<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF2" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0270</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Kwijting 2022: Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie (Fusion for Energy)</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0090/2024 - Rapporteur: Michal Wiezik)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><NR>1.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 11 april 2024 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie­energie voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2178(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie­energie voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over Europese gemeenschappelijke ondernemingen betreffende het begrotingsjaar 2022, vergezeld van de antwoorden van de gemeenschappelijke ondernemingen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/1025 van 16.11.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/112 van 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2022 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 22 februari 2024 betreffende de aan de gemeenschappelijke onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2022 (006182/2024 – C9‑0116/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 106 bis van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 70,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Beschikking 2007/198/Euratom van de Raad van 27 maart 2007 tot oprichting van Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie en tot toekenning van gunsten daaraan<FOOTNOTE><FIELD>PB L 90 van 30.3.2007, blz. 58.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 5,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9‑0090/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verleent de directeur van Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie (Fusion for Energy) kwijting voor de uitvoering van de begroting van de gemeenschappelijke onderneming voor het begrotingsjaar 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de directeur van Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie (Fusion for Energy), de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><DECISION><TI><NR>2.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 11 april 2024 over de afsluiting van de rekeningen van Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie­energie voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2178(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie­energie voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over Europese gemeenschappelijke ondernemingen betreffende het begrotingsjaar 2022, vergezeld van de antwoorden van de gemeenschappelijke ondernemingen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/1025 van 16.11.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/112 van 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2022 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 22 februari 2024 betreffende de aan de gemeenschappelijke onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2022 (06182/2024 – C9‑0116/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 106 bis van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name van het artikel 70,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Beschikking 2007/198/Euratom van de Raad van 27 maart 2007 tot oprichting van Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie en tot toekenning van gunsten daaraan<FOOTNOTE><FIELD>PB L 90 van 30.3.2007, blz. 58.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 5,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0090/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie (Fusion for Energy) voor het begrotingsjaar 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de directeur van Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie (Fusion for Energy), de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L­serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><RESOL><TI><NR>3.</NR> <STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 11 april 2024 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie­energie voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2178(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie­energie voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie industrie, onderzoek en energie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9‑0090/2024),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de Europese gemeenschappelijke onderneming voor de internationale thermonucleaire experimentele reactor (ITER) en de ontwikkeling van fusie-energie (hierna “gemeenschappelijke onderneming”) bij Beschikking 2007/198/Euratom<FOOTNOTE><FIELD>PB L 90 van 30.3.2007, blz. 58.</FIELD></FOOTNOTE> van 27 maart 2007 in april 2007werd opgericht voor een periode van 35 jaar;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de leden van de gemeenschappelijke onderneming zijn: de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom), vertegenwoordigd door de Commissie, de lidstaten van Euratom, en derde landen die met Euratom<FOOTNOTE><FIELD>De leden van Euratom zijn de EU-lidstaten en de met de EU geassocieerde staten Zwitserland en het VK (tot 2020).</FIELD></FOOTNOTE> een samenwerkingsovereenkomst op het gebied van beheerste kernfusie zijn aangegaan;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de doelstellingen van de gemeenschappelijke onderneming bestaan uit het leveren van de bijdrage van de Unie aan het internationale fusie-energieproject ITER, het uitvoeren van de Overeenkomst inzake de bredere aanpak tussen Euratom en Japan, en het treffen van voorbereidingen voor de bouw van een demonstratiefusiereactor en bijbehorende faciliteiten<FOOTNOTE><FIELD>De belangrijkste fusiefaciliteiten bevinden zich in Cadarache, Frankrijk en de gemeenschappelijke onderneming is gevestigd te Barcelona.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat bij het ITER-project zeven mondiale partners betrokken zijn, namelijk de Unie (vertegenwoordigd door Euratom), de Verenigde Staten, Rusland, Japan, China, Zuid-Korea en India, en dat de Unie met 45,4 % het grootste aandeel in de bouwkosten op zich neemt en dat de andere betrokken partners ieder 9,1 % van deze kosten dragen; overwegende dat deze kostenverdeling in de operationele fusietestfase zal veranderen, en dat de EU dan 34 % van de exploitatiekosten zal dragen<FOOTNOTE><FIELD>De ITER‑documenten “Value estimates for ITER Phases of Construction, Operation, Deactivation and Decommissioning and Form of Party Contributions” en “Cost Sharing for all Phases of the ITER Project”.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de huidige raming van de Commissie met betrekking tot de totale Euratom‑begroting die de gemeenschappelijke onderneming nodig heeft voor de financiering van het Europese deel van de uitvoering van het ITER‑project en de bijbehorende activiteiten tot 2035 ongeveer 15 miljard EUR (in huidige waarden) bedraagt; overwegende dat de ITER-gaststaat (Frankrijk) en de Euratom-lidstaten 3,2 miljard EUR (in huidige waarden) extra moeten bijdragen<FOOTNOTE><FIELD>De ramingen zijn gebaseerd op mededeling COM(2017)0319 van de Commissie en het bijbehorende werkdocument van de diensten van de Commissie SWD(2017)0232, tabel 4.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat het VK en Zwitserland niet langer betrokken zijn bij de ITER-activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming, en evenmin lid zijn van de gemeenschappelijke onderneming<FOOTNOTE><FIELD>Op 31 januari 2020 heeft het VK zich teruggetrokken uit de EU en Euratom, en op 30 december 2020 werd de handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU (Euratom) en het VK gesloten. In deze overeenkomst wordt bepaald dat het VK deelneemt en bijdraagt aan de in Protocol I vermelde Unie‑programma’s, met inbegrip van het programma voor onderzoek en opleiding van Euratom en de ITER‑activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming. Zolang de partijen echter geen overeenstemming bereiken over het Protocol, is het VK niet betrokken bij de ITER‑activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming en evenmin lid van de gemeenschappelijke onderneming. Wat Zwitserland betreft, werd de overeenkomst niet automatisch verlengd en liep ze dus af in 2020.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat de gemeenschappelijke onderneming, om de transparantie te vergroten, in haar jaarrekeningen relevante informatie moet opnemen over de bijdragen op programmaniveau van de leden; overwegende dat de gemeenschappelijke onderneming voor elk programma in het kader waarvan ze actief is, per categorie leden tot het einde van het jaar alle relevante informatie moet presenteren, met inbegrip van de wettelijke streefdoelen voor de bijdragen die voor het respectieve programma zijn vastgesteld, de omvang van de ontvangen bijdragen en het aantal juridische verbintenissen; overwegende dat de gemeenschappelijke onderneming moet blijven werken aan vergroting van de transparantie;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Algemeen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>stelt vast dat volgens het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de gemeenschappelijke onderneming voor het begrotingsjaar 2022 (hierna “verslag van de Rekenkamer”) de jaarrekening van de gemeenschappelijke onderneming op alle materiële punten een getrouw beeld geeft van haar financiële situatie op 31 december 2022 en van de resultaten van haar verrichtingen en kasstromen voor het op die datum afgesloten jaar, overeenkomstig haar financieel reglement en de door de rekenplichtige van de Commissie vastgestelde boekhoudregels; stelt daarnaast het feit vast dat de aan de rekeningen ten grondslag liggende verrichtingen voor het begrotingsjaar 2022 op alle materiële punten wettig en regelmatig zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>onderstreept dat de Rekenkamer de aandacht vestigt op het feit dat de gemeenschappelijke onderneming in de jaarrekening 2022 haar raming heeft bekendgemaakt van de totale kosten voor het vervullen van haar leveringsverplichtingen voor het ITER-project (“geschatte waarde bij voltooiing”), geraamd op 19,1 miljard EUR (in waarden van 2022), bestaande uit de totale betalingen die tot eind 2022 zijn verricht, ter waarde van 9,2 miljard EUR en de raming van de toekomstige betalingen, geraamd op 9,9 miljard EUR (in waarden van 2022);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>stelt echter vast dat de geschatte waarde bij voltooiing 2022 nog steeds gebaseerd is op de mijlpaal en veronderstellingen met betrekking tot de kosten van 2016 en dat deze ramingen ingrijpend zullen worden herzien zodra het nieuwe basisscenario en de nieuwe vereisten van het ITER‑project zijn afgerond, door de ITER‑Raad zijn goedgekeurd en formeel aan de gemeenschappelijke onderneming zijn meegedeeld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>erkent dat de gemeenschappelijke onderneming in 2022 sterke inflatoire effecten ondervond, aanvankelijk als gevolg van door de COVID-19-pandemie veroorzaakte problemen in de toeleveringsketen en vervolgens (na februari 2022) als gevolg van de Russische aanval op in Oekraïne; is bezorgd over het feit dat het geraamde effect daarvan op de totale geschatte waarde bij voltooiing van de gemeenschappelijke onderneming volgens de laatste beoordeling 144 miljoen EUR (waarden van 2008) bedraagt; merkt bovendien op dat deze stijging van de geschatte waarde bij voltooiing naar verwachting zal plaatsvinden als extra uitgaven in de jaren 2023-2026; merkt daarnaast op dat dit inflatoire effect duidelijk is in de grondstofprijzen, zowel in bestaande contracten als in aanbestedingen die in 2022 zijn ontvangen, en in de toekomst waarschijnlijk zal voortduren, afhankelijk van de zich ontwikkelende internationale situatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>stelt met bezorgdheid vast dat Rusland lid van de ITER‑IO is en de verplichting heeft om aan de ITER‑assemblagelocatie in Frankrijk (Cadarache) verschillende onderdelen voor het ITER‑project te leveren en jaarlijkse bijdragen aan de ITER‑IO te betalen; benadrukt dat deze situatie een groot risico van vertragingen en hogere kosten voor het ITER‑project met zich meebrengt; dringt erop aan oplossingen te vinden om deze risico’s naar behoren te beperken; is van mening dat elke beslissing die wordt genomen de strategische belangen en beleidsprioriteiten van de Unie moet dienen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>is zich ervan bewust dat in november 2022 in de 31e ITER-Raad<FOOTNOTE><FIELD>https://www.iter.org/doc/www/content/com/Lists/list_items/Attachments/1061/2022_11_IC-31.pdf</FIELD></FOOTNOTE> overeenstemming is bereikt over een actualisering van het basisscenario en dat tijdens zijn 32e vergadering van 21-22 juni 2023<FOOTNOTE><FIELD>https://www.iter.org/doc/www/content/com/Lists/list_items/Attachments/1115/2023_06_IC-32.pdf</FIELD></FOOTNOTE> de directeur-generaal van ITER opdracht heeft gegeven een voorstel in te dienen voor het geactualiseerde ITER-basisscenario voor evaluatie en goedkeuring in 2024;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>stelt met bezorgdheid vast dat het risico voor het begrotingsbeheer voor de gemeenschappelijke onderneming als gemiddeld werd beoordeeld vanwege nieuwe risico’s van verdere vertragingen en kostenstijgingen voor het ITER‑project, in verband met het geplande nieuwe basisscenario, leveringsproblemen als gevolg van de sancties tegen Rusland en vertragingen bij het goedkeuren van ontwerpwijzigingen tijdens het assemblageproces door de Franse autoriteit voor nucleaire veiligheid<FOOTNOTE><FIELD>De Franse autoriteit voor nucleaire veiligheid [ASN] heeft de uiteindelijke bevoegdheid en treedt alleen in contact met de Internationale ITER-Organisatie voor fusie-energie (ITER-IO), en eventuele noodzakelijke toekomstige wijzigingen kunnen hoge kosten met zich meebrengen. In januari 2022 heeft de ASN de assemblage van ITER volledig stopgezet totdat ITER kan aantonen dat zij de veiligheid van haar personeel kan waarborgen.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Budgettair en financieel beheer</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>is ingenomen met het feit dat de Unie-begroting voor de periode 2014-2020 eind 2020 volledig was uitgevoerd in de vorm van vastleggingen; merkt bovendien op dat het betalingsplan voor de nog betaalbaar te stellen vastleggingen in overeenstemming is met het uitvoeringsplan: (232,2 miljoen EUR voor 2022 en 150 miljoen EUR voor 2023) en dat de overige resterende betalingen in de volgende jaren zullen plaatsvinden<FOOTNOTE><FIELD>Commissie, ITER performance, 2023.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>merkt op dat de Europese Raad voor het meerjarige financiële kader voor de periode 2021-2027 de Euratom‑bijdrage aan ITER heeft vastgesteld op 5 614 miljoen EUR (in huidige waarden), waaronder een rechtstreekse projectbijdrage van 5 560 miljoen EUR (in huidige waarden); merkt bovendien op dat de bijdragen van de ITER-gaststaat en het ITER-lidmaatschap hieraan zullen worden toegevoegd, afhankelijk van het definitieve besluit van de bevoegde begrotingsautoriteiten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>merkt op dat de raad van bestuur van de gemeenschappelijke onderneming de begroting van de gemeenschappelijke onderneming voor 2022 oorspronkelijk heeft goedgekeurd voor een bedrag van 854,49 miljoen EUR aan vastleggingskredieten en 845,45 miljoen EUR aan betalingskredieten, en dat deze met twee amendementen tijdens de vergaderingen van de raad van bestuur van juli en december 2022 is gewijzigd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>merkt op dat de definitieve beschikbare kredieten, met inbegrip van de overdracht van het vorige jaar, 981,18 miljoen EUR aan vastleggingskredieten (in vergelijking met 1 069,9 miljoen EUR in 2021) en 844,02 miljoen EUR aan betalingskredieten (in vergelijking met 764,8 miljoen EUR in 2021) bedroegen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>merkt op dat het uitvoeringspercentage van de definitieve beschikbare begroting van de gemeenschappelijke onderneming 72 % bedroeg voor de vastleggingen en 91 % voor de betalingen (in vergelijking met 99,7 % respectievelijk 97,4 % in 2021); merkt op dat de lage uitvoeringspercentages het gevolg van de vertraging van de operationele activiteiten waren op het niveau van zowel de ITER‑IO als de gemeenschappelijke onderneming, voornamelijk als gevolg van de nasleep van de COVID‑19-crisis, de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne en recente technische ontwerpkwesties in verband met de huidige assemblagefase van het ITER‑project;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>merkt verder op dat de gemeenschappelijke onderneming de begroting voor operationele betalingen met 92 miljoen EUR heeft verlaagd door middel van een gewijzigde begroting en bovendien 9,5 miljoen EUR van haar begroting voor operationele betalingen heeft overgedragen naar de administratieve begroting (salarissen) om de verplichtingen in het kader van het pensioenfonds van de gemeenschappelijke onderneming aan de Commissie te financieren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>onderstreept dat de Rekenkamer van oordeel was dat er tekortkomingen zijn in de uitvoering van de administratieve begroting van de gemeenschappelijke onderneming, omdat deze begroting is vastgesteld in de vorm van niet-gesplitste kredieten; merkt op dat daarom administratieve vastleggingen op basis van administratieve contracten en verplichtingen waarvoor aan het einde van het begrotingsjaar nog geen betalingen zijn verricht, voor betaling kunnen worden overgedragen naar het volgende jaar;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>stelt met bezorgdheid vast dat eind 2022 voor Titel 2 — Infrastructuur en operationele uitgaven — het uitvoeringspercentage 63 % bedroeg wanneer alleen rekening werd gehouden met de nieuwe begroting voor administratieve betalingen voor 2022, en 69 % wanneer ook rekening werd gehouden met de ongebruikte begroting voor administratieve betalingen van voorgaande jaren die in 2022 opnieuw werden geactiveerd voor de uitvoering, en dat het annuleringspercentage van uit het voorgaande jaar overgedragen vastleggingen hoog was, met een gemiddelde van 20 %;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Personeel en aanwerving</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>merkt op dat de bezette posten bij de gemeenschappelijke onderneming per 31 december 2022 46 ambtenaren, 224 tijdelijke functionarissen en 164 arbeidscontractanten omvatten; merkt bovendien op dat de gemeenschappelijke onderneming werd ondersteund door 12,5 uitzendkrachten (in vte) en drie gedetacheerde nationale deskundigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>merkt daarnaast op dat in 2022 elf nieuwkomers (zes tijdelijke functionarissen, vier arbeidscontractanten en één gedetacheerde nationale deskundige) in dienst zijn getreden en dat vier personeelsleden (allen arbeidscontractanten) tijdelijke functionarissen zijn geworden op basis van selectieprocedures;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>stelt vast dat het genderevenwicht in de gemeenschappelijke onderneming lichtjes is verbeterd; maakt in dat verband op uit het geconsolideerde jaarlijkse activiteitenverslag dat het personeel van de gemeenschappelijke onderneming voor circa 38 % uit vrouwen en 62 % uit mannen bestaat; stelt voor dat de gemeenschappelijke onderneming het genderevenwicht blijft verbeteren en in dit verband naar een evenwichtige geografische vertegenwoordiging streeft;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>onderstreept dat de Rekenkamer van oordeel was dat de situatie van het hoger management van de gemeenschappelijke onderneming eind 2022 onstabiel bleef en dat er sprake was van een aanzienlijke overgangssituatie, met het vertrek van de uitvoerend directeur in juni 2022 en de benoeming van het hoofd van de afdeling bredere aanpak tot directeur-generaal van de ITER-IO in september 2022, wat heeft geleid tot wijzigingen voor vier van de zeven hogere managementfuncties van de gemeenschappelijke onderneming;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>herhaalt de bezorgdheid van de Rekenkamer dat deze situatie een risico met zich meebrengt voor het goede beheer en de continuïteit van de gemeenschappelijke onderneming, op een moment dat ervaren hoger leidinggevend personeel nodig zal zijn voor de uitvoering van de nieuwe ITER‑basisscenario’s, die een belangrijke impact hebben op de activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>neemt met bezorgdheid kennis van de brief<FOOTNOTE><FIELD>https://u4unity.eu/link/Topic_91_F4E.pdf</FIELD></FOOTNOTE> die de vakbonden begin 2022 aan de Commissie hebben gestuurd met een beschrijving van kwesties op het gebied van beheer en personele middelen en waarin de Commissie wordt gewezen op de risico’s van de situatie voor de goede werking van de gemeenschappelijke onderneming, het welzijn van haar personeel en de reputatie van de Unie in het ITER-project;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Preventie van fraude en belangenconflicten</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>maakt uit het geconsolideerde jaarlijkse activiteitenverslag 2022 op dat systematisch follow-up is gegeven aan de uitvoering van de acties in het kader van het actieplan voor fraudebestrijding aan de hand van een speciale databank (RAPID) die verdere vooruitgang bij de uitvoering van fraudebestrijdingsmaatregelen in 2022 documenteert;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat de functionaris voor fraudebestrijding en ethiek het hele jaar door informatie en ondersteuning op het gebied van fraudepreventie heeft verstrekt aan personeel dat betrokken is bij aanbestedingen, contractbeheer, financiën en personeelsbeheer, en dat bewustmakingsevenementen op het gebied van fraudebestrijding zijn georganiseerd voor het personeel en management van de gemeenschappelijke onderneming, met inbegrip van opleidingssessies voor nieuwkomers; merkt op dat tijdens de vergaderingen van het auditcomité verslag is uitgebracht over de stand van de uitvoering en dat daarnaast het interne netwerk van fraudecorrespondenten van de gemeenschappelijke onderneming individueel en in het kader van de regelmatige vergaderingen van het Assurance Network op de hoogte werd gehouden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat regels, procedures, processen en beste praktijken met betrekking tot ethiek, preventie van belangenconflicten, en management aan het personeel zijn meegedeeld, met name via het handboek van de gemeenschappelijke onderneming op haar intranet;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>is ingenomen met het feit dat vanaf 2022 alle personeelsleden van de gemeenschappelijke onderneming verplicht zijn jaarlijks een algemene belangenverklaring af te geven; de afgifte en beoordeling van de verklaringen wordt nu beheerd door middel van een nieuw gedigitaliseerd register van belangenconflicten van de gemeenschappelijke onderneming, waardoor de follow-up en traceerbaarheid worden verbeterd en belangenconflicten bij de gemeenschappelijke onderneming worden voorkomen en beheerd;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Beheers- en controlesystemen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>stelt met bezorgdheid vast dat de Rekenkamer van oordeel is dat het contractbeheer van de gemeenschappelijke onderneming tekortkomingen vertoont die de verwezenlijking van de contractdoelstellingen sterk hebben beïnvloed, en — indien ze niet worden aangepakt — ook gevolgen kunnen hebben voor andere operationele activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming, gezien de aanzienlijke wijzigingen van lopende complexe contracten die nodig kunnen zijn als gevolg van het bijgewerkte basisscenario van het ITER‑project;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>neemt met name nota van het in 2013 ondertekende contract voor een bedrag van 500 miljoen EUR voor het ontwerp, de uitrusting en de installatie van de nucleaire en niet-nucleaire gebouwen van ITER; in december 2020 hebben de gemeenschappelijke onderneming en ITER‑IO, in reactie op de bezorgdheid en ontevredenheid over de voortgang en efficiëntie van de contractant met betrekking tot de nog lopende werkzaamheden aan de niet-nucleaire gebouwen, met de hulp van externe juridische deskundigen de mogelijke gevolgen van alternatieve aanbestedingsstrategieën beoordeeld, zoals de heraanbesteding van uitrustingsdiensten of het overdragen van de resterende werkzaamheden aan andere contractanten; stelt vast dat de contractant in februari 2021 een kostenclaim in heeft gediend voor een totaalbedrag van 150 miljoen EUR voor nucleaire ontwerp- en uitrustingsdiensten, in september 2021 gevolgd door een andere kostenclaim van 30 miljoen EUR voor de resterende werkzaamheden aan de niet-nucleaire gebouwen; op basis van de risicoanalyse en de feedback van juridische deskundigen heeft de directeur van de gemeenschappelijke ondernemingen met de contractant alleen een schikking getroffen voor de eerste kostenclaim ter waarde van 75 miljoen EUR; voor de niet‑afgehandelde tweede kostenclaim opende de contractant een geschil;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>wijst erop dat de analyse van de documentatie over de uitvoering van het contract volgens de Rekenkamer tekortkomingen in het beheer van dit contract door de gemeenschappelijke onderneming aan het licht bracht, en dat de Rekenkamer met name wees op het onvermogen van de gemeenschappelijke onderneming om afwijkingen van materieel belang in de programmering van de contractant te melden, wat leidde tot verschillende interpretaties en onenigheid tussen de partijen over de werkingssfeer van de werkzaamheden, tijdschema’s en projectvereisten; daarnaast concludeerden de juridische deskundigen dat de gemeenschappelijke onderneming, als gevolg van de manier waarop de relevante clausules waren geformuleerd, het contract niet kon beëindigen met als doel vervolgens zelf de buiten de werkingssfeer vallende werkzaamheden uit te voeren of deze door andere contractanten te laten uitvoeren; betreurt dat de gemeenschappelijke onderneming door het ontbreken van projectadministratie bij de gemeenschappelijke onderneming de aansprakelijkheid van de contractant niet duidelijk kon vaststellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>merkt op dat in het geconsolideerde jaarlijkse activiteitenverslag 2022 staat dat de gemeenschappelijke onderneming een erkend, goed ontwikkeld en goed functionerend internecontrolesysteem blijft uitvoeren; merkt echter op dat de gemeenschappelijke onderneming erkent dat de veranderingen in het hoger management (directeur en hogere leidinggevenden) die sinds medio 2022 plaatsvinden, rechtstreekse gevolgen hebben voor de uitvoering van sommige acties en voor de organisatiecultuur van de gemeenschappelijke onderneming, en dat de zichtbaarheid van de volledige uitvoering van initiatieven enige tijd in beslag kan nemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>erkent dat bij de toepassing van het voorzichtigheidsbeginsel twee tekortkomingen met betrekking tot de externe dienstverleners (personele middelen, competenties en continuïteit) en de werklast en het welzijn van het personeel door de gemeenschappelijke onderneming als belangrijk zijn aangemerkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>merkt bovendien op dat het hoger management van de gemeenschappelijke onderneming voortdurend toezicht houdt op de acties die zijn ondernomen op gebieden die ernstige tekortkomingen vertonen, en is van mening dat de gemeenschappelijke onderneming de daarmee samenhangende risico’s aanzienlijk heeft beperkt en concrete actieplannen heeft opgesteld om de resterende problemen aan te pakken, waardoor de schrapping van het voorbehoud van 2021 in 2022 gerechtvaardigd is;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Follow-up van de opmerkingen van voorgaande jaren</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>stelt vast dat de “opmerkingen” in de specifieke jaarverslagen van de gemeenschappelijke ondernemingen in feite “geen tijdgebonden aanbevelingen” van de Rekenkamer zijn; merkt op dat de Rekenkamer jaarlijks gevolg geeft aan deze opmerkingen door hun status als “openstaand” of “afgesloten” te beoordelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>merkt op dat van de vijf opmerkingen van de Rekenkamer over 2019 en 2021 er slechts twee zijn afgesloten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>merkt op dat de openstaande opmerking voor 2019 betrekking heeft op het buitensporige gebruik van gecontracteerde of uitbestede middelen (ongeveer 62 % in 2019), wat aanzienlijke risico’s met zich meebrengt voor de gemeenschappelijke onderneming wat betreft het behoud van cruciale competenties, onduidelijke verantwoordingsplicht, mogelijke gerechtelijke geschillen en een lagere efficiëntie van het personeel als gevolg van gedecentraliseerd bestuur;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>merkt op dat de gemeenschappelijke onderneming in 2022 een werkgroep oprichtte om het hoge gebruik van externe middelen te beoordelen met als doel de noodzaak ervan beter te plannen en te rechtvaardigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>merkt op dat de openstaande opmerkingen voor 2021 betrekking hebben op i) het gebrek aan bewijs van efficiëntie en een positief effect op het systeem van de regelmatige jaarlijkse beoordelingen door externe deskundigen en intensieve interne controles op de meeste kritieke gebieden van de gemeenschappelijke onderneming, wat heeft geleid tot een toename van de administratieve lasten, en ii) de verslechtering van de werkomgeving bij de gemeenschappelijke onderneming<FOOTNOTE><FIELD>De belangrijkste redenen zijn de tekortkomingen op het niveau van het hoger management (bijv. niet-transparante en disfunctionele besluitvorming en een gebrek aan sociaal overleg).</FIELD></FOOTNOTE> en het onevenredige gebruik van externe personele middelen, waardoor de uitdagingen en risico’s voor de werkomgeving zijn toegenomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>merkt op dat de raad van bestuur van de gemeenschappelijke onderneming in 2022, naar aanleiding van twee aanbevelingen uit het 10e jaarlijkse evaluatieverslag<FOOTNOTE><FIELD>56e vergadering van de raad van bestuur op 7 en 8 juli 2022 in Barcelona.</FIELD></FOOTNOTE> over personeelsbeheer, een actieplan voor de uitvoering ervan heeft goedgekeurd.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>