<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0287</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Geen bezwaar tegen een gedelegeerde handeling: Vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Nieuw-Zeeland</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(B9-0200/2024)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement om geen bezwaar te maken tegen de gedelegeerde verordening van de Commissie van 13 maart 2024 tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 van de Commissie wat betreft enkele bepalingen naar aanleiding van de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en Nieuw-Zeeland en tot schrapping van achterhaalde bepalingen met betrekking tot het uitvoertariefcontingent voor melkpoeder (C(2024)01499 – 2024/2677(DEA))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gedelegeerde verordening van de Commissie (C(2024)01499),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het schrijven van de Commissie van 13 maart 2024, waarin zij het Parlement verzoekt te verklaren dat het geen bezwaar zal maken tegen de gedelegeerde verordening,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de brief van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling van 19 maart 2024 aan de voorzitter van de Conferentie van commissievoorzitters,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad<FOOTNOTE><FIELD> PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 186 en artikel 227, lid 5,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 111, lid 6, van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling voor een besluit van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien er geen bezwaar werd gemaakt binnen de in artikel 111, lid 6, derde en vierde streepjes, van zijn Reglement gestelde termijn, die op 11 april 2024 verstreek,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de procedurele stappen aan de zijde van de Unie met betrekking tot de tenuitvoerlegging van de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en Nieuw-Zeeland (“de vrijhandelsovereenkomst”) zijn voltooid met de bekendmaking van Besluit (EU) 2024/244 van de Raad<FOOTNOTE><FIELD> Besluit (EU) 2024/244 van de Raad van 27 november 2023 betreffende de sluiting, namens de Unie, van de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en Nieuw-Zeeland (PB L 244 van 28.2.2024, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> op 28 februari 2024;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat, volgens de meest recente informatie van Nieuw-Zeelandse zijde, de wetgeving die nodig is om de vrijhandelsovereenkomst ten uitvoer te leggen, waarschijnlijk eind maart 2024 werd aangenomen, zodat de vrijhandelsovereenkomst op 1 mei 2024 in werking zou kunnen treden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat bij de vrijhandelsovereenkomst verschillende nieuwe tariefcontingenten zijn ingevoerd en enkele bestaande landspecifieke tariefcontingenten van de WTO, onder andere voor producten van oorsprong uit Nieuw-Zeeland, zijn gewijzigd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat deze veranderingen zullen worden verwerkt in Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 van de Commissie<FOOTNOTE><FIELD> Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 van de Commissie van 17 december 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de voorschriften voor het beheer van tariefcontingenten voor invoer en uitvoer waarvoor een certificaat verplicht is, en tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het stellen van zekerheden bij het beheer van tariefcontingenten (PB L 185 van 12.6.2020, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>, die Verordening (EU) nr. 1308/2013 aanvult wat betreft de voorschriften voor het beheer van tariefcontingenten voor de invoer en uitvoer van landbouwproducten waarvoor een certificaat verplicht is;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 derhalve uiterlijk op de datum van inwerkingtreding van de vrijhandelsovereenkomst moet worden gewijzigd;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verklaart geen bezwaar te maken tegen de gedelegeerde verordening;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST></SDOCTA>