<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0273</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Kwijting 2022: Gemeenschappelijke Onderneming “Een circulair biogebaseerd Europa”</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0088/2024 - Rapporteur: Michal Wiezik)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><NR>1.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 11 april 2024 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming “Een circulair biogebaseerd Europa” voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2174(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming “Een circulair biogebaseerd Europa” voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de gemeenschappelijke ondernemingen van de EU betreffende het begrotingsjaar 2022, vergezeld van de antwoorden van de gemeenschappelijke ondernemingen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/1025, 16.11.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2022<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/112, 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE> waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 22 februari 2024 betreffende de aan de gemeenschappelijke onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2022 (06182/2024 – C9‑0112/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 71,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/2085 van de Raad van 19 november 2021 voor de oprichting van Gemeenschappelijke Ondernemingen in het kader van Horizon Europa en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 219/2007, (EU) nr. 557/2014, (EU) nr. 558/2014, (EU) nr. 559/2014, (EU) nr. 560/2014, (EU) nr. 561/2014 en (EU) nr. 642/2014<FOOTNOTE><FIELD>PB L 427 van 30.11.2021, blz. 17.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 26,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/887 van de Commissie van 13 maart 2019 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 71 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 142 van 29.5.2019, blz. 16.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de adviezen van de Commissie regionale ontwikkeling en de Commissie industrie, onderzoek en energie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0088/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verleent de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming “Een circulair biogebaseerd Europa” kwijting voor de uitvoering van de begroting van de gemeenschappelijke onderneming voor het begrotingsjaar 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming “Een circulair biogebaseerd Europa”, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><DECISION><TI><NR>2.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 11 april 2024 over de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming “Een circulair biogebaseerd Europa” voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2174(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming “Een circulair biogebaseerd Europa” voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de gemeenschappelijke ondernemingen van de EU betreffende het begrotingsjaar 2022, vergezeld van de antwoorden van de gemeenschappelijke ondernemingen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/1025, 16.11.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2022<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/112, 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE> waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 22 februari 2024 betreffende de aan de gemeenschappelijke onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2022 (06182/2024 – C9‑0112/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 71,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/2085 van de Raad van 19 november 2021 voor de oprichting van Gemeenschappelijke Ondernemingen in het kader van Horizon Europa en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 219/2007, (EU) nr. 557/2014, (EU) nr. 558/2014, (EU) nr. 559/2014, (EU) nr. 560/2014, (EU) nr. 561/2014 en (EU) nr. 642/2014<FOOTNOTE><FIELD>PB L 427 van 30.11.2021, blz. 17.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 26,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/887 van de Commissie van 13 maart 2019 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 71 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 142 van 29.5.2019, blz. 16.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0088/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming “Een circulair biogebaseerd Europa” voor het begrotingsjaar 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming “Een circulair biogebaseerd Europa”, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><RESOL><TI><NR>3.</NR> <STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 11 april 2024 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming “Een circulair biogebaseerd Europa” voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2174(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming “Een circulair biogebaseerd Europa” voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de adviezen van de Commissie regionale ontwikkeling en de Commissie industrie, onderzoek en energie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0088/2024),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming “Een circulair biogebaseerd Europa” (de “GO CBE”), gevestigd te Brussel, in november 2021 in het kader van het programma Horizon Europa werd opgericht voor de periode die eindigt op 31 december 2031<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2021/2085 van de Raad van 19 november 2021 voor de oprichting van Gemeenschappelijke Ondernemingen in het kader van Horizon Europa en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 219/2007, (EU) nr. 557/2014, (EU) nr. 558/2014, (EU) nr. 559/2014, (EU) nr. 560/2014, (EU) nr. 561/2014 en (EU) nr. 642/2014 (PB L 427 van 30.11.2021, blz. 17).</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat de GO CBE de vervanger en opvolger is van de Gemeenschappelijke Onderneming biogebaseerde industrieën (de “GO BBI”), die in mei 2014 in het kader van het programma Horizon 2020 werd opgericht voor de periode tot 31 december 2024<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) nr. 560/2014 van de Raad van 6 mei 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming biogebaseerde industrieën (PB L 169 van 7.6.2014, blz. 130).</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de GO CBE een publiek-privaat partnerschap is dat gericht is op onderzoek en innovatie voor een duurzame en concurrerende circulaire biogebaseerde industrie; overwegende dat de oprichtende leden bestaan uit de Unie, vertegenwoordigd door de Commissie, en de industriële partners die worden vertegenwoordigd door het Bio-based Industries Consortium;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de GO CBE, om de transparantie te vergroten, in haar jaarrekening relevante informatie moet opnemen over de bijdragen van de leden op programmaniveau; overwegende dat de GO CBE voor elk programma in het kader waarvan ze actief is, per categorie leden tot het einde van het jaar alle relevante informatie moet presenteren, met inbegrip van de wettelijke streefdoelen voor de bijdragen die voor het desbetreffende programma zijn vastgesteld, de omvang van de ontvangen bijdragen en het aantal juridische verbintenissen; overwegende dat de GO CBE moet blijven werken aan vergroting van de transparantie;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Algemeen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>stelt vast dat, volgens het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de GO CBE voor het begrotingsjaar 2022 (het “verslag van de Rekenkamer”)<FOOTNOTE><FIELD>Europese Rekenkamer – Jaarverslag over de gemeenschappelijke ondernemingen van de EU betreffende het begrotingsjaar 2022 (blz. 96).</FIELD></FOOTNOTE>, de jaarrekening op alle materiële punten een getrouw beeld geeft van de financiële situatie van de GO CBE op 31 december 2022, van de resultaten van haar verrichtingen en kasstromen en van de veranderingen van de nettoactiva in het op die datum afgesloten begrotingsjaar, overeenkomstig haar financieel reglement en de door de rekenplichtige van de Commissie vastgestelde boekhoudregels; maakt voorts uit het verslag van de Rekenkamer op dat de onderliggende verrichtingen bij de rekening op alle materiële punten wettig en regelmatig zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>is ingenomen met de rol van de GO CBE bij het bevorderen van concurrerende circulaire biogebaseerde industrieën in de Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>stelt vast dat de wijzigingen in de omvang van de begroting van de GO CBE grotendeels afhankelijk zijn van de uitvoeringsfase van de meerjarige onderzoeks- en innovatieprogramma’s die zij uitvoert;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>neemt er kennis van dat de GO CBE in 2022 is begonnen met de uitvoering van het programma Horizon Europa, en dat de begroting voor 2022 daarom de vastleggingsbegroting voor de eerste oproepen voor Horizon Europa omvat, die voor 2021 en voor 2022 werden gepland;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Begrotings- en financieel beheer</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>verneemt uit het geconsolideerd jaarlijks activiteitenverslag 2022 van de GO CBE<FOOTNOTE><FIELD>Consolidated Annual Activity Report 2022 (blz. 8).</FIELD></FOOTNOTE> dat de totale beschikbare begroting voor 2022 264,2 miljoen EUR aan vastleggingskredieten en 80,3 miljoen EUR aan betalingskredieten bedroeg<FOOTNOTE><FIELD>De totale begroting omvat de operationele begroting (gebruikt voor de financiering van geselecteerde projecten) en de administratieve begroting (gebruikt voor de financiering van activiteiten van het programmabureau).</FIELD></FOOTNOTE>; stelt vast dat de uitvoering van de begroting voor vastleggingskredieten neerkwam op 125 miljoen EUR (47 % uitvoering)<FOOTNOTE><FIELD>Titel 1 – 2,9 miljoen EUR (63 % uitvoering), Titel 2 – 1,6 miljoen EUR (60 % uitvoering), Titel 3 – 120,5 miljoen EUR (48 % uitvoering).</FIELD></FOOTNOTE> en voor betalingskredieten op 52 miljoen EUR (65 % uitvoering)<FOOTNOTE><FIELD>Titel 1 – 2,8 miljoen EUR (55 % uitvoering), Titel 2 – 1,9 miljoen EUR (68 % uitvoering), Titel 3 – 47,4 miljoen EUR (65 % uitvoering).</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>stelt vast dat de raad van bestuur de begroting 2022 voor de GO CBE in twee stappen heeft goedgekeurd – op 16 december 2021 werd de begroting voor de nalatenschap van de GO BBI goedgekeurd voor een totaal van 6 miljoen EUR aan vastleggingskredieten en 85,6 miljoen EUR aan betalingskredieten<FOOTNOTE><FIELD>Consolidated Annual Activity Report 2022 (blz. 77).</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>stelt bovendien vast dat er geen subsidies zijn ondertekend in het kader van het mandaat van de GO CBE en dat er 142 subsidies zijn ondertekend in het kader van het mandaat van de GO BBI voor een totale waarde van 822 miljoen EUR;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>neemt er kennis van dat op 31 mei 2022 een begrotingswijziging volgde om de (nieuwe) begroting 2022 voor de GO CBE toe te voegen, bestaande uit 254,9 miljoen EUR aan vastleggingskredieten en 1,7 miljoen EUR aan betalingskredieten; merkt op dat de wijziging ook een vermindering van de reactiveringen van operationele betalingskredieten van de GO BBI ten bedrage van 11,2 miljoen EUR omvatte die in dat stadium als overtollig werden beschouwd (dus in totaal bedroeg de begrotingswijziging voor de vastleggingskredieten - 9,6 miljoen EUR (minus));</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>neemt ter kennis dat op 28 november 2022 een andere wijziging van de begroting voorzag in een extra bedrag van 1 miljoen EUR aan betalingskredieten in het kader van titel 3<FOOTNOTE><FIELD>Titel 3: Operationele uitgaven (voor de uitvoering van de activiteiten en taken die overeenkomstig de oprichtingsverordening van de Raad aan de GO CBE zijn toegewezen).</FIELD></FOOTNOTE> voor de deskundige beoordelaars van de GO CBE, en om op boekhoudkundig niveau rekening te houden met de aanpak die de Europese Commissie volgt voor de behandeling van betalingskredieten voor deskundige beoordelaars in de oproepen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>stelt vast dat de oorspronkelijke begroting van de GO BBI een vrij groot overschot aan ongebruikte begrotingsmiddelen uit voorgaande jaren (2019, 2020 en 2021) omvatte: op administratief vlak 1,1 miljoen EUR aan vastleggingskredieten en 1,6 miljoen EUR aan betalingskredieten en op operationeel vlak 40 miljoen EUR aan betalingskredieten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>neemt er kennis van dat deze gereactiveerde kredieten overeenkomstig artikel 6, lid 5, van het financieel reglement van de GO CBE zijn gebruikt en aan het eind van het jaar waren benut voor respectievelijk 69 % inzake de administratieve vastleggingskredieten, 88 % inzake de administratieve betalingskredieten en 100 % inzake de operationele betalingskredieten; stelt vast dat de lagere uitvoering van de administratieve begroting hoofdzakelijk te wijten was aan het feit dat er tot het einde van het jaar een groot bedrag aan kredieten beschikbaar is gehouden op de begrotingslijnen voor communicatie onder titel 2<FOOTNOTE><FIELD>Titel 2: Beheerskosten (met inbegrip van de algemene infrastructuur- en exploitatiekosten zoals huur van gebouwen, IT-kosten, kantoormeubilair en -apparatuur, communicatie en vergaderingen en andere administratieve kosten).</FIELD></FOOTNOTE> met het oog op de vastlegging van het contract voor het evenement van het Stakeholderforum dat in 2023 zou plaatsvinden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>merkt echter op dat het volgens de GO CBE niet mogelijk was dit anders aan te pakken, dat het contract uiteindelijk medio januari 2023 werd ondertekend en dat de kredieten in de begrotingen van 2023 en 2024 opnieuw werden geactiveerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>stelt vast dat er eind 2022 een totaal overschot aan ongebruikte kredieten van de GO BBI was van 1,1 miljoen EUR aan administratieve vastleggingskredieten en 1,5 miljoen EUR aan administratieve betalingskredieten en dat er 25,2 miljoen EUR aan operationele betalingskredieten overschoot;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>neemt er kennis van dat er bij de GO CBE geen significante gereactiveerde kredieten waren, aangezien er geen begroting was aangevraagd voor de periode vóór 2021; merkt echter op dat aangezien DG RTD een begroting had vastgelegd die bij de Commissie oorspronkelijk was gepland voor de GO CBE (met inbegrip van een oproep in 2021 die nooit heeft plaatsgevonden), de GO CBE in haar administratieve en operationele begroting voor 2022 de geplande vastleggingskredieten en betalingskredieten van de GO CBE voor zowel 2021 als 2022 moest opnemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>stelt bovendien vast dat, wat de administratieve kant betreft, de uitvoering van het resterend deel van de begroting van de GO BBI tot eind 2024 prioriteit zal krijgen, aangezien bijna niets van de administratieve begroting van de GO CBE in 2022 is uitgevoerd; merkt op dat dit de algehele uitvoering van de begroting vermindert, maar dat voor deze exercitie ook de uitvoeringspercentages van de GO BBI voor alleen de administratieve begroting zullen worden gegeven met het oog op een realistische vergelijking;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>verneemt uit het verslag van de Rekenkamer dat in de jaarrekening van de GO voor 2022 de geboekte bedragen van de bijdragen per categorie leden (de Unie en particuliere leden) aanzienlijk van elkaar verschillen; begrijpt dat de reden hiervoor is dat de bijdragen in contanten van de Unie worden gevalideerd en vermeld wanneer zij aan het begin van de uitvoering van het project aan de GO CBE worden betaald, terwijl de bijdragen in natura van de leden pas worden opgenomen na validering van de gemaakte en gedeclareerde kosten voor de uitvoering van het project;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>verzoekt de GO CBE om de kloof tussen het opgenomen bedrag van de bijdragen in contanten enerzijds en de bijdragen in natura anderzijds aan te pakken door informatie te verstrekken over de juridische verbintenissen van de GO-leden aan het einde van het jaar, in termen van ondertekende subsidieovereenkomsten en andere overeenkomsten; is ingenomen met de toezegging van de GO CBE om dit probleem in de jaarrekening van volgend jaar aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>stelt vast dat de gevalideerde bijdragen in natura voor operationele activiteiten van de particuliere leden met 65,9 miljoen EUR laag bleven omdat de GO CBE deze bijdragen alleen certificeert wanneer de saldobetalingen voor de Horizon 2020-projecten worden gedaan en de certificaten van financiële staten worden verwacht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>stelt met bezorgdheid vast dat voor Horizon 2020 particuliere leden hun indicatieve streefdoel inzake bijdragen voor operationele activiteiten niet zullen verwezenlijken aan het einde van de uitvoering van het programma;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>wijst op de risico’s in verband met de uitvoering van het programma voor de GO CBE indien particuliere leden de minimumstreefdoelen inzake de bijdragen aan het einde van het Horizon 2020-programma niet verwezenlijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>stelt in verband met de resultaten van de GO CBE voor Horizon 2020 vast dat de GO CBE eind 2022 de maximale operationele bijdrage van de Unie van 815,8 miljoen EUR volledig had vastgelegd voor ondertekende subsidieovereenkomsten in het kader van het programma Horizon 2020; stelt bovendien vast dat van dit vastgelegde bedrag in de komende jaren nog ongeveer 94 miljoen EUR (of 11,5 %) moet worden betaald voor projecten die nog moeten worden afgerond;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>stelt voorts vast dat de particuliere leden zich er eind 2022 juridisch toe hadden verbonden om bijdragen in natura en financiële bijdragen aan de operationele activiteiten van de GO CBE te leveren ter waarde van 258,4 miljoen EUR of 54 % van het indicatieve streefcijfer van 475,3 miljoen EUR in de goedgekeurde jaarlijkse werkprogramma’s van de GO; neemt er kennis van dat de GO CBE van dit vastgelegde bedrag eind 2022 154,7 miljoen EUR (ofwel 32,5 % van het streefdoel) rapporteerde;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>stelt bovendien vast dat de GO in 2022 ongeveer 8,2 miljoen EUR aan ondertekende projecten moest annuleren als gevolg van de onvoorziene beëindiging van een vlaggenschipproject van Horizon 2020 en de opschorting van verschillende andere projecten, en dat de GO CBE, aangezien alle Horizon 2020-oproepen eind 2020 werden afgesloten, aan het einde van de programmeringsperiode het indicatieve streefcijfer voor bijdragen van particuliere leden aan de operationele activiteiten van de GO niet zal verwezenlijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>is ingenomen met het feit dat de GO CBE verklaarde dat zij de operationele doelstellingen voor haar Horizon 2020-oproepen heeft gehaald; merkt niettemin op dat de Rekenkamer van oordeel is dat deze aanzienlijke vermindering van de bijdragen van particuliere leden een risico vormt voor de algemene verwezenlijking van het Horizon 2020-programma van de GO CBE;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>stelt vast dat de GO, om ervoor te zorgen dat het totale streefdoel inzake bijdragen van de particuliere leden van 2 730 miljoen EUR, zoals vastgesteld in de oprichtingsverordening van de GO CBE, tegen het einde van de programmeringsperiode wordt gehaald, haar streefdoel voor de bijdrage in natura van particuliere leden aan aanvullende activiteiten naar boven heeft bijgesteld tot 2 235,5 miljoen EUR; neemt er kennis van dat de particuliere leden eind 2022 totale bijdragen in natura aan aanvullende activiteiten van 1 797,9 miljoen EUR ofwel 73,8 % van het nieuwe streefdoel meldden, maar dat voor 658 miljoen EUR ofwel 37 % van het gerapporteerde bedrag het certificeringsproces nog niet was afgerond;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>is ingenomen met het feit dat het Bio-based Industries Consortium in november 2022 aan de raad van bestuur van de GO CBE heeft voorgesteld om 416 miljoen EUR aan verdere investeringen van particuliere leden voor aanvullende activiteiten in 2023 goed te keuren, teneinde het risico te beperken dat het nieuwe streefdoel voor bijdragen in natura aan aanvullende activiteiten tegen het einde van het programma niet wordt gehaald;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>stelt met bezorgdheid vast dat de Rekenkamer van oordeel is dat de uitvoering van de betalingen uit de begroting 2022 voor Horizon 2020-activiteiten is verslechterd; erkent dat dit te wijten was aan het feit dat begunstigden te maken kregen met toenemende kosten en uitvoeringsproblemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>neemt er kennis van dat de GO CBE voor Horizon 2020-activiteiten geen nieuwe operationele vastleggingskredieten ontving, aangezien de GO CBE eind 2020 haar laatste oproep tot het indienen van voorstellen had afgerond; stelt vast dat het uitvoeringspercentage voor de operationele betalingskredieten daalde tot 65 % (2021: 85 %), wat volgens de GO CBE toe te schrijven was aan de toenemende kosten en uitvoeringsproblemen waarmee begunstigden werden geconfronteerd als gevolg van de COVID-19-crisis en de oorlog in Oekraïne, en dat daarom de duur van de meeste Horizon 2020-projecten moest worden verlengd en de saldobetalingen moesten worden uitgesteld tot 2023;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>is het met de Rekenkamer eens dat de GO CBE een actieplan met tijdschema moet opstellen voor de voltooiing van de uitvoering van projecten die in het kader van eerdere meerjarige financiële kaders (MFK’s) zijn goedgekeurd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>is het met de Rekenkamer eens dat de GO CBE, om ervoor te zorgen dat de streefdoelen inzake bijdragen van haar particuliere leden voor het MFK 2021-2027 worden gehaald, op basis van een strategisch plan voor programma-uitvoering jaarlijks de prestaties van de individuele bijdragen van de particuliere leden moet monitoren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>stelt vast dat de GO in 2022 slechts 47 % van haar vastleggingsbegroting uitvoerde voor projecten in het kader van de eerste belangrijke oproep in het kader van Horizon Europa ten belope van 120 miljoen EUR, die zij eerder dat jaar had gelanceerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>neemt er kennis van dat de Commissie en de particuliere leden in 2022 elk slechts 0,8 miljoen EUR aan bijdragen in contanten leverden aan de administratieve kosten van de GO CBE; stelt vast dat de GO CBE niet om bijdragen in contanten heeft verzocht voor haar activiteiten in het kader van Horizon Europa, aangezien zij verwachtte de eerste oproep voor Horizon Europa die zij begin 2022 had gelanceerd pas in de eerste helft van 2023 af te ronden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>stelt vast dat het uitvoeringspercentage met betrekking tot de begroting voor salarisbetalingen van de GO CBE (titel 1) eind 2022 laag was, namelijk 55 %, en dat dit volgens de GO CBE te wijten was aan de vertraagde start van de arbeidsovereenkomsten van in 2022 nieuw aangeworven personeelsleden;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aanbestedingen en personeel</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>stelt vast dat de GO CBE in 2022 zoveel mogelijk gebruik is blijven maken van de bestaande raamcontracten op het niveau van de Europese Commissie; neemt er kennis van dat wanneer deze contracten niet beschikbaar waren voor de GO CBE of ze verlopen waren, het noodzakelijk was specifieke aanbestedingsprocedures te starten, waarvan de meeste voor opdrachten met een geringe waarde waren<FOOTNOTE><FIELD>Er werden verschillende contracten gesloten voor minder dan 15 000 EUR elk.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>stelt vast dat de GO CBE ook specifieke contracten heeft ondertekend in het kader van het raamcontract dat gezamenlijk met de andere GO’s wordt beheerd, namelijk voor gemeenschappelijke IT-diensten; stelt bovendien vast dat de GO CBE gedurende 2022 gebruik heeft gemaakt van dienstverleningsovereenkomsten die van kracht waren met de Commissie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>maakt uit het geconsolideerd jaarlijks activiteitenverslag op dat 2022 een overgangsjaar was van de GO BBI naar de GO CBE; neemt er kennis van dat het programmabureau van de GO CBE eind 2022 26 personeelsleden omvatte (tegenover 22 in 2021) en bijna zijn volledige personeelsformatie<FOOTNOTE><FIELD>De volledige personeelsformatie bestaat uit 29 personen voor de organisatie, een aantal dat de GO CBE waarschijnlijk begin 2024 zal bereiken na de benoeming van de nieuwe uitvoerend directeur.</FIELD></FOOTNOTE> bereikte in het kader van zijn nieuwe mandaat; is ingenomen met het feit dat acht nieuwe collega’s zijn ingestroomd in het kader van het nieuwe mandaat van de GO CBE;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>stelt vast dat de GO CBE in 2022 het genderevenwicht heeft gehandhaafd in leidinggevende functies, waarvan er 50 % door vrouwen werden bekleed;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>stelt vast dat het personeel van de GO CBE een toenemend aantal lopende projecten voor meerdere MFK-programma’s tegelijkertijd beheerde; wijst erop dat een dergelijke tendens de doeltreffendheid van de interne controles van de GO CBE en haar beheer van deze fondsen niet mag aantasten en de uitvoering van de nieuwe programma’s niet mag vertragen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Beheers- en controlesystemen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>verneemt uit de opmerkingen van de Rekenkamer over de beheers- en controlesystemen dat voor de uitgaven in het kader van Horizon 2020 en Horizon Europa de gemeenschappelijke auditdienst van DG RTD van de Commissie verantwoordelijk is voor controles achteraf;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>neemt er kennis van dat de GO voor Horizon 2020-uitgaven (verrekeningen en saldobetalingen) een representatief foutenpercentage van 1,9 % en een restfoutenpercentage van 1,2 % heeft gerapporteerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>merkt op dat voor het programma Horizon Europa nog controles achteraf moeten worden uitgevoerd, aangezien de eerste tussentijdse betalingen pas in 2024 worden verwacht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>stelt vast dat de Rekenkamer, om de controles van operationele betalingen van de GO CBE te beoordelen, een willekeurige steekproef van in 2022 verrichte Horizon 2020-betalingen op het niveau van de eindbegunstigden heeft gecontroleerd<FOOTNOTE><FIELD>Wat de bij de begunstigden getoetste subsidiebetalingsverrichtingen betreft, ligt de meldingsdrempel voor kwantificeerbare fouten bij 1 % van de gecontroleerde kosten.</FIELD></FOOTNOTE>; stelt vast dat de Rekenkamer in één geval een ernstige fout heeft vastgesteld en gekwantificeerd die het gevolg was van te hoog gedeclareerde personeelskosten, omdat de begunstigde de berekeningsmethode voor het uurtarief binnen het begrotingsjaar had gewijzigd en niet-subsidiabele pensioenkosten en bonussen in de gedeclareerde kosten had opgenomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>waardeert het dat de GO CBE een risicogebaseerde benadering van controles achteraf heeft ontwikkeld met als doel het foutenpercentage te verlagen door middel van een gerichtere steekproef om de meest foutgevoelige begunstigden op te sporen en zo het opschoningseffect van haar controles achteraf te versterken; acht dit een belangrijke positieve verandering in de aanpak van controles achteraf, aangezien het internecontrolekader van de Commissie voor subsidies in het kader van Horizon Europa het niet mogelijk maakt specifieke representatieve steekproeven van de GO CBE vast te stellen en bijgevolg specifieke representatieve en restfoutenpercentages voor gemeenschappelijke ondernemingen te berekenen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>neemt kennis van de bevinding van de Rekenkamer dat gemeenschappelijke ondernemingen met een goed ontwikkelde risicogebaseerde aanpak van controles achteraf een restfoutenpercentage vertonen dat lager is dan het gemiddelde van de gemeenschappelijke ondernemingen zonder een dergelijke aanpak vanwege de systematische identificatie en controle van de meest risicovolle begunstigden;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Follow-up van de opmerkingen van het voorgaande jaar</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>stelt vast dat de “opmerkingen” in de specifieke jaarverslagen over de GO CBE in feite “niet-tijdgebonden aanbevelingen” van de Rekenkamer zijn; merkt op dat de Rekenkamer jaarlijks gevolg geeft aan deze opmerkingen door hun status als “openstaand” of “afgesloten” te beoordelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>stelt vast dat de Rekenkamer in 2020/2021 drie opmerkingen heeft gemaakt, waarvan er twee nog openstaan, met betrekking tot de bijdragen van de leden uit de industrie en particuliere leden van de GO CBE;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>neemt er kennis van dat de GO CBE het lage niveau van bijdragen in natura van particuliere leden aan haar operationele activiteiten erkent en dat zij van mening is dat deze situatie deels kan worden verklaard door de openheid van de oproepen van de GO CBE, waarbij ook niet-leden van het BI-consortium<FOOTNOTE><FIELD>https://ebn.eu/about-ebn/</FIELD></FOOTNOTE> subsidies kunnen aanvragen zonder enige verplichting om het initiatief van de GO CBE te steunen met bijdragen in natura; stelt vast dat voor de laatste drie oproepen tot het indienen van voorstellen het aantal succesvolle aanvragers van het BI-consortium daalde tot het minimum, wat resulteerde in een aanzienlijke daling van de bijdragen in natura.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>