<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0313</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Voorschriften voor de begrotingskaders van de lidstaten – wijzigingsrichtlijn</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0440/2023 - Rapporteurs: Markus Ferber, Margarida Marques)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 23 april 2024 over het voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2011/85/EU betreffende voorschriften voor de begrotingskaders van de lidstaten (15396/2023 – C9-0006/2024 – 2023/0136(NLE))</STRING></TI><NOTE>(Raadpleging)</NOTE><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het ontwerp van de Raad (15396/2023),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 126, lid 14, derde alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C9‑0006/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 82 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken (A9-0440/2023),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan het ontwerp van de Raad, zoals geamendeerd door het Parlement;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in zijn ontwerp;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST><TXTLST><TCONSOLID><TI><STRING BOLD="on">Amendement		2</STRING><BRK/>AMENDEMENTEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">*</STRING> Amendementen: nieuwe of vervangende tekst staat in vet en cursief, schrappingen zijn met het symbool ▐ aangegeven.</FIELD></FOOTNOTE><BRK/>op het ontwerp van de Raad<BRK/>---------------------------------------------------------<BRK/>RICHTLIJN VAN DE RAAD<BRK/>tot wijziging van Richtlijn 2011/85/EU betreffende voorschriften voor de begrotingskaders van de lidstaten<BRK/></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT>DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,</PRINIT><GRVISA><VISA><P>Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 126, lid 14, derde alinea,</P></VISA><VISA><P>Gezien het voorstel van de Europese Commissie,</P></VISA><VISA><P>Gezien het advies van het Europees Parlement,</P></VISA><VISA><P>Gezien het advies van de Europese Centrale Bank<FOOTNOTE><FIELD>PB C 290 van 18.8.2023, blz. 17.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><GRCINIT>Overwegende hetgeen volgt:</GRCINIT><CONS><P><NO.P>(1)</NO.P>Om ervoor te zorgen dat de lidstaten hun verplichtingen op het gebied van het begrotingsbeleid uit hoofde van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) nakomen, en met name om buitensporige overheidstekorten te vermijden, zijn bij Richtlijn 2011/85/EU van de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2011/85/EU van de Raad van 8 november 2011 tot vaststelling van voorschriften voor de begrotingskaders van de lidstaten (PB L 306 van 23.11.2011, blz. 41).</FIELD></FOOTNOTE> gedetailleerde regels vastgesteld met betrekking tot de kenmerken van de begrotingskaders van de lidstaten.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(2)</NO.P>Voortbouwend op de ervaring die sinds de inwerkingtreding van Richtlijn 2011/85/EU met de economische en monetaire unie is opgedaan, moeten de vereisten met betrekking tot de regels en procedures die de begrotingskaders van de lidstaten vormen, worden gewijzigd.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(3)</NO.P>In 2019 publiceerde de Europese Rekenkamer een verslag waarin de vereisten van de Unie inzake nationale begrotingskaders werden onderzocht en de Commissie werd aanbevolen deze vereisten te herzien, rekening houdend met internationale normen en beste praktijken. De Europese Rekenkamer heeft specifieke maatregelen voorgesteld om de reikwijdte en de doeltreffendheid van de nationale begrotingskaders te verbeteren, met name wat betreft begrotingskaders voor de middellange termijn en onafhankelijke begrotingsinstellingen<FOOTNOTE><FIELD>Speciaal verslag van de Europese Rekenkamer van 2019 “De EU-vereisten voor nationale begrotingskaders: behoefte aan verdere versterking en betere monitoring van de uitvoering”.</FIELD></FOOTNOTE>.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(4)</NO.P>In haar mededeling van 5 februari 2020<FOOTNOTE><FIELD>Mededeling COM(2020)0055 van 5 februari 2020 van de Commissie “Evaluatie van de economische governance, Verslag over de toepassing van de Verordeningen (EU) nrs. 1173/2011, 1174/2011, 1175/2011, 1176/2011, 1177/2011, 472/2013 en 473/2013 en over de geschiktheid van Richtlijn 2011/85/EU van de Raad”.</FIELD></FOOTNOTE> wees de Commissie op aanzienlijke maar ongelijke vooruitgang bij de ontwikkeling van nationale begrotingskaders, aangezien het Unierecht slechts minimumvereisten vaststelt en de uitvoering en naleving van de nationale bepalingen zeer uiteenlopend was. Voorts werd in die mededeling nagegaan in hoeverre het kader de behoeften zou ondersteunen van het economische, ecologische en sociale beleid in verband met de transitie naar een klimaatneutrale, hulpbronnenefficiënte en digitale Europese economie, als aanvulling op de belangrijke rol van de regelgeving en structurele hervormingen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(5)</NO.P>In haar mededeling van 11 december 2019 over de Europese Green Deal<FOOTNOTE><FIELD>Mededeling COM(2019)0640 van de Commissie “De Europese Green Deal”.</FIELD></FOOTNOTE> riep de Commissie ertoe op om meer gebruik te maken van groene begrotingsinstrumenten om openbare investeringen, consumptie en belastingen te verleggen in de richting van groene prioriteiten en weg van schadelijke subsidies. De Europese klimaatwet heeft als doel de hele Unie in 2050 klimaatneutraal te maken en verplicht de instellingen van de Unie en de lidstaten ertoe om vooruitgang te boeken bij het vergroten van het aanpassingsvermogen. De Commissie heeft toegezegd met de lidstaten te werken aan het screenen en benchmarken van groene begrotingspraktijken. In haar mededeling van 24 februari 2021 over de nieuwe EU-strategie voor aanpassing aan de klimaatverandering<FOOTNOTE><FIELD>Mededeling COM(2021)0082 van de Commissie “Een klimaatveerkrachtig Europa tot stand brengen – de nieuwe EU-strategie voor aanpassing aan de klimaatverandering”.</FIELD></FOOTNOTE> wees de Commissie op de macro-economische en fiscale relevantie van klimaatverandering en benadrukte zij dat de Unie beter bestand moet worden tegen de gevolgen van klimaatverandering. Het Europees Semester biedt een aanvullend kader om dergelijke inspanningen te ondersteunen en het instrument voor technische ondersteuning biedt praktische bijstand bij de uitvoering ervan.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(6)</NO.P>In haar mededeling van 9 november 2022 over een leidraad voor een hervorming van het EU-kader voor economische governance<FOOTNOTE><FIELD>Mededeling COM(2022)0583 van de Commissie “Leidraad voor een hervorming van het EU-kader voor economische governance”.</FIELD></FOOTNOTE> benadrukte de Commissie dat de houdbaarheid van de schuld moet worden versterkt en de hoge overheidsschuldquotes moeten worden teruggedrongen en tegelijkertijd duurzame en inclusieve groei in alle lidstaten moet worden bevorderd. De belangrijkste doelstellingen van de leidraad zijn het verbeteren van de nationale verantwoordelijkheid, het vereenvoudigen van het kader en het streven naar een grotere focus op de middellange termijn, in combinatie met een sterkere en coherentere handhaving.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(7)</NO.P>Om de naleving van de bepalingen van het VWEU te verbeteren en met name buitensporige overheidstekorten in de zin van artikel 126 VWEU te voorkomen, moet de wetgeving van de lidstaten, overeenkomstig de mededeling van de Commissie van 9 november 2022 betreffende een leidraad voor een hervorming van het EU-kader voor economische governance, specifieke bepalingen ter versterking van de nationale verantwoordelijkheid bevatten die verder gaan dan die welke momenteel vereist zijn op grond van Richtlijn 2011/85/EU. Voortbouwend op het bewijs van de uitvoering van die richtlijn moeten de wijzigingen ook betrekking hebben op bepalingen inzake transparantie en statistieken, prognoses en budgettering op middellange termijn om tekortkomingen aan te pakken die tijdens de uitvoering aan het licht zijn gekomen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(8)</NO.P>Deze richtlijn maakt deel uit van een pakket samen met Verordening (EU) [XXX]<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) van het Europees Parlement en de Raad van [<STRING ITALIC="on">datum invoegen</STRING>] [<STRING ITALIC="on">volledige titel invoegen</STRING>] (PB L ..).</FIELD></FOOTNOTE> van het Parlement en de Raad tot vervanging van Verordening (EG) nr. 1466/97<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid(PB L 209 van 2.8.1997, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> (het preventieve deel van het stabiliteits- en groeipact) en Verordening [XXX]<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) van de Raad van [<STRING ITALIC="on">datum invoegen</STRING>] [<STRING ITALIC="on">volledige titel invoegen</STRING>] (PB L ..).</FIELD></FOOTNOTE> van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1467/97<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad van 7 juli 1997 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten(PB L 209 van 2.8.1997, blz. 6).</FIELD></FOOTNOTE> van de Raad (het correctieve deel van het stabiliteits- en groeipact). Samen stellen zij een hervormd kader voor economische governance van de Unie vast waarbij de inhoud van titel III “Begrotingspact” van het intergouvernementeel Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur (VSCB) in de economische en monetaire unie overeenkomstig artikel 16 van dat verdrag in het recht van de Unie<FOOTNOTE><FIELD>Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur in de economische en monetaire unie van 2 maart 2012.</FIELD></FOOTNOTE> wordt opgenomen. Door voort te bouwen op de ervaring die is opgedaan met de uitvoering van het VSCB door de lidstaten, behoudt het pakket de middellangetermijnoriëntatie van het begrotings­pact als instrument om begrotingsdiscipline en groeibevordering te bewerkstelligen. Het pakket heeft een sterkere landspecifieke dimensie om de nationale verantwoordelijkheid te vergroten, onder meer door het behoud van de rol van onafhankelijke begrotings­instellingen, die gebaseerd is op de door de Commissie voorgestelde gemeenschappelijke beginselen van het begrotingspact<FOOTNOTE><FIELD>Mededeling van de Commissie “Gemeenschappelijke beginselen inzake nationale begrotingscorrectiemechanismen” (COM(2012)0342 van 20 juni 2012).</FIELD></FOOTNOTE> in overeenstemming met artikel 3, lid 2, VSCB. De analyse van de uitgaven ongerekend discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde voor de door het begrotingspact vereiste algehele beoordeling van de naleving is opgenomen in Verordening [XXX] tot vervanging van Verordening (EG) nr. 1466/97. Net als het begrotingspact staat Verordening [XXX] tot vervanging van Verordening (EG) nr. 1466/97 tijdelijke afwijkingen van het middellangetermijnplan alleen in uitzonderlijke omstandigheden toe. Evenzo moeten, in geval van significante afwijkingen van het middellangetermijnplan, maatregelen worden genomen om de afwijkingen over een bepaalde periode te corrigeren. Met dit pakket worden procedures voor begrotingstoezicht en handhaving versterkt om gezonde en houdbare overheidsfinanciën en duurzame en inclusieve groei te kunnen bevorderen. De hervorming van het kader voor economische governance handhaaft dus de fundamentele doelstellingen van begrotingsdiscipline en houdbaarheid van de schuld die in het VSCB zijn vastgelegd.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(9)</NO.P>Een volledige en betrouwbare overheidsboekhouding voor alle subsectoren van de overheid is een eerste vereiste voor de productie van hoogwaardige statistieken die tussen de lidstaten onderling vergelijkbaar zijn. De beschikbaarheid en de kwaliteit van statistieken op basis van het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen (ESR) zijn essentieel voor de goede werking van het uniale kader voor begrotingstoezicht. Het ESR 2010 steunt op gegevens die worden verstrekt op transactiebasis. Daarom is het wenselijk de verzameling van gegevens op transactiebasis en informatie die nodig is om statistieken op transactiebasis te genereren, te verbeterd op een wijze die alomvattend en samenhangend is voor alle subsectoren van de overheid.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(10)</NO.P>De beschikbaarheid van hoogfrequente gegevens kan patronen aan het licht brengen die nader toezicht rechtvaardigen, en de kwaliteit van de begrotingsprognoses verbeteren. De lidstaten en de Commissie (Eurostat) moeten kwartaalgegevens over het tekort en de schuld publiceren volgens de definities van artikel 2 van het aan het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en het VWEU gehechte protocol (nr. 12) betreffende de procedure bij buitensporige tekorten. De bekendmaking van hogerfrequente begrotingsgegevens die zijn afgestemd op nationale begrotingsdefinities moet, om de nationale verantwoordelijkheid te verbeteren, worden bepaald op basis van nationale transparantievereisten en gebruikersbehoeften.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(11)</NO.P>Vertekende en onrealistische macro-economische en budgettaire prognoses voor de wetgeving betreffende de jaarlijkse en meerjarenbegroting kunnen de effectiviteit van de begrotingsplanning aanzienlijk belemmeren en derhalve de handhaving van de begrotingsdiscipline schaden. Om de basisaannames te verbeteren, moeten de lidstaten hun macro-economische en budgettaire prognoses vergelijken met de meest recente prognoses van de Commissie en, indien van toepassing, met die van andere onafhankelijke instanties.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(12)</NO.P>Om de kwaliteit van de macro-economische en budgettaire prognoses voor de jaarlijkse en meerjarige begrotingsplanning voor de overheid te verbeteren, moeten deze op gezette tijden worden onderworpen aan objectieve en alomvattende ex-postevaluaties die worden uitgevoerd door een onafhankelijke instantie of andere instanties die functioneel autonoom zijn ten opzichte van de begrotingsautoriteiten van de lidstaten, niet zijnde de instantie die de prognose opstelt. Die evaluaties omvatten een doorlichting van de economische aannames, vergelijking met prognoses die door andere instellingen zijn opgesteld, en een evaluatie van de correctheid van in het verleden opgestelde prognoses.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(13)</NO.P>Onafhankelijke met het toezicht op de overheidsfinanciën in de lidstaten belaste instanties zijn een doeltreffende bouwsteen van begrotingskaders. Verordening (EU) nr. 473/2013 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) nr. 473/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende gemeenschappelijke voorschriften voor het monitoren en beoordelen van ontwerpbegrotingsplannen en voor het garanderen van de correctie van buitensporige tekorten van de lidstaten van de eurozone (PB L 140 van 27.5.2013, blz. 11).</FIELD></FOOTNOTE> schrijft voor dat de lidstaten die de euro als munt hebben, over onafhankelijke begrotingsinstellingen moeten beschikken die belast zijn met de bekrachtiging of opstelling van macro-economische prognoses, en stelt specifieke waarborgen vast met betrekking tot hun onafhankelijkheid en technische capaciteit. Onverminderd de vereisten uit hoofde van Verordening (EU) nr. 473/2013, moeten de onafhankelijke begrotingsinstellingen bij het opstellen, beoordelen of bekrachtigen van macro-economische prognoses overeenkomstig artikel 8, lid 4, rekening houden met de nationale procedures en praktijken die in de lidstaten gelden, ook wat betreft het tijdstip waarop zij die taak uitvoeren.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(14)</NO.P>Om tot een grotere verantwoordelijkheid op het gebied van het begrotingsbeleid te komen, moeten onafhankelijke begrotingsinstellingen over een hoge mate van operationele onafhankelijkheid beschikken, over de nodige middelen beschikken om hun taken uit te voeren en uitgebreide en tijdige toegang hebben tot de nodige informatie. De lidstaten kunnen meer dan één onafhankelijke begrotingsinstelling oprichten en elke onafhankelijke begrotingsinstelling kan een of meer van de in deze richtlijn vastgelegde taken uitvoeren, zolang er sprake is van een duidelijke verdeling van verantwoordelijkheden en deze elkaar niet overlappen. Buitensporige institutionele versnippering van toezichtstaken moet worden vermeden. Bij de opzet van deze toezichthoudende instanties moet rekening worden gehouden met de bestaande institutionele kaders en de administratieve structuur van de betrokken lidstaat.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(15)</NO.P>Om de begrotingsplanning te verbeteren, moet voor zover mogelijk de nodige aandacht worden besteed aan de macrobudgettaire risico’s van klimaatverandering, met inbegrip van de milieu- en verdelingseffecten daarvan. Voor nationale strategieën is inzicht in de potentiële kanalen waarlangs klimaatgerelateerde schokken de overheidsfinanciën beïnvloeden, onmisbaar om de begrotingsrisico’s als gevolg van de klimaatverandering en daarmee samenhangende rampen te beperken en te beheersen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(16)</NO.P>Hoewel de goedkeuring van wetgeving betreffende de jaarlijkse begroting wat democratische verantwoordingsplicht betreft een fundamentele stap is in het begrotings­proces, biedt een perspectief van één jaar voor de begrotingsplanning een beperkte basis voor een deugdelijk begrotingsbeleid, aangezien de meeste maatregelen gevolgen hebben die veel verder gaan dan de jaarlijkse begrotingscyclus. Een doeltreffende begrotings­planning op middellange termijn versterkt dan ook de geloofwaardigheid van het begrotingsbeleid, rekening houdend met de houdbaarheid van de schuld. Die planning moet berusten op een duidelijke en consistente definitie van nationale begrotings­doelstellingen voor de middellange termijn voor de overheid, die in nationale middellangetermijnplannen worden gepresenteerd. Om een meerjarig begrotings­perspectief te versterken, moet de planning van de wetgeving betreffende de jaarlijkse begroting stroken met de in artikel 2, punt e), bedoelde nationale begrotingsdoelstellingen voor de middellange termijn.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(17)</NO.P>Om de begrotingsdiscipline en de houdbaarheid van de overheidsfinanciën daadwerkelijk te bevorderen, moeten de begrotingskaders de overheidsfinanciën volledig bestrijken. Daarom moet bijzondere aandacht worden besteed aan transacties van die instellingen en fondsen van de overheid die niet zijn opgenomen in de reguliere begrotingen op subsector­niveau, maar die deel uitmaken van de overheid en haar subsectoren en die onmiddellijk of op middellange termijn gevolgen hebben voor de begrotingssituaties van de lidstaten. De lidstaten publiceren ook waarden die overeenstemmen met de gecombineerde impact van die instellingen en fondsen op het overheidssaldo en de overheidsschuld. Er moet gedetailleerde informatie over de gevolgen van belastinguitgaven voor de ontvangsten worden gepubliceerd.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(19)</NO.P>Groene begrotingsinstrumenten kunnen helpen om overheidsinkomsten en -uitgaven te verleggen in de richting van groene prioriteiten. In dat opzicht verbetert regelmatige rapportage van relevante informatie de begrotingsdebatten. De lidstaten kunnen informatie publiceren over de wijze waarop de relevante elementen van hun begroting bijdragen tot de verwezenlijking van nationale en internationale verplichtingen op het gebied van klimaat en milieu en over de gebruikte methodologie. De lidstaten moeten voor uitgaven-, belastinguitgaven- en ontvangstenposten afzonderlijk gegevens en beschrijvende informatie publiceren. De lidstaten kunnen informatie publiceren over de verdelings­effecten van het begrotingsbeleid en bij de ontwikkeling van groene budgettering rekening te houden met werkgelegenheids-, sociale en verdelingsaspecten<FOOTNOTE><FIELD>Mededeling van de Commissie COM(2022)0494 van 28 september 2022 “De verdelingseffecten van het beleid van de lidstaten beter beoordelen” en artikel 6, lid 3, punt d), van Verordening (EU) nr. 473/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende gemeenschappelijke voorschriften voor het monitoren en beoordelen van ontwerpbegrotingsplannen en voor het garanderen van de correctie van buitensporige tekorten van de lidstaten van de eurozone (PB L 140 van 27.5.2013, blz. 11).</FIELD></FOOTNOTE>.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(20)</NO.P>Bijzondere aandacht moet worden besteed aan het bestaan van voorwaardelijke verplichtingen. Meer bepaald betreffen voorwaardelijke verplichtingen mogelijke verplichtingen die afhankelijk zijn van een onzekere toekomstige gebeurtenis, of bestaande verplichtingen waarbij betaling onwaarschijnlijk is of het bedrag van de waarschijnlijke betaling niet op een betrouwbare manier kan worden vastgesteld. Zij omvatten bijvoorbeeld overheidsgaranties, niet-renderende leningen, uit de exploitatie van overheidsbedrijven voortvloeiende verplichtingen, en, voor zover mogelijk ramp- en klimaatgerelateerde voorwaardelijke verplichtingen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(21)</NO.P>De meeste lidstaten hebben te maken gehad met natuurrampen en extreme weersomstandigheden, en door de klimaatverandering zal naar verwachting de frequentie en intensiteit van dergelijke gebeurtenissen toenemen. Overheden investeren in klimaatadaptatiemaatregelen en springen bij om bij rampen de kosten voor noodhulp, herstel en wederopbouw te dekken en in sommige gevallen als verzekeraar in laatste instantie op te treden. Gezien de bestaande en toekomstige uitdagingen voor de houdbaarheid van de overheidsfinanciën moet bijzondere aandacht worden besteed aan de verplichtingen van de overheid en de risico’s voor de overheidsfinanciën die voortvloeien uit natuurrampen en klimaatgerelateerde schokken, voor zover mogelijk te beginnen met het verzamelen en publiceren van informatie over de begrotingskosten van gebeurtenissen uit het verleden.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(21 bis)</NO.P>De rapportage over macrobudgettaire risico’s van klimaatverandering, klimaatgerelateerde voorwaardelijke verplichtingen en begrotingskosten van rampen vertoont weliswaar verbetering, maar bevindt zich nog in de kinderschoenen en de methoden en indicatoren ervoor zijn nog in ontwikkeling. De aanpassing aan deze rapportage zal forse inspanningen vereisen van de overheidsdiensten. De rapportage op deze gebieden moet, rekening houdend met deze uitdagingen en voor zover mogelijk, parallel met die methodologische vorderingen verlopen en worden ontwikkeld.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(22)</NO.P>De Commissie moet de uitvoering van Richtlijn 2011/85/EU regelmatig blijven monitoren. Er moeten beste praktijken met betrekking tot de uitvoering van de bepalingen van die richtlijn worden vastgesteld en gedeeld.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(23)</NO.P>Richtlijn 2011/85/EU moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><DINIT>HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:</DINIT><GR.ART><ARTICLE><TI.ART>Richtlijn 2011/85/EU wordt als volgt gewijzigd:</TI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1)</NO.P>artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>in de eerste alinea wordt de tweede zin vervangen door:<CITATION><P>“De definitie van subsectoren van de overheid die is neergelegd in bijlage A bij Verordening (EU) nr. 549/2013 van het Europees Parlement en de Raad is van toepassing.*</P><P>___________</P><P>*PB L 174 van 26.6.2013, blz. 1.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de tweede alinea wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>punt a) wordt vervangen door:<CITATION><P>“a) stelsels voor overheidsboekhouding en statistische rapportage door de overheid;”</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>punt c) wordt vervangen door:<CITATION><P>“c) landspecifieke cijfermatige begrotingsregels die bijdragen tot het consequent voeren van het begrotingsbeleid door de lidstaat in overeenstemming met de respectieve verplichtingen van de lidstaat uit hoofde van het VWEU en die de vorm aannemen van een indicator van de begrotingsresultaten, zoals het begrotingstekort, de opgenomen leningen en de schuld van de overheid, of een belangrijk onderdeel daarvan;”</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>iii)</NO.P>punt e) wordt vervangen door:<CITATION><P>“e) begrotingskaders voor de middellange termijn als een specifiek samenstel van nationale begrotingsprocedures die een langere horizon voor de budgettaire beleidsvorming behelzen dan de éénjarige begrotingskalender, door onder meer beleidsprioriteiten en nationale begrotingsdoelstellingen voor de middellange termijn vast te stellen;”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>iv)</NO.P>het volgende punt h) wordt toegevoegd:<CITATION><P>“h) overeenkomstig artikel 8 bij nationale wettelijke bepalingen opgerichte onafhankelijke begrotingsinstellingen, zoals structureel onafhankelijke instanties of instanties die functioneel autonoom zijn ten opzichte van de begrotingsautoriteiten van de lidstaten.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2)</NO.P>artikel 3 wordt vervangen door:<CITATION><P>“1.	Wat de nationale stelsels voor overheidsboekhouding betreft, beschikken de lidstaten over stelsels voor overheidsboekhouding die volledig en coherent alle subsectoren van de overheid bestrijken en die de informatie bevatten die nodig is voor het genereren van transactiegegevens ter voorbereiding van op het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen gebaseerde gegevens. Die stelsels voor overheidsboekhouding zijn aan interne controle en onafhankelijke audits onderworpen.</P><P><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten waarborgen dat de begrotingsgegevens van alle subsectoren van de overheid zoals beschreven in Verordening (EU) nr. 549/2013 van het Europees Parlement en de Raad* regelmatig en tijdig openbaar beschikbaar zijn. Met name publiceren de lidstaten, vóór het einde van het volgende kwartaal of na publicatie van de relevante gegevens door de Commissie (Eurostat), voor de centrale overheid, deelstaatoverheid, lagere overheid en socialezekerheidsfondsen afzonderlijk kwartaalgegevens over de schuld en, tenzij zij over geïntegreerde, alomvattende en nationaal geharmoniseerde financiële boekhoudsystemen op transactiebasis beschikken, over het tekort.</P><P><NO.P>3.</NO.P>De Commissie (Eurostat) publiceert om de drie maanden de statistische kwartaalgegevens van de overheidsfinanciën overeenkomstig de tabellen 25, 27 en 28 van bijlage B bij Verordening (EU) nr. 549/2013.</P><P>___________</P><P>*PB L 174 van 26.6.2013, blz. 1.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3)</NO.P>artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>lid 1 wordt vervangen door:<CITATION><P>“1.	De lidstaten zien erop toe dat de jaarlijkse of meerjarige begrotingsplanning is gebaseerd op realistische macro-economische en budgettaire prognoses die van de meest actuele informatie gebruikmaken. De begrotingsplanning is gebaseerd op het meest waarschijnlijke macrobudgettaire scenario of op een meer prudent scenario. De macro-economische en budgettaire prognoses worden vergeleken met de recentste prognoses van de Commissie en indien passend die van andere onafhankelijke instanties. Aanzienlijke verschillen tussen de macro-economische en budgettaire prognoses van de lidstaat en de prognoses van de Commissie worden toegelicht, onder meer als het niveau of de groei van variabelen in externe aannames aanzienlijk afwijkt van de waarden in de prognoses van de Commissie.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>lid 4 wordt geschrapt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de leden 5 en 6 worden vervangen door:<CITATION><P>“5.	De lidstaten geven aan welke instelling verantwoordelijk is voor het opstellen van macro-economische en budgettaire prognoses en maken de officiële macro-economische en budgettaire prognoses die voor begrotingsplanning zijn opgesteld openbaar. Ten minste eenmaal per jaar gaan de lidstaten en de Commissie een technische dialoog aan over de aannames die ten grondslag liggen aan de voorbereiding van de macro-economische en begrotingsprognoses.</P><P><NO.P>6.</NO.P>Om de kwaliteit van de macro-economische en budgettaire prognoses voor de jaarlijkse en meerjarige begrotingsplanning te verbeteren, worden deze op gezette tijden onderworpen aan objectieve en alomvattende ex-postevaluaties door een onafhankelijke instantie of andere instanties die functioneel autonoom zijn ten opzichte van de begrotingsautoriteiten van de lidstaten, niet zijnde de instantie die de prognose opstelt. De resultaten van die evaluatie worden openbaar gemaakt en bij toekomstige macro-economische en budgettaire prognoses waar nodig in aanmerking genomen. Indien uit de evaluatie een significante afwijking blijkt die gedurende ten minste vier opeenvolgende jaren van invloed is op de macro-economische prognoses neemt de betrokken lidstaat de nodige maatregelen en maakt hij een en ander openbaar.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>lid 7 wordt geschrapt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4)</NO.P>artikel 5 wordt vervangen door:<CITATION><P>“Artikel 5</P><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">Elke lidstaat voert specifieke cijfermatige begrotingsregels in om de naleving over een meerjarige periode voor de overheid als geheel van de uit het VWEU op het vlak van begrotingsbeleid voortvloeiende verplichtingen doeltreffend te bevorderen. Deze regels bevorderen in het bijzonder het volgende:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>naleving van de overeenkomstig het VWEU vastgestelde referentiewaarden voor en bepalingen inzake het tekort en de schuld;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>de vaststelling van een begrotingsplanningshorizon op middellange termijn, in overeenstemming met de bepalingen van Verordening [XXX preventief deel van het SGP].*</ITEM></LIST></P><P><STRING UNDERLINE="on">__________________</STRING></P><P>* Verordening (EU) van het Europees Parlement en de Raad van [<STRING ITALIC="on">datum invoegen</STRING>] [<STRING ITALIC="on">volledige titel invoegen</STRING>] (PB L ..).”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5)</NO.P>artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>in lid 1 wordt punt b) vervangen door:<CITATION><P>“b) de effectieve en tijdige monitoring van de inachtneming van de regels, gebaseerd op een betrouwbare en onafhankelijke analyse door overeenkomstig artikel 8 opgerichte onafhankelijke begrotingsinstellingen of andere instanties die functioneel autonoom zijn ten aanzien van de begrotingsautoriteiten van de lidstaten;”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>lid 2 wordt vervangen door:<CITATION><P>“Indien de cijfermatige begrotingsregels ontsnappingsclausules bevatten, worden hierin een beperkt aantal specifieke omstandigheden in verband met de voor de lidstaten uit het VWEU en verordening [XXX preventief deel van het SGP] voortvloeiende verplichtingen omschreven.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6)</NO.P>artikel 7 wordt vervangen door:<CITATION><P>“Artikel 7</P><P>De nationale wetgeving betreffende de jaarlijkse begroting strookt met de geldende landspecifieke cijfermatige begrotingsregels.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7)</NO.P>in hoofdstuk V wordt de titel vervangen door “ONAFHANKELIJKE BEGROTINGS­INSTELLINGEN”;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8)</NO.P>artikel 8 wordt vervangen door:<CITATION><P>“Artikel 8</P><P><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat bij nationale wetgeving, regelgeving of bindende administratieve voorschriften onafhankelijke begrotingsinstellingen worden opgericht, zoals structureel onafhankelijke instanties of instanties die functioneel autonoom zijn ten opzichte van de begrotingsautoriteiten van de lidstaten.</P><P><NO.P>1 bis.</NO.P>De lidstaten kunnen meer dan één onafhankelijke begrotingsinstelling oprichten.</P><P><NO.P>2.</NO.P>De in lid 1 bedoelde instellingen bestaan uit leden die door middel van transparante procedures worden voorgedragen en benoemd op basis van hun ervaring en bekwaamheid op het gebied van overheidsfinanciën, macro-economie of begrotingsbeheer.</P><P><NO.P>3.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">De in lid 1 bedoelde instellingen:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>nemen geen instructies aan van de begrotingsautoriteiten van de betrokken lidstaat of enige andere publieke of private instantie;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>hebben de capaciteit om tijdig publiekelijk te communiceren over hun beoordelingen en adviezen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>beschikken over toereikende en stabiele middelen om hun taken effectief te kunnen uitvoeren, inclusief alle soorten analyses die binnen hun taakomschrijving vallen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>d)</SYMBOL>hebben adequate en tijdige toegang tot de informatie die nodig is om hun taken uit te voeren;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>e)</SYMBOL>worden onderworpen aan regelmatige externe evaluaties door onafhankelijke beoordelaars.</ITEM></LIST></P><P><NO.P>4.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">Onverminderd de overeenkomstig Verordening (EU) nr. 473/2013 aan de lidstaten die de euro als munt hebben toegewezen taken en functies, zorgen alle lidstaten ervoor dat de volgende taken worden uitgevoerd door een van de in lid 1 bedoelde instellingen:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>(a)</SYMBOL>opstellen, beoordelen en bekrachtigen van jaarlijkse en meerjarige macro-economische prognoses;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>(d)</SYMBOL>monitoren van de naleving van de landspecifieke cijfermatige begrotingsregels overeenkomstig artikel 6, tenzij andere instanties daarvoor instaan; </ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>(e)</SYMBOL>uitvoeren van taken overeenkomstig de toepasselijke artikelen van Verordening [XXX preventief deel van het SGP] en van Verordening [XXX correctief deel van het SGP]*;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>(f)</SYMBOL>beoordelen van de consistentie, samenhang en doeltreffendheid van het nationale begrotingskader;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>(g)</SYMBOL>op uitnodiging deelnemen aan regelmatige hoorzittingen en debatten in het nationale parlement.</ITEM></LIST></P><P><NO.P>5.</NO.P>Onverminderd de overeenkomstig Verordening (EU) nr. 473/2013 toegekende taken en functies, geven de instellingen in de context van de in lid 4, punten a), d), e) en f), bedoelde taken beoordelingen af. De lidstaten geven gevolg aan deze beoordelingen, of lichten toe waarom ze dat niet doen. Die toelichting is openbaar en wordt twee maanden na afgifte van de beoordelingen ingediend.</P><P><STRING BOLD="on"><STRING UNDERLINE="on">_</STRING></STRING><STRING UNDERLINE="on">________________</STRING></P><P>* Verordening (EU) van de Raad van [datum invoegen] [volledige titel invoegen] (PB L ..).</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9)</NO.P>artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>lid 1 wordt vervangen door:<CITATION><P>“1. De lidstaten stellen een geloofwaardig, doeltreffend nationaal begrotingskader voor de middellange termijn vast dat voorziet in een planningshorizon van ten minste drie jaar voor de begroting om te waarborgen dat bij de nationale begrotingsplanning wordt uitgegaan van een meerjarenperspectief.”</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>lid 2 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>de inleidende zin wordt vervangen door:<CITATION><P>“2. Nationale begrotingskaders voor de middellange termijn omvatten procedures voor de vaststelling van de volgende elementen: ”</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>punt a) wordt vervangen door:<CITATION><P>“a) algemene en transparante meerjarige begrotingsdoelstellingen als bedoeld in artikel 2, punt e), voor het overheidstekort, de overheidsschuld en eventuele andere begrotings­indicatoren, zoals de uitgaven, om te waarborgen dat deze stroken met de geldende landspecifieke cijfermatige begrotingsregels als bedoeld in hoofdstuk IV van deze richtlijn en de desbetreffende bepalingen van Verordening [XXX preventief deel van het SGP].”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>iii)</NO.P>punt c) wordt vervangen door:<CITATION><P>“c) een beschrijving van de geplande beleidsmaatregelen voor de middellange termijn, inclusief investeringen en hervormingen, die gevolgen hebben voor de overheidsfinanciën en duurzame en inclusieve groei, uitgesplitst naar de voornaamste ontvangsten- en uitgavenposten, waarbij wordt getoond op welke wijze de aanpassing aan de nationale begrotingsdoelstellingen voor de middellange termijn als bedoeld in artikel 2, punt e), wordt verwezenlijkt, afgezet tegen de prognoses bij ongewijzigd beleid.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>iv)</NO.P>punt d) wordt vervangen door:<CITATION><P>“d) een beoordeling van de wijze waarop de voorgenomen beleidsmaatregelen in het licht van hun rechtstreekse middellange- en langetermijngevolgen voor de houdbaarheid van de overheidsfinanciën en duurzame en inclusieve groei op middellange en lange termijn zouden kunnen beïnvloeden. De beoordeling houdt, voor zover mogelijk, rekening met de macrobudgettaire risico’s van klimaatverandering en de milieu- en verdelingseffecten daarvan.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>lid 3 wordt geschrapt;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>10)</NO.P>de artikelen 10 en 11 worden vervangen door:<CITATION><P>“Artikel 10</P><P>De wetgeving betreffende de jaarlijkse begroting is in overeenstemming met de nationale begrotingsdoelstellingen voor de middellange termijn als bedoeld in artikel 2, punt e). Elke afwijking wordt naar behoren uitgelegd.</P><P>Artikel 11</P><P>Deze richtlijn belet niet dat de nieuwe regering van een lidstaat het begrotingsplan voor de middellange termijn aanpast aan haar nieuwe beleidsprioriteiten. In dat geval geeft de nieuwe regering de verschillen tussen het voorgaande en het nieuwe begrotingsplan voor de middellange termijn aan.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>11)</NO.P>	in hoofdstuk VI wordt de titel vervangen door: “TRANSPARANTIE VAN DE OVERHEIDSFINANCIËN”;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>12)</NO.P>artikel 12 wordt vervangen door:<CITATION><P>“Artikel 12</P><P>De lidstaten zien erop toe dat alle overeenkomstig de hoofdstukken II, III en IV genomen maatregelen consistent zijn voor alle subsectoren van de overheid en die subsectoren volledig bestrijken. Daartoe schrijven de lidstaten in het bijzonder consequente overheidsboekhoudregels en -procedures voor de overheid voor, alsook integere verzamelings- en verwerkingssystemen voor de onderliggende gegevens.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>13)</NO.P>artikel 14 wordt vervangen door:<CITATION><P>“Artikel 14</P><P><NO.P>1.</NO.P>In het kader van de jaarlijkse en meerjarige begrotingsprocedures publiceren de lidstaten informatie over instellingen en fondsen die niet in de reguliere begrotingen zijn opgenomen, maar wel deel uitmaken van de overheid, inclusief subsectoren van de overheid. De lidstaten publiceren ook bedragen die overeenstemmen met de gecombineerde impact van die instellingen en fondsen op het overheidssaldo en de overheidsschuld.</P><P><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten publiceren gedetailleerde informatie over de gevolgen van belastinguitgaven voor de ontvangsten.</P><P><NO.P>3.</NO.P>Voor alle subsectoren van de overheid publiceren de lidstaten relevante informatie over voorwaardelijke verplichtingen met mogelijk grote gevolgen voor de overheidsbegrotingen, zoals onder meer overheidsgaranties, oninbare leningen en uit de exploitatie van overheidsbedrijven voortvloeiende verplichtingen, met vermelding van de omvang ervan. De lidstaten publiceren voor zover mogelijk ook informatie over ramp- en klimaatgerelateerde voorwaardelijke verplichtingen. De gepubliceerde informatie houdt, voor zover mogelijk, rekening met informatie over begrotingskosten als gevolg van rampen en klimaatgerelateerde schokken. De lidstaten publiceren informatie over overheidsparticipaties in kapitaal van particuliere en overheidsbedrijven, voor zover het om economisch significante bedragen gaat.”.</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>14)</NO.P>artikel 15 wordt vervangen door:<CITATION><P>“Artikel 15</P><P><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten doen de nodige bepalingen in werking treden om uiterlijk op 31 december 2025 aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie onmiddellijk de tekst van die bepalingen mee. De Raad spoort de lidstaten ertoe aan voor zichzelf en in het belang van de Unie hun eigen concordantietabellen op te stellen, die voor zover mogelijk het verband weergeven tussen deze richtlijn en de omzettingsmaatregelen, en deze openbaar te maken.</P><P><NO.P>2.</NO.P>Wanneer de lidstaten die bepalingen vaststellen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.</P><P><NO.P>3.</NO.P>De Commissie stelt op basis van relevante informatie van de lidstaten een tussentijds voortgangsverslag op over de uitvoering van de belangrijkste bepalingen van deze richtlijn, dat uiterlijk op 30 juni 2025 wordt voorgelegd.</P><P><NO.P>4.</NO.P>De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>15)</NO.P>artikel 16 wordt geschrapt;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>16)</NO.P>het volgende artikel wordt ingevoegd:<CITATION><P>“Artikel 16 bis</P><P><NO.P>1.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">Uiterlijk op 31 december 2025 en vervolgens om de vijf jaar brengt de Commissie verslag uit over de stand van zaken met betrekking tot:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>de overheidsboekhouding in de Unie, rekening houdend met de vooruitgang die is geboekt sinds de beoordeling uit 2013 van de geschiktheid van de internationale standaarden voor overheidsboekhouding voor de lidstaten;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>de capaciteit en de taken van onafhankelijke EU-begrotingsinstellingen, rekening houdend met de geboekte vooruitgang sinds de inwerkingtreding van deze richtlijn en voortbouwend op de bevindingen van de databank betreffende begrotingsbeheer van de Commissie en overleg met betrokken belanghebbenden, met het oog op het verkennen van minimumnormen.</ITEM></LIST></P><P><NO.P>2.</NO.P>Uiterlijk op 31 december 2030 en vervolgens om de vijf jaar publiceert de Commissie een evaluatie van de doeltreffendheid van deze richtlijn.”. </P></CITATION></PARAG></ARTICLE></GR.ART><SIGNATURE><P>Gedaan te Brussel,</P><P><STRING ITALIC="on">Voor de Raad	De voorzitter</STRING></P></SIGNATURE></DISPOSITIF></TEXT></TCONSOLID></TXTLST></SDOCTA>