<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0268</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Kwijting 2022: Asielagentschap van de Europese Unie (vóór 19 januari 2022: Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken)</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0106/2024 - Rapporteur: Petri Sarvamaa)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><NR>1.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 11 april 2024 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Asielagentschap van de Europese Unie (vóór 19.1.2022 het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken) voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2164(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van het Asielagentschap van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de EU-agentschappen betreffende het begrotingsjaar 2022, vergezeld van de antwoorden van de agentschappen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/594, 27.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de betrouwbaarheidsverklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/112, 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2022 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 22 februari 2024 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2022 (06180/2024 – C9‑0102/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 70,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) nr. 439/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 tot oprichting van een Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken<FOOTNOTE><FIELD>PB L 132 van 29.5.2010, blz. 11.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 36,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/2303 van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2021 inzake het Asielagentschap van de Europese Unie en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 439/2010<FOOTNOTE><FIELD>PB L 468 van 30.12.2021, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 55,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 105,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0106/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verleent de uitvoerend directeur van het Asielagentschap van de Europese Unie kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Asielagentschap van de Europese Unie, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><DECISION><TI><NR>2.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 11 april 2024 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Asielagentschap van de Europese Unie (vóór 19.1.2022 het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken) voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2164(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van het Asielagentschap van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de EU-agentschappen betreffende het begrotingsjaar 2022, vergezeld van de antwoorden van de agentschappen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/594, 27.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de betrouwbaarheidsverklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/112, 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2022 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 22 februari 2024 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2022 (06180/2024 – C9‑0102/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 70,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) nr. 439/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 tot oprichting van een Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken<FOOTNOTE><FIELD>PB L 132 van 29.5.2010, blz. 11.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 36,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/2303 van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2021 inzake het Asielagentschap van de Europese Unie en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 439/2010<FOOTNOTE><FIELD>PB L 468 van 30.12.2021, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 55,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 105,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0106/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Asielagentschap van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Asielagentschap van de Europese Unie, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><RESOL><TI><NR>3.</NR> <STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 11 april 2024 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Asielagentschap van de Europese Unie (vóór 19.1.2022 het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken) voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2164(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Asielagentschap van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0106/2024),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de definitieve begroting van het Asielagentschap van de Europese Unie (hierna “het Agentschap” genoemd) voor het begrotingsjaar 2022 volgens zijn staat van ontvangsten en uitgaven<FOOTNOTE><FIELD>PB C 38 van 31.1.2023, blz. 180.</FIELD></FOOTNOTE> 186 842 192 EUR bedroeg, een toename van 12,46 % ten opzichte van 2021; overwegende dat de begroting van het Agentschap voornamelijk wordt gefinancierd uit de begroting van de Unie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat het Agentschap in juni 2022 een bijdrageovereenkomst ondertekende met de Commissie voor de uitvoering van fase III van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA) “Regionale steun van de EU voor beschermingsgerichte migratiebeheersystemen in de Westelijke Balkan, fase III, contract 2” (hierna het “IPA III Westelijke Balkan” genoemd), met een totale waarde van 6 miljoen EUR en een uitvoeringsperiode van 47 maanden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de begroting van het Agentschap in 2022 aanzienlijk is verhoogd vanwege de uitbreiding van de taken ingevolge Verordening (EU) 2021/2303, waarmee wordt beoogd het Agentschap te laten uitgroeien tot een expertisecentrum op asielgebied;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat er in de Unie in 2022 bijna 1 miljoen asielzoekers waren en ongeveer 4 miljoen personen die tijdelijke bescherming genieten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2022 (het “verslag van de Rekenkamer”) verklaart redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Agentschap betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Financieel en begrotingsbeheer</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>merkt op dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2022 hebben geleid tot een uitvoeringspercentage van de vastleggingskredieten voor het lopende jaar van 96,23 %, hetgeen neerkomt op een lichte daling van 0,44 % ten opzichte van 2021 (96,67 %); merkt op dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten dit begrotingsjaar 89,55 % bedroeg, hetgeen neerkomt op een daling van 1,36 % ten opzichte van het voorgaande jaar 2021 (90,91 %); stelt bezorgd vast dat het annuleringspercentage van uit 2021 naar 2022 overgedragen middelen relatief hoog is (15 %), en het jaarlijks streefcijfer van het Agentschap van minder dan 10 % derhalve niet is behaald;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>benadrukt dat de raad van bestuur van het Agentschap in 2022 twee begrotingswijzigingen heeft aangenomen; merkt in dit kader op dat het Agentschap een halfjaarlijkse herziening van zijn begroting voor 2022 heeft uitgevoerd, op grond waarvan het Agentschap besloot de Commissie te verzoeken om een aanvullende subsidie van 12 miljoen EUR in vastleggingskredieten en 6 miljoen EUR in betalingskredieten teneinde het hoofd te bieden aan de extra taken die voortvloeien uit de humanitaire crisis als gevolg van de illegale en niet-uitgelokte Russische invasie van Oekraïne; merkt op dat die bedragen werden opgenomen in de eerste begrotingswijziging van het Agentschap die in september 2022 werd aangenomen; betreurt het echter dat de begrotings- en planningsherziening van het Agentschap in het najaar uitwees dat er sprake was van onvoorziene vertragingen bij de uitvoering van de operationele plannen in verband met de crisis in Oekraïne, hetgeen heeft geleid tot een negatieve (tweede) begrotingswijziging die in november 2022 werd aangenomen door de raad van bestuur en waardoor de betalingskredieten met 12 miljoen EUR werden verlaagd; merkt ten slotte op dat de begrotingswijzigingen van het Agentschap ook de vrijwillige bijdrage van Denemarken (tweede tranche van 94 063 EUR) voor de uitvoering van de routekaart voor samenwerking tussen EASO en Egypte en de eerste voorfinanciering (van 2 968 129 EUR) voor het IPA III Westelijke Balkan weerspiegelden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>neemt, met betrekking tot de bijdragen van de met de Schengenruimte geassocieerde landen aan de begroting van het Agentschap, nota van de opmerking in het verslag van de Rekenkamer dat de regelingen die zijn gesloten tussen de Unie en deze landen en die als rechtsgrondslag dienen voor de berekening van die bijdragen onduidelijk zijn en op verschillende manieren kunnen worden uitgelegd, hetgeen leidt tot bijdragen van elk met de Schengenruimte geassocieerd land (aan de begroting van het Agentschap) die overeenkomen met ongeveer 0,7 miljoen EUR (7 %) aan onderbetalingen wegens het gebruik van een berekeningsformule die de Rekenkamer onjuist acht omdat de bijdrageratio wordt vermenigvuldigd met een bedrag waarin alleen de subsidie uit de Uniebegroting voor de activiteiten van het Agentschap is opgenomen, terwijl het bedrag volgens de Rekenkamer ook het aandeel van het met de Schengenruimte geassocieerde land moet omvatten; verzoekt de Commissie deze kwestie aan de orde te stellen bij de komende onderhandelingen met de met de Schengenruimte geassocieerde landen over nieuwe overeenkomsten die betrekking hebben op de deelname van met de Schengenruimte geassocieerde landen aan de werkzaamheden van het Agentschap, teneinde daarover meer duidelijkheid te scheppen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Prestaties</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>merkt op dat de resultaten van het Agentschap voor 2022 werden gemeten aan de hand van 204 jaarlijkse streefcijfers, waarvan 48 % overschreden werd, 26 % behaald werd, 10 % bijna behaald werd, 12 % vertraging kende en 4 % niet van toepassing was;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>looft het Agentschap voor de opmerkelijke vooruitgang die in 2022 is geboekt ten aanzien van de volledige uitvoering van de nieuwe bepalingen van Verordening (EU) 2021/2033; merkt met name aan de hand van het follow-upverslag van het Agentschap bij de kwijting 2021 (hierna het “follow-upverslag” genoemd) op dat het Agentschap het adviesforum heeft opgericht, alsook de asielinterventiepool waarin halverwege juni 2023 al 360 erkende deskundigen van de lidstaten zaten (van de 500 zoals vereist in die verordening), en de aanwervingsprocedure voor zijn in mei 2023 aangetreden grondrechtenfunctionaris had uitgevoerd, alsook de raadplegingen met belanghebbenden om het klachtenmechanisme op te zetten en vast te stellen; merkt met betrekking tot het toezichtsmechanisme op dat de methodologie en het programma worden ontwikkeld en dat de vaststelling ervan gepland staat voor het eerste kwartaal van 2024, gevolgd door een proefproject op het gebied van toezicht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>merkt met betrekking tot het activiteitengebied wat de inzet van verbindingsofficieren in lidstaten en derde landen betreft op dat het Agentschap door de limitering van de personele middelen gedwongen was om lidstaten te bundelen, waarbij één verbindingsofficier verantwoordelijk is voor maximaal vier lidstaten, en er daardoor eveneens geen tijdschema is voor de inzet van verbindingsofficieren in derde landen; erkent dat het Agentschap extra middelen nodig heeft om de vereisten van Verordening (EU) 2021/2303 op dat gebied volledig te kunnen uitvoeren en verzoekt de Commissie nogmaals om de operationele behoeften van het Agentschap beter in aanmerking te nemen bij de besluitvorming over toekomstige personeelsformaties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>erkent dat het Agentschap in 2022 te maken kreeg met nieuwe taken en meerdere uitdagingen naar aanleiding van de illegale Russische invasie van Oekraïne; merkt in dat verband op dat het Agentschap op verzoek van de relevante nationale autoriteiten zijn operaties heeft uitgebreid naar zes bijkomende lidstaten, hetgeen heeft geleid tot operationele plannen in 14 lidstaten in totaal; prijst het Agentschap omdat het die lidstaten ook heeft bijgestaan bij de uitvoering van de richtlijn tijdelijke bescherming; merkt voorts op dat het Agentschap een programma voor vrijwillige overdracht heeft ondersteund om mensen die Oekraïne ontvluchtten te helpen bij herplaatsing in de Unie en de aanvraag van tijdelijke bescherming, opleiding heeft gegeven aan nationale overheden over de richtlijn tijdelijke bescherming, landspecifieke communicatieproducten (brochures, folders en posters) heeft ontwikkeld met informatie op maat over tijdelijke bescherming, de productie van situatieanalysen heeft verhoogd en voor het eerst personeel heeft ingezet in een niet-EU-land (Moldavië); waardeert het voorts dat het Agentschap de EU+-landen heeft geholpen om 2 585 personen te hervestigen door steun te verlenen aan 13 selectiemissies en 3 missies vóór vertrek, en dus sterk is betrokken bij de externe aspecten van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel (GEAS);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>benadrukt, naast andere verwezenlijkingen voor 2022, dat het Agentschap ongeveer 3 000 bladzijden heeft opgesteld over producten met vermelding van het land van herkomst, meer dan 1 000 individuele medische verzoeken met betrekking tot de medische werkzaamheden van het Agentschap op het gebied van landen van herkomst heeft behandeld, opleidingen heeft gegeven waarmee een recordaantal van in totaal 13 000 deelnemers werd bereikt, en richtsnoeren inzake landen (over Somalië, Afghanistan en Irak) heeft gepubliceerd en/of geactualiseerd; prijst het Agentschap ook voor de bijstand aan de landen van de Westelijke Balkan door te voorzien in institutionele capaciteitsopbouw, opleidingen en bijscholingen over de belangrijkste asielprocedures in Albanië, Bosnië en Herzegovina, Kosovo, Montenegro, Noord-Macedonië en Servië;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Efficiëntie en winst</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>merkt op dat het Agentschap heeft samengewerkt met diverse agentschappen voor justitie en binnenlandse zaken (bijvoorbeeld Frontex, eu-LISA, FRA, Cepol) aangaande onder andere producten voor situationeel bewustzijn, steun voor het verwezenlijken van operationele uitdagingen (met inbegrip van het ingezette personeel), leren en de uitwisseling van informatie, alsook opleiding en capaciteitsopbouw; wijst op het belang van samenwerken voor de juiste toewijzing van middelen; merkt voorts op dat eu-LISA op basis van een overeenkomst inzake dienstverleningsniveau de herstelwebsite voor de logische ICT-infrastructuur en -communicatie van het Agentschap host; moedigt het Agentschap aan om, binnen het nieuwe mandaat van het Agentschap, mogelijkheden te blijven verkennen om beste praktijken en kansen uit te wisselen, teneinde middelen te delen en de synergieën met andere agentschappen op gebieden van gemeenschappelijk belang verder te ontwikkelen met het oog op een verbetering van de doeltreffendheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>is ingenomen met de maatregelen die het Agentschap in 2022 heeft genomen om de doeltreffendheid en vereenvoudiging te verbeteren, zoals de vermindering van procedurele stappen, de automatisering van repetitieve taken en de uitrol van een organisatiemodel voor de verlening van horizontale diensten waardoor administratieve deskundigheid door middel van aanwezigheid op afstand, ter plekke of een tussenvorm dichter bij de locatie wordt gebracht waar die wordt ingezet, hetgeen voordelen biedt voor landenoperaties op gebieden zoals de financiële initiatie van transacties, ICT-ondersteuning, juridische bijstand en faciliteitenbeheer; prijst de toegenomen doeltreffendheid van het Agentschap bij het waarborgen van de veiligheid van het personeel in meer landen met dezelfde middelen als in 2021; merkt voorts op dat het Agentschap diverse maatregelen heeft getroffen ter verbetering van de doeltreffendheid op het gebied van cyberbeveiliging (bijvoorbeeld door middel van een geautomatiseerde werkstroom om te reageren op incidenten), overheidsopdrachten (door middel van de aanduiding van contactpunten voor de meest afgenomen goederen en diensten om de kwaliteit en de tijdigheid van de procedures te verbeteren en vanaf de vroege stadia van overheidsopdrachten ondersteuning te bieden), ICT (door gebruikers één enkel aanspreekpunt over de status van hun verzoeken te bieden) en HR (door de opening van de eerste SYSPER-modules inzake identiteit, organisatie, loopbaan, persoonsgegevens en tijdbeheer enzovoort, alsook van een HR-ticketingsysteem voor ondersteunende dienstverlening aan het gehele personeelsbestand van het Agentschap); verzoekt het Agentschap het instrument van de Commissie voor het beheer van overheidsopdrachten volledig toe te passen; merkt aan de hand van het geconsolideerd activiteitenverslag van het Agentschap voor 2022 (hierna het “CAAR voor 2022” genoemd) op dat er opnieuw meer middelen zijn toegewezen aan de operationele activiteiten van het Agentschap, namelijk 79,13 % in 2022 (vergeleken met 72,14 % in 2021 en 68,68 % in 2020);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>betreurt dat uit het verslag van de Rekenkamer blijkt dat het Agentschap niet een van de agentschappen is die bedrijfsplannen hebben vastgesteld ter verbetering van de energie-efficiëntie en klimaatneutraliteit van hun operaties, een bepaalde vorm van milieurapportage hebben opgenomen in hun jaarlijkse activiteitenverslagen en de EMAS-registratie hebben ontvangen; benadrukt aan de hand van de antwoorden van het Agentschap op de schriftelijke vragen van het Parlement niettemin dat het Agentschap in 2022 een eerste fase is gestart ter voorbereiding van het concept en de uitvoering van een milieubeheersysteem en voorbereidingen heeft getroffen voor de latere fasen daarvan; moedigt het Agentschap aan de capaciteitsopbouwende werkzaamheden voort te zetten, alsook de samenwerking met andere agentschappen en instellingen van de Unie om het EMAS-certificeringsproces van het Agentschap te versnellen; beklemtoont dat het Agentschap rekening houdt met milieuaspecten in de technische specificaties of gunningscriteria, bijvoorbeeld voor onder andere onroerendgoedovereenkomsten, kantinediensten en schoonmaakdiensten; verzoekt het Agentschap ook te overwegen zijn beleid voor groene overheidsopdrachten te ontwikkelen;<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>dringt er bij het Agentschap op aan te overwegen om duurzame en energie-efficiënte overgangsoplossingen toe te passen, zowel voor zijn infrastructuur als voor interne processen, zoals een intensiever gebruik van digitale instrumenten en documentbeheer;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Personeelsbeleid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>wijst op de genderverdeling van het Agentschap, met 9 mannen (69 %) en 4 vrouwen (31 %) in zijn hoger en middenmanagement (dezelfde verdeling als in 2021), met 27 mannen (48 %) en 29 vrouwen (52 %) in zijn raad van bestuur (een betere verdeling vergeleken met 2021) en met 203 mannen (39 %) en 316 vrouwen (61 %) voor het algemene personeel (dezelfde verdeling als in 2021); herinnert eraan dat het belangrijk is te zorgen voor genderevenwicht onder het personeel en verzoekt het Agentschap met dit aspect rekening te houden bij toekomstige personeelsaanwervingen en benoemingen in het hoger en middenmanagement; wijst met waardering op het engagement van het Agentschap om in zijn toekomstige HR-strategie maatregelen op te nemen om een prioriteit te maken van de bevordering van de gendervertegenwoordiging en de diversiteit in het Agentschap, en programma’s voor de ontwikkeling van leidinggevende vaardigheden die zijn afgestemd op aspirant-managers te bevorderen; verzoekt het Agentschap om aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de uitvoering van deze toezegging;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>stelt vast dat de personeelsformatie op 31 december 2022 voor 90 % ingevuld was (87 % in 2021), aangezien 333 tijdelijke functionarissen werden aangesteld van de 371 functies voor tijdelijke functionarissen die in het kader van de begroting van de Unie waren toegestaan (tegenover 366 toegestane posten in 2021); is ingenomen met een hernieuwde toename van de bezettingsgraad van het Agentschap; betreurt dat het personeelsverloop van het Agentschap is gestegen van 4,1 % in 2021 naar 8,2 % in 2022; merkt op dat in 2022 verder nog 184 arbeidscontractanten en 10 gedetacheerde nationale deskundigen voor het Agentschap werkten; benadrukt dat de Commissie in het kader van de oorlog in Oekraïne en de uitvoering van de richtlijn tijdelijke bescherming 90 tijdelijke posten voor arbeidscontractanten voor een periode van twee jaar heeft toegekend het Agentschap; merkt op dat het Agentschap in 2022 29 vacatures heeft gepubliceerd en 138 functies voor tijdelijke functionarissen en arbeidscontractanten heeft aangeboden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>is ingenomen met het beleid van het Agentschap ter bescherming van de persoonlijke waardigheid en ter voorkoming van pesterijen en seksuele intimidatie, de toepassing van de regels van de Commissie inzake het uitvoeren van administratief onderzoek en tuchtprocedures en de interne richtsnoeren over verzoeken om bijstand uit hoofde van artikel 24 van het statuut van ambtenaren van de Unie; merkt aan de hand van de antwoorden van het Agentschap op de schriftelijke vragen van het Parlement op dat het Agentschap in 2022 te maken kreeg met drie zaken betreffende intimidatie, waarvan er twee werden verworpen omdat er geen <STRING ITALIC="on">prima-facie</STRING>bewijs van intimidatie was en die zaken zonder verder gevolg werden afgesloten, terwijl er in de derde zaak een administratief onderzoek werd ingesteld; verzoekt het Agentschap de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de resultaten van dat onderzoek; stelt tevreden vast dat het Agentschap, na een aanbeveling van de dienst Interne Audit (IAS) van de Commissie, in april 2023 de richtsnoeren inzake administratief onderzoek en tuchtprocedures heeft aangenomen; benadrukt het belang van solide kaders voor de bestrijding van intimidatie, met name in zeer stressvolle en veeleisende werkomgevingen; verzoekt het Agentschap een opleidingsprogramma hierover op te zetten voor zowel nieuw als bestaand personeel;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>stelt, aan de hand van de follow-up van het Agentschap naar aanleiding van de horizontale opmerkingen van het Parlement in verband met de kwijtingsprocedure voor 2021, alsook aan de hand van het follow-upverslag van het Agentschap, vast dat het Agentschap de afgelopen jaren (vanaf 2019) gebruik heeft gemaakt van de diensten van een extern advocatenkantoor (gespecialiseerd in ambtenarenrecht van de Unie) bij de behandeling van zaken van vermeende intimidatie (d.w.z. verzoeken om bijstand uit hoofde van artikel 24 van het statuut van ambtenaren); merkt in dit kader op dat de juridische afdeling van het Agentschap een beoordeling uitvoert om te bepalen of er ondersteuning of advies moet worden ingeroepen van een extern advocatenkantoor en dat die afdeling de relevante procedure beheert en in al die gevallen samenwerkt met de HR-afdeling van het Agentschap;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>herinnert aan de bevinding van de Rekenkamer dat 16 leidinggevende functies bij het Agentschap vacant waren in 2020 en dat 10 daarvan langer dan een jaar op interimbasis werden vervuld, naast andere problemen zoals interimleidinggevenden die twee posten vervullen in de personeelsformatie van het Agentschap; wijst aan de hand van het follow-upverslag van het Agentschap met waardering op de daaropvolgende mitigatiemaatregelen die het heeft getroffen om te voldoen aan artikel 7, lid 2, van het statuut van ambtenaren, eerst door aan het einde van 2022 het aantal tijdelijke invullingen van leidinggevende functies die langer dan één jaar liepen te verminderen naar twee en daar vanaf 2023 helemaal een einde aan te maken, terwijl geen personeelsleden nog voor meer dan een jaar een tijdelijke leidinggevende functie vervullen; is ingenomen met de inzet van het Agentschap om van de aanwerving voor leidinggevende functies een prioriteit te maken; prijst het Agentschap voor de vooruitgang die in 2022 en 2023 is geboekt met betrekking tot de aanwervingsprocedures voor het middenkader en hogere leidinggevende functies, met inbegrip van die voor de plaatsvervangend uitvoerend directeur, overwegende dat volgens het follow-upverslag van het Agentschap twee selectieprocedures zijn afgerond en negen selectieprocedures nog lopen of niet zijn voltooid; stelt ten slotte aan de hand van de website van het Agentschap vast dat het hoofd van het administratieve centrum van het Agentschap per 15 januari 2024 een interimfunctie bekleedt, terwijl het hoofd van het centrum voor institutionele en horizontale zaken van het Agentschap een waarnemende functie bekleedt; merkt op dat de selectieprocedure voor het hoofd van het administratieve centrum nog loopt en naar verwachting in het eerste kwartaal van 2024 zal worden afgerond; merkt tevens op dat de selectieprocedure voor het hoofd van het centrum voor institutionele en horizontale zaken nog loopt en naar verwachting in het eerste kwartaal van 2024 zal worden afgerond; verzoekt het Agentschap de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de resultaten van al deze procedures;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>benadrukt dat de mitigatiemaatregelen die het Agentschap heeft getroffen om te voldoen aan artikel 7, lid 2, van het statuut van ambtenaren, de onderzoeksmissie die door IAS werd uitgevoerd in oktober 2022, het veldwerk van de Rekenkamer voor de controle van het begrotingsjaar 2022, de relevante opmerkingen van het Parlement aan het adres van het Agentschap in de resolutie van het Parlement betreffende de kwijting voor 2021, evenals het (lopende) onderzoek dat op 24 november 2022 werd ingesteld door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF), ook ter sprake kwamen ten gevolge van een anonieme e-mail waarin diverse beschuldigingen stonden, onder meer met betrekking tot onregelmatigheden in verband met personeel die zouden zijn veroorzaakt door het volledige hogere leidinggevende team; dringt aan op volledige samenwerking van het Agentschap met OLAF in het lopende onderzoek; stelt aan de hand van de conclusies van de Rekenkamer in het CAAR voor 2022 vast dat de berekening van de vergoedingen voor de indeling van de tijdelijke invulling van leidinggevende functies wettig en regelmatig was, maar dat de tijdelijke indeling van functies voor een periode langer dan een jaar niet-conform was, zonder dat dit heeft geleid tot onregelmatige betalingen; verzoekt het Agentschap de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de voortgang en de verschillende fasen van het onderzoek;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>is bezorgd over het interne bestuur en de interne procedures van het Agentschap, aangezien OLAF in 2022 een onderzoek heeft ingesteld naar het bestuur en het personeelsbeleid, waarbij naar verluidt sprake was van nepotisme, alsook een onderzoek naar de gebrekkige eerbiediging van de mensenrechten; herhaalt zijn verzoek aan het Agentschap om volledig mee te werken met de onderzoeksinstantie en de kwijtingsautoriteit tijdig in kennis te stellen van de resultaten en corrigerende maatregelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>herinnert eraan dat OLAF in 2018 een ander onderzoek heeft afgerond dat heeft geleid tot bevindingen met betrekking tot onder meer het wanbeheer van personele middelen, tot het ontslag van de toenmalige uitvoerend directeur van het Agentschap en tot de vaststelling door de raad van bestuur van het Agentschap van een actieplan voor governance dat gericht is op herstel van het interne en externe vertrouwen, versterking van de bestuursstructuur en wederopbouw van de interne capaciteit; merkt op dat de Rekenkamer in haar jaarverslag de opmerking over het grote aantal vacante managementfuncties en de problemen in verband met de onzekerheid op het niveau van leidinggevende functies, die afbreuk kunnen hebben gedaan aan het leiderschap en de strategische continuïteit van het Agentschap, heeft afgesloten en als afgehandeld heeft beschouwd; erkent dat de raad van bestuur overeenkomstig artikel 41, lid 1, punt t), van de EUAA-verordening alle besluiten neemt over de oprichting van de interne structuren van het Agentschap, terwijl de Commissie als lid van de raad van bestuur van het Agentschap regelmatig toezicht houdt op de reorganisaties van het Agentschap; merkt niettemin op dat ondanks de reorganisaties door het Agentschap van de afgelopen jaren er nog steeds sprake lijkt te zijn van problemen, zoals blijkt uit de anonieme brief van januari 2023; neemt kennis van de conclusies van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2022 op basis van de corrigerende maatregelen die het Agentschap heeft genomen; verzoekt de Commissie om te bepalen hoe een onafhankelijke beoordeling van de recente reorganisaties van het Agentschap kan worden uitgevoerd en verwacht dat de lopende audit door de IAS van het personeelsbeheer een relevante evaluatie zal opleveren van de mate waarin het huidige organigram van het Agentschap en de verdeling van bevoegdheden over het middenkader en de hogere leidinggevende functies van het Agentschap risico’s inhouden op onder andere inefficiënte praktijken, wanbeheer van personele middelen, en een gebrek aan transparantie (ook ten aanzien van de raad van bestuur van het Agentschap);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>stelt met bezorgdheid vast dat het Agentschap het handvest voor diversiteit en inclusie niet heeft goedgekeurd, noch verslag heeft uitgebracht over de maatregelen die zijn genomen voor de integratie van personen met een handicap; herinnert eraan dat het Handvest van de grondrechten van de Unie discriminatie op grond van een handicap verbiedt en erkent dat personen met een handicap recht hebben op maatregelen die hun zelfstandigheid, hun maatschappelijke en beroepsintegratie en hun deelname aan het gemeenschapsleven ten goede komen; wijst echter op het engagement van het Agentschap om deze gebieden aan te pakken door middel van maatregelen die zullen worden uitgevoerd zodra de toekomstige HR-strategie is aangenomen; merkt voorts op dat het Agentschap initiatieven heeft genomen en diverse maatregelen heeft getroffen om het welzijn op het werk en het evenwicht tussen werk en privéleven van zijn personeel te verbeteren, zoals gerichte opleidingen, overeenkomsten inzake dienstverleningsniveau met voorzieningen voor kinderopvang en scholen, een psychologische en sociale ondersteuningsdienst, bewustmakingscampagnes en vrijetijdsactiviteiten;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aanbesteding</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>herinnert aan de opmerkingen van de Rekenkamer voor de begrotingsjaren 2017 en 2020 volgens welke de aanbestedingsprocedures voor gehuurde gebouwen op Lesbos en in Rome onregelmatig waren wegens onvoldoende concurrentie en niet-naleving van het zuinigheidsbeginsel; merkt aan de hand van het verslag van de Rekenkamer op dat alle daaropvolgende betalingen die in verband met die procedures werden uitgevoerd onregelmatig waren, met inbegrip van de daarop betrekking hebbende betalingen ten bedrage van 281 095 EUR die in 2022 werden uitgevoerd; neemt aan de hand van het verslag van de Rekenkamer met voldoening kennis van de corrigerende maatregelen die het Agentschap heeft genomen, in het kader waarvan de huurovereenkomsten voor de gebouwen op Lesbos en in Rome op respectievelijk 30 april 2023 en 31 juli 2023 zijn beëindigd; merkt aan de hand van het CAAR voor 2022 op dat in samenwerking met de Griekse autoriteiten een duurzame oplossing voor de huur op Lesbos is gezocht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>wijst op de opmerking uit het verslag van de Rekenkamer dat het Agentschap IT-apparatuur uit een onlinecatalogus van een leverancier had aangeschaft in plaats van uit de vooraf goedgekeurde prijslijst die bij de financiële en technische aanbiedingen was gevoegd, hetgeen heeft geleid tot een aankoopprijs die 44 % (het equivalent van het bedrag van 49 224 EUR, dat door de Rekenkamer als onregelmatig werd beschouwd) duurder was dan wanneer deze gebaseerd zou zijn geweest op de vooraf goedgekeurde prijslijst; stelt aan de hand van de reactie van het Agentschap vast dat de beslissing om die artikelen aan te kopen werd bepaald door de operationele behoeften en urgentie alsook door de beperkte beschikbaarheid van IT-benodigdheden op de markt en dat er passende controles zijn vastgesteld om een redelijke mate van zekerheid te bieden dat de aankoop van vervangende artikelen uit de onlinecatalogus beperkt zal zijn tot de prijs voor het overeenkomstige artikel zoals opgenomen in de oorspronkelijke offerte van de contractant;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>looft de vooruitgang die het Agentschap in 2022 heeft geboekt op het gebied van de beheersing en het voorkomen van belangenconflicten en op het gebied van ethische richtsnoeren door middel van voorbereidingswerk dat in januari 2023 heeft geleid tot de vaststelling van één besluit dat van toepassing is op de leden van de raad van bestuur van het Agentschap alsook op de organisaties en bevoegde instanties die lid zijn van het adviesforum van het Agentschap en twee besluiten die van toepassing zijn op het personeel van het Agentschap; is ingenomen met de benoeming van de contactpersoon voor ethische kwesties van het Agentschap, alsmede met de inzet van het Agentschap om standaardteksten voor verklaringen inzake belangenconflicten op te nemen in de uitnodigingen voor vergaderingen waarbij externe deelnemers zijn betrokken; merkt met voldoening op dat het Agentschap richtsnoeren heeft ontwikkeld met betrekking tot regels en procedures voor de periode na uitdiensttreding, die van toepassing zijn op personeel dat het Agentschap verlaat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>merkt op dat de belangenverklaringen en cv’s van de leden van de raad van bestuur zijn gepubliceerd op de website van het Agentschap, net als de belangenverklaringen en cv’s van het leidinggevend personeel van het Agentschap; wijst er echter op dat de cv’s van interne en externe deskundigen niet beschikbaar zijn op de website van het Agentschap; stelt aan de hand van de antwoorden van het Agentschap op de schriftelijke vragen van het Parlement vast dat er in 2022 geen zaken met betrekking tot belangenconflicten of klokkenluiders open, gesloten of lopende waren op het niveau van het Agentschap; looft het Agentschap voor het onderhouden van nauw overleg met de relevante maatschappelijke organisaties die actief zijn op het gebied van asielzaken door middel van het adviesforum van het Agentschap dat in juni 2022 opnieuw is samengesteld (116 leden) met een nieuw geheel aan regels dat voortvloeit uit Verordening (EU) 2021/2303;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Interne controle</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>wijst op de opmerking uit het verslag van de Rekenkamer dat de drie gevallen van subdelegatie die in april 2021 moesten worden herbevestigd pas in februari 2022 werden herbevestigd, toen de situatie was rechtgezet, waardoor het Agentschap bijgevolg zijn interne regels schond waarin is bepaald dat subdelegaties van financiële bevoegdheden vernieuwd moeten worden zodra een nieuwe gedelegeerde rekenplichtige is aangesteld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>is ingenomen met de voortgang die het Agentschap heeft geboekt bij het opvolgen van de aanbevelingen die nog open stonden na eerdere door IAS en de Rekenkamer uitgevoerde controles; stelt aan de hand van het CAAR voor 2022 vast dat sommige aanbevelingen, in verband met de controle van IAS uit 2020 (“personeelsbeheer en ethiek bij EASO”) en 2021 (“IT-bestuur en IT-projectbeheer”) nog lopen of aanzienlijk vertraagd zijn; stelt voorts aan de hand van het verslag van de Rekenkamer vast dat drie aanbevelingen van controles die in het verleden door de Rekenkamer zijn uitgevoerd nog niet zijn afgerond: twee aanbevelingen met betrekking tot de huurovereenkomsten voor de gebouwen op Lesbos en in Rome waarvan het Agentschap verwacht dat de Rekenkamer deze in 2024 als afgerond zal beschouwen nadat de laatste daarop betrekking hebbende (onregelmatige) betalingen in 2023 zijn uitgevoerd, en een aanbeveling met betrekking tot de instelling door het Agentschap van daadwerkelijke financiële controles achteraf; verzoekt het Agentschap in dit kader de uitvoering van de lopende corrigerende maatregelen te versnellen en de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de vooruitgang die op dit gebied wordt geboekt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>merkt op dat het Agentschap voor 2022 een zelfbeoordeling van zijn interne-controlesysteem (ICSA) heeft uitgevoerd, met als conclusie dat de bestaande controles over het algemeen werken zoals bedoeld en dat tien beginselen volledig doeltreffend en zeven doeltreffend zijn, maar dat bepaalde verbeteringen nodig zijn op het niveau van de onderdelen “internebeheersingsomgeving”, “internebeheersingsmaatregelen” en “toezichtsactiviteiten”; benadrukt bovendien dat in 2022 op basis van steekproeven van verrichtingen en aanbestedingsactiviteiten die betrekking hadden op twee begrotingsjaren (2020-2021) een risicogebaseerde strategie voor financiële controles achteraf werd toegepast; stelt aan de hand van het CAAR voor 2022 vast dat de resultaten van die controles 44 opmerkingen omvatten en er 122 corrigerende maatregelen werden voorgesteld; merkt op dat het Agentschap tijdens het eerste kwartaal van 2023 als onderdeel van ICSA voor 2022 controles uitvoerde inzake de stand van zaken wat de uitvoering van die 122 (vooraf overeengekomen) corrigerende maatregelen betreft, waarvan slechts 45 corrigerende maatregelen (40 %) tijdig en adequaat waren uitgevoerd door de relevante bedrijfseigenaren; verzoekt het Agentschap alle nog niet afgeronde corrigerende maatregelen aan te pakken en de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de vooruitgang die op dit gebied wordt geboekt; merkt met waardering op dat het Agentschap op transparante wijze (bijlage IX bij het CAAR voor 2022) de details en de stand van zaken presenteert van de vastgestelde tekortkomingen en de overeengekomen corrigerende maatregelen aan de hand van diverse bronnen (beheer van uitzonderingen en gevallen van niet-naleving, criteria voor het toezicht op de interne controle, ICSA’s, financiële controles vooraf en achteraf, auditverslagen, risicobeheer enz.);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>herinnert eraan dat de fraudebestrijdingsstrategie voor de periode 2020-2022 van het Agentschap in juli 2020 werd aangenomen, met daarin 25 prioritaire maatregelen waarop door middel van een reeks internebeheersingsmaatregelen toezicht werd gehouden; stelt met waardering vast dat 93 % van de internebeheersingsmaatregelen met betrekking tot de uitvoering van die strategie in 2022 als verwezenlijkt werden beschouwd; is ingenomen met de voorlichtingsinspanningen van het Agentschap op het gebied van fraudebestrijding, aangezien 56,7 % van het statutair personeel van het Agentschap heeft deelgenomen aan opleidingen inzake fraudepreventie en de vaststelling van risico’s op fraude; merkt met voldoening op dat het Agentschap op transparante wijze (bijlage XII bij het CAAR voor 2022) de details en de status van de internebeheersingsmaatregelen met betrekking tot de fraudebestrijdingsstrategie van het Agentschap presenteert;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Overige opmerkingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>merkt op dat het Agentschap diverse maatregelen heeft getroffen om zijn publieke zichtbaarheid en onlineaanwezigheid te verhogen door bijvoorbeeld de lancering van een geactualiseerde website en een nieuwe visuele huisstijl, waarbij zijn socialemediaportefeuille werd geactualiseerd met de nadruk op audiovisuele middelen en het verwelkomen van studenten in zijn gebouwen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>wijst op de rol van het Agentschap, dat steun verleent om verzoeken tot internationale bescherming te verwerken en om opleidingen te bieden aan asielmedewerkers die asielaanvragen moeten behandelen; is van mening dat het Agentschap de lidstaten en derde landen moet blijven ondersteunen op het gebied van aanvragen in verband met asiel en migratie; pleit ervoor om, indien dit nodig is om de lidstaten te helpen, de begrotingsmiddelen met name aan te wenden om meer personeel aan te werven, meer bepaald tolken en psychologen voor asielzoekers die tot kwetsbare groepen behoren, zodat verzoeken om internationale bescherming eerlijk en correct worden behandeld;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 11 april 2024<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P9_TA(2024)0280.</FIELD></FOOTNOTE> over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>