<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0254</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Kwijting 2022: Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Cepol)</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0098/2024 - Rapporteur: Petri Sarvamaa)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><NR>1.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 11 april 2024 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Cepol) voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2144(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Cepol) voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de EU-agentschappen betreffende het begrotingsjaar 2022, vergezeld van de antwoorden van de agentschappen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/594, 27.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2022<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/112, 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE> waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 22 februari 2024 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2022 (06180/2024 – C9‑0082/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 70,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2015/2219 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Cepol) en tot vervanging en intrekking van Besluit 2005/681/JBZ van de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 319 van 4.12.2015, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 20,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 105,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0098/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verleent de uitvoerend directeur van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Cepol) kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Cepol), de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><DECISION><TI><NR>2.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 11 april 2024 over de afsluiting van de rekeningen van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Cepol) voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2144(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Cepol) voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de EU-agentschappen betreffende het begrotingsjaar 2022, vergezeld van de antwoorden van de agentschappen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/594, 27.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2022<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/112, 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE> waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 22 februari 2024 betreffende de aan het Bureau te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2022 (06180/2024 – C9‑0082/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 70,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2015/2219 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Cepol) en tot vervanging en intrekking van Besluit 2005/681/JBZ van de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 319 van 4.12.2015, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 20,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 105,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0098/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Cepol) voor het begrotingsjaar 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Cepol), de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><RESOL><TI><NR>3.</NR> <STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 11 april 2024 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Cepol) voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2144(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Cepol) voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0098/2024),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de definitieve begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (“het Agentschap”) voor het begrotingsjaar 2022 volgens zijn staat van ontvangsten en uitgaven<FOOTNOTE><FIELD>PB C 73 van 28.2.2023, blz. 44.</FIELD></FOOTNOTE> 28 295 362 EUR bedroeg, een daling van 5,82 % ten opzichte van 2021; overwegende dat het Agentschap wordt gefinancierd door een bijdrage van de Unie en door externe bestemmingsontvangsten voor specifieke projecten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2022 (hierna “het verslag van de Rekenkamer”) verklaart redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Agentschap betrouwbaar is en dat de onderliggende verrichtingen wat betreft de ontvangsten op alle materiële punten wettig en regelmatig zijn; overwegende dat de Rekenkamer onregelmatige betalingen ten bedrage van in totaal 4,2 miljoen EUR heeft vastgesteld, waarvan 4,1 miljoen EUR in verband met 359 betalingen in het kader van twee raamovereenkomsten die zijn uitgevoerd door middel van dienstverzoeken van personeelsleden die niet bevoegd waren om namens het Agentschap juridische verbintenissen aan te gaan, en 152 655 EUR als betalingen die in 2022 zijn gedaan uit hoofde van een raamovereenkomst waarbij een deel van de betaalde bedragen niet kon worden overeengestemd met de geleverde diensten, en die in totaal 13,5 % van de in 2022 beschikbare betalingskredieten uitmaken, waardoor de voor de controle vastgestelde materialiteitsdrempel werd overschreden, hetgeen resulteerde in een verklaring met voorbehoud over de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende betalingen bij de rekeningen; overwegende dat de Rekenkamer tot de conclusie is gekomen dat de onderliggende verrichtingen wat betreft de betalingen voor het per 31 december 2022 afgesloten begrotingsjaar, met uitzondering van de niet-conforme betalingen, op alle materiële punten wettig en regelmatig zijn;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Financieel en begrotingsbeheer</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>merkt met tevredenheid op dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2022 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 100 %, een stijging met 3,21 % ten opzichte van 2021; stelt vast dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 84,66 % bedroeg, een stijging van 12,93 % ten opzichte van 2021; merkt voorts op dat 1,6 miljoen EUR, oftewel 15 % van de vastleggingen in 2022, naar 2023 werd overgedragen; merkt op dat het uitvoeringspercentage van de begroting met betrekking tot de middelen van de Unie voor externe bijstand die bestemd zijn om derde landen te helpen bij de opbouw van hun capaciteit op relevante beleidsterreinen van rechtshandhaving, eind 2022 48,5 % zal bedragen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Prestaties</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>prijst het Agentschap voor het uitvoeringspercentage van het werkprogramma 2022 van 100 %, op basis van het feit dat 418 opleidingsactiviteiten zijn uitgevoerd tegenover 417 geplande; merkt op dat het Agentschap in 2022 opleidingen bleef geven aan de rechtshandhavingsgemeenschap door zoveel mogelijk terug te grijpen naar de onlineomgeving; neemt er met waardering kennis van dat het klanttevredenheidsoordeel in 2022 hoog is gebleven: 97 % van de deelnemers aan de opleidingsactiviteiten van het Agentschap gaf aan tevreden of zeer tevreden te zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat het Agenstchap bepaalde maatregelen als kernprestatie-indicatoren (KPI’s) gebruikt om de toegevoegde waarde van zijn activiteiten te beoordelen, en andere maatregelen om zijn begrotingsbeheer te verbeteren; merkt op dat in 2022 bijna alle KPI’s werden behaald en dat er nog maar één in uitvoering was met een deadline voor eind 2023, namelijk de KPI met betrekking tot het percentage auditaanbevelingen die zijn afgesloten in overeenstemming met het overeengekomen actieplan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>stelt met waardering vast dat de opleidingen van het Agentschap in 2022 door 43 838 deelnemers werden bijgewoond, wat een aanzienlijk bereik is vergeleken met het geplande aantal deelnemers van 27 800; prijst het Agentschap voor de publicatie van de tweede strategische beoordeling van de opleidingsbehoeften van de EU, waarin de strategische en opleidingsbehoeften van rechtshandhavingsfunctionarissen voor de volgende cyclus van het Europees multidisciplinair platform tegen criminaliteitsdreiging 2022-2025 worden vastgesteld, en voor het starten met de uitvoering ervan; merkt voorts op dat de nieuw benoemde uitvoerend directeur van het Agentschap in 2022 is begonnen met de uitwerking van een nieuwe strategie waarin de koers van het Agentschap voor de periode 2023-2027 wordt uitgestippeld; is voorts tevreden met de strategienota van de deskundigengroep voor de grondrechten, die erop gericht is de fundamentele aspecten in alle opleidingsactiviteiten op te nemen; stelt tevreden vast dat er in 2022 een ad-hocopleiding is georganiseerd over de bescherming van onderzoeksjournalisten; is ingenomen met de specifieke opleidingen op het gebied van haatmisdrijven en het verspreiden van kennis over doeltreffende oplossingen voor slachtofferhulp;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>prijst het Agentschap voor zijn snelle reactie op de ongerechtvaardigde oorlog in Oekraïne en voor de verzorging van een op maat gemaakte cursus inlichtingen uit open bronnen voor het Openbaar Ministerie in Oekraïne, in samenwerking met de Raad van Europa;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>merkt op uit het geconsolideerde jaarlijkse activiteitenverslag van het Agentschap voor 2022 dat de exponentiële toename van het aantal opleidingen dat de afgelopen jaren is aangeboden (van 18 000 in 2016 tot bijna 44 000 in 2022) een groeiende vraag weerspiegelt naar opleidingsactiviteiten die het Agentschap moet aanbieden; merkt in dit verband op dat deze vraag in 2022, als gevolg van onvoldoende middelen, alleen kan worden gevolgd door een uitbreiding van de onlineleercomponent, die niet volledig aan de behoeften van de belanghebbenden beantwoordt; steunt het streven van het Agentschap om multidisciplinaire activiteiten te blijven verrichten die zowel deelnemers van de politie als douane- en grensbeambten aantrekken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>merkt op dat het Agentschap in 2022 vier projecten voor capaciteitsopbouw in derde landen met succes heeft uitgevoerd, die rechtstreeks tot de versterking van de interne veiligheid van de Unie hebben bijgedragen, evenals opleidingsactiviteiten in het kader van het kenniscentrum voor terrorismebestrijding van Cepol en het Cepol-kenniscentrum voor samenwerking informatie-uitwisseling en interoperabiliteit op het gebied van rechtshandhaving; is ingenomen met de succesvolle uitvoering van de Cepol-conferentie voor onderzoek en wetenschap in samenwerking met de Mykolas Romeris University in Vilnius, Litouwen, ter versterking van de samenwerking tussen rechtshandhavings- en onderzoekssectoren, waarbij bijna tweehonderd deelnemers aanwezig waren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>herinnert eraan dat in de opleiding op het gebied van rechtshandhaving op het niveau van de Unie rekening moet worden gehouden met de prioriteiten van de Unie, in overeenstemming met de opleidingsbehoeften van de lidstaten, dat deze opleiding een bijdrage moet leveren aan het optreden van de Unie tegen ernstige en georganiseerde misdaad en andere bedreigingen voor de interne veiligheid, en dat de bescherming van de grondrechten een centrale pijler in de opleidingsactiviteiten van het Agentschap moet vormen; neemt kennis van de opleidingsactiviteiten op het gebied van terrorismebestrijding, met inbegrip van de financiering van terrorisme, terrorisme en vuurwapens, buitenlandse terroristische strijders, en tegen extremisme en radicalisering gerichte activiteiten; dringt aan op meer opleidingen op het gebied van cybercriminaliteit, forensisch computeronderzoek, artificiële intelligentie, gegevensbescherming, grondrechten en racismebestrijding op het niveau van de Unie; verzoekt het Agentschap in al zijn activiteiten, met name die in samenwerking met derde landen, volledige transparantie en eerbiediging van de grondrechten en het internationaal recht te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>merkt op dat het Agentschap zijn certificering overeenkomstig het ISO 9001:2015 kwaliteitsbeheersysteem met succes heeft gehandhaafd en voorbereidingen heeft getroffen om het gebruik van de ISO 29993:2017-norm voor leerdiensten verder uit te breiden, waaruit opnieuw blijkt dat het Agentschap een efficiënte werking van het kwaliteitssysteem garandeert;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Efficiëntie en winst</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>merkt op dat het Agentschap nauw blijft samenwerken met het netwerk van agentschappen op het gebied van justitie en binnenlandse zaken en de daarvan deel uitmakende agentschappen, waaronder met name het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en het Europees Grens- en kustwachtagentschap, door opleidingsactiviteiten te delen en samen cursussen te organiseren; merkt in dit verband op dat het Agentschap in 2022 het netwerk van agentschappen op het gebied van justitie en binnenlandse zaken heeft voorgezeten; merkt voorts op dat het Agentschap sinds 2023 een overeenkomst heeft met het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving (EMCDDA) om het EMCDDA in staat te stellen gebruik te maken van het LEEd-leerplatform van het Agentschap, waardoor het EMCDDA gratis kan beschikken over een modern leerplatform voor zijn gemeenschap; verzoekt het Agentschap te blijven samenwerken met andere agentschappen, zodat alle beschikbare middelen kunnen worden ingezet;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>prijst het Agentschap voor het bereiken van een relatief hoog niveau van digitalisering doordat veel van zijn processen nu papierloos of elektronisch plaatsvinden, bijvoorbeeld het systeem voor het indienen van e-aanbestedingen voor open procedures en e-Tendering, e-recruitment, e-hr-beheer (Sysper), e-facturering, elektronische reisboekingen, vaak in nauwe samenwerking met het directoraat-generaal Digitale Diensten van de Commissie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>merkt op dat het Agentschap beschikt over interne regels op grond waarvan personeel en deelnemers aan opleidingsactiviteiten voor korte afstanden alternatieven moeten gebruiken voor het vliegtuig, zoals de trein of de bus; stelt met tevredenheid vast dat het Agentschap zijn personeel sinds 2022 een vergoeding biedt voor de kosten van het gebruik van het openbaar vervoer; merkt voorts op dat veel vergaderingen van deskundigengroepen die eerder ter plaatse werden gehouden, nu online plaatsvinden; betreurt dat het Agentschap niet over een systeem beschikt om op objectieve en gedetailleerde wijze toezicht te houden op de evolutie van het ene jaar naar het andere van winsten en besparingen, en verzoekt het Agentschap een dergelijk systeem op te zetten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>maakt uit het verslag van de Rekenkamer op dat het Agentschap geen bedrijfsplan heeft om de energie-efficiëntie en klimaatneutraliteit van zijn activiteiten te verbeteren; betreurt dat het Agentschap nog niet is begonnen met het certificeringsproces van het milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS); merkt echter op dat het Agentschap in de eisen voor zijn nieuwe hoofdkantoor heeft aangegeven dat het in de nabije toekomst naar EMAS-certificering zal overstappen; merkt in dezelfde context op dat het Agentschap de richtsnoeren van de Commissie volgt, waarbij in de meeste aanbestedingsprocedures ook gunningscriteria met betrekking tot milieuoverwegingen worden opgenomen; verzoekt het Agentschap om voorbeelden op het gebied van groene aanbestedingen van andere collega-agentschappen te volgen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Personeelsbeleid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>stelt vast dat de personeelsformatie op 31 december 2022 voor 79 % was ingevuld, aangezien 26 tijdelijke functionarissen waren aangesteld van de 33 tijdelijke functionarissen die in het kader van de begroting van de Unie waren toegestaan (hetzelfde aantal toegestane posten als in 2021); merkt op dat daarnaast in 2022 59 arbeidscontractanten (waarvan 20 voor reguliere activiteiten en 39 voor extern gefinancierde projecten voor capaciteitsopbouw) en zes gedetacheerde nationale deskundigen voor het Agentschap werkten; merkt bovendien op dat er op 31 december 2022 24 uitzendkrachten in dienst waren met taken die verband hielden met de kernactiviteiten, zoals e-learning, informatie- en communicatietechnologie, juridische en managementondersteuning;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>merkt op dat de personeelsschommeling in 2022 relatief hoog bleef en aanzienlijke gevolgen voor het Agentschap had; merkt in dit verband op dat er in 2022 vier personeelsleden ontslag hebben genomen wegens een nieuwe baan binnen of buiten het Agentschap, vier personeelsleden zijn vertrokken wegens pensionering en op 31 december 2022 vier personeelsleden met onbetaald verlof waren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>herhaalt zijn steun voor de uitbreiding van het personeelsbestand van het Agentschap in overeenstemming met de taken en ambities van het huidige mandaat van het Agentschap; neemt er in het follow-upverslag van het Agentschap met de titel “Cepol-actieplan naar aanleiding van het kwijtingsbesluit van het EP voor het begrotingsjaar 2021” (hierna het “follow-upverslag van het Agentschap” genoemd) met voldoening nota van dat de uitvoerend directeur van het Agentschap, om toekomstige verzoeken om middelen te onderbouwen, een taskforce heeft opgericht om de behoeften aan extra budgettaire en personele middelen in het kader van de nieuwe strategie voor 2023-2027 systematisch te documenteren en te rechtvaardigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>stelt vast dat het personeelsverloop in 2022 met 11,8 % hoog bleef, met aanzienlijke gevolgen voor de organisatie; merkt uit het follow-upverslag van het Agentschap op dat het personeelsverloop buiten de controle van het Agentschap valt, omdat de belangrijkste oorzaken de lage aanpassingscoëfficiënt per land en de relatief laag ingeschaalde functies voor belangrijke ondersteunende functies bij het Agentschap zijn; merkt op dat het Agentschap in 2022 doorging met de uitvoering van maatregelen voor personeelsbehoud en bedrijfscontinuïteit, waarbij gebruik werd gemaakt van een aantal tijdelijke functionarissen en gedetacheerde nationale deskundigen om het personeelsverzuim op te vangen totdat de werving van statutair personeel was afgerond, en ook doorging met de herindeling van personeel en functies, de handhaving van de sociale regeling (bv. scholing voor de kinderen van het personeel), telewerken en regelingen voor flexibele werktijden; herhaalt zijn verzoek aan de Commissie om de aanpassingscoëfficiënt te herzien om hierin de economische aspecten van de verhuizing naar en het wonen in de stad waar het Agentschap gevestigd is, beter tot uitdrukking te laten komen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>neemt met betrekking tot de Sysper-tool met waardering kennis van het feit dat het Agentschap modules als REPORTING, ETHICS en STAGE heeft ingevoerd en werkt aan de invoering van andere Sysper-modules (bijv. EVAL/PROMO);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>is ingenomen met de door het Agentschap voor 2022 gemelde verdeling van het personeelsbestand naar sekse: 3 mannen en 3 vrouwen in managementfuncties (1 senior manager en 5 middenmanagers), 15 mannen (56 %) en 12 vrouwen (44 %) in de raad van bestuur, en 37 mannen (44 %) en 48 vrouwen (56 %) in het totale personeelsbestand; prijst het Agentschap voor het in 2022 bereikte genderevenwicht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>maakt uit het geconsolideerde jaarlijkse activiteitenverslag van het Agentschap voor 2022 op dat 17 lidstaten in 2022 onder het personeel van het Agentschap vertegenwoordigd waren; merkt op dat 39 % van het personeel onderdaan is van de lidstaat waarin het Agentschap is gevestigd; herinnert eraan dat geografisch evenwicht belangrijk is en verzoekt het Agentschap de nodige maatregelen te nemen met het oog op een evenwichtige en billijke geografische vertegenwoordiging;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>is ingenomen met het feit dat het Agentschap in 2022 een nieuw besluit heeft aangenomen dat is gebaseerd op de beginselen van doel- en resultaatgericht beheer en een cultuur van vertrouwen; merkt op dat dit besluit voor meer flexibiliteit voor het personeel heeft gezorgd, zowel wat betreft werktijden als telewerken, door het recht om offline te zijn toe te kennen en duidelijk een offlineperiode aan te geven die moet bijdragen tot een beter evenwicht tussen werk en privéleven en het personeel moet beschermen tegen digitale werkoverbelasting;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>is ingenomen met de aankondiging in het follow-upverslag van het Agentschap dat de AST-5-posten (aanwervingsrang AST-3) voor personeel dat zich bezighoudt met aanbestedingsgerelateerde procedures in de personeelsformatie voor 2023 zullen worden omgezet in AD-5-posten;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aanbesteding</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>maakt met bezorgdheid uit het verslag van de Rekenkamer op dat de Rekenkamer sinds het begrotingsjaar 2020 elk jaar nieuwe opmerkingen maakt over de aanbestedingen van het Agentschap; wijst op de opmerking in het verslag van de Rekenkamer die de basis vormt voor het oordeel met beperking van de Rekenkamer over de wettigheid en regelmatigheid van 359 betalingen met een totale waarde van 4,1 miljoen EUR die in 2022 zijn verricht in het kader van twee raamovereenkomsten die rechtstreeks zijn uitgevoerd door middel van bestelbonnen (dienstverzoeken) die zijn verzonden door personeelsleden van het Agentschap die niet de gedelegeerde bevoegdheid hadden om namens het Agentschap juridische verbintenissen aan te gaan, of door uitzendkrachten die een dergelijke gedelegeerde bevoegdheid juridisch niet konden hebben vanwege hun uitzendstatus; neemt kennis van het antwoord van het Agentschap op de opmerking van de Rekenkamer dat de diensten – ondanks tekortkomingen in de formalisering van de juridische verbintenis – in lijn met de behoeften van het Agentschap zijn besteld en dat er uitgebreide controles zijn uitgevoerd om te waarborgen dat de middelen voor het beoogde doel werden gebruikt en er geen daadwerkelijk verlies werd geleden; merkt uit de antwoorden van het Agentschap op de schriftelijke vragen van het Parlement op dat deze contracten verder geen onregelmatigheden vertoonden en dat het Agentschap maatregelen heeft genomen om aan de opmerking van de Rekenkamer tegemoet te komen door de interne procedures van het Agentschap te wijzigen, om ervoor te zorgen dat bestellingen alleen aan het reisbureau worden doorgegeven door statutair personeel dat van een ordonnateur de bevoegdheid heeft gekregen om een juridische verbintenis aan te gaan; neemt kennis van het antwoord van het Agentschap, dat onmiddellijk corrigerende maatregelen heeft genomen, nog voordat het auditproces was afgerond; verzoekt het Agentschap volledig gevolg te geven aan deze opmerkingen en zijn aanbestedingsprocedures te verbeteren om soortgelijke situaties in de toekomst te voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>wijst verder in het verslag van de Rekenkamer op het oordeel met beperking dat alle in 2022 (152 655 EUR) betaalde bedragen voor de uitvoering van een raamovereenkomst (voor educatieve redactionele diensten) niet konden worden verzoend met de geleverde diensten en dat sommige categorieën taken niet overeenkwamen met de aard van de daadwerkelijk uitgevoerde werkzaamheden, en dat voor sommige categorieën het betaalde werk niet overeenkwam met het daadwerkelijk verrichte bedrag, waardoor die bedragen onregelmatig werden; neemt kennis van de uitleg van het Agentschap dat het aantal bestelde, geleverde en betaalde pagina’s niet volledig overeenstemde omdat dit gezien de aard van het werk, namelijk de ontwikkeling van redactionele en educatieve inhoud, vooraf niet altijd precies kwantificeerbaar was; merkt voorts op dat volgens het antwoord van het Agentschap controles zijn uitgevoerd op de te leveren prestaties en dat de categorieën van taken zijn gebaseerd op die welke zijn vermeld in een eerdere overeenkomst met het Publicatiebureau; verzoekt het Agentschap maatregelen te treffen om het Agentschap in staat te stellen de prestaties vooraf beter te kwantificeren en dergelijke situaties in de toekomst te voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>verneemt uit het verslag van de Rekenkamer over het begrotingsjaar 2021 dat er nog één opmerking openstond over de beoordeling van een aanbestedingsprocedure waarbij het Agentschap de nadruk legde op een criterium dat niet duidelijk in het bestek was opgenomen, waardoor het risico ontstond dat inschrijvers ongelijk werden behandeld; neemt er nota van dat het contract tot september 2023 liep en dat het Agentschap ten tijde van de beoordeling door de Rekenkamer van de status van die opmerking niet van plan was het contract met nog eens twaalf maanden te verlengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>prijst het Agentschap voor de ingebruikname van het instrument voor het beheer van overheidsopdrachten, dat vanaf oktober 2022 voor alle soorten aanbestedingsprocedures wordt gebruikt; verzoekt het Agentschap de goedkeuring en uitvoering van instrumenten die het gebruik van elektronische handtekeningen mogelijk maken om goedkeuringen en handtekeningen van zowel interne als externe tegenpartijen in aanbestedings- en contractdocumenten te verkrijgen, te versnellen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>neemt met voldoening kennis van de bestaande maatregelen en de lopende inspanningen van het Agentschap om te zorgen voor transparantie en de preventie van en omgang met belangenconflicten; stelt met tevredenheid vast dat de belangenverklaringen en cv’s van de leden van de raad van bestuur en het hogere management op de website van het Agentschap worden gepubliceerd en dat de vorm van de verklaringen het mogelijk maakt professionele, financiële, persoonlijke en andere belangen te vermelden die verband kunnen houden met de activiteiten van het Agentschap; leest in het vervolgverslag van het Agentschap met betrekking tot de opmerking van de kwijtingsautoriteit dat verklaringen over belangenconflicten en vertrouwelijkheid van bezoldigde deskundigen niet op de website van het Agentschap worden gepubliceerd, dat het Agentschap heeft geoordeeld dat het publiceren van de sollicitaties en cv’s van de deskundigen om redenen van gegevensbescherming zou leiden tot een aanzienlijk geringer aantal sollicitaties van deskundigen, gezien het feit dat de meeste deskundigen die voor het Agentschap werken een wetshandhavingsachtergrond hebben;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>leest met waardering in het follow-upverslag van het Agentschap dat het met de lancering van zijn nieuwe website in 2022 zijn openbaar register van documenten heeft verbeterd en dat de ingevoerde technische wijzigingen burgers in staat stellen de officiële documenten van het Agentschap per categorie op te zoeken of via een webformulier om toegang tot een document te verzoeken wanneer rechtstreekse toegang via het openbaar register van documenten niet mogelijk is; merkt op dat het Agentschap in 2022 vijf verzoeken om toegang tot documenten heeft ontvangen en 920 openbare vragen van burgers heeft behandeld;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Interne controle</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>leest in het follow-upverslag van het Agentschap dat het Agentschap ten aanzien van de diverse tekortkomingen in zijn internecontrolesysteem, met name wat betreft de aanbestedingsprocedures en het beheer van de begrotingsvastleggingen, maatregelen heeft genomen, waaronder opleidingen en workshops, om het bewustzijn te vergroten en het aantal administratieve fouten te verminderen; maakt in dit verband uit het verslag van de Rekenkamer op dat haar opmerkingen (voor het begrotingsjaar 2021) met betrekking tot deze tekortkomingen zijn afgesloten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>stelt vast dat het Agentschap zijn systeem voor interne controle in 2022 tegen het licht heeft gehouden en tot de slotsom is gekomen dat het doeltreffend is en goed functioneert, en dat er slechts kleine verbeteringen hoeven te worden aangebracht; verzoekt het Agentschap de vastgestelde tekortkomingen met betrekking tot de internecontroleonderdelen “controleactiviteiten” en “informatie en communicatie” aan te pakken en de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de vooruitgang op dit gebied; maakt met waardering uit het follow-upverslag van het Agentschap op dat het bij de beoordeling van het onderdeel “monitoringactiviteiten”, beginsel 17 “tekortkomingen beoordelen en meedelen”, rekening heeft gehouden met de relevante opmerkingen van de Rekenkamer uit voorgaande jaren; verzoekt het Agentschap gevolg te blijven geven aan alle opmerkingen naar aanleiding van de controle van het personeelsbeheer en de ethiek bij het Cepol door de dienst Interne Audit in 2021;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>merkt op dat het Agentschap een proces voor registratie en goedkeuring van uitzonderingen toepast dat wordt geanalyseerd om specifieke probleemgebieden en relevante verbeteracties vast te stellen; merkt op dat het verslag over 2022 uitzonderingen bevestigt dat het internecontrolesysteem van het Agentschap goed functioneert en dat gevallen van niet-naleving worden ontdekt en beperkt met corrigerende en preventieve maatregelen; merkt verder op dat in 2022 in totaal 46 uitzonderingen werden gemaakt (vergeleken met 27 uitzonderingen in 2021), met een waarde van 51 697 EUR (vergeleken met 257 825 EUR in 2021), waarbij 13 van deze uitzonderingen een financiële impact van meer dan 1 000 EUR hadden (variërend van 1 053 EUR tot 12 240 EUR);</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Overige opmerkingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>verneemt uit het follow-upverslag van het Agentschap met betrekking tot het feit dat het Agentschap niet over voldoende kantoorruimte en ruimte voor operationele activiteiten beschikte, dat de Hongaarse regering zich ertoe heeft verbonden de continuïteit te waarborgen en het Agentschap de nodige faciliteiten te bieden, en in dit verband een besluit heeft aangenomen over de verhuur van een nieuw hoofdkantoor (6 000 m²); merkt voorts op dat de verhuizing naar de nieuwe kantoorruimte misschien pas eind 2024 zal plaatsvinden, parallel met de ondertekening van een nieuwe vestigingsovereenkomst;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>prijst het Agentschap voor zijn inspanningen om zijn publieke zichtbaarheid en online aanwezigheid te vergroten; is in dit verband ingenomen met de lancering van de nieuwe website van het Agentschap in 2022, die belangrijke verbeteringen bevat, zoals een duidelijkere presentatie en structuur, een verbeterd uiterlijk en webresponsiviteit; merkt verder op dat de socialemedia-activiteit van het Agentschap in 2022 aanzienlijk was, met 1 590 uploads, wat neerkomt op 54 % meer posts dan in het voorgaande jaar; neemt in dit verband kennis van de stijgende trend bij het aantal webgebruikers van het Agentschap met meer dan 200 000 geregistreerde bezoeken, en met een socialemediafanbasis van 38 500 volgers op LinkedIn, Twitter en Facebook;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 11 april 2024<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P9_TA(2024)0280.</FIELD></FOOTNOTE> over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>