<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0269</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Kwijting 2022: Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA)</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0105/2024 - Rapporteur: Petri Sarvamaa)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><NR>1.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 11 april 2024 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA) voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2165(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van het Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA) voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de EU-agentschappen betreffende het begrotingsjaar 2022, vergezeld van de antwoorden van de agentschappen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/594, 27.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2022 waarin de betrouwbaarheid<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/112, 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE> van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 22 februari 2024 betreffende de aan het Bureau te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2022 (06180/2024 – C9‑0103/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 70,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2018/1726 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA), tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1987/2006 en Besluit 2007/533/JBZ van de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1077/2011<FOOTNOTE><FIELD>PB L 295 van 21.11.2018, blz. 99.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 47,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom‑Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 105,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 en bijlage V van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0105/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verleent de uitvoerend directeur van het Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA) kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA), de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><DECISION><TI><NR>2.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 11 april 2024 over de afsluiting van de rekeningen van het Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA) voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2165(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van het Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA) voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de EU-agentschappen betreffende het begrotingsjaar 2022, vergezeld van de antwoorden van de agentschappen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/594, 27.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2022 waarin de betrouwbaarheid<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/112, 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE> van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 22 februari 2024 betreffende de aan het Bureau te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2022 (06180/2024 – C9‑0103/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 70,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2018/1726 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA), tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1987/2006 en Besluit 2007/533/JBZ van de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1077/2011<FOOTNOTE><FIELD>PB L 295 van 21.11.2018, blz. 99.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 47,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 105,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 en bijlage V van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0105/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA) voor het begrotingsjaar 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA), de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><RESOL><TI><NR>3.</NR> <STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 11 april 2024 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA) voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2165(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA) voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 en bijlage V van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0105/2024),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de definitieve begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT‑systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA) (“het Agentschap”) voor het begrotingsjaar 2022 volgens zijn staat van ontvangsten en uitgaven<FOOTNOTE><FIELD>PB C 38 van 31.1.2023, blz. 103.</FIELD></FOOTNOTE> in totaal 351 630 151 EUR bedroeg, een stijging van 62,41 % ten opzichte van 2021; overwegende dat de begroting van het Agentschap bijna uitsluitend afkomstig is uit de begroting van de Unie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de toename van de begroting van het Agentschap voor 2022 voornamelijk wordt gerechtvaardigd door de aanvullende taken van het Agentschap in verband met het beheer van nieuwe grootschalige IT-systemen en de interoperabiliteit van IT-systemen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag (hierna “het verslag van de Rekenkamer”) over de jaarrekening van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2022 verklaart redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Agentschap betrouwbaar is en dat de onderliggende verrichtingen wat betreft de ontvangsten op alle materiële punten wettig en regelmatig zijn; overwegende dat de Rekenkamer een totaalbedrag aan in 2022 verrichte betalingen van 17,8 miljoen EUR heeft vastgesteld, waarvan 10,9 miljoen EUR in verband met drie specifieke contracten die onregelmatig zijn bevonden en 6,8 miljoen EUR die niet in overeenstemming werd geacht met de bepalingen van de bijbehorende raamovereenkomsten, hetgeen in totaal 4,80 % van de in 2022 beschikbare betalingskredieten vertegenwoordigt, waardoor de voor de controle vastgestelde materialiteitsdrempel werd overschreden en een oordeel met beperking over de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende betalingen bij de rekeningen werd afgegeven; overwegende dat de Rekenkamer tot de conclusie is gekomen dat de onderliggende verrichtingen wat betreft de betalingen voor het per 31 december 2022 afgesloten begrotingsjaar, met uitzondering van de betalingen die niet in overeenstemming zijn, op alle materiële punten wettig en regelmatig zijn;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Financieel en begrotingsbeheer</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>stelt vast dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2022 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 91,13 %, hetgeen neerkomt op een daling van 8,87 % ten opzichte van 2021; merkt voorts op dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 86,71 % bedroeg, hetgeen neerkomt op een daling van 7,94 % ten opzichte van 2021;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>maakt met bezorgdheid uit het verslag van de Rekenkamer op dat het Agentschap 14,4 miljoen EUR (ofwel 23 %) van de beschikbare vastleggingskredieten voor 2022 had overgedragen naar 2023, en dat dat bedrag 13,7 miljoen EUR (ofwel 95 %) omvatte van de kredieten van titel II, die betrekking hadden op administratieve uitgaven (97 % in 2021); constateert dat er herhaaldelijk sprake is van kredietoverdrachten, hetgeen de Rekenkamer ertoe brengt eraan te herinneren dat terugkerende hoge overdrachten in strijd zijn met het begrotingsbeginsel van jaarperiodiciteit en wijzen op structurele problemen bij de uitvoering van de begroting of een zwakke begrotingsplanning; neemt kennis van het antwoord van het Agentschap dat in 2022 overdrachten werden verricht voor noodzakelijke of terugkerende administratieve activiteiten, waarbij werd gezorgd voor de nodige waarborgen voor de inachtneming van goed financieel beheer voor de onderliggende verrichtingen; merkt op dat volgens het verslag van het Agentschap met betrekking tot de follow-upmaatregelen die zijn genomen naar aanleiding van de verlening van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2021 (hierna het “follow-upverslag van het Agentschap” genoemd) het Agentschap een actieplan heeft opgesteld dat verschillende maatregelen omvat die sinds 2023 zijn uitgevoerd met het oog op de naleving van het jaarperiodiciteitsbeginsel en de vermindering van het niveau van overdrachten; merkt in dit verband op dat het essentieel is om de nieuwe raamovereenkomst voor de levering van externe ondersteunende diensten in het vierde kwartaal van 2023 te ondertekenen, teneinde deze doelstellingen te bereiken; verwacht dat de uitvoering van dit actieplan tot een aanzienlijke verbetering zal leiden en verzoekt het Agentschap bij de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de vooruitgang die op dit gebied is geboekt;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Prestatie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>is ingenomen met het feit dat het Agentschap bepaalde kernprestatie-indicatoren gebruikt om de toegevoegde waarde van zijn activiteiten te beoordelen en zijn begrotingsbeheer te verbeteren; merkt op dat het jaarlijkse werkprogramma van het Agentschap voor 2022 uit 135 activiteiten bestond, waarvan 90 uitgevoerde activiteiten (67 %), 16 lopende (12 %), 20 lopende en vertraagde (15 %) en 9 uitgestelde activiteiten (7 %); neemt kennis van de nieuwe aanpak van het Agentschap waarbij zijn activiteiten worden gestroomlijnd in portefeuilles en programma’s om het operationele model van het Agentschap en de onderlinge afhankelijkheid tussen projecten en activiteiten te weerspiegelen; verzoekt het Agentschap om de verbeteringen die zijn bereikt als gevolg van deze nieuwe aanpak in kaart te brengen en hierover verslag uit te brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>prijst het Agentschap dat het alle statutaire bedrijfsprogrammeringsdocumenten en verplichte bedrijfsverslagen, zoals het enig programmeringsdocument voor 2023-2025, overeenkomstig de wettelijke voorschriften en binnen de wettelijke termijnen heeft goedgekeurd; merkt op dat het Agentschap ook een routekaart voor de uitvoering van de strategie heeft vastgesteld om zijn strategische operationele doelstellingen op elkaar af te stemmen en toezicht te houden op de uitvoering van de langetermijnstrategie van het Agentschap voor 2021-2027; neemt verder kennis van de inspanningen van het Agentschap om zijn meerjarige en jaarlijkse planningsprocessen via een nieuw instrument (Anaplan) te verbeteren; stelt vast dat het Agentschap gebruik heeft gemaakt van het Gemeenschappelijk zelfevaluatiekader voor overheidsdiensten (CAF) om zijn sterke en zwakke punten te analyseren, wat in april 2022 heeft geleid tot de indiening van een zelfevaluatieverslag, vergezeld van een actieplan ter ondersteuning van de routekaart waarin de prioriteiten van het Agentschap voor de operationele ontwikkeling in detail worden beschreven; merkt op dat het Agentschap het label “Doeltreffende CAF-gebruiker” heeft aangevraagd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>is ingenomen met de continue steun van het Agentschap bij de uitvoering van Uniebeleid op het gebied van vrij verkeer van personen en goederen, gemeenschappelijke reisvisa, grenscontrole en immigratie en asiel, evenals bij de samenwerking tussen nationale rechtshandhavingsinstanties en justitiële autoriteiten, onder meer met het oog op de bestrijding van georganiseerde misdaad, mensensmokkel en -handel en terrorisme; verwacht dat het Agentschap een aanzienlijke bijdrage zal leveren aan de digitalisering van justitie om de samenwerking tussen de justitiële autoriteiten van de Unie te verbeteren en burgers en bedrijven van de Unie betere toegang tot de rechter te bieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>wijst op de sleutelrol van het Agentschap bij het waarborgen van de stabiele werking en de voortdurende beschikbaarheid, alsook de ontwikkeling en het behoud van de informatiesystemen van de Unie voor justitie en binnenlandse zaken (JBZ), zoals het Schengeninformatiesysteem (SIS), het visuminformatiesysteem (VIS) en de Europese databank voor vingerafdrukken van asielzoekers (Eurodac); herinnert eraan dat deze systemen van cruciaal belang zijn bij grenscontroles en samenwerking op het gebied van rechtshandhaving, evenals bij visumverzekeringen en -controles en de behandeling van asielaanvragen; merkt op dat in 2022, met uitzondering van enkele incidenten die hebben geleid tot onbeschikbaarheid en vertragingen van korte duur, alle kernbedrijfssystemen in overeenstemming waren met hun respectieve overeenkomsten inzake dienstverleningsniveau, waarbij het SIS een beschikbaarheidspercentage van 99,94 % had, het VIS een beschikbaarheid van 99,69 % en Eurodac een beschikbaarheid van 99,88 %;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>is ingenomen met de ingebruikname van het vernieuwde SIS in maart 2023 (uitgesteld sinds november 2022); neemt nota van de vooruitgang die is geboekt, weliswaar met vertragingen op verschillende niveaus, met betrekking tot de analyse, het ontwerp, de ontwikkeling en het testen van de nieuwe JBZ-systemen, met name het inreis-uitreissysteem (EES), het Europees reisinformatie- en -autorisatiesysteem (Etias) en het Europees Strafregisterinformatiesysteem (Ecris-TCN), alsook met betrekking tot de integratie van deze systemen, waaronder de gezamenlijke dienst voor biometrische matching; merkt voorts op dat 947 vervoerders (zowel binnen als buiten de Unie) en 54 softwareleveranciers voor vervoerders zich bij het Agentschap hebben geregistreerd of een aanvraag voor een dergelijke registratie hebben gedaan om verbindingen tussen systemen voor EES en Etias tot stand te brengen; verwelkomt in dit verband de organisatie van de rondetafelconferentie van de sector getiteld “EES, Etias and Carriers Getting Ready for the Entry into Operation” (Het EES, Etias en vervoerders bereiden zich voor op de ingebruikname) en de registratie- en bewustmakingscampagne voor vervoerders teneinde het bewustzijn te vergroten en de registratie te stimuleren; erkent dat het VIS aanzienlijke wijzigingen ondergaat overeenkomstig de herziene VIS-verordening; merkt in dit verband op dat het Agentschap in 2022 twee projecten heeft gelanceerd, een over de herziening van het VIS en een over de interoperabiliteit van het VIS, om de ontwikkeling van het VIS te structureren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>neemt voorts kennis van de vooruitgang die is geboekt met betrekking tot de nieuwe interoperabiliteitsstructuur waarin alle door het Agentschap beheerde informatiesystemen zullen worden geïntegreerd teneinde de informatie-uitwisseling en samenwerking tussen justitiële en rechtshandhavingsautoriteiten in de hele Unie te verbeteren; merkt in dat verband op dat volgens het geconsolideerde jaarlijkse activiteitenverslag van het Agentschap voor 2022 het Agentschap zich weliswaar bleef inzetten voor de levering van deze nieuwe systemen, maar dat de belemmerende effecten van de verstoringen in de toeleveringsketen, in combinatie met de problemen van sommige contractanten van het Agentschap om zich aan de uitvoeringsschema’s te houden, tot vertragingen hebben geleid, waardoor een herziening van het oorspronkelijke plan nodig was; merkt op dat deze vertragingen, met name wat betreft de ingebruikname van het centrale EES dat de basis vormt van de interoperabiliteitsstructuur, een domino-effect hebben gehad op de tijdigheid en uitvoering van alle onderling verbonden projecten; neemt nota van de maatregelen van het Agentschap om dat probleem op te lossen door in te stemmen met een nieuwe strategie voor de uitvoering van het EES, de minimaal haalbare productbenadering en een nieuwe routekaart voor interoperabiliteit (IO), met de volledige herziening van het IO-tijdschema dat een aantal fasen omvat om de componenten van de interoperabiliteitsstructuur te leveren met periodieke leveringen om de zes à negen maanden tot en met 2026, zoals uiteengezet in het follow-upverslag van het Agentschap; merkt op dat volgens de betrouwbaarheidsverklaring van de uitvoerend directeur van het Agentschap de verlengde termijnen voor de ingebruikname van het EES-programma wellicht gevolgen zullen hebben voor de middelen die nodig zijn om de ontwikkeling te voltooien;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>merkt met tevredenheid op dat het Agentschap verschillende andere nauw verwante statutaire doelstellingen is blijven verwezenlijken, zoals het bieden van opleiding over het gebruik van JBZ-informatiesystemen aan de lidstaten en het opstellen van wettelijke verslagen met betrekking tot hun technische prestaties, alsook het opstellen van jaarlijkse statistieken en lijsten van aangewezen autoriteiten; prijst in dit verband het feit dat het Agentschap 48 opleidingsactiviteiten heeft uitgevoerd in 2022 die meer dan drieduizend deelnemers hebben bereikt en dat het Agentschap zijn platform voor e-learning naar een hoger niveau heeft getild, alsook zijn routekaart voor opleiding in de lidstaten en het bijbehorende actieplan heeft afgerond; merkt voorts op dat het Agentschap zijn rol op het gebied van justitie in de Unie is blijven uitbreiden door te starten met voorbereidingen voor de overname van het e-Codex-systeem (een platform dat grensoverschrijdende gerechtelijke procedures vergemakkelijkt via een beveiligde overdracht van informatie) beginnen voor te bereiden, en dat het Agentschap een verslag heeft gepubliceerd over de gevolgen van de digitalisering van internationale reizen voor reizigers die naar de Unie vertrekken, alsook samen met het Agentschap van de Europese Unie voor justitiële samenwerking in strafzaken (Eurojust) een verslag heeft opgesteld over het gebruik van artificiële intelligentie ter ondersteuning van grensoverschrijdende samenwerking in strafzaken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>neemt kennis van de samenwerking van eu-LISA met andere agentschappen van de Unie, met name met het Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex) bij de ontwikkeling van Etias, met het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) bij de uitvoering van de herschikte SIS-verordeningen, de EES-verordening, de Etias-verordening en de interoperabiliteitsverordeningen met Eurojust bij de uitvoering van de Ecris-TCN-verordening, de e-Codex-verordening en de interoperabiliteitsverordening en de coördinatie van activiteiten in verband met de digitalisering van justitiële samenwerking, met het EU-Asielagentschap (EUAA) bij de uitvoering van de verordening van de Commissie betreffende het elektronische-communicatienetwerk “DubliNet”, met het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Cepol) bij het opzetten van gezamenlijke trainingen over het gebruik van JBZ-systemen en met het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten bij het opzetten van gezamenlijke trainingen over de eerbiediging van de grondrechten in het kader van het beheer van JBZ-informatiesystemen; spoort eu-LISA aan om met andere agentschappen van de Unie te blijven samenwerken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Efficiëntie en voordelen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>neemt kennis van de maatregelen die het Agentschap heeft genomen om zijn energie-efficiëntie en milieuprestaties te verbeteren, onder meer met betrekking tot de doelstellingen op het gebied van klimaatneutraliteit, zoals uiteengezet in het follow-upverslag en het geconsolideerde jaarlijkse activiteitenverslag van het Agentschap, de antwoorden van het Agentschap op de schriftelijke vragen van het Parlement en het verslag van de Rekenkamer; merkt in dit verband op dat het Agentschap in 2022 is begonnen met de geleidelijke invoering van zijn eigen milieubeheersysteem (EMS), dat is gebaseerd op de beginselen van EMAS en het actieplan van de Commissie in het kader van de Europese Green Deal, en zijn milieubeleid heeft vastgesteld; merkt op dat de volledige invoering van het MES en bijgevolg de EMAS-registratie naar verwachting in 2024 zullen zijn voltooid; is ingenomen met de deelname van het Agentschap aan het vergroeningsnetwerk van het EU (EUAN), dat de mogelijkheid biedt gebruik te maken van het materiaal van andere agentschappen die meer ervaring hebben met de uitvoering van EMAS; merkt voorts op dat het Agentschap criteria voor groene overheidsopdrachten hanteert op het gebied van faciliteitenbeheer, hardwareprojecten en IT-infrastructuur en -projecten; prijst het Agentschap voor het rapporteren over zijn milieuprestaties via een kernprestatie-indicator (KPI) die de koolstofvoetafdruk van het Agentschap aangeeft; merkt op dat de uitgangswaarde voor volumetrische indicatoren voor water-, energie- en papierverbruik en afvalproductie in 2023 werd vastgelegd, zodat dergelijke indicatoren vervolgens kunnen worden berekend en geëvalueerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>merkt op dat volgens de schriftelijke antwoorden van het Agentschap op de horizontale vragen van het Parlement het Agentschap met verschillende andere agentschappen van de Unie overeenkomsten inzake dienstverleningsniveau (SLA’s) heeft gesloten om ondersteuning te bieden op het gebied van bedrijfscontinuïteit en om de efficiëntie op andere samenwerkingsgebieden te vergroten; merkt in dit verband op dat het Agentschap SLA’s heeft gesloten met Frontex en EUAA voor de huisvesting van hun uitwijklocaties, en dat het Agentschap een jaarlijkse SLA heeft gesloten met Europol voor de organisatie van gezamenlijke vergaderingen van de beveiligingscomités van Europol en eu-LISA; verzoekt het Agentschap zijn samenwerking met andere agentschappen van de Unie voort te zetten, zodat alle beschikbare middelen kunnen worden ingezet; prijst het Agentschap voor zijn samenwerking met het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging (Enisa) via een SLA die betrekking heeft op de ondersteunende diensten van Enisa voor de planning, uitvoering en evaluatie van jaarlijkse cyberbeveiligingsoefeningen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>merkt op dat het Agentschap in februari 2022 een aanwervingsstrategie heeft aangenomen om zijn personeelsplanning te verduidelijken en te harmoniseren en daarmee het gebruik van middelen te optimaliseren, met name om de algehele samenstelling van de personele middelen van het Agentschap in evenwicht te brengen (oftewel de verhouding tussen intern personeel en externe dienstverleners); merkt verder op dat het Agentschap efficiëntiewinst heeft geboekt door gebruik te maken van bestaande reservelijsten die tijdens eerdere selectieprocedures zijn opgesteld en door profielen en langere reservelijsten te groeperen om meerdere posten binnen één aanwervingsprocedure te kunnen behandelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>prijst het Agentschap voor de vooruitgang die in 2022 is geboekt bij de digitalisering van zijn processen; merkt op dat het Agentschap op het gebied van personeelsbeheer nieuwe modules van het Sysper-systeem (het geïntegreerde informatiesysteem van de Commissie voor personeelsbeheer) heeft ingevoerd, namelijk de HR-rapportagemodule en de ATS-module; merkt op dat het Agentschap in 2022 op het gebied van aanbestedingen begonnen is zich vertrouwd te maken met het beheersinstrument voor openbare aanbestedingen (PPMT) van de Commissie en de vereisten die daaraan worden gesteld om te voldoen aan de instapvoorwaarden die in 2023 met succes zijn afgerond; merkt op dat het Agentschap de eSubmission-module toepast voor aanbestedingen van meer dan 15 000 EUR; merkt voorts op dat de fysieke handtekening van inschrijvers sinds de invoering van deze module niet meer nodig is; verzoekt het Agentschap zijn inspanningen voor de volledige tenuitvoerlegging van de PPMT op te voeren; stelt tot slot vast dat het Agentschap op het gebied van de preventie van en omgang met belangenconflicten, de indiening van verplichte verklaringen of verzoeken tot uitvoering van de desbetreffende regels heeft gedigitaliseerd;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Personeelsbeleid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>stelt vast dat de personeelsformatie op 31 december 2022 voor 89,3 % was ingevuld, aangezien er 192 tijdelijke functionarissen (193 in 2021) waren aangesteld van de 215 tijdelijke functionarissen die in het kader van de begroting van de Unie waren toegestaan (ten opzichte van 213 toegestane posten in 2021); merkt op dat er in 2022 bovendien 121 arbeidscontractanten en 11 gedetacheerde nationale deskundigen voor het Agentschap werkten, voor wie respectievelijk 167 en 11 posten waren toegestaan; merkt op dat het aantal begrote posten voor arbeidscontractanten is toegenomen met 35, van 132 tot 167 posten, als gevolg van de goedkeuring van de begroting voor de nieuwe taken waarmee het agentschap is belast (VIS-herziening, Etias en interoperabiliteit); merkt op dat, ondanks de inspanningen van het Agentschap, het personeelsverloop is gestegen van 5,5 % in 2021 tot 7,1 % in 2022 en dat de bezettingsgraad is gedaald tot 82 %, wat lager is dan het door het Agentschap nagestreefde percentage van 94 %, met name doordat het Agentschap een aantal posten van korte duur en lagere rangen aanbiedt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>wijst met bezorgdheid op de gendersamenstelling van het hoger en middenmanagement van het Agentschap met 12 mannen (86 %) en 2 vrouwen (14 %), van de raad van bestuur met 50 mannen (82 %) en 11 vrouwen (18 %), en van het totale personeelsbestand met 209 mannen (67 %) en 101 vrouwen (33 %); merkt op dat volgens het follow-upverslag van het Agentschap het Agentschap zich blijft inzetten om een algeheel genderevenwicht te bereiken, met bijzondere aandacht voor communicatie en de aanwervingsprocedures om meer vrouwelijke sollicitanten aan te trekken; is ingenomen met de deelname van het Agentschap in 2022 aan de wereldwijde online carrièrebeurs “Women in Tech”; is voorts ingenomen met de benoeming van de nieuwe uitvoerend directeur, waardoor een evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in hoge leidinggevende functies wordt bereikt; herinnert eraan hoe belangrijk het is genderevenwicht te waarborgen en verzoekt het Agentschap te blijven streven naar genderevenwicht op alle niveaus door concrete maatregelen te nemen die het aantrekkelijker maken voor vrouwen om te solliciteren naar functies bij het Agentschap; verzoekt de Commissie en de lidstaten bij het voordragen van kandidaten voor de raad van bestuur van het Agentschap rekening te houden met het feit dat het genderevenwicht moet worden gewaarborgd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>prijst het Agentschap voor zijn inspanningen op het gebied van personeelsbeheer om een gevarieerd aanbod aan kandidaten aan te trekken, om het Agentschap te profileren als een aantrekkelijke werkgever en om getalenteerd personeel te behouden; merkt in dit verband op dat het Agentschap in 2022 het EUAN heeft vertegenwoordigd op de virtuele carrièrebeurs voor internationale organisaties en zijn activiteiten ter versterking van zijn reputatie als werkgever heeft opgevoerd met gerichte campagnes, zoals getuigenissen van personeelsleden in sociale media; is ingenomen met het feit dat het Agentschap een proefproject heeft gelanceerd in het kader van het programma voor interne mobiliteit, dat gericht is op het benutten van de reeds aanwezige vaardigheden van zijn personeel en het bevorderen van de voortdurende professionele groei van de werknemers van het Agentschap; merkt in dit verband op dat het Agentschap is begonnen met de ontwikkeling van zijn competentiegerichte HR-managementstrategie en met de herziening van zijn competentiekader, hetgeen gevolgen zal hebben voor de aankondigingen van vacatures en de beoordeling van kandidaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>prijst het nultolerantiebeleid van het Agentschap ten aanzien van intimidatie; neemt er nota van dat er in 2022 drie administratieve onderzoeken in verband met intimidatie zijn uitgevoerd en intern zijn afgerond, en dat een bijkomende zaak voor de rechter is gebracht; verzoekt het Agentschap personen die zich schuldig maken aan wangedrag snel ter verantwoording te roepen; merkt op dat het Agentschap sinds 2022 een contract heeft gesloten met een extern advocatenkantoor om snel te kunnen reageren op de toenemende vraag naar administratieve onderzoeken, waaronder onderzoeken die betrekking hebben op seksuele of psychologische intimidatie of andere tuchtzaken; merkt op dat het Agentschap de selectie van de nieuwe vertrouwenspersonen heeft afgerond, waarbij vijf nieuwe vertrouwenspersonen zijn geselecteerd en opgeleid om de organisatie te ondersteunen bij het verder bevorderen van respect en waardigheid op de werkplek en personeelsleden te ondersteunen die hulp zoeken in een situatie die als psychologische of seksuele intimidatie wordt ervaren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>neemt kennis van de maatregelen van het Agentschap om de ervaring en het welzijn van zijn werknemers te verbeteren; merkt op dat er een programma voor geestelijke gezondheid voor het personeel en hun gezinnen is opgezet, met onder andere een inschrijvingsdienst voor zelfzorg, webinars en individuele counselingsessies; merkt op dat het Agentschap, na de toekenning van een afwijking in afwachting van het modelbesluit, het besluit van de Commissie van 24 maart 2022 inzake arbeidstijd en hybride werken niet naar analogie heeft toegepast; stelt vast dat het Agentschap sinds september 2022 een besluit van de uitvoerend directeur over tijdelijke hybride werkregelingen heeft toegepast; merkt voorts op dat het Agentschap op 16 november 2023 het modelbesluit heeft vastgesteld dat op 1 januari 2024 in werking treedt; stelt met tevredenheid vast dat het Agentschap het EUAN-handvest voor diversiteit en inclusie heeft aangenomen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aanbesteding</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>wijst op de opmerking en in het verslag van de Rekenkamer die hebben geleid tot een oordeel met beperking wegens de onregelmatigheid van verschillende in 2022 verrichte betalingen voor een totaalbedrag van 17,8 miljoen EUR in verband met zeven specifieke contracten, die goed waren voor 4,8 % van de totale betalingskredieten die in 2022 beschikbaar waren; merkt op dat de onregelmatigheid van deze betalingen voornamelijk verband houdt met afwijkingen van de desbetreffende raamovereenkomsten; merkt op dat volgens de antwoorden van het Agentschap op de schriftelijke vragen van het Parlement de onregelmatigheden met betrekking tot de in 2022 verrichte betalingen kunnen worden ingedeeld in drie categorieën, namelijk: wijziging van contracten met een vastgestelde looptijd (6,5 miljoen EUR), verlenging van specifieke contracten na de maximaal toegestane termijn (3,7 miljoen EUR), en een gebrek aan details over de vereisten in specifieke contracten (7,5 miljoen EUR); merkt op dat sommige van deze onregelmatige betalingen, die in totaal 10,5 miljoen EUR bedragen, betrekking hebben op drie specifieke contracten op basis waarvan in 2021 ook betalingen zijn verricht en die door de Rekenkamer in haar jaarverslag over de agentschappen van de Unie voor dat jaar onregelmatig zijn bevonden; merkt op dat volgens de verklaringen van de uitvoerend directeur van het Agentschap tijdens haar vergadering met de Commissie begrotingscontrole op 29 november 2023 (“de verklaringen van de uitvoerend directeur”) zes van de zeven specifieke contracten die in het verslag van de Rekenkamer zijn genoemd, zonder uitstaande betalingen zijn verstreken; benadrukt dat dit een terugkerende kwestie is voor het Agentschap; neemt kennis van de maatregelen die het Agentschap heeft genomen om deze kwestie aan te pakken, zoals uiteengezet in de antwoorden van het Agentschap op de opmerkingen van de Rekenkamer; verzoekt het Agentschap deze kwestie het hoofd te blijven bieden en verslag uit te brengen aan de kwijtingsautoriteit over de geboekte vooruitgang;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>stelt met grote bezorgdheid vast dat 2022 het derde jaar op rij was waarvoor de Rekenkamer een oordeel met beperking heeft afgegeven met betrekking tot het gebied van aanbestedingen en contractbeheer van het Agentschap, waarbij de hoge kosten voor rekening van het Agentschap komen als gevolg van onregelmatigheden, vertraagde en ontoereikende aanbestedingsprocedures en een gebrek aan zorgvuldigheid van het Agentschap met betrekking tot de aanbestedingsregels; neemt kennis van het actieplan van het Agentschap voor een diepgaande evaluatie van zijn processen om de onderliggende oorzaken van de terugkerende opmerkingen van de Rekenkamer op dit gebied te identificeren en weg te nemen, zoals uiteengezet in de antwoorden van het Agentschap op schriftelijke vragen van het Parlement, in het follow-upverslag van het Agentschap en in de verklaringen van de uitvoerend directeur; verwacht daarom een blijvende verbetering als gevolg van de uitvoering van dit actieplan, vooral aangezien zes van de zeven specifieke contracten die de Rekenkamer als onregelmatig beschouwt, zijn verstreken zonder uitstaande betalingen; verzoekt het Agentschap om de kwijtingsautoriteit periodiek van de vorderingen van de tenuitvoerlegging van het actieplan en alle corrigerende maatregelen op de hoogte te brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>benadrukt dat volgens het verslag van de Rekenkamer het Agentschap in 2022, net als in 2021, betalingen heeft verricht op basis van een specifiek contract (voor een bedrag van 40 miljoen EUR) waarmee de bijbehorende raamovereenkomst niet naar behoren ten uitvoer werd gelegd doordat de details van de verworven diensten (hoeveelheden, leveringsdatum) niet werden gespecificeerd; merkt op dat het Agentschap in 2022 in het kader van dat contract 7,5 miljoen EUR heeft betaald; stelt vast dat volgens de opmerkingen van het Agentschap in de nota van 13 november 2023 getiteld “Kwijting 2022 – bevindingen van de Rekenkamer over eu-LISA. Korte nota voor EP-leden” het onbepaalde karakter van dat contract, dat eind 2018 werd ondertekend, was toe te schrijven aan de noodzaak om de financiering voor de interoperabiliteit tussen het EES en het VIS te behouden, waarvoor de begrotingsplanning, buiten de controle van het Agentschap, aanzienlijk is verschoven ten opzichte van de werkelijke goedkeuring van de desbetreffende wetgeving; merkt op dat zonder dit contract het desbetreffende bedrag, dat noodzakelijk is om de interoperabiliteit te waarborgen, verloren zou zijn gegaan; constateert dat volgens het antwoord van het Agentschap op de opmerking van de Rekenkamer het Agentschap corrigerende maatregelen heeft getroffen door middel van een wijziging van dat contract, waarbij een meer gedetailleerde beschrijving van de verleende diensten werd toegevoegd; merkt op dat het Agentschap dit contract, dat in 2022 afliep, niet heeft verlengd; herinnert er in dit verband aan dat vertragingen bij de vaststelling en uitvoering van de relevante rechtshandelingen bepalende factoren zijn voor de mate van detail en precisie die het Agentschap kan bieden bij de initiële vaststelling van raamovereenkomsten; neemt nota van het in het follow-upverslag van het Agentschap uiteengezette standpunt dat de verkorting van de voorbereidingsperiode voor de uitvoeringshandelingen rechtstreekse gevolgen zou hebben voor het vermogen van het Agentschap om zijn aanbestedingen beter te plannen en contractuele wijzigingen te beperken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>stelt met bezorgdheid vast dat volgens het verslag van de Rekenkamer het Agentschap gebruik heeft gemaakt van de onderhandelingsprocedure voor de gunning van een opdracht, zonder voorafgaande aankondiging van een opdracht; merkt op dat het Agentschap dit besluit heeft gerechtvaardigd op grond van dwingende spoed, hoewel dit tegen het advies van de aanbestedings- en juridische diensten van het Agentschap inging; wijst op de redenen die de Rekenkamer heeft gegeven om aan te tonen dat het gebruik van deze procedure niet gerechtvaardigd was; neemt desalniettemin nota van het antwoord van het Agentschap dat het risico op een onderhoudskloof van meerdere maanden zou zijn ontstaan, doordat de tijdschema’s voor de uitvoering van het EES-programma in een later stadium formeel zijn gewijzigd en de tijd die in totaal nodig was voor de gunning van de opdracht en voor de overgang naar een nieuwe contractant op ten minste acht maanden werd geschat; is in dit verband van mening dat de aanpak van het Agentschap zinvol was; merkt op dat volgens het antwoord van het Agentschap de gegunde opdracht inmiddels is afgelopen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>neemt voorts kennis van twee opmerkingen in het verslag van de Rekenkamer over de beheers- en controlesystemen van het Agentschap; neemt kennis van de eerste opmerking met betrekking tot de aankoop van hardware (27,7 miljoen EUR), waarvoor de prijslijsten van de hardwareverkopers niet waren verkregen en waarvoor geen controles vooraf waren uitgevoerd; neemt kennis van de tweede opmerking met betrekking tot de aanbesteding van een overeenkomst van het transversaal operationeel kader met een geschatte totale waarde van 490 miljoen EUR, dat er voor zes vergaderingen van het evaluatiecomité geen verslagen zijn bewaard en alleen het eindverslag was ondertekend; verzoekt het Agentschap zijn interne controlesystemen te verbeteren om dergelijke tekortkomingen in de toekomst te voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>merkt op dat het Agentschap nog acht “openstaande” opmerkingen heeft uit de verslagen van de Rekenkamer van de voorgaande jaren (2017, 2018 en 2021); verzoekt het Agentschap met klem deze opmerkingen onverwijld af te sluiten en de kwijtingsautoriteit in kennis te stellen van de vooruitgang die in dit verband is geboekt;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>merkt op dat het Agentschap besluiten heeft genomen over de preventie van en omgang met belangenconflicten voor zijn personeel, alsook over de externe activiteiten tijdens en na afloop van het dienstverband bij het Agentschap; stelt met tevredenheid vast dat alle personeelsleden om de twee jaar een belangenverklaring moeten indienen, met uitzondering van personeelsleden die betrokken zijn bij financieringsstromen en personeelsleden met een hogere leidinggevende functie, die dergelijke verklaringen jaarlijks moeten indienen; merkt voorts op dat alle personeelsleden van het Agentschap verplicht zijn dergelijke verklaringen ook in te dienen wanneer hun situatie verandert; neemt er kennis van dat het Agentschap op zijn website de belangenverklaringen en cv’s van het personeel in hogere leidinggevende functies publiceert; is ingenomen met het feit dat sinds 2022 zowel de belangenverklaringen als de cv’s van de leden van de raad van bestuur en hun plaatsvervangers worden gepubliceerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>is ingenomen met het feit dat het Agentschap in maart 2022 de herziene richtsnoeren inzake klokkenluiders heeft aangenomen; neemt kennis van de verklaring van het Agentschap dat het in 2022 de afzonderlijke communicatiekanalen waarvan het personeel, zoals vertrouwenspersonen of klokkenluiders, gebruik kan maken, duidelijker en zichtbaarder heeft gemaakt; is voorts ingenomen met de vaststelling van de richtsnoeren voor de toegang van het publiek tot documenten; is ingenomen met de inwerkingtreding per september 2022 van het besluit van het Agentschap van 9 augustus 2022 tot instelling van een transparantieregister, waarbij bijeenkomsten tussen het hoger management van het Agentschap en economische actoren op de website van het Agentschap worden gepubliceerd;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Interne controle</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>erkent het belang van externe controles op de naleving van de voorschriften voor gegevensbescherming teneinde een hoog beschermingsniveau te waarborgen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door het Agentschap; merkt op dat het Agentschap in 2022 voortdurend vervolg heeft gegeven aan de uitvoering van de aanbevelingen die zijn vastgesteld in de door de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming (EDPS) uitgevoerde audits van SIS, VIS en Eurodac; merkt op dat in 2022 een nieuwe EDPS-controle is uitgevoerd van Eurodac, VIS en SIS II die gericht was op het algemene beheer van IT-beveiliging, beveiligingsincidenten en datalekken, alsook op de methoden en praktijken voor het veilig ontwikkelen en testen van de systemen, met bijzondere aandacht voor het beheer van de toegangscontrole in de verschillende omgevingen; merkt op dat volgens het follow-upverslag van het Agentschap de status van de EDPS-controle van 2018 met betrekking tot VIS en SIS “voltooid” is, aangezien alle 43 aanbevelingen zijn uitgevoerd, terwijl de status van de EDPS-controle van 2019 met betrekking tot Eurodac “gedeeltelijk voltooid” is, aangezien 23 van de 29 aanbevelingen zijn uitgevoerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>is ingenomen met de jaarlijkse zelfevaluatie door het Agentschap van zijn internecontrolesysteem in 2022, waaruit blijkt dat 81 % van de internecontrolecriteria van het Agentschap geheel of gedeeltelijk is behaald; merkt op dat, volgens de conclusie van deze evaluatie, het interne controlesysteem is ingesteld en doeltreffend werkt, hoewel er enkele verbeteringen nodig zijn met betrekking tot de handhaving van de verantwoordingsplicht, controles vooraf en contractbeheer; constateert dat er voor het derde jaar op rij een grote tekortkoming blijft bestaan met betrekking tot beginsel 10 “Selecteert en ontwikkelt controleactiviteiten” in het onderdeel “Controleactiviteiten”; stelt vast dat het Agentschap in 2022 zijn controles op het gebied van informatiebeheer is blijven verbeteren met de herziening van het beleid en de procedures van het Agentschap voor het bewaren van documenten op lange termijn en met de vaststelling van richtsnoeren voor de toegang van het publiek tot documenten; verzoekt het Agentschap zich te blijven inspannen om tekortkomingen op het gebied van controleactiviteiten te verminderen teneinde de risico’s in verband met de verwezenlijking van beleid en operationele en interne controledoelstellingen te beperken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>neemt er nota van dat eind 2022 het uitvoeringspercentage van de auditaanbevelingen van verschillende audit- en onderzoeksinstanties 63 % bedroeg, waarbij 20 van de 32 aanbevelingen waren uitgevoerd (de uitvoeringstermijn van 12 aanbevelingen was verstreken); merkt op dat eind 2022 in totaal 33 aanbevelingen openstonden, waarvan er drie kritiek waren; verzoekt het Agentschap de nog niet uitgevoerde aanbevelingen onverwijld uit te voeren en aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de geboekte vooruitgang;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>wijst erop dat het Agentschap het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) in 2022 heeft verzocht twee gevallen van vermeende fraude bij aanwervingsprocedures te beoordelen, alsook één geval van mogelijk frauduleuze activiteiten van een personeelslid; stelt vast dat OLAF naar aanleiding van de drie verzoeken heeft besloten om geen onderzoek in te stellen; merkt op dat het Agentschap in 2022 aanbevelingen uit OLAF-onderzoeken met betrekking tot de zaken OC/2020/0441/A2 en OC/2017/1121/A2 heeft opgevolgd; is ingenomen met de goedkeuring van de fraudebestrijdingsstrategie van het Agentschap voor de periode 2022-2024, evenals van een actieplan dat twaalf acties omvat;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Overige</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>neemt er kennis van dat het Agentschap er zich in 2022 op heeft gericht de zichtbaarheid van de resultaten van het Agentschap te waarborgen en het publiek bewuster te maken van zijn rol om de belangen van de EU-burgers te behartigen en om IT-diensten te leveren aan zijn belanghebbenden; prijst het agentschap in dit verband voor de voltooiing van zijn nieuwe onlineportaal “Discover eu-LISA 2.0”, dat belanghebbenden een geactualiseerd overzicht biedt van de kerntaken en werkgebieden van het Agentschap, en voor de publicatie van een bijzonder boekje ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van het Agentschap, ter ere waarvan – in samenwerking met het Tsjechische voorzitterschap – de conferentie van het agentschap “10 Years as The Digital Heart of Schengen” werd georganiseerd, met 20 sprekers en 388 deelnemers; is ingenomen met het feit dat het Agentschap in 2022 de Forbes Social Award heeft ontvangen voor zijn innovatieve en inspirerende initiatieven op het gebied van openbare communicatie, waarbij het Agentschap zich heeft weten te onderscheiden door zijn sterke ethische betrokkenheid en het gebruik van innovatieve communicatiestrategieën, -technieken en -instrumenten; neemt nota van de verbetering van de sociale-mediastatistieken van het Agentschap in 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>merkt op dat het Agentschap in 2022 een groot aantal beveiligings- en bedrijfscontinuïteitsplannen voor zijn kernbedrijfssystemen heeft aangenomen teneinde een hoger niveau van cyberbeveiliging en weerbaarheid te waarborgen, zoals vereist door de rechtsinstrumenten, en dat het Agentschap een cyberbeveiligingsoefening heeft georganiseerd om de doeltreffendheid van de uitgevoerde beveiligingsmaatregelen voor de bescherming van het centrale SIS te controleren; merkt op dat het Agentschap het toezicht op de met het internet verbonden IT-systemen van het bedrijf aanzienlijk heeft verhoogd naar aanleiding van de toegenomen cyberdreiging als gevolg van de illegale aanvalsoorlog van Rusland tegen Oekraïne;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>stelt vast dat eu-LISA hostingdiensten blijft verlenen voor de back-upsystemen van Frontex en EUAA; neemt kennis van de ontwikkeling en invoering van het “data-centre-as-a-service” met het oog op het centraliseren van het operationele beheer, de monitoring en de capaciteitsplanning van de IT-infrastructuur die voor JBZ-systemen wordt gebruikt; is ingenomen met de vooruitgang die is geboekt bij de voorbereidingen voor het toekomstige modulaire datacentrum, dat extra buffercapaciteit zal bieden en de capaciteit voor het hosten van nieuwe JBZ-systemen met 50 % zal doen toenemen; herinnert aan het belang van naleving van de Uniewetgeving, met name op het gebied van gegevensbescherming;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 11 april 2024<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P9_TA(2024)0280.</FIELD></FOOTNOTE> over het functioneren en het financieel beheer van en de controle op de agentschappen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>