<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0257</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Kwijting 2022: Europees Bureau voor visserijcontrole</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0100/2024 - Rapporteur: Petri Sarvamaa)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><NR>1.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 11 april 2024 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Bureau voor visserijcontrole voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2150(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Bureau voor visserijcontrole voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de EU-agentschappen betreffende het begrotingsjaar 2022, vergezeld van de antwoorden van de agentschappen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/594, 27.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/112, 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2022 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 22 februari 2024 betreffende de aan het Bureau te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2022 (06180/2024 – C9‑0088/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 70,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2019/473 van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2019 betreffende het Europees Bureau voor visserijcontrole<FOOTNOTE><FIELD>PB L 83 van 25.3.2019, blz. 18.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 45,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 105,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie visserij,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0100/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verleent de uitvoerend directeur van het Europees Bureau voor visserijcontrole kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Bureau voor het begrotingsjaar 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Europees Bureau voor visserijcontrole, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><DECISION><TI><NR>2.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 11 april 2024 over de afsluiting van de rekeningen van het Europees Bureau voor visserijcontrole voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2150(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Bureau voor visserijcontrole voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de EU-agentschappen betreffende het begrotingsjaar 2022, vergezeld van de antwoorden van de agentschappen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/594, 27.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/112, 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2022 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 22 februari 2024 betreffende de aan het Bureau te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2022 (06180/2024 – C9‑0088/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 70,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2019/473 van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2019 betreffende het Europees Bureau voor visserijcontrole<FOOTNOTE><FIELD>PB L 83 van 25.3.2019, blz. 18.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 45,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 105,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie visserij,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0100/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Europees Bureau voor visserijcontrole voor het begrotingsjaar 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Europees Bureau voor visserijcontrole, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><RESOL><TI><NR>3.</NR> <STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 11 april 2024 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Bureau voor visserijcontrole voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2150(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Bureau voor visserijcontrole voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie visserij,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0100/2024),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de definitieve begroting van het Europees Bureau voor visserijcontrole (het “Bureau”) voor het begrotingsjaar 2022 volgens zijn staat van ontvangsten en uitgaven<FOOTNOTE><FIELD>PB C 38 van 31.1.2023, blz. 65.</FIELD></FOOTNOTE> 34 967 797 EUR bedroeg, hetgeen neerkomt op een stijging van 61,73 % ten opzichte van 2021, ten gevolge van een stijging van de algemene EU-subsidie van ongeveer 41 % en een aanzienlijke stijging van de bestemmingsontvangsten uit meerjarige bijdrageovereenkomsten en subsidies; overwegende dat de aanvullende EU-subsidie voor het Bureau, die in 2021 werd ingesteld, gekoppeld was aan het financieel memorandum waarin werd gewezen op de toegenomen behoefte aan monitoring in de EU-wateren grenzend aan het Verenigd Koninkrijk; overwegende dat ongeveer 84 % van de begroting van het Bureau afkomstig is uit de begroting van de Unie en ongeveer 16 % uit bestemmingsontvangsten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Bureau voor het begrotingsjaar 2022 (hierna “het verslag van de Rekenkamer”) verklaart redelijke zekerheid te hebben verkregen dat de jaarrekening van het Bureau betrouwbaar is en dat de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Financieel en begrotingsbeheer</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>merkt met waardering op dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2022 hebben geresulteerd in een begrotingsuitvoeringspercentage voor de vastleggingskredieten van het huidige jaar van 99,41 %, hetgeen neerkomt op een lichte stijging van 0,34 % ten opzichte van 2021; stelt vast dat het uitvoeringspercentage voor de betalingskredieten 57,78 % bedroeg, een daling van 16,70 % ten opzichte van 2021;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>stelt met bezorgdheid vast dat het Bureau volgens de Rekenkamer 11,9 miljoen EUR (41 %) van de beschikbare vastleggingskredieten voor 2022 heeft overgedragen naar 2023; stelt vast dat het hierbij ging om 1,6 miljoen EUR (of 53 %) van de kredieten van titel II, die verband hielden met administratieve activiteiten (34 % in 2021), en 10,1 miljoen EUR (d.w.z. 63 %) van de kredieten van titel III, die verband hielden met operationele activiteiten (42 % in 2021); benadrukt dat hoge percentages overdrachten in strijd zijn met het begrotingsbeginsel van jaarperiodiciteit en wijzen op structurele problemen in het begrotingsproces en bij de uitvoering van de begroting; neemt kennis van het antwoord van het Bureau op deze kwestie, namelijk dat de hoge overdrachten van 2022 het gevolg zijn van zeer bijzondere omstandigheden die zich naar verwachting niet zullen herhalen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>merkt op dat het begrotingsjaar 2022 werd gekenmerkt door het herstel van de COVID-19-pandemie, die gevolgen had voor de twee begrotingsjaren daarvoor, en dat de begroting en de middelen van het Bureau voor extra taken en projecten, zoals voorzien in het enkelvoudig programmeringsdocument voor 2022, zijn blijven toenemen; wijst erop dat de oorlog in Oekraïne in latere verslagleggingsperioden gevolgen kan hebben voor de erkenning en waardering van bepaalde activa en passiva op de balans, alsook voor sommige ontvangsten en uitgaven in de resultaatrekening;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>benadrukt dat het de lidstaten zijn die primair verantwoordelijk zijn voor de controle van visserijactiviteiten en dat de taken van het Bureau ondersteunend van aard zijn; benadrukt dat de recente herziening van het visserijcontrolesysteem van de Unie zal leiden tot een toename van de ondersteunende werkzaamheden van het Bureau; wijst erop dat het niet coherent zou zijn het aantal taken te vergroten zonder daar voldoende middelen tegenover te stellen; benadrukt daarom dat de komende jaren voldoende financiële middelen en personeel ter beschikking van het Bureau moeten worden gesteld;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Prestaties</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>is ingenomen met het feit dat het Bureau in 2022 95,4 % van het jaarlijkse werkprogramma dat door de raad van bestuur werd vastgesteld in het kader van het enkelvoudige programmeringsdocument, heeft uitgevoerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat het Bureau kernprestatie-indicatoren hanteert om de resultaten van zijn activiteiten op twee primaire gebieden te evalueren: operationele activiteiten en horizontale activiteiten; stelt vast dat onder meer belangrijke gebieden als operationele samenwerking, bijstand voor samenwerking, de internationale dimensie en Europese samenwerking op het gebied van kustwachttaken behoren tot de operationele activiteiten; stelt vast dat onder meer communicatie en vertegenwoordiging, informatie- en communicatietechnologie, informatiebeveiliging en administratieve en bestuurlijke processen behoren tot de horizontale activiteiten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>stelt vast dat er in 2022 extra middelen aan het Bureau zijn toegekend om te waarborgen dat het over de benodigde operationele capaciteit beschikt om de lidstaten en de Commissie bij te staan bij de monitoring-, controle- en toezichtstaken uit hoofde van het gemeenschappelijk visserijbeleid, waaronder de maatregelen in het kader van de handels- en samenwerkingsovereenkomst met het Verenigd Koninkrijk; merkt voorts op dat het Bureau in 2022 werkzaamheden heeft verricht in verband met drie nieuwe projecten, die worden gefinancierd met middelen uit het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur (EFMZVA); stelt vast dat het hierbij gaat om een analyse van het weegproces betreffende visserijproducten in de Unie, een regionale online-opleidingsacademie voor visserijcontrole en -inspectie in het westelijke deel van de Middellandse Zee, en het actualiseren van het handboek en het online sectoraal kwalificatiekader voor de Europese samenwerking op het gebied van kustwachttaken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>herinnert eraan dat het Bureau eens in de vijf jaar een onafhankelijke evaluatie moet uitvoeren in het kader van de wettelijke verplichting zoals neergelegd in artikel 48 van Verordening (EU) 2019/473 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2019/473 van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2019 betreffende het Europees Bureau voor visserijcontrole (PB L 83 van 25.3.2019, blz. 18).</FIELD></FOOTNOTE>; stelt vast dat de externe beoordelaar in juli 2022 een ontwerpeindverslag voor de periode 2017‑2021 heeft gepresenteerd, dat is voorgelegd aan de leden van de raad van bestuur, met een verzoek om opmerkingen; merkt op dat bij de evaluatie de prestaties van het Bureau werden getoetst aan de vijf criteria doeltreffendheid, doelmatigheid, relevantie, coherentie en EU-meerwaarde, overeenkomstig de richtsnoeren van de Europese Commissie voor betere regelgeving; benadrukt dat in het kader van de evaluatie tien aanbevelingen werden gedaan met betrekking tot uiteenlopende aspecten, met name van organisatorische aard, met betrekking tot de rol en activiteiten van het Bureau, om te waarborgen dat de doelstellingen van Verordening (EU) 2019/473 worden verwezenlijkt en met betrekking tot specifieke activiteiten van het Bureau;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>wijst er op dat het Bureau een essentiële bijdrage levert aan de uitvoering van het gemeenschappelijk visserijbeleid, met name op het gebied van visserijcontrole en de bestrijding van illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij; is ingenomen met het feit dat het Bureau bij het uitvoeren van visserijcontroles en -inspecties in de wateren van de Unie en in internationale wateren en bij de ondersteuning van nationale autoriteiten meer gebruikmaakt van gecharterde offshore-patrouillevaartuigen; wijst erop dat het Bureau deelneemt aan belangrijke internationale coalities tegen illegale visserij, zoals het Pescao-programma voor het verbeteren van de regionale governance op visserijgebied in westelijk Afrika;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>merkt op dat het Bureau aangeeft in 2022 47 592 inspecties te hebben uitgevoerd (op zee en aan wal), waarbij 5 167 vermoedelijke inbreuken werden vastgesteld, waarmee het aantal inspecties 11 % lager lag dan in 2021 en het aantal vermoedelijke inbreuken 28 % hoger lag dan in 2021; wijst erop dat deze daling niet noodzakelijkerwijs verband houdt met een lager aantal controles door de lidstaten; verzoekt het Bureau meer informatie te verstrekken over de redenen voor deze veranderingen; wijst erop dat inspecties en andere follow-upactiviteiten niet alleen belangrijk zijn met het oog op het goede beheer van de visbestanden, maar ook om gelijke voorwaarden te waarborgen voor vissers in de Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>wijst erop dat het Bureau een rol speelt bij de ondersteuning van capaciteitsopbouw in derde landen en het bieden van scholing aan derde landen, en dat het van cruciaal belang is om voor een gelijk speelveld tussen alle kuststaten te zorgen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Doeltreffendheid en geboekte vooruitgang</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>wijst erop dat het Bureau nog steeds de vruchten plukt van de verbeterde doelmatigheid die wordt bereikt door vast te houden aan de routekaart van de Commissie wat betreft de integratie van de bestaande IT-systemen (SUMMA, de pre- en postgunningsmodules van e-Procurement, MIPS, AGM, Sysper-modules, PPMT enz.); merkt op dat er naast de voordelen die rechtstreeks verband houden met de integratie van deze systemen ook sprake is van duidelijke voordelen vanwege verlaagde onderhoudskosten voor de ondersteuning van wijzigingen en updates;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>is ermee ingenomen dat het Bureau de uitnodigingen voor interinstitutionele aanbestedingen van de Commissie en andere agentschappen aanvaardt; stelt vast dat het Bureau momenteel gebruikmaakt van meer dan 45 kaderovereenkomsten die door andere entiteiten zijn ondertekend; merkt op dat hierdoor de leidende rol tussen agentschappen rouleert, waardoor de inspanningen van de agentschappen op het gebied van aanbestedingen doelmatiger worden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>wijst erop dat centralisatie van gemeenschappelijke administratieve taken ook heeft bijgedragen aan verbetering van de doelmatigheid; neemt er kennis van dat de initiatie en de verificatie van financiële transacties nog altijd gecentraliseerd plaatsvinden, waardoor transacties beter kunnen worden gecontroleerd, gebruik wordt gemaakt van uniforme methodes en de kennis op deze gebieden wordt gebundeld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>stelt vast dat er op het gebied van human recources ook efficiëntieverbeteringen worden gerealiseerd doordat bestaande reservelijsten voor aanwervingsprocedures met andere agentschappen worden gedeeld als het profiel van de reservelijst matcht met de behoeften van een ander agentschap dat op zoek is naar medewerkers; merkt op dat hierdoor gebruik kan worden gemaakt van de reservelijst van een ander agentschap en er dus geen afzonderlijke dure aanwervingsprocedure hoeft te worden georganiseerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>stelt vast dat het Bureau overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EU) 2019/473, in samenwerking met het Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex) en het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (EMSA), ondersteuning biedt aan nationale autoriteiten bij de uitvoering van kustwachttaken; ziet deze samenwerking als een voorbeeld van synergie tussen agentschappen van de Unie die als inspiratiebron kan dienen voor agentschappen op andere terreinen; verzoekt het Bureau zijn inspanningen op dit gebied voort te zetten en acht het passend dat ook de samenwerking tussen het Bureau en het Europees Milieuagentschap wordt geïntensiveerd;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Personeelsbeleid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>stelt vast dat de personeelsformatie op 31 december 2022 voor 96,10 % was ingevuld, aangezien er 74 tijdelijke functionarissen waren aangesteld van de 77 tijdelijke functionarissen die in het kader van de begroting van de Unie waren toegestaan (65 toegestane posten in 2021); stelt vast dat er in 2022 bovendien elf arbeidscontractanten, zes gedetacheerde nationale deskundigen en 16 uitzendkrachten en consultants voor het Bureau werkten; merkt voorts op dat daarnaast in totaal 13 arbeidscontractanten werkzaam waren voor verschillende projecten, ondersteund via ad-hocsubsidies en bijdrageovereenkomsten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>stelt vast dat er in februari 2022 een reorganisatie heeft plaatsgevonden om de organisatie aan te passen aan de extra taken waarmee het Bureau werd belast en de aanvullende middelen die aan het Bureau werden toegewezen ter versterking van de noodzakelijke operationele capaciteit voor de ondersteuning van monitoring-, controle- en toezichtstaken uit hoofde van het gemeenschappelijk visserijbeleid, waaronder de maatregelen in het kader van de handels- en samenwerkingsovereenkomst met het Verenigd Koninkrijk, en diverse nieuwe projecten in het kader van de bijdrageovereenkomsten; wijst erop dat het aantal personeelsleden sinds begin 2021 met bijna 50 % is toegenomen, waarbij het onder meer gaat om tijdelijke functionarissen, arbeidscontractanten en gedetacheerd nationale deskundigen (GND’s);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>neemt kennis van het beleid van het Bureau ter bevordering van een gelijke behandeling van personeelsleden en van de doelstelling van het Bureau om gendergelijkheid te bereiken, niet alleen in absolute aantallen, maar ook per rang en verantwoordelijkheidsniveau; stelt vast dat er wat betreft het totale personeelsbestand van het Bureau sprake was van genderevenwicht, aangezien 54 van de 106 personeelsleden vrouwen waren (51 %); betreurt dat van de personeelsleden in rang AD 8 (functiegroep administrateurs, rang 8) of hoger, slechts 38 % vrouw was (hetzelfde als in 2021); wijst erop dat het belangrijk is genderevenwicht te realiseren en verzoekt het Bureau om hier rekening mee te houden bij de benoeming van personen in het hoger en middenmanagement; merkt op dat het Bureau in 2022 het handvest inzake diversiteit en inclusie niet heeft aangenomen, maar wel maatregelen heeft genomen om doelstelling 5 van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen (het bereiken van gendergelijkheid) te verwezenlijken, overeenkomstig zijn doelstellingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>stelt vast dat het Bureau op 31 december 2022 personeel in dienst had uit 18 lidstaten; stelt vast dat 33 % van het personeel onderdaan is van de lidstaat waarin het Bureau is gevestigd; herinnert eraan dat geografisch evenwicht belangrijk is en spoort het Bureau aan de nodige maatregelen te blijven nemen om te komen tot een evenwichtige en eerlijke geografische vertegenwoordiging;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>stelt vast dat het Bureau sinds 1 oktober 2022 de regels van de Commissie inzake arbeidstijd en telewerken naar analogie toepast;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>stelt vast dat in 2022 Sysper-modules werden ingevoerd voor het aanvragen van verlof om redenen van persoonlijke aard (CCP- Leave on Personal Grounds), voor het aanvragen van loonspecificaties (NDP Payslips) door tijdelijke functionarissen en arbeidscontractanten, een nieuwe functie waarmee een verzoek kan worden ingediend om toestemming voor telewerken vanuit het buitenland (Occasional Teleworking) voor tijdelijke functionarissen en arbeidscontractanten, en een ADI “ad interim” workflow; stelt vast dat er daarnaast Sysper-functionaliteiten werden ingevoerd met betrekking tot de toepassing van nieuwe regels inzake werktijden en hybride werken, dat de STAGE-module operationeel werd en dat er voorbereidende werkzaamheden werden uitgevoerd in verband met de modules EVAL en OBJ;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>stelt vast dat het Bureau de belangenverklaringen en cv’s van de leden van zijn raad van bestuur en van het hoger management op zijn website publiceert; stelt voorts vast dat het Bureau, met het oog op de transparantie van en het vertrouwen in zijn activiteiten, het overzicht van alle door de uitvoerend directeur en personeelsleden geplande bijeenkomsten met organisaties of zelfstandigen die een rol spelen bij de beleidsvorming en de uitvoering van het beleid van de Unie, regelmatig bijwerkt en ervoor zorgt dat dit overzicht geraadpleegd kan worden via zijn website;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>verzoekt het Bureau de informatie over relevante bijeenkomsten van de uitvoerend directeur of personeelsleden met organisaties of zelfstandigen die betrokken zijn bij de beleidsvorming en de uitvoering van het beleid van de Unie, regelmatig te blijven actualiseren en regelmatig openbaar te blijven maken, om volledige transparantie te waarborgen en het vertrouwen in de activiteiten van het Bureau te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>stelt vast dat het Bureau zijn beleid inzake belangenconflicten toepast op zijn personeelsleden, gedetacheerde nationale deskundigen, betaalde externe deskundigen, stagiairs en leden van de raad van bestuur en raad van advies; stelt vast dat het beleid onder de aandacht van het personeel wordt gebracht via het intranet en via trainingen, en dat personeelsleden en deskundigen zich ertoe verbinden dit beleid na te leven door middel van het ondertekenen van verklaringen en vertrouwelijkheidsverklaringen; merkt voorts op dat in de algemene voorwaarden van de overeenkomsten van het Bureau met arbeidscontractanten, waaronder tijdelijke personeelsleden (uitzendkrachten) die diensten verlenen, specifieke bepalingen zijn opgenomen inzake belangenconflicten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>stelt vast dat het Bureau sinds 2014 over een fraudebestrijdingsstrategie beschikt, die regelmatig wordt geactualiseerd en die momenteel gericht is op het uitvoeren van maatregelen ter beperking van de frauderisico’s die bij risicobeoordelingen naar voren zijn gekomen; merkt op dat bij de laatste actualisering in 2022, die is goedgekeurd door de raad van bestuur, de nadruk werd gelegd op permanente inspanningen ter vergroting van het bewustzijn inzake ethiek en integriteit;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aanbestedingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>neemt er kennis van dat het Bureau volgens de Rekenkamer in 2022 een kaderovereenkomst ter waarde van 90 miljoen EUR heeft gesloten voor het charteren van drie vaartuigen, met een aanvankelijke looptijd van 24 maanden, die vier keer stilzwijgend kan worden verlengd, telkens met twaalf maanden, tot in totaal zes jaar; herinnert eraan dat in punt 1.1. van bijlage I bij Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 (PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> (het Financieel Reglement) is bepaald dat de duur van kaderovereenkomsten niet langer is dan vier jaar, behalve in uitzonderingsgevallen die naar behoren worden gemotiveerd; merkt op dat het Bureau als motivering voor de langere duur van de overeenkomst heeft aangevoerd dat deze langere duur noodzakelijk was om voldoende rendement op de investeringen te waarborgen voor de contractanten, die de vaartuigen moesten uitrusten met opblaasbare boten met een vaste romp; merkt voorts op dat de Rekenkamer deze motivering ontoereikend achtte, omdat de kosten van het op die manier uitrusten van de vaartuigen werden geraamd op slechts ongeveer 1 % van de totale waarde van het contract, waarbij het Bureau bovendien de mogelijkheid hield om het contract na de eerste twee jaar en na elk daaropvolgend jaar eenzijdig op te zeggen, waarmee het argument ondermijnd werd dat de contractant een gegarandeerde looptijd van zes jaar nodig zou hebben om voldoende rendement uit zijn investering te halen; wijst erop dat Rekenkamer heeft verklaard dat als het contract wordt verlengd tot na de limiet van vier jaar, de daaropvolgende en daarmee samenhangende betalingen als onrechtmatig zullen worden beschouwd; stelt vast dat het Bureau bij de voorbereiding van de procedure van oordeel was dat een normale contractduur van vier jaar door de markt wellicht niet als voldoende rendement op investeringen werd beschouwd en dat de succesvolle levering en continuïteit van de diensten waarop het desbetreffende raamcontract betrekking had, van cruciaal belang was voor zijn kernactiviteiten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>herinnert eraan dat het bij alle aanbestedingsprocedures van belang is de eerlijke concurrentie tussen inschrijvers en de beste mogelijke prijs voor diensten te waarborgen, met inachtneming van het transparantiebeginsel, het evenredigheidsbeginsel, het beginsel van gelijke behandeling en het beginsel van non-discriminatie; verzoekt het Bureau zijn procedures voor overheidsopdrachten te verbeteren en ervoor te zorgen dat de toepasselijke regels volledig worden nageleefd, om te waarborgen dat deze de best mogelijke waarde opleveren voor openbare middelen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Interne controle</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>spreekt zijn bezorgdheid uit over de bevinding van de Rekenkamer dat het bij de procedures die werden toegepast voor het selecteren en contracteren van externe deskundigen systematisch ontbrak aan een adequaat auditspoor, zoals vereist in artikel 36, lid 3, van het Financieel Reglement; merkt op dat er met name niet voldoende bewijs kon worden verkregen om te bevestigen dat deskundigen taken kregen toegewezen op basis van vooraf vastgestelde selectiecriteria die verband hielden met hun relatieve verdiensten, en dat de beginselen van non-discriminatie en gelijke behandeling zoals vastgelegd in artikel 237 van het Financieel Reglement in acht waren genomen; verzoekt het Bureau zijn interne procedures voor het selecteren en contracteren van externe deskundigen te versterken en aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de maatregelen die in dit verband zijn genomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>stelt met bezorgdheid vast dat het Bureau volgens de Rekenkamer in mei 2022 gebruik heeft gemaakt van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking van een aanbestedingsbericht in verband met het leasen van een offshore-patrouillevaartuig, in te zetten in de wateren tussen de Unie en het Verenigd Koninkrijk, en dat het Bureau in juni 2022 het contract ter zake heeft ondertekend om de kloof te overbruggen tussen het verstrijken van een eerder contract en de inwerkingtreding van nieuwe contracten in het kader van een lopende openbare procedure die langer duurde dan aanvankelijk werd verwacht; stelt vast dat het Bureau deze gang van zaken rechtvaardigde door aan te voeren dat er sprake was van dwingende spoed als gevolg van onvoorziene gebeurtenissen, op grond waarvan overeenkomstig punt 11.1, c), van bijlage I bij het Financieel Reglement een uitzondering is toegestaan; stelt vast dat de Rekenkamer concludeerde dat sommige van de factoren die tot deze dwingende spoed hebben geleid, mogelijk niet te voorzien waren, maar andere wel, en dat het feit dat hiermee onvoldoende rekening is gehouden, wijst op een tekortkoming in de planning en het beheer van de aanbesteding voor het charteren van de drie vaartuigen door het Bureau; dringt er bij het Bureau op aan de door de Rekenkamer vastgestelde tekortkomingen met betrekking tot de planning en het beheer van aanbestedingen aan te pakken en te verhelpen, en zo spoedig mogelijk verslag uit te brengen aan de kwijtingsautoriteit over de maatregelen die in dit verband zijn genomen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Overige opmerkingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>neemt er kennis van dat het Bureau niet deelneemt aan het milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS) en nog geen EMAS-certificaat heeft ontvangen omdat de inspanningen gericht zijn op het ondersteunen van andere projecten; herinnert eraan dat het systeem ten doel heeft voortdurende verbeteringen in de milieuprestaties van organisaties te bevorderen; spoort het Bureau aan stappen te zetten in de richting van deelname aan EMAS;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>verwijst voor andere horizontale opmerkingen bij zijn kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 11 april 2024<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P9_TA(2024)0280.</FIELD></FOOTNOTE> over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>