<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0267</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Kwijting 2022: Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT)</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0132/2024 - Rapporteur: Petri Sarvamaa)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><NR>1.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 11 april 2024 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT) voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2154(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT) voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de EU-agentschappen betreffende het begrotingsjaar 2022, vergezeld van de antwoorden van de agentschappen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/594, 27.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2022 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/112, 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE>, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 22 februari 2024 betreffende de aan het Instituut te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2022 (06180/2024 – C9‑0092/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 70,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/819 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2021 betreffende het Europees Instituut voor innovatie en technologie<FOOTNOTE><FIELD>PB L 189 van 28.5.2021, blz. 61.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 23,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 105,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0132/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verleent de directeur van het Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT) kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Instituut voor het begrotingsjaar 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de directeur van het Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT), de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><DECISION><TI><NR>2.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 11 april 2024 over de afsluiting van de rekeningen van het Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT) voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2154(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT) voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de EU-agentschappen betreffende het begrotingsjaar 2022, vergezeld van de antwoorden van de agentschappen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/594, 27.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2022 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/112, 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE>, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 22 februari 2024 betreffende de aan het Instituut te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2022 (06180/2024 – C9‑0092/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 70,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/819 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2021 betreffende het Europees Instituut voor innovatie en technologie<FOOTNOTE><FIELD>PB L 189 van 28.5.2021, blz. 61.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 23,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 105,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0132/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT) voor het begrotingsjaar 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de directeur van het Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT), de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><RESOL><TI><NR>3.</NR> <STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 11 april 2024 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT) voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2154(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Instituut voor innovatie en technologie (het “Instituut”) voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0132/2024),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat volgens zijn staat van ontvangsten en uitgaven<FOOTNOTE><FIELD>PB C 489 van 22.12.2022, blz. 56.</FIELD></FOOTNOTE>, de definitieve begroting van het Instituut voor het begrotingsjaar 2022 in totaal 406 585 390,99 EUR bedroeg, wat neerkomt op een toename van 12,65 % ten opzichte van 2021; overwegende dat de begroting van het Instituut voornamelijk wordt gefinancierd met middelen van de begroting van de Unie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Instituut voor het begrotingsjaar 2022 (“het verslag van de Rekenkamer”) verklaart redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Instituut betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Financieel en begrotingsbeheer</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>merkt op dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2022 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van vastleggingskredieten voor het lopende jaar van 94,03 %, wat neerkomt op een daling van 3,88 % ten opzichte van 2021; stelt vast dat het uitvoeringspercentage van betalingskredieten 98,42 % bedroeg, wat neerkomt op een daling van 1,06 % ten opzichte van 2021;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>merkt op dat het bedrag van de definitieve begroting van het Instituut het resultaat is van een wijziging van 656 930,67 EUR die door zijn raad van bestuur is goedgekeurd als gevolg van wijzigingen in het jaarlijkse werkprogramma 2022 van het Instituut;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>wijst bezorgd op de opmerking van de Rekenkamer over de wettigheid en regelmatigheid van de subsidies van het Instituut, die achteraf zijn geverifieerd door een onafhankelijke externe auditor, aangezien het foutenpercentage in 2021 1,73 % bedroeg (ten opzicht van 0,66 % in 2020); benadrukt dat hoewel het foutenpercentage nog steeds onder de materialiteitsdrempel van 2 % ligt, de kritieke risico’s als gevolg van de toegenomen begroting, het mandaat en de activiteiten in het kader van Horizon Europa, in combinatie met een toename van het aantal kennis- en innovatiegemeenschappen (KIG’s), het vermogen van het Instituut om doeltreffend toezicht op en monitoring van KIG’s uit te oefenen onder druk kunnen zetten, wat in de toekomst tot hogere foutenpercentages en onopgemerkte onregelmatigheden kan leiden; verzoekt het Instituut concrete stappen te ondernemen om het foutenpercentage te verlagen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>maakt uit het verslag van de Rekenkamer op dat het Instituut in 2022 in twee gevallen voor een totaalbedrag van 32 070 EUR achterstandsrente in verband met subsidies betaalde; merkt met bezorgdheid op dat het Instituut in beide gevallen de voorgeschreven termijnen niet voldoende had gemonitord, wat wijst op een tekortkoming in de betalingsworkflow van het Instituut; merkt op dat het Instituut volgens zijn antwoord op de opmerking van de Rekenkamer vanaf 2023 zijn subsidiebeheerprocessen heeft herzien, betrokken personeel heeft opgeleid en het IT-systeem van de Commissie voor subsidiebeheer (eGrants) gebruikt, waardoor de kans dat zich in de toekomst een soortgelijke fout voordoet aanzienlijk wordt verkleind;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Prestaties</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat het Instituut gebruikmaakt van een systeem van kernprestatie-indicatoren (KPI’s) die zijn gekoppeld aan operationele activiteiten, governance en bedrijfscommunicatie; merkt verder op dat het Instituut met enige vertraging ongeveer 95 % van zijn werkprogramma 2022 heeft verwezenlijkt; stelt vast dat het Instituut in het kader van de nieuwe Europese innovatieagenda is belast met nieuwe activiteiten die niet in het oorspronkelijke plan waren opgenomen en dat geen extra middelen zijn toegewezen om deze activiteiten uit te voeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>is verheugd dat het Instituut zijn impact in 2022 verder heeft vergroot door bijna 1 670 innovatieve producten en diensten mogelijk te maken, duizenden ondernemers op te leiden en 5 600 start- en scale-ups te ondersteunen die bijna 6 miljard EUR aan investeringen hebben aangetrokken; merkt verder op dat het Instituut zijn integratie in Horizon Europa heeft voltooid, na te zijn overgestapt op een meerjarig financieringsmodel;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>merkt op dat het Instituut vooruitgang heeft geboekt bij de uitvoering van het proefinitiatief “Innovation Capacity Building for Higher Education” (capaciteitsopbouw op het gebied van innovatie voor hoger onderwijs), dat in 2021 van start is gegaan, waardoor de belangstelling en deelname van instellingen voor hoger onderwijs is toegenomen; merkt op dat het Instituut is aangewezen als een van de belangrijkste bijdragers en actoren van het Europese innovatie-ecosysteem, met de introductie van zijn “Deep Tech Talent”-initiatief dat is gericht op het opleiden, omscholen en bijscholen van ten minste één miljoen talenten in de komende drie jaar;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>is verheugd dat het Instituut de bevolking van Oekraïne heeft gesteund na de illegale en niet-uitgelokte invasie van Rusland in februari 2022 door hulp te bieden aan studenten, ondernemers, onderzoekers en instellingen voor hoger onderwijs en het bedrijfsleven; merkt verder op dat het Instituut de Europese batterijacademie in het kader van de herstelbijstand voor cohesie en de regio’s van Europa heeft opgericht, wat de eerste grote toewijzing van middelen uit een ander programma aan het Instituut is;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Efficiëntie en winst</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>merkt op dat het Instituut een memorandum van overeenstemming met het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving heeft ondertekend, dat verschillende gezamenlijke activiteiten en beveiligingsbeoordelingen omvat; wijst erop dat gezamenlijke activiteiten verschillende perspectieven samenbrengen, dubbel werk verminderen, leren bevorderen en relaties tussen de deelnemers versterken; merkt verder op dat het Instituut, om zijn efficiëntie te verbeteren, in 2021 is begonnen met de uitvoering van de overgang van Horizon 2020 naar Horizon Europa en deze in 2022 in samenwerking met de Commissie heeft afgerond;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>stelt vast dat het Instituut verschillende procesefficiëntie-evaluaties heeft uitgevoerd, die onder meer hebben geleid tot de aanpassing van functiebeschrijvingen, personeelsdoelstellingen en de toewijzing van taken en middelen; merkt op dat het Instituut in 2022 een herstructurering heeft doorgevoerd en onder andere een “werkwijze”-document heeft vastgesteld om de efficiëntie te vergroten, bijvoorbeeld voor het gebruik van e-mail, vergaderingen en telewerk;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>is verheugd dat in 2022 nieuwe IT-hulpmiddelen ter ondersteuning van de administratieve werkzaamheden van het Instituut zijn geïntroduceerd met als uiteindelijke doel de operationele efficiëntie en doeltreffendheid van de organisatie te vergroten, met inbegrip van het beheersinstrument voor overheidsopdrachten PPMT (Public Procurement Management Tool), Q-Sign (elektronische handtekening) en de invoering van verschillende modules van het computersysteem voor personeelsbeheer van de Europese Commissie (Sysper); nodigt het Instituut uit om meer interne procedures te vinden die met behulp van nieuwe IT-hulpmiddelen kunnen worden gestroomlijnd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>wijst erop dat het belangrijk is om de interne werking en het beheer van het Instituut verder te digitaliseren en het tempo waarin procedures gedigitaliseerd worden te versnellen; benadrukt dat het Instituut op dit gebied proactief moet blijven om een digitale kloof tussen de agentschappen van de Unie te voorkomen; wijst er evenwel op dat alle nodige veiligheidsmaatregelen moeten worden genomen om elk risico voor de onlineveiligheid van de verwerkte informatie te vermijden, benadrukt de noodzaak steviger op te treden  tegen cyberaanvallen of infiltratiepogingen, met name tegen deze die  uit Rusland of China afkomstig zijn;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Personeelsbeleid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>stelt vast dat de personeelsformatie op 31 december 2022 voor 93 % was ingevuld, aangezien er 40 tijdelijke functionarissen waren aangesteld van de 45 tijdelijke functionarissen die in het kader van de begroting van de Unie waren toegestaan (hetzelfde aantal toegestane posten als in 2021); merkt op dat er in 2022 daarnaast ook 25 arbeidscontractanten, 10 tijdelijke werknemers en 1 gedetacheerde nationale deskundige voor het Instituut werkten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>is bezorgd over het feit dat de voortdurende onderbezetting van het Instituut, waar de Rekenkamer in haar jaarverslagen op wees, niet is gecompenseerd door extra posten; benadrukt dat het Instituut begin 2023 opnieuw heeft verzocht om tien extra personeelsleden, zodat het zijn werkprogramma voor 2024 zou kunnen uitvoeren; wijst erop dat de middelen van het Instituut moeten worden afgestemd op de verplichtingen van zijn mandaat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>neemt kennis van de genderverdeling in het hoger en middenmanagement van het Instituut, waar vijf van de acht leden mannen zijn; is bezorgd over het genderevenwicht binnen de raad van bestuur, waar 9 van de 14 leden mannen zijn; neemt kennis van de genderverdeling binnen het totale personeelsbestand van het Instituut, waar 28 van de 65 personeelsleden mannen zijn; merkt op dat het gendergelijkheidsbeleid en -actieplan van het Instituut in 2022 zijn goedgekeurd; wijst erop dat het belangrijk is te zorgen voor genderevenwicht en verzoekt het Instituut met dit aspect rekening te houden bij toekomstige personeelsaanwervingen en benoemingen in zijn hoger en middenmanagement; verzoekt de Commissie bij het voordragen van kandidaten voor de raad van bestuur van het Instituut rekening te houden met het belang van het waarborgen van genderevenwicht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>uit zijn bezorgdheid over het geografisch evenwicht in het hoger en middenmanagement van het Instituut, dat slechts één leidinggevend personeelslid uit Midden- en Oost-Europa telt; dringt erop aan dat er verbeteringen worden aangebracht; verzoekt het Instituut de kwijtingsautoriteit hiervan op de hoogte te houden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>is verheugd over de initiatieven van het Instituut om het belang van genderevenwicht te versterken, zoals het programma Girls Go Circular op schoolniveau en Supernovas, dat vrouwelijk ondernemerschap en leiderschap bevordert; merkt verder op dat het Instituut in 2023 het handvest voor diversiteit en inclusie van het netwerk van EU-agentschappen heeft goedgekeurd, waarmee het zijn inzet bevestigt voor het waarborgen van gelijke kansen in elke fase van de loopbaan en een stimulerende werkomgeving waarin diversiteit wordt beschouwd als een bron van innovatie, verrijking en creativiteit en waar inclusie door managers en alle personeelsleden wordt bevorderd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>merkt op dat het Instituut de meeste Sysper-modules in 2022 heeft geïmplementeerd en zijn activiteiten op dit gebied in 2023 zal voortzetten; stelt vast dat het Instituut het handvest voor diversiteit en inclusie van het netwerk van EU-agentschappen heeft goedgekeurd, waaruit blijkt dat het zich inzet voor gelijke kansen en een stimulerende werkomgeving; merkt verder op dat het Instituut verschillende maatregelen heeft genomen om het welzijn van zijn personeelsleden op het werk en de balans tussen werk en privéleven te verbeteren, zoals dekking van de kosten voor openbaar vervoer, inschrijving van de kinderen van personeelsleden op internationale kleuterscholen en flexibele en hybride arbeidsvoorwaarden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>merkt op dat het Instituut in het kader van het programma voor het opleidingsplan, dat ontwikkeld werd om de algemene prestaties van het Instituut en zijn personeel te verbeteren, online opleidingen is blijven aanbieden voor zijn personeelsleden, onder meer op het gebied van ethiek en integriteit, voorkoming van intimidatie, gegevensbescherming en doeltreffendheid in hybride vergaderingen, alsook voorlichtingen over IT-beveiliging en beveiligingsopleidingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>is verheugd dat er in 2022 met succes twee stageoproepen werden gepubliceerd; stelt vast dat dit ertoe heeft geleid dat in 2022 in totaal 23 jonge professionals een stage begonnen of afrondden bij het Instituut;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>merkt op dat één voormalig commissaris en één voormalig lid van het Europees Parlement, als leden van de raad van bestuur, honoraria van 2 000 EUR per bijgewoonde vergadering van de raad van bestuur ontvangen uit de begroting van het Instituut;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>maakt zich zorgen over het feit dat in 2022 één geval van intimidatie is gemeld waarnaar een administratief onderzoek is ingesteld dat nog steeds loopt; verzoekt het Instituut zo spoedig mogelijk verslag uit te brengen aan de kwijtingsautoriteit over eventuele ontwikkelingen op dit gebied; merkt op dat het Instituut beleid heeft ter bescherming van de persoonlijke waardigheid en ter voorkoming van psychologische en seksuele intimidatie, en dat het deel uitmaakt van de taskforce van vertrouwenspersonen van de agentschappen; ziet uit naar het verslag en de aanbevelingen van deze taskforce;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Preventie en hantering van belangenconflicten en transparantie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>neemt kennis van de bestaande maatregelen en lopende inspanningen van het Instituut om voor transparantie te zorgen, belangenconflicten te voorkomen en te hanteren, en bescherming van klokkenluiders te waarborgen; merkt op dat het Instituut op zijn website de belangenverklaringen en cv’s van de leden van zijn raad van bestuur en het managementteam heeft gepubliceerd; merkt verder op dat het Instituut maandelijks op zijn website informatie publiceert over alle vergaderingen van zijn raad van bestuur en managementteam, alsmede over openbare evenementen en bijeenkomsten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>stelt vast dat het Instituut een beleid heeft aangenomen met betrekking tot de preventie en hantering van belangenconflicten voor het personeel, met inbegrip van procedures voor de afgifte en beoordeling van jaarlijkse belangenverklaringen en een procedure voor het regelen van de schending van het vertrouwen in de regels inzake belangenverklaringen van het Instituut; merkt verder op dat het Instituut een conflict- en adviescommissie heeft opgericht, bewustmakingssessies over ethiek en integriteit voor zijn personeel heeft georganiseerd en werkt aan een besluit over templates en administratieve procedures inzake belangenconflicten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>is verheugd over de inspanningen van het Instituut met betrekking tot de belangenverklaringen van de leden van zijn raad van bestuur, inzake drie verschillende verklaringen: de jaarlijkse belangenverklaring, de belangenverklaring bij de evaluatie van de voorstellen van KIG’s en de belangenverklaring bij het bedrijfsplan van KIG’s; merkt op dat met betrekking tot sommige leden van de raad van bestuur een belangenconflict is vastgesteld bij de jaarlijkse belangenverklaring, dat zij hiervan op de hoogte zijn gesteld en dat risicobeperkende maatregelen zijn genomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>stelt vast dat het Instituut werkt aan het opstellen van een nieuw beleid voor het beoordelen van beperkingen en verbodsbepalingen na uitdiensttreding voor hogere personeelsleden om na hun ambtstermijn bepaalde functies te bekleden; merkt op dat het beleid de functies zal specificeren die niet na de ambtstermijn mogen worden bekleed, evenals de criteria voor dit verbod in de toekomst, met een beperking van twee jaar; is verheugd dat het Instituut begin 2024 ook een corruptiebeleid of -besluit zal goedkeuren dat de basis zal leggen voor de ontwikkeling van interne corruptiebestrijdingsmechanismen die ten uitvoer moeten worden gelegd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>merkt op dat OLAF twee aanbevelingen heeft gedaan naar aanleiding van twee verschillende onderzoeken, waarbij een van de twee aanbevelingen in de loop van 2022 is uitgevoerd, terwijl de resterende aanbeveling momenteel wordt uitgevoerd; vraagt het Instituut bij de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen als follow-up van die aanbevelingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>wijst erop dat het Instituut zichtbaarder moet worden in de media, op het internet en op sociale media, om zo zijn werkzaamheden onder de aandacht van de burgers te brengen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aanbesteding</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>merkt op dat het Instituut voor drie gecontroleerde administratieve betalingen ten bedrage van 337 116 EUR de begrotingsvastleggingen pas geeft goedgekeurd nadat de desbetreffende juridische verbintenissen waren ondertekend; benadrukt dat dit geen op zichzelf staand incident is, aangezien de Rekenkamer eerder een soortgelijke kwestie vaststelde in haar verslag van 2021; wijst erop dat dit in strijd is met artikel 73, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie<FOOTNOTE><FIELD>Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> (financiële kaderregeling); maakt uit het antwoord van het Instituut op dat het aanvullende maatregelen zal nemen om ervoor te zorgen dat die bepaling volledig wordt nageleefd, d.w.z. speciale informatiesessies voor het personeel, actualisering van de bestaande procedures en versterking van de desbetreffende interne controles; dringt er bij het Instituut op aan onmiddellijk actie te ondernemen en maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat alle financiële transacties in overeenstemming zijn met de financiële kaderregeling;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Interne controle</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>merkt op dat het Instituut de overgang van de interne controlefunctie naar een toezichthoudende en superviserende functie van KIG’s, die is goedgekeurd bij Besluit 12/2022 van de raad van bestuur, met ingang van 1 april 2022 heeft afgerond; erkent dat de interne controlefunctie nu wordt uitgevoerd door de dienst Interne Audit (IAS) van de Commissie; merkt op dat daarnaast de rol van de coördinator interne controle is versterkt, met als taken het coördineren van interne controleactiviteiten en verslaglegging bij het Instituut, het uitvoeren van controleaanbevelingen, het coördineren van controles, het onderhouden van contacten met externe controle-instanties en het bijdragen aan financieel en operationeel beheer op gebieden als aanbesteding, uitvoering van contracten, betalingen en verslaglegging;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>merkt op dat de dienst Interne Audit (IAS) in 2022 is begonnen met de voorbereidingen voor het strategisch internecontroleplan 2023-2025 van het Instituut; merkt voorts op dat de IAS is begonnen met een in 2023 afgeronde controle van het beheer van deskundigen bij het Instituut om de doeltreffendheid van het interne controlesysteem voor deskundigenbeheerprocessen, waaronder selectie, sluiting van contracten en betaling bij het Instituut, te beoordelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>wijst erop dat een belangrijke aanbeveling van de IAS uit de controle van het personeelsbeheer in 2021, die gericht was op de beoordeling en herindeling, 15 maanden vertraging heeft opgelopen; merkt op dat de vastgestelde risico’s onder meer bestonden uit mogelijke vertragingen en ondoeltreffendheid van de procedure, de mogelijkheid dat onjuist gemotiveerde managementbesluiten tot aanvechting in evaluatieprocedures of voor het gerecht en tot ontevredenheid en demotivatie bij het personeel leiden; is bezorgd over het feit dat het gemengd comité voor herindeling zijn rol niet vervult, alsook over het algehele verlies aan geloofwaardigheid van de herindelingsprocedure en het evaluatiemechanisme, wat tot demotivatie bij het personeel leidt; verzoekt het Instituut proactieve maatregelen te nemen om mogelijke vertragingen en ondoeltreffendheid bij de beoordeling en herindeling aan te pakken en aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de vooruitgang in deze kwestie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>merkt op dat het Instituut zijn interactie met OLAF heeft geïntensiveerd door bilaterale bijeenkomsten en bewustmakingssessies over fraudebestrijding te houden; merkt voorts op dat het Instituut beschikt over zijn fraudebestrijdingsstrategie 2021-2023, die in mei 2021 is goedgekeurd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>merkt op dat het Instituut de risicobeoordeling heeft uitgevoerd en vastgelegd in het risicoregister van het Instituut voor 2022, waarin onder meer de volgende risico’s zijn vastgesteld: niet-uitvoering van onderdelen van het jaarlijkse werkprogramma als gevolg van onvoldoende personele middelen, onjuiste uitvoering van KIG-overeenkomsten en vertragingen bij de aanbestedingsprocedures van het Instituut en bij de ingebruikname van de IT-systemen van de Commissie; verzoekt het Instituut de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van eventuele ontwikkelingen op dit gebied;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>maakt uit het verslag van de Rekenkamer op dat het Instituut voor een bestelling tot verlenging van software geen verificatie vooraf heeft uitgevoerd om te bevestigen of de contractant de juiste prijs en verhoging in rekening had gebracht, zoals bepaald in de toepasselijke raamovereenkomst, en merkt op dat dit in strijd is met de bepalingen van artikel 30 van het Financieel Reglement inzake controles vooraf en het risico inhoudt dat het Instituut onjuiste bedragen betaalt voor de verkregen diensten; merkt op dat het volgens het antwoord van het Instituut een uitsplitsing van de contractant zal vragen bij de aanvraag van een offerte, waarin de prijs en de verhoging duidelijk zouden worden aangegeven om eventuele prijsgerelateerde risico’s te beoordelen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Overige opmerkingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>merkt op dat het Instituut in 2022 evenementen heeft georganiseerd om zijn zichtbaarheid in de lidstaten en de Unie te vergroten, evenals open dagen om potentiële kandidaten te informeren over de mogelijkheden die het Instituut biedt; merkt verder op dat het Instituut ook het “Deep Tech Talent”-initiatief heeft opgezet, dat deel uitmaakt van de nieuwe Europese innovatieagenda, en dat het zal helpen burgers op te leiden in technologiegebieden voor de toekomst;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>merkt op dat het Instituut eraan heeft gewerkt een klimaatneutraal agentschap te worden door de nodige stappen te nemen op het gebied van milieubeheer; stelt vast dat het Instituut het grootste innovatie-ecosysteem van de Unie is en een toonaangevend instrument in het kader van Horizon Europa om klimaatverandering en aanverwante kwesties aan te pakken; is verheugd over de acties die het Instituut in 2022 heeft ondernomen om zijn milieudoelstellingen te bereiken: de oprichting van het duurzaamheidscomité, lid worden van het subnetwerk voor vergroening van het netwerk van EU-agentschappen en de viering van EITree, een evenement waarbij verschillende personeelsleden bomen in een stedelijk gebied hebben geplant;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>merkt op dat de EMAS-certificering op de middellange- of langetermijnagenda van het Instituut staat;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 11 april 2024<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P9_TA(2024)0280.</FIELD></FOOTNOTE> over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>