<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0266</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Kwijting 2022: Bureau voor ondersteuning van Berec (Berec-Bureau)</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0123/2024 - Rapporteur: Petri Sarvamaa)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><NR>1.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 11 april 2024 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Bureau voor ondersteuning van Berec (Berec-Bureau) voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2141(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van het Bureau voor ondersteuning van Berec (Berec-Bureau) voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de EU-agentschappen betreffende het begrotingsjaar 2022, vergezeld van de antwoorden van de agentschappen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/594, 27.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2022<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/112, 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE> waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 22 februari 2024 betreffende de aan het Bureau te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2022 (06180/2024 – C9‑0079/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 70,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2018/1971 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot instelling van het Orgaan van Europese regulerende instanties voor elektronische communicatie (Berec) en het Bureau voor ondersteuning van Berec (Berec-Bureau), tot wijziging van Verordening (EU) 2015/2120 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1211/2009<FOOTNOTE><FIELD>PB L 321 van 17.12.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 28,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 105,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0123/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verleent de directeur van het Bureau voor ondersteuning van Berec (Berec-Bureau) kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Bureau voor het begrotingsjaar 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de directeur van het Bureau voor ondersteuning van Berec (Berec-Bureau), de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><DECISION><TI><NR>2.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 11 april 2024 over de afsluiting van de rekeningen van het Bureau voor ondersteuning van Berec (Berec-Bureau) voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2141(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van het Bureau voor ondersteuning van Berec (Berec-Bureau) voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de EU-agentschappen betreffende het begrotingsjaar 2022, vergezeld van de antwoorden van de agentschappen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/594, 27.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2022<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/112, 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE> waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 22 februari 2024 betreffende de aan het Bureau te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2022 (06180/2024 – C9‑0079/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 70,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2018/1971 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot instelling van het Orgaan van Europese regulerende instanties voor elektronische communicatie (Berec) en het Bureau voor ondersteuning van Berec (Berec-Bureau), tot wijziging van Verordening (EU) 2015/2120 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1211/2009<FOOTNOTE><FIELD>PB L 321 van 17.12.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 28,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 105,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0123/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Bureau voor ondersteuning van Berec (Berec-Bureau) voor het begrotingsjaar 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de directeur van het Bureau voor ondersteuning van Berec (Berec-Bureau), de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><RESOL><TI><NR>3.</NR> <STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 11 april 2024 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Bureau voor ondersteuning van Berec (Berec-Bureau) voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2141(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Bureau voor ondersteuning van Berec (hierna “het Bureau”) voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0123/2024),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de definitieve begroting van het Bureau voor het begrotingsjaar 2022 volgens haar staat van ontvangsten en uitgaven<FOOTNOTE><FIELD>PB C 119 van 31.3.2023, blz. 11.</FIELD></FOOTNOTE> 7 428 456 EUR bedroeg, wat neerkomt op een stijging van 1,19 % ten opzichte van 2021; overwegende dat de begroting van het Bureau voornamelijk afkomstig is uit de begroting van de Unie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Bureau voor het begrotingsjaar 2022 (hierna “het verslag van de Rekenkamer”) verklaart redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Bureau betrouwbaar is en dat de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat er met betrekking tot de sector aanbestedingen van het Bureau voor 2022 geen zaken zijn gemeld die corrigerende maatregelen vereisen, en dat er ook geen corrigerende maatregelen lopen of nog niet zijn uitgevoerd in het kader van controles en beoordelingen van voorgaande jaren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat er met betrekking tot de interne controlesystemen van het Bureau voor 2022 geen zaken zijn gemeld die corrigerende maatregelen vereisen, en dat er ook geen corrigerende maatregelen lopen of nog niet zijn uitgevoerd in het kader van controles en beoordelingen van voorgaande jaren;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Financieel en begrotingsbeheer</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>stelt met waardering vast dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2022 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van 99,99 % van de vastleggingskredieten van de definitieve begroting voor het jaar, een stijging van 0,02 % ten opzichte van 2021; is ingenomen met het feit dat het uitvoeringspercentage van de begroting voldoet aan de door de raad van bestuur vastgestelde drempel van meer dan 95 %; stelt vast dat het uitvoeringspercentage van betalingskredieten voor het lopende jaar 82,78 % bedroeg, een stijging van 13,44 % ten opzichte van 2021;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Prestaties</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>merkt op dat het Bureau kernprestatie-indicatoren (KPI’s) gebruikt om de bereikte resultaten te toetsen aan zijn doelstellingen, onder meer op het gebied van ondersteuning van werkgroepen, communicatieactiviteiten, centralisatie van financieringen en aanbestedingen, en personeelsbeheer; stelt vast dat de meeste doelstellingen zijn bereikt, maar raadt aan om aandacht te besteden aan de KPI’s waarvoor nog geen of langzamer dan verwacht vooruitgang is geboekt (bv. de verbetering van het terugbetalingsproces via het instrument “advanced gateway for meetings” of de ondertekening van een contract om de ontwikkeling van de “Berec-ICT-strategie 2022-2025” te ondersteunen); beveelt het Bureau aan de KPI’s regelmatig nauwkeurig bij te stellen om zijn resultaten te optimaliseren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>juicht toe dat het Bureau administratieve en professionele ondersteuning van hoge kwaliteit is blijven bieden aan de raad van regulators van Berec, het contactnetwerk van Berec, de openbare nabesprekingen, de werkgroepen van Berec, met inbegrip van de ad-hocgroepen, en de adviesgroep van het Berec-Bureau;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>juicht toe dat de Oekraïense regelgevende instantie voor telecommunicatie NCEC is opgenomen als lid van het Bureau zonder stemrecht;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Efficiëntie en verbeteringen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>merkt op dat de maatregelen in 2022 om de efficiëntie te verbeteren, gericht waren op de volgende belangrijke gebieden: de centralisatie van bepaalde functies, aanbestedingen, efficiëntiewinsten dankzij het toegenomen gebruik van IT-toepassingen van de Commissie of de invoering van nieuwe toepassingen en het gebruik van externe middelen om een gebrek aan capaciteit voor personeelszaken te compenseren of taken van technische en aanvullende aard te vervullen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>merkt op dat het Bureau in 2022 op het gebied van aanbestedingen verder gebruik heeft gemaakt van interinstitutionele aanbestedingsprocedures en zich heeft aangesloten bij zeven interinstitutionele aanbestedingsprocedures, die geleid hebben tot de sluiting van zes raamcontracten tijdens de verslagperiode;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>is ingenomen met de efficiëntiewinsten die zijn behaald door het toegenomen gebruik of de invoering van aanvullende IT-toepassingen van de Commissie; stelt vast dat het Bureau in 2022 met name alle Sysper2-basismodules, zoals identiteitsbeheer, organisatiebeheer, beheer van persoonsgegevens, arbeidsomstandigheden, talentmanagement en documentbeheer, en drie van de optionele modules, zoals flexibele werktijden, telewerk en individuele rechten, volledig en actief in gebruik had genomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>stelt vast dat het Bureau sinds zijn oprichting te kampen heeft met een tekort aan personeel voor bepaalde posten; neemt er nota van dat het Bureau, waar mogelijk, een aantal capaciteitsbeperkingen compenseert en als primaire oplossing voorrang geeft aan het gebruik van door de Commissie en andere agentschappen van de Unie aangeboden diensten; constateert dat deze aanpak het gebruik omvat van de diensten van het Bureau voor het beheer en de afwikkeling van de individuele rechten (PMO) van de Commissie en van de cyberbeveiligingsdienst voor de instellingen, organen en instanties van de Unie (CERT-EU) voor IT- en beveiligingsdiensten; juicht toe dat het Bureau zeer succesvol samenwerkt met het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie op het gebied van IT, voor onder meer hosting, IT-ontwikkeling, herstel na calamiteiten, het nieuwe ontwerp van de website van het Bureau en andere IT-diensten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>wijst erop dat het belangrijk is het Bureau verder te digitaliseren wat interne werking en management betreft, maar ook ter versnelling van de digitalisering van procedures; benadrukt dat de Autoriteit op dit gebied proactief moet blijven, om een digitale kloof tussen de agentschappen te voorkomen; wijst er evenwel op dat alle nodige veiligheidsmaatregelen moeten worden genomen om elk risico voor de onlineveiligheid van de verwerkte informatie te vermijden, benadrukt de noodzaak steviger op te treden tegen cyberaanvallen of infiltratiepogingen, met name tegen deze die uit Rusland of China afkomstig zijn;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Personeelsbeleid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>stelt vast dat de personeelsformatie op 31 december 2022 bestond uit 16 tijdelijke functionarissen die in het kader van de begroting van de Unie waren toegestaan (hetzelfde aantal toegestane posten als in 2021); stelt vast dat in 2022 bovendien 19 contractanten, 8 gedetacheerde nationale deskundigen en 10 uitzendkrachten en consultants voor het Bureau werkten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>is ingenomen met de inspanningen van het Bureau om zijn werking af te stemmen op de beginselen van de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad van de EU en de Europese Commissie van 19 juli 2012 over de gedecentraliseerde agentschappen, ook met betrekking tot de verwachte minimale kritische omvang;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>merkt op dat de belangrijkste uitdaging op het gebied van personeelsbeleid het hoge personeelsverloop was, dat 16,3 % bedroeg in 2022 tegenover 4,6 % in 2021 en 5,4 % in 2020; stelt vast dat de sterke toename van het personeelsverloop voornamelijk gevolgen heeft gehad voor de eenheid Administratie en Financiën; merkt op dat het Bureau, om de vacante posten in te vullen en ervoor te zorgen dat het personeel over nieuwe vaardigheden beschikt die nodig zijn voor het Bureau en zijn administratie, in 2022 selectieprocedures heeft gelanceerd voor het invullen van vijf vacante posten (één tijdelijke functionaris en vier arbeidscontractanten) waarvoor het niet over geschikte reservelijsten beschikte, en voor drie andere posten die vacant zijn geworden, heeft gezorgd voor een snelle aanwerving uit zijn actieve reservelijsten; verzoekt het Bureau echter de redenen voor het hoge personeelsverloop te analyseren en de nodige stappen te ondernemen om dit in de toekomst te vermijden, en hierover verslag uit te brengen aan de kwijtingsautoriteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>prijst de initiatieven van het Bureau, soms in samenwerking met de Letse autoriteiten, om de werk- en levensomstandigheden van het personeel te verbeteren, onder meer door juridisch advies voor privézaken, financiële steun voor kleuterscholen, inschrijvingsgeld voor internationale scholen, taalcursussen, een btw-vrijstelling voor gedetacheerde nationale deskundigen bij de aankoop van goederen, een introductieprogramma voor nieuwkomers en bijstand voor familieleden die zich in Letland vestigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>is verheugd dat in 2022, net als in 2021, over het geheel genomen een goed genderevenwicht bestond binnen het personeelsbestand, met 52 % vrouwen en 48 % mannen; dringt erop aan de inspanningen op te voeren om een redelijk genderevenwicht te handhaven bij het personeel van het Bureau; stelt vast dat het Bureau slechts drie middenmanagementfuncties heeft en dat er ook in het middenkader een aanvaardbaar genderevenwicht is bereikt, met één vrouw en twee mannen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>merkt op dat het Bureau beleid heeft ter bescherming van de persoonlijke waardigheid en ter voorkoming van psychologische en seksuele intimidatie, en dat het deel uitmaakt van de taskforce van vertrouwenspersonen van de agentschappen; ziet uit naar het verslag en de aanbevelingen van deze taskforce; stelt vast dat er in 2022 geen gevallen van intimidatie zijn gemeld en moedigt het Bureau ertoe aan zijn inspanningen op dit vlak voort te zetten en verder uit te bouwen, zodat dergelijke gevallen ook in de toekomst worden verhinderd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>betreurt dat het Bureau nog geen goedkeuring heeft gehecht aan het “Handvest diversiteit en inclusie”, dat gericht is op de bevordering van gelijke behandeling en gelijke kansen ongeacht geslacht, ras, huidskleur, etnische of sociale afkomst, genetische kenmerken, taal, godsdienst of overtuiging, politieke of andere denkbeelden, het behoren tot een nationale minderheid, eigendom, geboorte, handicap, leeftijd, seksuele geaardheid of welke andere grond dan ook; herinnert eraan dat een van de doelstellingen van het handvest erin bestaat ernaar te streven om op korte tot middellange termijn ten minste 40 % van het ondervertegenwoordigde geslacht in het middenkader te behalen; neemt kennis van het antwoord van het Bureau op de gestandaardiseerde vragenlijst over de kwijting; is van mening dat het oneven aantal functies van zowel senior manager als van middenmanager geen obstakel vormt voor de goedkeuring van het handvest; moedigt het Bureau aan het handvest goed te keuren en actief deel te nemen aan initiatieven ter bevordering van diversiteit en inclusie op de werkplek;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>is ingenomen met het feit dat het Bureau zijn stageprogramma in 2022 heeft voortgezet; merkt op dat in totaal 7 stagiairs bij het Bureau in dienst zijn getreden en dat 15 stagiairs hebben deelgenomen aan het stageprogramma van het Bureau;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>merkt op dat het Bureau de cv’s en verklaringen over belangenconflicten van de leden van de raad van bestuur op zijn website publiceert;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>neemt ter kennis dat statutair personeel, gedetacheerde nationale deskundigen, stagiairs en uitzendkrachten van het Bureau bij het opnemen van hun functie een belangenverklaring moeten indienen, die vervolgens door het tot aanstelling bevoegde gezag of de directeur wordt beoordeeld voordat de opdracht wordt goedgekeurd; stelt voorts vast dat het personeel deze verklaring tijdens het dienstverband regelmatig moet actualiseren om ad-hocbelangenconflicten te verhelpen, en het Bureau proactief op de hoogte moet brengen van externe activiteiten, professionele activiteiten tijdens verlof om redenen van persoonlijke aard, het aanvaarden van geschenken, de beroepsbezigheden van echtgenoten, en mogelijke conflicten in verband met publicaties of toespraken; merkt op dat statutair personeel en stagiairs bij de beëindiging van hun dienstverband verplicht zijn hun geplande toekomstige professionele contracten aan het Bureau mee te delen binnen een bepaalde periode na de tewerkstelling;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>neemt kennis van het feit dat de directeur van het Bureau een nota heeft aangenomen over de omgang met belangenconflicten van personeel tijdens de selectie- en aanwervingsprocedures, waarbij het personeel wordt verplicht alle professionele of persoonlijke betrekkingen met kandidaten aan te geven, ongeacht of hierbij sprake is van een belangenconflict; merkt voorts op dat de personeelsleden ook moeten meedelen of zij onpartijdig kunnen optreden of niet; stelt vast dat de leden van een selectiecomité, zodra de namen van de kandidaten bekend zijn gemaakt, een verklaring over belangenconflicten moeten indienen in overeenstemming met bovengenoemde nota en met de richtsnoeren voor de preventie van en omgang met belangenconflicten voor personeelsleden die betrokken zijn bij selectie-, aanwervings- of herindelingsprocedures van het Bureau;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>merkt op dat de raad van bestuur de fraudebestrijdingsstrategie van het Bureau voor 2023-2025 heeft vastgesteld, die tot doel heeft de opsporing, bestraffing en preventie van fraude te verbeteren en alle andere onwettige activiteiten tegen te gaan die de financiële belangen van het Bureau kunnen schaden; juicht toe dat het Bureau de Sysper-modules over ethiek heeft uitgerold, die betrekking hebben op de verklaring over belangenconflicten, de verklaring over geschenken of gastvrijheid, de verklaring van uitgave, het verzoek tot toestemming voor externe activiteiten, het verzoek om externe activiteiten tijdens verlof om redenen van persoonlijke aard en de verklaring over de beroepsbezigheden van echtgenoten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>herinnert eraan dat het Bureau zichtbaarder moet worden in de media, op het internet en op sociale netwerken, om zo zijn werkzaamheden onder de aandacht van de burgers te brengen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Overige opmerkingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>stelt vast dat het Bureau in februari 2022 is begonnen met het gebruik van het beheersinstrument voor overheidsopdrachten van de Commissie (PPMT), waardoor zijn procedures voor overheidsopdrachten verder werden gestroomlijnd en in elke fase van de procedure gebruik wordt gemaakt van de meest recente modellen en optimale werkwijzen van de Commissie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>stelt vast dat het Bureau gebruikmaakt van tweefactorauthenticatie, webapplicatiefirewalls, geautomatiseerde backups, encryptie (indien van toepassing of mogelijk) en regelmatige hersteltests van bedrijfskritische systemen, om de cyberbeveiliging en de bescherming van zijn digitale bestanden te verbeteren; merkt voorts op dat het Bureau daarnaast op software gebaseerde toepassingen inzet voor de bescherming van apparatuur van eindgebruikers, zoals laptops en mobiele telefoons, en gebruikmaakt van de ICT-beveiligingsdiensten van CERT-EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>is ingenomen met de inspanningen van het Bureau om de nieuwe wetgeving over maatregelen op het gebied van cyberbeveiliging in de instellingen, organen en instanties van de Unie prioritair te behandelen; neemt met bezorgdheid kennis van de onevenredige last die de verordening cyberbeveiliging zou kunnen leggen op kleinere agentschappen, zoals het Berec-Bureau, waardoor de naleving van de wetgeving in het gedrang zou kunnen komen; verzoekt de Commissie hier de komende jaren rekening mee te houden in de programmeringscycli;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>is verheugd dat de raad van bestuur van het Bureau de EMAS-certificering heeft aangemerkt als doelstelling voor de komende drie jaar; is ervan op de hoogte dat het Bureau is begonnen met de interne voorbereidingen van de certificering, zoals updates bij de berekening van de koolstofvoetafdruk van het Bureau, deelname aan twinning via het vergroeningsnetwerk in het kader van het netwerk van EU-agentschappen, en andere initiatieven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>is verheugd over de deelname van de nationale regelgevende instantie van Oekraïne aan de dagelijkse werkzaamheden van het Bureau; prijst het Bureau en zijn leden voor de opzet van een samenwerkingskader om uitdagingen op het gebied van connectiviteit aan te pakken en de weg vrij te maken voor de harmonisatie van de Oekraïense regelgeving op het gebied van elektronische communicatie met het Europese telecomkader; waardeert tevens dat er, op basis van gegevens die het Bureau van telefoniebedrijven in de Unie en Oekraïne heeft verzameld over de toegepaste maatregelen voor de detailhandel, een gezamenlijke verklaring is overeengekomen waarmee een stabiel kader is vastgesteld om mensen die de oorlog in Oekraïne ontvluchten, te helpen in contact te blijven met hun familie en vrienden thuis en toegang te behouden tot informatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>looft de inspanningen van het Bureau in 2022 om het publiek bewuster te maken van zijn mandaat en activiteiten in Letland door middel van kleinschalige communicatie-initiatieven, zoals de organisatie van een bezoek voor studenten van de Riga Stradiņš Universiteit, het ondersteunen van een partnerschap om de kennis over EU-agentschappen, met name in Letland, te vergroten, de deelname aan het livestream evenement dat door de vertegenwoordiging van de Europese Commissie in Letland is georganiseerd naar aanleiding van de Dag van Europa, en andere evenementen; verzoekt het Bureau te blijven werken aan het vergroten van de zichtbaarheid van het Bureau, met name in de gastlidstaat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>is ingenomen met het feit dat het Bureau zijn krachten heeft gebundeld met de lokale kantoren van de Europese Commissie en het Europees Parlement in Riga om samen te werken aan de oprichting van een gezamenlijk Huis van Europa, waarin de vertegenwoordigingen van alle instellingen van de Unie in Letland en het Bureau zullen worden ondergebracht;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 11 april 2024<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P9_TA(2024)0280.</FIELD></FOOTNOTE> over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>