<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0255</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Kwijting 2022: Europees Grens- en kustwachtagentschap</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0113/2024 - Rapporteur: Petri Sarvamaa)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><NR>1.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 11 april 2024 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Grens- en kustwachtagentschap voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2172(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Grens- en kustwachtagentschap voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de EU-agentschappen betreffende het begrotingsjaar 2022, vergezeld van de antwoorden van de agentschappen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/594 van 27.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2022 waarin de betrouwbaarheid<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/112 van 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE> van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 22 februari 2024 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2022 (06180/2024 – C9‑0110/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 70,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2019/1896 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2019 betreffende de Europese grens- en kustwacht en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1052/2013 en Verordening (EU) 2016/1624<FOOTNOTE><FIELD>PB L 295 van 14.11.2019, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 116,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 105,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0113/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verleent de uitvoerend directeur van het Europees Grens- en kustwachtagentschap kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Europees Grens- en kustwachtagentschap, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><DECISION><TI><NR>2.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 11 april 2024 over de afsluiting van de rekeningen van het Europees Grens- en kustwachtagentschap voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2172(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Grens- en kustwachtagentschap voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de EU-agentschappen betreffende het begrotingsjaar 2022, vergezeld van de antwoorden van de agentschappen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/594 van 27.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2022 waarin de betrouwbaarheid<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/112 van 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE> van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 22 februari 2024 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2022 (06180/2024 – C9‑0110/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 70,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2019/1896 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2019 betreffende de Europese grens- en kustwacht en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1052/2013 en Verordening (EU) 2016/1624<FOOTNOTE><FIELD>PB L 295 van 14.11.2019, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 116,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 105,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0113/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Europees Grens- en kustwachtagentschap voor het begrotingsjaar 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Europees Grens- en kustwachtagentschap, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><RESOL><TI><NR>3.</NR> <STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 11 april 2024 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Grens- en kustwachtagentschap voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2172(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Grens- en kustwachtagentschap voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0113/2024),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de definitieve begroting van het Europees Grens- en kustwachtagentschap (hierna “het Agentschap”) voor het begrotingsjaar 2022 volgens de staat van ontvangsten en uitgaven<FOOTNOTE><FIELD>PB C 141 van 29.3.2022, blz. 112.</FIELD></FOOTNOTE> 693 122 859 EUR bedroeg, een toename van 29,50 % ten opzichte van 2021; overwegende dat de begroting van het Agentschap voornamelijk afkomstig is uit de begroting van de Unie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat alle instellingen, organen en instanties van de Unie transparant moeten zijn en dat zij ten volle verantwoording verschuldigd zijn aan de burgers van de Unie voor de hun toevertrouwde middelen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2022 (hierna “het verslag van de Rekenkamer” genoemd) verklaart redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Agentschap betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat het Agentschap sinds december 2019 een nieuw mandaat uitvoert met een essentiële uitbreiding die aanzienlijk is op het gebied van dienstreizen en personeel en waarvoor een toereikende begroting vereist is;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de begroting van het Agentschap in 2022 aanzienlijk toenam en het personeelsbestand aanzienlijk groeide als gevolg van het uit hoofde van Verordening (EU) 2019/1896 uitgebreide mandaat;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de Rekenkamer in zijn Speciaal verslag nr. 8/2021 over de ondersteuning van het beheer van de buitengrenzen door het Agentschap heeft geconcludeerd dat er meerdere tekortkomingen waren in verband met de primaire activiteiten van het Agentschap, namelijk de monitoring van situaties, risicoanalyse, het uitvoeren van kwetsbaarheidsbeoordelingen, gezamenlijke operaties en snelle grensinterventies, terugkeeroperaties en opleiding door het Agentschap, en dat er voorafgaand aan de exponentiële verhoging van de uitgaven van het Agentschap geen behoeften- en effectbeoordeling is uitgevoerd;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>herinnert eraan dat het Agentschap, naar aanleiding van de bevindingen van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en het terugtreden van de voormalige uitvoerend directeur van het Agentschap in april 2022, een actieplan heeft opgesteld met specifieke maatregelen voor het aanpakken van diverse tekortkomingen op gebieden die vatbaar zijn voor verbetering, zoals de organisatiecultuur, de transparantie en verantwoordingsplicht en het kader voor de grondrechten; neemt kennis van, volgens het (op 24 oktober 2023 ondertekende) verslag van het Agentschap over het derde kwartaal van 2023 aan de werkgroep voor toezicht op Frontex van het Europees Parlement (Frontex Scrutiny Working Group, FSWG), de uitvoering van de meeste acties die zijn aanbevolen door de FSWG, de werkgroep van de raad van bestuur van het Agentschap inzake grondrechten en juridische en operationele kwesties (Fundamental Rights and Legal and Operations, FRaLO), de Europese Ombudsman en OLAF; verzoekt het Agentschap om het actieplan volledig uit te voeren en de kwijtingsautoriteit geïnformeerd te houden over de vorderingen ter zake; verzoekt het Agentschap prioriteit te geven aan de volledige uitvoering van alle nog uitstaande aanbevelingen van de FSWG, de werkgroep van de raad van bestuur van het Agentschap, de FRaLO, de Europese Ombudsman, de Rekenkamer en OLAF; herhaalt dat het belangrijk is om de activiteiten van het managementteam voortdurend te evalueren en te controleren, om ervoor te zorgen dat  problemen tijdig worden vastgesteld en opgelost; merkt op dat het hoofd van het nieuw opgerichte inspectie- en controlebureau, om verder gevolg te geven aan de kwesties die aan de orde zijn gesteld in het OLAF-verslag dat heeft geleid tot het terugtreden van de voormalige uitvoerend directeur van het Agentschap, een actieplan heeft opgesteld dat in januari 2023 aan de raad van bestuur is voorgelegd; verzoekt het Agentschap zijn huidige inspanningen op te voeren en alle nodige maatregelen te nemen om een volledige naleving van de EU-normen te garanderen, met name op het gebied van financieel en begrotingsbeheer, grondrechten, organisatiecultuur en transparantie; herinnert eraan dat er een tweede OLAF-onderzoek loopt naar de managementpraktijken van het Agentschap, amper negen maanden nadat het eerste OLAF-onderzoek werd afgesloten; roept het Agentschap op om beschuldigingen van wangedrag grondig te controleren en te onderzoeken; verzoekt het Agentschap om in alle onderzoeksfasen ten volle en loyaal met OLAF samen te werken en regelmatig verslag uit te brengen aan het Europees Parlement over de geboekte voortgang en de resultaten van het onderzoek;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>uit zijn bezorgdheid over de verschillende openstaande juridische kwesties en de kritiek op de betrokkenheid van het Agentschap bij schendingen van de mensenrechten, aangezien dit niet in overeenstemming is met het eigen reglement van het Agentschap en zijn verplichtingen op het gebied van de grondrechten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>wijst op de maatregelen van het Agentschap op het vlak van transparantie en controle, met name door het Parlement en de Raad een overzicht te bieden van zijn werkzaamheden via een nieuw rapportage-instrument genaamd “dashboard”; moedigt de voorzitters van de raad van bestuur van het Agentschap aan om waarnemers van het Parlement voor zijn vergaderingen te blijven uitnodigen en om te overwegen de uitnodigingen tot alle agendapunten uit te breiden, met inbegrip van punten die worden besproken met gesloten deuren, en om alle ondersteunende documenten zonder uitzondering en, indien nodig, op vertrouwelijke wijze te blijven verstrekken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Financieel en begrotingsbeheer</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>merkt op dat, na twee begrotingswijzigingen waardoor de begroting van het Agentschap voor 2022 met ongeveer 47 miljoen EUR werd verlaagd, de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht tijdens dat jaar hebben geleid tot een uitvoeringspercentage van de vastleggingskredieten van 99,40 %, een stijging van 4,70 % ten opzichte van 2021;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>merkt met bezorgdheid op dat ondanks de aanhoudende inspanningen van het Agentschap om de uitvoering van zijn begroting te verbeteren, waarvan in 2021 melding werd gemaakt, het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten (50,25 %) in 2022 laag bleef en een daling van 0,17 % ten opzichte van 2021 inhield; erkent niettemin dat de jaarlijkse waarde van de betalingen tussen 2020 en 2022 in absolute zin is gestegen; neemt kennis van de hernieuwde verklaring van het Agentschap waarin het lage uitvoeringspercentage van de begroting in verband wordt gebracht met de aard van de uitgaven van het Agentschap;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>uit zijn bezorgdheid over het feit dat de C8-middelen van het Agentschap (automatische overdracht) de afgelopen jaren steeds meer zijn toegenomen, met 240,4 miljoen EUR in 2022, terwijl die de twee voorgaande jaren 159,4 miljoen EUR (in 2021) en 102 miljoen EUR (in 2020) bedroegen; wijst in dit verband ook op de toename van de C8-middelen van het Agentschap ten opzichte van de toename van de jaarlijkse begroting van het Agentschap, die van 2019 tot 2022 met een factor 2,1 is toegenomen, terwijl de C8-middelen met een factor 2,9 zijn toegenomen; merkt op dat het niveau van de betalingen (84 %) van C8-middelen in 2022 verder is gedaald (87 % in 2021); neemt echter kennis van de opmerking van het Agentschap dat deze indicator is beïnvloed door een moeilijke situatie in de toeleveringsketen die heeft geleid tot vertragingen bij de levering van bestelde diensten en producten; verzoekt het Agentschap en de Commissie bovendien om de kwijtingsautoriteit details te verstrekken over de oorsprong en de ontwikkeling van de financiële verplichting van 9,3 miljoen EUR die in 2022 is geboekt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>neemt met bezorgdheid kennis van de “paragraaf ter benadrukking van bepaalde aangelegenheden” in het verslag van de Rekenkamer met betrekking tot de verklaring van de rekenplichtige van het Agentschap dat, voor het tweede jaar op rij, het boekhoudsysteem van het Agentschap niet kon worden gevalideerd vanwege ontbrekende informatie over een IT-systeem dat eigendom is van de Commissie en dat boekhoudkundige gegevens verstrekt; maakt uit het verslag van de Rekenkamer op dat het Agentschap in deze kwestie heeft geantwoord dat het ontbrekende onderdeel in de validering van het boekhoudsysteem van het Agentschap het missiebeheersysteem (MiPS) is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>neemt voor het derde achtereenvolgende jaar kennis van een terugkerende “paragraaf ter benadrukking van bepaalde aangelegenheden” van de Rekenkamer, op basis van de opmerkingen bij de definitieve jaarrekening van het Agentschap, betreffende een te lage opgave van de bijdrage van de met de Schengenruimte geassocieerde landen (SAC), die in 2022 3,2 miljoen EUR bedroeg, terwijl de bijdrage van de Unie met hetzelfde bedrag te hoog was opgegeven; maakt zich zorgen over het feit dat de overeenkomsten tussen de Unie en de SAC, die als rechtsgrondslag dienen voor de berekening van hun bijdragen aan de Uniebegroting, onduidelijk en voor verschillende interpretaties vatbaar zijn, wat leidt tot een lagere berekende bijdrage van de SAC van ongeveer 7 %; neemt op basis van het verslag van de Rekenkamer kennis van het antwoord van het Agentschap dat de opvattingen van de rekenplichtige van het Agentschap enerzijds en de raad van bestuur van het Agentschap, de Commissie en de SAC anderzijds over de toepassing van de berekening van de bijdrage van de SAC op basis van de huidige overeenkomsten met de SAC, uiteenlopen; merkt op dat, volgens de interpretatie van het Agentschap, de sinds 2016 gebruikte methodologie in overeenstemming is met het toepasselijke rechtskader en de overeenkomsten, en dat de raad van bestuur van het Agentschap in 2021 heeft geconcludeerd dat de berekeningsmethode voor de SAC-bijdragen niet hoefde te worden herzien; neemt kennis van de hernieuwde argumenten die de Rekenkamer aanvoert om te betogen dat de interpretatie van het Agentschap niet juist is; is van mening dat de SAC in geen geval minder dan verwacht mogen bijdragen aan de begroting van het Agentschap, en dringt aan op een herziening van de interpretatie van de methodologie door het Agentschap;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>neemt met bezorgdheid kennis van de opmerkingen in het verslag van de Rekenkamer betreffende een overschatting van de te betalen lasten voor dienstreizen van het Agentschap in 2022 en het ontbreken van geformaliseerde richtsnoeren of procedures bij het Agentschap om een consistente berekening van te betalen lasten te waarborgen; verzoekt het Agentschap om deze tekortkoming aan te pakken en verslag uit te brengen aan de kwijtingsautoriteit;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Prestaties</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>merkt op dat het Agentschap in 2022 een breed scala aan maatregelen (240) heeft gebruikt als kernprestatie-indicatoren (KPI’s) om de prestaties van de door de raad van bestuur vastgestelde activiteiten (58) te beoordelen die voortvloeien uit het enkelvoudig programmeringsdocument 2022-2024; stelt vast dat de uitvoeringsgraad van zijn jaarlijkse werkprogramma voor 2022 volgens de eigen evaluatie van het Agentschap 85,20 % bedraagt; prijst de algehele verbetering van de kwalitatieve KPI’s van het Agentschap; wijst echter op de verslechtering van sommige KPI’s van het Agentschap, zoals het percentage vertraagde betalingen, dat in 2022 20 % bedroeg (tegen 12 % in 2021);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>spreekt zijn dankbaarheid uit voor de snelle acties die het Agentschap heeft ondernomen na de illegale en niet-uitgelokte Russische invasie van Oekraïne, die ertoe heeft geleid dat miljoenen Oekraïners hun land zijn ontvlucht en in de Unie zijn aangekomen; prijst het Agentschap in dit verband voor de activering van een crisisresponsmechanisme en het opzetten van een speciaal crisisresponsteam dat 24 uur per dag, zeven dagen per week actief was; de ondertekening in recordtijd van de statusovereenkomst met Moldavië, die heeft geleid tot de start van een nieuwe gezamenlijke operatie “JO Moldova 2022”; de inzet van ongeveer 500 leden van het permanente korps aan de grens van de Unie met Oekraïne en langs de hele oostgrens van de EU, van Finland tot Roemenië; en de inzet van andere middelen (maritiem, vanuit de lucht, op het land) op 102 nieuwe operationele locaties; merkt op dat de oorlog in Oekraïne de Unie en de manier waarop de burgers van de Unie tegen de veiligheid van de Unie aankijken, heeft veranderd, vooral langs de oostelijke grenzen; benadrukt dat de Unie te maken heeft met het hoogste aantal illegale grensoverschrijdingen sinds 2016;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>neemt kennis van de diverse initiatieven die het Agentschap in 2022 heeft genomen, waaronder de ondertekening van een statusovereenkomst met Noord-Macedonië en een memorandum van overeenstemming en een operationeel actieplan met Cyprus, alsmede de verdubbeling van de aanwezigheid van het Agentschap in de gezamenlijke operatie “JO Serbia Land 2022” en de opening van een nieuw operationeel gebied aan de Servisch-Hongaarse grens; wijst erop dat het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft geoordeeld dat de activiteiten van Hongarije niet in overeenstemming zijn met de terugkeerrichtlijn en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; stelt met bezorgdheid vast dat het Agentschap, hoewel het had aangegeven dat het de operaties in Hongarije in 2021 had stopgezet, de terugkeeroperaties van Hongarije toch is blijven ondersteunen; herhaalt de verzoeken van de FSWG aan de uitvoerend directeur van het Agentschap om de operaties in Hongarije op te schorten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>merkt op dat het Agentschap het proefproject met betrekking tot de detachering van verbindingsfunctionarissen van de lidstaten in het hoofdkantoor van het Agentschap heeft afgerond en geëvalueerd; is verheugd dat er een interne evaluatie van dat proefproject is uitgevoerd en dat het Agentschap heeft besloten deze vorm van samenwerking met de lidstaten voort te zetten; verzoekt alle lidstaten verbindingsfunctionarissen te detacheren bij het Agentschap;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>merkt op dat de operationele activiteiten die in 2022 werden uitgevoerd aan de landsgrenzen resulteerden in circa 49 000 gemelde incidenten waarbij 26 000 irreguliere migranten en 700 smokkelaars zijn aangehouden; neemt kennis van de inspanningen van het Agentschap die hebben geleid tot de terugkeer per vliegtuig van 24 850 onderdanen van niet-EU-landen (toename van 35 % ten opzichte van 2021), waarvan 9 919 personen op 291 chartervluchten naar 32 terugkeerlanden en 14 931 personen (toename van 84 % ten opzichte van 2021) op 8 789 lijnvluchten naar 116 terugkeerlanden; neemt voorts kennis van de inspanningen van het Agentschap in het kader van alle gezamenlijke operaties op zee in 2022, die hebben geleid tot de opsporing van 1 105 facilitatoren en 11 mensensmokkelaars, de inbeslagneming van tientallen tonnen gesmokkelde drugs en de redding van duizenden migranten; neemt tegelijkertijd kennis van de vele recente tragedies van schipbreuken en andere dodelijke incidenten met migranten op de Middellandse Zee; verzoekt het Agentschap zijn volledige medewerking te verlenen aan het onderzoek van de Ombudsman; merkt op dat het Agentschap in 2022 1 422 multifunctionele surveillancemissies heeft uitgevoerd, waarbij 1 177 voorvallen en 51 362 migranten zijn gedetecteerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>neemt kennis van de toename van de door Frontex ondersteunde vrijwillige terugkeer van 26 % in 2021 tot 39 % in 2022; prijst de uitvoering van de eerste volwaardige door Frontex geleide terugkeeroperaties, waarbij het Agentschap – de rol van de organiserende lidstaat overnemend – tachtig onderdanen van derde landen heeft teruggestuurd naar Albanië en Nigeria; neemt kennis van het verslag van het Agentschap getiteld “Cooperation between Frontex and third countries in 2022”, waarin het Agentschap ingaat op zijn activiteiten in het kader van de externe dimensie, zoals verdere ontwikkeling van de dialoog en samenwerking met verschillende partners (bijvoorbeeld Westelijke Balkan, Oostelijk Partnerschap, Afrika en het Midden-Oosten); zijn werkzaamheden inzake gegevensbeschermingsnormen en grondrechten; verlening van technische en operationele bijstand aan derde landen om onder meer grensoverschrijdende criminaliteit te bestrijden en capaciteitsopbouwacties (zoals opleidingen); uit zijn bezorgdheid over sommige meldingen die wijzen op de eventuele betrokkenheid van het Agentschap bij mensenrechtenschendingen, onder meer bij zijn activiteiten in het kader van de externe dimensie, met name de vermeende facilitering van illegale pushbacks aan de buitengrenzen van de Unie; merkt op dat het Agentschap volgens recente informatie van het Agentschap de afgelopen drie jaar coördinaten van migranten in nood heeft gedeeld met Libische actoren; neemt kennis van twee nog niet afgehandelde meldingen van ernstige incidenten met betrekking tot onderscheppingen van migranten door Tareq Bin Zeyad na opsporing door het Agentschap;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>is ingenomen met het eerste verslag van het Agentschap over de werking van Eurosur, een belangrijk instrument dat bedoeld is om het situationeel bewustzijn te verbeteren en het reactievermogen op het gebied van grensbeheer te vergroten door middel van informatie-uitwisseling en samenwerking tussen de lidstaten en het Agentschap; neemt met waardering kennis van dat verslag over de vooruitgang die is geboekt op verschillende gebieden, zoals de technische ontwikkelingen van de toepassingen die voor Eurosur-doeleinden worden gebruikt, de ontwikkeling van 17 diensten in het kader van de Fusion Services van Frontex (met een relatief groot aantal dienstverleningsverzoeken van lidstaten om satellietbeelden en kustmonitoring), en de ontwikkeling van een routekaart voor het herontwerp en de ontwikkeling van Eurosur 2.0 met als doel uiterlijk in 2026 volledige interoperabiliteit van de verschillende toepassingen en systemen te bereiken; neemt kennis van het geconsolideerde jaarlijkse activiteitenverslag 2022 van het Agentschap over de vooruitgang die het in 2022 heeft geboekt met betrekking tot Eurosur en verzoekt het Agentschap zijn inspanningen te versnellen om Eurosur volledig in overeenstemming te brengen met de vereisten van Verordening (EU) 2019/1896 en de uitvoeringsverordeningen voor Eurosur;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>prijst het Agentschap voor de aanzienlijke vooruitgang die in 2022 is geboekt bij de oprichting van de centrale eenheid van het Europees reisinformatie- en -autorisatiesysteem (Etias) door middel van activiteiten als de ontwikkeling van interne regels en procedures, een strategie voor de middellange termijn en een kader voor het aangaan van verplichtingen, een bedrijfsimpactanalyse, het opstellen van plannen voor beveiliging, bedrijfscontinuïteit en calamiteiten en het uitvoeren van de eerste risicobeoordeling door de centrale Etias-eenheid; neemt er kennis van dat het Agentschap voor de oprichting van de centrale Etias-eenheid in 2022 de aanwerving van de tweede groep personeelsleden van de eenheid heeft afgerond, waardoor het 55 % van alle geplande posten heeft opgevuld, en andere aanwervingsprocedures in gang heeft gezet; is verheugd dat de Commissie in 2022 met steun van het Agentschap een voorlichtingscampagne heeft opgezet om Etias te promoten onder de burgers van zestig visumvrije landen; neemt kennis van de andere operationele resultaten van het Agentschap, zoals de in gang gezette ontwikkeling van een nieuwe commandostructuur voor het permanente korps met één operationele coördinatiestructuur en de delegatie van meer besluitvormingsverantwoordelijkheden naar het veld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>is ingenomen met het jaarverslag van het Agentschap over de praktische toepassing van Verordening (EU) nr. 656/2014 inzake de maritieme operaties van het Agentschap in 2022, te weten de gezamenlijke operaties Themis (Italië), Poseidon (Griekenland), Indalo (Spanje), Opal Coast (België en Frankrijk) en de multifunctionele maritieme operatie Zwarte Zee (Bulgarije en Roemenië); neemt kennis van de opmerking van het Agentschap dat er een asymmetrie bestaat tussen de normen en voorschriften die overeenkomstig Verordening (EU) nr. 656/2014 van toepassing zijn op het Agentschap en de normen en voorschriften die van toepassing zijn op andere actoren (bijvoorbeeld NAVO, EMSA, EFCA) die betrokken zijn bij maritieme operaties, terwijl deze actoren, wanneer zij met steun van het Agentschap optreden, het internationale zeerecht volgen; steunt het Agentschap bij het verkennen van de mogelijkheden om in de toepasselijke statusovereenkomsten soortgelijke normen als die van Verordening (EU) nr. 656/2014 op te nemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>benadrukt het belang van een sterk, doeltreffend en goed functionerend Agentschap, dat de lidstaten kan bijstaan bij het beheer van de gemeenschappelijke buitengrenzen van de Unie en dat kan zorgen voor een geïntegreerd grensbeheer, zodat die grenzen efficiënt en met volledige eerbiediging van de grondrechten worden beheerd; beseft dat het Agentschap en de lidstaten gedeelde verantwoordelijkheden hebben bij het nakomen van de verplichtingen op het vlak van de grondrechten; wijst erop dat het doeltreffende en rechtvaardige beheer van de buitengrenzen van cruciaal belang is voor de bescherming van het Schengengebied als een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht; wijst erop dat nauwe samenwerking en overeenkomsten met derde landen op het gebied van overnameovereenkomsten, technische bijstand, opleiding en wettige terugkeeractiviteiten, in combinatie met ontwikkelingshulp, belangrijk zijn om een doelmatig Uniegrensbeheer te bevorderen indien de grondrechten daarbij volledig in acht worden genomen; dringt er bij het Agentschap en de lidstaten op aan structuren voor samenwerking, informatie-uitwisseling en de uitwisseling van beste praktijken verder te ontwikkelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>erkent de sleutelrol die grondrechtenfunctionaris (FRO) sinds 2021 speelt bij de uitvoering van diverse grondrechtenaanbevelingen van de Europese Ombudsman, de FSWG en de FRaLO; maakt uit het jaarverslag van de grondrechtenfunctionaris van het Agentschap voor 2022 (het “verslag van de grondrechtenfunctionaris”) op dat het merendeel van deze aanbevelingen is uitgevoerd; verzoekt het Agentschap zijn volledige medewerking te verlenen aan de grondrechtenfunctionaris en al zijn aanbevelingen uit te voeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>herinnert eraan dat het Agentschap en de betrokken autoriteiten van de lidstaten aangewezen zijn om sterke en goed beschermde Europese buitengrenzen te waarborgen, met inachtneming van de grondrechten en de verplichtingen op het gebied van internationale bescherming; merkt op dat de grondrechtenfunctionaris in zijn advies van 1 september 2022 heeft geconcludeerd dat aan de voorwaarden voor toepassing van artikel 46 van de Frontex-verordening was voldaan; stelt bovendien vast dat de werkgroep voor de grondrechten van het Agentschap uit hoofde van artikel 46 een reeks aanbevelingen heeft gedaan met betrekking tot de grondrechten in Griekenland, waarvan er in oktober 2023 vier volledig waren uitgevoerd; merkt op dat de werkgroep van het Agentschap voornemens is toezicht te houden op de verdere voortgang en dat de toepassing van de aanbevolen maatregelen wordt voortgezet; dringt erop aan prioriteit te geven aan de volledige uitvoering van alle aanbevelingen en roept het Agentschap op het Parlement te blijven informeren over de geboekte vooruitgang;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>neemt kennis van het onderzoek van de Europese Ombudsman naar de rol van het Agentschap bij opsporings- en reddingsoperaties (OI/3/2023/MHZ), dat is gestart na de tragedie met de Adriana in juni 2023; neemt met bezorgdheid kennis van de conclusies van de Ombudsman dat het Agentschap niet in staat is zijn verplichtingen op het gebied van de grondrechten na te komen en te veel afhankelijk is van de lidstaten om op te treden wanneer migranten in nood verkeren, omdat het Agentschap geen interne richtsnoeren voor het afgeven van noodsignalen heeft en de toezichthouders voor de grondrechten van het Agentschap niet altijd voldoende worden betrokken bij besluiten over noodsituaties, en dat er sinds de tragedie met de Adriana geen toereikende wijzigingen zijn aangebracht om te voorkomen dat dergelijke incidenten zich opnieuw voordoen; herinnert eraan dat de kwijtingsautoriteit in eerdere kwijtingsresoluties herhaaldelijk op deze tekortkomingen heeft gewezen en betreurt dat de kwestie nog steeds onopgelost is; neemt kennis van de oproep van de Ombudsman aan het Agentschap om de vastgestelde tekortkomingen aan te pakken, en van zijn oproep aan het Parlement, de Commissie en de Raad om een onafhankelijke onderzoekscommissie op te richten om de zaak te onderzoeken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>is verheugd over het besluit van de raad van bestuur van het Agentschap van 20 juli 2022 dat de samenwerking en communicatie tussen de verschillende entiteiten van het Agentschap, waaronder het raadgevend forum en de grondrechtenfunctionaris, heeft versterkt door middel van regels voor de uitvoerend directeur en de raad van bestuur van het Agentschap om het raadgevend forum te informeren over de follow-up van de aanbevelingen van het raadgevend forum en ervoor te zorgen dat actie wordt ondernomen met betrekking tot de aanbevelingen van de grondrechtenfunctionaris; is ingenomen met de goedkeuring in 2022 van de operationele standaardprocedure voor artikel 46 van Verordening (EU) 2019/1896 en de operationele standaardprocedure voor de werkmethoden in verband met de onderzoeksbevoegdheden van de grondrechtenfunctionaris;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>stelt op prijs dat er, naar aanleiding van de aanbevelingen voor een doeltreffend grensagentschap dat de grondrechten eerbiedigt en met het oog op een verbetering van de verantwoordingsplicht, de regelmatigheid en de wettigheid van alle activiteiten van het Agentschap, nog eens 22 toezichthouders voor de grondrechten extern zijn aangeworven; herinnert eraan dat alle toezichthouders voor de grondrechten zo spoedig mogelijk via de geschikte procedures op AD-niveau moeten worden aangeworven; merkt op dat er op basis van het geactualiseerde mandaat van het Agentschap in de toekomst behoefte zal zijn aan extra toezichthouders voor de grondrechten; is ingenomen met het feit dat de toezichthouders voor de grondrechten voor in totaal 1 183 dagen zijn ingezet en dat daarbij 50 landen zijn bezocht, wat een aanzienlijke toename is ten opzichte van het voorgaande jaar;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>wijst erop dat de directe en indirecte betrokkenheid van het Agentschap bij grensbeheer- en grensbewakingsactiviteiten hand in hand moet gaan met eerbiediging van de grondrechten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>wijst op basis van het verslag van de grondrechtenfunctionaris op een verdere toename van het aantal meldingen van ernstige incidenten, van 62 in 2021 naar 72 in 2022, die allemaal vallen onder de operationele standaardprocedure zoals gewijzigd in 2021; prijst de grondrechtenfunctionaris voor de ontwikkeling van procedures ter standaardisering van de wijze waarop het bureau van het Agentschap de ontvangen informatie over incidenten evalueert en verwerkt; merkt op dat in 2022 in de meeste zaken betreffende meldingen van ernstige incidenten (38 van de 72) de ingezette functionarissen van het Agentschap de primaire informatiebron waren, maar dat de grondrechtenfunctionaris ook gebruikmaakte van andere informatiebronnen, zoals de media (4 zaken) en niet-gouvernementele organisaties (10 zaken); herinnert eraan dat de noodzakelijke aanvullende herziening van de operationele standaardprocedure voor het mechanisme inzake meldingen van ernstige incidenten vertraging heeft opgelopen; verwacht dat het Agentschap uitvoering geeft aan de aanbevelingen van de grondrechtenfunctionaris als beschreven in zijn jaarverslag over 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>maakt uit het verslag van de grondrechtenfunctionaris op dat de grondrechtenfunctionaris in 2022 in totaal 69 klachten heeft ontvangen (een stijging ten opzichte van de 27 klachten in 2021); merkt voorts op dat negen van die klachten ontvankelijk zijn verklaard (een stijging ten opzichte van de zes in 2021), en is ingenomen met de herziene regels voor het klachtenmechanisme die de raad van bestuur van het Agentschap in 2022 heeft aangenomen en die voorzien in betere termijnen en een adequate follow-up; prijst de grondrechtenfunctionaris voor zijn extra inspanningen met betrekking tot het klachtenmechanisme, zoals bewustmakingsacties, door bijvoorbeeld het actualiseren van het voorlichtingsmateriaal en het uitvoeren van capaciteitsopbouwactiviteiten in de vorm van opleidingen voor de ingezette functionarissen van het Agentschap en lokale partners tijdens bezoeken aan de operationele gebieden van het Agentschap;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>prijst het Agentschap voor de vooruitgang die is geboekt bij de uitvoering van het actieplan voor de grondrechten, dat 87 activiteiten omvat; maakt uit het verslag van de grondrechtenfunctionaris op dat 18 van deze activiteiten volledig zijn uitgevoerd (d.w.z. dat er geen verdere actie nodig is), 62 lopende zijn (d.w.z. op systematische wijze en op doorlopende basis worden uitgevoerd), er 1 gedeeltelijk is uitgevoerd en 6 vertraging hebben opgelopen; betreurt deze vertragingen en roept het Agentschap op om snel vooruitgang te boeken met betrekking tot de openstaande acties; herinnert in dit verband aan de belangrijke rol die de toezichthouders voor de grondrechten spelen, onder meer in verband met hun toegang tot de operationele gebieden en hun nauwe samenwerking met het operationele personeel van het Agentschap, alsook aan hun inspanningen bij de uitvoering van de activiteiten in het kader van het actieplan voor de grondrechten (onder meer nrs. 23, 63 en 83); prijst het feit dat de operationele standaardprocedure voor de rollen en verantwoordelijkheden van de toezichthouders voor de grondrechten in het kader van de operationele activiteiten van het Agentschap is afgerond en goedgekeurd; is verheugd over de oprichting begin 2022 van een netwerk van contactpunten voor de grondrechten in alle afdelingen van het Agentschap teneinde op alle werkterreinen expertise op het gebied van de grondrechten te ontwikkelen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Efficiëntie en verbeteringen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>prijst het Agentschap voor zijn nauwe samenwerking en/of het delen van middelen met verschillende agentschappen en andere belanghebbenden, zoals de Commissie, de lidstaten of derde landen; wijst op de horizontale voordelen van samenwerking en de toepassing van beste praktijken, en merkt op dat gezamenlijke initiatieven verschillende perspectieven samenbrengen, dubbel werk verminderen, het leerproces verbeteren en de relaties tussen de deelnemers versterken; neemt in deze zin kennis van de acties van het Agentschap in verband met onder andere de onderhandelingen over de vernieuwing van de werkregelingen die structuur geven aan de bilaterale samenwerking met verschillende agentschappen op het gebied van justitie en binnenlandse zaken (JBZ); de overplaatsing van een deel van haar personeel naar eu-LISA voor de periode 2022-2024 voor EES- en Etias-gerelateerde projecten en naar Europol vanaf 1 januari 2024 voor projecten met betrekking tot de interoperabiliteit van de systemen van de Unie; en de regelmatige bijdragen van het Agentschap aan de jaarlijkse werkprogramma’s van andere agentschappen om de activiteiten op elkaar af te stemmen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>neemt in het bijzonder kennis van de samenwerking van het Agentschap, door middel van een tripartiete werkregeling, met het Europees Bureau voor visserijcontrole (EFCA) en het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (EMSA) met het oog op het coördineren en delen van middelen op verschillende gebieden, zoals het delen van informatie, surveillance- en communicatiediensten of het delen van capaciteit; waardeert de lancering van multifunctionele maritieme operaties (MMO’s), in het kader waarvan verschillende kustwachtfuncties worden samengevoegd tot één operatie die raakt aan de mandaten van deze drie agentschappen en die de sector- en grensoverschrijdende samenwerking verbetert; is verheugd dat het MMO-concept verder is ontwikkeld in de vorm van de MMO Zwarte Zee van augustus tot november 2022 in samenwerking met het EFCA, het EMSA en zes autoriteiten uit Roemenië en Bulgarije; is voorts ingenomen met het feit dat deze drie agentschappen zijn overeengekomen om de uitvoering van het MMO-concept in 2023 uit te breiden naar de Adriatische Zee en de Oostzee;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>steunt de plannen van het Agentschap met betrekking tot het ontwerp en de bouw van een nieuw gebouw voor zijn toekomstige hoofdkantoor (permanente kantoorruimte), overwegende dat dit gebouw naar verwachting aan de hoogste duurzaamheidsnormen zal voldoen en gedurende zijn gehele levensduur milieuvriendelijk blijft; merkt op dat de aanbestedingsprocedure, die in juli 2022 is gelanceerd, gebaseerd is op de richtsnoeren voor groene overheidsopdrachten; merkt voorts op dat het Agentschap in deze context een concept heeft ontwikkeld dat is geworteld in het idee van activiteitsgestuurd werken op basis van de onderliggende beginselen van tijd- en plaatsonafhankelijk werken, diversiteit van werkruimten en nadruk op samenwerking tussen entiteiten en kennisuitwisseling, en dat eerst zal worden getest in de huidige kantoorruimte van het Agentschap; verzoekt het Agentschap de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de resultaten van die test en de follow-up daarvan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>merkt op dat het Agentschap op weg naar de integratie van milieuduurzaamheid in al zijn processen, beleidsmaatregelen en operaties, en uiteindelijk naar koolstofneutraliteit in 2050, in 2021 een studie heeft uitgevoerd, die in 2022 is gepubliceerd, met de titel “The Green Deal and the European Border and Coast Guard (EBCG)”, die voornamelijk is gebaseerd op casestudy’s van beste praktijken in verschillende internationale organisaties (zoals de Europese Centrale Bank, het Franse Ministerie van Binnenlandse Zaken, het Amerikaanse Ministerie van Binnenlandse Veiligheid enz.); stelt met tevredenheid vast dat in het verslag tien verschillende gebieden worden genoemd (waaronder duurzaamheid in operationele activiteiten waar de EBCG-gemeenschap de grootste impact op het milieu heeft) met routekaarten voor de korte, de middellange en de lange termijn; merkt op dat het kader inzake veranderingsmanagement, de systemen voor verslaglegging en risicobeheer en de invoering en certificering van EMAS van fundamenteel belang zijn voor de succesvolle transformatie die het Agentschap samen met EBCG-gemeenschap nastreeft;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>merkt op dat het Agentschap milieucriteria integreert in zijn aanbestedingsprocedures voor bijvoorbeeld vluchten, catering en de permanente kantoorruimte van het Agentschap; erkent echter dat de specifieke kenmerken van de aankopen van het Agentschap (bijvoorbeeld aankopen van lichaamsbepantsering) de integratie van die criteria niet altijd mogelijk maken; neemt voorts kennis van het externe consultancyproject van het Agentschap voor het vaststellen van een referentie voor het meten van de energie- en milieuvoetafdruk van het personeel en van technische operationele apparatuur, alsook van de proefopleiding ecorijden die is gegeven aan een groep leden van het permanente korps en de opname van een bewustmakingsopleiding over ecorijden in de onlinebasisopleiding voor nieuwkomers (leden van het permanente korps);</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Personeelsbeleid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>waardeert de aanhoudende inspanningen van het Agentschap en de cruciale verbeteringen die, zij het met vertraging, zijn doorgevoerd op het gebied van aanwerving; stelt vast dat de personeelsformatie op 31 december 2022 voor 88,46 % was ingevuld (82 % in 2021), aangezien er van de 1 300 tijdelijke functionarissen die in het kader van de begroting van de Unie zijn toegestaan 1 150 tijdelijke functionarissen waren aangesteld; merkt op dat er daarnaast 723 arbeidscontractanten (onder wie 11 uit de externe begroting gefinancierde personeelsleden) en 190 gedetacheerde nationale deskundigen voor het Agentschap werkten (terwijl in 2022 964 arbeidscontractanten en 220 gedetacheerde nationale deskundigen waren toegestaan voor het Agentschap); is ingenomen met een stijging voor het tweede jaar op rij (met ongeveer 6,5 % ten opzichte van 2021) van de bezettingsgraad van het Agentschap dankzij de aanwerving in 2022 van 509 nieuwkomers, wat leidde tot een nettotoename van het totale aantal personeelsleden van het Agentschap van 1 554 in 2021 tot 2 063 in 2022, en in het bijzonder een toename van het aantal vaste functionarissen van categorie 1, van 595 in 2021 tot 963 in 2022; is in dit verband verheugd dat er 65 nieuwe personeelsleden zijn aangeworven en in dienst genomen voor de centrale Etias-eenheid, evenals 22 nieuwe toezichthouders voor de grondrechten, terwijl het Agentschap op 31 december 2022 44 (46 per 1 september 2023) posten voor toezichthouders voor de grondrechten had vervuld, waardoor de volledige uitvoering van het uitgebreide mandaat van het Agentschap dichterbij komt; merkt bovendien op dat in oktober 2022 de pool van toezichthouders voor gedwongen terugkeer 60 toezichthouders uit 24 lidstaten van de Unie en de SAC telde, onder wie 5 uit de pool van toezichthouders voor de grondrechten; is ingenomen met de dalende trend in de jaarlijkse vacaturegraad van het Agentschap in alle soorten contracten in zowel pijler A als B;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>neemt met diepe bezorgdheid kennis van het voor 2022 gerapporteerde genderevenwicht op het niveau van het hoger en middenmanagement: 19 mannen (79 %) en 7 vrouwen (21 %), op het niveau van de raad van bestuur: 54 mannen (87 %) en 8 vrouwen (13 %), en op het niveau van het totale personeel van het Agentschap: 1 473 mannen (71 %) en 590 vrouwen (29 %); herinnert eraan dat het belangrijk is te zorgen voor genderevenwicht en verzoekt het Agentschap met dit aspect rekening te houden bij toekomstige aanwervingen van personeelsleden en benoemingen in haar hoger en middenmanagement; verzoekt de Commissie en de lidstaten om er bij het voordragen van kandidaten voor de raad van bestuur van het Agentschap rekening mee te houden dat het genderevenwicht moet worden gewaarborgd; neemt kennis van het verslag van het Agentschap getiteld “Frontex’s individual follow-up report for the 2021 budgetary discharge” (hierna het “follow-upverslag van het Agentschap” genoemd) over de maatregelen en initiatieven die het Agentschap heeft genomen om het genderevenwicht te verbeteren; merkt op dat ondanks deze inspanningen de doelstelling van het Agentschap om op alle managementniveaus een niveau van ten minste 40 % van het ondervertegenwoordigde geslacht te behalen, nog lang niet is verwezenlijkt; verzoekt het Agentschap deze situatie aan te pakken en daarover verslag uit te brengen aan de kwijtingsautoriteit; maakt niettemin uit het follow-upverslag van het Agentschap op dat het genderevenwicht wordt gemonitord door ook rekening te houden met vijf grote personeelscategorieën waarvan de pool waaruit wordt aangeworven (nationale rechtshandhavingsdiensten) voor sommige functies, zoals leidinggevende functies, voornamelijk uit mannen bestaat; maakt niettemin uit dat het follow-upverslag op dat het Agentschap in de categorie administratieve posten in mei 2023 een bijna ideaal genderevenwicht heeft bereikt (417 mannen en 426 vrouwen);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>is verheugd over de uitgebreide maatregelen en het beleid van het Agentschap tegen intimidatie, dat steunt op vertrouwenspersonen (17 personeelsleden, van wie er 6 tot het team van het permanente korps behoren), wier rol essentieel is voor de bescherming van de waardigheid van het personeel van het Agentschap en het voorkomen van pesterijen en seksuele intimidatie; is ingenomen met het follow-upverslag van het Agentschap over de reeds uitgevoerde en nog lopende acties, en met de lijst van voorgestelde maatregelen, die allemaal gericht zijn op nultolerantie ten aanzien van seksuele intimidatie in het kader van alle activiteiten van het Agentschap; verzoekt het Agentschap proactief te blijven optreden en zijn actieplan met maatregelen ter bestrijding van intimidatie volledig uit te voeren; benadrukt dat dit een essentieel onderdeel is bij de hervorming van de organisatiecultuur van het Agentschap en verzoekt het Agentschap periodiek verslag uit te brengen over de geboekte vooruitgang in dit verband;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>maakt met bezorgdheid uit de antwoorden van het Agentschap op schriftelijke vragen van het Parlement op dat in 2022 31 anonieme gevallen van intimidatie (pesterijen: 27 en seksuele intimidatie: 4) werden gemeld, waarvan 22 zaken in de anonieme fase werden gesloten, 4 zaken zich in de bemiddelingsprocedure met de vermeende pester bevonden en voor 5 zaken een formele procedure werd geopend; merkt voorts op dat er in 2022 elf procedures naar aanleiding van pesterijen (zeven) of seksuele intimidatie (vier) werden geopend, terwijl vijf procedures na de eerste beoordelingsfase werden gesloten en in zes procedures aanbevelingen werden gedaan die varieerden van het volgen van bewustmakingscursussen over intimidatie tot de beëindiging van het contract; verzoekt het Agentschap elk openstaand geval zorgvuldig te beoordelen en een nultolerantiebenadering te hanteren ten aanzien van pesterijen, seksuele of andere soorten intimidatie, en degenen die verantwoordelijk zijn voor dit wangedrag snel ter verantwoording te roepen; neemt kennis van de conclusie van het Agentschap in zijn follow-upverslag over het heropende onderzoek met betrekking tot de tragische dood van een personeelslid in 2020 dat er geen sprake was van intimidatie en dat er dus ook geen direct of indirect verband tussen de zelfmoord van het vermeende slachtoffer en de werkomgeving kon worden vastgesteld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>prijst het Agentschap voor het grote aantal opleidingen dat in 2022 aan zijn personeel is aangeboden; merkt in dit verband op dat het Agentschap 21 specialisatiecursussen voor permanente korpsen van categorie 1 (met 1 194 deelnemers), 15 verschillende cursussen voor permanente korpsen van categorie 2 en 3 (met meer dan 1 450 deelnemers), 34 cursussen voor verschillende categorieën functionarissen (met bijna 4 000 deelnemers) en een uitgebreid basisopleidingsprogramma voor 325 functionarissen van het permanente korps heeft verzorgd, terwijl grondrechtenaspecten, waaronder gegevensbescherming, een centraal onderdeel van de opleidingen bleven; neemt voorts kennis van de goedkeuring van het handvest voor diversiteit en inclusie en van de diverse maatregelen die het Agentschap heeft genomen voor de integratie van personen met een handicap en ter verbetering van het welzijn van het personeel en het evenwicht tussen werk en privéleven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>neemt met bezorgdheid kennis van de door de Europese Ombudsman verstrekte informatie over de functionarissen van het permanente korps van het Agentschap die vóór 5 oktober 2022 wachtdiensten uitvoerden waarvoor zij geen financiële compensatie hebben ontvangen; is in verband hiermee bezorgd over het feit dat de Ombudsman wegens gebrek aan aanvullende informatie en een passend onderzoek, concludeerde dat het onduidelijk blijft waarom het Agentschap meent dat er geen rechtsgrond bestaat om de nodige betalingen te doen; dringt er bij het Agentschap op aan om een specifieke taskforce op te zetten teneinde alle verklaringen met betrekking tot wachtdiensten die vóór 5 oktober 2022 zijn uitgevoerd, te verzamelen en te controleren en de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de geboekte vooruitgang in verband met deze kwestie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>toont zich ingenomen met de stappen die het Agentschap heeft ondernomen om een transitieproces te doorlopen, de managementcultuur te verbeteren en het welzijn van het personeel te bevorderen; verzoekt het nieuwe management zich te blijven inzetten voor een grondige hervorming van de organisatiecultuur van het Agentschap;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aanbesteding</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>neemt kennis van de opmerking in het verslag van de Rekenkamer over een verhoging (van 79 000 EUR tot 502 900 EUR na vier wijzigingen) van de waarde van een contract boven de limiet (50 %) die krachtens het Financieel Reglement (artikel 172, lid 3, punt a), iii)) is toegestaan; merkt op dat de verhoging heeft geleid tot betalingen waarvan 384 000 EUR onregelmatig was; erkent in dit verband het antwoord van het Agentschap dat om de aanwerving van leden van het permanente korps niet te vertragen, uitzonderingen op de regels nodig waren, die werden geregistreerd in het register van uitzonderingen en gevallen van niet-naleving van de regels van het Agentschap;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>merkt op dat het Agentschap in 2022 53 openbare aanbestedingen heeft uitgeschreven, waarvan er 20 hebben geleid tot ondertekende contracten met een totale waarde van 140,5 miljoen EUR, en dat er nog 25 lopen, met een geschatte waarde van 486,51 miljoen EUR; merkt voorts op dat het Agentschap 33 procedures met een lage en middelhoge waarde heeft uitgevoerd (onderhandelingen met 3 respectievelijk 5 gegadigden) met een totale waarde van 3,4 miljoen EUR, waarvan er 20 in 2022 hebben geresulteerd in ondertekende contracten met een totale waarde van 2,03 miljoen EUR, en er nog 4 lopen, met een totale waarde van 524 000 EUR; merkt daarnaast op dat het Agentschap in 2022 228 procedures met een zeer geringe waarde (onderhandelingen met één gegadigde) met een totale waarde van 1,62 miljoen EUR heeft uitgevoerd; merkt ten slotte op dat 1 116 procedures in het kader van bestaande kaderovereenkomsten met een totale waarde van 188,9 miljoen EUR in 2022 zijn uitgevoerd, waarvan er 983 hebben geleid tot ondertekende specifieke contracten of bestelformulieren, met een totale waarde van 153,4 miljoen EUR, terwijl er nog 32 met een totale waarde van 16,6 miljoen EUR lopen; constateert een daling met ongeveer 15 % van de totale waarde van de afgeronde aanbestedingsprocedures, van 406,9 miljoen EUR in 2021 tot 348,5 miljoen EUR in 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>prijst de inspanningen van het Agentschap in 2022 om strategisch belangrijke contracten in de wacht te slepen op gebieden die variëren van de levering van interim-personeelsdiensten tot de levering van diensten voor geografische informatiesystemen, geospatiale inlichtingen en inlichtingen uit beelden; merkt op dat er aanzienlijke vooruitgang is geboekt in kritieke aanbestedingsprocedures, voor aanzienlijke bedragen, met betrekking tot de permanente kantoorruimte van het Agentschap (140 miljoen EUR), de levering van reisgerelateerde diensten (666 miljoen EUR) en infrastructuur- en softwaregerelateerde diensten (32 miljoen EUR);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>merkt op dat het Agentschap verslag heeft uitgebracht over verbeteringen in de planning van en het toezicht op het jaarlijkse aanbestedingsplan; verzoekt de IAS dit plan op te nemen in toekomstige controles;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat het cv en de belangenverklaring van de leden van de raad van bestuur en het uitvoerend management van het Agentschap worden gepubliceerd op de website van het Agentschap; merkt voorts op dat in 2022 vijf klokkenluiderszaken zijn behandeld, waarvan drie zaken zijn afgesloten of in de voorlopige beoordelingsfase zijn voltooid en twee zaken momenteel door OLAF worden onderzocht; verzoekt de betrokkenen en het Agentschap om volledige medewerking te verlenen aan OLAF tijdens het onderzoek; merkt tot slot op dat er in 2022 geen gevallen van belangenconflicten zijn onderzocht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>neemt kennis van het antwoord van het Agentschap op schriftelijke vragen van het Parlement dat het Agentschap werkt aan een beleid voor toezicht op de naleving van de regels door het huidige en voormalige hogere personeel van het Agentschap met betrekking tot “draaideursituaties”; verzoekt het Agentschap om de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de vorderingen op dit gebied; herhaalt zijn verzoek aan het Agentschap om ook voor de leden van de raad van bestuur beginselen, procedures en specifieke mechanismen voor het voorkomen van belangenconflicten en het tegengaan van “draaideursituaties” vast te stellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>neemt kennis van het antwoord aan de kwijtingsautoriteit waarin informatie wordt verschaft over de contacten en bijeenkomsten die in 2022 werden geregistreerd en gedocumenteerd in het transparantieregister van het Agentschap; neemt kennis van de verschillende door het Agentschap georganiseerde bijeenkomsten (“Industry Days”) waar bedrijven uit de sector in de gelegenheid werden gesteld om hun producten en diensten te presenteren die grensbeheeractiviteiten kunnen ondersteunen en waar de dialoog tussen de EBCG-gemeenschap en de sector werd aangemoedigd; merkt op dat het Agentschap in het kader van de Industry Days 2022 277 aanmeldingen in verband met oplossingen heeft ontvangen, 88 bedrijven heeft uitgenodigd om hun technologieën te demonstreren en onlinesessies heeft georganiseerd waar informatie over 175 oplossingen werd gedeeld; is verheugd dat de lijst van deelnemende bedrijven op de website van het Agentschap wordt gepubliceerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>maakt uit het jaarlijkse activiteitenverslag van het Agentschap op dat het transparantiebureau van het Agentschap een aanzienlijk hoger aantal verzoeken (469) om toegang van het publiek tot documenten (public access to documents, PAD) heeft verwerkt, hetgeen neerkomt op een stijging van bijna 34 % op jaarbasis; merkt voorts op dat in de in 2022 opgezette website voor het openbaar register van documenten van het Agentschap ongeveer 1 900 belangrijke documenten zijn geüpload; neemt kennis van de conclusies van de Europese Ombudsman op basis van zijn initiatiefonderzoek (zaak OI/2022/PB) dat het Agentschap stelselmatig te veel tijd neemt om PAD-verzoeken te verwerken, in het bijzonder wanneer het een groot aantal documenten betreft en wanneer het Agentschap van mening is dat het verzoek onnauwkeurig is, en dat dit neerkomt op wanbeheer; betreurt het feit dat het Agentschap de aanbeveling van de Ombudsman niet heeft aanvaard en roept het Agentschap op prioriteit te geven aan het sneller en transparanter behandelen van PAD-verzoeken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>erkent dat er een algemeen vermoeden van niet-openbaarmaking bestaat voor documenten die betrekking hebben op lopende onderzoeken van OLAF<FOOTNOTE><FIELD>Het Gerecht heeft verklaard dat “een algemene toegang tot de documenten van het dossier van OLAF krachtens Verordening nr. 1049/2001, terwijl de onderzoeksprocedure van OLAF nog loopt, [...] in beginsel het goede verloop van het onderzoek [zou] ondermijnen”. Gerecht, arrest in zaak T‑110/15 van 26 mei 2016, IMG tegen Commissie, punt 33, ECLI:EU:T:2016:322.</FIELD></FOOTNOTE>; herhaalt niettemin zijn oproep om de verslagen van OLAF over het Agentschap openbaar te maken in gevallen waarin een hoger openbaar belang openbaarmaking gebiedt, en dat de betrokken leden van het Parlement in alle gevallen binnen een redelijke termijn inzage krijgen in dergelijke verslagen, zodat zij hun taak van democratische controle effectief kunnen uitvoeren en het Agentschap om rekenschap kunnen vragen voor zijn optreden; is van mening dat de huidige regels moeten worden herzien om ervoor te zorgen dat het Parlement, in zijn rol als beleidsmaker en medewetgever en met name wat zijn begrotingsbevoegdheden betreft, volledig wordt geïnformeerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>neemt kennis van het onderzoek van de Ombudsman naar de weigering van het Agentschap om het verslag van zijn grondrechtenfunctionaris over een operatie van het Agentschap in Albanië (zaak 652/2023/VB) toegankelijk te maken voor het publiek<FOOTNOTE><FIELD>https://www.ombudsman.europa.eu/en/decision/en/177520.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>herinnert aan het besluit dat de Europese Ombudsman in zijn initiatiefonderzoek (zaak OI/4/2021/MHZ) heeft opgenomen inzake de naleving door het Agentschap van zijn verplichtingen op het gebied van de grondrechten; herinnert er in dit verband aan dat het Agentschap verplicht is om proactief voor transparantie te zorgen, zoals bepaald in artikel 114, lid 2, van Verordening (EU) 2019/1896; verzoekt het Agentschap de uitvoering van alle aanbevelingen van de Ombudsman af te ronden; maakt uit het follow-upverslag van het Agentschap op dat er wordt gewerkt aan het samenvoegen van de drie gedragscodes (twee met betrekking tot operationele gebieden en één die geldt voor alle personeelsleden van het Agentschap) in één gedragscode waarin ook de specifieke bepalingen voor de operationele gebieden zijn opgenomen; verzoekt het Agentschap om de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de vorderingen op dit gebied;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>wijst op de nota van 27 juni 2022 inzake acties die het management van het Agentschap tijdens de overgangsperiode heeft genomen, in het bijzonder de inspanningen om de procedures te versterken die noodzakelijk zijn voor goed bestuur en verantwoordingsplicht binnen de organisatie door de transparantie te vergroten en proactief te communiceren en contact te onderhouden met interne en externe belanghebbenden; is verheugd over het feit dat het Agentschap het initiatief heeft genomen om een operationele nota op te stellen teneinde het publiek op een begrijpelijke manier te informeren over zijn operationele activiteiten; dringt er bij de nieuwe directie op aan de nodige hervormingen door te voeren op het gebied van transparantie en efficiëntie van de interne procedures, en om de verantwoordingsplicht ten aanzien van het Parlement en de Raad te vergroten, overeenkomstig het toepasselijke rechtskader;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Interne controle</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>is verheugd over het besluit van het Agentschap om elk kwartaal in een verbeterde vorm verslag uit te brengen aan de FSWG over de stand van zaken bij de uitvoering van de aanbevelingen van diverse controleorganen; bevestigt de ontvangst van dat verslag voor het derde kwartaal van 2023; prijst in dit verband de aanzienlijke vooruitgang die het Agentschap heeft geboekt bij de uitvoering van 36 van de 42 aanbevelingen van de FSWG; neemt kennis van de uitvoeringspercentages van de aanbevelingen en/of vereiste acties van de FWSG (91 %), de FraLO (87 %), de Europese Ombudsman (79 %) en OLAF (54 %) in het verslag voor het derde kwartaal van 2023; erkent de rol van het inspectie- en controlebureau van het Agentschap bij de ondersteuning die wordt geboden bij de uitvoering van deze aanbevelingen door middel van verbindingsfuncties en coördinatietaken; maakt voorts uit het verslag voor het derde kwartaal van 2023 op dat 10 IAS-aanbevelingen (voor in totaal 32 acties) nog open staan, en dat er 21 als zeer belangrijk worden aangemerkt, waarbij geen enkele als kritiek wordt beschouwd; prijst daarnaast de vooruitgang die het Agentschap heeft geboekt bij de follow-up van de resterende openstaande aanbevelingen in de speciale verslagen van de Rekenkamer 22/2020 (aanbeveling 2) en 8/2021 (aanbevelingen 1, 2 en 4); verzoekt het Agentschap nogmaals om volledig uitvoering te geven aan alle nog niet uitgevoerde aanbevelingen en de daarmee verband houdende acties, met inbegrip van de relevante opmerkingen in de jaarlijkse controleverslagen van de Rekenkamer van de voorgaande jaren (2015, 2016, 2018, 2019, 2020 en 2021); verzoekt het Agentschap om de kwijtingsautoriteit regelmatig op de hoogte te blijven houden van de voortgang op dit gebied;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>neemt met bezorgdheid kennis van een aantal opmerkingen in het verslag van de Rekenkamer die wijzen op tekortkomingen in de beheers- en interne-controlesystemen van het Agentschap op het gebied van aanbestedingen en contractbeheer, aanwervingsprocedures en delegatie van bevoegdheden aan gedelegeerde rekenplichtigen; is zeer bezorgd over het feit dat de Rekenkamer voor het tweede jaar op rij opmerkingen heeft gemaakt over de aanbesteding van reisgerelateerde diensten, waarbij het om zeer grote bedragen gaat; wijst erop dat het van het grootste belang is dat het Agentschap zich houdt aan het beginsel van goed financieel beheer bij de besteding van middelen van de Unie, zoals bepaald in het Financieel Reglement, gezien het feit dat het Agentschap toonaangevend is onder de gedecentraliseerde agentschappen van de Unie wat betreft de jaarlijkse begroting, die sinds 2019 meer dan verdubbeld is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>neemt met zorg kennis van bijlage 12 bij het jaarlijkse activiteitenverslag van het Agentschap, waarin de opmerkingen van de voormalige uitvoerend directeur ad interim (momenteel plaatsvervangend uitvoerend directeur voor het beheer van het permanente korps) zijn opgenomen volgens welke er met betrekking tot een contract voor accommodatie- en reisdiensten voor functionarissen van het permanente korps in 2021 sprake zou zijn geweest van te hoge prijzen, betalingen zonder bewijsstukken en het niet verlenen van contractueel overeengekomen diensten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>neemt kennis van de opmerking in het verslag van de Rekenkamer met betrekking tot een aanzienlijk risico van te hoge kosten voor reisdiensten (kaderovereenkomst van 30 miljoen EUR), met name in verband met betalingen voor accommodatie, waarbij de facturen van het reisbureau niet overeenkwamen met de werkelijke facturen van de hotels, maar afkomstig waren van een dochteronderneming van het reisbureau; verzoekt het Agentschap zijn interne controles zodanig te verbeteren dat de desbetreffende facturen afkomstig zijn van de feitelijke dienstverlener;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>neemt voorts kennis van het risico dat betalingen in verband met de kosten van het reisbureau niet correct zijn, omdat de informatie in het systeem van het Agentschap voor het beheer van zijn reisgerelateerde kosten de werkelijk betaalde kosten niet aansluit met de kosten van het reisbureau, die afzonderlijk van de door het personeel op dienstreis betaalde kosten worden geregistreerd en verwerkt; begrijpt uit het antwoord van het Agentschap de reden van de discrepanties tussen het missiesysteem (MiPS) en het boekhoudsysteem (ABAC), en stelt vast dat er volgens het Agentschap geen risico bestaat dat er verkeerde bedragen worden betaald;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>neemt kennis van de opmerking in het verslag van de Rekenkamer, voor het tweede achtereenvolgende jaar, over de tekortkoming in de interne controle van het Agentschap op het gebied van aanwervingsprocedures; merkt in dit verband op dat in 2022 in een procedure voor de aanwerving van tijdelijke functionarissen individuele scores van leden van het selectiecomité zijn gebruikt in plaats van een op consensus gebaseerde methode toe te passen zoals voorgeschreven door de interne regels van het Agentschap; betreurt het dat deze tekortkoming zich opnieuw voordoet, ondanks het feit dat het Agentschap in januari 2022 nieuwe uitvoeringsvoorschriften heeft vastgesteld met duidelijkere instructies voor de leden van de selectiecomités om te zorgen voor een consistentere beoordeling en geharmoniseerde procedures; is ingenomen met de toezegging van het Agentschap om de regels die bepalen dat slechts één door de leden van het selectiecomité overeengekomen eindevaluatieverslag in aanmerking wordt genomen zonder rekening te houden met hun individuele scores, uit te breiden tot de aanwerving van tijdelijke functionarissen; verzoekt het Agentschap de toepassing van de nieuwe regels en zijn interne controles ten aanzien van aanwervingsprocedures te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>neemt kennis van de in 2022 uitgevoerde beoordeling van het interne-controlesysteem van het Agentschap; neemt kennis van de conclusie in de beoordeling dat het interne-controlesysteem er is en doeltreffend functioneert, met enkele voor verbetering vatbare gebieden in de componenten “Controleomgeving” (in het bijzonder beginsel 1 getiteld “Toont betrokkenheid bij integriteit en ethische waarden aan”), “Controleactiviteiten” (in het bijzonder punt 10.5 getiteld “Vastgestelde gevoelige posities”) en “Informatie en communicatie” (in het bijzonder punt 15.1 getiteld “Externe communicatie”); ziet een algemene verbetering in 2022 ten opzichte van 2021 in de scores die worden gegeven voor beginselen in alle vijf de componenten van het interne-controlesysteem;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>neemt met voldoening kennis van de versterking van het interne toezicht van het Agentschap in 2022 door de oprichting van de Interne-auditdienst en de goedkeuring van het hoofdstuk over interne audit; is verheugd dat het hoofd van de Interne-auditdienst in 2023 is aangetreden en dat het eerste jaarlijkse controleplan van de Interne-auditdienst al is goedgekeurd door de raad van bestuur;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>herinnert aan de aanbeveling in het verslag van de Rekenkamer voor 2018 dat het Agentschap een beleid inzake kwetsbare functies moet vaststellen en toepassen; neemt kennis van de rapportage van het Agentschap over de voorbereidingen voor een besluit over dit beleid, dat inmiddels (eind 2023) is goedgekeurd;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Overige opmerkingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>merkt op dat de adviezen van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming (EDPS) over de besluiten 68/2021 en 69/2021 van de raad van bestuur van het Agentschap negatief waren; merkt op dat het Agentschap een uitvoeringsplan heeft opgesteld om alle aanbevelingen van de EDPS in dat opzicht uit te voeren; merkt voorts op dat voornoemde besluiten van de raad van bestuur opnieuw zijn geformuleerd en aangepast na reguliere bijeenkomsten en informele uitwisselingen van de functionaris voor gegevensbescherming van het Agentschap met het personeel van de EDPS, rekening houdend met het op 24 mei 2023 gepubliceerde controleverslag van de EDPS (hierna het “controleverslag” genoemd); neemt er kennis van dat in het controleverslag is geverifieerd of de verwerking van persoonsgegevens door het Agentschap in het kader van gezamenlijke operaties in overeenstemming was met Verordening (EU) 2018/1725 en met de toepasselijke bepalingen van Verordening (EU) 2019/1896; merkt in dit verband voorts op dat het controleverslag 36 formele bevindingen bevatte, evenals 32 aanbevelingen met betrekking tot onder meer de screening van personen en de debriefinggesprekken, gezamenlijke regelingen voor verwerkingsverantwoordelijken, de lage betrouwbaarheid van informatie die wordt gebruikt voor het opstellen van risicoanalysen en de invoering van gegevensbescherming door ontwerp en door standaardinstellingen; maakt met zorg uit het controleverslag op dat de bevindingen van de EDPS er ook op wijzen dat het Agentschap meerdere artikelen van de rechtsgrondslag die op het Agentschap van toepassing is (Verordening (EU) 2018/1725, Verordening (EU) 2019/1896 en Besluit nr. 58/2015 van de raad van bestuur) heeft geschonden door geen beoordeling te maken van de strikte noodzaak van het delen van gegevenspakketten met Europol voor de uitvoering van zijn mandaat, en dat de EDPS bijgevolg een onderzoek heeft ingesteld dat kan leiden tot handhavingsmaatregelen; betreurt het feit dat de EDPS na zijn controle zes nieuwe gevallen van overdracht van persoonsgegevens van personeelsleden van ngo’s van het Agentschap naar Europol heeft vastgesteld, waarvan de wettigheid verder moet worden onderzocht; verzoekt het Agentschap alle aanbevelingen op te volgen binnen de uitvoeringstermijnen die de EDPS in zijn controleverslag heeft vastgesteld, en om de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de ontwikkelingen in deze zaak;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>is ingenomen met het feit dat het Agentschap de afgelopen twee jaar aanzienlijke veranderingen in het management heeft doorgevoerd, waaronder een nieuwe plaatsvervangende grondrechtenfunctionaris, een nieuwe voorzitter van zijn raad van bestuur, twee nieuwe plaatsvervangende uitvoerende directeuren en de benoeming van een nieuwe uitvoerend directeur; stelt vast dat er samen met de nationale autoriteiten actieplannen zijn opgesteld om de misstanden uit het verleden en het heden recht te zetten;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>verwijst voor andere horizontale opmerkingen bij zijn kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 11 april 2024<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P9_TA(2024)0280.</FIELD></FOOTNOTE> over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>