2), simulaties van cyberaanvallen en daaruit voortvloeiende correcties en versterking van systemen, buitengebruikstelling van verouderde systemen en actualisering van het interne beleidskader voor cyberbeveiliging;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>juicht toe dat de raad van bestuur van het Agentschap aan het enkelvoudig programmeringsdocument 2022-2024 van het Agentschap de doelstelling heeft toegevoegd dat het Agentschap uiterlijk 2030 bij al zijn activiteiten klimaatneutraal moet zijn; merkt op dat met de vaststelling van de bedrijfsstrategie van het Agentschap de EMAS-certificering en groene aanbesteding tot belangrijke doelstellingen zijn geworden; neemt er nota van dat het certificeringsproces naar verwachting in de loop van 2024 zal worden afgerond;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>verwijst voor overige opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 11 april 2024<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P9_TA(2024)0280.</FIELD></FOOTNOTE> over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>