<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0258</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Kwijting 2022: Europees Agentschap voor chemische stoffen</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0135/2024 - Rapporteur: Petri Sarvamaa)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><NR>1.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 11 april 2024 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Agentschap voor chemische stoffen voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2148(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Agentschap voor chemische stoffen voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de EU-agentschappen betreffende het begrotingsjaar 2022, vergezeld van de antwoorden van de agentschappen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/594, 27.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/112, 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE> van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2022 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 22 februari 2024 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2022 (06180/2024 – C9‑0086/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 70,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG<FOOTNOTE><FIELD>PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE> van de Commissie, en met name artikel 97,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 105,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0135/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verleent de uitvoerend directeur van het Europees Agentschap voor chemische stoffen kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Europees Agentschap voor chemische stoffen, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><DECISION><TI><NR>2.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 11 april 2024 over de afsluiting van de rekeningen van het Europees Agentschap voor chemische stoffen voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2148(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Agentschap voor chemische stoffen voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de EU-agentschappen betreffende het begrotingsjaar 2022, vergezeld van de antwoorden van de agentschappen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/594, 27.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/112, 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE> van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2022 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 22 februari 2024 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2022 (06180/2024 – C9‑0086/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 70,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG<FOOTNOTE><FIELD>PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE> van de Commissie, en met name artikel 97,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 105,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0135/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Europees Agentschap voor chemische stoffen voor het begrotingsjaar 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Europees Agentschap voor chemische stoffen, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><RESOL><TI><NR>3.</NR> <STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 11 april 2024 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Agentschap voor chemische stoffen voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2148(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Agentschap voor chemische stoffen voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0135/2024),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de definitieve begroting van het Europees Agentschap voor chemische stoffen (het “Agentschap”) voor het begrotingsjaar 2022 volgens zijn staat van ontvangsten en uitgaven<FOOTNOTE><FIELD>PB C 453 van 29.11.2022, blz. 39.</FIELD></FOOTNOTE> 114 777 691 EUR bedroeg, d.w.z. 5,83 % meer dan in 2021; overwegende dat de begroting van het Agentschap voornamelijk uit twee inkomstenbronnen wordt gefinancierd, namelijk de geïnde vergoedingen en de bijdrage uit de algemene begroting van de Unie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2022 (het “verslag van de Rekenkamer”) verklaart redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Agentschap betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat er met betrekking tot de aanbestedingen van het Agentschap voor 2022 geen kwesties zijn gemeld die corrigerende maatregelen vereisen, en dat er ook geen lopende of nog niet afgeronde corrigerende maatregelen zijn uit controles en beoordelingen van voorgaande jaren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat er met betrekking tot de interne-controlesystemen van het Agentschap voor 2022 geen kwesties zijn gemeld die corrigerende maatregelen vereisen, en dat er ook geen lopende of nog niet afgeronde corrigerende maatregelen zijn op grond van controles en beoordelingen van voorgaande jaren;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Financieel en begrotingsbeheer</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2022 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de vastleggingskredieten van 98,61 %, hetgeen neerkomt op een lichte daling van 0,23 % ten opzichte van 2021, en een uitvoeringspercentage van de betalingskredieten van 85,06 %, hetgeen neerkomt op een daling van 1,17 % ten opzichte van 2021;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>herinnert eraan dat het Agentschap wordt gefinancierd uit vergoedingen die door de industrie worden betaald en uit een EU-balansbijdrage, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>, Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels, tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006 (PB L 353 van 31.12.2008, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> en Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (PB L 167 van 27.6.2012, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>; benadrukt het feit dat er grote onzekerheid bestaat over de hoogte en timing van de vergoedingen door de eenmalige aard ervan en de afhankelijkheid van strategische beslissingen van de spelers in de chemische industrie; herinnert eraan dat de Commissie in 2020 een voorstel beloofd had om het bestuur van het Agentschap te versterken en de duurzaamheid van zijn financieringsmodel te vergroten; dringt erop aan dat de Commissie dit onmiddellijk presenteert;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>stelt tevreden vast dat voor het eerst sinds de uiterste termijn voor registratie als bedoeld in Verordening (EG) nr. 1907/2006 in 2018, de inkomsten uit vergoedingen zijn gestegen in 2022, terwijl het Agentschap enigszins minder afhankelijk is geworden van de Unie voor de financiering van zijn activiteiten;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Prestaties</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>merkt op dat het Agentschap geldt als de stuwende kracht voor de toepassing van de Uniewetgeving inzake chemische stoffen met het oog op de bescherming van de volksgezondheid en het milieu, alsook voor innovatie en concurrentievermogen; wijst erop dat het Agentschap informatie over chemische stoffen verzamelt, evalueert en publiceert, bedrijven helpt bij het naleven van de wetgeving, en het veilige gebruik van chemische stoffen bevordert;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>merkt op dat het Agentschap 93 % van het werkprogramma heeft uitgevoerd en 151 van de 162 voor 2022 geplande specifieke acties en outputs heeft gerealiseerd, terwijl acht acties volgens plan nog “in uitvoering” zijn; merkt voorts op dat voor de drie “niet-voltooide” acties hetzij een bijdrage van de lidstaten nodig zou zijn geweest, hetzij het schrappen van de werkstroom uit de prioriteiten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>merkt op dat het Agentschap zich heeft geconcentreerd op het uitvoeren van zijn kerntaken en op het ondersteunen van de Europese Commissie bij de uitvoering van haar strategie voor duurzame chemische stoffen, overeenkomstig de koers die de raad van bestuur heeft uitgezet in het strategisch plan 2019-2023 en in zijn in 2021 uitgevoerde evaluatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>vestigt de aandacht op enkele van de uitdagingen waarmee het Agentschap in 2022 werd geconfronteerd, waaronder de inefficiëntie van het autorisatiesysteem, een probleem dat in 2021 is vastgesteld, met een groeiend aantal aanvragen voor zeswaardig chroom dat naar verwachting tot in 2023 zal aanhouden, waardoor de adviescapaciteit van de wetenschappelijke comités onder druk komt te staan en er een gebrek is aan ervaren leden; merkt verder op dat de lidstaten een beperkt aantal ontwerpbeoordelingsrapporten voor biociden hebben ingediend, wat de afronding van de beoordelingen tegen eind 2024, zoals voorgeschreven door Verordening (EU) nr. 528/2012, in de weg staat; benadrukt het feit dat het Agentschap zich de afgelopen jaren overeenkomstig het Actieplan voor werkzame stoffen heeft ingespannen om de lidstaten te helpen verdere vooruitgang te boeken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>is ingenomen met de activiteiten van het Agentschap om alternatieven voor dierproeven te bevorderen en met de acties die het Agentschap heeft ondernomen om deze alternatieven doeltreffender en zichtbaarder te maken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Efficiëntie en winst</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>prijst het Agentschap voor zijn strategie voor efficiëntiewinst, waarmee wordt gestreefd naar toegevoegde waarde door middel van prestatiegericht bestuur, en voor de ontwikkeling van de nieuwe instrumenten ter ondersteuning van de planning en verslaglegging, die gebruiksvriendelijker zijn, betere verslagleggingsmogelijkheden bieden en het voltallige personeel tijd besparen; merkt op dat de dimensies van de verslaglegging zijn herzien om het werkprogramma van het Agentschap beter weer te geven en een betere koppeling mogelijk te maken tussen de doelstellingen op het niveau van het Agentschap en die van individuele personeelsleden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>merkt op dat het Agentschap in 2022 ook is begonnen met een optimalisatie van de infrastructuurcapaciteit om overtollige capaciteit in de IT-infrastructuur tot een minimum te beperken, en dat uit de resultaten van de tweede helft van het jaar blijkt dat het Agentschap het gebruik van dergelijke infrastructuur (zowel CPU, d.w.z. processors, als RAM, d.w.z. geheugen) met ongeveer 25 % heeft kunnen terugdringen; is verheugd over de inspanningen die met het oog op optimalisatie zijn geleverd en moedigt het Agentschap aan zijn inspanningen op dit gebied voort te zetten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>merkt op dat het Agentschap zijn interne auditcapaciteit blijft delen met het Agentschap van de Europese Unie voor het ruimtevaartprogramma (voorheen de Toezichtautoriteit voor het Europees GNSS); merkt op dat het Agentschap en de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid regelmatige contacten onderhouden op werk- en directieniveau, waarbij mogelijkheden voor samenwerking routinematig worden beoordeeld (door een gedetailleerde herziening van de werkprogramma’s) en benut;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>merkt voorts op dat het Agentschap zijn strategische samenwerking met de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid heeft voortgezet bij het leveren van het gegevensformaat IUCLID als een dienst, geleverd vanuit zijn clouddiensten, voor het werk van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid in het kader van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>, en dat als gevolg daarvan schaalvoordelen zijn behaald door voort te bouwen op bestaande IT-platforms;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>herinnert eraan dat het belangrijk is het Agentschap verder te digitaliseren wat interne werking en management betreft, maar ook om de digitalisering van de procedures te versnellen; benadrukt dat het Agentschap op dit gebied proactief moet blijven, teneinde een digitale kloof tussen de agentschappen te voorkomen; wijst er evenwel op dat alle noodzakelijke beveiligingsmaatregelen moeten worden getroffen om risico’s voor de onlineveiligheid van de verwerkte informatie uit te sluiten; benadrukt de noodzaak steviger op te treden tegen cyberaanvallen of infiltratiepogingen, met name tegen deze die uit Rusland of China afkomstig zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>is ingenomen met het feit dat het Agentschap in samenwerking met de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid stappen heeft gezet om het beginsel van “één stof – één beoordeling” te bevorderen, met als doel voor meer coherentie te zorgen bij de beoordeling van de gevaren en risico’s van werkzame stoffen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Personeelsbeleid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>stelt vast dat de personeelsformatie op 31 december 2022 voor 98,07 % was ingevuld, waarbij 458 tijdelijke functionarissen waren aangesteld van de 467 tijdelijke functionarissen die in het kader van de begroting van de Unie waren toegestaan (hetzelfde aantal toegestane posten als in 2021); merkt op dat daarnaast 128 arbeidscontractanten, 48 tijdelijke krachten, vijf consultants en twee gedetacheerde nationale deskundigen in 2022 voor het Agentschap werkten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>wijst erop dat het belangrijk is te zorgen voor genderevenwicht bij het personeel en is in dit verband verheugd dat het Agentschap een actieplan heeft uitgevoerd om de doelstellingen van zijn in 2022 aangenomen Handvest voor diversiteit en inclusie te verwezenlijken, met als doel om, naast andere inclusiemaatregelen, genderevenwicht in het managementteam te bereiken; verzoekt het Agentschap om aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de uitvoering van zijn actieplan; erkent dat het bereiken van resultaten op dit gebied tijd kost; merkt echter op dat het genderevenwicht binnen het hogere en middenkader van het Agentschap er licht op vooruit is gegaan: 76 % van de posities wordt ingenomen door mannen (82 % in 2021) en 24 % door vrouwen (18 % in 2021); merkt op dat het totale aantal mannen 261 (45 %) en vrouwen 317 (55 %) bedraagt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat het Agentschap op 31 december 2022 personeel in dienst had uit 26 lidstaten; merkt op dat 32 % van het personeel onderdaan is van de lidstaat waarin het Agentschap is gevestigd; herinnert eraan dat geografisch evenwicht belangrijk is en moedigt het Agentschap aan de nodige maatregelen te blijven nemen voor een evenwichtige en eerlijke geografische vertegenwoordiging; uit echter zijn bezorgdheid over het geografische evenwicht binnen het hoger en middenkader van het Agentschap, dat slechts één directeur uit Midden- en Oost-Europa heeft; dringt erop aan dat er verbeteringen worden aangebracht; verzoekt het Agentschap de kwijtingsautoriteit hiervan op de hoogte te houden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>merkt op dat het Agentschap een beleid heeft inzake het beschermen van de persoonlijke waardigheid en het voorkomen van psychologische en seksuele intimidatie, en dat het deel uitmaakt van de taskforce van vertrouwenspersonen van de agentschappen; ziet uit naar het verslag en de aanbevelingen van deze taskforce; stelt vast dat er in 2022 geen gevallen van intimidatie zijn gemeld en moedigt het Agentschap ertoe aan zijn inspanningen op dit vlak voort te zetten en verder uit te bouwen, zodat dergelijke gevallen ook in de toekomst worden verhinderd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>merkt op dat het personeel van het Agentschap in maart 2022 geleidelijk is beginnen terug te keren naar de gebouwen van het Agentschap, en dat dit proces in oktober 2022 is afgerond met de toepassing van nieuwe hybride werkregels; merkt in dit verband op dat de nieuwe regels de flexibiliteit bevorderen, de zelfbeschikking van het personeel vergroten en tegelijkertijd de sociale cohesie en samenwerking in stand houden door middel van regelmatige aanwezigheid op kantoor gedurende de week;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>merkt op dat het Agentschap gebruik heeft gemaakt van meer interne mobiliteit om in te spelen op de veranderende behoeften aan wetenschappelijk-technische en administratieve expertise in zijn werkzaamheden; merkt op dat dit carrièremogelijkheden bood en daardoor bijdroeg aan het motiveren van het personeel van het Agentschap en het in stand houden van een cultuur van sterke prestaties, voortdurende verbetering en responsiviteit; is verheugd dat het Agentschap, om werknemers te motiveren en vaardigheden op te bouwen, ook nieuwe initiatieven heeft geïntroduceerd, waaronder mentorschap en coaching;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>onderstreept dat het Agentschap over voldoende personeel moet beschikken, zodat het invulling kan geven aan de behoeften uit hoofde van met name de Europese Green Deal, de EU-strategie voor duurzame chemische stoffen, het actieplan voor de circulaire economie en in het bijzonder de ambitie om alle verontreiniging tot nul terug te dringen en de daarmee gepaard gaande toename van taken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>merkt op dat het Agentschap op basis van een grondige risicobeoordeling van zijn activiteiten de processen en subprocessen heeft geïdentificeerd met betrekking tot welke het beheer van belangenconflicten vereist is; merkt verder op dat in al die processen de proceseigenaar de jaarlijkse belangenverklaringen controleert telkens wanneer een taak aan een personeelslid wordt toegewezen, terwijl dit voor sommige gevoelige processen wordt aangevuld met een verklaring van het personeelslid inzake de afwezigheid van belangenconflicten in dit specifieke geval;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>is verheugd dat het beleid inzake belangenconflicten van het Agentschap in juni 2023 voor het laatst door de raad van bestuur is herzien om de aanpak van belangenconflicten na uitdiensttreding te verbeteren; merkt op dat de ingevoerde wijzigingen het systematische toezicht op de naleving van de verplichtingen na uitdiensttreding door voormalige personeelsleden van het Agentschap versterken, overeenkomstig de aanbevelingen van de Europese Rekenkamer en de opmerkingen van de kwijtingsautoriteit in voorgaande jaren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>stelt vast dat het Agentschap op zijn website de bijeenkomsten publiceert die zijn hogere kader heeft gehouden met vertegenwoordigers van belangengroepen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>is verheugd dat het Agentschap in 2022 een nieuw elektronisch instrument heeft ingevoerd voor het verzamelen en controleren van de jaarlijkse belangenverklaringen van de externe deskundigen die bijdragen aan de werkzaamheden van het Agentschap, waardoor het proces nog betrouwbaarder wordt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>stelt met voldoening vast dat de fraudebestrijdingsstrategie van het Agentschap voor het laatst in december 2022 door zijn raad van bestuur is herzien en is gericht op handhaving en verdere ontwikkeling van de fraudebestrijdingscultuur binnen het Agentschap en regelmatige herziening van de belangrijkste beleidsmaatregelen en procedures; merkt op dat de strategie het interne corruptiebestrijdingsmechanisme versterkt door de rollen en verantwoordelijkheden voor fraudepreventie en de middelen voor fraudebestrijding te specificeren; is verheugd dat al het personeel van het Agentschap in 2022 heeft deelgenomen aan een antifraudeopleiding; stelt met tevredenheid vast dat het Agentschap beschikt over richtsnoeren voor klokkenluiders, zodat de werknemers van het Agentschap melding kunnen maken van activiteiten die indruisen tegen het openbaar belang;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>herinnert eraan dat de besluitvormingsprocessen van het Agentschap bedoeld zijn om duidelijk en open te zijn en om te zorgen voor een evenwichtig resultaat op basis van een beredeneerde wetenschappelijke benadering; merkt op dat de informatie over de intenties van het Agentschap en de lidstaten om bijvoorbeeld stoffen te onderzoeken of dossiers aan te leggen online beschikbaar is, zodat bedrijven toegang hebben tot de gegevens die ze nodig hebben om weloverwogen zakelijke beslissingen te nemen; merkt verder op dat geaccrediteerde belangenorganisaties als waarnemer aan wetenschappelijke bijeenkomsten kunnen deelnemen, behalve wanneer het op grond van de vertrouwelijkheid van zakelijke informatie vereist is dat de sessies besloten zijn; merkt verder op dat de overwegingen, adviezen en conclusies van de wetenschappelijke comités van het Bureau worden vastgelegd in adviezen en notulen en dat deze online worden gepubliceerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>herinnert eraan dat het Agentschap zichtbaarder moet worden in de media, op het internet en op sociale netwerken, om zo zijn werkzaamheden onder de aandacht van de burgers te brengen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Overige opmerkingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>is verheugd dat het Agentschap in 2022 een cyberbeveiligingsbeleid heeft vastgesteld en een IT-brede risicobeoordeling heeft uitgevoerd; merkt verder op dat het Agentschap de mogelijkheid van biometrische authenticatie heeft ingevoerd, de zichtbaarheid van het centrum voor beveiligingsactiviteiten heeft verbeterd en failovertests tussen datacenters heeft uitgevoerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat het Agentschap in 2022 heeft deelgenomen aan de proeffase van PPMT (Public Procurement Management Tool – het instrument van de Europese Commissie voor het beheer van openbare aanbestedingen) om dit e-aanbestedingsinstrument te testen (voorafgaand aan zijn volledige ingebruikneming in 2023); neemt er nota van dat het Agentschap in het verleden al andere e-aanbestedingsinstrumenten zoals eTendering of eSubmission in gebruik heeft genomen en dat het tegelijkertijd in 2022 zijn abonnement op Cloudia – het e-aanbestedingsplatform van Hansel (het centrale inkooporgaan voor Finse overheidsinstanties) – heeft verlengd, zodat alle administratieve aanbestedingen die via Hansel lopen, volledig zijn gedigitaliseerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>neemt er kennis van dat de EMAS-certificering (Eco-Management and Audit Scheme – milieubeheer- en milieuauditsysteem) en de ISO 14001-certificering van het Agentschap in 2022 met succes zijn vernieuwd; stelt met tevredenheid op grond van het verslag van de Rekenkamer vast dat het Agentschap een van de agentschappen is die jaarlijks een milieuverklaring afgeven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>benadrukt dat het Agentschap zijn inspanningen heeft voortgezet om dierproeven in Europa zoveel als dit binnen het huidige regelgevingskader mogelijk is uit te faseren; merkt op dat het Agentschap alternatieven voor dierproeven op drie manieren stimuleert: door zich via een aparte strategie te richten op groepen stoffen, door te investeren in internationale activiteiten ter bevordering van alternatieven en nieuwe benaderingsmethoden, en door de gegevens waarover het Agentschap beschikt beschikbaar te stellen; herhaalt zijn verzoek aan het Agentschap om de uitfasering van dierproeven te versnellen; merkt bovendien op dat het Agentschap samenwerkt met de Commissie en andere belanghebbenden om de Commissie te ondersteunen bij de ontwikkeling van een stappenplan voor de volledige vervanging van dierproeven voor chemische stoffen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>is ingenomen met het feit dat het Agentschap verschillende maatregelen is blijven nemen om zijn publieke en online-aanwezigheid te vergroten door middel van nieuwe publicaties en talrijke updates op zijn website, de lancering van een gezamenlijk Instagram-kanaal met vier agentschappen, “One Health One Environment” genaamd, en zijn aanwezigheid op sociale media; stelt in dit verband vast dat de berichtgeving in de media in het algemeen is toegenomen en dat de aanwezigheid van het Agentschap op sociale media er eveneens op vooruitgegaan is in 2022 ten opzichte van 2021;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 11 april 2024<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P9_TA(2024)0280.</FIELD></FOOTNOTE> over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>