<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0260</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Kwijting 2022: Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol)</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0119/2024 - Rapporteur: Petri Sarvamaa)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><NR>1.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 11 april 2024 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2169(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de EU-agentschappen betreffende het begrotingsjaar 2022, vergezeld van de antwoorden van de agentschappen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/594, 27.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/112, 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2022 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 22 februari 2024 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2022 (06180/2024 – C9‑0107/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD> PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 70,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en tot vervanging en intrekking van de Besluiten 2009/371/JBZ, 2009/934/JBZ, 2009/935/JBZ, 2009/936/JBZ en 2009/968/JBZ van de Raad<FOOTNOTE><FIELD> PB L 135 van 24.5.2016, blz. 53.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 60,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD> PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 105,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 en bijlage V van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0119/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verleent de uitvoerend directeur van het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol), de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><DECISION><TI><NR>2.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 11 april 2024 over de afsluiting van de rekeningen van het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2169(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de EU-agentschappen betreffende het begrotingsjaar 2022, vergezeld van de antwoorden van de agentschappen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/594, 27.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/112, 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2022 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 22 februari 2024 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2022 (06180/2024 – C9‑0107/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 70,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en tot vervanging en intrekking van de Besluiten 2009/371/JBZ, 2009/934/JBZ, 2009/935/JBZ, 2009/936/JBZ en 2009/968/JBZ van de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 135 van 24.5.2016, blz. 53.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 60,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 105,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 en bijlage V van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0119/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) voor het begrotingsjaar 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol), de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><RESOL><TI><NR>3.</NR> <STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 11 april 2024 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2169(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 en bijlage V van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0119/2024),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de definitieve begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) (hierna het “Agentschap” genoemd) voor het begrotingsjaar 2022 volgens zijn staat van ontvangsten en uitgaven<FOOTNOTE><FIELD>PB C 38 van 31.1.2023, blz. 160.</FIELD></FOOTNOTE> 197 759 722 EUR bedroeg, hetgeen neerkomt op een verhoging met 10,91 % ten opzichte van 2021; overwegende dat de begroting van het Agentschap voornamelijk afkomstig is uit de begroting van de Unie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Agentschap betreffende het begrotingsjaar 2022 (hierna het “verslag van de Rekenkamer”) verklaart redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Agentschap betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Begrotings- en financieel beheer</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>merkt op dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht hebben geresulteerd in een begrotingsuitvoeringspercentage voor de vastleggingskredieten van 96,62 % in 2022, wat neerkomt op een daling van 2,10 % ten opzichte van 2021; stelt vast dat het uitvoeringspercentage voor de betalingskredieten 79,73 % bedroeg, wat een daling van 3,78 % inhoudt ten opzichte van 2021; complimenteert het Agentschap met zijn inspanningen om zijn betalingsachterstanden verder te verminderen van 32,8 % in 2020 en 7,8 % in 2021 tot 7,2 % in 2022; stelt echter met bezorgdheid vast dat de opmerking van de Rekenkamer waarin wordt benadrukt dat het Agentschap met problemen in verband met te late betalingen kampt nog steeds geldt; deelt de inschatting van de Rekenkamer dat deze terugkerende tekortkoming het Agentschap blootstelt aan het gevaar van reputatieschade;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>wijst op het lage uitvoeringspercentage (85 %) van de van 2021 naar 2022 overgedragen middelen (C8), wat heeft geleid tot een niet-gebruikt bedrag van 3,8 miljoen EUR aan kredieten; merkt met bezorgdheid op dat de kredieten in verband met de huidige begroting die van 2022 naar 2023 zijn overgedragen relatief hoog zijn, te weten 17 % of 32,5 miljoen EUR; constateert voorts een stijgende trend gedurende de afgelopen jaren (2020-2022) met betrekking tot het overschot (begrotingsresultaat) van het Agentschap aan het einde van het begrotingsjaar, en stelt vast dat dit overschot voor 2022 10,3 miljoen EUR bedroeg, meer dan het dubbele van het bedrag in 2021 (5,1 miljoen EUR); stelt vast dat het Agentschap, volgens het geconsolideerde jaarlijkse activiteitenverslag 2022 van het Agentschap (CAAR) en het verslag van het Agentschap met de follow-up van het kwijtingsbesluit van het Parlement over de uitvoering van de begroting van het Agentschap voor 2021, de onderliggende oorzaken van het hoge overschot aan het einde van het begrotingsjaar en de overdracht van de begrotingsuitvoeringsprestaties heeft beoordeeld; merkt in dit verband op dat het Agentschap ook een actieplan heeft opgesteld; verzoekt het Agentschap de kwijtingsautoriteit van de vorderingen op dit gebied op de hoogte te houden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>merkt op dat de definitieve begroting van het Agentschap voor 2022 het resultaat is van een eerste wijziging van 4,3 miljoen EUR, voor de bijdrage van Denemarken voor 2022, en een tweede wijziging van 1,1 miljoen EUR, voor bijdrageovereenkomsten en overeenkomsten inzake dienstverleningsniveau;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Prestatie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>leest met tevredenheid in het CAAR dat het Agentschap bepaalde maatregelen als kernprestatie- en werkprogramma-indicatoren heeft gebruikt om de toegevoegde waarde van zijn activiteiten te beoordelen, en andere maatregelen om zijn begrotingsbeheer in 2022 te verbeteren; merkt op dat het Agentschap 15 kernprestatie-indicatoren (KPI’s) en 56 werkprogramma-indicatoren (WPI’s) heeft gemonitord; merkt op dat 10 KPI’s en 40 WPI’s de vastgestelde doelstellingen hebben bereikt of overschreden; waardeert in dit verband de stijging van sommige KPI’s ten opzichte van voorgaande jaren in verband met het aantal door het Agentschap ondersteunde operaties (2 758) en het aantal actiedagen (394), het aantal zoekopdrachten in EIS en QUEST (13 miljoen) en het aantal controles inzake grensoverschrijdende criminaliteit in het EIS met betrekking tot personen (2 339);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>prijst het Agentschap voor zijn uitstekende prestaties bij het verwezenlijken van de vijf meerjarige strategische prioriteiten die zijn vastgelegd in de Europol-strategie 2020+; neemt met name kennis van de oprichting van de eenheid Informatiebeheer (IMU), de ontwikkeling van een ICT-strategie die naar verwachting zal bijdragen tot de uitvoering van de strategie van het Agentschap op het gebied van informatiebeheer en de uitvoering van een nieuw bedrijfsmodel voor het monitoren van de voortgang op het gebied van ICT-levering; merkt op dat het innovatielab van Europol deel is gaan uitmaken van de IMU in een structuur die naar verwachting zal leiden tot nauwere samenwerking die nodig is voor de tenuitvoerlegging van de herziene Europol-verordening, en dat het Europol-instrumentenregister is gelanceerd om onderzoek en innovatie in de lidstaten te ondersteunen, de uitwisseling van ervaringen aan te moedigen en synergieën te bevorderen; neemt voorts kennis van de oprichting van de eenheid Digitale Ondersteuning die tot doel heeft efficiënt en doeltreffend in te spelen op de onderzoeksbehoeften van de lidstaten en binnen het Agentschap, met name met betrekking tot complexe zaken die digitale forensische ondersteuning vereisen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>prijst het snelle reactievermogen van het Agentschap en zijn steun aan de lidstaten bij de bestrijding van criminaliteit in de nasleep van de illegale en niet-uitgelokte Russische invasie van Oekraïne, onder meer door deskundigen en gastfunctionarissen in te zetten ter ondersteuning van lokale rechtshandhavingsinstanties in aan Oekraïne grenzende landen of door financiële onderzoeken te ondersteunen naar criminele activa die eigendom zijn van personen en juridische entiteiten die in het kader van die oorlog zijn bestraft; merkt bovendien op dat het Agentschap in 2022 verschillende dreigingsevaluaties over de mogelijke gevolgen van de oorlog, alsook vroegtijdige waarschuwingen en kennisgevingen van inlichtingen over bijvoorbeeld wapenhandel en mensenhandel heeft gepubliceerd; moedigt het Agentschap voorts aan alles in het werk te stellen om de acties van de Unie en de lidstaten op dit gebied te ondersteunen; merkt op dat de illegale militaire invasie een humanitaire crisis heeft veroorzaakt en ertoe heeft geleid dat grote aantallen vluchtelingen uit Oekraïne naar de Unie zijn gevlucht, wat opportunistische criminele netwerken de kans geeft om deze situatie te misbruiken om hun criminele activiteiten op te voeren; benadrukt voorts dat de uitbreiding van de bevoegdheden van het Agentschap om de lidstaten te ondersteunen en samen te werken met particulieren, derde landen en internationale organisaties ertoe zou leiden dat aanvullende interne en externe toezichtmechanismen moeten worden ingevoerd om de eerbiediging van het recht van de Unie en de bescherming van de grondrechten te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>stelt vast dat het Agentschap nauw is blijven samenwerken met eu-LISA bij het vaststellen van geautomatiseerde controles van de reisaanvraaggegevens uit het Europees systeem voor reisinformatie en -autorisatie (Etias) aan de hand van Europol-gegevens; merkt op dat de ingebruikname van het Etias bij besluit van de Raad is uitgesteld tot november 2023; waardeert dat het Agentschap zijn samenwerking met het Europees Openbaar Ministerie (EOM) in 2022 heeft uitgebreid en dat het tegen het einde van het jaar 21 belangrijke EOM-operaties op het gebied van belastingfraude had ondersteund;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Efficiëntie en verbeteringen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>stelt met waardering vast dat het Agentschap zijn Europol-strategie 2020+ heeft herzien en zijn strategische prioriteiten heeft aangepast aan de huidige operationele behoeften van de lidstaten en de veiligheidsdreigingen waarmee zij worden geconfronteerd, teneinde de prestaties van het Agentschap te verbeteren; wijst in dit verband op een nieuwe strategische prioriteit die erop gericht is om de relevante partners samen te brengen voor grensoverschrijdende samenwerking en gezamenlijk optreden, met inbegrip van de geassocieerde Schengenlanden, Interpol en de agentschappen van de Unie op het gebied van justitie en binnenlandse zaken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>neemt met waardering kennis van de antwoorden van het Agentschap op de schriftelijke vragen van het Parlement over de uitgebreide maatregelen en praktijken van het Agentschap om de efficiëntie te vergroten op het gebied van onder meer ICT-kernoplossingen (in-sourcing in plaats van uitbesteding), digitalisering van HR-diensten (e-werving, e-opleiding), en instrumenten voor het monitoren van de uitvoering van de begroting, het vacaturepercentage, contractuele plafonds in aanbestedingsprocedures en milieu-indicatoren; prijst het Agentschap voor de tenuitvoerlegging van het beheersinstrument voor overheidsopdrachten en voor het gezamenlijk met andere agentschappen uitvoeren van aanbestedingsprocedures;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>merkt op dat naar aanleiding van de wijziging in de planning van de interoperabiliteitsagenda (IA) van de Unie de interne activiteiten en middelen van het Agentschap opnieuw moesten worden gepland, waarvoor extra personeel nodig was; neemt in dit verband kennis van een overeenkomst waarbij 25 personeelsleden van het Europees Grens- en kustwachtagentschap vanaf 2024 het Agentschap zullen ondersteunen bij het nakomen van zijn verplichtingen in het kader van de IA; stelt voorts vast dat de middelen van het Agentschap in verband met de samenwerking met de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming (EDPS) onder druk komen te staan, aangezien 25 personeelsleden van het Agentschap zijn toegewezen aan acties van de EDPS; prijst het Agentschap voor zijn nauwe samenwerking met de EDPS en voor de uitvoering van de aanbevelingen van de EDPS met betrekking tot het gebruik van verschillende systemen zoals Epris, ADEP, SIS, PERCI en QUEST+; neemt kennis van de opmerking van het Agentschap met betrekking tot de vertraging bij de uitrol van PERCI (het platform van de Unie inzake illegale online-inhoud) die toe te schrijven is aan de gevolgen van de adviezen van de EDPS en de daaruit voortvloeiende aanbevelingen voor ontwikkelingen van groot operationeel belang; prijst het Agentschap voor het aanwijzen van een grondrechtenfunctionaris die het Agentschap zal ondersteunen bij het waarborgen van de eerbiediging van de grondrechten bij al zijn activiteiten en taken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>complimenteert het Agentschap met de certificering van het milieubeheer‑ en milieuauditsysteem van de Unie die het in 2022 ontving; prijst het Agentschap voorts voor het gebruik van criteria voor groene overheidsopdrachten en voor de integratie van het milieubeleid en de milieudoelstellingen van het Agentschap in zijn aanbestedingsprocedures; merkt op dat het Agentschap een project voor een haalbaarheidsstudie heeft gestart met het oog op de ontwikkeling van de milieuvisie van het Agentschap voor 2030 om doelstellingen te bepalen voor de vermindering van de broeikasgasemissies van het Agentschap en de verbeteringsmaatregelen vast te stellen die nodig zijn om deze doelstellingen te halen; verzoekt het Agentschap de kwijtingsautoriteit in te lichten over de uitkomst van die studie; verzoekt het Agentschap te overwegen om ook duurzame en energie-efficiënte overgangsoplossingen toe te passen, zowel voor zijn infrastructuur als voor interne processen, zoals een intensiever gebruik van digitale instrumenten en documentbeheer;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Personeelsbeleid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>stelt vast dat de personeelsformatie op 31 december 2022 voor 99,41 % was ingevuld, aangezien er 682 tijdelijke functionarissen waren aangesteld van de 686 die in het kader van de begroting van de Unie waren toegestaan (615 in 2021); stelt vast dat in 2022 bovendien 236 arbeidscontractanten (waarvan 19 gefinancierd via subsidies/akkoorden) en 55 gedetacheerde nationale deskundigen voor het Agentschap werkten, waarvoor respectievelijk 235 en 71 posten waren toegestaan in het kader van de begroting van de Unie; merkt tevens op dat 11 extra posten voor tijdelijke functionarissen, buiten de personeelsformatie voor 2022, voor een beperkte periode zijn toegewezen om het aantal vacante posten tot een minimum te beperken; merkt op dat het Agentschap onderscheid maakt tussen vijf categorieën gedetacheerde nationale deskundigen, waarvan vier categorieën geen of beperkte kosten met zich meebrengen voor de begroting van het Agentschap en nog eens 152 personen omvatten, waarmee het totale aantal gedetacheerde nationale deskundigen in 2022 neerkwam op 207; complimenteert het Agentschap met het lage percentage vacatures (0,6 %) in 2022, ruim onder het jaarlijkse streefcijfer van een maximaal vacaturepercentage van 2 %; neemt voorts kennis van de stijging van het verloop bij het Agentschap van 6,9 % in 2021 tot 9,12 % in 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>benadrukt dat het Agentschap naar aanleiding van de Russische invasie van Oekraïne in 2022 operationele teams heeft ingezet die bestaan uit kostenvrije gedetacheerde nationale deskundigen (GND’s) in verschillende lidstaten, zoals Litouwen, Slowakije, Hongarije, Roemenië of Bulgarije, alsook in partnerlanden zoals Moldavië, waardoor het gebruik van kostenvrije GND’s nog verder is toegenomen; wijst erop dat de bezoldiging van kostenvrije GND’s afhankelijk blijft van nationale besluiten en dat een aantal lidstaten heeft besloten geen salarissen te blijven betalen wanneer dergelijke situaties zich voordoen, waardoor zij afhankelijk zijn van de bedragen die hun worden betaald als dagvergoedingen; herinnert eraan dat de dagvergoeding elke drie jaar moet worden aangepast door middel van de aanpassingscoëfficiënt, en de hogere kosten van levensonderhoud als gevolg van de inflatie dient te compenseren, maar dat deze vergoeding de afgelopen zes jaar ongewijzigd is gebleven; verzoekt het Agentschap een inhoudelijke dialoog aan te gaan met de Commissie en de bevoegde nationale autoriteiten om te zorgen voor een billijke vergoeding voor alle deskundigen die bij het Agentschap in dienst zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>neemt kennis van de voor 2022 gemelde man-vrouwverhouding in het hoger en middenmanagement, dat voor 82 % uit mannen bestond (28 mannen en 6 vrouwen), in de raad van bestuur, die voor 75 % uit mannen bestond (38 mannen en 13 vrouwen) en onder het personeel, dat voor 65 % uit mannen bestond (556 mannen en 295 vrouwen); merkt op dat het percentage vrouwen (35 %) dat in 2022 bij het Agentschap werkzaam was, boven het gemiddelde ligt (op basis van de statistieken van Eurostat van 2021) van het percentage vrouwen (21,6 %) dat in de Unie werkzaam is op het gebied van wetshandhaving (politiefunctionarissen, rechters en gevangenispersoneel); herinnert eraan dat het belangrijk is te zorgen voor genderevenwicht en verzoekt het Agentschap met dit aspect rekening te houden bij toekomstige personeelsaanwervingen en benoemingen in zijn hoger en middenmanagement; verzoekt de Commissie en de lidstaten bij het voordragen van hun kandidaten voor de raad van bestuur van het Agentschap rekening te houden met het feit dat het belangrijk is het genderevenwicht te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>merkt op dat de medische dienst van het Agentschap in 2022 drie nieuwe burn-outgevallen heeft gemeld; merkt voorts op dat het Agentschap maatregelen heeft genomen om het welzijn van zijn personeel te verbeteren, onder meer door advies te verstrekken over gezondheid op het werk en levensstijl, deeltijdwerk om medische redenen mogelijk te maken, door te verwijzen naar medische specialisten en advies te geven aan het management inzake ondersteuning van het personeel; merkt op dat de raad van bestuur heeft ingestemd met de toepassing, naar analogie van het Agentschap, van Besluit C(2022) van de Commissie inzake arbeidstijd en hybride werken, ter vervanging van de eerdere uitvoeringsbepalingen inzake arbeidstijd en telewerk, met als doel een kader te bieden waarin werken op kantoor en telewerken als gelijkwaardige manieren van werken worden beschouwd; verzoekt het Agentschap te blijven zoeken naar oplossingen om het aantal gevallen van burn-out terug te dringen en verslag uit te brengen aan de kwijtingsautoriteit over de geboekte vooruitgang;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>stelt vast dat het Agentschap volgens zijn antwoorden op de schriftelijke vragen van het Parlement weliswaar het “Handvest inzake diversiteit en inclusie” niet ten uitvoer heeft gelegd, maar dat het wel een eigen strategie voor diversiteit en inclusie heeft ingevoerd; merkt voorts op dat het Agentschap in 2022 het procedurehandboek voor de tenuitvoerlegging van het besluit van de raad van bestuur over het beleid ter bescherming van de persoonlijke waardigheid en ter voorkoming van psychologische en seksuele intimidatie heeft herzien en goedgekeurd; merkt op dat het Agentschap in de periode 2017-2022 extern juridisch advies heeft ingewonnen over twee gevallen van vermeende intimidatie; merkt op dat er in 2022 geen gevallen van intimidatie ten aanzien van het personeel van het Agentschap voor de rechter zijn gebracht; benadrukt het belang van robuuste kaders voor de bestrijding van intimidatie, met name in zeer stressvolle en veeleisende werkomgevingen; verzoekt het Agentschap een trainingsprogramma op dit gebied in te voeren voor zowel nieuwkomers als bestaand personeel;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Openbare aanbestedingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>neemt kennis van de opmerking in het verslag van de Rekenkamer dat het Agentschap in 2022 een subsidie van 3,3 miljoen EUR heeft verstrekt voor de financiering van de activiteiten van een nationale politiedienst in een lidstaat, inclusief 1,4 miljoen EUR als vergoeding voor de aanschaf van vijf boten en een voorziening van 7 % voor de bijbehorende algemene kosten, inclusief btw; merkt op dat volgens de beoordeling van de Rekenkamer de btw voor de aankoop van boten voor politieopleidingen in het licht van artikel 186, lid 4, punt c), van het Financieel Reglement niet had mogen worden terugbetaald omdat de begunstigde een publiekrechtelijke overheidsinstantie is en activiteiten verricht als overheid, waardoor dat deel van de subsidie, ter hoogte van 0,2 miljoen EUR, onregelmatig werd bevonden; maakt uit het antwoord van het Agentschap op dat, gelet op artikel 5 van Besluit 2008/617/JHA van de Raad ter verbetering van de samenwerking in crisissituaties tussen de speciale interventie-eenheden (SIU’s) van de lidstaten van de Europese Unie, waarin is bepaald dat SIU’s gezamenlijke opleiding en oefeningen moet organiseren, terwijl de operationele subsidie betrekking had op de activiteiten van SIU’s die door één lidstaat worden gecoördineerd, het Agentschap van mening was dat de btw, overeenkomstig artikel 186, lid 4, punt c), van het Financieel Reglement en de bijbehorende specifieke uitvoeringsrichtsnoeren van de Commissie inzake subsidiebeheer, viel onder subsidiabele kosten wanneer deze btw volgens de toepasselijke nationale wetgeving niet terugvorderbaar is en betrekking heeft op opleiding, bewustmakings- of soortgelijke activiteiten op het gebied van veiligheid, met uitzondering van de btw die de lidstaten betalen wanneer zij als overheid optreden in hun soevereine hoedanigheid, met name wanneer particuliere ondernemingen de daarmee verband houdende diensten niet konden verlenen; wijst er tot slot op dat het Agentschap zich ervoor zal inzetten de subsidiabiliteit van btw-kosten in het kader van operationele subsidies te beoordelen in het licht van de opmerkingen van de Rekenkamer;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Preventie van en omgang met belangenconflicten, en transparantie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>neemt kennis van de bestaande maatregelen en lopende inspanningen van het Agentschap die erop gericht zijn transparantie te waarborgen, belangenconflicten te voorkomen en aan te pakken, en klokkenluiders te beschermen; stelt met tevredenheid vast dat de belangenverklaringen en de cv’s van alle leden van de raad van bestuur en van het hoger management op de website van het Agentschap worden gepubliceerd; verzoekt het Agentschap ook maatregelen te overwegen om draaideurgevallen te voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>merkt op dat het Agentschap in de loop van 2022 zes zaken met betrekking tot belangenconflicten heeft behandeld, waarvan twee met betrekking tot de rol van adviseur in het selectieproces, één met betrekking tot de aanwerving van een geslaagde kandidaat vóór indiensttreding bij het Agentschap en twee met betrekking tot personeelsleden na beëindiging van de dienst; merkt voorts op dat er met betrekking tot deze situaties passende maatregelen zijn genomen, waaronder voorwaardelijke vergunningen voor werk na beëindiging van de dienst; neemt kennis van het feit dat het Agentschap in 2022 één klokkenluiderszaak heeft behandeld, die werd afgesloten zonder verdere maatregelen in verband met een mogelijke schending van professionele verplichtingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>uit zijn bezorgdheid over berichten in de media waarin melding wordt gemaakt van belangenconflicten onder het personeel van het Agentschap; merkt op dat de Europese Ombudsman in december 2023 heeft besloten een onderzoek in te stellen om na te gaan hoe het Agentschap omging met de overstap van twee voormalige personeelsleden naar functies in verband met de bestrijding van online seksueel misbruik van kinderen; merkt op dat de eerste van hen begin 2022 in dienst is getreden bij een belangrijke technologische belanghebbende en dat de tweede later dat jaar is toegetreden tot de raad van bestuur van dezelfde belanghebbende; neemt kennis van het antwoord van het Agentschap en dringt erop aan dat de beschuldigingen grondig worden onderzocht en dat de resultaten aan de kwijtingsautoriteit worden gemeld;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Interne controles</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>neemt kennis van de opmerking in het verslag van de Rekenkamer dat het Agentschap in de periode 2020-2022 een dagvergoeding heeft betaald aan drie Nederlandse onderdanen die in dienst waren als gedetacheerde nationale deskundigen (GND’s); wijst erop dat, aangezien Europol in Nederland is gevestigd, de drie GND’s volgens de interne regels van Europol geen recht hadden op deze vergoedingen; merkt voorts op dat het Agentschap in december 2022 de betaling van de dagvergoeding aan de drie GND’s weliswaar heeft stopgezet, maar dat het Agentschap heeft besloten de te veel betaalde bedragen in die periode niet terug te vorderen; merkt op dat het totale bedrag in verband met deze betalingen 155 553 EUR bedroeg, waarvan 90 605 EUR in 2022 is betaald; is bezorgd over de tekortkomingen in de controles vooraf van het Agentschap gedurende een periode van drie jaar; stelt vast dat volgens het antwoord van het Agentschap op de opmerking van de Rekenkamer het Agentschap de verificaties vooraf heeft versterkt om zekerheid te verkrijgen over de wettigheid van de financiële rechten van het personeel vóór de betaling;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>complimenteert het Agentschap met de vooruitgang die is geboekt bij de tenuitvoerlegging van lopende auditaanbevelingen, waarbij 89 % van de kritieke of zeer belangrijke aanbevelingen in 2022 werd uitgevoerd; merkt op dat eind 2022 nog zeven zeer belangrijke aanbevelingen (bedoeld voor uitvoering en toepasbaar) uitgevoerd moesten worden met betrekking tot de verslagen van de in 2018, 2019 en 2021 uitgevoerde controles; merkt op dat de dienst Interne Audit (IAS) van de Commissie het strategisch plan voor interne audit voor het Agentschap voor de periode 2022-2024 heeft gepubliceerd, dat drie thema’s bestrijkt, waaronder een in 2022 uitgevoerde controle van de coördinatie en werkafspraken met DG HOME, waarvan de resultaten in 2023 worden verwacht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>neemt kennis van de conclusie van de zelfbeoordeling door het Agentschap van de doeltreffendheid van zijn internecontrolesysteem (ICS), zowel door middel van kwantitatieve metingen als door het beoordelen van kwalitatieve aspecten, waaronder een reeks van 76 interne controle-indicatoren, dat alle componenten van het ICS in het algemeen aanwezig waren en op geïntegreerde wijze functioneren en dat er in 2022 geen opvallende tekortkomingen in de interne controle zijn vastgesteld; merkt op dat de interne-auditdienst van het Agentschap een evaluatie van het internecontrolekader van het Agentschap voor 2022 heeft afgerond en tot de conclusie is gekomen dat het Agentschap over een robuust systeem van interne controles beschikte;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>neemt kennis van het feit dat het Agentschap in 2022 een risicobeheerbeleid heeft ontwikkeld en gepubliceerd; merkt voorts op dat het risicoprofiel van het Agentschap in 2022 werd gekenmerkt door onder meer een uitgebreid mandaat en een groter aantal taken, een toenemende vraag naar levering van belangrijke ICT-oplossingen voor de verwerking van persoonsgegevens, de voortdurende noodzaak om de gevolgen van de oorlog in Oekraïne op het gebied van veiligheid en rechtshandhaving te beperken en de toename van de toezichts- en aanverwante controleactiviteiten (onder meer op het gebied van gegevensbescherming); prijst het Agentschap voor de vaststelling in 2022 van zijn herziene fraudebestrijdingsstrategie voor de periode 2022-2024, waarin de beginselen, de frauderisicobeoordeling, fraudebestrijdingsdoelstellingen en ‑acties zijn weerspiegeld, en een evaluatie van de uitvoering van acties in het kader van de fraudebestrijdingsstrategie 2017-2020; merkt op dat het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) een onderzoek heeft afgerond (naar onjuiste declaraties van dienstreizen van een van de personeelsleden van het Agentschap), waarvan in 2022 verslag is uitgebracht; merkt op dat de besluitvorming van het Agentschap zich in dit geval nog in de slotfase bevindt; verzoekt het Bureau de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de ontwikkelingen op dit gebied;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Overige opmerkingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>merkt op dat het Agentschap verschillende maatregelen is blijven nemen om zijn publieke en online aanwezigheid te vergroten door middel van de lancering van een podcastreeks, de verdere ontwikkeling van zijn website, de organisatie van conferenties, de publicatie van verslagen (zoals de reeks “Spotlight Report” en het vernieuwde “In Brief”-rapport) en door zijn aanwezigheid op sociale media te vergroten (met meer dan 1 100 posts in 2022); merkt in dit verband op dat het aantal berichten in media met een groot bereik is toegenomen en dat de aanwezigheid op social media van het Agentschap in 2022 aanzienlijk is toegenomen ten opzichte van 2021;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>verzoekt het Agentschap maatregelen te nemen om te zorgen voor volledige naleving van de transparantieregels van de Unie, alsook van de grondrechten, de normen voor gegevensbescherming en de verantwoordingsplicht, ook bij de samenwerking met andere agentschappen; is van mening dat het voor een vergroting van de transparantie nodig is om de vergaderingen en de interactie van het Agentschap met derde partijen openbaar te maken; is in dit verband ingenomen met de benoeming van een grondrechtenfunctionaris bij het Agentschap;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>merkt op dat de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming (EDPS) het Hof van Justitie van de Europese Unie op 16 september 2022 heeft verzocht twee bepalingen van de gewijzigde Europol-verordening, te weten de artikelen 74 bis en 74 ter, nietig te verklaren, en daarbij aanvoerde dat deze de rechtszekerheid met betrekking tot de persoonsgegevens van individuen ernstig ondermijnen en een bedreiging vormen voor de onafhankelijkheid van de EDPS; wijst voorts op de beschikking van het Gerecht in zaak T-578/22 van 6 september 2023, waarbij het beroep van de EDPS tegen de gewijzigde Europol-verordening niet-ontvankelijk werd verklaard en waarin wordt gesteld dat de EDPS zich ter ondersteuning van zijn beroep niet op de eventuele gevolgen van de bestreden bepalingen voor het besluit van de EDPS van 3 januari 2022 kan beroepen; merkt op dat de EDPS tegen zaak T-578/22 hogere voorziening heeft ingesteld, en dat de EDPS op grond van Verordening (EU) 2016/794 de taak heeft om toezicht te houden op de rechtmatigheid van de verwerking van persoonsgegevens door het Agentschap; is ingenomen met de door het Agentschap geleverde inspanningen om gevolg te geven aan de aanbevelingen van de EDPS, en met name met het feit dat alle bestanden die dateren van vóór de inwerkingtreding van de gewijzigde Europol-verordening intussen aan een categorie van betrokkenen zijn toegewezen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>wijst op de bevindingen van het controleverslag inzake het Agentschap dat de EDPS op 16 december 2022 heeft uitgebracht, met de resultaten van specifieke controles van gegevensreeksen van onderdanen van derde landen in het bezit van het Agentschap; herhaalt dat de EDPS tot de conclusie is gekomen dat de algemene procedure voor de beoordeling van door partners verstrekte informatie over minderjarigen (met inbegrip van kinderen jonger dan 15 jaar) duidelijk en degelijk is; wijst erop dat de EDPS verscheidene gevallen heeft geïdentificeerd waarbij de toekenning van eenzelfde niveau van verdenking (in termen van classificatie) aan de gegevens van minderjarigen die betrokken lijken te zijn bij relatief onschuldige inbreuken in het bredere kader van een georganiseerde misdaadgroepering, mogelijk niet beantwoordt aan de drempel van “strikte evenredigheid”; benadrukt dat het Agentschap ertoe gehouden is het beginsel van “strikte evenredigheid” te eerbiedigen, zoals verankerd in artikel 30, lid 1, van de Europol-verordening;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 11 april 2024<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P9_TA(2024)0280.</FIELD></FOOTNOTE> over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>