<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0312</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten - wijzigingsverordening</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0444/2023 - Rapporteurs: Markus Ferber, Margarida Marques)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 23 april 2024 over het voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1467/97 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten (15876/2023 – C9-0005/2024 – 2023/0137(CNS))</STRING></TI><NOTE>(Bijzondere wetgevingsprocedure – raadpleging)</NOTE><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het ontwerp van de Raad (15876/2023),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 126, lid 14, tweede alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C9‑0005/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 82 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de brief van de Begrotingscommissie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken (A9‑0444/2023),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan het ontwerp van de Raad, als geamendeerd door het Parlement;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in zijn ontwerp;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de nationale parlementen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST><TXTLST><OTTXT><P><STRING BOLD="on">Amendement		2</STRING></P><TI>AMENDEMENTEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">*</STRING> Amendementen: nieuwe of vervangende tekst staat in vet en cursief, schrappingen zijn met het symbool ▐ aangegeven.</FIELD></FOOTNOTE></TI><TI>op het ontwerp van de Raad</TI><TI>---------------------------------------------------------</TI></OTTXT></TXTLST><TXTLST><TCONSOLID><TI>VERORDENING VAN DE RAAD<BRK/>tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1467/97 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten<BRK/></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT>DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,</PRINIT><GRVISA><VISA><P>Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 126, lid 14, tweede alinea,</P></VISA><VISA><P>Gezien het voorstel van de Europese Commissie,</P></VISA><VISA><P>Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,</P></VISA><VISA><P>Gezien het advies van het Europees Parlement<FOOTNOTE><FIELD>PB C van , blz. .</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P>Gezien het advies van de Europese Centrale Bank<FOOTNOTE><FIELD>PB C 290 van 18.8.2023, blz. 17.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P>Handelend volgens een bijzondere wetgevingsprocedure,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><GRCINIT>Overwegende hetgeen volgt:</GRCINIT><CONS><P><NO.P>(1)</NO.P>De coördinatie van het economische beleid van de lidstaten binnen de Unie, zoals bepaald in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), brengt met zich mee dat de volgende grondbeginselen moeten worden nageleefd: stabiele prijzen, gezonde overheidsfinanciën en monetaire condities, alsook een houdbare betalingsbalans.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(2)</NO.P>Het kader voor economische governance van de Unie, dat met betrekking tot het economische beleid van de lidstaten voorziet in een uitgebreid stelsel van beleidscoördinatie en toezicht, is voor de lidstaten leidend geweest bij het bereiken van hun doelstellingen op het gebied van hun economische en begrotingsbeleid. Sinds het Verdrag van Maastricht van 1992 heeft het kader bijgedragen aan de totstandkoming van macro-economische convergentie, waarborging van gezonde overheidsfinanciën en opheffing van macro-economische onevenwichtigheden. In combinatie met een gemeenschappelijk monetair beleid en een gemeenschappelijke munt in de eurozone zijn middels dit kader de omstandigheden gecreëerd voor economische stabiliteit, duurzame en inclusieve economische groei en meer werkgelegenheid voor burgers van de Unie.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(3)</NO.P>Het stabiliteits- en groeipact (SGP), dat aanvankelijk bestond uit Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid (PB L 209 van 2.8.1997, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>, Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad van 7 juli 1997<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad van 7 juli 1997 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten (PB L 209 van 2.8.1997, blz. 6).</FIELD></FOOTNOTE> en de Resolutie van de Europese Raad van 17 juni 1997 over het SGP<FOOTNOTE><FIELD>Resolutie van de Europese Raad betreffende het stabiliteits- en groeipact (Amsterdam, 17 juni 1997) (PB C 236 van 2.8.1997, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>, is gebaseerd op de doelstelling van gezonde en houdbare overheidsfinanciën als middel voor versterking van de voorwaarden voor prijsstabiliteit en sterke duurzame en inclusieve groei op basis van financiële stabiliteit, waarmee wordt bijgedragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van de Unie voor duurzame groei en werkgelegenheid.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(4)</NO.P>In fase drie van de Economische en Monetaire Unie (EMU) zijn de lidstaten volgens artikel 126, lid 1, VWEU verplicht om buitensporige overheidstekorten te vermijden.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(5)</NO.P>Het kader voor economische governance van de Unie moet worden aangepast om beter rekening te houden met de toegenomen verschillen tussen de lidstaten in begrotingssituaties, uitdagingen met betrekking tot overheidsschuld, economische uitdagingen en andere kwetsbaarheden. De krachtige beleidsreactie op de COVID-19-pandemie is bijzonder effectief gebleken om de economische en sociale gevolgen van de crisis te beperken, maar heeft geleid tot een aanzienlijke stijging van de schuldquotes van overheden en de private sector, waaruit duidelijk bleek hoe belangrijk het is om schuldquotes en tekorten op een geleidelijke, realistische, houdbare en groeivriendelijke wijze tot prudente niveaus te verlagen om zo ruimte te bieden voor anticyclisch beleid en macro-economische onevenwichtigheden aan te pakken, en daarbij terdege rekening te houden met sociale en werkgelegenheidsdoelstellingen. Tegelijkertijd moet het kader voor economische governance van de Unie worden aangepast om een bijdrage te leveren aan de aanpak van de problemen van de Unie op middellange en lange termijn door het verwezenlijken van een eerlijke digitale en groene transitie, met inbegrip van de klimaatwet<FOOTNOTE><FIELD>In de Europese klimaatwet is vastgelegd dat de Unie als geheel in 2050 klimaatneutraal moet zijn, en worden de instellingen van de Unie en de lidstaten verplicht om hun aanpassingsvermogen te vergroten en onder meer de overheidsinvesteringen te doen die nodig zijn om de nadelige sociaal-economische effecten van klimaatverandering op de EU en haar lidstaten te verminderen, waaronder negatieve effecten op de groei en de houdbaarheid van de begroting.</FIELD></FOOTNOTE>, het waarborgen van energiezekerheid, het ondersteunen van een open strategische autonomie, het aanpakken van demografische veranderingen, het versterken van de sociale en economische veerkracht, alsmede door te zorgen voor duurzame convergentie en de uitvoering van het strategisch kompas voor veiligheid en defensie – allemaal zaken die in de komende jaren hervormingen en aanhoudende grote investeringen zullen vergen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(6)</NO.P>In het kader voor economische governance van de Unie moeten gezonde en houdbare overheidsfinanciën en duurzame en inclusieve groei worden bevorderd en moet er derhalve een onderscheid tussen lidstaten worden gemaakt door rekening te houden met hun uitdagingen met betrekking tot overheidsschuld en hun economische uitdagingen en door meerjarige landspecifieke begrotingstrajecten mogelijk te maken, waarbij moet worden gezorgd voor doeltreffend multilateraal toezicht en eerbiediging van het beginsel van gelijke behandeling.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(7)</NO.P>Om een transparant en gemeenschappelijk uniekader op basis van de referentiewaarden van artikel 126, lid 2, VWEU en Protocol nr. 12 betreffende de procedure bij buitensporige tekorten bij het VWEU en het Verdrag betreffende de Europese Unie te waarborgen, moet tegelijkertijd worden voorzien in multilateraal toezicht op basis van een betere handhaving, als noodzakelijke tegenhanger van een op risico’s gebaseerd toezichtskader dat landspecifieke begrotingstrajecten mogelijk maakt.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(8)</NO.P>Om het begrotingskader van de Unie te vereenvoudigen en de transparantie te vergroten, moet één enkele operationele indicator op basis van de houdbaarheid van de schuld als uitgangspunt dienen voor het vaststellen van het netto-uitgaventraject en de uitvoering van jaarlijks begrotingstoezicht voor elke lidstaat. Die ene enkele indicator moet worden gebaseerd op nationaal gefinancierde netto primaire uitgaven, dat wil zeggen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">overheids</STRING></STRING>uitgaven ongerekend <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">rente-uitgaven</STRING></STRING>, discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,  uitgaven voor programma’s van de Unie die volledig met inkomsten uit Uniefondsen worden gefinancierd</STRING></STRING> en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">nationale</STRING></STRING> uitgaven <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor medefinanciering van door de Unie gefinancierde programma’s</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">alsook</STRING></STRING> cyclische <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">elementen</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van de</STRING></STRING> uitgaven <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor werkloosheidsuitkeringen</STRING></STRING>. In overeenstemming met de leidende beginselen die de Europese Commissie heeft gebruikt om transacties als eenmalige maatregelen te classificeren, moeten eenmalige en andere tijdelijke maatregelen ook van netto-uitgaven worden uitgesloten. Met deze indicator is macro-economische stabilisatie mogelijk omdat hij niet onderhevig is aan de werking van automatische stabilisatoren, waaronder schommelingen van ontvangsten en uitgaven die buiten de directe macht van de overheid vallen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(9)</NO.P>De procedure bij buitensporige tekorten (PBT) voor in artikel 126, lid 2, VWEU en Protocol nr. 12 bedoelde overschrijdingen van de referentiewaarde voor het tekort van 3 % van het bruto binnenlands product (bbp) (de “tekortgerelateerde PBT”) is een vast onderdeel van het kader voor begrotingstoezicht van de Unie waarmee het begrotingsbeleid in de lidstaten doeltreffend is beïnvloed.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(10)</NO.P>Om de PBT te versterken voor de in artikel 126, lid 2, VWEU en Protocol nr. 12 bedoelde overschrijdingen van het schuldcriterium van 60 % van het bbp (de “schuldgerelateerde PBT”) moet de nadruk komen te liggen op afwijkingen van het door de Raad ingevolge Verordening (EU) [...] van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) […] van het Europees Parlement en de Raad van […] [inzake de doeltreffende coördinatie van economisch beleid en multilateraal begrotingstoezicht] (PB L … van …, blz. …).</FIELD></FOOTNOTE> vastgestelde netto‑uitgaventraject.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(13)</NO.P>Overeenkomstig de artikelen 24 en 25 van Verordening (EU) [betreffende het preventieve deel] kan de Raad op aanbeveling van de Commissie lidstaten toestaan om van het door de Raad krachtens die verordening vastgestelde netto-uitgaventraject af te wijken in geval van een ernstige economische neergang in de eurozone of in de Unie als geheel, of in geval van uitzonderlijke omstandigheden waarover de overheid geen controle heeft en die een aanzienlijke invloed op de overheidsfinanciën van de betrokken lidstaat hebben, mits de houdbaarheid van de begroting op middellange termijn daardoor niet in gevaar komt. Bijgevolg hoeft een dergelijke afwijking niet te worden vastgelegd in de controlerekening, noch tot instelling van een schuldgerelateerde PBT te leiden.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(14)</NO.P>De Commissie moet bij de beoordeling van het bestaan van een buitensporig tekort overeenkomstig artikel 126, lid 3, VWEU, rekening houden met alle relevante factoren. Substantiële schuldproblemen in de betrokken lidstaat moeten worden aangemerkt als een belangrijke verzwarende factor.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(14 bis)</NO.P>Gezien de toenemende geopolitieke spanningen en veiligheidsuitdagingen en de daaruit voortvloeiende noodzaak voor de lidstaten om hun vermogens op te bouwen, moeten bij de beoordeling van het bestaan van een buitensporig tekort overeenkomstig artikel 126, lid 3, VWEU, gestegen overheidsinvesteringen in defensie, indien daarvan sprake is, als relevante factor worden aangemerkt. Deze factor kan worden afgezet tegen EU-gemiddelden, trends op middellange termijn of andere relevante benchmarks, daarbij rekening houdend met de statistische regels betreffende het moment van boeking van uitgaven voor militair materieel.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(15)</NO.P>Om de werkelijke afwijkingen van het in artikel 21 bij Verordening (EU) [betreffende het preventieve deel] bedoelde netto-uitgaventraject te bewaken, moet de Commissie voor elke lidstaat voorzien in een controlerekening waarin jaarlijkse afwijkingen in de loop der tijd worden bijgehouden. Handhavingsmaatregelen moeten gebaseerd worden op de informatie in de controlerekening. Meer in het bijzonder stelt de Commissie overeenkomstig artikel 126, lid 3, VWEU een verslag op ingeval de verhouding overheidsschuld - bbp de referentiewaarde overschrijdt, de begrotingssituatie niet vrijwel in evenwicht is of een overschot vertoont en ingeval de in de controlerekening van de lidstaat geregistreerde afwijkingen de vastgestelde jaarlijkse of cumulatieve drempels overschrijden. De begrotings­situatie wordt geacht vrijwel in evenwicht te zijn indien het nominale tekort niet meer dan 0,5 procentpunt van het bbp bedraagt.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(16)</NO.P>Het correctieve netto-uitgaventraject ingevolge de PBT moet het algemene overheidstekort binnen de door de Raad vastgestelde termijn onder de in artikel 126, lid 2, VWEU en Protocol nr. 12 bedoelde referentiewaarde van 3 % brengen of houden. Het correctieve netto-uitgaventraject ingevolge de PBT is in beginsel het oorspronkelijk door de Raad vastgestelde traject, rekening houdend met de noodzaak tot een minimale structurele aanpassing van 0,5 % van het bbp in geval van een inbreuk op het tekortcriterium of met de bij schending van het schuldcriterium in de regel noodzakelijke correctie van de afwijking van dat traject. Indien het oorspronkelijke traject door objectieve omstandigheden niet langer haalbaar is, moet de Raad in het kader van de PBT een ander traject kunnen vaststellen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(17)</NO.P>Voor lidstaten die het voorwerp van een PBT zijn, moet de Raad, op aanbeveling van de Commissie, de termijn voor correctie van het buitensporige tekort verder kunnen verlengen wanneer hij overeenkomstig artikel 24 van Verordening (EU) [betreffende het preventieve deel] het bestaan vaststelt van een ernstige economische neergang in de eurozone of in de Unie als geheel, of in geval van uitzonderlijke omstandigheden waarover de overheid geen controle heeft en die een aanzienlijke invloed op de overheidsfinanciën van een individuele lidstaat hebben overeenkomstig artikel 25 van Verordening (EU) [betreffende het preventieve deel], mits de houdbaarheid van de begroting op middellange termijn daardoor niet in gevaar komt.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(18)</NO.P>Een aantal specifieke bepalingen uit Verordening (EG) nr. 1467/97 met betrekking tot de bijdragen aan pensioenstelsels met een tweede pijler moeten worden geschrapt aangezien in het door de Raad vastgestelde netto-uitgaventraject al rekening moet worden gehouden met ontvangstenderving in verband met dergelijke bijdragen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(19)</NO.P>Onafhankelijke begrotingsinstellingen hebben aangetoond dat zij in staat zijn om begrotingsdiscipline te bevorderen en de geloofwaardigheid van de overheidsfinanciën van lidstaten te versterken. Om de nationale verantwoordelijkheid te vergroten, moet de rol van onafhankelijke begrotingsinstellingen worden gehandhaafd in het herziene kader voor economische governance van de Unie, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">teneinde geleidelijk hun capaciteit te vergroten</STRING></STRING>. Een onafhankelijker Europees Begrotingscomité moet een prominentere adviserende rol spelen in het kader voor economische governance van de Unie.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(20)</NO.P>Er moeten duidelijke voorwaarden worden vastgesteld voor de stopzetting van procedures bij buitensporige tekorten. Om tot stopzetting te kunnen overgaan, moet het tekort geloofwaardig beneden de in artikel 126, lid 2, VWEU en Protocol nr. 12 bedoelde referentiewaarde van 3 % van het bbp blijven en moet de lidstaat, in het geval van schuldgerelateerde PBT, de naleving aantonen van het netto-uitgaventraject van de PBT.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(21)</NO.P>De in artikel 126, lid 11, VWEU bedoelde boetes moeten niet aan een minimumbedrag gebonden zijn maar cumulatief worden opgelegd tot effectief gevolg wordt gegeven, om een daadwerkelijke stimulans te vormen voor de naleving van de aanmaningen die krachtens een PBT overeenkomstig artikel 126, lid 9, VWEU, aan lidstaten zijn gedaan.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(22)</NO.P>Bepalingen met betrekking tot het Verenigd Koninkrijk moeten worden geschrapt.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(23)</NO.P>Deze verordening maakt deel uit van een pakket, samen met Verordening (EU) [betreffende het preventieve deel] en Richtlijn (EU) [...] tot wijziging van Richtlijn 2011/85/EU tot vaststelling van voorschriften voor de begrotingskaders van de lidstaten. Tezamen vormen zij een herzien kader voor economische governance van de Unie waarmee de kern van titel III “Begrotingspact” van het Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur<FOOTNOTE><FIELD>Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur in de economische en monetaire unie van 2 maart 2012.</FIELD></FOOTNOTE> in de economische en monetaire unie (VSCB) overeenkomstig artikel 16 van dat verdrag in het recht van de Unie wordt geïntegreerd. Door voort te bouwen op de ervaringen met de uitvoering van het VSCB door de lidstaten behoudt het voorgestelde wetgevingspakket de gerichtheid op de middellange termijn van het begrotingspact als instrument om begrotingsdiscipline te bereiken en groei te bevorderen. Het pakket heeft een sterkere landspecifieke dimensie om de nationale verantwoordelijkheid te vergroten, onder meer door het behoud van de rol van onafhankelijke begrotingsinstellingen, op basis van de door de Commissie voorgestelde gemeenschappelijke beginselen van het begrotingspact<FOOTNOTE><FIELD>Mededeling van de Commissie “Gemeenschappelijke beginselen inzake nationale begrotings­correctiemechanismen” (COM(2012)0342 final van 20 juni 2012).</FIELD></FOOTNOTE> in overeenstemming met artikel 3, lid 2, VSCB. De analyse van uitgaven exclusief discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde voor de in het begrotingspact vereiste algemene beoordeling van de naleving is omschreven in Verordening (EU) [betreffende het preventieve deel]. Zoals in het begrotingspact zijn tijdelijke afwijkingen van het plan voor de middellange termijn alleen toegestaan in uitzonderlijke omstandigheden overeenkomstig de artikelen 24 en 25 van Verordening (EU) [betreffende het preventieve deel] en in overeenstemming met de bepalingen over de controle­rekening. In dezelfde geest als het begrotingspact moeten in geval van aanzienlijke afwijkingen van het plan voor de middellange termijn maatregelen worden genomen om de afwijkingen binnen een vastgestelde termijn te corrigeren. Met dit pakket worden procedures voor begrotingstoezicht en handhaving versterkt om gezonde en houdbare overheids­financiën en duurzame en inclusieve groei te kunnen bevorderen. Bij de hervorming van het kader voor economische governance blijven de fundamentele doelstellingen van begrotingsdiscipline en houdbaarheid van de schuld uit het VSCB dus overeind.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(24)</NO.P>Er zijn overgangsbepalingen nodig voor lidstaten die reeds het voorwerp van een PBT zijn op het moment waarop het hervormde kader in werking treedt. Aanbevelingen krachtens artikel 126, lid 7, VWEU en aanmaningen krachtens artikel 126, lid 9, VWEU, die reeds voor de inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening zijn vastgesteld, moeten worden herzien en in overeenstemming gebracht met de bepalingen van het gewijzigde artikel 3, lid 4, en het gewijzigde artikel 5, lid 1. Zo kan de Raad een correctief netto-uitgaventraject vaststellen dat verenigbaar is met de nieuwe bepalingen voor lidstaten die maatregelen hebben genomen, zonder te moeten overgaan tot het instellen van de procedure bij buitensporige tekorten.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(24 bis)</NO.P>Overwegende dat in een sterk veranderd renteklimaat de regels van de tekort­gerelateerde procedure bij buitensporige tekorten - met een minimale jaarlijkse structurele verbetering van ten minste 0,5 % van het bbp als benchmark - ongewijzigd blijven, kan de Commissie bij de vaststelling van het voorgestelde correctieve traject met betrekking tot het eerste budgettair-structurele plan voor de middellange termijn voor de jaren 2025, 2026 en 2027 in het kader van de buitensporigtekortprocedure, de benchmark gedurende een overgangsperiode in 2025, 2026 en 2027 aanpassen aan de stijging van de rentebetalingen, teneinde de positieve effecten van de herstel- en veerkrachtfaciliteit niet teniet te doen, mits de betrokken lidstaat voldoet aan de voorwaarden van artikel 11, punt c), van Verordening (EU) betreffende het preventieve deel, in overeenstemming met de doelstelling om een groene en digitale transitie tot stand te brengen en defensievermogens op te bouwen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(25)</NO.P>Verordening (EG) nr. 1467/97 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><DINIT>HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:</DINIT><GR.ART><ARTICLE><TI.ART><STRING ITALIC="on">Artikel 1</STRING></TI.ART><PARAG>Verordening (EG) nr. 1467/97 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1)</NO.P>de artikelen 1 en 2 worden vervangen door:<CITATION><P><STRING ITALIC="on">“Artikel 1</STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P>Deze verordening stelt de bepalingen vast voor het bespoedigen en verduidelijken van de uitvoering van de procedure bij buitensporige tekorten. Het doel van de procedure bij buitensporige tekorten is buitensporige overheidstekorten te ontmoedigen en, indien dergelijke tekorten optreden, deze spoedig te doen corrigeren, waarbij op basis van de criteria voor het overheidstekort en de overheidsschuld wordt beoordeeld of begrotingsdiscipline wordt betracht.</P><P><NO.P>2.</NO.P>Voor de toepassing van deze verordening wordt onder “deelnemende lidstaten” verstaan de lidstaten die de euro als munt hebben. De definities van artikel 2 van Verordening (EU) [betreffende het preventieve deel] zijn van toepassing.</P><P><STRING ITALIC="on">Artikel 2</STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P>Wanneer een overheidstekort de referentiewaarde overschrijdt, wordt die overschrijding overeenkomstig artikel 126, lid 2, punt a), tweede streepje, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) als uitzonderlijk beschouwd indien de Raad overeenkomstig artikel 24 van Verordening (EU) [betreffende het preventieve deel] het bestaan heeft vastgesteld van een ernstige economische neergang in de eurozone of in de Unie als geheel, of van uitzonderlijke omstandigheden waarover de overheid geen controle heeft en die een aanzienlijke invloed hebben op de overheidsfinanciën van de betrokken lidstaat, overeenkomstig artikel 25 van Verordening (EU) [betreffende het preventieve deel].</P><P>Voorts wordt de overschrijding van de referentiewaarde als tijdelijk beschouwd indien uit de begrotingsprognoses van de Commissie blijkt dat het tekort na afloop van de in de eerste alinea bedoelde ernstige economische neergang of uitzonderlijke omstandigheden onder de referentiewaarde zal dalen.</P><P><NO.P>1 bis.</NO.P>Indien de verhouding tussen de overheidsschuld en het bruto binnenlands product (bbp) de referentiewaarde overschrijdt, wordt die verhouding overeenkomstig artikel 126, lid 2, punt b), VWEU geacht in voldoende mate af te nemen en de referentiewaarde in een bevredigend tempo te benaderen indien de betrokken lidstaat zich aan zijn netto-uitgaventraject houdt.</P><P><NO.P>2.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">De Commissie stelt overeenkomstig artikel 126, lid 3, VWEU een verslag op ingeval de verhouding overheidsschuld - bbp de referentiewaarde overschrijdt, de begrotingssituatie niet vrijwel in evenwicht is of een overschot vertoont en ingeval de in de controlerekening van de lidstaat geregistreerde afwijkingen groter zijn dan:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>0,3 procentpunt van het bbp per jaar, of</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>cumulatief 0,6 procentpunt van het bbp.</ITEM></LIST></P><P><NO.P>3.</NO.P>Bij de opstelling van een verslag krachtens artikel 126, lid 3, VWEU houdt de Commissie rekening met alle andere relevante factoren zoals vermeld in dat artikel, voor zover zij de beoordeling of de betrokken lidstaat de tekort- en schuldcriteria naleeft, aanzienlijk beïnvloeden.</P><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">Het verslag weerspiegelt in voorkomend geval:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>de omvang van de schuldproblemen op basis van de methode van artikel 8 van Verordening [betreffende het preventieve deel], de ontwikkeling van de schuldenpositie van de overheid en de financiering ervan, en de bijbehorende risicofactoren en dan met name de looptijdstructuur, de valutasamenstelling van de schuld en voorwaardelijke verplichtingen, met inbegrip van eventuele impliciete verplichtingen die verband houden met de vergrijzing en de particuliere schuld;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>de middellangetermijnontwikkelingen in de begrotingssituatie, waaronder met name de omvang van de werkelijke jaarlijkse en cumulatieve afwijking van het netto‑uitgaventraject, zoals vastgesteld op basis van de controlerekening;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>de middellangetermijnontwikkelingen in de economische situatie, waaronder potentiële groei, de inflatieontwikkelingen en de conjuncturele ontwikkelingen, vergeleken met de aannames die ten grondslag liggen aan het netto-uitgaventraject;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>d)</SYMBOL>de voortgang met hervormingen en investeringen, waaronder met name begrepen beleid ter voorkoming en correctie van macro-economische onevenwichtigheden en beleid voor de uitvoering van de gemeenschappelijke strategie voor groei en werkgelegenheid van de Unie, waaronder beleid dat door NextGenerationEU wordt ondersteund, en de algehele kwaliteit van de overheidsfinanciën, waaronder met name de doeltreffendheid van nationale begrotingskaders;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>d bis)</SYMBOL>	gestegen overheidsinvesteringen in defensie, indien daarvan sprake is, ook rekening houdend met moment van boeking van uitgaven voor militair materieel.</ITEM></LIST></P><P><NO.P>4.</NO.P>De Commissie houdt terdege en uitdrukkelijk rekening met alle andere factoren die naar het oordeel van de betrokken lidstaat relevant zijn om de nakoming van de tekort- en schuldcriteria volledig te kunnen beoordelen, en die de lidstaat aan de Raad en de Commissie kenbaar heeft gemaakt. In dat verband wordt bijzondere aandacht geschonken aan financiële bijdragen voor bevordering van internationale solidariteit en verwezenlijking van de gemeenschappelijke beleidsdoelen van de Unie als bedoeld in Verordening (EU) [betreffende het preventieve deel].</P><P>De Raad en de Commissie verrichten een evenwichtige algemene beoordeling van alle relevante factoren, en met name van de mate waarin die factoren, als verzwarende of verzachtende omstandigheden, van invloed zijn op de vraag of wordt voldaan aan het tekort- en/of schuldcriterium. Indien de lidstaat met aanzienlijke schuldproblemen kampt als bedoeld in lid 3, punt a), wordt dat als een belangrijke verzwarende factor aangemerkt. Gunstige conjuncturele, begrotings- en financiële ontwikkelingen worden niet als verzachtende factoren aangemerkt, maar ongunstige ontwikkelingen kunnen wel als zodanig worden aangemerkt.</P><P>Indien de verhouding tussen de overheidsschuld en het bbp de referentiewaarde overschrijdt, wordt bij de nalevingsbeoordeling op basis van het tekortcriterium in de in artikel 126, leden 4, 5, en 6, VWEU bedoelde stappen die voorafgaan aan het besluit over het bestaan van een buitensporig tekort enkel met deze factoren rekening gehouden indien volledig is voldaan aan de tweeledige voorwaarde van het overkoepelende beginsel, namelijk dat het overheidstekort dicht bij de referentiewaarde blijft en de overschrijding van de referentiewaarde slechts van tijdelijke aard is.</P><P>Bij de nalevingsbeoordeling op basis van het schuldcriterium wordt in de stappen die leiden tot het besluit over het bestaan van een buitensporig tekort echter wel rekening gehouden met deze factoren.</P><P><NO.P>5.</NO.P>Indien lidstaten overeenkomstig de artikelen 24 en 25 van Verordening (EU) [betreffende het preventieve deel] van hun netto-uitgaventraject mogen afwijken, kunnen de Commissie en de Raad bij hun beoordeling om besluiten om niet te concluderen dat er een buitensporig tekort bestaat.</P><P><NO.P>6.</NO.P>Indien de Raad, krachtens artikel 126, lid 6, VWEU besluit dat in een lidstaat een buitensporig tekort bestaat, houden de Raad en de Commissie in de daaropvolgende fasen van de procedure van dat artikel van het VWEU rekening met de in lid 3 van dit artikel bedoelde relevante factoren aangezien deze van invloed zijn op de situatie van de betrokken lidstaat, inclusief die welke vermeld zijn in artikel 5, lid 2, van deze verordening, met name bij de vaststelling van een termijn voor het corrigeren van het buitensporige tekort en de eventuele verlenging van die termijn. Die relevante factoren worden evenwel niet in aanmerking genomen voor het door de Raad krachtens artikel 126, lid 12, VWEU te nemen besluit tot intrekking van sommige of alle van de in artikel 126, leden 6 tot en met 9, en lid 11, VWEU bedoelde besluiten.”;</P><P>--------------------------</P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">*Verordening (EU) […] van [datum ingeven] [volledige titel ingeven] (PB L …).’;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2)</NO.P>artikel 3 wordt vervangen door:<CITATION><P><STRING ITALIC="on">“Artikel 3</STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P>Binnen twee weken nadat de Commissie een overeenkomstig artikel 126, lid 3, VWEU opgesteld verslag heeft aangenomen, brengt het Economisch en Financieel Comité overeenkomstig artikel 126, lid 4, VWEU advies uit.</P><P><NO.P>2.</NO.P>Indien de Commissie van mening is dat er een buitensporig tekort bestaat, richt zij, volledig rekening houdend met het in lid 1 van dit artikel bedoelde advies, een advies en een voorstel tot de Raad overeenkomstig artikel 126, leden 5 en 6, VWEU en brengt zij het Europees Parlement hiervan op de hoogte.</P><P><NO.P>3.</NO.P>Gewoonlijk besluit de Raad binnen vier maanden na de in artikel 3, leden 2 en 3, van Verordening (EG) nr. 479/2009 vastgestelde kennisgevingsdata krachtens artikel 126, lid 6, VWEU of er al dan niet een buitensporig tekort bestaat. Indien de Raad besluit dat er een buitensporig tekort bestaat, richt hij terzelfder tijd uit hoofde van artikel 126, lid 7, VWEU aanbevelingen tot de betrokken lidstaat. De Raad maakt zijn besluiten uit hoofde van artikel 126, lid 6, VWEU openbaar.</P><P><NO.P>4.</NO.P>In de aanbeveling van de Raad overeenkomstig artikel 126, lid 7, VWEU wordt een termijn van ten hoogste zes maanden bepaald waarbinnen de betrokken lidstaat effectief gevolg aan die aanbeveling moet geven. Indien de ernst van de situatie dit rechtvaardigt, kan de termijn voor effectief gevolg geven worden verkort tot drie maanden. In de aanbeveling van de Raad wordt ook een termijn vastgesteld voor de correctie van het buitensporige tekort. In zijn aanbeveling verzoekt de Raad de lidstaat tevens een correctief netto-uitgaventraject uit te voeren om te waarborgen dat het algemene overheidstekort binnen de in de aanbeveling bepaalde termijn onder de referentiewaarde blijft of wordt gebracht en gehandhaafd. Indien de procedure bij buitensporige tekorten is ingesteld op grond van het tekortcriterium, geldt voor de jaren waarin het algemene overheidstekort de referentiewaarde naar verwachting zal overschrijden, als benchmark voor het correctieve netto-uitgaventraject een minimale jaarlijkse structurele aanpassing van ten minste 0,5 % van het bbp.</P><P>Indien de procedure bij buitensporige tekorten is ingesteld op grond van het schuldcriterium, is het correctieve netto-uitgaventraject ten minste even veeleisend als het door de Raad overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) [betreffende het preventieve deel] vastgestelde netto-uitgaventraject, en corrigeert het in de regel binnen de door de Raad vastgestelde termijn de gecumuleerde afwijkingen van de controlerekening.</P><P><NO.P>5.</NO.P>De betrokken lidstaat brengt binnen de in lid 4 van dit artikel bedoelde termijn aan de Raad en de Commissie verslag uit over het gevolg dat is gegeven aan de aanbeveling van de Raad uit hoofde van artikel 126, lid 7, VWEU. Het verslag bevat de doelstellingen voor de overheidsuitgaven en -ontvangsten en voor de discretionaire maatregelen aan zowel de uitgavenzijde als de ontvangstenzijde die verenigbaar zijn met de aanbeveling van de Raad, alsmede informatie over de genomen maatregelen en over de aard van de voorgenomen maatregelen om de doelstellingen te bereiken. De lidstaat maakt het verslag openbaar. De lidstaat kan de betrokken onafhankelijke begrotingsinstelling verzoeken een niet-bindend, afzonderlijk verslag op te stellen over de toereikendheid van de genomen en voorgenomen maatregelen ten opzichte van de doelstellingen.</P><P><NO.P>6.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">De Raad kan op aanbeveling van de Commissie besluiten een herziene aanbeveling uit hoofde van artikel 126, lid 7, VWEU vast te stellen indien:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>naar aanleiding van een dergelijke aanbeveling doeltreffende maatregelen zijn genomen en de voorwaarden van artikel 25 van Verordening (EU) [betreffende het preventieve deel] van toepassing zijn, of</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>de voorwaarden van artikel 24 van Verordening (EU) [betreffende het preventieve deel] van toepassing zijn.</ITEM></LIST></P><P>In de herziene aanbeveling kan met name de termijn voor het corrigeren van het buitensporige tekort worden verlengd, doorgaans met een jaar.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3)</NO.P>artikel 4 wordt vervangen door:<CITATION><P><STRING ITALIC="on">“Artikel 4</STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P>Wanneer de Raad onderzoekt of aan zijn aanbevelingen krachtens artikel 126, lid 7, VWEU effectief gevolg is gegeven, baseert hij zijn besluit op het verslag dat de betrokken lidstaat overeenkomstig artikel 3, lid 5, van deze verordening heeft ingediend en op de uitvoering daarvan, alsmede op eventuele andere publiekelijk aangekondigde en voldoende uitvoerige besluiten van de regering van de betrokken lidstaat.</P><P>Indien de Raad overeenkomstig artikel 126, lid 8, VWEU vaststelt dat de betrokken lidstaat geen effectief gevolg aan zijn aanbevelingen heeft gegeven, brengt hij daaromtrent verslag uit aan de Europese Raad.</P><P><NO.P>2.</NO.P>Een besluit van de Raad overeenkomstig artikel 126, lid 8, VWEU om zijn aanbeveling openbaar te maken, wanneer wordt vastgesteld dat daaraan geen effectief gevolg is gegeven, wordt genomen onmiddellijk na het verstrijken van de overeenkomstig artikel 3, lid 4, van deze verordening gestelde termijn.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4)</NO.P>artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>lid 1 wordt vervangen door:<CITATION><P>“1. Een besluit van de Raad krachtens artikel 126, lid 9, VWEU om de betrokken deelnemende lidstaat aan te manen maatregelen te treffen om het tekort te verminderen, wordt genomen binnen twee maanden nadat de Raad overeenkomstig artikel 126, lid 8, VWEU heeft vastgesteld dat geen effectief gevolg aan zijn aanbevelingen is gegeven. In de aanmaning verzoekt de Raad de lidstaat een correctief netto-uitgaventraject uit te voeren overeenkomstig de vereisten van artikel 3, lid 4. De Raad geeft ook maatregelen aan die bevorderlijk zijn voor het bereiken van het correctieve netto-uitgaventraject.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>lid 2 wordt vervangen door:<CITATION><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">“2. De Raad kan op aanbeveling van de Commissie besluiten een herziene aanmaning uit hoofde van artikel 126, lid 9, VWEU vast te stellen indien:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>naar aanleiding van een dergelijke aanmaning doeltreffende maatregelen zijn genomen en de voorwaarden van artikel 25 van Verordening (EU) [betreffende het preventieve deel] van toepassing zijn, of</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>de voorwaarden van artikel 24 van Verordening (EU) [betreffende het preventieve deel] van toepassing zijn.</ITEM></LIST></P><P>In de herziene aanmaning kan met name de termijn voor het corrigeren van het buitensporige tekort worden verlengd, doorgaans met een jaar.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5)</NO.P>in artikel 6 wordt lid 1 vervangen door:<CITATION><P>“1. Wanneer de Raad onderzoekt of aan zijn aanmaning krachtens artikel 126, lid 9, VWEU effectief gevolg is gegeven, baseert hij zijn besluit op het verslag dat de betrokken lidstaat overeenkomstig artikel 5, lid 1 bis, van deze verordening heeft ingediend en op de uitvoering ervan, alsmede op eventuele andere publiekelijk aangekondigde en voldoende uitvoerige besluiten van de regering van de betrokken lidstaat. Er wordt rekening gehouden met het resultaat van de overeenkomstig artikel 10 bis van deze verordening door de Commissie uitgevoerde toezichtsmissie.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6)</NO.P>artikel 8 wordt vervangen door:<CITATION><P><STRING ITALIC="on">“Artikel 8</STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P>Een besluit van de Raad krachtens artikel 126, lid 11, VWEU, om sancties te versterken, wordt uiterlijk twee maanden na de in Verordening (EG) nr. 479/2009 vastgestelde kennisgevingsdata genomen.</P><P><NO.P>2.</NO.P>Een besluit van de Raad uit hoofde van artikel 126, lid 12, VWEU om al zijn besluiten of sommige daarvan in te trekken, wordt zo spoedig mogelijk genomen en in ieder geval uiterlijk twee maanden na de in Verordening (EG) nr. 479/2009 vastgestelde kennisgevingsdata.</P><P><NO.P>3.</NO.P>Een besluit van de Raad wordt uitsluitend overeenkomstig artikel 126, lid 12, VWEU genomen indien het tekort onder de referentiewaarde is gebracht en naar verwachting van de Commissie in het lopende en komende jaar onder die waarde zal blijven, alsmede indien de procedure bij buitensporige tekorten op grond van het schuldcriterium was ingesteld, de betrokken lidstaat het door de Raad overeenkomstig artikel 3, lid 4, of artikel 5, lid 1, van deze verordening vastgestelde correctieve netto-uitgaventraject in de vorige twee jaar is nagekomen.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7)</NO.P>in artikel 9 wordt lid 1 vervangen door:<CITATION><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">“1. De procedure bij buitensporige tekorten wordt opgeschort:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>indien de betrokken lidstaat handelt overeenkomstig aanbevelingen die zijn gedaan krachtens artikel 126, lid 7, VWEU;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>indien de betrokken deelnemende lidstaat handelt overeenkomstig de aanmaningen die zijn gegeven krachtens artikel 126, lid 9, VWEU.”;</ITEM></LIST></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8)</NO.P>artikel 10 wordt vervangen door:<CITATION><P><STRING ITALIC="on">“Artikel 10</STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="DASH"><INT.LI LEVEL="0">De Raad en de Commissie volgen regelmatig de uitvoering van de maatregelen:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>—</SYMBOL>die de betrokken lidstaat naar aanleiding van de aanbevelingen krachtens artikel 126, lid 7, VWEU neemt;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>—</SYMBOL>die de betrokken deelnemende lidstaat naar aanleiding van de aanmaningen krachtens artikel 126, lid 9, VWEU neemt.</ITEM></LIST></P><P><NO.P>2.</NO.P>Indien maatregelen niet door een deelnemende lidstaat ten uitvoer worden gelegd of naar het oordeel van de Raad ontoereikend zijn, neemt de Raad onmiddellijk een besluit krachtens artikel 126, lid 9, VWEU respectievelijk artikel 126, lid 11, VWEU.</P><P><NO.P>3.</NO.P>Indien uit feitelijke gegevens uit hoofde van Verordening (EG) nr. 479/2009 blijkt dat een deelnemende lidstaat een buitensporig tekort niet heeft gecorrigeerd binnen de termijnen die in aanbevelingen krachtens artikel 126, lid 7, VWEU of aanmaningen krachtens artikel 126, lid 9, VWEU, gesteld zijn, neemt de Raad onmiddellijk een besluit krachtens artikel 126, lid 9, VWEU respectievelijk artikel 126, lid 11, VWEU.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9)</NO.P>Artikel 10 bis wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>lid 1 wordt vervangen door:<CITATION><P>“1. De Commissie zorgt conform de doelstellingen van deze verordening voor een permanente dialoog met de autoriteiten van de lidstaten. Daartoe voert de Commissie in het bijzonder missies uit om de feitelijke economische situatie in de lidstaat te beoordelen en om eventuele risico’s of moeilijkheden bij de naleving van de doelstellingen van deze verordening te inventariseren, en maakt zij contacten met andere relevante belanghebbenden mogelijk, waaronder de nationale onafhankelijke begrotings­instellingen.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>lid 2 wordt vervangen door:<CITATION><P>“2. De Commissie kan nadat de Raad een aanmaning krachtens artikel 126, lid 9, VWEU, heeft vastgesteld en op verzoek van het parlement van de betrokken lidstaat, haar beoordeling van de economische en begrotingssituatie in de lidstaat voorleggen. Het toezicht kan met het oog op toezicht ter plaatse worden versterkt voor lidstaten die het voorwerp vormen van aanbevelingen en aanmaningen naar aanleiding van een besluit krachtens artikel 126, lid 8, VWEU en besluiten krachtens artikel 126, lid 11, VWEU. De betrokken lidstaten verstrekken alle informatie die nodig is voor de voorbereiding en de uitvoering van de missie.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>10)</NO.P>artikel 12 wordt vervangen door:<CITATION><P><STRING ITALIC="on">“Artikel 12</STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P>De boete bedraagt ten hoogste 0,05 % van de meest recente raming van het bbp van het voorgaande jaar, voor de duur van zes maanden en moet halfjaarlijks worden voldaan tot de Raad vaststelt dat de betrokken lidstaat effectief gevolg heeft gegeven aan de krachtens artikel 126, lid 9, VWEU gegeven aanmaning.</P><P><NO.P>2.</NO.P>Tot het besluit omtrent het bestaan van een buitensporig tekort wordt ingetrokken, beoordeelt de Raad in elke periode van zes maanden die volgt op de periode waarin een boete is opgelegd of de betrokken deelnemende lidstaat effectief gevolg heeft gegeven aan de aanmaning van de Raad krachtens artikel 126, lid 9, VWEU. In deze halfjaarlijkse beoordeling besluit de Raad overeenkomstig artikel 126, lid 11, VWEU om de sancties te versterken, tenzij de betrokken deelnemende lidstaat gevolg heeft gegeven aan de aanmaning van de Raad.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>11)</NO.P>de artikelen 14 en 15 worden vervangen door:<CITATION><P><STRING ITALIC="on">“Artikel 14</STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P>Afhankelijk van de mate waarin de betrokken deelnemende lidstaat erin is geslaagd het buitensporige tekort te corrigeren, trekt de Raad de in artikel 126, lid 11, eerste en tweede streepje, VWEU, bedoelde sancties overeenkomstig artikel 126, lid 12, VWEU in.</P><P><STRING ITALIC="on">Artikel 15</STRING></P><P>Overeenkomstig artikel 126, lid 12, VWEU trekt de Raad alle nog openstaande sancties in indien het besluit over het bestaan van een buitensporig tekort wordt ingetrokken. Boetes die krachtens artikel 12 van deze verordening zijn opgelegd, worden niet aan de betrokken deelnemende lidstaat terugbetaald.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>12)</NO.P>artikel 16 wordt vervangen door:<CITATION><P><STRING ITALIC="on">“Artikel 16</STRING></P><P>De in artikel 12 bedoelde geldboetes vormen algemene ontvangsten voor de EU-begroting.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>12 bis)</NO.P>artikel 17 wordt geschrapt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>13)</NO.P>artikel 17 bis wordt vervangen door:<CITATION><P>“1.	Uiterlijk 31 december 2030, en daarna elke vijf jaar, stelt de Commissie een verslag op over de toepassing van deze verordening, in voorkomend geval vergezeld van een voorstel tot wijziging van deze verordening. De Commissie maakt dit verslag openbaar. Het verslag bevat een evaluatie van de doeltreffendheid van deze verordening bij de verwezenlijking van de in artikel 1 bedoelde doelstellingen en voorts van de vooruitgang die is geboekt bij het waarborgen van een nauwere coördinatie van het economisch beleid en de aanhoudende convergentie van de economische prestaties van de lidstaten overeenkomstig het VWEU.</P><P><NO.P>3.</NO.P>Het verslag wordt toegezonden aan het Europees Parlement en de Raad.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>14)</NO.P>het volgende artikel 17 ter wordt ingevoegd:<CITATION><P><STRING ITALIC="on">“Artikel 17 ter</STRING></P><P>Op aanbeveling van de Commissie stelt de Raad een herziene aanbeveling krachtens artikel 126, lid 7, VWEU of een herziene aanmaning krachtens artikel 126, lid 9, VWEU vast voor lidstaten waaraan op [datum inwerkingtreding van de wijzigingsverordening] reeds een aanbeveling krachtens artikel 126, lid 7, VWEU, of een aanmaning krachtens artikel 126, lid 9, VWEU was gericht en die daaraan effectief gevolg hebben gegeven.</P><P>De Raad stelt de herziene aanbeveling of aanmaning tezamen vast met de vaststelling van de aanbeveling uit hoofde van artikel 16 van Verordening (EU) [betreffende het preventieve deel] waarin het netto-uitgaventraject wordt vastgesteld.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>15)</NO.P>de bijlage wordt geschrapt.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART><STRING ITALIC="on">Artikel 2</STRING></TI.ART><STI.ART>Inwerkingtreding</STI.ART><PARAG>Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING>.</PARAG><PARAG>Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><SIGNATURE><P>Gedaan te Brussel,</P><P><STRING ITALIC="on">Voor de Raad	De voorzitter</STRING></P></SIGNATURE></DISPOSITIF></TEXT></TCONSOLID></TXTLST></SDOCTA>