<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0256</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Kwijting 2022: Agentschap van de Europese Unie voor het ruimtevaartprogramma</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0121/2024 - Rapporteur: Petri Sarvamaa)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><NR>1.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 11 april 2024 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor het ruimtevaartprogramma voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2170(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van het Agentschap van de Europese Unie voor het ruimtevaartprogramma voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de EU-agentschappen betreffende het begrotingsjaar 2022, vergezeld van de antwoorden van de agentschappen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/594, 27.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/112, 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2022 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 22 februari 2024 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2022 (06180/2024 – C9‑0108/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 70,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/696 van het Europees Parlement en de Raad van 28 april 2021 tot vaststelling van het ruimtevaartprogramma van de Unie, tot oprichting van het Agentschap van de Europese Unie voor het ruimtevaartprogramma en tot intrekking van de Verordeningen (EU) nr. 912/2010, (EU) nr. 1285/2013 en (EU) nr. 377/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU<FOOTNOTE><FIELD>PB L 170 van 12.5.2021, blz. 69.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name de artikelen 85 en 86,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 105,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0121/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verleent de uitvoerend directeur van het Agentschap van de Europese Unie voor het ruimtevaartprogramma kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Agentschap van de Europese Unie voor het ruimtevaartprogramma, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><DECISION><TI><NR>2.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 11 april 2024 over de afsluiting van de rekeningen van het Agentschap van de Europese Unie voor het ruimtevaartprogramma voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2170(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van het Agentschap van de Europese Unie voor het ruimtevaartprogramma voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de EU-agentschappen betreffende het begrotingsjaar 2022, vergezeld van de antwoorden van de agentschappen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/594, 27.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/112, 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2022 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 22 februari 2024 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2022 (06180/2024 – C9‑0108/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 70,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/696 van het Europees Parlement en de Raad van 28 april 2021 tot vaststelling van het ruimtevaartprogramma van de Unie, tot oprichting van het Agentschap van de Europese Unie voor het ruimtevaartprogramma en tot intrekking van de Verordeningen (EU) nr. 912/2010, (EU) nr. 1285/2013 en (EU) nr. 377/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU<FOOTNOTE><FIELD>PB L 170 van 12.5.2021, blz. 69.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name de artikelen 85 en 86,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 105,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0121/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Agentschap van de Europese Unie voor het ruimtevaartprogramma voor het begrotingsjaar 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Agentschap van de Europese Unie voor het ruimtevaartprogramma, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><RESOL><TI><NR>3.</NR> <STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 11 april 2024 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor het ruimtevaartprogramma voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2170(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor het ruimtevaartprogramma (het “Agentschap”) voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0121/2024),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de definitieve begroting van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2022 volgens zijn staat van ontvangsten en uitgaven<FOOTNOTE><FIELD>PB C 453 van 29.11.2022, blz. 56.</FIELD></FOOTNOTE> 70 032 491,77 EUR bedroeg, wat neerkomt op een stijging met 22,58 % ten opzichte van 2021; overwegende dat de werkelijke ontvangsten van het Agentschap 1,2 miljard EUR bedroegen, wat het verschil is met de hierboven vermelde begroting, dat wordt verklaard door operationele activiteiten die worden gefinancierd met bestemmingsontvangsten die in de goedgekeurde begroting als “pro memorie” zijn opgenomen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2022 (het “verslag van de Rekenkamer”) verklaart redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Agentschap betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn; overwegende dat de Rekenkamer een paragraaf ter benadrukking van bepaalde aangelegenheden presenteert met betrekking tot de gevolgen van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne voor de activiteiten van het Agentschap;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat er met betrekking tot de interne-controlesystemen van het Agentschap voor 2022 geen kwesties zijn gemeld die corrigerende maatregelen vereisen, en dat er ook geen lopende of nog niet afgeronde corrigerende maatregelen zijn op grond van controles en beoordelingen van voorgaande jaren;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Financieel en begrotingsbeheer</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>merkt met tevredenheid op dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2022 geresulteerd hebben in een uitvoeringspercentage van vastleggingskredieten van het lopende jaar van 100 %, hetzelfde percentage als in de twee voorafgaande jaren; betreurt het evenwel dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten van het lopende jaar 72,86 % bedroeg, een daling van 1,92 % ten opzichte van 2021;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>merkt op dat de raad van bestuur van het Agentschap in 2022 drie begrotingswijzigingen heeft goedgekeurd, waarbij eerst in januari de totale kredieten werden verhoogd met 1 687 363,77 EUR; bij de tweede begrotingswijziging heeft de raad van bestuur van het Agentschap de herschikking goedgekeurd van een totaalbedrag van 2 659 300 EUR, voornamelijk van de operationele begroting naar de lijn gegevensverwerking; en bij de derde gewijzigde begroting werden de betalingskredieten verlaagd met 4 640 000 EUR, waardoor het totale bedrag aan betalingskredieten op 65 392 491,77 EUR kwam;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>merkt op dat het Agentschap naast zijn kernbegroting een groot bedrag aan gedelegeerde begroting (bestemmingskredieten) bleef beheren, en dat in 2022 in totaal 574,5 miljoen EUR werd vastgelegd in het kader van de gedelegeerde begroting en er voor 1,26 miljard EUR aan betalingen werd verricht;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Prestaties</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>is ermee ingenomen dat het Agentschap gebruikmaakt van kernprestatie-indicatoren (KPI’s) om de resultaten te evalueren die verband houden met zijn doelstellingen, die onder meer het volgende omvatten: een doeltreffend beheer van het beveiligingshomologatieorgaan ter ondersteuning van tijdige besluitvorming, analyse van Galileo-dreigingen en -risico’s, beheer van en rapportage over de begroting van het Agentschap, efficiënte afhandeling van alle juridische regelingen, waarborging van de operationele capaciteit van de gebouwen van het Agentschap en nakoming van de statutaire audit- en controleverplichtingen; merkt op dat de meeste doelstellingen zijn gehaald, maar beveelt aan de KPI’s aan te pakken die nog steeds niet zijn verwezenlijkt of trager verlopen dan verwacht; beveelt aan dat het Agentschap regelmatig de KPI’s nauwkeurig bijstelt om zijn resultaten te optimaliseren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>neemt er kennis van dat het Agentschap mogelijke gevolgen van de oorlog in Oekraïne heeft bekendgemaakt, waaronder de onderbreking van het gebruik van Sojoez-draagraketten voor Galileo-satellieten als gevolg van de eenzijdige terugtrekking van het Russische Sojoez-draagraketteam; merkt op dat het Agentschap geen directe, onmiddellijke gevolgen voor zijn financiële prestaties voorziet, maar erkent dat er intensieve werkzaamheden moeten worden verricht om vertragingen bij de lancering van nieuwe satellieten tot een minimum te beperken, hetgeen vervolgens zou kunnen leiden tot vertragingen bij de opname van uitgaven en de vereffening van vorderingen die in de vorm van voorfinanciering zijn betaald; merkt met bezorgdheid op dat dit bedrag op dit moment niet betrouwbaar kan worden geschat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>merkt voorts op dat de werkzaamheden aan de grondstations voor Galileo en de European Geostationary Navigation Overlay Service (Egnos) in Oekraïne zijn stilgelegd als gevolg van het conflict, maar dat dit geen directe gevolgen heeft voor de functionaliteit van het Egnos-systeem; benadrukt dat het Agentschap al het mogelijke heeft gedaan om de reeds geïnstalleerde apparatuur zoveel mogelijk te beschermen, maar dat de precieze staat ervan momenteel niet bekend is; merkt op dat er sprake is van overmacht door de gastentiteit en dat, zodra deze wordt opgeheven, het bestaande contract naar verwachting opnieuw zal worden geactiveerd; verzoekt het Agentschap, zodra de oorlogssituatie dit toestaat, verslag uit te brengen aan de kwijtingsautoriteit over de staat van de geïnstalleerde apparatuur;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>merkt op dat het Agentschap maatregelen heeft genomen om de banden met Russische en Belarussische instellingen te monitoren, en dat veranderingen in de marktomstandigheden als gevolg van sancties naar verwachting geen wezenlijke invloed zullen hebben op de activiteiten van het Agentschap;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>merkt op dat in 2022 een reeks belangrijke accreditatiebesluiten voor Egnos is genomen en dat met betrekking tot Egnos de ondertekening van het volgende Egnos-contract voor dienstverlening en een nieuw contract voor opsporings- en reddingsdiensten, het onderhoudscontract voor Egnos v2 en met name de lancering van de Egnos GEO4-lading, waarmee een meervoudige storing in Egnos is opgespoord en opgelost, tot de hoogtepunten behoren; merkt met waardering op dat met wereldwijd meer dan 3,5 miljard ingeschakelde apparaten de mondiale impact van Galileo is benadrukt; merkt op dat er twee nieuwe Galileo-satellieten in werking zijn getreden; stelt met waardering vast dat de Galileo-diensten, met inbegrip van het toezicht op de beveiliging en de publiek gereguleerde dienst, ondanks de uitdagingen van COVID-19 uitstekende prestaties hebben geleverd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>neemt er kennis van dat andere prestaties van het Agentschap in 2022 onder meer de organisatie van de EU-ruimteweek 2022 in Praag omvatten, in samenwerking met de Commissie en met de steun van het Tsjechische voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie, de oprichting van het netwerk van het Agentschap van 1 000 startende ondernemingen en 28 investeerders en de eerste CASSINI-dag voor ondernemerschap, de ingebruikneming van 2 nieuwe Galileo-satellieten en de publicatie van het eerste marktverslag over zowel aardobservatie als GNSS;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>benadrukt dat het Agentschap het belangrijkste orgaan moet worden dat belast is met de uitvoering van alle componenten van het ruimtevaartprogramma van de Unie, met het waarborgen van beveiligde dienstverlening en accreditatie van alle componenten van het ruimtevaartprogramma Galileo, Egnos, aardobservatie, ruimteverkeersbeheer en overheidstelecommunicatie en -connectiviteit, en met het aanbieden van robuuste diensten die voortdurend evolueren in overeenstemming met de behoeften van huidige en toekomstige gebruikers, waaronder overheden met behoeften op de gebieden veerkracht, defensie en beveiliging;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>verzoekt het Agentschap zijn meerwaarde te gebruiken voor de implementatie van de toekomstige ruimtevaartwetgeving van de Unie, als hoeksteen voor het waarborgen van de beveiliging, veiligheid en duurzaamheid van de Unie in de ruimte, waarbij ook aandacht wordt geschonken aan de economische veiligheid van de Unie bij ruimtevaartactiviteiten en de versnelling van de groei van “nieuwe ruimtevaart”;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Efficiëntie en voordelen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>merkt op dat het Agentschap aanzienlijke inspanningen heeft geleverd om de processen voor human resources verder te stroomlijnen en te automatiseren teneinde efficiëntieverhoging te bereiken; merkt op dat het Agentschap in dit verband verder is gegaan met de invoering van verschillende Sysper-modules (bijv. TIM, FLEX, TELEWORK) en de koppeling daarvan met de bestaande interne ondersteunende toepassingen (bijv. een op het intranet gebaseerd instrument voor de registratie van de werktijd); merkt op dat de human resources-afdeling een e-ticketingsysteem heeft ingevoerd om de verwerking van verschillende verzoeken van het personeel te stroomlijnen; verzoekt het Agentschap te zoeken naar meer interne procedures die gestroomlijnd kunnen worden met behulp van nieuwe IT-instrumenten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>merkt op dat het Agentschap krachtens de kaderovereenkomst inzake financieel partnerschap (FFPA) verplicht is samen te werken met de Commissie en het Europees Ruimteagentschap (ESA) voor het gezamenlijk vaststellen van regelingen om de klimaatdoelstellingen van de Europese Unie te bereiken, en samen te werken aan activiteiten die tot deze doelstellingen bijdragen; merkt voorts op dat het Agentschap krachtens artikel 30 van de FFPA verplicht is het milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS) uiterlijk eind 2023 toe te passen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>merkt op dat er met betrekking tot groene overheidsopdrachten in 2022 enige vooruitgang is geboekt bij het in kaart brengen van gevallen van aanbestedingsprocedures met “groene” aspecten en het overwegen van de toepassing van groene criteria; merkt voorts op dat het Agentschap in 2023 geleidelijk een stevigere aanpak heeft ontwikkeld om groene overheidsopdrachten daadwerkelijk op permanente basis toe te passen, zijn personeel op te leiden en geleidelijk groene criteria in te voeren in zijn openbare aanbestedingen in overeenstemming met zijn milieubeleid en de lopende EMAS-certificering;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>prijst het Agentschap voor zijn inzet om zijn milieueffecten te verminderen, zijn verbruik van hulpbronnen te optimaliseren en zijn koolstofvoetafdruk te verkleinen, en voor de eerste stap in deze richting, te weten de vaststelling en publicatie van zijn milieubeleid op 16 december 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>wijst erop dat het belangrijk is het Agentschap verder te digitaliseren wat interne werking en management betreft, maar ook ter versnelling van de digitalisering van procedures; benadrukt dat het Agentschap op dit gebied proactief moet blijven, teneinde een digitale kloof tussen de agentschappen te voorkomen; wijst er evenwel op dat alle nodige veiligheidsmaatregelen moeten worden genomen om elk risico voor de onlineveiligheid van de verwerkte informatie te vermijden, en dringt erop aan dat meer wordt opgetreden tegen cyberaanvallen of infiltratiepogingen, met name die welke uit Rusland of China afkomstig zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>verzoekt het Agentschap door te gaan met het identificeren en bevorderen van het synergetische gebruik van de componenten van het ruimtevaartprogramma van de Unie en van IRIS<STRING SUPERSCRIPT="on">2</STRING>, onder meer voor de tenuitvoerlegging van de ruimtestrategie voor veiligheid en defensie van de Unie, teneinde ervoor te zorgen dat alle taken op de lange termijn in één uniform ruimtevaartprogramma bijeengebracht kunnen worden, zodat tot een betere synergie tussen de verschillende componenten kan worden gekomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>verzoekt het Agentschap zijn samenwerking met de Commissie voor GOVSATCOM-hubs voort te zetten en kijkt uit naar de synergie-effecten die met het systeem IRIS<STRING SUPERSCRIPT="on">2</STRING> zullen worden gerealiseerd; wijst in het bijzonder op de rol van het Euspa bij de ontwikkeling, de uitrol en de werking van IRIS<STRING SUPERSCRIPT="on">2</STRING>, ter waarborging van de toegang tot sterk beveiligde, soevereine en mondiale connectiviteitsdiensten op basis van geavanceerde versleutelingstechnologieën;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>benadrukt de rol van het Agentschap bij de ontwikkeling van Copernicus, met name wat betreft het overheidsgebruik van aardobservatie tegen de achtergrond van de geopolitieke situatie, en geeft aan dat in dit verband gebruik moet worden gemaakt van de deskundigheid van het Agentschap op de gebieden veiligheidsaccreditatie, monitoring en contractimplementatie, teneinde de operationele capaciteit van de Unie om in alle stadia van het beheer van zowel natuurrampen als door de mens veroorzaakte rampen op te treden, te versterken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Personeelsbeleid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>prijst het Agentschap voor het feit dat de personeelsformatie op 31 december 2022 voor 100 % was ingevuld, aangezien 231 tijdelijke functionarissen waren aangesteld van de 231 tijdelijke functionarissen die in het kader van de begroting van de Unie waren toegestaan (tegenover 191 toegestane posten in 2021); stelt vast dat in 2022 bovendien 46 arbeidscontractanten en 9 gedetacheerde nationale deskundigen voor het Agentschap werkten, wat het totale personeelsaantal op 286 bracht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>neemt bezorgd kennis van het gebrek aan genderevenwicht onder het hoger en middenmanagement van het Agentschap, waar drie van de drie leidinggevenden mannen zijn; betreurt het ontoereikende genderevenwicht onder de leden van de raad van bestuur van het Agentschap, waar 22 van de 28 leden mannen zijn; neemt voorts kennis van het genderevenwicht binnen het totale personeelsbestand van het Agentschap, waar 153 van de 232 personeelsleden mannen zijn; neemt uit het verslag van het Agentschap met betrekking tot de follow-upmaatregelen die zijn genomen in het licht van de kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2021 (het “vervolgverslag van het Agentschap”) ter kennis dat het Agentschap in 2023 een diversiteits- en inclusiestrategie heeft aangenomen, vergezeld van een actieplan met concrete maatregelen om bij te dragen aan diversiteit en inclusie, met inbegrip van het genderperspectief; merkt op dat het genderevenwicht in het hoger en middenmanagement en in de raad van bestuur van het Agentschap moet worden verbeterd; herinnert eraan dat het belangrijk is te zorgen voor genderevenwicht en verzoekt het Agentschap met dit aspect rekening te houden bij toekomstige personeelsaanwervingen en benoemingen, met name in het hoger en middenmanagement; dringt erop aan dat de Commissie en de lidstaten bij het benoemen van leden van de raad van bestuur van het Agentschap rekening houden met het feit dat het genderevenwicht moet worden gewaarborgd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>merkt op dat het Agentschap beleid heeft ter bescherming van de persoonlijke waardigheid en ter voorkoming van psychologische en seksuele intimidatie, en dat het deel uitmaakt van de taskforce van vertrouwenspersonen van de agentschappen; ziet uit naar het verslag en de aanbevelingen van deze taskforce; stelt vast dat er in 2022 geen gevallen van intimidatie zijn gemeld en spoort het Agentschap ertoe aan zijn inspanningen op dit vlak voort te zetten en verder uit te bouwen, zodat dergelijke gevallen ook in de toekomst worden verhinderd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>herinnert aan de opmerking van de Rekenkamer uit 2021 over de procedurele tekortkomingen in twee gecontroleerde wervingsprocedures, en merkt op dat het Agentschap verdere wijzigingen in zijn selectieprocessen heeft doorgevoerd, dat de sjablonen en instructies die aan de leden van selectiecommissies worden verstrekt, zijn gewijzigd en dat de leden van selectiecommissies meer richtsnoeren krijgen bij het vaststellen van de criteria voor een kennisgeving van vacature; merkt voorts op dat de Rekenkamer deze verbeteringen bevredigend heeft bevonden en dat de opmerking derhalve is afgesloten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>herinnert eraan dat het Agentschap doorgaat met de geleidelijke en progressieve vermindering van het totale aantal posten voor arbeidscontractanten om deze in overeenstemming te brengen met de totale middelen die het Agentschap ter beschikking worden gesteld; merkt op dat het Agentschap tegelijkertijd zijn resterende posten voor arbeidscontractanten blijft richten op beveiliging en operationele functies van het Galileo-centrum voor beveiligingscontrole (GSMC); benadrukt dat het Agentschap in dit verband blijft opmerken dat er risico’s verbonden zijn aan de inkrimping van het aantal posten voor arbeidscontractanten en dat dit inderdaad extra uitbesteding vereist, hetgeen leidt tot hogere financiële kosten en resulteert in de ontwikkeling van competentie en knowhow buiten de publieke sector;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>herinnert aan de opmerking uit het verslag van de Rekenkamer over 2021 met betrekking tot de beperkingen die door het Agentschap werden opgelegd aan een hoger personeelslid om elders een nieuwe baan aan te nemen, maar zonder een rechtvaardiging voor deze beperkingen te geven; merkt voorts op dat deze opmerking is afgesloten, dat het Agentschap zijn procedures heeft herzien om de vastgestelde tekortkoming te verhelpen en dat er in 2022 geen soortgelijke gevallen zijn waargenomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>is ermee ingenomen dat het Agentschap in 2022 de timemanagementmodule, met inbegrip van telewerken en flexibele werktijden, volledig in gebruik heeft genomen en een aanvullende overeenkomst inzake dienstverleningsniveau heeft gesloten voor de hr-rapportage- en analysemodule, die in 2023 in gebruik moest worden genomen; merkt op dat het Agentschap Besluit C(2022)1778 van de Commissie over arbeidstijd en hybride arbeid heeft aangenomen en de resultaten van dit besluit nauwlettend volgt, omdat het naar verwachting het welzijn van het personeel op het werk zal verbeteren en het evenwicht tussen werk en privéleven zal bevorderen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aanbestedingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>maakt uit het verslag van de Rekenkamer op dat het Agentschap in september 2021 een procedure van gunning door onderhandelingen zonder voorafgaande publicatie van een aankondiging van opdracht is gestart met een nationale publieke entiteit voor de levering van diverse diensten met betrekking tot opsporings- en reddingsactiviteiten; benadrukt dat de inschrijver al sinds 2016 soortgelijke diensten aan het Agentschap levert en dat het Agentschap van plan is een nieuwe kaderovereenkomst te sluiten met als einddatum 31 december 2032 en een maximale begroting van 120 miljoen EUR; neemt er kennis van dat de definitieve kaderovereenkomst op 1 december 2022 is ondertekend en de betrokkenheid van verschillende onderaannemers omvat; merkt op dat de Rekenkamer constateerde dat er enkele discrepanties waren tussen de vereisten van het bestek en de beoordeling door het evaluatiecomité; merkt bijvoorbeeld op dat de eis om te verklaren dat er geen belangenconflicten waren voor de contractanten in de beoordelingsfase niet werd nageleefd of niet naar behoren werd geanalyseerd, of dat in de ontvangen offerte 2022 als referentiejaar is gebruikt, in plaats van, overeenkomstig de technische specificaties, 2021 te gebruiken als referentiejaar voor het vaststellen van de prijzen; neemt kennis van de overwegingen van het Agentschap dat de discrepanties gerechtvaardigd waren door de status van de hoofdcontractant, die een nationale publieke entiteit is, en door de controles die deze heeft uitgevoerd, en dat het Agentschap, wat betreft het referentiejaar dat is gebruikt voor de vaststelling van de prijs in de offerte, de afwijking heeft aanvaard vanwege de duur van de procedure, die ertoe heeft geleid dat het contract pas eind 2022 kon worden gesloten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>benadrukt dat het doel van de aanbestedingsregels is om aanbestedende diensten in staat te stellen de goederen en diensten die ze nodig hebben tegen de best mogelijke prijs te verkrijgen, waarbij eerlijke concurrentie tussen inschrijvers wordt gewaarborgd en de beginselen van transparantie, evenredigheid, gelijke behandeling en non-discriminatie in acht worden genomen; verzoekt het Agentschap zijn procedures voor overheidsopdrachten verder te verbeteren en ervoor te zorgen dat de toepasselijke regels volledig worden nageleefd, zodat deze de best mogelijke prijs-kwaliteitverhouding opleveren;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>merkt op dat het Agentschap in 2020 een brede evaluatie van de uitvoering van zijn fraudebestrijdingsstrategie heeft uitgevoerd en dat het Agentschap bijgevolg in 2022 zijn nieuwe fraudebestrijdingsstrategie heeft uitgebracht, die door de raad van bestuur van het Agentschap is goedgekeurd; merkt op dat het Agentschap nu begint met de uitvoering ervan met belangrijke en brede maatregelen die met name gevolgen hebben voor het personeel; stelt met tevredenheid vast dat de belangenverklaringen en de cv’s van de leden van de raad van bestuur en van het hoger management op de website van het Agentschap worden gepubliceerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>merkt op dat het Agentschap in 2022 één klokkenluiderszaak had die aanleiding gaf tot verschillende onderzoeken, waarvan sommige in 2023 nog lopen; verzoekt het Agentschap de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de ontwikkelingen op dit gebied; maakt uit het vervolgverslag van het Agentschap uit 2021 op dat het Agentschap met betrekking tot de klokkenluiderszaak uit 2021 naar behoren met OLAF heeft samengewerkt en alle beschikbare informatie heeft verstrekt zoals vereist; merkt op dat er in 2022 geen gevallen van een belangenconflict zijn onderzocht of beëindigd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>neemt kennis van het feit dat er een intern register wordt bijgehouden voor bijeenkomsten van het hogere management met het bedrijfsleven, maar dat dit niet wordt gepubliceerd op de website van het Agentschap; benadrukt het belang van transparantie en verzoekt het Agentschap dit onverwijld te publiceren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>benadrukt de noodzaak om te blijven werken aan transparantie, onverenigbaarheden, belangenconflicten, illegaal lobbyen en draaideurconstructies;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>wijst erop dat het Agentschap zichtbaarder moet worden in de media, op het internet en op sociale netwerken, om zo zijn werkzaamheden onder de aandacht van de burgers te brengen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Overige opmerkingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>prijst het Agentschap voor het actief blijven op de grootste socialemediaplatforms, voor het openen van accounts op de privacybewuste socialemediakanalen in de Unie Mastodon en Peertube, voor het publiceren van 107 nieuwsberichten op zijn website en 13 persberichten (de meeste in alle officiële EU-talen), met als doel alle lidstaten te bereiken; merkt voorts op dat het Agentschap evenementen heeft georganiseerd zoals de EU-ruimteweek (3 000 bezoekers ter plaatse en online), de open Euspa-dagen, de CASSINI-hackathons, informatiesessies in het kader van Horizon Europa en talrijke webinars over mogelijkheden voor overheidsopdrachten;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 11 april 2024<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P9_TA(2024)0280.</FIELD></FOOTNOTE> over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>