<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0326</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Vroegtijdige-interventiemaatregelen, afwikkelingsvoorwaarden en financiering van afwikkelingsmaatregelen (SRMR3)</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0155/2024 - Rapporteur: Pedro Marques)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 24 april 2024 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 806/2014 wat betreft vroegtijdige-interventiemaatregelen, afwikkelingsvoorwaarden en financiering van afwikkelingsmaatregelen (COM(2023)0226 – C9-0139/2023 – 2023/0111(COD))</STRING></TI><NOTE>(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)</NOTE><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2023)0226),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 294, lid 2, en artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C9‑0139/2023),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Europese Centrale Bank van 5 juli 2023<FOOTNOTE><FIELD>PB C 307 van 31.8.2023, blz. 19.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 13 juli 2023<FOOTNOTE><FIELD>PB C 349 van 29.9.2023, blz. 161.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 59 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken (A9-0155/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de nationale parlementen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST><TXTLST><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TC1-COD(2023)0111</STRING></IDENT><TCONSOLID><TI><STRING BOLD="on">Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 24 april 2024 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) 2024/... van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 806/2014 wat betreft vroegtijdige-interventiemaatregelen, afwikkelingsvoorwaarden en financiering van afwikkelingsmaatregelen</STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">*</STRING>De wijzigingen in de tekst zijn het gevolg van de aanneming van amendement 1. Nieuwe of vervangende tekst staat in vet en cursief, schrappingen zijn met het symbool ▌aangegeven.</FIELD></FOOTNOTE><BRK/></TI><NOTE>(Voor de EER relevante tekst)</NOTE><TEXT><PREAMBLE><PRINIT>HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,</PRINIT><GRVISA><VISA><P>Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met name artikel 114,</P></VISA><VISA><P>Gezien het voorstel van de Europese Commissie,</P></VISA><VISA><P>Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,</P></VISA><VISA><P>Gezien het advies van de Europese Centrale Bank<FOOTNOTE><FIELD>PB C , blz.  .</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P>Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité<FOOTNOTE><FIELD>PB C , blz.  .</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P>Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><GRCINIT>Overwegende hetgeen volgt:</GRCINIT><CONS><P><NO.P>(1)</NO.P>Het afwikkelingskader van de Unie voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen (“instellingen”) is opgezet in de nasleep van de wereldwijde financiële crisis van 2008-2009 en naar aanleiding van de internationaal onderschreven Key Attributes of Effective Resolution Regimes for Financial Institutions<FOOTNOTE><FIELD>Raad voor financiële stabiliteit, Key Attributes of Effective Resolution Regimes for Financial Institutions, 15 oktober 2014.</FIELD></FOOTNOTE> van de Raad voor financiële stabiliteit. Het afwikkelingskader van de Unie bestaat uit Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012, van het Europees Parlement en de Raad (PB L 173, 12.6.2014, blz. 190).</FIELD></FOOTNOTE> en Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 (PB L 225 van 30.7.2014, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>. Beide handelingen zijn van toepassing op in de Unie gevestigde instellingen en op elke andere entiteit die onder het toepassingsgebied van die richtlijn of die verordening valt (“entiteiten”). Het afwikkelingskader van de Unie is erop gericht het falen van instellingen en entiteiten op ordelijke wijze aan te pakken door de kritieke functies van instellingen en entiteiten in stand te houden en bedreigingen voor de financiële stabiliteit te voorkomen, en tegelijkertijd deposanten en overheidsmiddelen te beschermen. Daarnaast beoogt het afwikkelingskader van de Unie de ontwikkeling van de interne bankenmarkt te bevorderen door een geharmoniseerde regeling in te voeren om grensoverschrijdende crises op gecoördineerde wijze aan te pakken en door problemen in verband met gelijke concurrentievoorwaarden te voorkomen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(1 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Op dit moment berust de bankenunie op slechts twee van haar beoogde drie pijlers, namelijk het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme (GTM) en het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme (GAM). Omdat haar derde pijler, het Europees depositoverzekeringsstelsel (EDIS), ontbreekt, blijft de bankenunie dus onvolledig. De voltooiing van de bankenunie vormt een integraal onderdeel van de economische en monetaire unie en van de financiële stabiliteit, met name door het beperken van het risico van een “vicieuze cirkel” dat voortvloeit uit de verwevenheid tussen banken en overheden.</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(2)</NO.P>Enkele jaren na de uitvoering ervan levert het afwikkelingskader van de Unie in zijn huidige vorm niet de beoogde resultaten op met betrekking tot sommige van deze doelstellingen. Meer in het bijzonder wordt het afwikkelingskader van de Unie weinig gebruikt, ondanks het feit dat instellingen en entiteiten aanzienlijke vooruitgang hebben geboekt op weg naar afwikkelbaarheid en hiervoor aanzienlijke middelen hebben toegewezen, met name door middel van de opbouw van de verliesabsorptie- en herkapitalisatiecapaciteit en de opvulling van afwikkelingsfinancieringsregelingen. Het falen van bepaalde kleinere en middelgrote instellingen en entiteiten wordt in plaats daarvan hoofdzakelijk afgehandeld met gebruik van niet-geharmoniseerde nationale maatregelen. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Helaas</STRING></STRING> wordt <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">er nog steeds</STRING></STRING> belastinggeld gebruikt in plaats van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">door de sector gefinancierde vangnetten zoals</STRING></STRING> afwikkelingsfinancieringsregelingen. Die situatie lijkt het gevolg te zijn van ontoereikende stimulansen. Deze ontoereikende stimulansen vloeien voort uit de wisselwerking tussen het afwikkelingskader van de Unie en de nationale regels, waarbij de brede beoordelingsruimte bij de beoordeling van het openbaar belang niet altijd op een wijze wordt gebruikt waarin tot uiting komt hoe het afwikkelingskader van de Unie moet worden toegepast. Het afwikkelingskader van de Unie werd bovendien weinig gebruikt als gevolg van de risico’s voor deposanten van instellingen met depositofinanciering op het dragen van verliezen om ervoor te zorgen dat deze instellingen toegang hebben tot externe financiering bij afwikkeling, met name bij gebrek aan andere bail-inbare passiva. Ten slotte heeft het feit dat er minder strikte regels zijn voor de toegang tot financiering buiten de afwikkeling dan in de afwikkeling, de toepassing van het afwikkelingskader van de Unie ontmoedigd ten gunste van andere oplossingen, die vaak het gebruik van belastinggeld inhouden in plaats van de eigen middelen van de instelling of entiteit of door de sector gefinancierde vangnetten. Die situatie genereert op haar beurt risico’s van versnippering, risico’s van suboptimale resultaten bij het beheer van het falen van instellingen en entiteiten, met name in het geval van kleinere en middelgrote instellingen en entiteiten, en opportuniteitskosten door ongebruikte financiële middelen. Daarom moet voor een effectievere en coherentere toepassing van het afwikkelingskader van de Unie worden gezorgd en moet worden gewaarborgd dat het kan worden toegepast wanneer dat in het algemeen belang is, ook voor kleinere en middelgrote instellingen▌.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(3)</NO.P>Ingevolge artikel 4 van Verordening (EU) nr. 806/2014 worden lidstaten die een nauwe samenwerking tussen de Europese Centrale Bank (ECB) en de respectieve nationale bevoegde autoriteiten tot stand hebben gebracht, voor de toepassing van die verordening beschouwd als deelnemende lidstaten. Verordening (EU) nr. 806/2014 bevat echter geen details over het proces ter voorbereiding van de start van de nauwe samenwerking bij afwikkelingsgerelateerde taken. Deze details moeten derhalve worden vastgesteld.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(4)</NO.P>De intensiteit en de mate van gedetailleerdheid van de noodzakelijke planningswerkzaamheden voor de afwikkeling met betrekking tot dochterondernemingen die niet als af te wikkelen entiteiten zijn aangemerkt, lopen uiteen naargelang de omvang en het risicoprofiel van de betrokken instellingen en entiteiten, de aanwezigheid van kritieke functies en de groepsafwikkelingsstrategie. De gemeenschappelijke afwikkelingsraad (“de afwikkelingsraad”) moet derhalve met deze factoren rekening kunnen houden bij het vaststellen van de ten aanzien van dergelijke dochterondernemingen te nemen maatregelen en in voorkomend geval een vereenvoudigde aanpak volgen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(5)</NO.P>Een instelling of entiteit die naar nationaal recht wordt geliquideerd, nadat is vastgesteld dat de instelling of entiteit faalt of waarschijnlijk zal falen en de afwikkelingsraad heeft geconcludeerd dat de afwikkeling ervan niet in het algemeen belang is, stevent uiteindelijk af op een terugtrekking uit de markt. Dat houdt in dat een plan voor te nemen maatregelen in geval van falen niet nodig is, ongeacht of de bevoegde autoriteit de vergunning van de betrokken instelling of entiteit reeds heeft ingetrokken. Hetzelfde geldt voor een resterende instelling in afwikkeling na de overdracht van activa, rechten en passiva in het kader van een overdrachtsstrategie. Het is derhalve passend om te specificeren dat de goedkeuring van afwikkelingsplannen in dergelijke situaties niet vereist is.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(6)</NO.P>De afwikkelingsraad kan momenteel bepaalde uitkeringen verbieden wanneer een instelling of entiteit niet voldoet aan het gecombineerde buffervereiste wanneer dit wordt beschouwd als aanvulling op het minimumvereiste voor eigen vermogen en in aanmerking komende passiva (“MREL”). Met het oog op de rechtszekerheid en de afstemming op de bestaande procedures voor de uitvoering van door de afwikkelingsraad genomen besluiten, moeten de rollen van de autoriteiten die betrokken zijn bij het proces voor het verbieden van uitkeringen echter duidelijker worden gespecificeerd. Daarom is het passend te bepalen dat de afwikkelingsraad een instructie om dergelijke uitkeringen te verbieden, moet richten aan de nationale afwikkelingsautoriteit, die het besluit van de afwikkelingsraad moet uitvoeren. Bovendien kan een instelling of entiteit in bepaalde situaties op een andere basis aan het MREL moeten voldoen dan de basis waarop die instelling of entiteit aan het gecombineerde buffervereiste moet voldoen. Die situatie schept onzekerheden met betrekking tot de voorwaarden voor de uitoefening van de bevoegdheden van de afwikkelingsraad om uitkeringen te verbieden en voor de berekening van het maximaal uitkeerbare bedrag in verband met het MREL. Daarom moet worden bepaald dat de afwikkelingsraad in die gevallen de nationale afwikkelingsautoriteiten moet opdragen bepaalde uitkeringen te verbieden op basis van de raming van het gecombineerde buffervereiste dat voortvloeit uit Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/1118 van de Commissie<FOOTNOTE><FIELD>Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/1118 van de Commissie van 26 maart 2021 tot aanvulling van Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van de door afwikkelingsautoriteiten te gebruiken methode voor het ramen van het in artikel 104 bis van Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad bedoelde vereiste en het gecombineerde buffervereiste voor af te wikkelen entiteiten op het geconsolideerde niveau van de af te wikkelen groep, ingeval de af te wikkelen groep niet onderworpen is aan die vereisten uit hoofde van die richtlijn (PB L 241 van 8.7.2021, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>. Met het oog op transparantie en rechtszekerheid moet de afwikkelingsraad het geraamde gecombineerde buffervereiste meedelen aan de instelling of entiteit, die dat geraamde gecombineerde buffervereiste vervolgens openbaar moet maken.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(7)</NO.P>In Richtlijn 2014/59/EU en Verordening (EU) nr. 575/2013 zijn door afwikkelingsautoriteiten uit te oefenen bevoegdheden vastgelegd, waarvan sommige niet in Verordening (EU) nr. 806/2014 zijn opgenomen. In het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme kan dit leiden tot onzekerheid over de vraag wie die bevoegdheden moet uitoefenen en onder welke voorwaarden dat moet gebeuren. Het is derhalve noodzakelijk te specificeren hoe de nationale afwikkelingsautoriteiten bepaalde bevoegdheden moeten uitoefenen die alleen in Richtlijn 2014/59/EU zijn vastgelegd met betrekking tot entiteiten en groepen die onder de directe verantwoordelijkheid van de afwikkelingsraad vallen. In die gevallen moet de afwikkelingsraad, wanneer hij dat nodig acht, de nationale afwikkelingsautoriteiten kunnen opdragen die bevoegdheden uit te oefenen. De afwikkelingsraad moet met name de nationale afwikkelingsautoriteiten kunnen opdragen van een instelling of entiteit te verlangen dat zij gedetailleerde gegevens bijhoudt van de financiële contracten waarbij de instelling of entiteit partij is, of de bevoegdheid toe te passen om sommige financiële verplichtingen op grond van artikel 33 bis van Richtlijn 2014/59/EU op te schorten. Aangezien de in Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> neergelegde machtigingen voor de verlaging van in aanmerking komende passiva-instrumenten, die ook van toepassing is op instellingen en entiteiten en aan het MREL onderworpen passiva, niet de toepassing van nationale wetgeving vereisen, moet de afwikkelingsraad deze machtigingen rechtstreeks aan instellingen of entiteiten kunnen verlenen, zonder dat hij de nationale afwikkelingsautoriteiten hoeft op te dragen die bevoegdheid uit te oefenen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(8)</NO.P>Bij Verordening (EU) 2019/876 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2019/876 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 575/2013 wat betreft de hefboomratio, de nettostabielefinancieringsratio, vereisten inzake eigen vermogen en in aanmerking komende passiva, tegenpartijkredietrisico, marktrisico, blootstellingen aan centrale tegenpartijen, blootstellingen aan instellingen voor collectieve belegging, grote blootstellingen, rapportage- en openbaarmakingsvereisten, en van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 150 van 7.6.2019, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>, Verordening (EU) 2019/877 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2019/877 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 806/2014 met betrekking tot de verliesabsorptie- en herkapitalisatiecapaciteit van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen (PB L 150 van 7.6.2019, blz. 226).</FIELD></FOOTNOTE> en Richtlijn (EU) 2019/879 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn (EU) 2019/879 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot wijziging van Richtlijn 2014/59/EU met betrekking tot de verliesabsorptie- en herkapitalisatiecapaciteit van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en Richtlijn 98/26/EG (PB L 150 van 7.6.2019, blz. 296).</FIELD></FOOTNOTE> zijn de internationale nadere kenmerken van de totale verliesabsorptiecapaciteit (“total loss-absorbing capacity” — TLAC) (hierna genoemd “de TLAC-norm”), die op 9 november 2015 door de Raad voor financiële stabiliteit is gepubliceerd, voor mondiaal systeemrelevante banken, in het Unierecht aangeduid als mondiaal systeemrelevante instellingen (MSI’s), in het Unierecht uitgevoerd. Bij Verordening (EU) 2019/877 en Richtlijn (EU) 2019/879 is ook het MREL in Richtlijn 2014/59/EU en in Verordening (EU) nr. 806/2014 gewijzigd. Het is noodzakelijk om de bepalingen in Verordening (EU) nr. 806/2014 betreffende het MREL in overeenstemming te brengen met de uitvoering van de TLAC-norm voor MSI’s met betrekking tot bepaalde passiva die kunnen worden gebruikt om te voldoen aan het deel van het MREL dat moet worden voldaan met eigen vermogen en andere achtergestelde passiva. Met name passiva met dezelfde rang als bepaalde uitgesloten passiva moeten in de eigen middelen en achtergestelde in aanmerking komende instrumenten van af te wikkelen entiteiten worden opgenomen wanneer het bedrag van die uitgesloten passiva op de balans van de af te wikkelen entiteit niet hoger is dan 5 % van het bedrag van de eigen middelen en in aanmerking komende passiva van de af te wikkelen entiteit en uit die opneming geen risico’s voortvloeien die verband houden met het beginsel dat geen enkele crediteur slechter af mag zijn.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(9)</NO.P>De regels voor het bepalen van het MREL zijn hoofdzakelijk gericht op de vaststelling van het passende niveau voor het MREL, waarbij het instrument van bail-in als voorkeursstrategie voor de afwikkeling wordt beschouwd. Verordening (EU) nr. 806/2014 staat de afwikkelingsraad echter toe andere afwikkelingsinstrumenten te gebruiken, namelijk die welke berusten op de overdracht van de onderneming van de instelling in afwikkeling aan een particuliere koper of aan een overbruggingsinstelling. Daarom moet worden gespecificeerd dat, indien het afwikkelingsplan voorziet in het gebruik van het instrument van verkoop van de onderneming of van het instrument van de overbruggingsinstelling▌, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">hetzij afzonderlijk, hetzij in combinatie met andere afwikkelingsinstrumenten,</STRING></STRING> de afwikkelingsraad het niveau van het MREL voor de betrokken af te wikkelen entiteit moet bepalen op basis van de specifieke kenmerken van deze afwikkelingsinstrumenten en van de verschillende verliesabsorberende en herkapitalisatiebehoeften die deze instrumenten met zich meebrengen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(10)</NO.P>Het niveau van het MREL voor af te wikkelen entiteiten is de som van het bedrag van de in afwikkeling verwachte verliezen en het herkapitalisatiebedrag waarmee de af te wikkelen entiteit aan haar vergunningsvoorwaarden kan blijven voldoen en haar activiteiten gedurende een passende periode kan voortzetten. Bepaalde voorkeursafwikkelingsstrategieën omvatten de overdracht van activa, rechten en verplichtingen aan een ontvanger▌, met name het instrument van verkoop van de onderneming. In die gevallen zijn de met de herkapitalisatiecomponent nagestreefde doelstellingen wellicht niet in dezelfde mate van toepassing als in het geval van een open-bank bail-in-strategie, omdat de afwikkelingsraad niet verplicht zal zijn ervoor te zorgen dat de af te wikkelen entiteit na een afwikkelingsmaatregel opnieuw aan haar eigenvermogensvereisten voldoet. Niettemin wordt verwacht dat de verliezen in dergelijke gevallen groter zullen zijn dan de eigenvermogensvereisten van de af te wikkelen entiteit. Daarom is het passend te bepalen dat het niveau van het MREL van deze af te wikkelen entiteiten een herkapitalisatiebedrag blijft omvatten dat wordt aangepast op een wijze die evenredig is aan de afwikkelingsstrategie.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(11)</NO.P>Wanneer de afwikkelingsstrategie voorziet in het gebruik van andere afwikkelingsinstrumenten dan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uitsluitend</STRING></STRING> bail-in, zal de herkapitalisatiebehoefte van de betrokken entiteit na afwikkeling doorgaans kleiner zijn dan in het geval van een open-bank bail-in. Bij de kalibratie van het MREL in een dergelijk geval moet met dat aspect rekening worden gehouden bij de raming van het herkapitalisatievereiste. Daarom moet de afwikkelingsraad bij het aanpassen van het niveau van het MREL voor af te wikkelen entiteiten waarvan het afwikkelingsplan voorziet in het instrument van verkoop van de onderneming of het instrument van de overbruggingsinstelling▌, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">hetzij afzonderlijk, hetzij in combinatie met andere afwikkelingsinstrumenten,</STRING></STRING> rekening houden met de kenmerken van die instrumenten, waaronder de verwachte omvang van de overdracht aan de particuliere koper of aan de overbruggingsinstelling, de soorten instrumenten die moeten worden overgedragen, de verwachte waarde en verhandelbaarheid van die instrumenten, en de opzet van de afwikkelingsstrategie waaraan de voorkeur wordt gegeven, met inbegrip van het aanvullende gebruik van het instrument van afsplitsing van activa. Aangezien de afwikkelingsautoriteit per geval een besluit moet nemen over een eventueel gebruik in afwikkeling van middelen van het depositogarantiestelsel en een dergelijk besluit niet vooraf met zekerheid kan worden aangenomen, mag de afwikkelingsraad de potentiële bijdrage van het depositogarantiestelsel (in afwikkeling) niet in aanmerking nemen bij het kalibreren van de hoogte van het MREL. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Die aanpak vermindert ook de waarschijnlijkheid van moreel risico door te voorkomen dat entiteiten er van tevoren al van uitgaan dat middelen uit het respectieve depositogarantiestelsel zullen worden gebruikt om het streefcijfer van 8 % aan totale passiva en eigen vermogen te halen.</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P>▌</P></CONS><CONS><P><NO.P>(13)</NO.P>Krachtens artikel 4 van Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (PB L 287 van 29.10.2013, blz. 63).</FIELD></FOOTNOTE> is de ECB bevoegd toezichthoudende taken uit te voeren met betrekking tot vroegtijdige interventie. Het is noodzakelijk de risico’s te beperken die voortvloeien uit de uiteenlopende omzetting in nationaal recht van de vroegtijdige-interventiemaatregelen in Richtlijn 2014/59/EU en de effectieve en consistente toepassing door de ECB van haar bevoegdheden om vroegtijdige-interventiemaatregelen te nemen, te vergemakkelijken. Deze vroegtijdige-interventiemaatregelen zijn in het leven geroepen om de bevoegde autoriteiten in staat te stellen de verslechtering van de financiële en economische situatie van een instelling of entiteit te verhelpen en het risico en de gevolgen van een eventuele afwikkeling zoveel mogelijk te beperken. Wegens een gebrek aan zekerheid over de voorwaarden voor de toepassing van die vroegtijdige-interventiemaatregelen en gedeeltelijke overlappingen met toezichtmaatregelen zijn vroegtijdige-interventiemaatregelen echter zelden gebruikt. De bepalingen van Richtlijn 2014/59/EU betreffende vroegtijdige-interventiemaatregelen moeten derhalve worden weerspiegeld in Verordening (EU) nr. 806/2014, waardoor één enkel en rechtstreeks toepasselijk rechtsinstrument voor de ECB wordt gewaarborgd, en de voorwaarden voor de toepassing van die vroegtijdige-interventiemaatregelen moeten worden vereenvoudigd en nader worden gespecificeerd. Om onzekerheden weg te nemen over de voorwaarden en het tijdschema voor de afzetting van het leidinggevend orgaan en de benoeming van tijdelijke bewindvoerders, moeten deze maatregelen uitdrukkelijk als vroegtijdige-interventiemaatregelen worden aangemerkt en moet de toepassing ervan aan dezelfde voorwaarden worden onderworpen. Tegelijkertijd moet van de ECB worden verlangd dat zij met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel de passende maatregelen kiest om een specifieke situatie aan te pakken. Om de ECB in staat te stellen rekening te houden met reputatierisico’s of risico’s in verband met het witwassen van geld of informatie- en communicatietechnologie, moet de ECB de voorwaarden voor de toepassing van vroegtijdige-interventiemaatregelen niet alleen beoordelen op basis van kwantitatieve indicatoren, waaronder kapitaal- of liquiditeitsvereisten, niveau van hefboomwerking, niet-rendabele leningen of concentratie van blootstellingen, maar ook op basis van kwalitatieve voorwaarden.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(14)</NO.P>De afwikkelingsraad moet zich kunnen voorbereiden op de mogelijke afwikkeling van een instelling of entiteit. De ECB of de desbetreffende nationale bevoegde autoriteit moet de afwikkelingsraad derhalve tijdig op de hoogte stellen van de verslechtering van de financiële situatie van een instelling of entiteit, en de afwikkelingsraad moet over de nodige bevoegdheden beschikken voor de uitvoering van voorbereidende maatregelen. Belangrijk is dat, om de afwikkelingsraad in staat te stellen zo snel mogelijk te reageren op een verslechtering van de situatie van een instelling of entiteit, de voorafgaande toepassing van vroegtijdige-interventiemaatregelen voor de afwikkelingsraad geen voorwaarde mag zijn om regelingen te treffen voor de verkoop van de instelling of entiteit of om informatie op te vragen om het afwikkelingsplan te actualiseren en de waardering voor te bereiden. Om een consistente, gecoördineerde, effectieve en tijdige reactie op de verslechtering van de financiële situatie van een instelling of entiteit te waarborgen en een goede voorbereiding op een eventuele afwikkeling te treffen, is het noodzakelijk de interactie en coördinatie tussen de ECB, de nationale bevoegde autoriteiten en de afwikkelingsraad te versterken. Zodra een instelling of entiteit voldoet aan de voorwaarden voor toepassing van vroegtijdige-interventiemaatregelen, moeten de ECB, de nationale bevoegde autoriteiten en de afwikkelingsraad hun informatie-uitwisseling, met inbegrip van voorlopige informatie, opvoeren en gezamenlijk toezicht houden op de financiële situatie van de instelling of entiteit.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(14 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien de afwikkelingsraad informatie verlangt die nodig is om afwikkelingsplannen te actualiseren, de mogelijke afwikkeling van een entiteit voor te bereiden of een waardering uit te voeren, moeten de ECB of de relevante nationale bevoegde autoriteiten de afwikkelingsraad die informatie verstrekken voor zover zij daarover beschikken. Indien de ECB of de relevante nationale bevoegde autoriteiten nog niet over de relevante informatie beschikken, moeten de afwikkelingsraad en de ECB of de relevante nationale bevoegde autoriteiten samenwerken en overleggen om de informatie die de afwikkelingsraad noodzakelijk acht, te verzamelen. In het kader van die samenwerking moeten de nationale bevoegde autoriteiten de benodigde informatie verzamelen met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel.</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(15)</NO.P>Het is noodzakelijk te zorgen voor tijdige actie en vroegtijdige coördinatie tussen de afwikkelingsraad en de ECB, of de betrokken nationale bevoegde autoriteit, met betrekking tot minder belangrijke grensoverschrijdende groepen wanneer een instelling of entiteit nog steeds een “going concern” is, maar er een materieel risico bestaat dat die instelling of entiteit faalt. De ECB of de desbetreffende nationale bevoegde autoriteit moet de afwikkelingsraad derhalve zo vroeg mogelijk van een dergelijk risico in kennis te stellen. Die kennisgeving moet de redenen voor de beoordeling van de ECB of de betrokken nationale bevoegde autoriteit bevatten, alsmede een overzicht van de alternatieve maatregelen van de particuliere sector, toezichtmaatregelen of vroegtijdige-interventiemaatregelen die beschikbaar zijn om het falen van de instelling of entiteit binnen een redelijk tijdsbestek te voorkomen. Een dergelijke vroegtijdige kennisgeving mag geen afbreuk doen aan de procedures om te bepalen of aan de afwikkelingsvoorwaarden is voldaan. De voorafgaande kennisgeving door de ECB of de betrokken nationale bevoegde autoriteit aan de afwikkelingsraad van een materieel risico dat een instelling of entiteit faalt of waarschijnlijk zal falen, mag geen voorwaarde zijn voor een latere vaststelling dat een instelling of entiteit daadwerkelijk faalt of waarschijnlijk zal falen. Indien in een later stadium wordt geoordeeld dat de instelling of entiteit faalt of waarschijnlijk zal falen en er geen alternatieve oplossingen zijn om een dergelijk falen binnen een redelijk tijdsbestek te voorkomen, moet de afwikkelingsraad bovendien een besluit nemen over het nemen van afwikkelingsmaatregelen. In een dergelijk geval kan de tijdigheid van het besluit om afwikkelingsmaatregelen op een instelling of entiteit toe te passen van fundamenteel belang zijn voor de succesvolle uitvoering van de afwikkelingsstrategie, met name omdat een vroegere interventie in de instelling of entiteit kan bijdragen tot het garanderen van voldoende verliesabsorptiecapaciteit en liquiditeit om die strategie uit te voeren. Het is derhalve aangewezen dat de afwikkelingsraad in nauwe samenwerking met de ECB of de betrokken nationale bevoegde autoriteit kan beoordelen wat een redelijk tijdsbestek is om alternatieve maatregelen uit te voeren om het falen van de instelling of entiteit te voorkomen. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bij het uitvoeren van die beoordeling moet ook rekening worden gehouden met de noodzaak geen afbreuk te doen aan het vermogen van de afwikkelingsautoriteit en de betrokken entiteit om de afwikkelingsstrategie effectief uit te voeren wanneer dat uiteindelijk nodig is, maar dit mag niet beletten dat alternatieve maatregelen worden genomen. Met name moet het beoogde tijdschema voor de alternatieve maatregelen van dien aard zijn dat het de doeltreffendheid van een potentiële uitvoering van de afwikkelingsstrategie niet in gevaar brengt. </STRING></STRING>Om een tijdig resultaat te verzekeren en de afwikkelingsraad in staat te stellen zich naar behoren voor te bereiden op de mogelijke afwikkeling van de instelling of entiteit, moeten de afwikkelingsraad en de ECB, of de desbetreffende nationale bevoegde autoriteit, regelmatig bijeenkomen, en moet de afwikkelingsraad een besluit nemen over de frequentie van die bijeenkomsten, rekening houdend met de omstandigheden van het geval.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(16)</NO.P>Om materiële inbreuken op de prudentiële voorschriften te dekken, moeten de voorwaarden om te bepalen of moederondernemingen, met inbegrip van holdings, falen of waarschijnlijk zullen falen, nader worden gespecificeerd. Een inbreuk op deze vereisten door een moederonderneming moet materieel zijn wanneer de aard en de omvang van deze inbreuk vergelijkbaar is met een inbreuk die, indien deze door een kredietinstelling was begaan, de intrekking van de vergunning door de bevoegde autoriteit overeenkomstig artikel 18 van Richtlijn 2013/36/EU zou hebben gerechtvaardigd.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(17)</NO.P>Het afwikkelingskader is bedoeld om te worden toegepast op potentieel elke instelling of entiteit, ongeacht haar omvang en bedrijfsmodel, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">met een positieve beoordeling van het openbaar belang</STRING></STRING>. Om een dergelijk resultaat te waarborgen, moeten de criteria voor de toepassing van de beoordeling van het algemeen belang op een falende instelling of entiteit worden gespecificeerd. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In dat verband moet worden verduidelijkt dat, afhankelijk van de specifieke omstandigheden, bepaalde functies van de instelling of entiteit als kritiek kunnen worden beschouwd indien de onderbreking ervan gevolgen zou hebben voor de financiële stabiliteit of voor kritieke diensten op regionaal niveau, vooral wanneer de vervangbaarheid van de kritieke functies wordt bepaald door de relevante geografische markt.</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(18)</NO.P>Bij de beoordeling of de afwikkeling van een instelling of entiteit in het algemeen belang is, moet rekening worden gehouden met de overweging dat deposanten beter beschermd zijn wanneer de middelen van het depositogarantiestelsel efficiënter worden gebruikt en de verliezen voor die middelen tot een minimum worden beperkt. Daarom moet er bij de beoordeling van het algemeen belang van worden uitgegaan dat de afwikkelingsdoelstelling van bescherming van deposanten beter wordt bereikt bij afwikkeling indien de keuze voor insolventie duurder zou zijn voor het depositogarantiestelsel.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(19)</NO.P>Bij de beoordeling of de afwikkeling van een instelling of entiteit in het algemeen belang is, moet ook, voor zover mogelijk, rekening worden gehouden met het verschil tussen, enerzijds, financiering via door de sector gefinancierde vangnetten (afwikkelingsfinancieringsregelingen of depositogarantiestelsels) en, anderzijds, financiering door de lidstaten met belastinggeld. Bij financiering door de lidstaten is er een groter risico op moreel risico en een geringere stimulans tot marktdiscipline<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, en dergelijke financiering moet alleen in buitengewone omstandigheden in overweging worden genomen</STRING></STRING>. Bij de beoordeling van de doelstelling om de afhankelijkheid van buitengewone openbare financiële steun tot een minimum te beperken, moet de afwikkelingsraad derhalve financiering via de afwikkelingsfinancieringsregelingen of het depositogarantiestelsel verkiezen boven financiering via een gelijk bedrag aan middelen uit de begroting van de lidstaten.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(19 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Wanneer nationale insolventie- en afwikkelingskaders de doelstellingen van het kader daadwerkelijk in dezelfde mate bereiken, moet de voorkeur worden gegeven aan de optie die het risico voor de belastingbetaler en de economie tot een minimum beperkt. Die aanpak zorgt voor een voorzichtig en verantwoord optreden, in overeenstemming met de overkoepelende doelstelling om zowel de belangen van de belastingbetalers als economische stabiliteit in ruimere zin te beschermen.</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(19 ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Met belastinggeld gefinancierde buitengewone financiële steun aan instellingen en entiteiten mag alleen worden verleend om een ernstige verstoring in de economie van uitzonderlijke en systemische aard te verhelpen, aangezien dit een aanzienlijke last vormt voor de overheidsfinanciën en het gelijke speelveld op de interne markt verstoort.</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(20)</NO.P>Om ervoor te zorgen dat de afwikkelingsdoelstellingen op de meest doeltreffende wijze worden verwezenlijkt, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moet bij</STRING></STRING> de beoordeling van het algemeen belang <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">worden nagegaan of</STRING></STRING> de liquidatie van de falende instelling of entiteit volgens een normale insolventieprocedure de afwikkelingsdoelstellingen doeltreffender <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zou verwezenlijken dan afwikkeling,</STRING></STRING> en niet alleen in dezelfde mate als afwikkeling.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(21)</NO.P>In het licht van de ervaring die is opgedaan bij de uitvoering van Richtlijn 2014/59/EU, Verordening (EU) nr. 806/2014 en Richtlijn 2014/49/EU moeten de voorwaarden waaronder preventieve maatregelen die als buitengewone openbare financiële steun kunnen worden aangemerkt, bij wijze van uitzondering kunnen worden verleend, nader worden gespecificeerd. Om concurrentieverstoringen als gevolg van verschillen in de aard van depositogarantiestelsels in de Unie zoveel mogelijk te beperken, moeten interventies van dergelijke stelsels in het kader van preventieve maatregelen die voldoen aan de vereisten van Richtlijn 2014/49/EU en die als buitengewone openbare financiële steun worden aangemerkt, bij wijze van uitzondering worden toegestaan wanneer de begunstigde instelling of entiteit aan geen van de voorwaarden voldoet om als falend of waarschijnlijk falend te worden beschouwd. Er moet voor worden gezorgd dat er tijdig preventieve maatregelen worden genomen. De ECB baseert haar overweging dat een instelling of entiteit solvabel is, met het oog op preventieve herkapitalisatie, momenteel op een toekomstgerichte beoordeling voor de volgende twaalf maanden of de instelling of entiteit kan voldoen aan de eigenvermogensvereisten van Verordening (EU) nr. 575/2013 of van Verordening (EU) 2019/2033, en aan het aanvullende eigenvermogensvereiste van Richtlijn 2013/36/EU of van Richtlijn (EU) 2019/2034. Die praktijk moet worden vastgelegd in Verordening (EU) nr. 806/2014. Bovendien kunnen maatregelen ter ondersteuning van probleemactiva, zoals vehikels voor activabeheer of garantieregelingen voor activa, doeltreffend en efficiënt blijken om de oorzaken van mogelijke financiële moeilijkheden van instellingen en entiteiten aan te pakken en hun falen te voorkomen, en kunnen zij derhalve relevante preventieve maatregelen vormen. Daarom moet worden gespecificeerd dat deze preventieve maatregelen de vorm kunnen aannemen van maatregelen voor probleemactiva.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(22)</NO.P>Om de marktdiscipline te handhaven, de overheidsmiddelen te beschermen en concurrentieverstoringen te voorkomen, moeten preventieve maatregelen de uitzondering blijven en alleen worden toegepast om ernstige verstoringen van de markt aan te pakken of om de financiële stabiliteit te vrijwaren<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met name in het geval van een systeemcrisis</STRING></STRING>. Bovendien mogen preventieve maatregelen niet worden gebruikt om geleden of te verwachten verliezen aan te pakken. Het meest betrouwbare instrument om geleden of waarschijnlijk geleden verliezen vast te stellen, is een beoordeling van de kwaliteit van de activa door de ECB, de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit, “EBA”), opgericht bij Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12).</FIELD></FOOTNOTE>, of de nationale bevoegde autoriteiten. De ECB en de nationale bevoegde autoriteiten moeten een dergelijke evaluatie gebruiken om geleden of waarschijnlijk te lijden verliezen vast te stellen, indien een dergelijke evaluatie binnen een redelijk tijdsbestek kan worden uitgevoerd. Indien dat niet mogelijk is, moeten de ECB en de nationale bevoegde autoriteiten de geleden of waarschijnlijk te lijden verliezen op de meest betrouwbare wijze vaststellen onder de heersende omstandigheden, in voorkomend geval op basis van inspecties ter plaatse.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(23)</NO.P>Preventieve herkapitalisatie is gericht op de ondersteuning van levensvatbare instellingen en entiteiten waarvan is vastgesteld dat zij in de nabije toekomst te maken zullen hebben met tijdelijke moeilijkheden, om te voorkomen dat hun situatie verder verslechtert. Om te voorkomen dat overheidssubsidies worden verleend aan ondernemingen die reeds onrendabel zijn wanneer de steun wordt verleend, mogen de preventieve maatregelen die in de vorm van de verwerving van eigenvermogensinstrumenten of andere kapitaalinstrumenten of via maatregelen voor probleemactiva worden verleend, niet hoger zijn dan het bedrag dat nodig is om de kapitaaltekorten te dekken die in het ongunstige scenario van een stresstest of een gelijkwaardige exercitie zijn vastgesteld. Om ervoor te zorgen dat de overheidsfinanciering uiteindelijk wordt stopgezet, moeten die preventieve maatregelen ook in de tijd beperkt zijn en een duidelijk tijdschema bevatten voor de beëindiging ervan (<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“strategie voor exit uit de steunmaatregel”</STRING></STRING>). Eeuwigdurende instrumenten, waaronder tier 1-kernkapitaal, mogen slechts in uitzonderlijke omstandigheden worden gebruikt en aan bepaalde kwantitatieve beperkingen worden onderworpen omdat zij door hun aard niet geschikt zijn om aan de voorwaarde van tijdelijkheid te voldoen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(24)</NO.P>Preventieve maatregelen moeten beperkt blijven tot het bedrag dat de instelling of entiteit nodig heeft om haar solvabiliteit te handhaven in geval van een ongunstig scenario, zoals bepaald in een stresstest of een gelijkwaardige oefening. In het geval van preventieve maatregelen in de vorm van maatregelen voor probleemactiva moet de ontvangende instelling of entiteit dat bedrag kunnen gebruiken om verliezen op de overgedragen activa te dekken of in combinatie met een verwerving van kapitaalinstrumenten, mits het totale bedrag van het vastgestelde tekort niet wordt overschreden. Ook moet ervoor worden gezorgd dat dergelijke preventieve maatregelen in de vorm van maatregelen voor probleemactiva in overeenstemming zijn met de bestaande staatssteunregels en beste praktijken, dat zij de levensvatbaarheid van de instelling of entiteit op lange termijn herstellen, dat de staatssteun tot het noodzakelijke minimum beperkt blijft en dat concurrentieverstoringen worden vermeden. Om die redenen moeten de betrokken autoriteiten in geval van preventieve maatregelen in de vorm van maatregelen voor probleemactiva rekening houden met de specifieke richtsnoeren, waaronder de AMC-blauwdruk<FOOTNOTE><FIELD>COM(2018) 133 def.</FIELD></FOOTNOTE> en de mededeling Aanpak van niet-renderende leningen<FOOTNOTE><FIELD>COM(2020) 822 def.</FIELD></FOOTNOTE>. Ook voor deze preventieve maatregelen in de vorm van maatregelen voor probleemactiva moet altijd de dwingende voorwaarde van tijdelijkheid gelden. Verwacht wordt dat overheidsgaranties die voor een bepaalde periode worden verleend met betrekking tot de probleemactiva van de betrokken instelling of entiteit, een betere naleving van de voorwaarde van tijdelijkheid garanderen dan overdrachten van dergelijke activa aan een door de overheid gesteunde entiteit. Om ervoor te zorgen dat instellingen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">die steun ontvangen, voldoen aan de voorwaarden voor de steunmaatregel, moeten de ECB of de nationale bevoegde autoriteiten instellingen die hun verplichtingen niet zijn nagekomen, om een plan van corrigerende maatregelen verzoeken. Wanneer de ECB of een nationale bevoegde autoriteit van mening is dat de maatregelen in dit plan niet voldoende zijn om te zorgen voor de levensvatbaarheid van de instelling op lange termijn of wanneer de instelling het saneringsplan niet heeft nageleefd, moet de ECB of de betrokken nationale bevoegde autoriteit beoordelen of de instelling faalt</STRING></STRING> of waarschijnlijk <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zal falen, in overeenstemming met artikel 18 van Verordening (EU) nr. 806/2014.</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(25)</NO.P>Het is van belang dat de afwikkelingsraad snel en tijdig maatregelen neemt wanneer het gaat om de toekenning van staatssteun of steun uit het Fonds. Daarom moet de afwikkelingsraad de betrokken afwikkelingsregeling kunnen aannemen voordat de Commissie heeft beoordeeld of deze steun verenigbaar is met de interne markt. Om de goede werking van de interne markt in een dergelijk scenario te garanderen, moeten afwikkelingsregelingen die de verlening van staatssteun of steun uit het Fonds inhouden, echter uiteindelijk onderworpen blijven aan de goedkeuring van de Commissie. Om de Commissie in staat te stellen zo spoedig mogelijk te beoordelen of de steun uit het Fonds verenigbaar is met de interne markt, en om een vlotte informatiestroom te waarborgen, moet ook worden bepaald dat de afwikkelingsraad en de Commissie onverwijld alle nodige informatie over het mogelijke gebruik van de steun uit het Fonds moeten uitwisselen en moeten specifieke regels worden vastgesteld over wanneer de afwikkelingsraad de informatie aan de Commissie moet verstrekken en welke informatie hij moet verstrekken, om de Commissie in staat te stellen de verenigbaarheid van de steun uit het Fonds te beoordelen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(26)</NO.P>De procedure voor de afwikkeling en de procedure voor het besluit tot toepassing van de bevoegdheden tot afschrijving en omzetting zijn vergelijkbaar. Het is derhalve aangewezen de respectieve taken van de afwikkelingsraad en van hetzij de ECB, hetzij de nationale bevoegde autoriteit, naargelang het geval, op elkaar af te stemmen wanneer zij, enerzijds, beoordelen of de voorwaarden voor de toepassing van de bevoegdheden tot afschrijving en omzetting aanwezig zijn en, anderzijds, wanneer zij de voorwaarden voor de aanneming van een afwikkelingsregeling beoordelen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(27)</NO.P>Het is mogelijk dat een afwikkelingsmaatregel moet worden toegepast op een af te wikkelen entiteit die aan het hoofd van een af te wikkelen groep staat, terwijl bevoegdheden tot afschrijving en omzetting moeten worden toegepast op een andere entiteit van dezelfde groep. Onderlinge afhankelijkheden tussen dergelijke entiteiten, waaronder het bestaan van geconsolideerde kapitaalvereisten die moeten worden hersteld en de noodzaak om mechanismen voor verliesopname en kapitaalafname in werking te stellen, kunnen het moeilijk maken om de verliesabsorptie en de herkapitalisatiebehoeften voor elke entiteit afzonderlijk te beoordelen, en dus om de noodzakelijke bedragen te bepalen die voor elke entiteit moeten worden afgeschreven en omgezet. De procedure voor de toepassing van de bevoegdheid tot afschrijving en omzetting van kapitaalinstrumenten en in aanmerking komende passiva in die situaties moet derhalve worden gespecificeerd, waarbij de afwikkelingsraad rekening moet houden met dergelijke onderlinge afhankelijkheden. Wanneer een entiteit aan de voorwaarden voor de toepassing van de bevoegdheden tot afschrijving en omzetting voldoet en een andere entiteit binnen dezelfde groep tegelijkertijd aan de afwikkelingsvoorwaarden voldoet, moet de afwikkelingsraad daartoe een afwikkelingsregeling vaststellen die op beide entiteiten betrekking heeft.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(28)</NO.P>Om de rechtszekerheid te vergroten, en gezien de mogelijke relevantie van passiva die kunnen voortvloeien uit toekomstige onzekere gebeurtenissen, waaronder de uitkomst van rechtszaken die op het moment van afwikkeling aanhangig zijn, moet worden bepaald welke behandeling deze passiva voor de toepassing van het instrument van bail-in moeten krijgen. De leidende beginselen in dat verband moeten die zijn welke zijn vervat in de boekhoudregels, en met name de boekhoudregels die zijn vastgelegd in de International Accounting Standard 37 zoals aangenomen bij Verordening (EG) nr. 1126/2008 van de Commissie<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 1126/2008 van de Commissie van 3 november 2008 tot goedkeuring van bepaalde internationale standaarden voor jaarrekeningen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 320 van 29.11.2008, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>. Op grond daarvan moeten de afwikkelingsautoriteiten een onderscheid maken tussen voorzieningen en voorwaardelijke verplichtingen. Voorzieningen zijn verplichtingen die verband houden met een waarschijnlijke uitstroom van middelen en die op betrouwbare wijze kunnen worden geraamd. Voorwaardelijke verplichtingen worden niet opgenomen als boekhoudkundige verplichtingen omdat zij betrekking hebben op een verplichting die op het tijdstip van de raming niet als waarschijnlijk kan worden beschouwd of niet op betrouwbare wijze kan worden geraamd.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(29)</NO.P>Aangezien voorzieningen boekhoudkundige verplichtingen zijn, moet worden gespecificeerd dat deze voorzieningen op dezelfde wijze moeten worden behandeld als andere verplichtingen. Dergelijke bepalingen moeten bail-inbaar zijn, tenzij zij voldoen aan een van de specifieke criteria om van het toepassingsgebied van het instrument van bail-in te worden uitgesloten. Gezien de potentiële relevantie van deze voorzieningen bij afwikkeling en om zekerheid te bieden bij de toepassing van het instrument van bail-in, moet worden gespecificeerd dat de voorzieningen deel uitmaken van de bail-inbare passiva en dat bijgevolg het instrument van bail-in erop van toepassing is.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(30)</NO.P>Volgens de boekhoudkundige beginselen kunnen voorwaardelijke verplichtingen niet als verplichtingen worden erkend en mogen zij derhalve niet bail-inbaar zijn. Er moet echter voor worden gezorgd dat een voorwaardelijke verplichting die zou voortvloeien uit een gebeurtenis die onwaarschijnlijk is of op het moment van afwikkeling niet betrouwbaar kan worden ingeschat, geen afbreuk doet aan de doeltreffendheid van de afwikkelingsstrategie en met name van het instrument van bail-in. Om dat doel te bereiken moet de schatter, als onderdeel van de waardering ten behoeve van de afwikkeling, de voorwaardelijke verplichtingen beoordelen die zijn opgenomen in de balans van de instelling of entiteit in afwikkeling en de potentiële waarde van die verplichtingen naar diens beste vermogen kwantificeren. Om ervoor te zorgen dat de instelling of entiteit na het afwikkelingsproces gedurende een passende periode voldoende marktvertrouwen kan genieten, moet de schatter met die potentiële waarde rekening houden bij de vaststelling van het bedrag waarmee de bail-inbare passiva moeten worden afgeschreven of geconverteerd om de kapitaalratio’s van de instelling in afwikkeling te herstellen. De afwikkelingsautoriteit moet met name haar omzettingsbevoegdheden toepassen op bail-inbare passiva voor zover dat nodig is om ervoor te zorgen dat de herkapitalisatie van de instelling in afwikkeling voldoende is om potentiële verliezen te dekken die kunnen worden veroorzaakt door een verplichting die door een onwaarschijnlijke gebeurtenis kan ontstaan. Bij de beoordeling van het af te schrijven of om te zetten bedrag moet de afwikkelingsautoriteit het effect van het potentiële verlies op de instelling in afwikkeling zorgvuldig afwegen op basis van een aantal factoren, waaronder de waarschijnlijkheid dat de gebeurtenis zich voordoet, het tijdsbestek waarbinnen dat gebeurt en het bedrag van de voorwaardelijke verplichting.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(31)</NO.P>In bepaalde omstandigheden kan de afwikkelingsraad, nadat het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds een bijdrage van ten hoogste 5 % van de totale passiva van de instelling of entiteit inclusief eigen vermogen heeft geleverd, gebruikmaken van aanvullende financieringsbronnen om hun afwikkelingsmaatregel verder te ondersteunen. Er moet duidelijker worden aangegeven in welke omstandigheden het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds verdere steun kan verlenen wanneer alle passiva met een lagere prioriteitsrangorde dan deposito’s die niet verplicht of vrijwillig van bail-in zijn uitgesloten, volledig zijn afgeschreven of omgezet.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(32)</NO.P>Het succes van de afwikkeling hangt af van de tijdige toegang van de afwikkelingsraad tot relevante informatie van de instellingen en entiteiten die onder de verantwoordelijkheid van de afwikkelingsraad vallen en van overheidsinstellingen en -autoriteiten. In die context moet de afwikkelingsraad toegang hebben tot informatie van statistische aard die de ECB in het kader van haar centralebankfunctie heeft verzameld, naast de informatie waarover de ECB als toezichthouder in het kader van Verordening (EU) nr. 1024/2013 beschikt. Uit hoofde van Verordening (EG) nr. 2533/98 van de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 2533/98 van de Raad van 23 november 1998 met betrekking tot het verzamelen van statistische gegevens door de Europese Centrale Bank (PB L 318 van 27.11.1998, blz. 8).</FIELD></FOOTNOTE> moet de afwikkelingsraad de fysieke en logische bescherming van vertrouwelijke statistische gegevens verzekeren en moet hij toestemming aan de ECB te vragen voor de verdere overmaking die noodzakelijk kan zijn voor de uitvoering van de taken van de afwikkelingsraad. Aangezien informatie met betrekking tot het aantal klanten waarvoor een instelling of entiteit de enige of voornaamste bankpartner is, die wordt bijgehouden door de gecentraliseerde automatische mechanismen die zijn opgezet krachtens Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie (PB L 141 van 5.6.2015, blz. 73).</FIELD></FOOTNOTE>, nodig kan zijn om de beoordeling van het algemeen belang uit te voeren, moet de afwikkelingsraad die informatie per geval kunnen ontvangen. Het precieze tijdstip van indirecte toegang tot informatie door de afwikkelingsraad moet ook worden gespecificeerd. Met name wanneer de relevante informatie beschikbaar is voor een instelling of autoriteit die verplicht is met de afwikkelingsraad samen te werken wanneer de afwikkelingsraad om informatie verzoekt, moet deze instelling of autoriteit die informatie aan de afwikkelingsraad verstrekken. Indien de informatie op dat moment niet beschikbaar is, ongeacht de reden voor deze onbeschikbaarheid, moet de afwikkelingsraad deze informatie kunnen verkrijgen van de natuurlijke of rechtspersoon die over deze informatie beschikt via de nationale afwikkelingsautoriteiten of rechtstreeks, na deze nationale afwikkelingsautoriteiten daarvan in kennis te hebben gesteld. De afwikkelingsraad moet ook kunnen bepalen volgens welke procedure en in welke vorm hij informatie van financiële entiteiten moet ontvangen om ervoor te zorgen dat die informatie het best aan zijn behoeften voldoet, met inbegrip van virtuele dataruimten. Om een zo breed mogelijke samenwerking te waarborgen met alle entiteiten die over gegevens kunnen beschikken die relevant zijn voor de afwikkelingsraad en die nodig zijn voor de uitvoering van de aan de afwikkelingsraad opgedragen taken, en om dubbele verzoeken aan instellingen en entiteiten te vermijden, moeten de openbare instellingen en autoriteiten waarmee de afwikkelingsraad moet kunnen samenwerken, de beschikbaarheid van informatie controleren en informatie uitwisselen, bovendien de leden van het Europees Stelsel van centrale banken, de betrokken depositogarantiestelsels, het Europees Comité voor systeemrisico’s, de Europese toezichthoudende autoriteiten en het Europees stabiliteitsmechanisme omvatten. Ten slotte moet de afwikkelingsraad, om te zorgen voor een tijdige interventie van financiële regelingen die voor het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds zijn aangegaan in geval van nood, de Commissie en de ECB in kennis stellen zodra hij van oordeel is dat het nodig kan zijn dergelijke financiële regelingen te activeren, en de Commissie en de ECB alle informatie verstrekken die nodig is voor de uitvoering van hun taken met betrekking tot dergelijke financiële regelingen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(33)</NO.P>Artikel 86, lid 1, van Richtlijn 2014/59/EU bepaalt dat normale insolventieprocedures met betrekking tot onder die richtlijn vallende instellingen en entiteiten slechts op initiatief van de afwikkelingsautoriteit worden ingeleid en dat een besluit tot plaatsing van een instelling of entiteit in een normale insolventieprocedure slechts met instemming van de afwikkelingsautoriteit wordt genomen. Die bepaling is niet terug te vinden in Verordening (EU) nr. 806/2014. In overeenstemming met de in Verordening (EU) nr. 806/2014 gespecificeerde taakverdeling moeten de nationale afwikkelingsautoriteiten de afwikkelingsraad raadplegen voordat zij overeenkomstig artikel 86, lid 1, van Richtlijn 2014/59/EU optreden voor instellingen en entiteiten die onder de rechtstreekse verantwoordelijkheid van de afwikkelingsraad vallen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(34)</NO.P>De selectiecriteria voor de functie van vicevoorzitter van de afwikkelingsraad zijn dezelfde als die voor de selectie van de voorzitter en de andere voltijdse leden van de afwikkelingsraad. Het is derhalve passend ook aan de vicevoorzitter van de afwikkelingsraad dezelfde stemrechten toe te kennen als aan de voorzitter en de voltijdse leden van de afwikkelingsraad.</P></CONS><CONS><P>▌</P></CONS><CONS><P><NO.P>(36)</NO.P>Om de afwikkelingsraad in staat te stellen het voorontwerp van begroting in zijn plenaire vergadering vooraf te beoordelen voordat de voorzitter het definitieve ontwerp indient, moet de termijn waarbinnen de voorzitter een eerste voorstel voor de jaarlijkse begroting van de afwikkelingsraad kan indienen, worden verlengd.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(37)</NO.P>Na de initiële opbouwperiode van het in artikel 69, lid 1, van Verordening (EU) nr. 806/2014 bedoelde gemeenschappelijk afwikkelingsfonds kunnen de beschikbare financiële middelen ervan geconfronteerd worden met lichte dalingen onder het streefniveau, met name als gevolg van een toename van de gedekte deposito’s. Het bedrag van de vooraf te betalen bijdragen dat in die omstandigheden waarschijnlijk zal worden opgevraagd, zal dus waarschijnlijk gering zijn. Het is dus mogelijk dat het bedrag van die vooraf te betalen bijdragen in sommige jaren niet meer in verhouding staat tot de kosten van de inning van die bijdragen. De afwikkelingsraad moet derhalve de inning van de vooraf te betalen bijdragen gedurende <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">maximaal drie jaar</STRING></STRING> kunnen uitstellen totdat het te innen bedrag een bedrag bereikt dat in verhouding staat tot de kosten van het inningsproces, mits een dergelijk uitstel de capaciteit van de afwikkelingsraad om het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds te gebruiken, niet wezenlijk aantast.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(38)</NO.P>Onherroepelijke betalingsverplichtingen zijn een van de bestanddelen van de beschikbare financiële middelen van het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds. Daarom moeten de omstandigheden waarin deze betalingsverplichtingen kunnen worden opgevraagd, en de toepasselijke procedure voor de beëindiging van de verplichtingen ingeval een instelling of entiteit niet langer onderworpen is aan de verplichting om bijdragen aan het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds te betalen, worden gespecificeerd. Om meer transparantie en zekerheid te bieden met betrekking tot het aandeel van de onherroepelijke betalingsverplichtingen in het totale bedrag van de vooraf te betalen bijdragen, moet de afwikkelingsraad dit aandeel bovendien jaarlijks bepalen, met inachtneming van de toepasselijke limieten.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(39)</NO.P>Het maximale jaarlijkse bedrag aan buitengewone achteraf te betalen bijdragen aan het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds is momenteel beperkt tot driemaal het bedrag van de vooraf te betalen bijdragen. Na de initiële opbouwperiode als bedoeld in artikel 69, lid 1, van Verordening (EU) nr. 806/2014 zullen dergelijke vooraf te betalen bijdragen, in andere omstandigheden dan het gebruik van het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds, alleen afhangen van variaties in het niveau van de gedekte deposito’s en daarom waarschijnlijk klein worden. Het maximumbedrag van de buitengewone achteraf te betalen bijdragen baseren op vooraf te betalen bijdragen zou dan tot gevolg kunnen hebben dat de mogelijkheid voor het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds om achteraf te betalen bijdragen te heffen, drastisch wordt beperkt, waardoor de slagvaardigheid van het Fonds wordt verminderd. Om een dergelijk resultaat te voorkomen, moet een andere limiet worden vastgesteld en moet het maximumbedrag aan op te vragen buitengewone achteraf te betalen bijdragen worden vastgesteld op driemaal een achtste van het streefniveau van het Fonds.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(40)</NO.P>Het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds kan worden gebruikt ter ondersteuning van de toepassing van het instrument van verkoop van de onderneming of van het instrument van de overbruggingsinstelling, waarbij een reeks activa, rechten en passiva van de instelling in afwikkeling aan een ontvanger worden overgedragen. In dat geval kan de afwikkelingsraad een vordering hebben op de resterende instelling of entiteit bij de latere liquidatie ervan volgens een normale insolventieprocedure. Dat kan gebeuren wanneer het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds wordt gebruikt in verband met verliezen die crediteuren anders zouden hebben gedragen, onder meer in de vorm van garanties voor activa en passiva, of dekking van het verschil tussen de overgedragen activa en passiva. Om ervoor te zorgen dat de aandeelhouders en crediteuren die in de resterende instelling of entiteit achterblijven, de verliezen van de instelling in afwikkeling daadwerkelijk opvangen en de mogelijkheid van terugbetalingen aan de afwikkelingsraad in geval van insolventie verbeteren, moeten de vorderingen van de afwikkelingsraad op de resterende instelling of entiteit, en vorderingen die voortvloeien uit redelijke uitgaven die de afwikkelingsraad naar behoren heeft gemaakt, bij insolventie dezelfde rangorde krijgen als de rangorde van de vorderingen van de nationale afwikkelingsfinancieringsregelingen in elke deelnemende lidstaat, die hoger moet zijn dan de rangorde van deposito’s en depositogarantiestelsels. Aangezien compensaties die aan aandeelhouders en crediteuren uit het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds worden betaald wegens inbreuken op het beginsel dat geen enkele crediteur slechter mag zijn, bedoeld zijn om de resultaten van de afwikkelingsmaatregel te compenseren, mogen deze compensaties geen aanleiding geven tot vorderingen van de afwikkelingsraad.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(41)</NO.P>Aangezien sommige van de bepalingen van Verordening (EU) nr. 806/2014 betreffende de rol die depositogarantiestelsels bij afwikkeling kunnen spelen, vergelijkbaar zijn met die van Richtlijn 2014/59/EU, moeten de wijzigingen die in Richtlijn 2014/59/EU door [OP, gelieve het nummer van de richtlijn tot wijziging van Richtlijn 2014/59/EU in te vullen] in die bepalingen zijn aangebracht, worden weerspiegeld in Verordening (EU) nr. 806/2014.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(42)</NO.P>Transparantie is essentieel om de marktintegriteit, de marktdiscipline en de bescherming van de beleggers te waarborgen. Om ervoor te zorgen dat de afwikkelingsraad inspanningen voor meer transparantie kan bevorderen en eraan kan deelnemen, moet de afwikkelingsraad informatie die voortvloeit uit zijn eigen analyses, beoordelingen en vaststellingen, met inbegrip van zijn afwikkelbaarheidsbeoordelingen, openbaar kunnen maken wanneer die openbaarmaking de bescherming van het algemeen belang op het gebied van financieel, monetair of economisch beleid niet ondermijnt en wanneer een hoger algemeen belang openbaarmaking gebiedt.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(43)</NO.P>Daarom moet Verordening (EU) nr. 806/2014 worden gewijzigd.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(44)</NO.P>Met het oog op de samenhang moeten de wijzigingen van Verordening (EU) nr. 806/2014 die vergelijkbaar zijn met de wijzigingen van Richtlijn 2014/59/EU door ... [OP, gelieve het nummer van de richtlijn tot wijziging van Richtlijn 2014/59/EU in te voegen] worden toegepast vanaf dezelfde datum als de datum voor de omzetting van ... [OP, gelieve het nummer van de richtlijn tot wijziging van Richtlijn 2014/59/EU in te voegen], namelijk ... [OP, gelieve de datum in te voegen = 18 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening]. Er is echter geen reden om de toepassing van de wijzigingen van Verordening (EU) nr. 806/2014 die uitsluitend betrekking hebben op de werking van het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme uit te stellen. Deze wijzigingen moeten derhalve van toepassing zijn met ingang van ... [OP, gelieve de datum in te voegen = 1 maand na de datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening].</P></CONS><CONS><P><NO.P>(45)</NO.P>Aangezien de doelstellingen van deze verordening, namelijk het verbeteren van de effectiviteit en efficiëntie van het herstel- en afwikkelingskader voor instellingen en entiteiten, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt vanwege de risico’s die uiteenlopende nationale benaderingen voor de integriteit van de interne markt met zich mee kunnen brengen, maar veeleer door het wijzigen van regels die reeds op Unieniveau zijn vastgesteld, beter op Unieniveau kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen vaststellen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken,</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><DINIT>HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:</DINIT><GR.ART><ARTICLE><TI.ART><STRING ITALIC="on">Artikel 1</STRING></TI.ART><STI.ART><STRING BOLD="on">Wijzigingen in Verordening (EU) nr. 806/2014</STRING></STI.ART><PARAG>Verordening (EU) nr. 806/2014 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1)</NO.P>artikel 3, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>punt 24 bis wordt vervangen door:<CITATION><P>“24 bis.	“af te wikkelen entiteit”: een in een deelnemende lidstaat gevestigde rechtspersoon die overeenkomstig artikel 8 van deze verordening door de afwikkelingsraad of de nationale afwikkelingsautoriteit is aangemerkt als een entiteit waarvoor het afwikkelingsplan in een afwikkelingsmaatregel voorziet;”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de volgende punten 24 quinquies en 24 sexies worden ingevoegd:<CITATION><P><LIST LEVEL="1" TYPE="ARAB"><INT.LI LEVEL="0">“24 quinquies.	“niet-EU mondiaal systeemrelevante instelling” of “niet-EU-MSI”: een niet-EU-MSI in de zin van artikel 4, lid 1, punt 134, van Verordening (EU) nr. 575/2013;</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>24 sexies.</SYMBOL>“MSI-entiteit”: een entiteit uit de financiële sector in de zin van artikel 4, lid 1, punt 136, van Verordening (EU) nr. 575/2013;’;</ITEM></LIST></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>punt 49 wordt vervangen door:<CITATION><P>“49.	“bail-inbare passiva”: de passiva, met inbegrip van de passiva die aanleiding geven tot boekhoudkundige voorzieningen, en kapitaalinstrumenten die niet in aanmerking komen als tier 1-kernkapitaalinstrumenten, aanvullende tier 1-instrumenten of tier 2-instrumenten van een entiteit als bedoeld in artikel 2 die niet van het toepassingsgebied van het instrument van bail-in zijn uitgesloten op grond van artikel 27, lid 3;”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2)</NO.P>In artikel 4 wordt het volgende lid 1 bis ingevoegd:<CITATION><P>“1 bis.	De lidstaten stellen de afwikkelingsraad zo spoedig mogelijk in kennis van hun verzoek om een nauwe samenwerking met de ECB aan te gaan overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EU) nr. 1024/2013.</P><P>Na de kennisgeving op grond van artikel 7 van Verordening (EU) nr. 1024/2013 en voordat een nauwe samenwerking tot stand komt, verstrekken de lidstaten alle informatie over de op hun grondgebied gevestigde entiteiten en groepen die de afwikkelingsraad nodig kan hebben om de hem bij deze verordening en de overeenkomst opgedragen taken voor te bereiden.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3)</NO.P>Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>in lid 3, vierde alinea, wordt de eerste zin vervangen door:<CITATION><P>“De nationale afwikkelingsautoriteiten passen bij het verrichten van de in dit lid bedoelde taken de desbetreffende bepalingen van deze verordening toe. Alle verwijzingen naar de afwikkelingsraad in artikel 5, lid 2, artikel 6, lid 5, artikel 8, leden 6, 8, 12 en 13, artikel 10, leden 1 tot en met 10, artikel 10 bis, de artikelen 11 tot en met 14, artikel 15, leden 1, 2 en 3, artikel 16, artikel 18, leden 1, 1 bis, 2 en 6, artikel 20, artikel 21, leden 1 tot en met 7, artikel 21, lid 8, tweede alinea, artikel 21, leden 9 en 10, artikel 22, leden 1, 3 en 6, de artikelen 23 en 24, artikel 25, lid 3, artikel 27, leden 1 tot en met 15, artikel 27, lid 16, tweede alinea, tweede zin, derde alinea, en vierde alinea, eerste, derde en vierde zin, en artikel 32 worden gelezen als verwijzingen naar de nationale afwikkelingsautoriteiten met betrekking tot de in de eerste alinea van dit lid bedoelde groepen en entiteiten.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>lid 5 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>de woorden “artikel 12, lid 2” worden vervangen door “artikel 12, lid 3”;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>de volgende alinea wordt toegevoegd:<CITATION><P>“Nadat de in de eerste alinea bedoelde kennisgeving van kracht is geworden, kunnen de deelnemende lidstaten besluiten dat de verantwoordelijkheid voor het uitvoeren van de taken met betrekking tot andere op hun grondgebied gevestigde entiteiten en groepen dan die bedoeld in lid 2, wordt teruggegeven aan de nationale afwikkelingsautoriteiten, in welk geval de eerste alinea niet langer van toepassing is. Lidstaten die voornemens zijn van die mogelijkheid gebruik te maken, stellen de afwikkelingsraad en de Commissie daarvan in kennis. De kennisgeving wordt van kracht op de dag van de bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING>.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4)</NO.P>Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>in lid 2 wordt de volgende alinea toegevoegd:<CITATION><P>“De afwikkelingsraad kan de nationale afwikkelingsautoriteiten opdragen de in artikel 10, lid 8, van Richtlijn 2014/59/EU bedoelde bevoegdheden uit te oefenen. De nationale afwikkelingsautoriteiten voeren de instructies van de afwikkelingsraad uit in overeenstemming met artikel 29 van deze verordening.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in lid 9 wordt de eerste alinea als volgt gewijzigd:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het volgende punt wordt ingevoegd:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“a bis)	in voorkomend geval een gedetailleerde beschrijving van de redenen waarom is vastgesteld dat een instelling als liquidatie-entiteit moet worden aangemerkt, met een toelichting bij de wijze waarop de afwikkelingsautoriteit tot de slotsom is gekomen dat de instelling kritieke functies ontbeert;”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het volgende punt wordt ingevoegd:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“j bis)	een beschrijving van de wijze waarop de verschillende afwikkelingsstrategieën de in artikel 14 vastgelegde afwikkelingsdoelstellingen het best zouden verwezenlijken;”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>iii)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het volgende punt wordt ingevoegd:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“p bis)	een gedetailleerde en gekwantificeerde lijst van gedekte deposito’s en in aanmerking komende deposito’s van natuurlijke personen en micro-, kleine en middelgrote ondernemingen;”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>in lid 10 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">worden</STRING></STRING> de volgende<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> alinea’s</STRING></STRING> toegevoegd:<CITATION><P>“De vaststelling van de maatregelen die moeten worden genomen ten aanzien van de in de eerste alinea, punt b), bedoelde dochterondernemingen die geen af te wikkelen entiteiten zijn, kan<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, na overleg met de relevante nationale afwikkelingsautoriteit,</STRING></STRING> door de afwikkelingsraad aan een vereenvoudigde aanpak worden onderworpen indien een dergelijke aanpak de afwikkelbaarheid van de groep niet negatief zou beïnvloeden, rekening houdend met de omvang van de dochteronderneming, haar risicoprofiel, het ontbreken van kritieke functies en de afwikkelingsstrategie van de groep.</P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In het groepsafwikkelingsplan wordt vastgesteld of andere entiteiten binnen een af te wikkelen groep dan de af te wikkelen entiteit, als liquidatie-entiteiten worden aangemerkt. Onverminderd andere factoren die de afwikkelingsraad mogelijk relevant acht, worden entiteiten die kritieke functies leveren niet als liquidatie-entiteiten aangemerkt.</STRING></STRING>”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in lid 11 wordt het volgende punt ingevoegd:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“-a bis)		bevat een gedetailleerde beschrijving van de redenen waarom is vastgesteld dat een groepsentiteit als liquidatie-entiteit moet worden aangemerkt, met een toelichting bij de wijze waarop de afwikkelingsautoriteit tot de slotsom is gekomen dat de instelling kritieke functies ontbeert, en de wijze waarop de verhouding tussen het totaal van haar risicoposten en bedrijfsresultaat en het totaal van de risicoposten en het bedrijfsresultaat van de groep, alsmede de hefboomratio van de groepsentiteit in de context van de groep in aanmerking zijn genomen;”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>het volgende lid 14 wordt toegevoegd:<CITATION><P>“14.	De afwikkelingsraad stelt geen afwikkelingsplannen vast voor de in lid 1 bedoelde entiteiten en groepen wanneer artikel 22, lid 5, van toepassing is of wanneer <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">insolventieprocedures zijn gestart ten aanzien van </STRING></STRING>de entiteit of groep ▌overeenkomstig het toepasselijke nationale recht overeenkomstig artikel 32 ter van Richtlijn 2014/59/EU.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5)</NO.P>Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>in lid 4, vierde alinea, worden de woorden “eerste alinea” vervangen door de woorden “derde alinea”;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>in alinea 7 worden de woorden “dat tot de instelling of de moederonderneming is gericht” vervangen door de woorden “dat tot de entiteit of de moederonderneming is gericht” en worden de woorden “effect op het bedrijfsmodel van de instelling” vervangen door de woorden “effect op het bedrijfsmodel van de entiteit of de groep”;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>lid 10 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>in de tweede alinea wordt het woord “instelling” vervangen door de woorden “betrokken entiteit”;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>in de derde alinea wordt het woord “instelling” vervangen door het woord “entiteit”;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>iii)</NO.P>de volgende alinea wordt toegevoegd:<CITATION><P>“Indien de door de betrokken entiteit voorgestelde maatregelen de belemmeringen voor de afwikkelbaarheid daadwerkelijk verminderen of wegnemen, neemt de afwikkelingsraad een besluit, na raadpleging van de ECB of de betrokken nationale bevoegde autoriteit en, in voorkomend geval, de aangewezen macroprudentiële autoriteit. In dat besluit wordt aangegeven dat de voorgestelde maatregelen de belemmeringen voor de afwikkelbaarheid daadwerkelijk verminderen of wegnemen en worden de nationale afwikkelingsautoriteiten opgedragen de instelling, de moederonderneming of een dochteronderneming van de betrokken groep te verplichten de voorgestelde maatregelen uit te voeren.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het volgende lid wordt toegevoegd:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“13 bis.	De afwikkelingsautoriteit publiceert aan het einde van elke afwikkelingsplanningscyclus een geanonimiseerde lijst die in geaggregeerde vorm alle vastgestelde wezenlijke belemmeringen voor de afwikkelbaarheid en relevante maatregelen om deze aan te pakken, bevat. De bepalingen inzake het beroepsgeheim van artikel 88 zijn van toepassing.”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6)</NO.P>Artikel 10 bis wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>in lid 1 wordt de aanhef vervangen door:<CITATION><P>“1.	Indien een entiteit zich in een situatie bevindt waarin zij voldoet aan het gecombineerde buffervereiste, wanneer dit vereiste in beschouwing wordt genomen naast elk van de vereisten, bedoeld in artikel 141 bis, lid 1, punten a), b) en c), van Richtlijn 2013/36/EU, maar niet aan het gecombineerde buffervereiste voldoet wanneer het in beschouwing wordt genomen naast de vereisten bedoeld in de artikelen 12 quinquies en 12 sexies van deze verordening, als berekend overeenkomstig artikel 12 bis, lid 2, punt a), van deze verordening, heeft de afwikkelingsraad de bevoegdheid, overeenkomstig de leden 2 en 3 van dit artikel, de nationale afwikkelingsautoriteit op te dragen een entiteit te verbieden uitkeringen voor een bedrag dat hoger is dan het maximaal uitkeerbare bedrag voor het minimumvereiste voor eigen vermogen en in aanmerking komende passiva (“M-MDA”), berekend overeenkomstig lid 4 van dit artikel, te verrichten door het stellen van een van de volgende handelingen:”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het volgende lid 7 wordt toegevoegd:<CITATION><P>“7.	Wanneer een entiteit niet op dezelfde basis aan het gecombineerde buffervereiste is onderworpen als de basis waarop zij aan de in de artikelen 12 quinquies en 12 sexies bedoelde vereisten moet voldoen, past de afwikkelingsraad de leden 1 tot en met 6 van dit artikel toe op basis van de raming van het gecombineerde buffervereiste overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/1118* van de Commissie. Artikel 128, vierde lid, van Richtlijn 2013/36/EU is van toepassing.</P><P>De afwikkelingsraad neemt het in de eerste alinea bedoelde geraamde gecombineerde buffervereiste op in het besluit tot vaststelling van de in de artikelen 12 quinquies en 12 sexies van deze verordening bedoelde vereisten. De entiteit maakt het geraamde gecombineerde buffervereiste samen met de in artikel 45 decies, lid 3, van Richtlijn 2014/59/EU bedoelde informatie openbaar.</P><P>______________________________</P><P>*	Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/1118 van de Commissie van 26 maart 2021 tot aanvulling van Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van de door afwikkelingsautoriteiten te gebruiken methode voor het ramen van het in artikel 104 bis van Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad bedoelde vereiste en het gecombineerde buffervereiste voor af te wikkelen entiteiten op het geconsolideerde niveau van de af te wikkelen groep, ingeval de af te wikkelen groep niet onderworpen is aan die vereisten uit hoofde van die richtlijn (PB L 241 van 8.7.2021, blz. 1).”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7)</NO.P>aan artikel 12 wordt het volgende lid 8 toegevoegd:<CITATION><P>“8.	De afwikkelingsraad is verantwoordelijk voor het verlenen van de in artikel 77, lid 2, en artikel 78 bis van Verordening (EU) nr. 575/2013 bedoelde toestemmingen aan de in lid 1 van dit artikel bedoelde entiteiten. De afwikkelingsraad richt zijn besluit tot de betrokken entiteit.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8)</NO.P>in artikel 12 bis wordt lid 1 vervangen door:<CITATION><P>“1.	De afwikkelingsraad en de nationale afwikkelingsautoriteiten zorgen ervoor dat de in artikel 12, leden 1 en 3, bedoelde entiteiten te allen tijde voldoen aan de vereisten voor eigen vermogen en in aanmerking komende passiva indien voorgeschreven en zoals bepaald door de afwikkelingsraad overeenkomstig dit artikel en de artikelen 12 ter tot en met 12 decies.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9)</NO.P>artikel 12 quater wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>in de leden 4 en 5 wordt het woord “MSI’s” vervangen door de woorden “MSI-entiteiten”;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>in de aanhef van lid 7 worden de woorden “lid 3” vervangen door de woorden “lid 4”, en wordt het woord “MSI’s” vervangen door de woorden “MSI-entiteiten”;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>lid 8 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>in de eerste alinea wordt het woord “MSI’s” vervangen door de woorden “MSI-entiteiten”;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>in de tweede alinea, punt c), wordt het woord “MSI” vervangen door de woorden “MSI-entiteit”;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>het volgende lid 10 wordt toegevoegd:<CITATION><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">“10.	De afwikkelingsraad kan af te wikkelen entiteiten toestaan aan de in de leden 4, 5 en 7 bedoelde vereisten te voldoen met gebruikmaking van eigen vermogen of passiva als bedoeld in de leden 1 en 3 wanneer aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>voor entiteiten die MSI-entiteiten zijn of af te wikkelen entiteiten waarop artikel 12 quinquies, lid 4 of 5, van toepassing is, heeft de afwikkelingsraad het in lid 4 van dit artikel bedoelde vereiste niet overeenkomstig de eerste alinea van dat lid verlaagd;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>de in lid 1 van dit artikel bedoelde passiva die niet voldoen aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 72 ter, lid 2, punt d), van Verordening (EU) nr. 575/2013, voldoen aan de voorwaarden van artikel 72 ter, lid 4, punten b) tot en met e), van die verordening.”;</ITEM></LIST></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>10)</NO.P>in artikel 12 quinquies, lid 3, achtste alinea, en lid 6, achtste alinea, worden de woorden “kritieke economische functies” vervangen door de woorden “kritieke functies”;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>11)</NO.P>het volgende artikel 12 quinquies bis wordt ingevoegd:<CITATION><P>“Artikel 12 quinquies bis</P><P><STRING BOLD="on">Vaststelling van het minimumvereiste voor eigen vermogen en in aanmerking komende passiva voor overdrachtsstrategieën▌</STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">Bij de toepassing van artikel 12 quinquies op een af te wikkelen entiteit waarvan de voorkeursafwikkelingsstrategie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, hetzij afzonderlijk, hetzij in combinatie met andere afwikkelingsinstrumenten, </STRING></STRING>▌voorziet in het gebruik van het instrument van verkoop van de onderneming of het instrument van de overbruggingsinstelling ▌, stelt de afwikkelingsraad het in artikel 12 quinquies, lid 3, bedoelde herkapitalisatiebedrag op evenredige wijze vast op basis van de volgende criteria, al naargelang het geval:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>de omvang, het bedrijfsmodel, het financieringsmodel en het risicoprofiel <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van de afwikkelingsentiteit of, voor zover relevant, de omvang van het deel van de afwikkelingsentiteit dat aan het instrument van verkoop van de onderneming of het instrument van de overbruggingsinstelling is onderworpen</STRING></STRING>;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>de aandelen, andere eigendomsinstrumenten, activa, rechten of passiva die moeten worden overgedragen aan een ontvanger zoals aangegeven in het afwikkelingsplan, rekening houdend met:</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>i)</SYMBOL>de kernactiviteiten en kritieke functies van de af te wikkelen entiteit;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>ii)</SYMBOL>de van bail-in uitgesloten passiva overeenkomstig artikel 27, lid 3;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>iii)</SYMBOL>de waarborgen in de zin van artikelen 73 tot en met 80 van Richtlijn 2014/59/EU;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>iii bis)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de verwachte eigenvermogensvereisten voor overbruggingsinstellingen die nodig kunnen zijn om het verlaten van de markt van de afwikkelingsentiteit uit te voeren, om ervoor te zorgen dat de overbruggingsinstelling voldoet aan Verordening (EU) nr. 575/2013, Richtlijn 2013/36/EU en Richtlijn 2014/65/EU, naargelang het geval; </STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>iii ter)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het verwachte verzoek van de ontvanger om de transactie kapitaalneutraal te houden met betrekking tot de vereisten die van toepassing zijn op de verwervende entiteit; </STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>de verwachte waarde en verhandelbaarheid van de in punt b) bedoelde aandelen, andere eigendomsinstrumenten, activa, rechten of passiva van de afwikkelingsentiteit, rekening houdend met:</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>i)</SYMBOL>alle door de afwikkelingsautoriteit vastgestelde materiële belemmeringen voor de afwikkelbaarheid die ▌verband houden met de toepassing van het instrument van verkoop van de onderneming of het instrument van de overbruggingsinstelling;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>ii)</SYMBOL>de verliezen die voortvloeien uit de activa, rechten of passiva die in de resterende instelling zijn achtergebleven;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>ii bis)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">potentieel ongunstige marktomstandigheden ten tijde van de afwikkeling;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>d)</SYMBOL>of de voorkeursafwikkelingsstrategie voorziet in de overdracht van door de af te wikkelen entiteit uitgegeven aandelen of andere eigendomsinstrumenten, dan wel van alle of een deel van de activa, rechten en passiva van de af te wikkelen entiteit;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>e)</SYMBOL>of de voorkeursafwikkelingsstrategie voorziet in de toepassing van het instrument van afsplitsing van activa.</ITEM></LIST></P><P>▌</P><P><NO.P>3.</NO.P>De toepassing van lid 1 mag niet leiden tot een bedrag dat hoger is dan het bedrag dat voortvloeit uit de toepassing van artikel 12 quinquies, lid 3<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, of tot een bedrag dat lager is dan 13,5 % van het totaal van de risicoposten, berekend overeenkomstig artikel 92, lid 3, van Verordening (EU) nr. 575/2013, en lager is dan 5 % van de totale blootstellingsmaatstaf van de in lid 1 van dit artikel bedoelde betrokken entiteit, berekend overeenkomstig de artikelen 429 en 429 bis van Verordening (EU) nr. 575/2013</STRING></STRING>.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>12)</NO.P>in artikel 12 sexies, lid 1, worden de woorden “MSI of deel van een MSI” vervangen door de woorden “MSI-entiteit”;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>13)</NO.P>artikel 27 octies wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>lid 1 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>de tweede alinea wordt vervangen door:<CITATION><P>“De afwikkelingsraad kan na raadpleging van de bevoegde autoriteiten, met inbegrip van de ECB, besluiten om het in dit artikel neergelegde vereiste toe te passen op een in artikel 2, punt b), bedoelde entiteit en op een in artikel 2, punt c), bedoelde instelling die een dochteronderneming van een af te wikkelen entiteit is, maar zelf geen af te wikkelen entiteit is.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>in de derde alinea worden de woorden “eerste alinea” vervangen door de woorden “eerste en tweede alinea”;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het volgende lid 4 wordt toegevoegd:<CITATION><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">“4.	Wanneer in de Unie gevestigde dochterondernemingen, of een moederonderneming in de Unie en haar dochterinstellingen, overeenkomstig de algemene afwikkelingsstrategie geen af te wikkelen entiteiten zijn en de leden van het Europees afwikkelingscollege, wanneer dat overeenkomstig artikel 89 van Richtlijn 2014/59/EU is opgericht, met die strategie instemmen, voldoen in de Unie gevestigde dochterondernemingen of, op geconsolideerde basis, de moederonderneming in de Unie aan het vereiste van artikel 12 bis, lid 1, door de in lid 2, punten a) en b), van dit artikel bedoelde instrumenten te verstrekken aan een van de volgende entiteiten:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>hun uiteindelijke moederonderneming die in een derde land is gevestigd;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>de dochterondernemingen van die uiteindelijke moederonderneming die in hetzelfde derde land zijn gevestigd;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>andere entiteiten onder de voorwaarden van lid 2, punt a), i) en punt b), ii), van dit artikel.”;</ITEM></LIST></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>14)</NO.P>artikel 12 duodecies wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>▌het volgende lid▌ wordt ▌ingevoegd:<CITATION><P>“1 bis.	In afwijking van artikel 12 bis, lid 1, bepaalt de afwikkelingsraad passende overgangsperioden voor entiteiten om te voldoen aan de vereisten in artikel 12 septies of artikel 12 octies, of aan de vereisten die voortvloeien uit de toepassing van artikel 12 quater, lid 4, 5 of 7, naargelang het geval<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, indien instellingen of entiteiten onder die vereisten vallen na de inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening</STRING></STRING>. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Entiteiten voldoen uiterlijk op ... [vier jaar na de datum van toepassing van deze wijzigingsverordening] aan de vereisten in artikel 12 septies of artikel 12 octies, of aan de vereisten die voortvloeien uit de toepassing van artikel 12 quater, lid 4, 5 of 7.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De afwikkelingsraad bepaalt tussentijdse streefniveaus voor de vereisten in artikel 12 septies of artikel 12 octies, of voor de vereisten die voortvloeien uit de toepassing van artikel 12 quater, lid 4, 5 of 7, naargelang het geval, waaraan entiteiten als bedoeld in de eerste alinea van dit lid op ... [twee jaar na de datum van toepassing van deze wijzigingsverordening] moeten voldoen. Het tussentijdse streefniveau zorgt in de regel voor een lineaire opbouw van eigen vermogen en in aanmerking komende passiva en richting het vereiste.</STRING></STRING></P><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0"><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De afwikkelingsraad kan, indien naar behoren gerechtvaardigd en passend op basis van de in lid 7 bedoelde criteria, voorzien in een overgangsperiode die na ... [vier jaar na de datum van toepassing van deze wijzigingsverordening] verstrijkt, waarbij rekening wordt gehouden met het volgende:</STRING></STRING></INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de ontwikkeling van de financiële situatie van de entiteit;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de verwachting dat de entiteit in staat zal zijn om binnen een redelijk tijdbestek de naleving te waarborgen van de vereisten van artikel 12 septies of artikel 12 octies, dan wel van een vereiste die voortvloeit uit van de toepassing van artikel 12 quater, lid 4, 5 of 7; en</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of de entiteit in staat is passiva te vervangen die niet langer voldoen aan de criteria om in aanmerking te komen of de criteria inzake looptijd, en indien niet, de vraag of dat onvermogen eigen is aan de entiteit of te wijten is aan marktbrede verstoring.</STRING></STRING>”;</ITEM></LIST></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>in lid 3, punt a), worden de woorden “de afwikkelingsraad of de nationale afwikkelingsautoriteit” vervangen door de woorden “de afwikkelingsraad”;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>in lid 4 worden de woorden “MSI” vervangen door de woorden “MSI of een niet-EU-MSI”;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>in de leden 5 en 6 worden de woorden “de afwikkelingsraad en de nationale afwikkelingsautoriteiten” vervangen door de woorden “de afwikkelingsraad”;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>15)</NO.P>artikel 13 wordt vervangen door:<CITATION><P>“<STRING ITALIC="on">Artikel 13</STRING></P><P><STRING BOLD="on">Vroegtijdige-interventiemaatregelen</STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">De ECB <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">beraadt zich zonder onnodige vertraging en past in voorkomend geval</STRING></STRING> vroegtijdige-interventiemaatregelen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">toe</STRING></STRING> indien een entiteit als bedoeld in artikel 7, lid 2, punt a), aan een van de volgende voorwaarden voldoet:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>de entiteit voldoet aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 102 van Richtlijn 2013/36/EU of in artikel 16, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1024/2013 en een van de volgende elementen is van toepassing:</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>i)</SYMBOL>de entiteit heeft niet de door de ECB vereiste corrigerende maatregelen genomen, waaronder de maatregelen bedoeld in artikel 104 van Richtlijn 2013/36/EU, artikel 16, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1024/2013 of artikel 49 van Richtlijn (EU) 2019/2034;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>ii)</SYMBOL>de ECB oordeelt dat andere corrigerende maatregelen dan vroegtijdige-interventiemaatregelen onvoldoende zijn om de problemen aan te pakken▌;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>de entiteit schendt in de twaalf maanden na de beoordeling van de ECB de vereisten die zijn vastgelegd in titel II van Richtlijn 2014/65/EU, in de artikelen 3 tot en met 7, 14 tot en met 17, of 24, 25 en 26 van Verordening (EU) nr. 600/2014, of in de artikelen 12 septies of 12 octies van deze verordening, of zal deze waarschijnlijk schenden.</ITEM></LIST></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien sprake is van een aanzienlijke verslechtering van de situatie of ongunstige omstandigheden ontstaan, of indien nieuwe informatie over een entiteit wordt verkregen, kan</STRING></STRING> de ECB bepalen dat aan de in de eerste alinea, punt a), ii), bedoelde voorwaarde is voldaan zonder eerder andere corrigerende maatregelen te hebben genomen, waaronder de uitoefening van de bevoegdheden bedoeld in artikel 104 van Richtlijn 2013/36/EU of in artikel 16, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1024/2013.</P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Voor de toepassing van de eerste alinea, punt b), stelt de ECB, of, al naargelang het geval, de bevoegde autoriteit krachtens Richtlijn 2014/65/EU, of de afwikkelingsraad de nationale bevoegde autoriteit onverwijld in kennis van de inbreuk of waarschijnlijke inbreuk.</STRING></STRING></P><P><NO.P>2.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">Voor de toepassing van lid 1 omvatten de vroegtijdige-interventiemaatregelen het volgende:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>het vereiste dat het leidinggevend orgaan van de entiteit een van de volgende handelingen verricht:</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>i)</SYMBOL>een of meer regelingen of maatregelen van het herstelplan uitvoeren;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>ii)</SYMBOL>het herstelplan overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Richtlijn 2014/59/EU bijwerken wanneer de omstandigheden die tot de vroegtijdige interventie hebben geleid, verschillen van de aannamen in het oorspronkelijke herstelplan en binnen een specifieke termijn een of meer van de in het bijgewerkte herstelplan opgenomen regelingen of maatregelen uitvoeren;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>het vereiste dat het leidinggevend orgaan van de entiteit een vergadering van aandeelhouders van de entiteit bijeenroept, of, indien het leidinggevend orgaan niet aan dat vereiste voldoet, zelf rechtstreeks een aandeelhoudersvergadering bijeenroepen, en in beide gevallen de agenda vaststellen en verlangen dat bepaalde besluiten ter aanneming door de aandeelhouders worden voorgelegd;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>het vereiste dat het leidinggevend orgaan van de entiteit een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">actieplan</STRING></STRING> opstelt, in voorkomend geval in overeenstemming met het herstelplan, voor onderhandelingen over de herstructurering van de schuld met sommige of al haar crediteuren;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>d)</SYMBOL>het vereiste om de juridische structuur van de instelling te wijzigen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>e)</SYMBOL>het vereiste om het hoger management of het leidinggevend orgaan van de entiteit in zijn geheel of met betrekking tot individuele personen te ontslaan of te vervangen, overeenkomstig artikel 13 bis;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>f)</SYMBOL>de benoeming van een of meer tijdelijke bewindvoerders van de entiteit, overeenkomstig artikel 13 ter<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>f bis)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het vereiste dat het leidinggevend orgaan van de entiteit een plan opstelt dat de entiteit kan uitvoeren wanneer de relevante rechtspersoon besluit de vrijwillige liquidatie van de entiteit in gang te zetten.</STRING></STRING></ITEM></LIST></P><P><NO.P>3.</NO.P>De ECB kiest de passende <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en tijdige</STRING></STRING> vroegtijdige-interventiemaatregelen op basis van wat evenredig is met de nagestreefde doelstellingen, gelet op de ernst van de inbreuk of waarschijnlijke inbreuk en de snelheid van de verslechtering van de financiële situatie van de entiteit, naast andere relevante informatie.</P><P><NO.P>4.</NO.P>Voor elk van de in lid 2 genoemde maatregelen stelt de ECB een termijn vast die passend is voor de voltooiing van die maatregel en die de ECB in staat stelt de doeltreffendheid ervan te beoordelen.</P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De evaluatie van de maatregel wordt uitgevoerd onmiddellijk nadat de termijn is verstreken en worden gedeeld met de afwikkelingsraad en de betrokken nationale afwikkelingsautoriteiten. Wanneer op basis van de evaluatie wordt geconcludeerd dat de maatregelen niet volledig zijn uitgevoerd of niet doeltreffend zijn, verricht de ECB of de betrokken nationale bevoegde autoriteit een beoordeling van de in artikel 18, lid 1, punt a), bedoelde situatie, na de afwikkelingsraad en de betrokken nationale afwikkelingsautoriteit te hebben geraadpleegd.</STRING></STRING></P><P><NO.P>5.</NO.P>Wanneer een groep entiteiten omvat die in deelnemende lidstaten en in niet-deelnemende lidstaten zijn gevestigd, vertegenwoordigt de ECB de nationale bevoegde autoriteiten van de deelnemende lidstaten, met het oog op de raadpleging van en samenwerking met de niet-deelnemende lidstaten overeenkomstig artikel 30 van Richtlijn 2014/59/EU.</P><P>Indien een groep entiteiten omvat die in deelnemende lidstaten zijn gevestigd en dochterondernemingen opgericht in, of significante bijkantoren gelegen in niet-deelnemende lidstaten, deelt de ECB eventuele voor de groep relevante besluiten of maatregelen als bedoeld in de artikelen 13 tot en met 13 quater <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">tijdig</STRING></STRING> mee aan de bevoegde autoriteiten en de afwikkelingsautoriteiten van de niet-deelnemende lidstaat, naar gelang van het geval.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>16)</NO.P>de volgende artikelen 13 bis, 13 ter en 13 quater worden ingevoegd:<CITATION><P>“<STRING ITALIC="on">Artikel 13 bis</STRING></P><P><STRING BOLD="on">Vervanging van het hoger management of het leidinggevend orgaan</STRING></P><P>Voor de toepassing van artikel 13, lid 2, punt e), wordt het hoger management of het nieuwe leidinggevend orgaan, of individuele leden van die organen, benoemd overeenkomstig de wetgeving van de Unie en de nationale wetgeving en onderworpen aan de goedkeuring van de ECB.</P><P><STRING ITALIC="on">Artikel 13 ter</STRING></P><P><STRING BOLD="on">Tijdelijk bewindvoerder</STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">Voor de toepassing van artikel 13, lid 2, punt f), kan de ECB, op basis van wat onder de omstandigheden evenredig is, een tijdelijke bewindvoerder aanstellen om een van de volgende zaken te doen:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>tijdelijk het leidinggevend orgaan van de entiteit vervangen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>tijdelijk samenwerken met het leidinggevend orgaan van de entiteit.</ITEM></LIST></P><P>De ECB specificeert haar keuze onder de punten a) of b) bij de benoeming van de tijdelijke bewindvoerder.</P><P>Voor de toepassing van de eerste alinea, punt b), specificeert de ECB voorts op het tijdstip van de benoeming van de tijdelijke bewindvoerder de rol, taken en bevoegdheden van die tijdelijke bewindvoerder en eventuele vereisten voor het leidinggevend orgaan van de entiteit om de tijdelijke bewindvoerder te raadplegen of de goedkeuring van de tijdelijke bewindvoerder te verkrijgen alvorens bepaalde besluiten of maatregelen te nemen.</P><P>De ECB maakt de aanstelling van een tijdelijk bewindvoerder openbaar, tenzij de tijdelijk bewindvoerder geen bevoegdheid heeft om de entiteit te vertegenwoordigen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of namens haar besluiten te nemen</STRING></STRING>.</P><P>Elke tijdelijke bewindvoerder voldoet aan de vereisten van artikel 91, leden 1, 2 en 8, van Richtlijn 2013/36/EU. De beoordeling door de ECB of de tijdelijke bewindvoerder aan die vereisten voldoet, maakt integraal deel uit van het besluit tot benoeming van die tijdelijke bewindvoerder.</P><P><NO.P>2.</NO.P>Welke bevoegdheden de tijdelijk bewindvoerder heeft, wordt bij zijn of haar aanstelling door de ECB naargelang van de omstandigheden bepaald. Deze bevoegdheden kunnen sommige of alle bevoegdheden omvatten die het leidinggevend orgaan van de entiteit krachtens de statuten van de entiteit en het nationale recht heeft, met inbegrip van de bevoegdheid om sommige of alle bestuurlijke taken van het bestuur van de entiteit uit te oefenen. De bevoegdheden van de tijdelijk bewindvoerder met betrekking tot de entiteit moeten voldoen aan het toepasselijke vennootschapsrecht. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De ECB kan die bevoegdheden aanpassen ingeval de omstandigheden veranderen.</STRING></STRING></P><P><NO.P>3.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">De ECB bakent bij de aanstelling van de tijdelijk bewindvoerder diens rol en taken af. Deze rol en taken kunnen het volgende omvatten:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>het onderzoeken van de economische toestand van de schuldenaar;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>het beheer van de onderneming of een deel van de onderneming van de entiteit om haar financiële positie in stand te houden of te herstellen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>het nemen van maatregelen om de gezonde en prudente bedrijfsvoering van de entiteit te herstellen.</ITEM></LIST></P><P>De ECB bakent bij de aanstelling van de tijdelijk bewindvoerder de grenzen van diens rol en taken af.</P><P><NO.P>4.</NO.P>De ECB heeft de exclusieve bevoegdheid om de tijdelijk bewindvoerder aan te stellen en van zijn functie te ontheffen. De ECB kan de tijdelijk bewindvoerder te allen tijde om welke reden dan ook van zijn functie ontheffen. De ECB kan de aanstellingsvoorwaarden voor een tijdelijk bewindvoerder te allen tijde wijzigen, met inachtneming van dit artikel.</P><P><NO.P>5.</NO.P>De ECB kan eisen dat voor bepaalde handelingen van een tijdelijk bewindvoerder de voorafgaande goedkeuring van de ECB is vereist. Deze vereisten worden door de ECB bij de aanstelling van de tijdelijk bewindvoerder, of bij een eventuele wijziging van de voorwaarden voor diens aanstelling nader omschreven.</P><P>Hoe dan ook mag de tijdelijk bewindvoerder de bevoegdheid om de algemene aandeelhoudersvergadering van de entiteit bijeen te roepen en de agenda van die vergadering vast te stellen alleen uitoefenen na voorafgaande toestemming van de ECB.</P><P><NO.P>6.</NO.P>Op verzoek van de ECB stelt de tijdelijke bewindvoerder met door de ECB vastgestelde tussenpozen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, na het verstrijken van de eerste zes maanden ten minste eenmaal,</STRING></STRING> en in elk geval aan het einde van zijn mandaat verslagen op over de financiële positie van de entiteit en over de handelingen die hij gedurende zijn mandaat heeft verricht.</P><P><NO.P>7.</NO.P>De tijdelijke bewindvoerder wordt benoemd voor ten hoogste één jaar. Deze periode kan in uitzonderlijke situaties <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">eenmaal</STRING></STRING> worden verlengd indien de voorwaarden voor het aanstellen van de tijdelijk bewindvoerder nog steeds gelden. De ECB bepaalt deze voorwaarden en verantwoordt elke verlenging van de benoeming van de tijdelijke bewindvoerder aan de aandeelhouders.</P><P><NO.P>8.</NO.P>De aanstelling van een tijdelijk bewindvoerder laat, onder voorbehoud van dit artikel, de rechten van de aandeelhouders zoals vastgesteld in het vennootschapsrecht van de Unie of van de betreffende lidstaat onverlet.</P><P><NO.P>9.</NO.P>De krachtens de leden 1 tot en met 8 van dit artikel aangestelde tijdelijk bewindvoerder wordt niet geacht een schaduwdirecteur of een feitelijke directeur op grond van het nationale recht te zijn.</P><P><STRING ITALIC="on">Artikel 13 quater</STRING></P><P><STRING BOLD="on">Voorbereiding van de afwikkeling</STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">Voor de in artikel 7, lid 2, bedoelde entiteiten en groepen, en de in artikel 7, lid 4, punt b), en artikel 7, lid 5, bedoelde entiteiten en groepen indien aan de voorwaarden voor de toepassing van die bepalingen is voldaan, stellen de ECB of de nationale bevoegde autoriteiten de afwikkelingsraad onverwijld in kennis van het volgende:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>een van de maatregelen als bedoeld in artikel 16, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1024/2013 of artikel 104, lid 1, van Richtlijn 2013/36/EU die een entiteit of groep moet nemen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">teneinde een verslechtering van de situatie van die entiteit of groep aan te pakken</STRING></STRING>;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>wanneer uit de toezichtactiviteit blijkt dat met betrekking tot een entiteit of groep aan de voorwaarden van artikel 13, lid 1, van deze verordening of artikel 27, lid 1, van Richtlijn 2014/59/EU is voldaan, de beoordeling dat aan die voorwaarden is voldaan, ongeacht eventuele vroegtijdige-interventiemaatregelen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>de toepassing van een van de in artikel 13 van deze verordening of artikel 27 van Richtlijn 2014/59/EU bedoelde vroegtijdige-interventiemaatregelen.</ITEM></LIST></P><P>De afwikkelingsraad stelt de Commissie in kennis van elke melding die hij overeenkomstig de eerste alinea heeft ontvangen.</P><P>De ECB of de betrokken nationale bevoegde autoriteit houdt, in <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">nauwe</STRING></STRING> samenwerking met de afwikkelingsraad, nauwlettend toezicht op de situatie van de in de eerste alinea bedoelde entiteiten en groepen en op hun naleving van de in de eerste alinea, punt a), bedoelde maatregelen die erop gericht zijn een verslechtering van de situatie van die entiteiten en groepen aan te pakken en van de in de eerste alinea, punt c), bedoelde vroegtijdige-interventiemaatregelen.</P><P><NO.P>2.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">De ECB of de betrokken nationale bevoegde autoriteit stelt de afwikkelingsraad zo snel mogelijk in kennis als zij van mening zijn dat er een wezenlijk risico bestaat dat één of meer van de in artikel 18, lid 4, genoemde omstandigheden van toepassing zijn op een entiteit als bedoeld in artikel 7, lid 2, of een entiteit als bedoeld in artikel 7, lid 4, punt b), en artikel 7, lid 5, indien aan de voorwaarden voor de toepassing van die bepalingen is voldaan. Deze kennisgeving bevat:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>de redenen van de melding;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>een overzicht van de maatregelen die het falen van de entiteit binnen een redelijk tijdsbestek zouden voorkomen, het verwachte effect daarvan op de entiteit wat betreft de in artikel 18, lid 4, bedoelde omstandigheden en het verwachte tijdschema voor de uitvoering van die maatregelen.</ITEM></LIST></P><P>Na ontvangst van de in de eerste alinea bedoelde kennisgeving beoordeelt de afwikkelingsraad, in nauwe samenwerking met de ECB of de betrokken nationale bevoegde autoriteit, wat een redelijk tijdsbestek is voor de beoordeling van de in artikel 18, lid 1, punt b), bedoelde toestand, rekening houdend met de snelheid waarmee de omstandigheden van de entiteit verslechteren, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de potentiële gevolgen voor het financiële stelsel, de bescherming van deposanten en het behoud van de activa van cliënten, het risico dat een verlengd proces de totale kosten voor klanten en voor de economie verhoogt, </STRING></STRING>de noodzaak om de afwikkelingsstrategie effectief uit te voeren en andere relevante overwegingen. De afwikkelingsraad deelt die beoordeling zo spoedig mogelijk mee aan de ECB of aan de betrokken nationale bevoegde autoriteit.</P><P>Na de in de eerste alinea bedoelde kennisgeving houden de ECB of de desbetreffende nationale bevoegde autoriteit in nauwe samenwerking <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">met de afwikkelingsraad</STRING></STRING> toezicht op de situatie van de entiteit, de uitvoering van de desbetreffende maatregelen binnen het verwachte tijdsbestek en eventuele andere relevante ontwikkelingen. Daartoe komen de afwikkelingsraad en de ECB of de betrokken nationale bevoegde autoriteit regelmatig bijeen, met een door de afwikkelingsraad vastgestelde frequentie, rekening houdend met de omstandigheden van het geval. De ECB of de desbetreffende nationale bevoegde autoriteit en de afwikkelingsraad verstrekken elkaar onverwijld alle relevante informatie.</P><P>De afwikkelingsraad stelt de Commissie in kennis van alle informatie die hij overeenkomstig de eerste alinea heeft ontvangen.</P><P><NO.P>3.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">De ECB of de betrokken nationale bevoegde autoriteit verschaft de afwikkelingsraad alle door de afwikkelingsraad gevraagde informatie die nodig is voor het volgende:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>het actualiseren van het afwikkelingsplan en het voorbereiden van de mogelijke afwikkeling van een in artikel 7, lid 2, bedoelde entiteit, of een in artikel 7, lid 4, punt b), en artikel 7, lid 5, bedoelde entiteit, indien aan de voorwaarden voor de toepassing van die bepalingen is voldaan;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>het uitvoeren van een in artikel 20, leden 1 tot en met 15, bedoelde waardering.</ITEM></LIST></P><P>Indien de ECB of de nationale bevoegde autoriteiten nog niet over dergelijke informatie beschikken, werken de afwikkelingsraad en de ECB en die nationale bevoegde autoriteiten samen en coördineren zij hun werkzaamheden om die informatie te verkrijgen. Te dien einde zijn de ECB en de nationale bevoegde autoriteiten bevoegd om van de entiteit te verlangen dat zij dergelijke informatie verstrekt, onder meer door inspecties ter plaatse, en om die informatie aan de afwikkelingsraad te verstrekken.</P><P><NO.P>4.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">De afwikkelingsraad is bevoegd om de in artikel 7, lid 2, bedoelde entiteit of de in artikel 7, lid 4, punt b), en artikel 7, lid 5, bedoelde entiteit aan potentiële kopers te verkopen, of regelingen voor een dergelijke verkoop te treffen, indien aan de voorwaarden voor de toepassing van die bepalingen is voldaan of indien de entiteit daartoe verplicht is, voor de volgende doeleinden:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>om de afwikkeling van die entiteit voor te bereiden, met inachtneming van de in artikel 39, lid 2, van Richtlijn 2014/59/EU vermelde voorwaarden en de in artikel 88 van deze verordening neergelegde vereisten inzake het beroepsgeheim;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>om de beoordeling door de afwikkelingsraad van de in artikel 18, lid 1, punt b), van deze verordening bedoelde voorwaarde mee te delen.</ITEM></LIST></P><P><NO.P>4 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien de afwikkelingsraad bij de uitoefening van de in lid 4 bedoelde bevoegdheid besluit de betrokken entiteit rechtstreeks aan potentiële kopers te verkopen, houdt hij naar behoren rekening met de omstandigheden van het geval en de mogelijke gevolgen die de uitoefening van die bevoegdheid zou kunnen hebben voor de totale positie van de entiteit.</STRING></STRING></P><P><NO.P>5.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">Voor de toepassing van lid 4 heeft de afwikkelingsraad de bevoegdheid om:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>de betrokken entiteit te verzoeken een digitaal platform op te zetten voor het delen van de informatie die nodig is voor de verkoop van die entiteit met potentiële kopers of met door de afwikkelingsraad ingeschakelde adviseurs en schatters;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>te eisen dat de betrokken nationale afwikkelingsautoriteit een voorlopige afwikkelingsregeling voor de betrokken entiteit opstelt.</ITEM></LIST></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Wanneer de afwikkelingsraad zijn bevoegdheid krachtens de eerste alinea, punt b), van dit lid uitoefent, is artikel 88 van toepassing.</STRING></STRING></P><P><NO.P>6.</NO.P>De vaststelling dat aan de voorwaarden van artikel 13, lid 1, van deze verordening of artikel 27, lid 1, van Richtlijn 2014/59/EU is voldaan en de voorafgaande vaststelling van vroegtijdige-interventiemaatregelen zijn geen noodzakelijke voorwaarden voor de afwikkelingsraad om de afwikkeling van de entiteit voor te bereiden of de in de leden 4 en 5 van dit artikel bedoelde bevoegdheden uit te oefenen.</P><P><NO.P>7.</NO.P>De afwikkelingsraad stelt de Commissie, de ECB, de relevante nationale bevoegde autoriteiten en de relevante nationale afwikkelingsautoriteiten onverwijld in kennis van elke maatregel die hij op grond van leden 4 en 5 neemt.</P><P><NO.P>8.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">De ECB, de nationale bevoegde autoriteiten, de afwikkelingsraad en de betrokken nationale afwikkelingsautoriteiten werken nauw samen:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>wanneer zij overwegen de in lid 1, eerste alinea, punt a), bedoelde maatregelen te nemen om een verslechtering van de situatie van een entiteit en een groep aan te pakken, alsmede de in lid 1, eerste alinea, punt c), bedoelde maatregelen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>wanneer zij overwegen een van de in de leden 4 en 5 bedoelde maatregelen te nemen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>tijdens de uitvoering van de in punten a) en b) van deze alinea bedoelde maatregelen.</ITEM></LIST></P><P>De ECB, de nationale bevoegde autoriteiten, de afwikkelingsraad en de betrokken nationale afwikkelingsautoriteiten dragen er zorg voor dat die maatregelen en acties consistent, gecoördineerd en effectief zijn.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>17)</NO.P>in artikel 14, lid 2, worden de punten c) en d) vervangen door:<CITATION><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">“c)	overheidsmiddelen beschermen door het beroep op buitengewone openbare financiële steun tot een minimum te beperken, met name wanneer deze uit de begroting van een lidstaat komt;</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>d)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gedekte deposito’s, en voor zover mogelijk ook het ongedekte deel van in aanmerking komende deposito’s van natuurlijke personen en micro-, kleine en middelgrote ondernemingen,</STRING></STRING> beschermen en tegelijkertijd de verliezen voor depositogarantiestelsels tot een minimum beperken, en beleggers die onder Richtlijn 97/9/EG vallen, beschermen;”;</ITEM></LIST></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>18)</NO.P>in artikel 16 wordt lid 2 vervangen door:<CITATION><P>“2.	De afwikkelingsraad neemt een afwikkelingsmaatregel ten aanzien van een in artikel 2, punt b), bedoelde moederonderneming indien aan de in artikel 18, lid 1, gestelde voorwaarden is voldaan.</P><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">Daartoe wordt een moederonderneming als bedoeld in artikel 2, punt b), geacht te falen of waarschijnlijk te falen in een van de volgende omstandigheden:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>de moederonderneming voldoet aan één of meer van de voorwaarden van artikel 18, lid 4, punten b), c) of d);</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>de moederonderneming maakt wezenlijk inbreuk, of er zijn objectieve elementen waaruit blijkt dat de moederonderneming in de nabije toekomst wezenlijk inbreuk zal maken op de toepasselijke voorschriften van Verordening (EU) nr. 575/2013 of van de nationale bepalingen tot omzetting van Richtlijn 2013/36/EU.”;</ITEM></LIST></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>19)</NO.P>artikel 18 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de leden 1, 1 bis, 2 en 3 worden vervangen door:<CITATION><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">“1.	De afwikkelingsraad stelt overeenkomstig lid 6 een afwikkelingsregeling vast met betrekking tot de in artikel 7, lid 2, bedoelde entiteiten en met betrekking tot de in artikel 7, lid 4, punt b), en artikel 7, lid 5, bedoelde entiteiten, indien aan de voorwaarden voor de toepassing van deze bepalingen is voldaan maar enkel indien hij op zijn bestuursvergadering, na ontvangst van een mededeling als bedoeld in de tweede alinea of op eigen initiatief, heeft vastgesteld dat aan alle volgende voorwaarden is voldaan:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>de entiteit faalt of zal waarschijnlijk falen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>▌het <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">valt</STRING></STRING> redelijkerwijs niet te verwachten dat ten aanzien van de entiteit genomen alternatieve maatregelen van de particuliere sector, met inbegrip van maatregelen door een institutioneel protectiestelsel, maatregelen van een toezichthouder, vroegtijdige-interventiemaatregelen of de afschrijving of omzetting van relevante kapitaalinstrumenten en in aanmerking komende passiva, als bedoeld in artikel 21, lid 1, het falen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of waarschijnlijk falen </STRING></STRING>van de entiteit binnen een redelijk tijdsbestek zouden voorkomen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>een afwikkelingsmaatregel is noodzakelijk in het algemeen belang als bedoeld in lid 5.</ITEM></LIST></P><P>De beoordeling van de in de eerste alinea, punt a), bedoelde voorwaarde geschiedt door de ECB voor de entiteiten bedoeld in artikel 7, lid 2, punt a), of door de desbetreffende nationale bevoegde autoriteit voor de entiteiten bedoeld in artikel 7, lid 2, punt b), artikel 7, lid 3, tweede alinea, artikel 7, lid 4, punt b), en artikel 7, lid 5, na raadpleging van de afwikkelingsraad. De afwikkelingsraad kan, op zijn bestuursvergadering, een beoordeling in die zin vaststellen maar enkel nadat hij de ECB of de betrokken nationale bevoegde autoriteit van zijn voornemen om een dergelijke beoordeling te maken, op de hoogte heeft gesteld en enkel als de ECB of de betrokken nationale bevoegde autoriteit niet zelf binnen drie kalenderdagen na ontvangst van die informatie een beoordeling in die zin vaststellen. De ECB of de betrokken nationale bevoegde autoriteit verschaft de afwikkelingsraad onverwijld alle relevante informatie waarom de afwikkelingsraad verzoekt ter onderbouwing van zijn beoordeling, voordat of nadat hij door de afwikkelingsraad in kennis is gesteld van zijn voornemen de in de eerste alinea, punt a), bedoelde voorwaarde te beoordelen.</P><P>Indien de ECB of de relevante nationale bevoegde autoriteit heeft geoordeeld dat met betrekking tot een entiteit als bedoeld in de eerste alinea, punt a), is voldaan aan de in de eerste alinea bedoelde voorwaarde, delen zij die beoordeling onverwijld mee aan de Commissie en de afwikkelingsraad.</P><P>De beoordeling of aan de in de eerste alinea, punt b), bedoelde voorwaarde is voldaan, geschiedt door de afwikkelingsraad in zijn directievergadering en in nauwe samenwerking met de ECB of de betrokken nationale bevoegde autoriteit<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">na onverwijlde raadpleging van een aangewezen autoriteit van het depositogarantiestelsel en, in voorkomend geval, een institutioneel protectiestelsel waarvan de instelling lid is.</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het overleg met het institutioneel protectiestelsel omvat een onderzoek naar de beschikbaarheid van maatregelen door het institutioneel protectiestelsel die het falen van de instelling binnen een redelijk tijdsbestek kunnen voorkomen</STRING></STRING>. De ECB of de betrokken nationale bevoegde autoriteit verstrekt de afwikkelingsraad onverwijld alle relevante informatie die de afwikkelingsraad opvraagt teneinde zijn beoordeling te kunnen maken. De ECB of de betrokken nationale bevoegde autoriteit kan de afwikkelingsraad ook meedelen dat zij van mening is dat aan de in de eerste alinea, punt b), vastgelegde voorwaarde is voldaan.</P><P><NO.P>1 bis.</NO.P>De afwikkelingsraad <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">stelt alleen</STRING></STRING> een afwikkelingsregeling <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vast</STRING></STRING> overeenkomstig lid 1 met betrekking tot een centraal orgaan en alle blijvend aangesloten kredietinstellingen die deel uitmaken van dezelfde af te wikkelen groep, indien het centraal orgaan en alle blijvend aangesloten kredietinstellingen, of de af te wikkelen groep waartoe zij behoren, als geheel aan de voorwaarden van lid 1, eerste alinea, voldoen.</P><P><NO.P>2.</NO.P>Onverminderd de gevallen waarin de ECB overeenkomstig artikel 6, lid 5, punt b), van Verordening (EU) nr. 1024/2013 heeft besloten rechtstreeks toezichthoudende taken met betrekking tot kredietinstellingen uit te oefenen, deelt de afwikkelingsraad, indien hij een mededeling krachtens lid 1 ontvangt met betrekking tot een entiteit of groep als bedoeld in artikel 7, lid 3, zijn beoordeling als bedoeld in lid 1, vierde alinea, onverwijld mee aan de ECB of de betrokken nationale bevoegde autoriteit.</P><P><NO.P>3.</NO.P>De voorafgaande vaststelling van een maatregel uit hoofde van artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1024/2013, uit hoofde van artikel 27 van Richtlijn 2014/59/EU, uit hoofde van artikel 13 van deze verordening of uit hoofde van artikel 104 van Richtlijn 2013/36/EU is geen voorwaarde voor het nemen van een afwikkelingsmaatregel.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>lid 4 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>in de eerste alinea wordt punt d) vervangen door:<CITATION><P>“d)	er is buitengewone openbare financiële steun nodig, tenzij deze steun wordt verleend in een van de in artikel 18 bis, lid 1, bedoelde vormen”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>de tweede en de derde alinea worden geschrapt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>Lid 5 wordt vervangen door:<CITATION><P>“5.	Voor de toepassing van lid 1, punt c), is een afwikkelingsmaatregel in het algemeen belang indien die afwikkelingsmaatregel noodzakelijk is om een of meer van de in artikel 14 genoemde afwikkelingsdoelstellingen te verwezenlijken en daarmee evenredig is, en indien deze doelstellingen met een liquidatie van de instelling volgens een normale insolventieprocedure niet in dezelfde mate zouden worden bereikt.</P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Afwikkelingsmaatregelen worden verondersteld niet in het algemeen belang te zijn voor de toepassing van lid 1, punt c), van dit artikel indien de afwikkelingsautoriteit overeenkomstig artikel 4 heeft besloten vereenvoudigde verplichtingen op een instelling toe te passen. De veronderstelling is weerlegbaar en is niet van toepassing wanneer de afwikkelingsautoriteit oordeelt dat een of meer van de afwikkelingsdoelstellingen in gevaar zouden komen indien de instelling volgens een normale insolventieprocedure zou worden geliquideerd.</STRING></STRING></P><P>Bij het uitvoeren van de in de eerste alinea bedoelde beoordeling <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">evalueert</STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING STRIKE="on">, </STRING></STRING></STRING><STRING STRIKE="on">overweegt</STRING> en vergelijkt de afwikkelingsraad, op basis van de informatie waarover hij op het moment van die beoordeling beschikt, alle buitengewone openbare financiële steun <STRING BOLD="on">▌</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">die</STRING></STRING> aan de entiteit zal worden verleend, zowel in geval van afwikkeling als in geval van liquidatie overeenkomstig het toepasselijke nationale recht.</P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Voor de toepassing van de tweede alinea van dit lid houden de deelnemende lidstaten, depositogarantiestelsels en, waar nodig, de aangewezen autoriteit als gedefinieerd in artikel 2, lid 1, punt 18, van Richtlijn 2014/49/EU de afwikkelingsraad op de hoogte van alle voorbereidende maatregelen voor de toekenning van de in artikel 18 bis, lid 1, punten c) en d), van deze verordening bedoelde maatregelen, waaronder aan de kennisgeving voorafgaande contacten met de Commissie.</STRING></STRING>”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>in lid 7 wordt de tweede alinea vervangen door:<CITATION><P>“Binnen 24 uur vanaf de toezending van de afwikkelingsregeling door de afwikkelingsraad bevestigt de Commissie de afwikkelingsregeling of maakt zij daartegen bezwaar, hetzij met betrekking tot de discretionaire aspecten van de afwikkelingsregeling in de gevallen waarin niet is voorzien in de derde alinea van dit lid, hetzij met betrekking tot het voorgestelde gebruik van staatssteun of steun van het Fonds die niet verenigbaar met de interne markt wordt geacht.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de volgende leden worden</STRING></STRING> toegevoegd:<CITATION><P>“11.	Indien aan de in lid 1, punten a) en b), bedoelde voorwaarden is voldaan, kan de afwikkelingsraad de nationale afwikkelingsautoriteiten opdragen de bevoegdheden naar nationaal recht ter omzetting van artikel 33 bis van Richtlijn 2014/59/EU uit te oefenen, overeenkomstig de in het nationale recht vastgestelde voorwaarden. De nationale afwikkelingsautoriteiten voeren de instructies van de afwikkelingsraad uit overeenkomstig artikel 29.</P><P><NO.P>11 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om een doeltreffende en consistente toepassing van dit artikel te waarborgen, verstrekt de afwikkelingsraad richtsnoeren en verstrekt hij instructies aan de nationale afwikkelingsautoriteiten voor de toepassing van de in artikel 32, lid 5 bis, van Richtlijn 2014/59/EU bedoelde technische reguleringsnormen.</STRING></STRING>”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>20)</NO.P>het volgende artikel 18 bis wordt ingevoegd:<CITATION><P>“Artikel 18 bis</P><P><STRING BOLD="on">Buitengewone openbare financiële steun</STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">Buitengewone openbare financiële steun buiten afwikkelingsmaatregelen om kan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bij wijze van uitzondering</STRING></STRING> alleen in een van de volgende gevallen aan een entiteit als bedoeld in artikel 2 worden verleend, mits de buitengewone openbare financiële steun voldoet aan de voorwaarden en vereisten die in de staatssteunregels van de Unie zijn vastgelegd:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>wanneer de buitengewone openbare financiële steun, teneinde een ernstige verstoring in de economie van een lidstaat <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van uitzonderlijke of systemische aard</STRING></STRING> te verhelpen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en</STRING></STRING> de financiële stabiliteit te vrijwaren, één van de volgende vormen aanneemt:</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>i)</SYMBOL>een staatsgarantie ter dekking van liquiditeitsfaciliteiten die door centrale banken tegen de voor centrale banken geldende voorwaarden worden verschaft;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>ii)</SYMBOL>een staatsgarantie met betrekking tot nieuwe verplichtingen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>iii)</SYMBOL>een verwerving van andere eigenvermogensinstrumenten dan tier 1-kernkapitaalinstrumenten of van andere kapitaalinstrumenten, of een gebruik van maatregelen voor probleemactiva tegen prijzen, looptijd en voorwaarden die de betrokken instelling of entiteit geen onrechtmatig voordeel opleveren, mits geen van de omstandigheden als bedoeld in artikel 18, lid 4, punten a), b) of c), of artikel 21, lid 1, zich voordoet op het tijdstip waarop de openbare steun wordt verleend.</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>wanneer de buitengewone openbare financiële steun de vorm aanneemt van een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kosteneffectieve </STRING></STRING>interventie door een depositogarantiestelsel ▌overeenkomstig de voorwaarden van de artikelen 11 bis en 11 ter van Richtlijn 2014/49/EU, mits geen van de in artikel 18, lid 4, bedoelde omstandigheden zich voordoet;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>wanneer de buitengewone openbare financiële steun de vorm aanneemt van een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kosteneffectieve</STRING></STRING> interventie door een depositogarantiestelsel in het kader van de liquidatie van een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kredietinstelling</STRING></STRING> overeenkomstig artikel 32 ter van Richtlijn 2014/59/EU en overeenkomstig de voorwaarden van artikel 11, lid 5, van Richtlijn 2014/49/EU;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>d)</SYMBOL>wanneer de buitengewone openbare financiële steun de vorm aanneemt van staatssteun in de zin van artikel 107, lid 1, VWEU die wordt verleend in het kader van de liquidatie van de instelling of entiteit overeenkomstig artikel 32 ter van Richtlijn 2014/59/EU, met uitzondering van de steun die wordt verleend door een depositogarantiestelsel overeenkomstig artikel 11, lid 5, van Richtlijn 2014/49/EU.</ITEM></LIST></P><P><NO.P>2.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">De in lid 1, punt a), bedoelde steunmaatregelen moeten aan alle onderstaande voorwaarden voldoen:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>de maatregelen blijven beperkt tot solvabele entiteiten, zoals bevestigd door de ECB of door de desbetreffende nationale bevoegde autoriteit;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>de maatregelen hebben een preventief en tijdelijk karakter en zijn gebaseerd op een vooraf door de ECB of de desbetreffende nationale bevoegde autoriteit goedgekeurde <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">strategie voor exit uit de steunmaatregel</STRING></STRING>, met inbegrip van een duidelijk gespecificeerde einddatum, verkoopdatum of terugbetalingsschema voor de verstrekte maatregelen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">deze informatie wordt niet eerder dan één jaar na de afsluiting van de strategie voor exit uit de steunmaatregel, of na de uitvoering van het saneringsplan of de beoordeling uit hoofde van de zevende alinea van dit lid, openbaar gemaakt</STRING></STRING>;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>de maatregelen zijn evenredig om de gevolgen van de ernstige verstoring op te heffen of de financiële stabiliteit in stand te houden;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>d)</SYMBOL>de maatregelen worden niet gebruikt ter compensatie van verliezen die de entiteit heeft geleden of in de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">komende twaalf maanden</STRING></STRING> waarschijnlijk zal lijden.</ITEM></LIST></P><P>Voor de toepassing van de eerste alinea, punt a), wordt een entiteit geacht solvabel te zijn indien de ECB of de relevante nationale bevoegde autoriteit hebben geconcludeerd dat er geen sprake is of kan zijn van een schending, in de twaalf volgende maanden, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">op grond van de huidige verwachtingen, </STRING></STRING>van een van de vereisten bedoeld in artikel 92, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013, artikel 104 bis van Richtlijn 2013/36/EU, artikel 11, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033, artikel 40 van Richtlijn (EU) 2019/2034 of de relevante toepasselijke vereisten krachtens nationaal of Unierecht.</P><P>Voor de toepassing van de eerste alinea, punt d), kwantificeert de betrokken bevoegde autoriteit de verliezen die de entiteit heeft geleden of waarschijnlijk zal lijden. Die kwantificering is ten minste gebaseerd op <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">door de ECB, de EBA of de nationale autoriteiten verrichte beoordelingen van de kwaliteit van de activa of, in voorkomend geval, op door de bevoegde autoriteit verrichte inspecties ter plaatse. Indien die werkzaamheden niet tijdig kunnen worden uitgevoerd, kan de bevoegde autoriteit haar evaluatie baseren op </STRING></STRING>de balans van de instelling, mits de balans voldoet aan de toepasselijke boekhoudregels en -normen, zoals bevestigd door een onafhankelijke externe accountant ▌.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De bevoegde autoriteit stelt alles in het werk om ervoor te zorgen dat de kwantificering is gebaseerd op de marktwaarde van de activa, passiva en posten buiten de balanstelling van de instelling of entiteit.</STRING></STRING></P><P>De in lid 1, punt a), iii), bedoelde steunmaatregelen blijven beperkt tot maatregelen die door de ECB of de nationale bevoegde autoriteit noodzakelijk worden geacht om de solvabiliteit van de entiteit te <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waarborgen</STRING></STRING> door het aanpakken van haar kapitaaltekort dat is vastgesteld in het ongunstige scenario van nationale, Unie- of GTM-brede stresstests of gelijkwaardige exercities die door de ECB, de EBA of nationale autoriteiten zijn uitgevoerd, indien van toepassing, en die door de ECB of de desbetreffende bevoegde autoriteit zijn bevestigd.</P><P>In afwijking van lid 1, punt a), iii), is de verwerving van tier 1-kernkapitaalinstrumenten bij wijze van uitzondering toegestaan wanneer het vastgestelde tekort van dien aard is dat de verwerving van andere eigenvermogensinstrumenten of andere kapitaalinstrumenten de betrokken entiteit niet in staat zou stellen haar in het ongunstige scenario van de desbetreffende stresstest of soortgelijke exercitie vastgestelde kapitaaltekort aan te pakken. Het bedrag van de verworven tier 1-kernkapitaalinstrumenten mag niet hoger zijn dan 2 % van het totale risicobedrag van de betrokken instelling of entiteit, berekend overeenkomstig artikel 92, lid 3, van Verordening (EU) nr. 575/2013.</P><P>Ingeval een van de in lid 1, punt a), bedoelde steunmaatregelen niet wordt afgelost, terugbetaald of anderszins beëindigd overeenkomstig de voorwaarden van de bij de toekenning van een dergelijke maatregel vastgestelde <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">strategie voor exit uit de steunmaatregel</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verzoekt</STRING></STRING> de ECB of de desbetreffende nationale bevoegde autoriteit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de instelling of entiteit</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een eenmalig saneringsplan in te dienen.</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In het saneringsplan wordt beschreven welke stappen moeten worden genomen om de naleving van de toezichtvereisten te waarborgen of te herstellen, de levensvatbaarheid op lange termijn van de instelling of entiteit te verzekeren en haar vermogen om het verstrekte bedrag terug te betalen, met vermelding van het bijbehorende tijdskader</STRING></STRING>.</P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien de ECB of de relevante nationale bevoegde autoriteit het eenmalige saneringsplan niet geloofwaardig of haalbaar acht, of indien de instelling of entiteit het saneringsplan niet naleeft, wordt overeenkomstig artikel 18 beoordeeld of de instelling of entiteit faalt of waarschijnlijk zal falen.</STRING></STRING></P><P><NO.P>2 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De ECB of de relevante nationale bevoegde autoriteit stelt de afwikkelingsraad in kennis van haar beoordeling of aan de in lid 2, punten a), b) en d), bedoelde voorwaarden met betrekking tot de in artikel 7, lid 2, bedoelde entiteiten en groepen en de in artikel 7, lid 4, punt b), en artikel 7, lid 5, bedoelde entiteiten en groepen is voldaan.</STRING></STRING>”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>21)</NO.P>artikel 19 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>lid 1 wordt vervangen door:<CITATION><P>“1.	Indien in het kader van een afwikkelingsmaatregel staatssteun uit hoofde van artikel 107, lid 1, VWEU of steun uit het Fonds overeenkomstig lid 3 van dit artikel wordt verleend, treedt de in artikel 18, lid 6, van deze verordening bedoelde afwikkelingsregeling pas in werking nadat de Commissie een positief of een voorwaardelijk besluit heeft genomen, of een besluit om geen bezwaar te maken, over de verenigbaarheid van het gebruik van dergelijke steun met de interne markt. De Commissie neemt<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, rekening houdend met de noodzaak van een tijdige uitvoering van de afwikkelingsregeling door de afwikkelingsraad,</STRING></STRING> het besluit over de verenigbaarheid van het gebruik van staatssteun of steun uit het Fonds met de interne markt uiterlijk wanneer zij de afwikkelingsregeling overeenkomstig artikel 18, lid 7, tweede alinea, goedkeurt of daartegen bezwaar maakt, of wanneer de in artikel 18, lid 7, vijfde alinea, bedoelde termijn van 24 uur verstrijkt, indien dat eerder is. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien binnen 24 uur nadat de afwikkelingsraad de afwikkelingsregeling heeft toegezonden, geen besluit is genomen, wordt de afwikkelingsregeling geacht door de Commissie te zijn goedgekeurd en treedt zij overeenkomstig artikel 18, lid 7, vijfde alinea, in werking.</STRING></STRING></P><P>Bij de uitvoering van de hun bij artikel 18 van deze verordening opgedragen taken beschikken de instellingen van de Unie over structurele regelingen die de operationele onafhankelijkheid waarborgen en belangenconflicten voorkomen die zich tussen de met de uitvoering van die taken belaste functies en andere functies zouden kunnen voordoen, en maken zij op passende wijze alle relevante informatie over hun interne organisatie ter zake openbaar.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>lid 3 wordt vervangen door:<CITATION><P>“3.	Zodra de afwikkelingsraad van oordeel is dat het nodig kan zijn het Fonds te gebruiken, neemt hij informeel, snel en op vertrouwelijke wijze contact op met de Commissie om het mogelijke gebruik van het Fonds te bespreken, met inbegrip van de juridische en economische aspecten in verband met het gebruik ervan. Zodra de afwikkelingsraad voldoende zekerheid heeft dat de beoogde afwikkelingsregeling het gebruik van steun uit het Fonds met zich meebrengt, stelt de afwikkelingsraad de Commissie formeel in kennis van het voorgestelde gebruik van het Fonds. Die kennisgeving bevat alle informatie die de Commissie nodig heeft om haar beoordelingen krachtens dit lid te maken en die de afwikkelingsraad in zijn bezit heeft of die de afwikkelingsraad overeenkomstig deze verordening kan verkrijgen.</P><P>Na ontvangst van de in de eerste alinea bedoelde kennisgeving beoordeelt de Commissie of het beroep op het Fonds de mededinging zou verstoren of zou dreigen te verstoren door de begunstigde onderneming of een andere onderneming zodanig te bevoordelen dat het van invloed zou zijn op de handel tussen de lidstaten en daarmee onverenigbaar met de interne markt is. De Commissie past op het beroep op het Fonds de in artikel 107 VWEU verankerde criteria toe die voor de toepassing van de staatssteunregels zijn vastgesteld. De afwikkelingsraad verstrekt de Commissie de informatie waarover hij beschikt of hij het overeenkomstig deze verordening kan verkrijgen en die de Commissie noodzakelijk acht om die beoordeling uit te voeren.</P><P>Bij het opstellen van haar beoordeling laat de Commissie zich leiden door alle ter zake doende, uit hoofde van artikel 109 VWEU vastgestelde verordeningen alsmede relevante mededelingen en richtsnoeren van de Commissie en maatregelen die de Commissie heeft vastgesteld ter uitvoering van de Verdragsbepalingen inzake staatssteun die van kracht zijn op het moment dat de beoordeling moet worden uitgevoerd. Bij de toepassing van deze maatregelen wordt aangenomen dat verwijzingen naar de lidstaat die verantwoordelijk is voor het aanmelden van de steun, verwijzingen zijn naar de afwikkelingsraad, en worden andere eventueel noodzakelijke wijzigingen aangebracht.</P><P>De Commissie beslist vast over de verenigbaarheid van het beroep op het Fonds met de interne markt en richt dat besluit tot de afwikkelingsraad en de nationale afwikkelingsautoriteiten van de betrokken lidstaat of lidstaten. Aan dat besluit kunnen voorwaarden, verplichtingen of verbintenissen voor de begunstigde worden verbonden en in het besluit wordt rekening gehouden met de noodzaak van een tijdige uitvoering van de afwikkelingsmaatregel door de afwikkelingsraad.</P><P>In het besluit kunnen tevens verplichtingen worden opgelegd aan de afwikkelingsraad, de nationale afwikkelingsautoriteiten in de betrokken deelnemende lidstaat of lidstaten of de begunstigde<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, naargelang het geval en voor zover die verplichtingen binnen hun respectieve bevoegdheden vallen,</STRING></STRING> om te kunnen controleren of het besluit wordt nageleefd. Daartoe kan de eis behoren dat een trustee of andere onafhankelijke persoon wordt benoemd om bij de controle te helpen. Een trustee of andere onafhankelijke persoon kan de in het besluit van de Commissie te specificeren functies vervullen.</P><P>Elk krachtens dit lid genomen besluit wordt bekendgemaakt in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING>.</P><P>De Commissie kan een tot de afwikkelingsraad gericht afwijzend besluit vaststellen indien zij besluit dat het voorgestelde gebruik van het Fonds niet verenigbaar zou zijn met de interne markt en dat dit niet in de door de afwikkelingsraad voorgestelde vorm ten uitvoer kan worden gelegd. De afwikkelingsraad heroverweegt na ontvangst van een zodanig besluit zijn afwikkelingsregeling en stelt een herziene afwikkelingsregeling op.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>lid 10 wordt vervangen door:<CITATION><P>“10.	In afwijking van lid 3 kan de afwikkelingsraad op verzoek van een lidstaat of de afwikkelingsraad binnen zeven dagen nadat het verzoek is ingediend, met eenparigheid van stemmen besluiten dat het gebruik van het Fonds als verenigbaar met de interne markt moet worden beschouwd, indien uitzonderlijke omstandigheden een dergelijk besluit rechtvaardigen. De Commissie neemt een besluit over de zaak indien de Raad binnen die zeven dagen geen besluit heeft genomen.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>22)</NO.P>artikel 20 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>lid 1 wordt vervangen door:<CITATION><P>“1.	Alvorens te bepalen of aan de afwikkelingsvoorwaarden of de voorwaarden voor afschrijving of omzetting van kapitaalinstrumenten en in aanmerking komende passiva als bedoeld in artikel 21, lid 1, is voldaan, draagt de afwikkelingsraad er zorg voor dat een eerlijke, prudente en realistische waardering van de activa en passiva van een entiteit als bedoeld in artikel 2 wordt uitgevoerd door een persoon die onafhankelijk is van enige overheidsinstantie, daaronder begrepen de afwikkelingsraad en de nationale afwikkelingsautoriteit, alsook van de betrokken entiteit.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het volgende lid 8 bis wordt toegevoegd:<CITATION><P>“8 bis.	Wanneer zulks noodzakelijk is om de in lid 5, punten c) en d), bedoelde beslissingen te onderbouwen, vult de schatter de in lid 7, punt c), bedoelde informatie aan met een raming van de waarde van de activa en passiva buiten de balanstelling, met inbegrip van de voorwaardelijke verplichtingen en activa.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>aan lid 18 wordt het volgende punt d) toegevoegd:<CITATION><P>“d)	bij het bepalen van de verliezen die het depositogarantiestelsel zou hebben geleden indien de instelling volgens een normale insolventieprocedure zou zijn geliquideerd, worden de criteria en methodologie toegepast als bedoeld in artikel 11 sexies van Richtlijn 2014/49/EU en in elke gedelegeerde handeling die overeenkomstig dat artikel is vastgesteld.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>23)</NO.P>artikel 21 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>lid 1 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>de eerste alinea wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>–</NO.P>de aanhef wordt vervangen door:<CITATION><P>“1.	De afwikkelingsraad oefent overeenkomstig de procedure van artikel 18 met betrekking tot de in artikel 7, lid 2, bedoelde entiteiten en groepen en de in artikel 7, lid 4, punt b), en artikel 7, lid 5, bedoelde entiteiten en groepen alleen de bevoegdheid tot afschrijving of omzetting van relevante kapitaalinstrumenten en in aanmerking komende passiva als bedoeld in lid 7 bis uit, wanneer aan de voorwaarden voor de toepassing van die bepalingen is voldaan, maar alleen als hij op zijn bestuursvergadering, na ontvangst van een mededeling overeenkomstig de tweede alinea of op eigen initiatief, vaststelt dat aan een of meer van de volgende voorwaarden is voldaan:”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>–</NO.P>punt e) wordt vervangen door:<CITATION><P>“e)	de entiteit of groep heeft buitengewone openbare financiële steun nodig, tenzij die steun wordt verleend in een van de in artikel 18 bis, lid 1, bedoelde vormen.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>de tweede alinea wordt vervangen door:<CITATION><P>“De beoordeling van de in de eerste alinea, punten a) tot en met d), bedoelde voorwaarden geschiedt door de ECB voor entiteiten bedoeld in artikel 7, lid 2, punt a), of door de desbetreffende nationale bevoegde autoriteit voor entiteiten bedoeld in artikel 7, lid 2, punt b), en lid 4, punt b), en lid 5, en door de afwikkelingsraad, in zijn bestuursvergadering, overeenkomstig de taakverdeling volgens de procedure van artikel 18, leden 1 en 2.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>lid 2 wordt geschrapt;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>in lid 3 wordt punt b) vervangen door:<CITATION><P>“b)	gezien het tijdsbestek, de noodzaak om de bevoegdheden tot afschrijving en omzetting of de afwikkelingsstrategie voor de af te wikkelen groep effectief uit te voeren en andere ter zake doende omstandigheden, valt redelijkerwijze niet te verwachten dat een andere maatregel, inclusief alternatieve maatregelen van de particuliere sector, maatregelen van een toezichthouder of vroegtijdige-interventiemaatregelen, dan de afschrijving of omzetting van de relevante kapitaalinstrumenten en in aanmerking komende passiva als bedoeld in lid 7 bis, het falen van de betrokken entiteit of groep binnen een redelijk tijdsbestek zou voorkomen.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>lid 9 wordt vervangen door:<CITATION><P>“9.	Indien met betrekking tot een in dat lid bedoelde entiteit aan een of meer van de in lid 1 bedoelde voorwaarden is voldaan en met betrekking tot die entiteit of een entiteit die tot dezelfde groep behoort ook aan de in artikel 18, lid 1, bedoelde voorwaarden is voldaan, is de in artikel 18, leden 6, 7 en 8, opgenomen procedure van toepassing.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>24)</NO.P>artikel 27 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>lid 7 wordt vervangen door:<CITATION><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">“7.	Het Fonds mag een in lid 6 bedoelde bijdrage enkel leveren indien aan alle volgende voorwaarden is voldaan:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>een bijdrage tot verliesabsorptie en herkapitalisatie ten belope van een bedrag van niet minder dan 8 % van de totale passiva inclusief eigen vermogen van de instelling in afwikkeling, gemeten overeenkomstig de in artikel 20, leden 1 tot en met 15, bedoelde waardering, is geleverd door de aandeelhouders, de houders van relevante kapitaalinstrumenten en andere bail-inbare passiva door middel van vermindering, afschrijving of omzetting overeenkomstig artikel 48, lid 1, van Richtlijn 2014/59/EU en artikel 21, lid 10, van deze verordening, en door het depositogarantiestelsel overeenkomstig artikel 79 van deze verordening en artikel 109 van Richtlijn 2014/59/EU, indien van toepassing;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>de bijdrage van het Fonds niet groter is dan 5 % van de totale passiva, met inbegrip van het eigen vermogen van de instelling in afwikkeling, bepaald volgens de in artikel 20, leden 1 tot en met 15, beschreven waarderingsmethode.”;</ITEM></LIST></P></CITATION></PARAG><PARAG>▌</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>in lid 13 wordt de tweede alinea vervangen door:<CITATION><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">“De in de eerste alinea bedoelde beoordeling stelt het bedrag vast waarmee de bail-inbare passiva moeten worden afgeschreven of omgezet:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>om de tier 1-kernkapitaalratio van de instelling in afwikkeling te herstellen of, in voorkomend geval, de ratio van de overbruggingsinstelling vast te stellen, rekening houdend met een eventuele kapitaalinbreng door het Fonds overeenkomstig artikel 76, lid 1, punt d);</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>om voldoende marktvertrouwen in de instelling in afwikkeling of de overbruggingsinstelling te handhaven, rekening houdend met de noodzaak om voorwaardelijke verplichtingen te dekken, en de instelling in afwikkeling in staat te stellen gedurende ten minste één jaar aan de vergunningsvoorwaarden te blijven voldoen en	om de activiteiten te blijven verrichten waarvoor haar op grond van Richtlijn 2013/36/EU of Richtlijn 2014/65/EU een vergunning is verleend.”;</ITEM></LIST></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>25)</NO.P>artikel 30 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de titel wordt vervangen door:<CITATION><P>“<STRING BOLD="on">Verplichting tot samenwerking en informatie-uitwisseling</STRING>”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de volgende leden 2 bis, 2 ter en 2 quater worden ingevoegd:<CITATION><P>“2 bis.	De afwikkelingsraad, het Europees Comité voor systeemrisico’s, de EBA, de ESMA en de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen werken nauw samen en verstrekken elkaar alle informatie die nodig is voor de uitvoering van hun respectieve taken.</P><P><NO.P>2 ter.</NO.P>De ECB en de andere leden van het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB) werken nauw met de afwikkelingsraad samen en verschaffen hem alle informatie die nodig is voor de uitvoering van de taken van de afwikkelingsraad, met inbegrip van de informatie die zij overeenkomstig hun statuten hebben verzameld. Artikel 88, lid 6, is van toepassing op de betrokken uitwisselingen.</P><P><NO.P>2 quater.</NO.P>De in artikel 2, lid 1, punt 18, van Richtlijn 2014/49/EU bedoelde aangewezen autoriteiten werken nauw samen met de afwikkelingsraad<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">.</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De aangewezen autoriteiten </STRING></STRING>en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de afwikkelingsraad</STRING></STRING> verstrekken <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">elkaar</STRING></STRING> alle informatie die nodig is voor de uitvoering van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">hun respectieve</STRING></STRING> taken.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>lid 6 wordt vervangen door:<CITATION><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">“6.	De afwikkelingsraad streeft naar nauwe samenwerking met alle openbare financiële bijstandsfaciliteiten, waaronder de Europese Faciliteit voor financiële stabiliteit (EFSF) en het Europees stabiliteitsmechanisme (ESM):</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>in de buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 27, lid 9, en wanneer een dergelijke faciliteit directe of indirecte financiële bijstand heeft verleend of waarschijnlijk zal verlenen aan in een deelnemende lidstaat gevestigde entiteiten;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>wanneer de afwikkelingsraad voor het Fonds een financiële regeling heeft getroffen overeenkomstig artikel 74.”;</ITEM></LIST></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>lid 7 wordt vervangen door:<CITATION><P>“7.	Zo nodig sluit de afwikkelingsraad een memorandum van overeenstemming met de ECB en andere leden van het ESCB, de nationale afwikkelingsautoriteiten en de nationale bevoegde autoriteiten met een algemene beschrijving van de wijze waarop zij uit hoofde van de leden 2, 2 bis, 2 ter en 4 van dit artikel en van artikel 74, tweede alinea, zullen samenwerken bij de uitoefening van hun respectieve taken krachtens het Unierecht. Het memorandum wordt regelmatig geëvalueerd, en wordt openbaar gemaakt met inachtneming van de vereisten inzake geheimhouding.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>26)</NO.P>het volgende artikel 30 bis wordt ingevoegd:<CITATION><P>“Artikel 30 bis</P><P><STRING BOLD="on">Informatie in het bezit van een gecentraliseerd automatisch mechanisme</STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P>De autoriteiten die de bij artikel 32 bis van Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad** ingestelde gecentraliseerde automatische mechanismen beheren, verstrekken de afwikkelingsraad op zijn verzoek informatie over het aantal klanten waarvoor een in artikel 2 bedoelde entiteit de enige of voornaamste bankpartner is.</P><P><NO.P>2.</NO.P>De afwikkelingsraad vraagt de in lid 1 bedoelde informatie alleen per geval op en wanneer dat nodig is voor de uitvoering van zijn taken uit hoofde van deze verordening.</P><P><NO.P>3.</NO.P>De afwikkelingsraad kan de overeenkomstig de eerste alinea verkregen informatie delen met de nationale afwikkelingsautoriteiten in het kader van de uitoefening van hun respectieve taken uit hoofde van deze verordening.</P><P>______________________________</P><P>**	Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie (PB L 141 van 5.6.2015, blz. 73).”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>27)</NO.P>▌artikel 31 wordt <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">als volgt gewijzigd:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in lid 1 wordt de derde alinea vervangen door:</STRING></STRING><CITATION><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0"><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“Samenwerking op het gebied van informatie-uitwisseling geschiedt overeenkomstig artikel 11 en artikel 13, lid 1, van Richtlijn 2014/59/EU, onverminderd hoofdstuk 5 van deze titel. In dat kader en met het oog op de evaluatie van afwikkelingsplannen:</STRING></STRING></INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kan de afwikkelingsraad de nationale afwikkelingsautoriteiten verzoeken de afwikkelingsraad alle informatie toe te zenden die zij hebben verkregen;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verschaft de afwikkelingsraad een nationale afwikkelingsautoriteit van een deelnemende lidstaat op haar verzoek alle informatie die die autoriteit nodig heeft om haar taken uit hoofde van deze verordening uit te voeren.”;</STRING></STRING></ITEM></LIST></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het volgende lid 3 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wordt</STRING></STRING> toegevoegd:<CITATION><P>“3.	Voor de in artikel 7, lid 2, bedoelde entiteiten en groepen, en voor de in artikel 7, lid 4, punt b), en artikel 7, lid 5, bedoelde entiteiten en groepen indien aan de voorwaarden voor de toepassing van die bepalingen is voldaan, raadplegen de nationale afwikkelingsautoriteiten de afwikkelingsraad alvorens op grond van artikel 86 van Richtlijn 2014/59/EU te handelen.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>28)</NO.P>in artikel 32, lid 1, wordt de eerste alinea vervangen door:<CITATION><P>“Wanneer een groep entiteiten omvat die in deelnemende lidstaten en in niet-deelnemende lidstaten of derde landen zijn gevestigd, vertegenwoordigt de afwikkelingsraad de nationale afwikkelingsautoriteiten van de deelnemende lidstaten, onverminderd de goedkeuringen van de Raad of de Commissie die uit hoofde van deze verordening vereist zijn, met het oog op de samenwerking met de niet-deelnemende lidstaten overeenkomstig de artikelen 7, 8, 12, 13, 16, 18, 45 nonies, 55 en artikelen 88 tot en met 92 van Richtlijn 2014/59/EU.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>29)</NO.P>artikel 34 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>in lid 1 wordt de aanhef vervangen door:<CITATION><P>“De afwikkelingsraad kan, met volledige gebruikmaking van alle informatie die reeds voor de ECB beschikbaar is, met inbegrip van informatie die door de leden van het Europese Stelsel van centrale banken overeenkomstig hun statuten is verzameld, of van alle informatie waarover de nationale bevoegde autoriteiten, het Europees Comité voor systeemrisico’s, de EBA, de ESMA of de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen beschikken, via de nationale afwikkelingsautoriteiten of rechtstreeks, na deze autoriteiten op de hoogte te hebben gebracht, van de volgende natuurlijke of rechtspersonen verlangen dat zij hem alle informatie verstrekken die hij nodig heeft om zijn taken uit te voeren, volgens de door de afwikkelingsraad gevraagde procedure en in de door de afwikkelingsraad gevraagde vorm:”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>leden 5 en 6 worden vervangen door:<CITATION><P>“5.	De afwikkelingsraad, de ECB, de leden van het Europese Stelsel van centrale banken, de nationale bevoegde autoriteiten, het Europees Comité voor systeemrisico’s, de EBA, de ESMA of de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen en de nationale afwikkelingsautoriteiten kunnen memoranda van overeenstemming opstellen waarin een procedure voor de uitwisseling van informatie wordt vastgelegd. De uitwisseling van informatie tussen de afwikkelingsraad, de ECB en andere de leden van het Europese Stelsel van centrale banken, de nationale bevoegde autoriteiten, het Europees Comité voor systeemrisico’s, de EBA, de ESMA of de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen en de nationale afwikkelingsautoriteiten wordt niet beschouwd als schending van de vereisten inzake beroepsgeheim.</P><P><NO.P>6.</NO.P>De nationale bevoegde autoriteiten, de ECB, de leden van het Europese Stelsel van centrale banken, het Europees Comité voor systeemrisico’s, de EBA, de ESMA of de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen en de nationale afwikkelingsautoriteiten werken samen met de afwikkelingsraad om na te gaan of de gevraagde informatie geheel of gedeeltelijk reeds beschikbaar is op het moment dat het verzoek wordt ingediend. Indien dergelijke informatie beschikbaar is, verstrekken de nationale bevoegde autoriteiten, de ECB en andere leden van het Europese Stelsel van centrale banken, het Europees Comité voor systeemrisico’s, de EBA, de ESMA of de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen of de nationale afwikkelingsautoriteiten die informatie aan de afwikkelingsraad.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>30)</NO.P>in artikel 43, lid 1, wordt het volgende punt a bis) ingevoegd:<CITATION><P>“a bis)	de voorzitter en de vicevoorzitter, die overeenkomstig artikel 56 worden benoemd;”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>30 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel 45 wordt als volgt gewijzigd:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de titel wordt vervangen door:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“Transparantie en verantwoordingsplicht”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het volgende lid wordt ingevoegd:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“3 bis.	De afwikkelingsraad maakt zijn beleid, richtsnoeren, algemene instructies, toelichtingen en werkdocumenten over afwikkeling in het algemeen en over de afwikkelingspraktijken en -methoden die in het kader van het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme moeten worden toegepast openbaar, mits een dergelijke openbaarmaking niet leidt tot de bekendmaking van vertrouwelijke informatie.”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>31)</NO.P>artikel 50, lid 1, punt n), wordt vervangen door:<CITATION><P>“n)	een rekenplichtige en een interne auditeur benoemen met inachtneming van het Statuut en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden, die functioneel onafhankelijk is bij de uitvoering van hun taken;”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>31 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aan artikel 50, lid 1, wordt het volgende punt toegevoegd:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“q bis)	ervoor zorgen dat de nationale afwikkelingsautoriteiten worden geraadpleegd over de richtsnoeren, algemene instructies, beleidslijnen of richtsnoeren tot vaststelling van afwikkelingsbeleid, -praktijken of -methoden die deze nationale afwikkelingsautoriteiten zullen helpen uitvoeren.”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>32)</NO.P>artikel 53 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>in lid 1 wordt de eerste zin vervangen door:<CITATION><P>“De afwikkelingsraad in zijn bestuursvergadering moet samengesteld zijn uit de voorzitter, de vicevoorzitter en de vier leden als bedoeld in artikel 43, lid 1, punt b).”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>in lid 5 wordt “artikel 43, lid 1, punt a) en b)” vervangen door “artikel 43, lid 1, punten a), a bis) en b)”;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>33)</NO.P>in artikel 55 worden de leden 1 en 2 vervangen door:<CITATION><P>“1.	Indien bij de beraadslaging over een individuele entiteit of een groep entiteiten die slechts in één deelnemende lidstaat is gevestigd, niet alle in artikel 53, leden 1 en 3, bedoelde leden binnen een door de voorzitter gestelde termijn bij consensus tot overeenstemming kunnen komen, nemen de voorzitter, de vicevoorzitter en de in artikel 43, lid 1, punt b), bedoelde leden een besluit bij gewone meerderheid.</P><P><NO.P>2.</NO.P>Indien bij de beraadslaging over een grensoverschrijdende groep niet alle in artikel 53, leden 1 en 4, bedoelde leden binnen een door de voorzitter gestelde termijn bij consensus tot overeenstemming kunnen komen, nemen de voorzitter, de vicevoorzitter en de in artikel 43, lid 1, punt b), bedoelde leden een besluit bij gewone meerderheid.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>34)</NO.P>artikel 56 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>in lid 2 wordt punt d) vervangen door:<CITATION><P>“d)	het opstellen van een voorlopige ontwerpbegroting en een ontwerpbegroting van de afwikkelingsraad overeenkomstig artikel 61, en het uitvoeren van de begroting van de afwikkelingsraad overeenkomstig artikel 63;”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>in lid 5 wordt de eerste alinea vervangen door:<CITATION><P>“De ambtstermijn van de voorzitter, de vicevoorzitter en de in artikel 43, lid 1, punt b), bedoelde leden bedraagt vijf jaar. ▌</P><P>Een persoon die ▌als voorzitter, vicevoorzitter of lid als bedoeld in artikel 43, lid 1, punt b), heeft vervuld, komt niet in aanmerking voor benoeming in een van beide andere functies.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>▌lid 6 wordt<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> vervangen door</STRING></STRING>:</PARAG><PARAG>▌<CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“6.	Na de afwikkelingsraad in zijn plenaire vergadering te hebben gehoord, stelt de Commissie het Europees Parlement een genderevenwichtige shortlist van kandidaten voor de functies van voorzitter, vicevoorzitter en in artikel 43, lid 1, punt b), bedoelde leden voor en stelt zij de Raad in kennis van de shortlist. Het Europees Parlement kan de kandidaten op die shortlist horen. Overeenkomstig de uitkomst in het Europees Parlement legt de Commissie het Europees Parlement ter goedkeuring een voordracht voor de benoeming van de voorzitter, de vicevoorzitter en de in artikel 43, lid 1, punt b), bedoelde leden voor. Na de goedkeuring van dat voorstel stelt de Raad een uitvoeringsbesluit vast tot benoeming van de voorzitter, de vicevoorzitter en de in artikel 43, lid 1, punt b), bedoelde leden. De Raad besluit daarbij met gekwalificeerde meerderheid van stemmen.”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG>▌</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>in lid 7 wordt de laatste zin vervangen door:<CITATION><P>“De voorzitter, de vicevoorzitter en de in artikel 43, lid 1, punt b), bedoelde leden blijven in functie totdat hun opvolgers zijn benoemd en in functie zijn getreden overeenkomstig het in lid 6 van dit artikel bedoelde besluit van de Raad.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lid 8 wordt geschrapt.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>35)</NO.P>artikel 61 wordt vervangen door:<CITATION><P>“<STRING ITALIC="on">Artikel 61</STRING></P><P><STRING BOLD="on">Opstelling van de begroting</STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P>Uiterlijk op 31 maart van elk jaar stelt de voorzitter een voorlopige ontwerpbegroting van de afwikkelingsraad op, met een raming van de ontvangsten en uitgaven van de afwikkelingsraad voor het volgende jaar, samen met de personeelsformatie voor het volgende jaar, en legt hij deze ter goedkeuring voor aan de afwikkelingsraad in zijn plenaire vergadering.</P><P>De afwikkelingsraad past in zijn plenaire vergadering zo nodig voorlopige ontwerpbegroting van de afwikkelingsraad samen met de ontwerp-personeelsformatie aan.</P><P><NO.P>2.</NO.P>Op basis van de voorlopige ontwerpbegroting die door de afwikkelingsraad in zijn plenaire vergadering is aangenomen, stelt de voorzitter een ontwerpbegroting van de afwikkelingsraad op en legt deze ter goedkeuring voor aan de afwikkelingsraad in zijn plenaire vergadering.</P><P>Uiterlijk op 30 november van elk jaar stelt de afwikkelingsraad in zijn plenaire vergadering het door de voorzitter voorgelegde ontwerpbegroting zo nodig bij en keurt hij de definitieve begroting van de afwikkelingsraad, samen met de personeelsformatie, goed.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>35 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in artikel 62 wordt lid 3 vervangen door:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“3.	De plenaire vergadering van de afwikkelingsraad is verantwoordelijk voor het vaststellen van interne normen en het invoeren van interne controlesystemen en controleprocedures die zijn toegesneden op de uitvoering van de taken van de interne auditeur.”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>36)</NO.P>in artikel 69 wordt lid 4 vervangen door:<CITATION><P>“4.	Indien de beschikbare financiële middelen na de in lid 1 bedoelde initiële periode dalen tot onder het in dat lid vermelde streefbedrag, worden de reguliere bijdragen, berekend overeenkomstig artikel 70, geïnd totdat het streefbedrag is bereikt. De afwikkelingsraad kan de inning van de overeenkomstig artikel 70 geïnde regelmatige bijdragen gedurende <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">maximaal drie jaar</STRING></STRING> uitstellen om ervoor te zorgen dat het te innen bedrag een bedrag bereikt dat in verhouding staat tot de kosten van het inningsproces, mits dit uitstel geen wezenlijke gevolgen heeft voor het vermogen van de afwikkelingsraad om het Fonds overeenkomstig afdeling 3 te gebruiken. Deze bijdragen worden vastgesteld op een niveau waarbij het mogelijk wordt gemaakt dat het streefbedrag binnen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vier</STRING></STRING> jaar kan worden bereikt nadat het streefbedrag voor het eerst is bereikt en indien de beschikbare financiële middelen vervolgens zijn teruggebracht tot minder dan twee derde van het streefbedrag.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>37)</NO.P>artikel 70 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>lid 3 wordt vervangen door:<CITATION><P>“3.	De in aanmerking te nemen beschikbare financiële middelen om het in artikel 69 vermelde streefbedrag te bereiken, kunnen ook onherroepelijke betalingstoezeggingen omvatten die volledig zijn gedekt door zekerheden of activa met een laag risico die niet met rechten van derden zijn bezwaard, waarover vrij kan worden beschikt en waarvan uitsluitend gebruik kan worden gemaakt door de afwikkelingsraad voor de in artikel 76, lid 1, vermelde doeleinden. Het aandeel van die onherroepelijke betalingstoezeggingen is niet hoger dan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">30</STRING></STRING> % van het totaalbedrag van de bijdragen dat overeenkomstig dit artikel wordt geïnd. Binnen dat maximum bepaalt de afwikkelingsraad jaarlijks het aandeel van de onherroepelijke betalingstoezeggingen in het totale bedrag van de overeenkomstig dit artikel te heffen bijdragen.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het volgende lid 3 bis wordt ingevoegd:<CITATION><P>“3 bis.	De afwikkelingsraad vraagt de overeenkomstig lid 3 van dit artikel gedane onherroepelijke betalingstoezeggingen op wanneer het gebruik van het Fonds overeenkomstig artikel 76 noodzakelijk is.</P><P>Wanneer een instelling of entiteit niet langer onder artikel 2 valt en niet langer onderworpen is aan de verplichting om bijdragen te betalen overeenkomstig lid 1 van dit artikel, vraagt de afwikkelingsraad de onherroepelijke betalingstoezeggingen die overeenkomstig lid 3 zijn aangegaan en nog verschuldigd zijn, op. Indien de aan de onherroepelijke betalingstoezegging verbonden bijdrage op eerste verzoek naar behoren wordt betaald, annuleert de afwikkelingsraad de verplichting en geeft hij de zekerheid terug. Indien de bijdrage bij de eerste afroep niet naar behoren wordt betaald, legt de afwikkelingsraad beslag op de zekerheid en annuleert hij de toezegging.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>38)</NO.P>in artikel 71, lid 1, wordt de tweede alinea vervangen door:<CITATION><P>“Het totale bedrag van buitengewone achteraf te betalen bijdragen per jaar mag niet hoger zijn dan driemaal 12,5 % van het streefniveau.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>39)</NO.P>in artikel 74 wordt het volgende lid ingevoegd:<CITATION><P>“De afwikkelingsraad stelt de Commissie en de ECB in kennis zodra hij het nodig acht financiële regelingen te treffen die overeenkomstig dit artikel voor het Fonds zijn aangegaan, en verstrekt de Commissie en de ECB alle informatie die nodig is voor de uitvoering van hun taken met betrekking tot dergelijke financiële regelingen.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>40)</NO.P>artikel 76 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>lid 3 wordt vervangen door:<CITATION><P>“3.	Ingeval de afwikkelingsraad vaststelt dat het beroep op het Fonds voor de doeleinden in lid 1 van dit artikel er waarschijnlijk in resulteert dat een deel van de verliezen van een in artikel 2 bedoelde entiteit op het Fonds worden afgewenteld, zijn de in artikel 27 opgenomen beginselen inzake het gebruik van het Fonds van toepassing.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de volgende leden 5 en 6 worden ingevoegd:<CITATION><P>“5.	Indien de in artikel 22, lid 2, punt a) of b), bedoelde afwikkelingsinstrumenten worden gebruikt om slechts een deel van de activa, rechten of passiva van de instelling in afwikkeling over te dragen, heeft de afwikkelingsraad een vordering op de resterende entiteit voor alle kosten en verliezen die door het Fonds zijn gedragen als gevolg van eventuele bijdragen aan de afwikkeling overeenkomstig de leden 1 en 2 van dit artikel in verband met verliezen die crediteuren anders zouden hebben gedragen.</P><P><NO.P>6.</NO.P>De in lid 5 van dit artikel en in artikel 22, lid 6, bedoelde vorderingen van de afwikkelingsraad hebben in elke deelnemende lidstaat dezelfde rangorde als de vorderingen van de nationale afwikkelingsfinancieringsregelingen in het nationale recht van die lidstaat dat de normale insolventieprocedures ingevolge artikel 108, lid 9, van Richtlijn 2014/59/EU beheerst.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>41)</NO.P>artikel 79 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de leden 1, 2 en 3 worden vervangen door:<CITATION><P>“1.	De deelnemende lidstaten zorgen ervoor dat, wanneer de afwikkelingsraad afwikkelingsmaatregelen met betrekking tot een kredietinstelling neemt, en mits die maatregelen garanderen dat deposanten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van gedekte deposito’s, en natuurlijke personen alsook micro-, kleine en middelgrote ondernemingen die in aanmerking komende deposito’s aanhouden, </STRING></STRING>toegang blijven hebben tot hun deposito’s, om te voorkomen dat <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">dergelijke </STRING></STRING>deposanten verliezen dragen, het depositogarantiestelsel waarbij die kredietinstelling is aangesloten, bijdraagt voor de doeleinden en onder de voorwaarden die in artikel 109 van Richtlijn 2014/59/EU zijn vastgesteld.</P><P><NO.P>2.</NO.P>De afwikkelingsraad bepaalt<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, in nauwe samenwerking met het depositogarantiestelsel,</STRING></STRING> het bedrag van de bijdrage van het depositogarantiestelsel in overeenstemming met lid 1 na raadpleging van het depositogarantiestelsel, en waar nodig de aangewezen autoriteit in de zin van artikel 2, lid 1, punt 18, van Richtlijn 2014/49/EU, over de geraamde kosten van terugbetaling aan deposanten overeenkomstig artikel 11 sexies van Richtlijn 2014/49/EU en met inachtneming van de voorwaarden als bedoeld in artikel 20 van deze verordening.</P><P><NO.P>3.</NO.P>De afwikkelingsraad stelt de aangewezen autoriteit in de zin van artikel 2, lid 1, punt 18, van richtlijn 2014/49/EU en het depositogarantiestelsel waarbij de instelling is aangesloten, in kennis van zijn besluit als bedoeld in de eerste alinea. Het depositogarantiestelsel voert dat besluit onverwijld uit.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>in lid 5 worden de tweede en de derde alinea geschrapt;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>41 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de volgende artikelen worden ingevoegd:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“Artikel 79 bis</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Rapportage over liquiditeit bij afwikkelingen</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uiterlijk op 31 december 2024 brengt de Commissie verslag uit bij het Europees Parlement en de Raad over het liquiditeitsvraagstuk bij afwikkelingen.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In het verslag wordt onderzocht of een tijdelijk tekort aan liquiditeit na herkapitalisatie van een instelling in afwikkeling onder meer wordt veroorzaakt door een ontbrekend instrument in het afwikkelingsinstrumentarium en worden de meest efficiënte manieren onderzocht om tijdelijke tekorten aan liquiditeit aan te pakken, rekening houdend met de praktijken in andere rechtsgebieden. In het verslag worden concrete beleidsopties voorgesteld.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 79 ter</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uiterlijk op 31 december 2026 brengt de Commissie, in de context van de hervatting van de besprekingen over de bankenunie, bij het Europees Parlement en de Raad verslag uit over de doeltreffendheid en de reikwijdte van het interne mechanisme voor de overdracht van verliezen binnen af te wikkelen groepen als gevolg van de hervorming van het kader voor crisisbeheer.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In het verslag wordt met name stilgestaan bij het toepassingsgebied van de afwikkeling, de mate van naleving van de interne MREL-doelstellingen, de voorwaarden voor de toegang tot door de sector gefinancierde vangnetten, in het bijzonder het Fonds.”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>42)</NO.P>in artikel 85, lid 3, worden de woorden “tegen een in artikel 10, lid 10, artikel 11, artikel 12, lid 1, de artikelen 38 tot en met 41, artikel 65, lid 3, artikel 71 en artikel 90, lid 3, bedoeld besluit” vervangen door de woorden “tegen een uit hoofde van artikel 10, lid 10, artikel 11, artikel 12, lid 1, de artikelen 38 tot en met 41, artikel 65, lid 3, artikel 71 en artikel 90, lid 3, vastgesteld besluit”;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>43)</NO.P>aan artikel 88 wordt het volgende lid 7 toegevoegd:<CITATION><P>“7.	Dit artikel belet de afwikkelingsraad niet zijn analyses of beoordelingen openbaar te maken, ook wanneer deze zijn gebaseerd op informatie die is verstrekt door de in artikel 2 bedoelde entiteiten of andere autoriteiten als bedoeld in lid 6 van dit artikel, wanneer de afwikkelingsraad oordeelt dat de openbaarmaking de bescherming van het algemeen belang wat betreft het financieel, monetair of economisch beleid niet zou ondermijnen en dat er een algemeen belang bij openbaarmaking is dat zwaarder weegt dan enig ander belang als bedoeld in lid 5 van dit artikel. Voor de toepassing van lid 1 van dit artikel wordt een dergelijke openbaarmaking geacht te zijn gedaan door de afwikkelingsraad in de uitoefening van zijn functies uit hoofde van deze verordening.”<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>43 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in artikel 94, lid 1, wordt het volgende punt ingevoegd:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“a bis)	de wisselwerking tussen het bestaande kader en de totstandbrenging van het Europees depositogarantiestelsel;”.</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART><STRING ITALIC="on">Artikel 2</STRING></TI.ART><STI.ART><STRING BOLD="on">Inwerkingtreding en toepassing</STRING></STI.ART><PARAG>Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING>.</PARAG><PARAG>Zij is van toepassing met ingang van [OP, gelieve de datum in te voegen: <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">twaalf</STRING></STRING> maanden na de inwerkingtreding van deze verordening].</PARAG><PARAG>Artikel 1, punt 1, a), punten 2 en 3, punt 4, a), punt 5, a), b) en c), i) en ii), punt 6, a), punt 7, punt 13, a), i) en b), punt 14, a), b) en d), punt 19, d) en e), punt 21, punt 23, a), i), eerste streepje, b) en d), de punten 25 tot en met 35, en de punten 39, 42 en 43, zijn evenwel van toepassing vanaf ... [OP, gelieve de datum in te voegen = 1 maand na de datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening].</PARAG><PARAG>Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><SIGNATURE><P>Gedaan te …,</P><P><STRING ITALIC="on">Voor het Europees Parlement	Voor de Raad</STRING></P><P><STRING ITALIC="on">De voorzitter	De voorzitter</STRING></P></SIGNATURE></DISPOSITIF></TEXT></TCONSOLID></TXTLST></SDOCTA>