<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0253</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Kwijting 2022: Spoorwegbureau van de Europese Unie</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0092/2024 - Rapporteur: Petri Sarvamaa)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><NR>1.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 11 april 2024 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Spoorwegbureau van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2160(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van het Spoorwegbureau van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de EU-agentschappen betreffende het begrotingsjaar 2022, vergezeld van de antwoorden van de agentschappen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/594, 27.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/112, 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2022 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 22 februari 2024 betreffende de aan het Bureau te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2022 (06180/2024 – C9‑0098/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 70,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2016/796 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Spoorwegbureau van de Europese Unie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 881/2004<FOOTNOTE><FIELD>PB L 138 van 26.5.2016, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 65,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 105,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie vervoer en toerisme,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0092/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verleent de uitvoerend directeur van het Spoorwegbureau van de Europese Unie kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Bureau voor het begrotingsjaar 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Spoorwegbureau van de Europese Unie, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><DECISION><TI><NR>2.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 11 april 2024 over de afsluiting van de rekeningen van het Spoorwegbureau van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2160(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van het Spoorwegbureau van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de EU-agentschappen betreffende het begrotingsjaar 2022, vergezeld van de antwoorden van de agentschappen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/594, 27.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/112, 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2022 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 22 februari 2024 betreffende de aan het Bureau te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2022 (06180/2024 – C9‑0098/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 70,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2016/796 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Spoorwegbureau van de Europese Unie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 881/2004<FOOTNOTE><FIELD>PB L 138 van 26.5.2016, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 65,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 105,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie vervoer en toerisme,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0092/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Spoorwegbureau van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Spoorwegbureau van de Europese Unie, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><RESOL><TI><NR>3.</NR> <STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 11 april 2024 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Spoorwegbureau van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2160(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Spoorwegbureau van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie vervoer en toerisme,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0092/2024),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de definitieve begroting van het Spoorwegbureau van de Europese Unie (“het Bureau”) voor het begrotingsjaar 2022 volgens zijn staat van ontvangsten en uitgaven<FOOTNOTE><FIELD>PB C 38 van 31.1.2023, blz. 51.</FIELD></FOOTNOTE> 34 814 691 EUR bedroeg, een toename van 9,38 % ten opzichte van 2021; overwegende dat de begroting van het Bureau voornamelijk afkomstig is uit de begroting van de Unie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Bureau voor het begrotingsjaar 2022 (“het verslag van de Rekenkamer”) heeft verklaard redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Bureau betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Begrotings- en financieel beheer</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>merkt met waardering op dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2022 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de kredieten van het lopende jaar van 99,95 %, hetgeen neerkomt op een lichte stijging van 0,13 % ten opzichte van het jaar 2021; stelt verder vast dat het uitvoeringspercentage voor de betalingskredieten van het lopende jaar 94,97 % bedroeg, een stijging met 1,43 % ten opzichte van 2021; merkt op dat het begrotingsresultaat in 2022 81 821 EUR bedroeg, een stijging ten opzichte van 69 638 EUR in 2021;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>erkent dat de belangrijkste impact op de uitvoering van de begroting in 2022 afkomstig was van internationale externe factoren, zoals de labiele geopolitieke context en de energiecrisis, die hebben geleid tot een hoge volatiliteit met een onvoorspelbare stijging van de kosten van het Bureau tot gevolg; merkt op dat het Bureau krachtige maatregelen heeft genomen om zijn uitgaven te beheersen, het niveau van de vergoedingen en heffingen heeft aangepast (het uurtarief is met name verhoogd en regelmatig aangepast aan het inflatiepercentage) en een proces van regelmatige monitoring van de begrotingsuitvoering heeft ingevoerd alsook verscheidene planning- en monitoringinstrumenten om dat proces te automatiseren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>merkt op dat het Bureau betrokken is bij de proeffase van de Commissie ter vervanging van het begrotings- en boekhoudsysteem door een nieuw systeem, Summa; neemt in dit verband kennis van de opmerkingen in het verslag van de Rekenkamer over de tekortkomingen van het Bureau, namelijk het ontbreken van een risicobeheer- en controlestrategie voor de uitvoering van het nieuwe systeem, het niet-actualiseren van de financieringsstromen en de strategie voor controles vooraf en achteraf, en het niet controleren van de toewijzing van gebruikersrechten; maakt uit de antwoorden van het Bureau op de opmerkingen van de Rekenkamer op dat het in de loop van de inherente leercurve proactief risicobeperkende maatregelen heeft genomen, onder meer door in de tweede helft van 2022 te beginnen met het actualiseren van zijn financieringsstromen en zijn strategie voor controles vooraf en achteraf, waarbij de relevante documenten naar verwachting in 2023 zullen worden bijgewerkt; roept het Bureau ertoe op om gevolg te geven aan alle opmerkingen van de Rekenkamer en om de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de vooruitgang op dit gebied;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>neemt kennis van de opmerking van de Rekenkamer dat het Bureau de in het Financieel Reglement vastgestelde termijn voor betalingen niet in acht heeft genomen, aangezien 12,2 % van de betalingen in 2022 meer dan 30 dagen te laat was; neemt kennis van het antwoord van het Bureau dat deze vertragingen verband hielden met de uitvoering van het nieuwe Summa-systeem en dat er inmiddels maatregelen zijn genomen om vertragingen bij de betalingen te voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>merkt voorts op dat het Bureau ook vertragingen heeft opgelopen bij de uitgifte van facturen (of “debetnota’s”) voor de bijbehorende vergoedingen en kosten, waarbij het Bureau deze vertragingen eveneens toeschrijft aan de invoering van het nieuwe Summa-systeem, en bij het ontvangen van kostendeclaraties van de nationale veiligheidsinstanties (NVI’s), hetgeen in strijd is met de relevante artikelen van het Financieel Reglement en Verordening (EU) 2018/764 betreffende de vergoedingen en heffingen van het Bureau; maakt uit de antwoorden van het Bureau op de opmerkingen van de Rekenkamer op dat het mogelijk zou zijn dergelijke vertragingen te voorkomen of te beperken indien de NVI’s hun kostendeclaraties tijdig bij het Bureau zouden indienen, maar dat het Bureau geen middelen heeft om de NVI’s te dwingen deze termijnen in acht nemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>herinnert eraan dat het Bureau de kleinste begroting heeft van alle vervoersagentschappen, ondanks de onmiskenbare milieuvoordelen van spoorwegverkeer, waarvan de Commissie een prioriteit heeft gemaakt; prijst de stijging van de begroting voor 2022, in combinatie met diverse inspanningen om het concurrentievermogen te vergroten, de veiligheid te verbeteren en de grensoverschrijdende interoperabiliteit te bevorderen; dringt niettemin aan op een verhoging van de begroting zodat het Bureau over de nodige middelen beschikt om als een efficiënte autoriteit te functioneren en zijn taken doeltreffend uit te voeren;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Prestaties</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>merkt op dat het Bureau melding heeft gemaakt van een verwezenlijking van 81,13 % van zijn jaarlijkse werkprogramma voor 2022, wat in vergelijking met het cijfer van 76,41 % in 2021 voor het tweede jaar op rij een mooie stijging is; merkt op dat het Bureau in 2022 een nieuwe structuur heeft gegeven aan zijn werkprogramma, door van een activiteitengeoriënteerd programma over te stappen naar een op strategische verklaringen gebaseerd programma, en een nieuw platform heeft opgezet voor de maandelijkse verslaglegging over alle projecten en diensten alsook een nieuw monitoringdashboard; merkt op dat het jaarlijkse werkprogramma negen strategische verklaringen bevat die zijn gekozen op basis van de impact die het Bureau tracht te hebben op de samenleving; erkent dat het Bureau zijn strategische verklaringen met succes heeft uitgevoerd en dat de doelstellingen van het Bureau voor de verschillende outputs en de vastgestelde KPI’s in 2022 in grote mate zijn bereikt; merkt echter op dat sommige KPI’s niet zijn bereikt, zoals die in verband met de start van de derde studiefase voor het nieuwe gebouw van het Bureau in Valenciennes, de invoering van een nieuw systeem (ARES) voor documentenbeheer, betalingen binnen contractuele termijnen in verband met de goedkeuring in de proeffase van een nieuw financieel systeem (Summa) en het initiatief “Vrouwen in het vervoer”;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>neemt kennis van een aantal van de belangrijkste verwezenlijkingen van het Bureau in 2022, zoals de goedkeuring van het versterkingsactieplan (SAP) 2023-2027; de tijdige afgifte van een aanzienlijk toenemend aantal voertuigvergunningen (1861) en unieke veiligheidscertificaten (66); de afronding van de aanbeveling van het Bureau over het TSI-revisiepakket 2022 ter ondersteuning van meer spoorweginteroperabiliteit in de hele Unie; de lancering van de tweede auditcyclus ter monitoring van de nationale veiligheidsinstanties, voor alle taken die op grond van de Uniewetgeving aan deze instanties zijn toegewezen; de indiening van een uitzonderlijk groot aantal verslagen (acht in plaats van de verwachte drie) op het gebied van de monitoring van aangemelde instanties; en de werkzaamheden in verband met het eerste verslag van het Bureau op basis van de resultaten van het veiligheidsklimaatonderzoek (dat in 2021 van start is gegaan en 46 500 keer is beantwoord); prijst het Bureau voor de ontwikkeling van leermodules inzake veiligheid in het kader van een “cultuur van billijkheid”, die de veiligheid in de hele sector zouden verbeteren, alsook voor zijn verwezenlijkingen (toolkit, richtsnoeren en leermateriaal, bewustmakingsacties en leermodules) met betrekking tot de integratie van menselijke en organisatorische factoren, die de prestaties en efficiëntie op het gebied van spoorwegveiligheid zullen helpen verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>benadrukt dat het belangrijk is steun te blijven verlenen aan alle initiatieven voor een beter algemeen begrip van de technische specificaties voor interoperabiliteit (TSI’s) die bijdragen tot de ontwikkeling van een sterke en concurrerende Europese spoorwegindustrie; pleit voor meer ondersteuning voor innovatie op het gebied van goederenvervoer per spoor en intermodale vervoersdiensten om concurrerende integratie in de logistieke waardeketen tot stand te brengen en te zorgen voor automatisering en digitalisering van het goederenvervoer;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>is ingenomen met het verslag over spoorwegveiligheid en -interoperabiliteit in de EU; onderkent de voortdurende inzet van het Bureau voor zijn doelstelling om één enkele Europese spoorwegruimte tot stand te brengen, evenals zijn niet-aflatende werkzaamheden op cruciale gebieden zoals de beperking van nationale regels en het waarborgen van de rijpheid van technische specificaties voor interoperabiliteit; merkt op dat dit belangrijke werk een betere spoorweginteroperabiliteit in heel Europa ten goede zal komen en overeenstemt met de beleidsverwachtingen van de Commissie; is ingenomen met de voortdurende bijdrage van het Bureau op het gebied van nationale regelgeving, met name de opheffing in 2022 van de resterende nationale technische voorschriften (voor Tsjechië en Nederland) die een belemmering vormden voor een vlot verloop van de spoorwegactiviteiten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>prijst de proactieve reactie van het Bureau op de aanbevelingen in de opmerking van het voorgaande jaar en dringt er bij het Bureau op aan doeltreffende controles in te voeren om de kmo-status van aanvragers te verifiëren; is ingenomen met de uitvoering van aangescherpte controles op de kmo-status van aanvragen voor unieke veiligheidscertificaten en voertuigvergunningen; merkt op dat het Bureau verschillende initiatieven heeft ontplooid die gericht zijn op het stimuleren van het verkeer per spoor (zowel passagiers- als goederenvervoer), waaronder maatregelen om het internationale spoorwegverkeer te coördineren en de ontwikkeling van nieuwe technologieën, zoals treinautomatisering, die bijdragen tot cohesie, het stimuleren van de economie in de EU en de groene en digitale transitie; is ingenomen met het feit dat de stuurgroep voor het spoorwegpakket met succes haar activiteiten heeft voortgezet om te beoordelen in hoeverre het Bureau voorbereid is op het vierde spoorwegpakket;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>benadrukt dat de illegale en ongerechtvaardigde Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne heeft laten zien welke cruciale rol de spoorwegen kunnen spelen; merkt op dat de spoorwegen sinds de invasie van Oekraïne een belangrijke troef zijn geweest voor het vervoeren van personen en goederen, met name vanwege de sluiting van het Oekraïense luchtruim voor de burgerluchtvaart; wijst erop dat de Oekraïense spoorwegen militairen, essentiële werknemers, bewoners en talrijke cruciale goederen, zoals landbouwproducten, hebben vervoerd; onderkent dat het Bureau heeft bijgedragen aan de samenwerking van de EU met Oekraïne wat betreft de veerkracht en ontwikkeling van spoorverbindingen, en Oekraïne en de bevolking in de hele wereld heeft geholpen door aanvullende manieren te vinden om meer Oekraïense levensmiddelen per spoor te vervoeren;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Efficiëntie en verbeteringen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>prijst het Bureau voor het feit dat het in 2022 het versterkingsplan (SP) en het versterkingsactieplan (SAP) 2023-27 heeft goedgekeurd; merkt op dat het SAP is georganiseerd rond onderdelen en doelstellingen en centraal staat in de strategie van het Bureau inzake efficiëntiewinst voor de komende vijf jaar; merkt op dat er binnen het Bureau een interne taskforce voor het SAP en de mijlpalen daarvan is opgericht, en dat er een rapporteur zal worden aangewezen om de uitvoering van het SAP te ondersteunen, te begeleiden en te monitoren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>merkt op dat het Bureau in 2022 dankzij zijn SAP twaalf extra tijdelijke functionarissen heeft kunnen verwelkomen, en dat het Bureau dankzij deze versterking over een goede basis beschikt om het SP verder ten uitvoer te leggen; betreurt het dat de toewijzing van posten niet gepaard ging met een gepaste subsidietoewijzing, hetgeen samen met de buitengewone indexering van de salarissen en de algemene stijging van de prijzen voor nutsvoorzieningen, extra druk heeft gezet op de planning door het Bureau van zijn werkzaamheden en middelen, met meerder negatieve prioriteiten voor 2022, zoals de werkzaamheden in verband met de jaarlijkse prestatiebeoordeling van de nationale veiligheidsinstanties of de ontwikkeling van het informatie-uitwisselingssysteem voor veiligheidsvoorvallen in Europa;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>merkt op dat er gedeelde capaciteiten zijn vastgesteld, op basis van de voortdurende screening van de door de agentschappen en diensten van de Commissie verleende diensten, waarbij het Bureau geleidelijk meer en meer punten van samenwerking invoert, met name op het gebied van de organisatie van vergaderingen, IT-beveiliging, personeelsbeheer (bv. loonlijst en beheer van de individuele rechten van het personeel, en onderzoeken naar gevallen van intimidatie), aanbestedingen (bv. aanbestedingen tussen agentschappen en gedeelde raamovereenkomsten), vertaling en boekhouding; merkt op dat het Bureau in 2022 een memorandum van samenwerking met het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA) heeft gesloten waarmee een regelmatige gestructureerde dialoog tussen deze twee agentschappen tot stand wordt gebracht en de uitwisseling van informatie, kennis en ervaring op verschillende samenwerkingsgebieden wordt verbeterd, onder meer met betrekking tot het onderzoeken van de mogelijkheid om een van de bestaande IT-oplossingen in de luchtvaartsector (Europees Coördinatiecentrum voor rapportagesystemen van vliegtuigongevallen) aan te passen aan het informatie-uitwisselingssysteem voor de spoorwegsector, met het oog op het verzamelen en analyseren van meldingen van veiligheidsvoorvallen in de spoorwegsector; verzoekt het Bureau aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de uitkomst van die analyse;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>merkt op dat de eerste milieubeheerstrategie van het Bureau in 2022 is opgesteld en gepubliceerd als onderdeel van zijn enkelvoudig programmeringsdocument (EPD) 2023-2025; prijst het Bureau voor het anticiperen op en uitvoeren van een aantal initiatieven en acties tegen eind 2022, zoals het verlagen van de temperatuur in zijn gebouw, het herstellen of vervangen van defecte sensoren, zodat het licht in bepaalde kantoren niet altijd aan blijft, het aanpassen van de automatische instellingen voor het uitschakelen van de verlichting, en de oprichting van een vrijwilligersgroep voor het klimaat binnen het ERA die verspreidingsacties voert, ideeën verzamelt en zich inzet voor de uitvoering van milieuacties; leidt met voldoening uit het verslag van de Rekenkamer af dat het Bureau een van de agentschappen is die van plan zijn om de energie-efficiëntie en klimaatneutraliteit van hun activiteiten te verbeteren; moedigt het Bureau ertoe aan in dit kader ook gekwantificeerde uitgangswaarden en doelstellingen vast te stellen voor het verkleinen van zijn koolstofvoetafdruk en energieverbruik, en ervoor te zorgen dat zijn nieuwe gebouw in Valenciennes EMAS-gecertificeerd is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>erkent dat het Bureau een zeer hoge mate van digitalisering heeft bereikt, met als doel zijn efficiëntie te vergroten, waarbij papieren processen zijn afgeschaft ten gunste van onlineoplossingen zoals e-aanbesteding, e-facturering en het online boeken van reizen, onder meer door de uitrol van het personeelsbeheersysteem (Sysper) van de Commissie in 2022 en de overschakeling (nog in de proeffase) op het nieuwe begrotings-, boekhoud- en financieel systeem, Summa; is ingenomen met het feit dat het EPD 2023-2025 van het Bureau voorziet in de verdere digitalisering van zijn workflows;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>maakt uit het standpunt van het Bureau met betrekking tot de follow-upmaatregelen in het licht van de kwijting voor de uitvoering van de begroting van de agentschappen voor het begrotingsjaar 2021 (hierna “het standpunt van het Bureau” genoemd) op dat het Bureau verschillende maatregelen heeft genomen om de operationele kosten in Rijsel te verlagen (met name middels een aanzienlijke beperking van de dienstreizen en reiskosten voor personeel en externe belanghebbenden), en het huidige huurcontract voor het gebouw in Rijsel heeft beëindigd; merkt op dat het Bureau voornemens is alleen nog de verplichte vergaderingen in Rijsel te organiseren om te voldoen aan het besluit van de Europese Raad over de dubbele zetel Rijsel-Valenciennes; is ingenomen met het feit dat het Bureau in 2022 zijn HR-strategie (2023-2027) heeft goedgekeurd op basis van de opmerkingen van het Parlement, met bijzondere aandacht voor het verbeteren van zijn doeltreffendheid en efficiëntie; neemt in dit verband kennis van de positieve ervaring met en ontwikkeling van het gebruik van telewerk binnen het Bureau tijdens de COVID-19-pandemie, waardoor het Bureau heeft geconcludeerd dat het merendeel van het personeel telewerken als gelijkwaardig beschouwt aan werken op kantoor, hoewel fysieke aanwezigheid van cruciaal belang blijft voor bepaalde specifieke banen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Personeelsbeleid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>stelt vast dat de personeelsformatie op 31 december 2022 voor 97,40 % was ingevuld, aangezien 150 tijdelijke functionarissen waren aangesteld van de 154 tijdelijke functionarissen die in het kader van de begroting van de Unie waren toegestaan (ten opzichte van 151 toegestane posten in 2021); stelt vast dat er in 2022 bovendien 36 arbeidscontractanten (van de 36 toegestane) en 2 gedetacheerde nationale deskundigen (van de 4 toegestane) voor het Bureau werkten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>neemt met bezorgdheid kennis van het gebrek aan genderevenwicht onder het hoger management van het Bureau, waar 8 van de 10 (80 %) mannen zijn; neemt kennis van de genderverdeling onder de leden van de raad van bestuur van het Bureau, waar 34 van de 64 leden (53 %) mannen zijn; neemt verder kennis van de genderverdeling binnen het totale personeelsbestand van het Bureau, waar 120 van de 188 personeelsleden (64 %) mannen zijn; herinnert eraan dat het belangrijk is te zorgen voor genderevenwicht en verzoekt het Bureau met dit aspect rekening te houden bij toekomstige personeelsaanwervingen en benoemingen in zijn hoger management; neemt kennis van de voortdurende inspanningen van het Bureau om de genderkloof te dichten, met specifieke projecten zoals “Vrouwen in het vervoer” om de arbeidsparticipatie van vrouwen en gelijke kansen in de vervoerssector te versterken; neemt in dit verband kennis van de inspanningen van het Bureau om het aantal vrouwen in de vervoerssector te vergroten door middel van onder meer snelle netwerkevenementen en webinars die gericht zijn op diversiteit en inclusie in 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>maakt uit het advies van het Bureau op dat het Bureau in de tweede helft van 2022 een participatieve genderaudit heeft uitgevoerd, waarvan de bevindingen vervolgens zijn gebruikt om prioriteiten te helpen stellen tussen de doelstellingen van de personeelsstrategie 2023-2027 van het Bureau en als input hebben gediend voor een document waarin de toezeggingen worden beschreven van het managementteam van het Bureau op het gebied van diversiteit en inclusie; merkt voorts op dat er concrete kortetermijnmaatregelen zijn vastgesteld om de diversiteit en inclusie binnen het Bureau op alle niveaus te verbeteren, zoals werkzaamheden op het gebied van aanwerving en betrokkenheid (gebruik van de reservelijsten, integratie en mentorschap);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>is ingenomen met het feit dat het Bureau streeft naar een geografisch evenwicht tussen zijn personeelsleden en kandidaten uit alle lidstaten ertoe aanmoedigt te solliciteren voor vacatures bij het Bureau; merkt op dat de tijdelijke posten van het Bureau in alle EU-talen worden gepubliceerd en dat de oproepen tot het indienen van sollicitaties niet alleen op de website van het Bureau worden gepubliceerd, maar ook op het niveau van de permanente vertegenwoordigingen van de lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>maakt uit de antwoorden van het Bureau op de schriftelijke vragen van het Parlement op dat er, met betrekking tot de gemelde gevallen van intimidatie binnen het Bureau, die worden behandeld door de interne vertrouwenspersonen, vier personeelsleden in het register zijn opgenomen en dat twee van hen eind 2022 uit het register zijn geschrapt, zonder dat er een onderzoek is uitgevoerd of conclusies zijn getrokken; moedigt het Bureau ertoe aan zijn beleid en methoden verder te ontwikkelen om dergelijke gevallen in de toekomst efficiënter te voorkomen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aanbesteding</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>merkt op dat het Bureau twee openbare aanbestedingen, drie onderhandelingsprocedures en één hernieuwde oproep tot mededinging in 2022 en twee openbare aanbestedingen en drie uit administratieve kredieten gefinancierde onderhandelingsprocedures heeft uitgevoerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>maakt uit de antwoorden van het Bureau op de schriftelijke vragen van het Parlement op dat de tenuitvoerlegging van groene overheidsopdrachten aan de gang is en een van de initiatieven/acties van de milieubeheerstrategie van het Bureau vormt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>maakt uit de antwoorden van het Bureau op de vragen van de kwijtingsautoriteit op dat de aanbestedingsprocedures van het Bureau in 2022 reeds volledig gedigitaliseerd waren; is ingenomen met het feit dat de Bureau in juli 2023 is begonnen met de invoering van het beheersinstrument voor overheidsopdrachten;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Preventie en aanpak van belangenconflicten, en transparantie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>stelt vast dat het Bureau de cv’s en belangenverklaringen van de leden van zijn raad van bestuur en het hogere management op zijn website heeft gepubliceerd; merkt op dat het Bureau de cv’s van externe en interne deskundigen niet publiceert;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>is ingenomen met de inspanningen van het Bureau om de transparantie van zijn activiteiten te vergroten door regelmatig informatie op zijn website te publiceren over alle vergaderingen van de uitvoerend directeur met organisaties of zelfstandigen; merkt op dat het Bureau gebruikmaakt van verschillende mechanismen om belangenconflicten op te sporen en te voorkomen, namelijk middels de opstelling van een lijst van belangen die tot specifieke categorieën behoren (bv. beroep, gezin), de beoordeling van belangenverklaringen, de vereiste van spontane verklaringen inzake de afwezigheid van belangenconflicten en regelmatige opleidingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>prijst het Bureau voor zijn klokkenluidersprocedures, die personeelsleden in staat stellen potentiële conflicten te melden zonder angst voor vergelding; merkt in dit verband op dat er in 2022 potentiële situaties van belangenconflicten zijn gemeld op het niveau van de leden van de raad van bestuur en personeelsleden van het Bureau, waarna er risicobeperkende maatregelen zijn genomen die zijn vastgelegd tijdens de vergaderingen van de raad van bestuur of gedocumenteerd in de belangenverklaringen van de betrokken personeelsleden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>maakt uit de antwoorden van het Bureau op de schriftelijke vragen van het Parlement op dat het Bureau beschikt over procedures voor de behandeling van mogelijke draaideursituaties in het geval van voormalige personeelsleden; betreurt in dit verband dat het Bureau geen systematisch toezicht houdt op de naleving van de toepasselijke regels, met als gevolg dat niet-aangegeven draaideursituaties onopgemerkt kunnen blijven of dat de naleving van eerder opgelegde instructies aan personeelsleden die het Bureau hebben verlaten, mogelijk niet wordt gewaarborgd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>merkt op dat het Bureau opleidingssessies blijft organiseren over ethiek en fraudebestrijding, die verplicht zijn voor alle personeelsleden en deel uitmaken van een continue cyclus van vier jaar van opleidingssessies, met als doel aan het einde van de cyclus alle personeelsleden te hebben bereikt; merkt op dat het totale deelnamepercentage in 2022 22,1 % bedroeg voor fraudebestrijding en 31,11 % voor ethiek, en dat beide opleidingen op maat zijn opgesteld, in overeenstemming met de risico-omgeving van het Bureau;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Interne controle</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>neemt met bezorgdheid kennis van de opmerkingen in het verslag van de Rekenkamer over een aantal tekortkomingen in de beheers- en controlesystemen van het Bureau, namelijk een gebrek aan beleid voor de classificatie en bescherming van gevoelige informatie en het gebruik van ongeldige goedkeuringsmethoden, met uitzondering van fysieke of gekwalificeerde elektronische handtekeningen, op het gebied van aanbestedingsprocedures; maakt uit de antwoorden van het Bureau op de opmerkingen van de Rekenkamer op dat deze tekortkomingen inmiddels zijn aangepakt door middel van verschillende acties en maatregelen; verzoekt de Rekenkamer deze acties en maatregelen op te nemen in haar follow-upcontroles;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>maakt uit het standpunt van het Bureau op dat het Bureau, met betrekking tot de aanbevelingen die de dienst Interne Audit (IAS) naar aanleiding van de in 2019 uitgevoerde audit inzake informatiebeheer en informatiebeveiliging heeft gedaan, uitvoering heeft gegeven aan de bijzonder belangrijke aanbeveling inzake het kader voor gegevensbeheer en de belangrijke aanbeveling inzake gegevens- en IT-operaties (die reeds door de IAS zijn afgesloten), en dat het Bureau momenteel werkt aan de uitvoering van de resterende drie aanbevelingen in 2023 (over interoperabiliteit en kwaliteit van gegevens, gegevens- en IT-beveiliging, IT-continuïteit en fysieke beveiliging); verzoekt het Bureau de begrotingsautoriteit van de vorderingen op dit gebied op de hoogte te houden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>merkt op dat elke afwijking van een vastgestelde procedure binnen het Bureau op het passende managementniveau wordt gedocumenteerd, gerechtvaardigd en goedgekeurd; stelt met tevredenheid vast dat het aantal geregistreerde gevallen van niet-naleving is gedaald van 35 in 2021 tot 28 in 2022; merkt op dat er in 2022 28 gevallen van niet-naleving zijn geregistreerd met betrekking tot onder meer administratieve regels (afwijking van de regels inzake telewerken), aanbestedingsprocedures/-regels (onregelmatig gebruik van de onderhandelingsprocedure), missieregels (dienstreizen zonder geautoriseerde dienstreisopdracht) en regels op gebieden als contractbeheer, vastleggingen en personeelsselectie; merkt op dat 13 van de 28 geregistreerde gevallen van niet-naleving uitzonderlijk waren (ex-anteafwijkingen) en op transparante wijze gedocumenteerd en gerechtvaardigd waren, bijvoorbeeld om de bedrijfscontinuïteit te waarborgen of om economische redenen; is ingenomen met het feit dat het Bureau mitigatie- of monitoringmaatregelen heeft genomen om elk geregistreerd geval van niet-naleving aan te pakken; verzoekt het Bureau door te gaan met het uitvoeren van risicogebaseerde en periodieke beoordelingen van de werking van de belangrijkste gebieden van interne controle ter ondersteuning van het zekerheidsproces;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>merkt op dat het Bureau de risicobeoordeling in 2022 heeft uitgevoerd in overeenstemming met zijn jaarlijkse strategische planning en de relevantie van de risico’s en de bijbehorende risicobeperkende maatregelen het hele jaar door permanent heeft geëvalueerd; neemt kennis van de belangrijkste uitdagingen/risico’s die zijn vastgesteld in verband met de uitvoering van de begroting, de uitvoering van een nieuw financieel IT-instrument (Summa), personeelsbeperkingen, IT-beveiligingskwesties en de gevolgen van COVID-19;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>merkt op dat het OLAF-onderzoek in december 2022 is afgesloten zonder bevindingen of verdere aanbevelingen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Overige opmerkingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>merkt op dat de uitvoerend directeur, na de stappen die met het Europees Parlement en de Raad zijn ondernomen in verband met het nieuwe gebouw van het Bureau, de raad van bestuur heeft geïnformeerd over de verschillende vergaderingen met Valenciennes Métropole in 2023; merkt voorts op dat de bouwvergunning in maart 2024 klaar moet zijn, dat de bouw in de zomer van 2024 van start kan gaan en dat het gebouw in 2026 klaar kan zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>is ingenomen met de aanhoudende inspanningen van het Bureau om zijn communicatie te versterken, die via verschillende kanalen plaatsvindt om een zo groot mogelijk publiek te bereiken; neemt kennis van de ontwikkeling en lancering van de nieuwe ERA-website in november 2022, die een duidelijker, gestroomlijnd en modern instrument biedt om de bijdrage van het Bureau aan de spoorwegsector en de EU-burgers in het algemeen te presenteren; neemt kennis van de inspanningen die het Bureau in 2022 heeft geleverd voor de organisatie van negen webinars en de productie van meerdere publicaties en video’s; is ingenomen met het feit dat het Bureau in 2022 een sterke aanwezigheid in de media heeft behouden en zijn aanwezigheid op sociale media heeft uitgebreid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>benadrukt dat de Europese spoorwegmaatschappijen in 2022 hun herstel van de COVID-19-pandemie hebben voortgezet; wijst erop dat de aanhoudende veerkracht van de spoorwegsector en zijn lage koolstofemissies twee essentiële factoren zijn die bijdragen tot een terugkeer naar het niveau van vóór de pandemie in de toekomst;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>betreurt het dat de huidige vereisten inzake de melding van ongevallen en incidenten op het gebied van spoorwegveiligheid in Europa versnipperd zijn, beperkt blijven tot een toezichtsfunctie en niet worden ondersteund door een passend faciliterend instrument, en verzoekt de Commissie daarom deze lacune aan te pakken en daartoe de nodige financiering ter beschikking te stellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>merkt op dat wanneer kandidaat-lidstaten van de EU tot de Unie toetreden, zij het kader en het EU-acquis ten uitvoer zullen hebben gelegd; wijst erop dat de EU-burgers hierdoor gebruik zullen kunnen maken van het spoor als milieuvriendelijke en veilige vervoerswijze en als mogelijkheid om hun goederen van/naar Zuidoost-Europa te vervoeren, aangezien de corridors voor goederenvervoer per spoor ook nu al de Westelijke Balkan met de EU verbinden; benadrukt de rol van het IPA en het project voor de Westelijke Balkan bij de ondersteuning van de tenuitvoerlegging van de interoperabiliteitsrichtlijn en de veiligheidsrichtlijn door de begunstigden van het project; merkt tevens op dat dit de basis zal vormen voor de openstelling van de markt voor spoorwegdiensten en naadloos op elkaar aansluitende treinreizen van en naar deze naburige regio;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 11 april 2024<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P9_TA(2024)0280.</FIELD></FOOTNOTE> over het functioneren en het financieel beheer van en de controle op de agentschappen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>