<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0272</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Kwijting 2022: Gemeenschappelijke Onderneming “Schone luchtvaart”</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0087/2024 - Rapporteur: Michal Wiezik)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><NR>1.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 11 april 2024 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming “Schone luchtvaart” voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2173(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming “Schone luchtvaart” voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de gemeenschappelijke ondernemingen van de EU betreffende het begrotingsjaar 2022, vergezeld van de antwoorden van de gemeenschappelijke ondernemingen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/1025, 16.11.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/112, 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2022 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 22 februari 2024 betreffende de aan de gemeenschappelijke onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2022 (06182/2024 – C9‑0111/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 71,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/2085 van de Raad van 19 november 2021 voor de oprichting van Gemeenschappelijke Ondernemingen in het kader van Horizon Europa en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 219/2007, (EU) nr. 557/2014, (EU) nr. 558/2014, (EU) nr. 559/2014, (EU) nr. 560/2014, (EU) nr. 561/2014 en (EU) nr. 642/2014<FOOTNOTE><FIELD>PB L 427 van 30.11.2021, blz. 17.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 26,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/887 van de Commissie van 13 maart 2019 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 71 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 142 van 29.5.2019, blz. 16.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie vervoer en toerisme,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0087/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verleent de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming “Schone luchtvaart” kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het begrotingsjaar 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming “Schone luchtvaart”, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><DECISION><TI><NR>2.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 11 april 2024 over de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming “Schone luchtvaart” voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2173(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming “Schone luchtvaart” voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de gemeenschappelijke ondernemingen van de EU betreffende het begrotingsjaar 2022, vergezeld van de antwoorden van de gemeenschappelijke ondernemingen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/1025, 16.11.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/112, 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2022 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 22 februari 2024 betreffende de aan de gemeenschappelijke onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2022 (06182/2024 – C9‑0111/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 71,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/2085 van de Raad van 19 november 2021 voor de oprichting van Gemeenschappelijke Ondernemingen in het kader van Horizon Europa en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 219/2007, (EU) nr. 557/2014, (EU) nr. 558/2014, (EU) nr. 559/2014, (EU) nr. 560/2014, (EU) nr. 561/2014 en (EU) nr. 642/2014<FOOTNOTE><FIELD>PB L 427 van 30.11.2021, blz. 17.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 26,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/887 van de Commissie van 13 maart 2019 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 71 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 142 van 29.5.2019, blz. 16.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie vervoer en toerisme,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0087/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming “Schone luchtvaart” voor het begrotingsjaar 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming “Schone luchtvaart”, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><RESOL><TI><NR>3.</NR> <STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 11 april 2024 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming “Schone luchtvaart” voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2173(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming “Schone luchtvaart” voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie vervoer en toerisme,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0087/2024),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming “Schone luchtvaart” (de “Gemeenschappelijke Onderneming”), gevestigd te Brussel, in november 2021 bij Verordening (EU) 2021/2085<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2021/2085 van de Raad van 19 november 2021 voor de oprichting van Gemeenschappelijke Ondernemingen in het kader van Horizon Europa en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 219/2007, (EU) nr. 557/2014, (EU) nr. 558/2014, (EU) nr. 559/2014, (EU) nr. 560/2014, (EU) nr. 561/2014 en (EU) nr. 642/2014 (PB L 427 van 30.11.2021, blz. 17).</FIELD></FOOTNOTE> (de “enkele basishandeling”) in het kader van het programma Horizon Europa werd opgericht voor de periode die eindigt op 31 december 2031; overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming de vervanger en opvolger is van de Gemeenschappelijke Onderneming voor de toepassing van het gezamenlijk technologie-initiatief in de luchtvaart, die in december 2007 binnen het zevende kaderprogramma voor onderzoek werd opgericht voor een periode van tien jaar<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 71/2008 van de Raad van 20 december 2007 betreffende de oprichting van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky (PB L 30 van 4.2.2008, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> (Clean Sky 1) en in mei 2014 in het kader van het programma Horizon 2020 werd verlengd tot 31 december 2024<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) nr. 558/2014 van de Raad van 6 mei 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Clean Sky 2 (PB L 169 van 7.6.2014, blz. 77).</FIELD></FOOTNOTE> (Clean Sky 2);</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming een publiek-privaat partnerschap is dat gericht is op onderzoek en innovatie op het gebied van het transformeren van de luchtvaart in de richting van een duurzame en klimaatneutrale toekomst;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de oprichtende leden van de Gemeenschappelijke Onderneming bestaan uit de Unie, vertegenwoordigd door de Commissie, en de organisaties uit de luchtvaartsector die zijn opgenomen in bijlage I bij de enkele basishandeling; overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming daarnaast geassocieerde leden heeft geselecteerd via oproepen tot het indienen van blijken van belangstelling;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming, om de transparantie te vergroten, in haar jaarrekeningen relevante informatie moet opnemen over de bijdragen van de leden op programmaniveau; overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming voor elk programma in het kader waarvan ze actief is, per categorie leden tot het einde van het jaar alle relevante informatie moet presenteren, met inbegrip van de wettelijke streefdoelen voor de bijdragen die voor het respectieve programma zijn vastgesteld, de omvang van de ontvangen bijdragen en het aantal juridische verbintenissen; overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming moet blijven werken aan vergroting van de transparantie;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Financieel en begrotingsbeheer</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>stelt vast dat, volgens het verslag van de Rekenkamer, de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het op 31 december 2022 afgesloten begrotingsjaar op alle materiële punten een getrouw beeld geeft van de financiële situatie van de Gemeenschappelijke Onderneming op 31 december 2022, van de resultaten van haar verrichtingen en kasstromen en van de veranderingen van de nettoactiva in het op die datum afgesloten begrotingsjaar, overeenkomstig haar financieel reglement en de door de rekenplichtige van de Commissie vastgestelde boekhoudregels; merkt op dat de onderliggende verrichtingen bij de rekeningen op alle materiële punten wettig en regelmatig zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>is ingenomen met de lancering van het programma Schone luchtvaart in 2022 en de rol die de Gemeenschappelijke Onderneming heeft gespeeld bij de ontwikkeling van innovatieve technologieën om de uitstoot en geluidsoverlast van vliegtuigen te verminderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>stelt vast dat de definitieve beschikbare begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming voor 2022 (met inbegrip van opnieuw opgenomen niet-gebruikte kredieten van voorgaande jaren, bestemmingsontvangsten en herschikkingen naar het volgende jaar) in totaal 411,2 miljoen EUR aan vastleggingskredieten en 415,3 miljoen EUR aan betalingskredieten omvatte (tegenover respectievelijk 182,6 miljoen EUR en 189,9 miljoen EUR in 2021);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>stelt vast dat de veranderingen in de omvang van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming grotendeels afhankelijk zijn van de uitvoeringsfase van de meerjarige onderzoeks- en innovatieprogramma’s; neemt er kennis van dat de Gemeenschappelijke Onderneming in 2022 is begonnen met de uitvoering van het programma Horizon Europa, en dat de begroting voor 2022 daarom de vastleggingsbegroting voor de eerste oproepen van Horizon Europa, die gepland waren voor 2022, en de betalingsbegroting voor de daarmee verband houdende voorfinancieringsbetalingen omvat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>neemt er kennis van dat in de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming voor 2022 de geboekte bedragen van de bijdragen per categorie leden (EU-leden en particuliere leden) aanzienlijk van elkaar verschillen; neemt er kennis van dat de reden hiervoor is dat de bijdragen in contanten van de EU worden gevalideerd en vermeld wanneer zij aan het begin van de uitvoering van het project aan de Gemeenschappelijke Onderneming worden betaald, terwijl de bijdragen in natura van de leden pas worden opgenomen na validering van de gemaakte en gedeclareerde kosten voor de uitvoering van het project; roept de Gemeenschappelijke Onderneming op om de kloof tussen het opgenomen bedrag van de bijdragen in contanten enerzijds en de bijdragen in natura anderzijds aan te pakken door informatie te verstrekken over de juridische verbintenissen van de leden van de Gemeenschappelijke Onderneming aan het einde van het jaar; is ingenomen met de toezegging van de Gemeenschappelijke Onderneming om daar ten volle rekening mee te houden in de jaarrekening van volgend jaar;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>stelt in verband met het programma Horizon 2020 vast dat de Gemeenschappelijke Onderneming eind 2022 1 716 miljoen EUR van de maximale operationele bijdrage van de Unie volledig had vastgelegd voor ondertekende subsidieovereenkomsten in het kader van het programma, en dat van dit vastgelegde bedrag in de komende jaren nog ongeveer 70,1 miljoen EUR (of 4,1 %) moet worden betaald voor projecten die nog moeten worden afgerond; stelt tevens vast dat de particuliere leden zich er juridisch toe verbonden hadden 968,3 miljoen EUR aan bijdragen in natura aan de operationele activiteiten van de Gemeenschappelijke Onderneming te leveren, en 1 223,1 miljoen EUR aan bijdragen in natura voor aanvullende activiteiten, goed voor 101,6 % van het minimumstreefdoel van 2 154,9 miljoen EUR; stelt voorts vast dat deze vastgelegde bedragen eind 2022 volledig waren gerapporteerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>neemt er kennis van dat de Gemeenschappelijke Onderneming voor Horizon 2020-activiteiten geen nieuwe operationele vastleggingskredieten ontving, aangezien zij eind 2020 haar laatste oproep tot het indienen van voorstellen had afgerond; stelt vast dat het uitvoeringspercentage voor de operationele betalingskredieten 78 % bedroeg (tegenover 83 % in 2021);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>stelt vast dat voor een aanzienlijk aantal lopende Horizon 2020-projecten de technische activiteiten vertraging hebben opgelopen of werden verminderd als gevolg van COVID-19 en de aanvalsoorlog tegen Oekraïne, dat deze projecten daarom moesten worden gewijzigd of verlengd en dat de saldobetalingen moesten worden uitgesteld tot 2023;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>stelt vast dat, wat Horizon Europa betreft, de Commissie in 2022 178 miljoen EUR aan contante bijdragen heeft geleverd en dat de Gemeenschappelijke Onderneming de operationele bijdrage van 176 miljoen EUR bijna volledig heeft gebruikt voor voorfinancieringsbetalingen in verband met de eerste subsidieovereenkomsten die waren gesloten in het kader van dat programma;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>neemt er kennis van dat het uitvoeringspercentage voor de begroting voor administratieve betalingen van de Gemeenschappelijke Onderneming (titel 2) eind 2022 laag was, namelijk 54 %; stelt vast dat dit volgens het verslag van de Gemeenschappelijke Onderneming over het begrotings- en financieel beheer voornamelijk te wijten was aan IT- en communicatiediensten die in het laatste kwartaal van 2022 werden geleverd en in 2023 moesten worden betaald, en aan lagere kosten voor de door de Commissie verleende diensten;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aanbestedingen en personeel</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>verneemt uit het geconsolideerd jaarlijks activiteitenverslag 2022 van de Gemeenschappelijke Onderneming dat zij in 2022 twee openbare aanbestedingsprocedures heeft gepubliceerd, waarvan de eerste werd uitgeschreven om in haar eigen behoeften te voorzien en de tweede werd gestart namens zes gemeenschappelijke ondernemingen als interinstitutionele aanbesteding (beheerde IT-diensten); stelt bovendien vast dat de Gemeenschappelijke Onderneming begin 2022 elf interinstitutionele raamovereenkomsten voor diensten op het gebied van communicatie heeft gegund en ondertekend, die het resultaat waren van de interinstitutionele openbare aanbestedingsprocedure die in 2021 namens drie gemeenschappelijke ondernemingen was gestart;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>is verheugd over de eerste open oproep tot het indienen van voorstellen door de Gemeenschappelijke Onderneming, die aan het eind van het jaar heeft geresulteerd in 19 subsidieovereenkomsten voor een totaalbedrag van 654 miljoen EUR, verdeeld over drie hoofdlijnen: hybride elektrische regionale luchtvaartuigen, met waterstof aangedreven luchtvaartuigen en ultra-efficiënte korte- en middellangeafstandsluchtvaartuigen; stelt vast dat de oproep tot het indienen van voorstellen 14 onderwerpen omvatte, waaronder 13 innovatieacties en één coördinatie- en ondersteuningsactie; in totaal werden 244 deelnemers geselecteerd uit 24 verschillende landen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>is ingenomen met de twintig projecten om de luchtvaart naar een duurzame toekomst te leiden; merkt op dat de oproep tot het indienen van voorstellen een breed scala aan publieke en private partners, onderzoekscentra en de academische wereld heeft samengebracht om doeltreffende oplossingen te vinden die duurzame vliegtuigen en een klimaatneutrale toekomst voor de luchtvaart kunnen opleveren, ondersteund door een budget van 654 miljoen EUR aan subsidies van de Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>merkt op dat de personeelsformatie van de Gemeenschappelijke Onderneming voor 2022 in totaal 44 statutaire personeelsleden (tijdelijke functionarissen, arbeidscontractanten en gedetacheerde nationale deskundigen) omvatte, waarvan eind 2022 40 posten bezet waren; stelt vast dat de twee posten voor gedetacheerde nationale deskundigen niet ingevuld waren omdat de personeelsformatie voor 2023 slechts 41 posten en geen gedetacheerde nationale deskundigen omvatte;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Beheers- en controlesystemen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>stelt vast dat de gemeenschappelijke auditdienst van het directoraat-generaal Onderzoek en Innovatie (DG RTD) van de Commissie de controles achteraf van de uitgaven in het kader van Horizon 2020 en Horizon Europa verrichtte; neemt er kennis van dat de Gemeenschappelijke Onderneming voor Horizon 2020-uitgaven (verrekeningen en saldobetalingen) een representatief foutenpercentage van 1,6 % en een restfoutenpercentage van 0,4 %<FOOTNOTE><FIELD>Geconsolideerd jaarlijks activiteitenverslag 2022 van de Gemeenschappelijke Onderneming “Schone luchtvaart”, hoofdstuk 4.1.1.</FIELD></FOOTNOTE> heeft gerapporteerd en dat voor het Horizon Europa-programma nog controles achteraf moeten worden uitgevoerd, aangezien de eerste tussentijdse betalingen pas in 2024 worden verwacht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>stelt vast dat de Rekenkamer, om de controles van operationele betalingen van de Gemeenschappelijke Onderneming te beoordelen, een willekeurige steekproef van in 2022 verrichte Horizon 2020-betalingen op het niveau van de eindbegunstigden heeft gecontroleerd<FOOTNOTE><FIELD>Voor bij de begunstigden getoetste subsidiebetalingsverrichtingen bedraagt de meldingsdrempel voor kwantificeerbare fouten 1 % van de gecontroleerde kosten.</FIELD></FOOTNOTE>; neemt ter kennis dat de Rekenkamer in één geval een ernstige fout heeft vastgesteld en gekwantificeerd die het gevolg was van te hoog gedeclareerde personeelskosten doordat de begunstigde een kostendeclaratie had ingediend op basis van begrote personeelskosten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>juicht het toe dat de Gemeenschappelijke Onderneming eind 2022 een volledige risicogebaseerde aanpak van controles vooraf had ontwikkeld en uitgevoerd in overeenstemming met de richtsnoeren van het gemeenschappelijk implementatiecentrum van DG RTD van de Commissie, rekening houdend met de specifieke risico-omstandigheden van de Gemeenschappelijke Onderneming; stelt vast dat de Gemeenschappelijke Onderneming daartoe de meest relevante risicocriteria vaststelde en op basis daarvan een risicogebaseerde monitoringsaanpak ontwierp; neemt er kennis van dat de Gemeenschappelijke Onderneming met een dergelijke aanpak het risiconiveau van elk project en elke begunstigde kon beoordelen tijdens de belangrijkste fasen van de projectuitvoering, zoals de voorbereiding van de subsidieovereenkomst, de wijziging van de subsidieovereenkomst, de verslaglegging en de betaling; stelt in dit verband vast dat de Gemeenschappelijke Onderneming ook interne richtsnoeren voor haar risicogebaseerde aanpak heeft opgesteld en haar personeel heeft opgeleid en begeleid in de juiste en consistente toepassing ervan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>stelt vast dat een door de Rekenkamer uitgevoerde gedetailleerde analyse van een steekproef van gevallen van versterkte monitoring door de Gemeenschappelijke Onderneming verschillende tekortkomingen aan het licht bracht die een doeltreffende en efficiënte monitoring in de weg stonden; stelt vast dat het label voor verscherpte monitoring na het verstrijken van de vastgestelde uiterste datum niet werd vernieuwd of gesloten en dat het risiconiveau niet opnieuw werd beoordeeld door de functionaris na de uitvoering van de controleacties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>is het met de Rekenkamer eens dat de Gemeenschappelijke Onderneming ervoor moet zorgen dat alle versterkte monitoringacties vergezeld gaan van specifieke controleacties die zijn gericht op de vastgestelde risico’s, en dat er binnen een vooraf bepaalde termijn follow-up aan wordt gegeven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>benadrukt net als de Rekenkamer dat het belang voor de Gemeenschappelijke Onderneming om haar specifieke risicogebaseerde aanpak van subsidiebeheer uit te voeren, onder Horizon Europa is toegenomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>onderstreept dat de begunstigden- en/of projectstructuur van de Gemeenschappelijke Onderneming in het kader van het programma Horizon Europa aanzienlijk verandert, zoals het toegenomen aantal kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s), nieuwkomers en grotere consortia, evenals het vereiste om voor activiteiten in het kader van Horizon Europa alleen open oproepen te gebruiken, waardoor de in eerdere programma’s vastgestelde risicofactoren mogelijk niet langer relevant zijn en/of er nieuwe risicofactoren kunnen ontstaan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>is ingenomen met het feit dat Schone luchtvaart in september 2022 stichtend lid is geworden van de Alliantie voor een emissievrije luchtvaart (AZEA), die publieke en particuliere belanghebbenden uit de hele luchtvaartsector samenbrengt om de uitrol van door waterstof aangedreven en elektrische vliegtuigen te ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>neemt er kennis van dat het programma Clean Sky 2 in de uitvoeringsfase is aanbeland en erkent dat de werklast in 2022 is toegenomen doordat het beheer van verschillende Clean Sky 2-projecten en de lancering van het programma Schone luchtvaart gelijktijdig plaatsvinden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>neemt kennis van een onafhankelijke studie waaruit blijkt dat het Clean Sky 2-programma Europa een sociaal-economisch voordeel van naar schatting 8,6 miljard EUR oplevert; wijst voorts op de bevindingen van de studie dat de strategische agenda voor onderzoek en innovatie van het programma Schone luchtvaart zowel veerkrachtig als geschikt voor het beoogde doel is; wijst erop dat dit zelfs van toepassing zou zijn in een breed scala aan mogelijke economische scenario’s, potentiële ontwikkelingen en structurele veranderingen in het luchtvaartsysteem;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>roept ertoe op de integratie van de waardeketens voor klimaatneutraal luchtvaartonderzoek en klimaatneutrale luchtvaartinnovaties uit te breiden en te bevorderen, met inbegrip van de academische wereld, onderzoeksorganisaties, de industrie en kmo’s, door gebruik te maken van synergieën met nationale en Europese programma’s en tegelijkertijd bij te dragen aan de introductie van sectorgerelateerde vaardigheden in de hele waardeketen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Follow-up van de opmerkingen van voorgaande jaren</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>stelt vast dat de “opmerkingen” in de specifieke jaarverslagen over de gemeenschappelijke ondernemingen in feite “niet-tijdgebonden aanbevelingen” van de Rekenkamer zijn; merkt op dat de Rekenkamer jaarlijks gevolg geeft aan deze opmerkingen door hun status als “openstaand” of “afgesloten” te beoordelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>stelt vast dat van de drie opmerkingen van de Rekenkamer (één uit 2020 en twee uit 2022) er twee zijn afgesloten; stelt vast dat de openstaande opmerking betrekking heeft op de inzet van tijdelijke personeelsleden, wat volgens de Gemeenschappelijke Onderneming kwam door de beperkingen van de vaste personeelsformatie en de werkbelasting wegens de parallelle uitvoering van de programma’s Horizon 2020 en Horizon Europa.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>