<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0314</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Geen bezwaar tegen een gedelegeerde handeling: Opname van de drugsprecursor isopropylideen(2-(3,4‑methyleendioxyfenyl)acetyl)malonaat (IMDPAM) en andere stoffen in de lijst van geregistreerde stoffen</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(B9-0213/2024)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement om geen bezwaar te maken tegen de gedelegeerde verordening van de Commissie van 28 februari 2024 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 273/2004 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 111/2005 van de Raad teneinde de drugsprecursor isopropylideen(2-(3,4‑methyleendioxyfenyl)acetyl)malonaat (IMDPAM) en andere stoffen op te nemen in de lijst van geregistreerde stoffen (C(2024)01219 – 2024/2606(DEA))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gedelegeerde verordening van de Commissie (C(2024)01219),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het schrijven van de Commissie van 13 maart 2024, waarin zij het Parlement verzoekt te verklaren dat het geen bezwaar zal maken tegen de gedelegeerde verordening,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de brief van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken aan de voorzitter van de Conferentie van commissievoorzitters,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EG) nr. 273/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004<FOOTNOTE><FIELD>PB L 47 van 18.2.2004, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE> inzake drugsprecursoren, en met name artikel 15 en artikel 15 bis, lid 5,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EG) nr. 111/2005 van de Raad van 22 december 2004<FOOTNOTE><FIELD>PB L 22 van 26.1.2005, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE> houdende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Unie en derde landen in drugsprecursoren, en met name artikel 30 bis en artikel 30 ter, lid 5,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 111, lid 6, van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling voor een besluit van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien er geen bezwaar werd gemaakt binnen de in artikel 111, lid 6, derde en vierde streepjes, van zijn Reglement gestelde termijn, die op 23 april 2024 verstreek,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat het wetgevingskader van de EU inzake maatregelen ter controle van de toegang tot stoffen die worden gebruikt bij de vervaardiging van illegale drugs voortdurend moet worden bijgewerkt om de verspreiding tegen te gaan van zogenaamde “designerprecursoren”, die chemisch nauw verwant zijn aan traditionele drugsprecursoren en die worden ontwikkeld om de bestaande regels te omzeilen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat het natriumzout van isopropylideen(2‑(3,4‑methyleendioxyfenyl)acetyl)malonaat (IMDPAM) is aangemerkt als een onlangs ontwikkelde drugsprecursor die wordt gebruikt bij de productie van MDMA (3,4‑methyleendioxymethamfetamine), algemeen bekend onder de naam “ecstasy”;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat zeven esters van 2-methyl-3-fenyloxiraan-2-carbonzuur (BMK‑glycidezuur) en zes esters van 3-(1,3-benzodioxool-5-yl)-2-methyloxiraan-2-carbonzuur (PMK-glycidezuur) zijn aangemerkt als mogelijke vervangers van de gecontroleerde precursoren uit hoofde van het EU-recht BMK-glycidezuur en PMK-glycidezuur bij de illegale vervaardiging van drugs zoals MDMA, methamfetamine en amfetamine;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de lijst van geregistreerde stoffen in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 273/2004 en in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 111/2005 moet worden gewijzigd om ervoor te zorgen dat IMDPAM en de aangemerkte esters van BMK-glycidezuur en PMK-glycidezuur onder de geharmoniseerde controle- en monitoringmaatregelen vallen waarin die verordeningen voorzien;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de maatregelen ter controle van de toegang tot nieuwe geregistreerde stoffen uit hoofde van de Verordeningen (EG) nr. 273/2004 en (EG) nr. 111/2005 zo spoedig mogelijk in werking moeten treden om het gebruik van deze drugsprecursoren voor de productie en het in de handel brengen van illegale drugs te voorkomen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de Europese Commissie zich in het stappenplan voor de bestrijding van drugshandel en georganiseerde criminaliteit (COM(2023)0641) ertoe heeft verbonden alles in het werk te stellen om, in samenwerking met het Parlement en de Raad, de procedure voor de vaststelling van toekomstige gedelegeerde handelingen inzake de registratie van aanvullende stoffen uit hoofde van de Verordeningen (EG) nr. 273/2004 en (EG) nr. 111/2005 te versnellen;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verklaart geen bezwaar te maken tegen de gedelegeerde verordening;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST></SDOCTA>