<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0327</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Vroegtijdige-interventiemaatregelen, voorwaarden voor afwikkeling en financiering van afwikkelingsmaatregelen (BRRD3)</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0153/2024 - Rapporteur: Luděk Niedermayer)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 24 april 2024 over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2014/59/EU wat betreft vroegtijdige-interventiemaatregelen, voorwaarden voor afwikkeling en financiering van afwikkelingsmaatregelen (COM(2023)0227 – C9-0135/2023 – 2023/0112(COD))</STRING></TI><NOTE>(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)</NOTE><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2023)0227),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 294, lid 2, en artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C9‑0135/2023),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Europese Centrale Bank van 5 juli 2023<FOOTNOTE><FIELD>PB C 307 van 31.8.2023, blz. 19.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 13 juli 2023<FOOTNOTE><FIELD>PB C 349 van 29.9.2023, blz. 161.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 59 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken (A9-0153/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie, alsmede aan de nationale parlementen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST><TXTLST><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TC1-COD(2023)0112</STRING></IDENT><TCONSOLID><TI><STRING BOLD="on">Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 24 april 2024 met het oog op de vaststelling van Richtlijn (EU) 2024/... van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2014/59/EU wat betreft vroegtijdige-interventiemaatregelen, de voorwaarden voor afwikkeling en de financiering van afwikkelingsmaatregelen</STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">*</STRING>De wijzigingen in de tekst zijn het gevolg van de aanneming van amendement 1. Nieuwe of vervangende tekst staat in vet en cursief, schrappingen zijn met het symbool ▐ aangegeven.</FIELD></FOOTNOTE><BRK/></TI><NOTE>(Voor de EER relevante tekst)</NOTE><TEXT><PREAMBLE><PRINIT>HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,</PRINIT><GRVISA><VISA><P>Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met name artikel 114,</P></VISA><VISA><P>Gezien het voorstel van de Europese Commissie,</P></VISA><VISA><P>Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,</P></VISA><VISA><P>Gezien het advies van de Europese Centrale Bank<FOOTNOTE><FIELD>PB C , blz. .</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P>Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité<FOOTNOTE><FIELD>PB C , blz. .</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P>Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><GRCINIT>Overwegende hetgeen volgt:</GRCINIT><CONS><P><NO.P>(1)</NO.P>Het afwikkelingskader van de Unie voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen (“instellingen”) is opgezet in de nasleep van de wereldwijde financiële crisis van 2008-2009 en naar aanleiding van de internationaal onderschreven <STRING ITALIC="on">Key Attributes of Effective Resolution Regimes for Financial Institutions</STRING><FOOTNOTE><FIELD>Raad voor financiële stabiliteit, “Key Attributes of Effective Resolution Regimes for Financial Institutions”, 15 oktober 2014.</FIELD></FOOTNOTE> van de Raad voor financiële stabiliteit. Het afwikkelingskader van de Unie bestaat uit Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012, van het Europees Parlement en de Raad (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 190).</FIELD></FOOTNOTE> en Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 (PB L 225 van 30.7.2014, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>. Beide handelingen zijn van toepassing op in de Unie gevestigde instellingen en op eventuele andere entiteiten die onder het toepassingsgebied van die richtlijn of die verordening vallen (“entiteiten”). Het afwikkelingskader van de Unie is gericht op de ordelijke behandeling van het falen van instellingen en entiteiten, door de kritieke functies van instellingen en entiteiten in stand te houden en gevaren voor de financiële stabiliteit af te wenden, terwijl tegelijkertijd deposanten en de overheidsmiddelen worden beschermd. Daarnaast wordt met het afwikkelingskader van de Unie beoogd de ontwikkeling van de interne markt voor bankzaken te bevorderen, door een geharmoniseerde regeling te ontwikkelen voor de gecoördineerde aanpak van grensoverschrijdende crises en door problemen in verband met verstoringen van de mededinging en risico’s op ongelijke behandeling te vermijden.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(2)</NO.P>Het afwikkelingskader van de Unie wordt inmiddels verscheidene jaren uitgevoerd, maar levert in zijn huidige vorm niet de beoogde resultaten op ten aanzien van enkele van deze doelstellingen. Meer in het bijzonder wordt het afwikkelingskader van de Unie weinig gebruikt, ondanks het feit dat instellingen en entiteiten aanzienlijke vooruitgang hebben geboekt op weg naar afwikkelbaarheid en hiervoor aanzienlijke middelen hebben toegewezen, met name door middel van de opbouw van de verliesabsorptie- en herkapitalisatiecapaciteit en de opvulling van afwikkelingsfinancieringsregelingen. Het falen van bepaalde kleinere en middelgrote instellingen en entiteiten wordt in plaats daarvan hoofdzakelijk afgehandeld met gebruik van niet-geharmoniseerde nationale maatregelen. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Helaas </STRING></STRING>wordt <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">hiervoor nog steeds</STRING></STRING> belastinggeld gebruikt in plaats van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">door de sector gefinancierde vangnetten, waaronder</STRING></STRING> afwikkelingsfinancieringsregelingen. Die situatie lijkt het gevolg te zijn van ontoereikende stimulansen. Deze ontoereikende stimulansen vloeien voort uit de wisselwerking tussen het afwikkelingskader van de Unie en de nationale regels, waarbij de brede beoordelingsruimte bij de beoordeling van het openbaar belang niet altijd op een wijze wordt gebruikt waarin tot uiting komt hoe het afwikkelingskader van de Unie moet worden toegepast. Het afwikkelingskader van de Unie werd bovendien weinig gebruikt als gevolg van de risico’s voor deposanten van instellingen met depositofinanciering op het dragen van verliezen om ervoor te zorgen dat deze instellingen bij afwikkeling toegang hebben tot externe financiering, met name bij gebrek aan andere bail-inbare passiva. Tot slot heeft het feit dat voor de toegang tot financiering buiten afwikkeling minder strenge regels gelden dan voor de toegang tot financiering bij afwikkeling ertoe geleid dat de toepassing van het afwikkelingskader van de Unie werd ontmoedigd ten gunste van andere oplossingen, waarbij vaak belastinggeld wordt gebruikt in plaats van de eigen middelen van de instelling of entiteit, of door de sector gefinancierde vangnetten. Deze situatie leidt vervolgens tot een risico op versnippering, een risico op niet-optimale uitkomsten bij het beheer van het falen van instellingen en entiteiten, met name in het geval van kleinere of middelgrote instellingen en entiteiten, en alternatieve kosten als gevolg van ongebruikte financiële middelen. Het is daarom noodzakelijk om een doeltreffender en samenhangender toepassing van het afwikkelingskader van de Unie te waarborgen en ervoor te zorgen dat dit kan worden toegepast wanneer dit in het openbaar belang is, ook voor bepaalde kleinere en middelgrote instellingen ▌.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(2 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het doel van de herziening van Richtlijn 2014/59/EU is het geld van de belastingbetaler beter te beschermen en nieuwe systemische mechanismen in te voeren voor instellingen en entiteiten die niet onder het bestaande afwikkelingskader vallen. Dat kader is bedoeld om de economische lasten voor de samenleving te beperken door de totale kosten in verband met bankfalen te verminderen. Het gebruik van het geld van de belastingbetaler moet met de invoering van een herzien kader aanzienlijk worden verminderd om ervoor te zorgen dat de afwikkelingsfinancieringsregeling vaker en doeltreffender wordt gebruikt.</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(3)</NO.P>De intensiteit en de mate van gedetailleerdheid van de noodzakelijke planningswerkzaamheden voor de afwikkeling met betrekking tot dochterondernemingen die niet als af te wikkelen entiteiten zijn aangemerkt, lopen uiteen naargelang de omvang en het risicoprofiel van de betrokken instellingen en entiteiten, de aanwezigheid van kritieke functies en de groepsafwikkelingsstrategie. De afwikkelingsautoriteiten moeten die factoren derhalve in aanmerking kunnen nemen bij het vaststellen van de maatregelen die ten aanzien van dergelijke dochterondernemingen moeten worden genomen en, waar passend, een vereenvoudigde benadering toepassen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(3 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een van de belangrijkste doelstellingen van deze wijzigingsrichtlijn is de invoering van een geactualiseerde aanpak om autoriteiten in staat te stellen het potentiële falen van sommige banken of een groep van banken doeltreffend te behandelen. Die aanpak moet transparantie en voorspelbaarheid bevorderen en tegelijkertijd negatieve economische gevolgen tot een minimum beperken. Een dergelijke aanpak is in overeenstemming met het overkoepelende beginsel van bail-in van Richtlijn 2014/59/EU, maar handhaaft ook de praktische haalbaarheid van de behandeling van het falen van middelgrote banken.</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(4)</NO.P>Een instelling of entiteit die op grond van het interne recht wordt geliquideerd naar aanleiding van een vaststelling dat de instelling faalt of waarschijnlijk zal falen en een conclusie van de afwikkelingsautoriteit dat de afwikkeling van deze instelling of entiteit niet in het openbaar belang is, zal uiteindelijk de markt verlaten. Dit houdt in dat geen plan nodig is voor maatregelen die in het geval van falen moeten worden genomen, ongeacht of de bevoegde autoriteit de vergunning van de betrokken instelling of entiteit reeds heeft ingetrokken. Hetzelfde geldt voor een resterend deel van een instelling in afwikkeling na de overdracht van activa, rechten en passiva in het kader van een overdrachtsstrategie. Het is derhalve passend om te specificeren dat de goedkeuring van afwikkelingsplannen in dergelijke situaties niet vereist is.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(5)</NO.P>De afwikkelingsautoriteiten kunnen momenteel bepaalde uitkeringen verbieden wanneer een instelling of entiteit niet aan het gecombineerde buffervereiste voldoet, wanneer dit vereiste naast het minimumvereiste voor eigen vermogen en in aanmerking komende passiva (“MREL”) in beschouwing wordt genomen. In bepaalde situaties kan van een instelling of entiteit echter worden verlangd dat zij het MREL op een andere basis naleeft dan de basis waarop die instelling of entiteit verplicht is om het gecombineerde buffervereiste na te leven. Deze situatie leidt tot onzekerheid wat betreft de voorwaarden voor de uitoefening van de bevoegdheden van afwikkelingsautoriteiten om uitkeringen te verbieden en voor de berekening van het maximaal uitkeerbare bedrag voor het MREL. Er moet derhalve worden vastgelegd dat de afwikkelingsautoriteiten in deze gevallen de bevoegdheid moeten uitoefenen om bepaalde uitkeringen te verbieden op basis van de raming van het gecombineerde buffervereiste dat voortvloeit uit Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/1118 van de Commissie<FOOTNOTE><FIELD>Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/1118 van de Commissie van 26 maart 2021 tot aanvulling van Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van de door afwikkelingsautoriteiten te gebruiken methode voor het ramen van het in artikel 104 bis van Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad bedoelde vereiste en het gecombineerde buffervereiste voor af te wikkelen entiteiten op het geconsolideerde niveau van de af te wikkelen groep, ingeval de af te wikkelen groep niet onderworpen is aan die vereisten uit hoofde van die richtlijn (PB L 241 van 8.7.2021, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>. Om de transparantie en rechtszekerheid te waarborgen, moeten de afwikkelingsautoriteiten de instelling of entiteit in kennis stellen van het geraamde gecombineerde buffervereiste en moet de instelling of entiteit dit vervolgens openbaar maken.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(6)</NO.P>Vroegtijdige-interventiemaatregelen werden ontwikkeld om de bevoegde autoriteiten in staat te stellen de verslechtering van de financiële en economische situatie van een instelling of entiteit te herstellen en om het risico en de gevolgen van een mogelijke afwikkeling zo veel mogelijk te beperken. Vanwege een gebrek aan zekerheid met betrekking tot de voorwaarden voor de toepassing van deze vroegtijdige-interventiemaatregelen en gedeeltelijke overlappingen met toezichtsmaatregelen, zijn vroegtijdige-interventiemaatregelen echter weinig gebruikt. De voorwaarden voor de toepassing van deze vroegtijdige-interventiemaatregelen moeten derhalve worden vereenvoudigd en nader worden gespecificeerd. Om onzekerheden ten aanzien van de voorwaarden en het tijdschema voor het ontslag van het leidinggevend orgaan en de benoeming van tijdelijke bewindvoerders weg te nemen, moeten deze maatregelen uitdrukkelijk worden aangemerkt als vroegtijdige-interventiemaatregelen en moeten dezelfde voorwaarden gelden voor de toepassing ervan. De bevoegde autoriteiten moeten tegelijkertijd worden verplicht om de passende maatregelen te kiezen voor het aanpakken van een specifieke situatie, in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel. Om de bevoegde autoriteiten in staat te stellen om rekening te houden met reputatierisico’s of risico’s in verband met het witwassen van geld of informatie- en communicatietechnologie, moeten de bevoegde autoriteiten de voorwaarden voor de toepassing van vroegtijdige-interventiemaatregelen niet alleen beoordelen op basis van kwantitatieve indicatoren, zoals kapitaal- of liquiditeitsvereisten, de mate van hefboomfinanciering, de hoeveelheid slechte leningen of de concentratie van risico’s, maar ook op basis van kwalitatieve voorwaarden.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(7)</NO.P>Om de rechtszekerheid te verbeteren, moeten de vroegtijdige-interventiemaatregelen van Richtlijn 2014/59/EU die overlappen met de reeds bestaande bevoegdheden uit hoofde van het prudentiële kader van Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 338).</FIELD></FOOTNOTE>, alsook die van Richtlijn (EU) 2019/2034 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn (EU) 2019/2034 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende het prudentiële toezicht op beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijnen 2002/87/EG, 2009/65/EG, 2011/61/EU, 2013/36/EU, 2014/59/EU en 2014/65/EU (PB L 314 van 5.12.2019, blz. 64).</FIELD></FOOTNOTE> worden geschrapt. Daarnaast moet worden gewaarborgd dat de afwikkelingsautoriteiten zich kunnen voorbereiden op de mogelijke afwikkeling van een instelling of entiteit. De bevoegde autoriteit moet de afwikkelingsautoriteiten derhalve tijdig informeren over de verslechtering van de financiële situatie van een instelling of entiteit en de afwikkelingsautoriteiten moeten beschikken over de nodige bevoegdheden om voorbereidende maatregelen uit te voeren. Om de afwikkelingsautoriteiten in staat te stellen zo snel mogelijk te reageren op een verslechtering van de situatie van een instelling of entiteit is het belangrijk dat de eerdere toepassing van vroegtijdige-interventiemaatregelen geen voorwaarde is voor de afwikkelingsautoriteit voor het treffen van voorzieningen voor de verkoop van de instelling of entiteit of voor het verzoeken om informatie om het afwikkelingsplan te actualiseren en de waardering voor te bereiden. Om een samenhangende, gecoördineerde, doeltreffende en tijdige reactie op de verslechtering van de financiële situatie van een instelling of entiteit te waarborgen en te zorgen voor een goede voorbereiding op een mogelijke afwikkeling, moeten de wisselwerking en coördinatie tussen bevoegde autoriteiten en afwikkelingsautoriteiten worden verbeterd. Zodra een instelling of entiteit voldoet aan de voorwaarden voor de toepassing van vroegtijdige-interventiemaatregelen, moeten bevoegde autoriteiten en afwikkelingsautoriteiten de uitwisseling van informatie, met inbegrip van voorlopige informatie, opvoeren en de financiële situatie van de instelling of entiteit gezamenlijk monitoren.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(8)</NO.P>Het is noodzakelijk om tijdige maatregelen en een vroegtijdige coördinatie tussen de bevoegde autoriteit en de afwikkelingsautoriteit te waarborgen wanneer een instelling of entiteit nog een going concern is, maar er een materieel risico bestaat dat de instelling of entiteit faalt. De bevoegde autoriteit moet de afwikkelingsautoriteit daarom zo snel mogelijk op de hoogte stellen van een dergelijk risico. Deze kennisgeving moet de redenen bevatten voor de beoordeling van de bevoegde autoriteit, evenals een overzicht van de alternatieve maatregelen van de particuliere sector, toezichtsmaatregelen of vroegtijdige-interventiemaatregelen die beschikbaar zijn om het falen van de instelling of entiteit binnen een redelijk tijdsbestek te voorkomen. Een dergelijke vroegtijdige kennisgeving mag niet leiden tot vooringenomenheid bij het bepalen of aan de voorwaarden voor afwikkeling is voldaan. De voorafgaande kennisgeving door de bevoegde autoriteit aan de afwikkelingsautoriteit van een materieel risico dat een instelling of entiteit faalt of waarschijnlijk zal falen, mag geen voorwaarde vormen voor een latere vaststelling dat een instelling of entiteit daadwerkelijk faalt of waarschijnlijk zal falen. Indien in een later stadium wordt vastgesteld dat de instelling of entiteit faalt of waarschijnlijk zal falen en er geen alternatieve oplossingen zijn om een dergelijk falen binnen een redelijk tijdsbestek te voorkomen, moet de afwikkelingsautoriteit bovendien beslissen of zij afwikkelingsmaatregelen neemt. In een dergelijk geval kan de tijdigheid van het besluit om afwikkelingsmaatregelen toe te passen voor een instelling of entiteit cruciaal zijn voor de succesvolle uitvoering van de afwikkelingsstrategie, met name omdat een eerdere interventie in de instelling of entiteit kan bijdragen tot het garanderen van een toereikende verliesabsorberende capaciteit en liquiditeit om die strategie uit te voeren. Het is derhalve passend om de afwikkelingsautoriteit in staat te stellen om, in nauwe samenwerking met de bevoegde autoriteit, te beoordelen wat een redelijk tijdsbestek is voor de uitvoering van alternatieve maatregelen om het falen van de instelling of entiteit te voorkomen. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bij de uitvoering van die beoordeling moet ook rekening worden gehouden met de noodzaak om ervoor te zorgen dat de afwikkelingsautoriteit en de betrokken entiteit in staat blijven de afwikkelingsstrategie effectief uit te voeren indien dat uiteindelijk nodig is, maar dit mag niet beletten dat er alternatieve maatregelen worden genomen. Met name moet het beoogde tijdsbestek voor de alternatieve maatregelen zodanig zijn dat het de doeltreffendheid van een mogelijke uitvoering van de afwikkelingsstrategie niet in gevaar brengt. </STRING></STRING>Om een tijdige uitkomst te waarborgen en de afwikkelingsautoriteit in staat te stellen zich naar behoren voor te bereiden op de mogelijke afwikkeling van de instelling of entiteit, moeten de afwikkelingsautoriteit en de bevoegde autoriteit regelmatig bijeenkomen en moet de afwikkelingsautoriteit een beslissing nemen over de regelmaat van deze vergaderingen op basis van de omstandigheden van de zaak.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(9)</NO.P>Het afwikkelingskader moet op elke mogelijke instelling of entiteit kunnen worden toegepast, ongeacht de omvang en het bedrijfsmodel, indien de op grond van het interne recht beschikbare instrumenten niet toereikend zijn om het falen van deze instelling of entiteit te beheren. Om een dergelijke uitkomst te waarborgen, moeten er criteria worden gespecificeerd voor de uitvoering van de beoordeling van het openbaar belang in verband met een falende instelling of entiteit. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In dat verband</STRING></STRING> is <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het</STRING></STRING> noodzakelijk dat wordt verduidelijkt dat bepaalde functies van de instelling of entiteit, naargelang de specifieke omstandigheden, als kritiek kunnen worden beschouwd, zelfs wanneer de stopzetting hiervan ▌gevolgen zou hebben voor de financiële stabiliteit of kritieke diensten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">op regionaal niveau, met name wanneer de vervangbaarheid van de kritieke functies wordt bepaald door de relevante geografische markt</STRING></STRING>.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(9 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om te waarborgen dat de beoordeling van de effecten op regionaal niveau kan worden gebaseerd op gegevens die consistent beschikbaar zijn in de hele Unie, moet “regionaal niveau” worden beschouwd als betrekking hebbend op territoriale eenheden van niveau 1 of 2 van de Nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS-niveau 1 of 2) in de zin van Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 betreffende de opstelling van een gemeenschappelĳke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) (PB L 154 van 21.6.2003, blz. 1)</STRING></STRING>.</FIELD></FOOTNOTE><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">.</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(10)</NO.P>In de beoordeling van de vraag of de afwikkeling van een instelling of entiteit in het openbaar belang is, moet tot uiting komen dat deposanten beter worden beschermd wanneer middelen van depositogarantiestelsels (“DGS’en”) efficiënter worden gebruikt en de verliezen voor deze fondsen tot een minimum worden beperkt. Daarom moet de afwikkelingsdoelstelling om deposanten te beschermen in de beoordeling van het openbaar belang beter verwezenlijkt worden geacht bij afwikkeling wanneer de keuze voor insolventie duurder zou zijn voor het depositogarantiestelsel.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(10 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Wanneer nationale insolventie- en afwikkelingskaders de doelstellingen van het kader daadwerkelijk in dezelfde mate bereiken, moet de voorkeur worden gegeven aan de optie die het risico voor de belastingbetaler en de economie tot een minimum beperkt. Die aanpak waarborgt een prudente en verantwoorde handelwijze, in overeenstemming met de overkoepelende doelstelling om zowel de belangen van de belastingbetaler als de economische stabiliteit in ruimere zin te beschermen.</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(11)</NO.P>De beoordeling of de afwikkeling van een instelling of entiteit in het openbaar belang is moet ook, voor zover mogelijk, het verschil weerspiegelen tussen financiering uit door de bedrijfstak gefinancierde vangnetten (afwikkelingsfinancieringsregelingen of DGS’en) enerzijds en financiering door de lidstaten met belastinggeld anderzijds. Door de lidstaten verstrekte financiering brengt een groter moreel risico met zich mee, evenals een kleinere stimulans voor marktdiscipline. Bij de beoordeling van de doelstelling om het gebruik van buitengewone openbare financiële steun tot een minimum te beperken, moeten de afwikkelingsautoriteiten daarom de voorkeur geven aan financiering aan de hand van afwikkelingsfinancieringsregelingen of het depositogarantiestelsel <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en moet</STRING></STRING> financiering aan de hand van een gelijk bedrag aan begrotingsmiddelen van de lidstaten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uitsluitend onder buitengewone omstandigheden worden overwogen</STRING></STRING>.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(11 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien er toch buitengewone financiële steun aan financiële instellingen en entiteiten met geld van de belastingbetaler wordt verleend, mag dit uitsluitend gebeuren om een ernstige verstoring in de economie van uitzonderlijke en systemische aard te verhelpen, aangezien dit een aanzienlijke last vormt voor de overheidsfinanciën en het gelijke speelveld op de interne markt verstoort</STRING></STRING>.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(12)</NO.P>Om ervoor te zorgen dat de afwikkelingsdoelstellingen op de doeltreffendste wijze worden behaald, mag de uitkomst van de beoordeling van het openbaar belang slechts negatief zijn wanneer de afwikkelingsdoelstellingen met de liquidatie van de falende instelling of entiteit in het kader van een gewone insolventieprocedure op doeltreffender wijze, en niet in dezelfde mate, zouden worden behaald als met afwikkeling.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(12 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bij de keuze tussen afwikkeling en liquidatie moet de voorkeur worden gegeven aan de optie waarvan de totale kosten het laagst zijn. Bij die beoordeling moet rekening worden gehouden met verschillende kosten, waaronder kosten in verband met uitbetalingen door depositogarantiestelsels, zoals de duur die vereist is voor de terugvordering van activa en de tijdens het proces gederfde inkomsten. In gevallen waarin de opties van afwikkeling en liquidatie beide een vergelijkbaar kostenprofiel hebben, moet de voorkeur worden gegeven aan de optie die minder risico’s met zich meebrengt voor de economie, met inbegrip van de overheidsfinanciën en de gevolgen voor de stabiliteit van de economie.</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(13)</NO.P>Indien een falende instelling of entiteit niet wordt afgewikkeld, moet deze worden geliquideerd in overeenstemming met de procedures die uit hoofde van het interne recht beschikbaar zijn. Dergelijke procedures kunnen sterk verschillen tussen de lidstaten. Hoewel het passend is om voldoende flexibiliteit voor het gebruik van de bestaande nationale procedures toe te staan, moeten bepaalde aspecten worden verduidelijkt om te waarborgen dat de betrokken instellingen of entiteiten de markt verlaten.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(14)</NO.P>Er moet worden gewaarborgd dat de relevante nationale administratieve of gerechtelijke autoriteit snel een procedure uit hoofde van het interne recht inleidt wanneer een instelling of entiteit wordt geacht te falen of waarschijnlijk te zullen falen en niet wordt afgewikkeld. Indien een vrijwillige liquidatie van de instelling of entiteit bij besluit van aandeelhouders uit hoofde van het interne recht mogelijk is, moet een dergelijke optie beschikbaar blijven. Er moet echter voor worden gezorgd dat de relevante nationale administratieve of gerechtelijke autoriteit optreedt wanneer de aandeelhouders niet snel actie ondernemen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(15)</NO.P>Er moet ook worden vastgesteld dat de uiteindelijke uitkomst van dergelijke procedures bestaat in het verlaten van de markt door de falende instelling of entiteit of de stopzetting van haar bankdiensten. Afhankelijk van het interne recht kan deze doelstelling op verschillende manieren worden verwezenlijkt. Dit kan de verkoop van de instelling of entiteit of delen ervan, de verkoop van specifieke activa of passiva, een geleidelijke afschrijving of de stopzetting van de bankdiensten, met inbegrip van betalingen en het in ontvangst nemen van deposito’s, inhouden, met het oog op een geleidelijke verkoop van de activa van de instelling of entiteit om de getroffen crediteuren terug te betalen. Om de voorspelbaarheid van de procedures te verbeteren, moet deze uitkomst echter binnen een redelijk tijdsbestek worden verwezenlijkt.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(16)</NO.P>Aan de bevoegde autoriteiten moet de bevoegdheid worden verleend om de vergunning van een instelling of entiteit enkel op basis van het feit dat de instelling of entiteit faalt of waarschijnlijk zal falen en niet wordt afgewikkeld, in te trekken. De bevoegde autoriteiten moeten de vergunning kunnen intrekken ter ondersteuning van de doelstelling van de liquidatie van de instelling of entiteit in overeenstemming met het interne recht, met name in gevallen waarin de beschikbare procedures uit hoofde van het interne recht niet kunnen worden ingeleid op het moment dat wordt vastgesteld dat de instelling of entiteit faalt of waarschijnlijk zal falen, met inbegrip van de gevallen waarin de instelling of entiteit nog niet balansmatig insolvent is. Om verder te waarborgen dat de doelstelling van de liquidatie van de instelling of entiteit kan worden behaald, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat de intrekking van de vergunning door de bevoegde autoriteit ook wordt opgenomen onder de mogelijke voorwaarden voor het inleiden van ten minste een van de procedures die uit hoofde van het interne recht beschikbaar zijn en die van toepassing zijn op instellingen of entiteiten die falen of waarschijnlijk zullen falen, maar niet worden afgewikkeld.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(17)</NO.P>In het licht van de ervaringen die zijn opgedaan bij de uitvoering van Richtlijn 2014/59/EU, Verordening (EU) nr. 806/2014 en Richtlijn 2014/49/EU van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2014/49/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 inzake de depositogarantiestelsels (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 149).</FIELD></FOOTNOTE>, is het noodzakelijk om de voorwaarden nader te specificeren waaronder maatregelen van preventieve aard die moeten worden aangemerkt als buitengewone openbare financiële steun bij wijze van uitzondering mogen worden toegekend. Teneinde verstoringen van de mededinging als gevolg van verschillen in de aard van depositogarantiestelsels in de Unie tot een minimum te beperken, moeten interventies van depositogarantiestelsels in het kader van preventieve maatregelen die in overeenstemming zijn met Richtlijn 2014/49/EU en die moeten worden aangemerkt als buitengewone openbare financiële steun bij wijze van uitzondering worden toegestaan wanneer de begunstigde instelling of entiteit aan geen van de voorwaarden voldoet om te worden geacht te falen of waarschijnlijk te zullen falen. Er moet worden gewaarborgd dat preventieve maatregelen op tijd worden genomen. De Europese Centrale Bank (ECB) baseert haar oordeel dat een instelling of entiteit solvent is, met het oog op de preventieve herkapitalisatie, momenteel op een toekomstgerichte beoordeling voor de komende twaalf maanden van de vraag of de instelling of entiteit de vereisten voor de eigen middelen kan naleven, zoals uiteengezet in Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> of in Verordening (EU) 2019/2033 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2019/2033 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010, (EU) nr. 575/2013, (EU) nr. 600/2014 en (EU) nr. 806/2014 (PB L 314 van 5.12.2019, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>, evenals het aanvullende vereiste voor de eigen middelen zoals vastgesteld in Richtlijn 2013/36/EU of Richtlijn (EU) 2019/2034. Deze praktijk moet worden vastgesteld in Richtlijn 2014/59/EU. Maatregelen ter ondersteuning van activa die aan een bijzondere waardevermindering onderhevig zijn, met inbegrip van vehikels voor activabeheer of garantiestelsels voor activa, kunnen bovendien doeltreffend en efficiënt zijn bij het aanpakken van oorzaken van mogelijke financiële problemen waarmee instellingen en entiteiten te maken hebben en bij het voorkomen van het falen ervan, en kunnen derhalve relevante preventieve maatregelen zijn. Daarom moet worden gespecificeerd dat dergelijke preventieve maatregelen de vorm van maatregelen voor aan een bijzondere waardevermindering onderhevige activa kunnen aannemen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(18)</NO.P>Om de marktdiscipline in stand te houden, de overheidsmiddelen te beschermen en verstoringen van de mededinging te voorkomen, moeten preventieve maatregelen een uitzondering blijven en alleen worden genomen om ernstige verstoringen op de markt aan te pakken of de financiële stabiliteit te handhaven<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met name in het geval van een systeemcrisis</STRING></STRING>. Preventieve maatregelen mogen bovendien niet worden genomen om geleden of waarschijnlijke verliezen aan te pakken. Het betrouwbaarste instrument voor het vaststellen van verliezen of waarschijnlijke verliezen is een doorlichting van de kwaliteit van activa door de ECB, de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankenautoriteit, EBA), zoals vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12).</FIELD></FOOTNOTE> of door de nationale bevoegde autoriteiten. De bevoegde autoriteiten moeten een dergelijke doorlichting gebruiken om verliezen of waarschijnlijke verliezen vast te stellen indien een dergelijke doorlichting binnen een redelijk tijdsbestek kan worden uitgevoerd. Wanneer dit niet mogelijk is, moeten de bevoegde autoriteiten verliezen of waarschijnlijke verliezen op de betrouwbaarst mogelijke manier onder de heersende omstandigheden vaststellen, waar passend op basis van inspecties ter plaatse.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(19)</NO.P>Preventieve herkapitalisatie is gericht op de ondersteuning van levensvatbare instellingen en entiteiten waarvan is vastgesteld dat zij in de nabije toekomst te maken zullen hebben met tijdelijke moeilijkheden, om te voorkomen dat hun situatie verder verslechtert. Om te voorkomen dat overheidssubsidies worden toegekend aan ondernemingen die reeds onrendabel zijn op het moment dat de steun wordt toegekend, mogen preventieve maatregelen die worden toegekend in de vorm van de verwerving van eigenvermogensinstrumenten of andere kapitaalinstrumenten of door middel van maatregelen voor aan een bijzondere waardevermindering onderhevige activa, niet hoger zijn dan het bedrag dat nodig is om de kapitaaltekorten te dekken, zoals vastgesteld in het ongunstige scenario van een stresstest of een soortgelijke exercitie. Teneinde te waarborgen dat de openbare financiering uiteindelijk wordt stopgezet, moeten deze preventieve maatregelen ook in de tijd beperkt zijn en een duidelijk tijdschema bevatten voor de beëindiging ervan (<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een “strategie voor het afbouwen van de steunmaatregel”</STRING></STRING>). Perpetuele instrumenten, zoals tier 1-kernkapitaal, mogen alleen in buitengewone omstandigheden worden gebruikt. Voor deze instrumenten moeten bepaalde kwantitatieve grenzen gelden, omdat zij vanwege hun aard niet geschikt zijn voor de naleving van de voorwaarde van de tijdelijke aard.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(20)</NO.P>Preventieve maatregelen moeten beperkt zijn tot het bedrag dat de instelling of entiteit nodig zou hebben om solvent te blijven in het geval van een ongunstige gebeurtenis, zoals bepaald in een stresstest of soortgelijke exercitie. In het geval van preventieve maatregelen in de vorm van maatregelen voor aan een bijzondere waardevermindering onderhevige activa moet de begunstigde instelling of entiteit dat bedrag kunnen gebruiken om de verliezen op de overgedragen activa te dekken of in combinatie met een verwerving van kapitaalinstrumenten, mits de totale hoogte van het vastgestelde tekort niet wordt overschreden. Het is ook noodzakelijk om te waarborgen dat dergelijke preventieve maatregelen in de vorm van maatregelen voor aan een bijzondere waardevermindering onderhevige activa in overeenstemming zijn met de bestaande regels inzake staatssteun en de beste praktijken, dat zij de levensvatbaarheid van de instelling of entiteit op de lange termijn herstellen, dat de staatssteun beperkt is tot het noodzakelijke minimum en dat verstoringen van de mededinging worden vermeden. Om deze redenen moeten de betrokken autoriteiten in het geval van preventieve maatregelen in de vorm van maatregelen voor aan een bijzondere waardevermindering onderhevige activa de specifieke richtsnoeren, waaronder de AMC-blauwdruk<FOOTNOTE><FIELD>COM(2018) 133 final.</FIELD></FOOTNOTE> en de mededeling over de aanpak van niet-renderende leningen<FOOTNOTE><FIELD>COM(2020) 822 final.</FIELD></FOOTNOTE>, in aanmerking nemen. Deze preventieve maatregelen in de vorm van maatregelen voor aan een bijzondere waardevermindering onderhevige activa moeten altijd voldoen aan de zwaarderwegende voorwaarde van de tijdelijke aard ervan. Openbare garanties die voor een gespecificeerde periode worden toegekend in verband met de aan een bijzondere waardevermindering onderhevige activa van de betrokken instelling of entiteit zullen naar verwachting zorgen voor een betere naleving van de voorwaarde van de tijdelijke aard dan overdrachten van dergelijke activa aan een door de overheid ondersteunde entiteit. Om ervoor te zorgen dat instellingen ▌die ▌steun <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ontvangen, voldoen</STRING></STRING> aan de voorwaarden voor de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">steunmaatregel, moeten de bevoegde autoriteiten instellingen die hun verplichtingen niet zijn nagekomen om een plan met corrigerende maatregelen verzoeken. Indien een bevoegde autoriteit van mening is dat de maatregelen in dit plan niet voldoende zijn om te zorgen voor levensvatbaarheid van de</STRING></STRING> instelling <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">op lange termijn of indien de instelling zich niet houdt aan het plan met corrigerende maatregelen, moeten de bevoegde autoriteiten een beoordeling uitvoeren om te bepalen of de instelling faalt</STRING></STRING> of waarschijnlijk <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zal</STRING></STRING> falen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, in overeenstemming met artikel 32 van Richtlijn 2014/59/EU</STRING></STRING>.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(21)</NO.P>Om materiële inbreuken op de prudentiële vereisten op te nemen, moeten de voorwaarden om te bepalen dat holdings falen of waarschijnlijk zullen falen, nader worden gespecificeerd. Een inbreuk op deze vereisten door een holding is materieel wanneer het type en de omvang van een dergelijke inbreuk vergelijkbaar zijn met een inbreuk die, indien zij door een kredietinstelling zou zijn gepleegd, de intrekking van de vergunning door de bevoegde autoriteit zou hebben gerechtvaardigd in overeenstemming met artikel 18 van Richtlijn 2013/36/EU.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(22)</NO.P>De lidstaten kunnen op grond van hun interne recht bevoegd zijn om betalings- of leveringsverplichtingen op te schorten die in aanmerking komende deposito’s omvatten. Indien de opschorting van de betalings- of leveringsverplichtingen niet rechtstreeks verband houdt met de financiële situatie van de kredietinstelling, mogen deposito’s niet onbeschikbaar zijn met het oog op Richtlijn 2014/49/EU. Het is mogelijk dat deposanten als gevolg hiervan voor een langere periode geen toegang tot hun deposito’s hebben. Om het vertrouwen van deposanten in de bankensector en de financiële stabiliteit in stand te houden, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat deposanten toegang hebben tot een passend dagelijks bedrag van hun deposito’s om met name de kosten van het levensonderhoud te dekken, in het geval dat hun deposito’s onbeschikbaar worden als gevolg van een opschorting van betalingen om andere redenen dan de uiteindelijke uitbetaling van deposanten. Een dergelijke procedure moet de uitzondering blijven en de lidstaten moeten waarborgen dat deposanten toegang hebben tot passende dagelijkse bedragen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(23)</NO.P>Om de rechtszekerheid te vergroten en met het oog op de potentiële relevantie van passiva die kunnen voortvloeien uit toekomstige onzekere gebeurtenissen, met inbegrip van de uitkomst van gedingen die lopen op het moment van afwikkeling, is het noodzakelijk om vast te leggen welke behandeling voor deze passiva moet worden toegepast met het oog op de toepassing van het instrument van bail-in. De beginselen die zijn opgenomen in de boekhoudregels, en met name de boekhoudregels die zijn vastgesteld in de internationale standaard voor jaarrekeningen 37, zoals goedgekeurd bij Verordening (EG) nr. 1126/2008 van de Commissie<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 1126/2008 van de Commissie van 3 november 2008 tot goedkeuring van bepaalde internationale standaarden voor jaarrekeningen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 320 van 29.11.2008, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>, moeten in dit opzicht leidend zijn. Op basis hiervan moeten de afwikkelingsautoriteiten een onderscheid maken tussen voorzieningen en voorwaardelijke verplichtingen. Voorzieningen zijn passiva die verband houden met een waarschijnlijke uitstroom van middelen en die op betrouwbare wijze kunnen worden geraamd. Voorwaardelijke verplichtingen worden niet erkend als boekhoudkundige passiva, omdat zij verband houden met een verplichting die op het moment van de raming niet waarschijnlijk kan worden geacht of niet op betrouwbare wijze kan worden geraamd.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(24)</NO.P>Aangezien voorzieningen boekhoudkundige verplichtingen zijn, moet worden gespecificeerd dat deze voorzieningen op dezelfde wijze moeten worden behandeld als andere verplichtingen. Dergelijke bepalingen moeten bail-inbaar zijn, tenzij zij voldoen aan een van de specifieke criteria om van het toepassingsgebied van het instrument van bail-in te worden uitgesloten. Gezien de potentiële relevantie van deze voorzieningen bij afwikkeling en om zekerheid te bieden bij de toepassing van het instrument van bail-in, moet worden gespecificeerd dat de voorzieningen deel uitmaken van de bail-inbare passiva en dat bijgevolg het instrument van bail-in erop van toepassing is. Er moet ook worden gewaarborgd dat deze passiva en eventuele verplichtingen of vorderingen die daaruit voortvloeien na de toepassing van het instrument van bail-in als voldaan worden beschouwd voor alle doeleinden. Dit is met name relevant voor passiva en verplichtingen die voortvloeien uit rechtsvorderingen op de instelling in afwikkeling.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(25)</NO.P>Volgens de boekhoudkundige beginselen kunnen voorwaardelijke verplichtingen niet als passiva worden erkend en mogen deze derhalve niet bail-inbaar zijn. Er moet echter worden gewaarborgd dat een voorwaardelijke verplichting die zou voortvloeien uit een gebeurtenis die op het moment van afwikkeling onwaarschijnlijk is of niet op betrouwbare wijze kan worden geraamd, geen afbreuk doet aan de doeltreffendheid van de afwikkelingsstrategie, en met name van het instrument van bail-in. Om deze doelstelling te verwezenlijken, moet de taxateur, als onderdeel van de waardering met het oog op afwikkeling, voorwaardelijke verplichtingen beoordelen die zijn opgenomen op de balans van de instelling in afwikkeling en de potentiële waarde van die passiva zo goed mogelijk kwantificeren. Om te waarborgen dat de instelling of entiteit na het afwikkelingsproces gedurende een passende periode voldoende marktvertrouwen kan wekken, moet de taxateur rekening houden met deze potentiële waarde bij het vaststellen van het bedrag waarmee de bail-inbare passiva moeten worden afgeschreven of omgezet om de kapitaalratio’s van de instelling in afwikkeling te herstellen. De afwikkelingsautoriteit moet zijn omzettingsbevoegdheden met name toepassen op bail-inbare passiva voor zover nodig om te waarborgen dat de herkapitalisatie van de instelling in afwikkeling toereikend is om potentiële verliezen te dekken die kunnen worden veroorzaakt door passiva als gevolg van een onwaarschijnlijke gebeurtenis. Bij de beoordeling van het bedrag dat moet worden afgeschreven of omgezet, moet de afwikkelingsautoriteit de gevolgen van het potentiële verlies voor de instellingen in afwikkeling zorgvuldig in aanmerking nemen, op basis van een aantal factoren, waaronder de waarschijnlijkheid dat de gebeurtenis zich voordoet, het tijdsbestek waarin dit gebeurt en de hoogte van de voorwaardelijke verplichting.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(26)</NO.P>In bepaalde omstandigheden kunnen afwikkelingsautoriteiten, nadat de afwikkelingsfinancieringsregeling heeft voorzien in een bijdrage van maximaal 5 % van de totale passiva van de instelling of entiteit, met inbegrip van haar eigen middelen, aanvullende financieringsbronnen gebruiken om hun afwikkelingsmaatregelen nader te ondersteunen. Er moet duidelijker worden gespecificeerd onder welke omstandigheden de afwikkelingsfinancieringsregeling in aanvullende steun kan voorzien wanneer alle passiva met een rang die lager is dan die van deposito’s die niet verplicht of discretionair van bail-in zijn uitgesloten, volledig zijn afgeschreven of omgezet.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(27)</NO.P>Bij Verordening (EU) 2019/876 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2019/876 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 575/2013 wat betreft de hefboomratio, de nettostabielefinancieringsratio, vereisten inzake eigen vermogen en in aanmerking komende passiva, tegenpartijkredietrisico, marktrisico, blootstellingen aan centrale tegenpartijen, blootstellingen aan instellingen voor collectieve belegging, grote blootstellingen, rapportage- en openbaarmakingsvereisten, en van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 150 van 7.6.2019, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>, Verordening (EU) 2019/877 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2019/877 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 806/2014 met betrekking tot de verliesabsorptie- en herkapitalisatiecapaciteit van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen (PB L 150 van 7.6.2019, blz. 226).</FIELD></FOOTNOTE> en Richtlijn (EU) 2019/879 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn (EU) 2019/879 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot wijziging van Richtlijn 2014/59/EU met betrekking tot de verliesabsorptie- en herkapitalisatiecapaciteit van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en Richtlijn 98/26/EG (PB L 150 van 7.6.2019, blz. 296).</FIELD></FOOTNOTE> is in de Unie de internationale “Total Loss-absorbing Capacity (TLAC) Term Sheet”, die op 9 november 2015 door de Raad voor financiële stabiliteit werd gepubliceerd (de “TLAC-norm”), uitgevoerd voor mondiaal systeemrelevante banken, die in het Unierecht mondiaal systeemrelevante instellingen (MSI’s) worden genoemd. Bij Verordening (EU) 2019/877 en Richtlijn (EU) 2019/879 werd ook het MREL, zoals vastgesteld Richtlijn 2014/59/EU en Verordening (EU) nr. 806/2014, gewijzigd. De bepalingen van Richtlijn 2014/59/EU inzake het MREL moeten in overeenstemming worden gebracht met de uitvoering van de TLAC-norm voor MSI’s wat betreft bepaalde passiva die zouden kunnen worden gebruikt om aan het deel van het MREL te voldoen waarvoor eigen middelen en andere achtergestelde passiva moeten worden gebruikt. Met name passiva die een gelijke rang (pari passu) hebben als bepaalde uitgesloten passiva moeten worden opgenomen onder de eigen middelen en achtergestelde in aanmerking komende instrumenten van af te wikkelen entiteiten wanneer het bedrag van deze uitgesloten passiva op de balans van de af te wikkelen entiteit niet hoger is dan 5 % van het bedrag van de eigen middelen en in aanmerking komende passiva van de af te wikkelen entiteit en deze opname geen risico’s oplevert in verband met het beginsel dat geen enkele crediteur slechter af mag zijn.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(28)</NO.P>De regels voor het bepalen van het MREL zijn hoofdzakelijk gericht op de vaststelling van het passende niveau voor het MREL, waarbij het instrument van bail-in als voorkeursstrategie voor de afwikkeling wordt beschouwd. Richtlijn 2014/59/EU staat de afwikkelingsautoriteiten echter toe andere afwikkelingsinstrumenten te gebruiken, dat wil zeggen instrumenten op basis van de overdracht van de activiteiten van de instelling in afwikkeling aan een particuliere koper of een overbruggingsinstelling. Er moet derhalve worden gespecificeerd dat in het geval dat in het afwikkelingsplan het instrument van verkoop van de onderneming of het instrument van de overbruggingsinstelling ▌wordt beoogd, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">afzonderlijk of in combinatie met andere afwikkelingsinstrumenten,</STRING></STRING> de afwikkelingsautoriteiten het niveau van het MREL voor de betrokken af te wikkelen entiteit moeten bepalen op basis van de specifieke kenmerken van die afwikkelingsinstrumenten en van de verschillende behoeften aan verliesabsorptie en herkapitalisatie die deze instrumenten met zich meebrengen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(29)</NO.P>Het niveau van het MREL voor af te wikkelen entiteiten is de som van het bedrag van de bij de afwikkeling verwachte verliezen en het herkapitalisatiebedrag, die de af te wikkelen entiteit in staat stellen aan de voorwaarden voor de vergunning te blijven voldoen en om haar activiteiten gedurende een passende periode te verrichten. Bepaalde voorkeursstrategieën voor afwikkeling omvatten de overdracht van activa, rechten en passiva aan een ontvanger ▌, met name het instrument van verkoop van de onderneming. In deze gevallen is het mogelijk dat de met de herkapitalisatiecomponent nagestreefde doelstellingen niet in dezelfde mate van toepassing zijn, omdat de afwikkelingsautoriteit niet verplicht is te waarborgen dat de af te wikkelen entiteit de naleving van de vereisten voor de eigen middelen na de afwikkeling herstelt. De verliezen zullen in dergelijke gevallen naar verwachting echter hoger zijn dan de vereisten voor de eigen middelen van de af te wikkelen entiteit. Het is derhalve passend om vast te stellen dat het niveau van het MREL voor deze af te wikkelen entiteiten nog steeds een herkapitalisatiebedrag omvat, dat wordt aangepast op een wijze die evenredig is aan de afwikkelingsstrategie.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(30)</NO.P>Indien de afwikkelingsstrategie voorziet in het gebruik van andere afwikkelingsinstrumenten dan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uitsluitend</STRING></STRING> bail-in, zullen de herkapitalisatiebehoeften van de betrokken entiteit na afwikkeling doorgaans kleiner zijn dan in het geval van een open bail-in van banken. Bij de kalibratie van het MREL moet in een dergelijk geval met dat aspect rekening worden gehouden bij de raming van het herkapitalisatievereiste. Daarom moeten de afwikkelingsautoriteiten bij de aanpassing van het niveau van het MREL voor af te wikkelen entiteiten waarvan het afwikkelingsplan voorziet in het instrument van verkoop van de onderneming of het instrument van de overbruggingsinstelling ▌, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">afzonderlijk of in combinatie met andere afwikkelingsinstrumenten,</STRING></STRING> rekening houden met de kenmerken van die instrumenten, met inbegrip van de verwachte omvang van de overdracht aan de particuliere koper of de overbruggingsinstelling, de soorten over te dragen instrumenten, de verwachte waarde en verhandelbaarheid van die instrumenten en de opzet van de voorkeursafwikkelingsstrategie, met inbegrip van het complementaire gebruik van het instrument van afsplitsing van activa. Omdat de afwikkelingsautoriteit per geval een beslissing moet nemen over een mogelijk gebruik bij de afwikkeling van middelen van de depositogarantiestelsels en aangezien een dergelijk besluit niet vooraf met zekerheid kan worden aangenomen, mogen de afwikkelingsautoriteiten bij het kalibreren van het niveau van het MREL geen rekening houden met de potentiële bijdrage van het depositogarantiestelsel bij afwikkeling.</P></CONS><CONS><P>▌</P></CONS><CONS><P><NO.P>(32)</NO.P>Er is sprake van een wisselwerking tussen het afwikkelingskader en het kader aangaande marktmisbruik. Meer specifiek kunnen de ter voorbereiding van de afwikkeling genomen maatregelen als voorwetenschap worden aangemerkt in de zin van Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende marktmisbruik (Verordening marktmisbruik) en houdende intrekking van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijnen 2003/124, 2003/125/EG en 2004/72/EG van de Commissie (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>, maar kan de voortijdige openbaarmaking ervan het afwikkelingsproces in gevaar te brengen. Instellingen in afwikkeling kunnen stappen nemen om dit probleem aan te pakken door op grond van artikel 17, lid 5, van Verordening (EU) nr. 596/2014 te verzoeken om uitstel van de openbaarmaking van voorwetenschap. Op het moment van de voorbereiding van de afwikkeling zijn echter niet altijd de juiste stimulansen aanwezig voor de instelling in afwikkeling om het initiatief te nemen om een dergelijk verzoek in te dienen. Om dergelijke situaties te vermijden, moeten de afwikkelingsautoriteiten bevoegd zijn om namens een instelling in afwikkeling rechtstreeks om uitstel van de openbaarmaking van voorwetenschap op grond van artikel 17, lid 5, van Verordening (EU) nr. 596/2014 te verzoeken.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(33)</NO.P>Met het oog op de vereenvoudiging van de afwikkelingsplanning, de beoordeling van de afwikkelbaarheid en de uitoefening van de bevoegdheid om belemmeringen voor de afwikkelbaarheid aan te pakken of weg te nemen en de uitwisseling van informatie te bevorderen, moet de afwikkelingsautoriteit van een instelling met significante bijkantoren in andere lidstaten een afwikkelingscollege oprichten en voorzitten.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(34)</NO.P>Na de initiële opbouwperiode van de afwikkelingsfinancieringsregelingen, zoals bedoeld in artikel 102, lid 1, van Richtlijn 2014/59/EU, kunnen hun respectieve beschikbare financiële middelen licht dalen tot onder hun streefbedrag, met name als gevolg van een toename van gedekte deposito’s. Het bedrag van de vooraf te betalen bijdragen dat in die omstandigheden waarschijnlijk zal worden gebruikt, is dus waarschijnlijk laag. Het is dus mogelijk dat het bedrag van dergelijke vooraf te betalen bijdragen in sommige jaren niet meer in verhouding staat tot de kosten van de inning van die bijdragen. De afwikkelingsautoriteiten moeten daarom de inning van de vooraf te betalen bijdragen voor <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">maximaal drie jaar</STRING></STRING> kunnen uitstellen totdat het te innen bedrag een hoogte bereikt dat in verhouding staat tot de kosten van het inningsproces, mits een dergelijk uitstel geen wezenlijke invloed heeft op het vermogen van afwikkelingsautoriteiten om gebruik te maken van afwikkelingsfinancieringsregelingen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(35)</NO.P>Onherroepelijke betalingstoezeggingen zijn een van de componenten van de beschikbare financiële middelen van afwikkelingsfinancieringsregelingen. Daarom moeten de omstandigheden worden gespecificeerd waarin die betalingsverplichtingen kunnen worden gebruikt, evenals de toepasselijke procedure bij het beëindigen van de toezeggingen ingeval een instelling of entiteit niet langer verplicht is om bijdragen aan een afwikkelingsfinancieringsregeling te betalen. Daarnaast moeten afwikkelingsautoriteiten, om te zorgen voor meer transparantie en zekerheid met betrekking tot het aandeel onherroepelijke betalingstoezeggingen in het totale bedrag aan vooraf te betalen bijdragen dat moet worden geïnd, een dergelijk aandeel jaarlijks bepalen, in overeenstemming met de toepasselijke grenzen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(36)</NO.P>Het maximale jaarlijkse bedrag aan buitengewone achteraf te betalen bijdragen aan afwikkelingsfinancieringsregelingen die mogen worden afgeroepen, is momenteel beperkt tot driemaal het bedrag van de vooraf te betalen bijdragen. Na de in artikel 102, lid 1, van Richtlijn 2014/59/EU bedoelde initiële opbouwperiode zullen dergelijke vooraf te betalen bijdragen, in andere omstandigheden dan het gebruik van de afwikkelingsfinancieringsregelingen, slechts afhangen van variaties in het niveau van de gedekte deposito’s en zullen zij derhalve waarschijnlijk laag worden. Het baseren van het maximumbedrag aan buitengewone achteraf te betalen bijdragen op vooraf te betalen bijdragen zou dan tot gevolg kunnen hebben dat de mogelijkheid voor afwikkelingsfinancieringsregelingen om achteraf te betalen bijdragen te mobiliseren, drastisch wordt verkleind, waardoor hun actiecapaciteit wordt beperkt. Om een dergelijke uitkomst te voorkomen, moet een andere grens worden vastgesteld en moet het maximumbedrag aan buitengewone achteraf te betalen bijdragen die mogen worden afgeroepen, worden vastgesteld op driemaal een achtste van het streefbedrag van de desbetreffende afwikkelingsfinancieringsregeling.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(37)</NO.P>Richtlijn 2014/59/EU heeft de rangorde van deposito’s in de nationale wetgeving inzake normale insolventieprocedures deels geharmoniseerd. Deze regels voorzagen een drievoudige rangorde van deposito’s, waarbij gedekte deposito’s de hoogste prioriteit hadden, gevolgd door in aanmerking komende deposito’s van natuurlijke personen en micro-, kleinere en middelgrote ondernemingen boven het dekkingsniveau. De resterende deposito’s, d.w.z. deposito’s van grote bedrijven die het dekkingsniveau overschrijden en deposito’s die niet in aanmerking komen voor terugbetaling door het depositogarantiestelsel, moesten een lagere rangorde hebben, maar hun positie was anders niet geharmoniseerd. Tot slot genoten de vorderingen van de depositogarantiestelsels dezelfde hogere rangorde als gedekte deposito’s. Toch bleek dit niet de optimale oplossing te zijn voor de bescherming van de deposanten. Een gedeeltelijke harmonisatie leidde tot verschillen in de behandeling van die resterende deposanten tussen de lidstaten, met name aangezien een toenemend aantal lidstaten hebben beslist een wettelijke voorkeur toe te kennen aan de resterende deposito’s. Die verschillen zorgden ook voor moeilijkheden bij het bepalen van het contrafeitelijke geval van insolventie voor grensoverschrijdende groepen tijdens de waarderingen van de afwikkelingen. Bovendien konden er door ▌de drievoudige rangorde van vorderingen van deposanten, wel eens problemen ontstaan in verband met de naleving van het beginsel dat geen enkele schuldeiser slechter af mag zijn, vooral wanneer de deposito’s waarvan de rangorde niet was geharmoniseerd door Richtlijn 2014/59/EU op hetzelfde niveau gerangschikt waren als niet-achtergestelde vorderingen. Tot slot was het door de hoge rangorde die was gegeven aan de vorderingen van depositogarantiestelsels voor de beschikbare financieringsmiddelen van die programma’s niet mogelijk ze efficiënter en doelmatiger te gebruiken bij andere interventies dan de uitbetaling van gedekte deposito’s bij insolventie, namelijk in de context van afwikkeling, alternatieve maatregelen bij insolventie of preventieve maatregelen. De bescherming van gedekte deposito’s hangt niet af van de rangorde van de vorderingen van het depositogarantiestelsel, maar is in plaats daarvan verzekerd via de verplichte uitsluitingen van bail-in bij afwikkeling en de onmiddellijke terugbetaling uit het depositogarantiestelsel in geval van onbeschikbaarheid van deposito’s. Daarom moet de rangorde van deposito’s in de huidige hiërarchie van vorderingen worden gewijzigd.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(37 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De wijziging van de rangorde van schuldeisers verbetert niet alleen de toegankelijkheid van depositogarantiestelsels en het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds, eerder dan het gebruik van overheidssteun, maar effent ook de weg voor financieel effectievere oplossingen bij de afwikkeling van financiële instellingen. Dit moet op zijn beurt de kosten voor de belastingbetaler verlagen en een efficiënt gebruik bevorderen van de verschillende instrumenten die in het financiële ecosysteem van de Unie bestaan.</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(38)</NO.P>De rangorde van ▌deposito’s moet volledig geharmoniseerd zijn via de uitvoering van een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">tweevoudige</STRING></STRING> benadering, waarbij ▌deposito’s <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van natuurlijke personen en micro‑, kleine en middelgrote ondernemingen</STRING></STRING> een hogere rangorde genieten ten opzichte van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in aanmerking komende deposito’s van grote ondernemingen en centrale en regionale overheden</STRING></STRING>. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Deze benadering met meerdere niveaus is bedoeld om een breed scala aan deposanten een betere bescherming te bieden, rekening houdend met de unieke kenmerken van hun deposito’s, en tegelijkertijd de mogelijkheid van afwikkeling open te stellen voor entiteiten die niet onder het huidige kader vallen. </STRING></STRING>Tegelijkertijd moet bij het gebruik van de depositogarantiestelsels bij afwikkeling, insolventie en preventieve maatregelen altijd de desbetreffende conditionaliteit worden nageleefd, met name de zogenaamde “laagstekostentoets”.</P></CONS><CONS><P>▌</P></CONS><CONS><P><NO.P>(41)</NO.P>De veranderingen in de rangorde van deposito’s ▌zouden geen nadelige invloed hebben op de bescherming die in geval van faling wordt geboden aan gedekte deposito’s, aangezien die bescherming zou worden blijven gewaarborgd via de verplichte uitsluiting van gedekte deposito’s van verliesabsorptie in geval van afwikkeling en, uiteindelijk, door de uitbetaling die door het depositogarantiestelsel wordt verstrekt in geval van de onbeschikbaarheid van deposito’s.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(42)</NO.P>Financieringsregelingen voor de afwikkeling kunnen worden gebruikt ter ondersteuning van de toepassing van het instrument van verkoop van de onderneming of van het instrument van de overbruggingsinstelling, waarbij een reeks activa, rechten en passiva van de instelling in financieringsregelingen voor de afwikkeling aan een ontvanger worden overgedragen. In dat geval kan de financieringsregeling voor de afwikkeling een vordering hebben op de resterende instelling of entiteit bij de latere liquidatie ervan volgens een normale insolventieprocedure. Dat kan gebeuren wanneer de financieringsregeling voor de afwikkeling wordt gebruikt in verband met verliezen die crediteuren anders zouden hebben gedragen, onder meer in de vorm van garanties voor activa en passiva, of dekking van het verschil tussen de overgedragen activa en passiva. Om te waarborgen dat de aandeelhouders en crediteuren die zijn achtergebleven in de resterende instelling of entiteit de verliezen van de instelling in afwikkeling daadwerkelijk absorberen en de mogelijkheid van terugbetalingen bij insolventie aan het resolutiespecifieke vangnet verbeteren, moeten die vorderingen van de financieringsregeling voor de afwikkeling tegen de resterende instelling of entiteit, en vorderingen die voortvloeien uit redelijke uitgaven die naar behoren zijn gedaan, wat insolventie betreft een hogere rangorde hebben dan de vorderingen van deposito’s en van het depositogarantiestelsel. Aangezien compensaties die aan aandeelhouders en crediteuren uit de financieringsregelingen voor de afwikkeling worden betaald wegens inbreuken op het beginsel dat geen enkele crediteur slechter af mag zijn, bedoeld zijn om de resultaten van de afwikkelingsmaatregel te compenseren, mogen deze compensaties geen aanleiding geven tot vorderingen van die regelingen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(43)</NO.P>Om voldoende flexibiliteit te waarborgen en interventies van het depositogarantiestelsel ter ondersteuning van het gebruik van de afwikkelingsinstrumenten te vergemakkelijken, ▌indien nodig om te voorkomen dat verliezen worden gedragen door deposanten, moeten bepaalde aspecten van het gebruik van depositogarantiestelsels bij afwikkeling worden gespecificeerd. Het is met name noodzakelijk te specificeren dat het depositogarantiestelsel kan worden gebruikt om transfertransacties te ondersteunen waarin deposito’s zitten, met inbegrip van in aanmerking komende deposito’s buiten het door het depositogarantiestelsel geboden dekkingsniveau, en ook deposito’s die zijn uitgesloten van terugbetaling door een depositogarantiestelsel, in bepaalde gevallen onder duidelijke voorwaarden. De bijdrage van het depositogarantiestelsel moet gericht zijn op het dekken van het tekort in de waarde van de activa die worden overgedragen aan een koper of bruginstelling in vergelijking met de waarde van de overgedragen deposito’s. Als een bijdrage door de koper vereist is als onderdeel van de transactie om de kapitaalneutraliteit ervan te waarborgen en naleving van de kapitaalvereisten van de koper te behouden, moet het depositogarantiestelsel ook de kans krijgen in die zin bij te dragen. De steun van het depositogarantiestelsel aan de afwikkelingsmaatregel moet de vorm aannemen van cash of andere vormen, zoals garanties of verliesdelingsregelingen die het effect van de steun op de beschikbare financiële middelen van het depositogarantiestelsel kunnen beperken en tegelijkertijd de bijdrage van het depositogarantiestelsel om zijn doelstellingen te behalen, mogelijk maken.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(44)</NO.P>Aan de bijdrage van het depositogarantiestelsel bij afwikkeling moeten bepaalde limieten worden opgelegd. Ten eerste moet worden gewaarborgd dat elk verlies dat het depositogarantiestelsel mogelijk kan dragen als gevolg van een interventie niet groter is dan het verlies dat het depositogarantiestelsel zou lijden bij insolventie als het gedekte deposanten zou uitbetalen en zou subrogeren in hun vorderingen over de activa van de instelling. Dat bedrag moet worden bepaald op basis van de laagstekostentoets, overeenkomstig de criteria en methode die zijn uiteengezet in Richtlijn 2014/49/EU<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, rekening houdend met alle relevante factoren, waaronder de tijdswaarde van geld en vertragingen bij de terugvordering van middelen in insolventieprocedures</STRING></STRING>. Die criteria en methode moeten ook worden gebruikt bij het bepalen van de behandeling die het depositogarantiestelsel zou hebben gekregen als de instelling de normale insolventieprocedures was opgestart door de uitvoering van de waardering achteraf ter beoordeling van de naleving van het beginsel dat geen enkele schuldeiser slechter af mag zijn en ter bepaling van een eventuele compensatie die aan het depositogarantiestelsel verschuldigd is. Ten tweede mag het bedrag van de bijdrage van het depositogarantiestelsel, bedoeld om het verschil tussen de activa en passiva die aan een koper of aan een bruginstelling moeten worden overgedragen, niet groter zijn dan het verschil tussen de overgedragen activa en de overgedragen deposito’s en passiva met dezelfde of een hogere rangorde bij insolventie dan die deposito’s. Op die manier zou worden gewaarborgd dat de bijdrage van het depositogarantiestelsel alleen wordt gebruikt om te vermijden dat verliezen worden afgewenteld op deposanten, indien passend, en niet ter bescherming van crediteuren die lager gerangschikt zijn dan deposito’s bij insolventie. Niettemin mag de som van de bijdrage van het depositogarantiestelsel om het verschil tussen activa en passiva met de bijdrage van het depositogarantiestelsel tot het eigen fonds van de ontvangende entiteit te dekken, niet hoger zijn dan de kost van het terugbetalen van de gedekte deposanten zoals berekend in het kader van de laagstekostentoets.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(45)</NO.P>Het moet worden gespecificeerd dat het depositogarantiestelsel alleen mag bijdragen tot een andere overdracht van passiva dan gedekte deposito’s in de context van een afwikkeling als de afwikkelingsautoriteit concludeert dat op andere deposito’s dan gedekte deposito’s het instrument van bail-in niet kan worden toegepast, noch worden achtergelaten in de resterende instelling in afwikkeling die zal worden geliquideerd. De afwikkelingsautoriteit moet met name de kans krijgen verliezen te vermijden op die deposito’s waar de uitsluiting strikt noodzakelijk en evenredig is om de continuïteit van de kritieke functies en cruciale bedrijfsonderdelen te behouden of indien dat nodig is om wijdverspreide besmetting en financiële instabiliteit te vermijden, zaken die zouden kunnen leiden tot een ernstige verstoring van de economie van de Unie of van een lidstaat. Dezelfde redenen moeten van toepassing zijn op de opname in de transfer naar een koper of naar een bruginstelling van bail-inbare passiva met een lagere rangorde dan die van deposito’s. In dat geval mag de transfer van die bail-inbare passiva niet worden ondersteund door de bijdrage van het depositogarantiestelsel. Als er financiële steun aan de transfer van die bail-inbare passiva vereist is, moet die steun worden verleend door de financieringsregeling voor de afwikkeling.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(46)</NO.P>Gezien de mogelijkheid om het depositogarantiestelsel te gebruiken bij afwikkeling is het noodzakelijk om de manier waarop de bijdrage van het depositogarantiestelsel kan meetellen bij de berekening van de vereisten om toegang te krijgen tot financieringsregelingen voor de afwikkeling, verder te specificeren. Als de bijdrage die is gedaan door aandeelhouders en crediteuren van de instelling in afwikkeling via verminderingen, afschrijving of omzetting van hun passiva, samen met de bijdrage die wordt gedaan door het depositogarantiestelsel, ten minste 8 % van de totale passiva van de instelling, met inbegrip van eigen fondsen, bedraagt, moet de instelling toegang kunnen krijgen tot de financieringsregeling voor de afwikkeling om verdere financiering te ontvangen als dat nodig is om effectieve afwikkeling te waarborgen overeenkomstig de afwikkelingsdoelstellingen. Als aan die voorwaarden is voldaan, moet de bijdrage van het depositogarantiestelsel beperkt zijn tot het bedrag dat noodzakelijk is om toegang tot de financieringsregeling voor de afwikkeling mogelijk te maken<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, tenzij het door de financieringsregeling voor de afwikkeling bijgedragen bedrag de grens van 5 % van de totale passiva met inbegrip van eigen fondsen overschrijdt, in welk geval het depositogarantiestelsel naar evenredigheid moet bijdragen aan het surplusbedrag</STRING></STRING>. Om ervoor te zorgen dat de afwikkeling in hoofdzaak gefinancierd blijft door de interne middelen van de instelling en om concurrentieverstoringen tot een minimum te beperken, mag de mogelijkheid om de bijdrage van het depositogarantiestelsel te gebruiken om toegang tot de financieringsregelingen voor de afwikkeling te waarborgen, alleen mogelijk zijn voor instellingen waarvoor het afwikkelingsplan of het groepsafwikkelingsplan niet voorziet in hun liquidatie op ordelijke wijze in geval van faling, aangezien het MREL dat door de afwikkelingsautoriteiten is bepaald voor die instellingen was vastgelegd op een niveau dat zowel de verliesabsorptie als de herkapitalisatiebedragen omvat. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De mogelijkheid om de bijdrage van het depositogarantiestelsel te gebruiken om toegang tot de financieringsregelingen voor de afwikkeling te waarborgen, moet ook alleen beschikbaar zijn voor instellingen met een minimale staat van dienst op het gebied van naleving van de MREL-vereisten.</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(47)</NO.P>Met het oog op de rol van de EBA bij het bevorderen van de convergentie van de praktijken van de autoriteiten, moet de EBA de opzet en uitvoering van de afwikkelbaarheidsbeoordelingen van instellingen en groepen en de acties en voorbereidingen van afwikkelingsautoriteiten monitoren en er verslag over uitbrengen om een effectieve uitvoering van de afwikkelinginstrumenten en -bevoegdheden te waarborgen. In die verslagen moet de EBA ook het niveau van transparantie beoordelen van de maatregelen die door afwikkelingsautoriteiten worden genomen ten aanzien van relevante externe belanghebbenden en de omvang van hun bijdrage tot afwikkelingsbereidheid en de afwikkelbaarheid van instellingen. De EBA moet bovendien verslag uitbrengen over de maatregelen die door de lidstaten zijn aangenomen ter bescherming van niet-professionele beleggers voor wat betreft schuldinstrumenten die krachtens Richtlijn 2014/59/EU in aanmerking komen voor het MREL, waarbij de potentiële impact op grensoverschrijdende verrichtingen wordt vergeleken en beoordeeld. Het toepassingsgebied van bestaande regelgevende technische normen betreffende de bijkomende vereisten van eigen middelen en het gecombineerde buffervereiste voor af te wikkelen entiteiten moet worden uitgebreid tot entiteiten die niet zijn geïdentificeerd als af te wikkelen entiteiten, indien die vereisten niet op dezelfde basis zijn vastgelegd als het MREL. In het jaarverslag over het MREL moet de EBA ook de beleidsuitvoering door afwikkelingsautoriteiten van de nieuwe regels voor de kalibratie van het MREL voor transferstrategieën beoordelen. In het kader van de taken van de EBA, namelijk bijdragen tot het waarborgen van een samenhangende en gecoördineerde regeling voor crisismanagement en -afwikkeling in de Unie, moet de EBA crisissimulatie-oefeningen coördineren en er toezicht op houden. Die simulaties moeten de coördinatie en samenwerking tussen bevoegde autoriteiten, afwikkelingsautoriteiten en depositogarantiestelsels dekken tijdens de verslechtering van de financiële situatie van instellingen en entiteiten, het testen van de toepassing van het instrumentarium bij herstel- en afwikkelingsplanning, vroegtijdige interventie en afwikkeling op holistische wijze. Bij die oefeningen moeten met name de grensoverschrijdende dimensie in de interactie tussen de bevoegde autoriteiten en de toepassing van de beschikbare instrumenten en bevoegdheden in overweging worden genomen. Indien relevant moeten de crisissimulatie-oefeningen ook de goedkeuring en uitvoering van afwikkelingsregelingen binnen de bankenunie bevatten, krachtens Verordening (EU) nr. 806/2014.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(48)</NO.P>Een kwalitatief hoogstaande effectbeoordeling is cruciaal voor de ontwikkeling van degelijke en empirisch onderbouwde wetgevingsvoorstellen, terwijl feiten en bewijs cruciaal zijn als grondslag voor de beslissingen die worden genomen tijdens de wetgevingsprocedure. Om die reden moeten de afwikkelingsautoriteiten, de bevoegde autoriteiten, de gemeenschappelijke afwikkelingsraad, de ECB en andere leden van het Europees Stelsel van centrale banken en de EBA de Commissie op haar verzoek alle informatie verstrekken die zij nodig heeft voor haar taken in verband met beleidsontwikkeling, met inbegrip van de voorbereiding van effectbeoordelingen en de voorbereiding van en onderhandelingen over wetgevingsvoorstellen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(49)</NO.P>Richtlijn 2014/59/EU moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(50)</NO.P>Aangezien de doelstellingen van deze richtlijn, namelijk het verbeteren van de effectiviteit en efficiëntie van het herstel- en afwikkelingskader voor instellingen en entiteiten, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt vanwege de risico’s dat uiteenlopende nationale benaderingen voor de integriteit van de interne markt met zich mee kunnen brengen, maar veeleer door het wijzigen van regels die reeds op Unieniveau zijn vastgesteld, op Unieniveau kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen vaststellen. Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel, zoals neergelegd in datzelfde artikel, gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken,</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><DINIT>HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:</DINIT><GR.ART><ARTICLE><TI.ART><STRING ITALIC="on">Artikel 1</STRING></TI.ART><STI.ART><STRING BOLD="on">Wijziging van Richtlijn 2014/59/EU</STRING></STI.ART><PARAG>Richtlijn 2014/59/EU wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1)</NO.P>Artikel 2, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het volgende punt 29 bis wordt ingevoegd:<CITATION><P>“29 bis. “alternatieve maatregel vanuit de particuliere sector”: elke steun die niet aangemerkt is als buitengewone openbare financiële steun;”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>punt 35 wordt vervangen door:<CITATION><P>“35. “kritieke functies”: activiteiten, diensten of bedrijfsactiviteiten waarvan de onderbreking naar alle waarschijnlijkheid in een of meer lidstaten tot een verstoring van essentiële diensten aan de reële economie zal leiden of, wegens de omvang of het marktaandeel van een instelling of groep, haar verwevenheid met entiteiten binnen en buiten een groep, haar complexiteit of haar grensoverschrijdende activiteiten, de financiële stabiliteit op nationaal <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">niveau</STRING></STRING> of<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, indien relevant,</STRING></STRING> regionaal niveau zal verstoren, vooral wat de vervangbaarheid ervan betreft<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">.</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Voor de toepassing van dit punt moet “regionaal niveau” worden beschouwd als betrekking hebbend op territoriale eenheden van niveau 1 van de Nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS-niveau 1) in de zin van Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad* of NUTS-niveau 2 indien een aanzienlijke verstoring van diensten op NUTS-niveau 2 een wezenlijk risico van een systeemcrisis op nationaal niveau inhoudt;</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">_____________</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">* Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 betreffende de opstelling van een gemeenschappelĳke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) (PB L 154 van 21.6.2003,blz. 1).</STRING></STRING>”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>punt 71 wordt vervangen door:<CITATION><P>“71. “bail-inbare passiva”: de passiva, met inbegrip van die welke aanleiding geven tot boekhoudkundige voorzieningen, en kapitaalinstrumenten die niet in aanmerking komen als tier 1-kernkapitaalinstrumenten, aanvullende tier 1-instrumenten of tier 2-instrumenten van een instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), en die niet van het toepassingsgebied van het instrument van bail-in zijn uitgesloten op grond van artikel 44, lid 2;”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>de volgende punten 83 quinquies en 83 sexies worden ingevoegd:<CITATION><P><LIST LEVEL="1" TYPE="ARAB"><INT.LI LEVEL="0">“83 quinquies. “niet-EU mondiaal systeemrelevante instelling” of “niet-EU-MSI”: een niet-EU-MSI in de zin van artikel 4, lid 1, punt 134, van Verordening (EU) nr. 575/2013;</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>83 sexies.</SYMBOL>“MSI-entiteit”: een entiteit uit de financiële sector in de zin van artikel 4, lid 1, punt 136, van Verordening (EU) nr. 575/2013;”;</ITEM></LIST></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>het volgende punt 93 bis wordt ingevoegd:<CITATION><P>“93 bis. “deposito”: ten behoeve van de artikelen 108 en 109, deposito zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 1, punt 3, van Richtlijn 2014/49/EU;”.</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2)</NO.P>In artikel 5 worden de leden 2, 3 en 4 vervangen door:<CITATION><P>“2. De bevoegde autoriteiten dragen er zorg voor dat de instellingen hun herstelplannen ten minste een keer per jaar bijwerken of na een verandering in de juridische of organisatiestructuur van de instelling, haar bedrijfsactiviteiten of haar financiële positie, welke een wezenlijk effect op het herstelplan kan hebben of een materiële wijziging hierin noodzakelijk maakt. De bevoegde autoriteiten kunnen van de instellingen eisen dat deze hun herstelplannen vaker bijwerken.</P><P>In afwezigheid van veranderingen genoemd in het eerste lid in de 12 maanden volgend op de meest recente jaarlijkse update van het herstelplan kunnen de bevoegde autoriteiten uitzonderlijk afstand doen van de verplichting om het herstelplan te updaten tot de volgende periode van 12 maanden. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een dergelijke ontheffing wordt niet verleend voor meer dan twee opeenvolgende perioden van 12 maanden.</STRING></STRING></P><P><NO.P>3.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">De herstelplannen gaan niet uit van toegang tot of ontvangst van een van de volgende zaken:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>buitengewone openbare financiële steun;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>noodliquiditeitssteun van een centrale bank;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>liquiditeitssteun van een centrale bank die is verleend onder niet-standaardvoorwaarden inzake zekerheidstelling, looptijd of rentevoet.</ITEM></LIST></P><P><NO.P>4.</NO.P>In de herstelplannen wordt, in voorkomend geval, geanalyseerd hoe en wanneer een instelling onder de in het plan vermelde omstandigheden een verzoek om het gebruik van centrale bankfaciliteiten die niet zijn uitgesloten van het toepassingsgebied van het herstelplan uit hoofde van lid 3 mag indienen, en wordt aangegeven welke activa naar verwachting als zekerheid in aanmerking zouden komen.”.</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3)</NO.P>In artikel 6 wordt lid 5 vervangen door:<CITATION><P>“5. Indien de bevoegde autoriteit oordeelt dat het herstelplan wezenlijke tekortkomingen vertoont of dat er wezenlijke belemmeringen zijn voor de tenuitvoerlegging ervan, stelt zij de instelling of de moederonderneming van de groep in kennis van haar beoordeling en eist zij dat de instelling binnen 3 maanden, met de toestemming van de autoriteiten verlengbaar met 1 maand, een herzien plan indient waaruit blijkt hoe de tekortkomingen of belemmeringen worden aangepakt.”.</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4)</NO.P>In artikel 8, lid 2, wordt de derde alinea vervangen door:<CITATION><P>“Op verzoek van een bevoegde autoriteit kan de EBA overeenkomstig artikel 31, lid 2, punt c), Verordening (EU) nr. 1093/2010 de bevoegde autoriteiten helpen bij het bereiken van een gezamenlijk besluit.”.</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5)</NO.P>▌Artikel 10 wordt <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">als volgt gewijzigd:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lid 7 wordt als volgt gewijzigd:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het volgende punt wordt ingevoegd:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“a bis)	in voorkomend geval, een gedetailleerde beschrijving van de redenen op grond waarvan wordt bepaald dat een instelling moet worden aangemerkt als liquidatie-entiteit, waarbij wordt toegelicht hoe de afwikkelingsautoriteit tot de conclusie is gekomen dat bij de instelling kritieke functies ontbreken;”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het volgende punt wordt ingevoegd:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“j bis)	een beschrijving waarin wordt toegelicht hoe met de verschillende afwikkelingsstrategieën het best de doelstellingen van artikel 31 kunnen worden bereikt;”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>iii)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het volgende punt wordt ingevoegd: </STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“p bis)	een gedetailleerde en gekwantificeerde lijst van gedekte deposito’s en in aanmerking komende deposito’s van natuurlijke personen en micro-, kleine en middelgrote ondernemingen;”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het volgende lid 8 bis <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wordt</STRING></STRING> ingevoegd:<CITATION><P>“8 bis. Afwikkelingsautoriteiten keuren geen afwikkelingsplannen goed wanneer <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">er insolventieprocedures zijn ingeleid ten aanzien van</STRING></STRING> een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">entiteit</STRING></STRING> overeenkomstig het toepasselijke nationale recht uit hoofde van artikel 32 ter of wanneer artikel 37, lid 6, van toepassing is.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in lid 9 wordt de tweede alinea vervangen door:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“De EBA dient uiterlijk op ... [twaalf maanden na de datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsrichtlijn] herziene ontwerpen van technische reguleringsnormen in bij de Commissie.”.</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6)</NO.P>Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>aan lid 1 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">worden</STRING></STRING> de volgende derde <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en vierde</STRING></STRING> alinea toegevoegd:<CITATION><P>“De vaststelling van de maatregelen die moeten worden genomen ten aanzien van de in de eerste alinea, punt b), bedoelde dochterondernemingen die geen af te wikkelen entiteiten zijn, kan door de af te wikkelen entiteiten aan een vereenvoudigde aanpak worden onderworpen indien een dergelijke aanpak de afwikkelbaarheid van de groep niet negatief beïnvloedt, rekening houdend met de omvang van de dochteronderneming, haar risicoprofiel, het ontbreken van kritieke functies en de afwikkelingsstrategie van de groep.</P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In het groepsafwikkelingsplan wordt bepaald of andere entiteiten binnen een afwikkelingsgroep dan de af te wikkelen entiteit in aanmerking komen als liquidatie-entiteit. Onverminderd andere factoren die de afwikkelingsautoriteiten mogelijk relevant achten, komen entiteiten die kritieke functies vervullen niet in aanmerking als liquidatie-entiteit.</STRING></STRING>”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lid 2 wordt vervangen door:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on">“2.	</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het groepsafwikkelingsplan wordt op basis van de vereisten van artikel 10 en de krachtens artikel 11 verstrekte informatie opgesteld.”</STRING></STRING><STRING BOLD="on">;</STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in lid 3 wordt het volgende punt ingevoegd:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“(-a bis)	omvat een gedetailleerde beschrijving van de redenen op grond waarvan wordt bepaald of een groepsentiteit als bedoeld in lid 1, punten a) tot en met d), in aanmerking komt als liquidatie-entiteit, waarbij wordt toegelicht hoe de afwikkelingsautoriteit tot de conclusie is gekomen dat bij de instelling kritieke functies ontbreken en hoe rekening is gehouden met de ratio van het totaal van de risicoposten en bedrijfsopbrengsten van de instelling in het totaal van de risicoposten en bedrijfsopbrengsten van de groep, alsook met de hefboomratio van de groepsentiteit binnen de groep;”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het volgende lid 5 bis wordt ingevoegd:<CITATION><P>“5 bis. Afwikkelingsautoriteiten keuren geen afwikkelingsplannen goed wanneer <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">er insolventieprocedures zijn ingeleid ten aanzien van</STRING></STRING> een entiteit ▌overeenkomstig het toepasselijke nationale recht uit hoofde van artikel 32 ter of wanneer artikel 37, lid 6, van toepassing is.”.</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7)</NO.P>In artikel 13, lid 4, wordt de vierde alinea vervangen door:<CITATION><P>“Op verzoek van een afwikkelingsautoriteit kan de EBA overeenkomstig artikel 31, lid 2, punt c), van Verordening (EU) nr. 1093/2010 de afwikkelingsautoriteiten bijstaan bij het bereiken van een gezamenlijk besluit.”.</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8)</NO.P>Aan artikel 15 wordt het volgende lid 5 toegevoegd:<CITATION><P>“5. De EBA controleert de opstelling van een intern beleid voor en de uitvoering van de afwikkelbaarheidsbeoordelingen van instellingen of groepen die door de afwikkelingsautoriteiten voorzien waren in dit artikel en in artikel 16. De EBA brengt aan de Commissie verslag uit over de bestaande praktijken inzake afwikkelbaarheidsbeoordelingen en mogelijke verschillen tussen lidstaten tegen … [PB in te voegen datum = 2 jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] en controleert indien passend de uitvoering van aanbevelingen die in dat verslag staan.</P><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">Het in de eerste alinea bedoelde verslag omvat ten minste het volgende:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>een beoordeling van de methoden die door afwikkelingsautoriteiten zijn ontwikkeld om afwikkelbaarheidsbeoordelingen te maken, waarbij ook mogelijke verschillen tussen lidstaten worden bekeken;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>een beoordeling van de testcapaciteiten die afwikkelingsautoriteiten nodig hebben om een effectieve uitvoering van de afwikkelingsstrategie te waarborgen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>het niveau van transparantie ten aanzien van relevante belanghebbenden van de methoden die door afwikkelingsautoriteiten zijn ontwikkeld om afwikkelbaarheidsbeoordelingen te maken en de uitkomst daarvan.”.</ITEM></LIST></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9)</NO.P>Aan artikel 16 bis wordt het volgende lid 7 toegevoegd:<CITATION><P>“7. Wanneer een entiteit niet op dezelfde basis aan het gecombineerde buffervereiste is onderworpen als de basis waarop zij aan de in de artikelen 45 quater en 45 quinquies bedoelde vereisten moet voldoen, passen de afwikkelingsautoriteiten de leden 1 tot en met 6 van dit artikel toe op basis van de raming van het gecombineerde buffervereiste dat is berekend overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/1118* van de Commissie. Artikel 128, vierde lid, van Richtlijn 2013/36/EU is van toepassing.</P><P>De afwikkelingsautoriteiten nemen het in de eerste alinea bedoelde geraamde gecombineerde buffervereiste op in het besluit tot vaststelling van de in de artikelen 45 quater en 45 quinquies van deze Richtlijn bedoelde vereisten. De entiteit maakt het geraamde gecombineerde buffervereiste samen met de in artikel 45 decies, lid 3 bedoelde informatie openbaar.</P><P>______________________________</P><P>* Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/1118 van de Commissie van 26 maart 2021 tot aanvulling van Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van de door afwikkelingsautoriteiten te gebruiken methode voor het ramen van het in artikel 104 bis van Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad bedoelde vereiste en het gecombineerde buffervereiste voor af te wikkelen entiteiten op het geconsolideerde niveau van de af te wikkelen groep, ingeval de af te wikkelen groep niet onderworpen is aan die vereisten uit hoofde van die richtlijn (PB L 241 van 8.7.2021, blz. 1).”.</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>10)</NO.P>▌Artikel 17 wordt <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">als volgt gewijzigd:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aan lid 4 wordt</STRING></STRING> de volgende derde alinea toegevoegd:<CITATION><P>“Als de door de betrokken autoriteit voorgestelde maatregelen de belemmeringen voor de afwikkelbaarheid effectief wegnemen, zal de afwikkelingsautoriteit, na raadpleging van de bevoegde autoriteit, een beslissing nemen. Uit die beslissing zal blijken dat de voorgestelde maatregelen de belemmeringen voor de afwikkelbaarheid effectief verminderen of wegnemen en van de entiteit vereisen dat zij de voorgestelde maatregelen uitvoert.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het volgende lid wordt toegevoegd:</STRING></STRING><CITATION><P>“<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">8 bis. De afwikkelingsautoriteit publiceert aan het einde van elke afwikkelingsplanningscyclus een geanonimiseerde lijst met een overzicht in geaggregeerde vorm van alle vastgestelde wezenlijke belemmeringen voor de afwikkelbaarheid, en relevante maatregelen om deze aan te pakken. De vertrouwelijkheidsbepalingen van artikel 84 van deze richtlijn zijn van toepassing.”.</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>11)</NO.P>Artikel 18 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>lid 4 wordt vervangen door:<CITATION><P>“4. De afwikkelingsautoriteit op groepsniveau deelt elke maatregel die wordt voorgesteld door de EU-moederonderneming, mee aan de consoliderende toezichthouder, de EBA, de afwikkelingsautoriteiten van de dochterondernemingen en de afwikkelingsautoriteiten in de jurisdicties waar significante bijkantoren gevestigd zijn, voor zover een en ander relevant is voor het significante bijkantoor. Na raadpleging van de bevoegde autoriteiten en de afwikkelingsautoriteiten in de rechtsgebieden waar significante bijkantoren gevestigd zijn, doet de afwikkelingsautoriteit op groepsniveau en de afwikkelingsautoriteiten van de dochterondernemingen alles wat in hun vermogen ligt om binnen het afwikkelingscollege tot een gezamenlijk besluit te komen met betrekking tot de vaststelling van de wezenlijke belemmeringen en, indien nodig, de beoordeling van de door de EU-moederonderneming voorgestelde maatregelen alsmede de door de autoriteiten geëiste maatregelen om de belemmeringen aan te pakken of weg te nemen, waarbij rekening gehouden wordt met de mogelijke gevolgen van de maatregelen in alle lidstaten waar de groep actief is.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>lid 9 wordt vervangen door:<CITATION><P>“9. Bij het uitblijven van een gezamenlijk besluit over het nemen van maatregelen als bedoeld in artikel 17, lid 5, punt g), h) of k), kan de EBA, op verzoek van een afwikkelingsautoriteit overeenkomstig leden 6, 6 bis of 7 van dit artikel, de afwikkelingsautoriteiten overeenkomstig artikel 19, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1093/2010 assistentie verlenen bij het bereiken van overeenstemming.”.</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>12)</NO.P>De artikelen 27 en 28 worden vervangen door:<CITATION><P>“<STRING ITALIC="on">Artikel 27</STRING></P><P><STRING BOLD="on">Vroegtijdige-interventiemaatregelen</STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">De lidstaten dragen er zorg voor dat bevoegde autoriteiten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zonder onnodige vertraging </STRING></STRING>vroegtijdige-interventiemaatregelen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">overwegen en deze</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waar passend</STRING></STRING> toepassen indien een instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), voldoet aan een van de volgende voorwaarden:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>de instelling of entiteit voldoet aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 102 van Richtlijn 2013/36/EU of in artikel 38 van Richtlijn (EU) 2019/2034, of de bevoegde autoriteit heeft bepaald dat de door de instelling of entiteit toegepaste regelingen, strategieën, processen en mechanismen en de eigen fondsen en liquiditeit die door die instelling of entiteit worden aangehouden, geen gezond beheer en gezonde dekking van haar risico’s waarborgt, en geen van de volgende zaken is van toepassing:</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>i)</SYMBOL>de instelling of entiteit heeft niet de door de bevoegde autoriteit vereiste corrigerende maatregelen genomen, waaronder de maatregelen bedoeld in artikel 104 van Richtlijn 2013/36/EU of in artikel 49 van Richtlijn (EU) 2019/2034;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>ii)</SYMBOL>de bevoegde autoriteit oordeelt dat andere corrigerende maatregelen dan vroegtijdige-interventiemaatregelen onvoldoende zijn om de problemen aan te pakken ▌;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>de instelling of entiteit schendt in de twaalf maanden na de beoordeling van de bevoegde autoriteit de vereisten die zijn vastgelegd in titel II van Richtlijn 2014/65/EU, in de artikelen 3 tot en met 7, de artikelen 14 tot en met 17, of de artikelen 24, 25 en 26 van Verordening (EU) nr. 600/2014, of in de artikelen 45 sexies of 45 septies van deze verordening, of zal deze waarschijnlijk schenden.</ITEM></LIST></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien er sprake is van een aanzienlijke verslechtering van de situatie of zich ongunstige omstandigheden voordoen of er nieuwe informatie over een entiteit wordt verkregen, kan de</STRING></STRING> bevoegde autoriteit ▌bepalen dat aan de in de eerste alinea, punt a), ii), bedoelde voorwaarde is voldaan zonder eerder andere corrigerende maatregelen te hebben genomen, waaronder de uitoefening van de bevoegdheden bedoeld in artikel 104 van Richtlijn 2013/36/EU of in artikel 39, van Richtlijn (EU) 2019/2034.</P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Voor de toepassing van de eerste alinea, punt b), van dit lid dragen de lidstaten er zorg voor dat de bevoegde autoriteiten uit hoofde van Richtlijn 2014/65/EU of Verordening (EU) nr. 600/2014 of, waar passend, de afwikkelingsautoriteit de bevoegde autoriteit onverwijld in kennis stellen van de inbreuk of waarschijnlijke inbreuk.</STRING></STRING></P><P><NO.P>1 bis.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">Voor de toepassing van lid 1 omvatten de vroegtijdige-interventiemaatregelen het volgende:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>het vereiste dat het leidinggevend orgaan van de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), een van de volgende handelingen verricht:</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>i)</SYMBOL>een of meer regelingen of maatregelen van het herstelplan uitvoeren;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>ii)</SYMBOL>het herstelplan overeenkomstig artikel 5, lid 2, bijwerken wanneer de omstandigheden die tot de vroegtijdige interventie hebben geleid, verschillen van de aannamen in het oorspronkelijke herstelplan en binnen een specifieke termijn een of meer van de in het bijgewerkte herstelplan opgenomen regelingen of maatregelen uitvoeren;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>het vereiste dat het leidinggevend orgaan van de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), een vergadering van aandeelhouders van de entiteit bijeenroept, of, indien het leidinggevend orgaan niet aan dat vereiste voldoet, zelf rechtstreeks een aandeelhoudersvergadering bijeenroepen, en in beide gevallen de agenda vaststellen en verlangen dat bepaalde besluiten ter aanneming door de aandeelhouders worden voorgelegd;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>het vereiste dat het leidinggevend orgaan van de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">actieplan</STRING></STRING> opstelt, in voorkomend geval in overeenstemming met het herstelplan, voor onderhandelingen over de herstructurering van de schuld met sommige of al haar crediteuren;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>d)</SYMBOL>het vereiste om de juridische structuur van de instelling te wijzigen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>e)</SYMBOL>het vereiste om het hoger management of het leidinggevend orgaan van de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), in zijn geheel of met betrekking tot individuele personen te ontslaan of te vervangen, overeenkomstig artikel 28;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>f)</SYMBOL>aanstelling van een of meer tijdelijk bewindvoerders in de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), overeenkomstig artikel 29.</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>f bis)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het vereiste voor het leidinggevend orgaan van de entiteit om een plan op te stellen dat de entiteit kan uitvoeren indien de relevante rechtspersoon van de entiteit besluit over te gaan tot de vrijwillige liquidatie van de entiteit.</STRING></STRING></ITEM></LIST></P><P><NO.P>2.</NO.P>De bevoegde autoriteiten kiezen de passende <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en tijdige</STRING></STRING> vroegtijdige-interventiemaatregelen op basis van wat evenredig is met de nagestreefde doelstellingen, gelet op de ernst van de inbreuk of waarschijnlijke inbreuk en de snelheid van de verslechtering van de financiële situatie van de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), naast andere relevante informatie.</P><P><NO.P>3.</NO.P>Voor elk van de in lid 1 bis genoemde maatregelen stellen de bevoegde autoriteiten een termijn vast die passend is voor de voltooiing van die maatregel en die de bevoegde autoriteit in staat stelt de doeltreffendheid ervan te beoordelen.</P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De beoordeling van de maatregel wordt onmiddellijk na het verstrijken van de termijn uitgevoerd en gedeeld met de afwikkelingsautoriteit. Indien uit de beoordeling naar voren komt dat de maatregelen niet volledig zijn uitgevoerd of niet doeltreffend zijn, verricht de bevoegde autoriteit, na raadpleging van de afwikkelingsautoriteit, een beoordeling van de in artikel 32, lid 1, punt a), bedoelde voorwaarde.</STRING></STRING></P><P><NO.P>4.</NO.P>De EBA vaardigt uiterlijk [PB in te voegen datum = 12 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsrichtlijn] <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ontwerpen van technische reguleringsnormen</STRING></STRING> uit ▌om de consequente toepassing van de voorwaarden <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor het gebruik van de maatregelen</STRING></STRING> als bedoeld in lid 1 van dit artikel te stimuleren.</P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aan de Commissie wordt de bevoegdheid overgedragen om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen, overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.</STRING></STRING></P><P><STRING ITALIC="on">Artikel 28</STRING></P><P><STRING BOLD="on">Vervanging van het hoger management of het leidinggevend orgaan</STRING></P><P>Voor de toepassing van artikel 27, lid 1a, punt e), zorgen de lidstaten ervoor dat het nieuwe hoger management of leidinggevend orgaan, of worden individuele leden van die organen, benoemd overeenkomstig de wetgeving van de Unie en de nationale wetgeving en onderworpen aan de goedkeuring van de bevoegde autoriteit.”.</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>13)</NO.P>Artikel 29 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de leden 1, 2 en 3 worden vervangen door:<CITATION><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">“1. Voor de toepassing van artikel 27, lid 1a, punt f), zorgen de lidstaten ervoor dat de bevoegde autoriteiten op basis van wat onder de omstandigheden evenredig is, een tijdelijke bewindvoerder aanstellen om een van de volgende zaken te doen:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>het leidinggevend orgaan van de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), tijdelijk vervangen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>tijdelijk werken met het leidinggevend orgaan van de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d).</ITEM></LIST></P><P>De bevoegde autoriteit specificeert haar keuze onder de punten a) of b) bij de benoeming van de tijdelijke bewindvoerder.</P><P>Voor de toepassing van de eerste alinea, punt b), specificeert de bevoegde autoriteit voorts op het tijdstip van de benoeming van de tijdelijke bewindvoerder de rol, taken en bevoegdheden van die tijdelijke bewindvoerder en eventuele vereisten voor het leidinggevend orgaan van de instelling of entiteit om de tijdelijke bewindvoerder te raadplegen of de goedkeuring van de tijdelijke bewindvoerder te verkrijgen alvorens bepaalde besluiten of maatregelen te nemen.</P><P>De lidstaten eisen van de bevoegde autoriteit dat zij de aanstelling van een tijdelijk bewindvoerder openbaar maakt, behalve indien de tijdelijke bewindvoerder niet de bevoegdheid heeft om de in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), genoemde instelling of entiteit te vertegenwoordigen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of namens deze besluiten te nemen</STRING></STRING>.</P><P>De lidstaten zorgen er voorts voor dat een tijdelijke bewindvoerder voldoet aan de vereisten van artikel 91, leden 1, 2 en 8, van Richtlijn 2013/36/EU. De beoordeling door bevoegde autoriteiten of de tijdelijke bewindvoerder aan die vereisten voldoet, maakt integraal deel uit van het besluit tot benoeming van die tijdelijke bewindvoerder.</P><P><NO.P>2.</NO.P>Welke bevoegdheden de tijdelijk bewindvoerder heeft, wordt bij zijn of haar aanstelling door de bevoegde autoriteit naargelang van de omstandigheden bepaald. Deze bevoegdheden kunnen sommige of alle bevoegdheden omvatten die het leidinggevend orgaan van de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), krachtens de statuten van de instelling of entiteit en het nationale recht heeft, met inbegrip van de bevoegdheid om sommige of alle bestuurlijke taken van het bestuur van de instelling of entiteit uit te oefenen. De bevoegdheden van de tijdelijk bewindvoerder met betrekking tot de instelling of entiteit moeten voldoen aan het toepasselijke vennootschapsrecht. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Deze bevoegdheden kunnen door de bevoegde autoriteit worden aangepast in het geval dat de omstandigheden veranderen.</STRING></STRING></P><P><NO.P>3.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">De bevoegde autoriteit bakent bij de aanstelling van de tijdelijk bewindvoerder diens rol en taken af. Die rollen en taken kunnen de volgende zaken omvatten:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>beoordelen van de financiële positie van de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d);</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>beheren van het bedrijf of een deel van het bedrijf door de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), om haar financiële positie te behouden of te herstellen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>maatregelen nemen om het gezonde en voorzichtige beheer van het bedrijf of de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), te herstellen.</ITEM></LIST></P><P>De bevoegde autoriteit specificeert beperkingen op de rol en taken van de tijdelijk bewindvoerder op het ogenblik van zijn of haar aanstelling.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>in lid 5 wordt de tweede alinea vervangen door:<CITATION><P>“Hoe dan ook mag de tijdelijk bewindvoerder de bevoegdheid om de algemene aandeelhoudersvergadering van de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), bijeen te roepen en de agenda van die vergadering vast te stellen, alleen uitoefenen na voorafgaande toestemming van de bevoegde autoriteit.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>lid 6 wordt vervangen door:<CITATION><P>“6. Op verzoek van de bevoegde autoriteit stelt de tijdelijke bewindvoerder met door de bevoegde autoriteit vastgestelde tussenpozen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, ten minste één keer, na het verstrijken van de eerste zes maanden,</STRING></STRING> en in elk geval aan het einde van zijn mandaat verslagen op over de financiële positie van de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), en over de handelingen die hij gedurende zijn mandaat heeft verricht.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lid 7 wordt vervangen door:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“7. De tijdelijke bewindvoerder wordt benoemd voor ten hoogste één jaar. Deze periode kan bij uitzondering eenmaal worden verlengd indien nog steeds aan de voorwaarden voor het aanstellen van de tijdelijke bewindvoerder wordt voldaan. Het is de verantwoordelijkheid van de bevoegde autoriteit om uit te maken of aan die voorwaarden wordt voldaan en om een dergelijk besluit aan de aandeelhouders te verantwoorden.”.</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>14)</NO.P>Artikel 30 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de titel wordt vervangen door:<CITATION><P>“<STRING BOLD="on">Coördinatie van vroegtijdige-interventiemaatregelen met betrekking tot groepen</STRING>”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de leden 1 tot en met 4 worden vervangen door:<CITATION><P>“1. Indien is voldaan aan de voorwaarden voor het opleggen van vroegtijdige-interventiemaatregelen uit hoofde van artikel 27 met betrekking tot een EU-moederonderneming, brengt de consoliderende toezichthouder de EBA op de hoogte en raadpleegt hij de andere bevoegde autoriteiten binnen het college van toezichthouders alvorens een vroegtijdige-interventiemaatregel toe te passen.</P><P><NO.P>2.</NO.P>Ten vervolge op de in lid 1 genoemde kennisgeving en raadpleging beslist de consoliderende toezichthouder of de vroegtijdige-interventiemaatregelen uit hoofde van artikel 27 voor de betrokken EU-moederonderneming zullen worden toegepast, rekening houdend met het effect van deze maatregelen op de groepsentiteiten in andere lidstaten. De consoliderende toezichthouder stelt de EBA binnen het toezichtcollege alsook de andere bevoegde autoriteiten van het besluit in kennis.</P><P><NO.P>3.</NO.P>Indien aan de voorwaarden voor het opleggen van vroegtijdige-interventiemaatregelen uit hoofde van artikel 27 is voldaan met betrekking tot een dochteronderneming van een EU-moederonderneming, stelt de bevoegde autoriteit die verantwoordelijk is voor toezicht op individuele basis en die voornemens is in overeenstemming met deze artikelen een maatregel te nemen, de EBA in kennis en raadpleegt zij de consoliderende toezichthouder.</P><P>Na ontvangst van de kennisgeving kan de consoliderende toezichthouder beoordelen welke gevolgen het opleggen van vroegtijdige-interventiemaatregelen uit hoofde van artikel 27 in de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), in kwestie voor de groep of groepsentiteiten in andere lidstaten zal hebben. De bevoegde autoriteit wordt door de consoliderende toezichthouder binnen drie dagen van deze beoordeling in kennis gesteld.</P><P>Na die kennisgeving en dat overleg beslist de bevoegde autoriteit of er een vroegtijdige-interventiemaatregel moet worden toegepast. Daarbij wordt naar behoren rekening gehouden met een eventuele beoordeling van de consoliderende toezichthouder. De bevoegde autoriteit stelt de EBA en andere bevoegde autoriteiten binnen het toezichtcollege van het besluit in kennis.</P><P><NO.P>4.</NO.P>Indien meerdere bevoegde autoriteiten voornemens zijn een vroegtijdige-interventiemaatregel in hoofde van artikel 27 toe te passen voor meerdere instellingen of entiteiten als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), in dezelfde groep, gaan de consoliderende toezichthouder en de andere betrokken bevoegde autoriteiten na of het de voorkeur verdient voor alle betrokken entiteiten dezelfde tijdelijk bewindvoerder aan te stellen, dan wel de toepassing van de maatregelen van artikel 27 op meerdere instellingen te coördineren teneinde oplossingen te faciliteren waarmee de financiële positie van de betrokken instelling wordt hersteld. De beoordeling neemt de vorm aan van een gezamenlijk besluit van de consoliderende toezichthouder en de andere betrokken bevoegde autoriteiten. Het gezamenlijk besluit wordt binnen 5 dagen na de datum van de in lid 1 bedoelde kennisgeving genomen. Het gezamenlijk besluit wordt gemotiveerd en vastgelegd in een document dat door de consoliderende toezichthouder wordt verstrekt aan de EU-moederonderneming.</P><P>Op verzoek van de bevoegde autoriteiten kan de EBA overeenkomstig artikel 31 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 een bevoegde autoriteit assistentie verlenen bij het bereiken van overeenstemming.</P><P>Indien niet binnen 5 dagen een gezamenlijk besluit is genomen, kunnen de consoliderende toezichthouder en de bevoegde autoriteiten van de dochterondernemingen individuele besluiten nemen over de aanstelling van een tijdelijk bewindvoerder voor de instellingen of entiteiten als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), waarvoor zij verantwoordelijk zijn en over de toepassing van maatregelen van artikel 27.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>lid 6 wordt vervangen door:<CITATION><P>“6. De EBA kan op verzoek van een bevoegde autoriteit de bevoegde autoriteiten die voornemens zijn een of meer van de maatregelen in artikel 27, lid 1 bis, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">punt a),</STRING></STRING> van deze richtlijn met betrekking tot de punten 4, 10, 11 en 19 van deel A van de bijlage bij deze richtlijn, in artikel 27, lid 1 bis, punt c), van deze richtlijn of in artikel 27, lid 1 bis, punt d) van deze richtlijn toe te passen, helpen bij het bereiken van overeenstemming met artikel 19, lid 3<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> van Verordening (EU) nr. 1093/2010.”.</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>15)</NO.P>Het volgende artikel 30 bis wordt ingevoegd:<CITATION><P><STRING ITALIC="on">“Artikel 30 bis</STRING></P><P><STRING BOLD="on">Voorbereiding van de afwikkeling</STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">De lidstaten dragen er zorg voor dat de bevoegde autoriteiten de afwikkelingsautoriteiten onverwijld in kennis stellen van al het volgende:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>alle in artikel 104, lid 1<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> van Richtlijn 2013/36/EU genoemde maatregelen waarvan zij eisen dat een in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), van deze <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">richtlijn</STRING></STRING> genoemde instelling of entiteit ze neemt <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">met het oog op het aanpakken van een verslechtering in de situatie van een instelling, die entiteit of een groep</STRING></STRING>;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>wanneer uit de toezichtactiviteit blijkt dat met betrekking tot een in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), van deze <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">richtlijn</STRING></STRING> genoemde instelling of entiteit aan de voorwaarden van artikel 27, lid 1, van deze verordening is voldaan, de beoordeling dat aan die voorwaarden is voldaan, ongeacht eventuele vroegtijdige-interventiemaatregelen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>de toepassing van een van de in artikel 27 bedoelde vroegtijdige-interventiemaatregelen.</ITEM></LIST></P><P>De bevoegde autoriteiten houden, in <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">nauwe</STRING></STRING> samenwerking met de afwikkelingsautoriteiten, nauwlettend toezicht op de situatie van de instelling of entiteit en op hun naleving van de in de eerste alinea, punt a), bedoelde maatregelen die erop gericht zijn een verslechtering van de situatie van die instelling of entiteit aan te pakken en met de in de eerste alinea, punt c), bedoelde vroegtijdige-interventiemaatregelen.</P><P><NO.P>2.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">De bevoegde autoriteiten stellen de afwikkelingsautoriteiten zo snel mogelijk in kennis als zij van mening zijn dat er een wezenlijk risico is dat een of meer van de omstandigheden in artikel 32, lid 4<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> van toepassing zouden zijn in verband met een instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d). Die kennisgeving bevat:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>de redenen van de melding;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>een overzicht van de maatregelen die het falen van de instelling of entiteit binnen een redelijk tijdsbestek zouden voorkomen, het verwachte effect daarvan op de instelling of entiteit wat betreft de in artikel 32, lid 4, bedoelde omstandigheden en het verwachte tijdschema voor de uitvoering van die maatregelen.</ITEM></LIST></P><P>Na ontvangst van de in de eerste alinea bedoelde kennisgeving beoordelen de afwikkelingsautoriteiten, in nauwe samenwerking met de bevoegde autoriteiten, wat een redelijk tijdsbestek is voor de beoordeling van de in artikel 32, lid 1, punt b), bedoelde toestand, rekening houdend met de snelheid waarmee de omstandigheden van de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), verslechteren, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de mogelijke gevolgen voor het financiële systeem, voor de bescherming van deposanten en voor het vrijwaren van cliëntengelden, het risico dat een langdurig proces al met al hogere kosten oplevert voor klanten en voor de economie,</STRING></STRING> de noodzaak om de afwikkelingsstrategie effectief uit te voeren en andere relevante overwegingen. De afwikkelingsautoriteiten delen die beoordeling zo snel mogelijk mee aan de bevoegde autoriteiten.</P><P>Na de in de eerste alinea bedoelde kennisgeving controleren de bevoegde autoriteiten en afwikkelingsautoriteiten, in nauwe samenwerking, de situatie van de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), de uitvoering van eventuele relevante maatregelen binnen hun verwachte termijn en alle andere relevante ontwikkelingen. Daartoe komen de afwikkelingsautoriteiten en bevoegde autoriteiten regelmatig bijeen, met een door de afwikkelingsautoriteiten vastgestelde frequentie, rekening houdend met de omstandigheden van het geval. De bevoegde autoriteiten en afwikkelingsautoriteiten verstrekken elkaar onverwijld alle relevante informatie.</P><P><NO.P>3.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">De bevoegde autoriteiten verstrekken de afwikkelingsautoriteiten alle informatie die door de afwikkelingsautoriteiten wordt gevraagd en die nodig is voor de volgende zaken:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>actualiseren van het afwikkelingsplan en voorbereiden van de mogelijke afwikkeling van de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d);</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>uitvoeren van een de artikel 36 bedoelde waardering.</ITEM></LIST></P><P>Indien de bevoegde autoriteiten nog niet over dergelijke informatie beschikken, werken de afwikkelingsautoriteiten en de bevoegde autoriteiten samen en coördineren zij hun werkzaamheden om die informatie te verkrijgen. Daartoe hebben de bevoegde autoriteiten de bevoegdheid om van de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), te vragen dat zij deze informatie verstrekken, met inbegrip van inspecties ter plaatse, en om die informatie te verstrekken aan de afwikkelingsautoriteiten.</P><P><NO.P>4.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">De bevoegdheden van de afwikkelingsautoriteiten omvatten de bevoegdheid om de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), te verkopen aan potentiële kopers, of om regelingen te treffen voor een dergelijke verkoop, of om van de instelling of entiteit te vragen dat zij dit doen, voor de volgende doeleinden:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>voorbereidingen treffen voor de afwikkeling van die instelling of entiteit, afhankelijk van de in artikel 39, lid 2<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> genoemde voorwaarden en de vertrouwelijkheidsbepalingen in artikel 84;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>de beoordeling door de afwikkelingsautoriteit van de in artikel 32, lid 1, punt b) bedoelde voorwaarde mee te delen.</ITEM></LIST></P><P><NO.P>4 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien de afwikkelingsautoriteit bij de uitoefening van de in lid 4 bedoelde bevoegdheid besluit rechtstreeks aan potentiële kopers te verkopen, houdt zij naar behoren rekening met de omstandigheden van het geval en de mogelijke gevolgen van de uitoefening van die bevoegdheid voor de algehele positie van de entiteit.</STRING></STRING></P><P><NO.P>5.</NO.P>Voor de toepassing van lid 4 hebben de afwikkelingsautoriteiten de bevoegdheid om de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), te vragen een digitaal platform in te voeren waarop de informatie die noodzakelijk is voor de verkoop van die instelling of entiteit, wordt gedeeld met potentiële kopers of met adviseurs en schatters die door de afwikkelingsautoriteit zijn ingeschakeld. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In dat geval is artikel 84, lid 1, punt e), van toepassing.</STRING></STRING></P><P><NO.P>6.</NO.P>De vaststelling dat aan de in artikel 27, lid 1<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> is voldaan en de voorafgaande goedkeuring van vroegtijdige-interventiemaatregelen zullen geen noodzakelijke voorwaarden zijn voor afwikkelingsautoriteiten om voorbereidingen te treffen voor de afwikkeling van de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), of om de in de leden 4 en 5 van dit artikel genoemde bevoegdheid uit te oefenen.</P><P><NO.P>7.</NO.P>De afwikkelingsautoriteiten stellen de bevoegde autoriteiten onverwijld op de hoogte van elke maatregel die is genomen in hoofde van de leden 4 en 5.</P><P><NO.P>8.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">De lidstaten dragen er zorg voor dat de bevoegde autoriteiten en afwikkelingsautoriteiten nauw samenwerken:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>wanneer zij overwegen de in lid 1, eerste alinea, punt a), van dit artikel bedoelde maatregelen te nemen om een verslechtering van de situatie van een instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), aan te pakken, alsmede de in lid 1, eerste alinea, punt c), bedoelde maatregelen van dit artikel;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>wanneer zij overwegen een van de in de leden 4 en 5 bedoelde maatregelen te nemen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>tijdens de uitvoering van de in punten a) en b) van deze alinea bedoelde maatregelen.</ITEM></LIST></P><P>De bevoegde autoriteiten en de afwikkelingsautoriteiten dragen er zorg voor dat die maatregelen en acties consistent, gecoördineerd en effectief zijn.”.</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>16)</NO.P>In artikel 31, lid 2, worden de punten c) en d) vervangen door:<CITATION><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">“c) overheidsmiddelen beschermen door het beroep op buitengewone openbare financiële steun tot een minimum te beperken, met name wanneer deze uit de begroting van een lidstaat komt;</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>d)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gedekte deposito’s en, voor zover mogelijk, ook het niet-gedekte deel van in aanmerking komende deposito’s van natuurlijke personen en micro-, kleine en middelgrote ondernemingen</STRING></STRING> beschermen, en beleggers die onder Richtlijn 97/9/EG vallen, beschermen.”.</ITEM></LIST></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>17)</NO.P>Artikel 32 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>leden 1 en 2 worden vervangen door:<CITATION><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">“1. De lidstaten dragen er zorg voor dat de afwikkelingsautoriteiten een afwikkelingsmaatregel nemen in verband met een instelling of entiteit als de afwikkelingsautoriteiten, na ontvangst van een mededeling in hoofde van lid 2 of op eigen initiatief volgens de procedure die is vastgelegd in lid 2, aan alle volgende voorwaarden is voldaan:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>de instelling faalt of zal waarschijnlijk falen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>▌het valt redelijkerwijs niet te verwachten dat ten aanzien van de instelling genomen alternatieve maatregelen van de particuliere sector, met inbegrip van maatregelen door een institutioneel protectiestelsel, maatregelen van een toezichthouder, vroegtijdige-interventiemaatregelen of de afschrijving of omzetting van relevante kapitaalinstrumenten en in aanmerking komende passiva, als bedoeld in artikel 59, lid 2, het falen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of waarschijnlijk zullen falen</STRING></STRING> van de instelling binnen een redelijk tijdsbestek zou voorkomen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>een afwikkelingsmaatregel is het algemeen belang als bedoeld in lid 5.</ITEM></LIST></P><P><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten dragen er zorg voor dat de bevoegde autoriteit, na raadpleging van de afwikkelingsautoriteit, een beoordeling maakt van de in lid 1, punt a) genoemde voorwaarde.</P><P>De lidstaten kunnen bepalen dat de beoordeling van de in lid 1, punt a) genoemde voorwaarde door de bevoegde autoriteit kan worden gemaakt, na raadpleging van de bevoegde autoriteit, indien de afwikkelingsautoriteiten krachtens het nationale recht beschikken over de nodige instrumenten om die beoordeling te maken, en in het bijzonder een passende toegang tot de relevante informatie. In een dergelijk geval dragen de lidstaten er zorg voor dat de bevoegde autoriteit de afwikkelingsautoriteit onverwijld alle relevante informatie bezorgt die deze laatste vraagt om haar beoordeling te maken, voor- of nadat zij door de afwikkelingsautoriteit op de hoogte is gebracht van haar voornemen om die beoordeling te maken.</P><P>De beoordeling van de in lid 1, punt b) genoemde voorwaarde wordt <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onverwijld</STRING></STRING> gemaakt door de afwikkelingsautoriteit in nauwe samenwerking met de bevoegde autoriteit, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">na raadpleging van een aangewezen autoriteit van het depositogarantiestelsel en, indien passend, een IPS waarvan de instelling lid is</STRING></STRING>. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In het overleg met het IPS wordt onder andere overwogen of het IPS maatregelen zou kunnen nemen waarmee het falen van de instelling binnen een redelijke termijn zou kunnen worden voorkomen.</STRING></STRING> De bevoegde autoriteit verstrekt de afwikkelingsautoriteit onverwijld alle relevante informatie waarom de afwikkelingsautoriteit vraagt om haar beoordeling te kunnen maken. De bevoegde autoriteit kan de afwikkelingsautoriteit ook meedelen dat zij van mening is dat aan de in de lid 1, punt b), vastgelegde voorwaarde is voldaan.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>lid 4 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>in de eerste alinea wordt punt d) vervangen door:<CITATION><P>“d) er is buitengewone openbare financiële steun nodig, tenzij deze steun wordt verleend in een van de in artikel 32 quater bedoelde vormen.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>de tweede tot vijfde alinea wordt geschrapt;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>lid 5 wordt vervangen door:<CITATION><P>“5. Voor de toepassing van lid 1, punt c), is een afwikkelingsmaatregel in het algemeen belang indien die afwikkelingsmaatregel noodzakelijk is om een of meer van de in artikel 31 genoemde afwikkelingsdoelstellingen te verwezenlijken en daarmee evenredig is, en indien deze doelstellingen met een liquidatie van de instelling volgens een normale insolventieprocedure niet in dezelfde mate zouden worden bereikt.</P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Afwikkelingsmaatregelen worden verondersteld niet in het algemeen belang te zijn voor de toepassing van lid 1, punt c), van dit artikel indien de afwikkelingsautoriteit heeft besloten uit hoofde van artikel 4 vereenvoudigde verplichtingen op een instelling toe te passen. De veronderstelling is weerlegbaar en is niet van toepassing indien de afwikkelingsautoriteit oordeelt dat een of meer van de afwikkelingsdoelstellingen gevaar zouden lopen indien de instelling volgens een normale insolventieprocedure zou worden geliquideerd.</STRING></STRING></P><P>De lidstaten dragen er zorg voor dat de afwikkelingsautoriteit, bij de uitvoering van de in de eerste alinea bedoelde beoordeling, op basis van de informatie waarover zij op het moment van die beoordeling beschikt, alle buitengewone openbare financiële steun <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">beoordeelt</STRING></STRING> en vergelijkt ▌<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">die</STRING></STRING> aan de instelling zal worden verleend, zowel in geval van afwikkeling als in geval van liquidatie overeenkomstig het toepasselijke nationale recht.</P><P><NO.P>5bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De EBA draagt bij tot het monitoren en bevorderen van de doeltreffende en consistente toepassing van de in lid 5 bedoelde beoordeling inzake het algemeen belang.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uiterlijk … [twee jaar na de datum van toepassing van deze wijzigingsrichtlijn] brengt de EBA verslag uit over de reikwijdte en de toepassing van lid 5 in de gehele Unie. Dat verslag wordt met de Commissie gedeeld teneinde de doeltreffendheid van de in lid 5 beschreven maatregelen en het effect ervan op het gelijke speelveld te beoordelen.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uiterlijk [twee jaar na de datum van toepassing van deze wijzigingsrichtlijn] kan de EBA op basis van de uitkomsten van het verslag technische reguleringsnormen ontwikkelen teneinde praktijken nader tot elkaar te brengen en een gelijk speelveld tussen de lidstaten tot stand te brengen.”.</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>18)</NO.P>De artikelen 32 bis en 32 ter worden vervangen door:<CITATION><P>“<STRING ITALIC="on">Artikel 32 bis</STRING></P><P><STRING BOLD="on">Afwikkelingsvoorwaarden ten aanzien van een centraal orgaan en kredietinstellingen die blijvend aangesloten zijn bij een centraal orgaan</STRING></P><P>De lidstaten dragen er zorg voor dat de afwikkelingsautoriteiten een afwikkelingsmaatregel vaststellen met betrekking tot een centraal orgaan en alle blijvend aangesloten kredietinstellingen die deel uitmaken van dezelfde af te wikkelen groep, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uitsluitend indien</STRING></STRING> het centraal orgaan en alle blijvend aangesloten kredietinstellingen, of de af te wikkelen groep waartoe zij behoren, als geheel aan de in artikel 32, lid 1<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> bedoelde voorwaarden voldoen.</P><P><STRING ITALIC="on">Artikel 32 ter</STRING></P><P><STRING BOLD="on">Procedures ten aanzien van instellingen en entiteiten die niet aan een afwikkelingsmaatregel onderworpen zijn</STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten dragen er zorg voor dat, wanneer een afwikkelingsautoriteit bepaalt dat een instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), voldoet aan de in artikel 32, lid 1, punten a) en b) bedoelde voorwaarden, maar niet aan de voorwaarde in artikel 32, lid 1, punt c), de bevoegde nationale bestuursrechtelijke of gerechtelijke autoriteit de bevoegdheid heeft om onverwijld de procedure op te starten om de instelling of entiteit op ordelijke wijze te liquideren overeenkomstig het toepasselijk nationaal recht.</P><P><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten dragen er zorg voor dat een instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), die op ordelijke wijze wordt geliquideerd overeenkomstig het toepasselijk nationaal recht binnen een redelijke termijn de markt verlaat of haar bankactiviteiten beëindigt.</P><P><NO.P>3.</NO.P>De lidstaten dragen er zorg voor dat wanneer een afwikkelingsautoriteit vaststelt dat een instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), voldoet aan de voorwaarden in artikel 32, lid 1, punten a) en b), maar niet aan de voorwaarden in artikel 32, lid 1, punt c), de vaststelling dat de instelling of entiteit falend is of waarschijnlijk zal falen krachtens artikel 32, lid 1, punt a) een voorwaarde is voor de intrekking van de toelating door de bevoegde autoriteit krachtens artikel 18 van Richtlijn 2013/36/EU.</P><P><NO.P>4.</NO.P>De lidstaten dragen er zorg voor dat de intrekking van de toestemming van de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), een voldoende voorwaarde is voor een bevoegde nationale bestuursrechtelijke of gerechtelijke autoriteit om onverwijld de procedure op te kunnen starten om de instelling of entiteit op ordelijke wijze te liquideren overeenkomstig het toepasselijk nationaal recht.”.</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>19)</NO.P>Het volgende artikel 32 quater wordt ingevoegd:<CITATION><P><STRING ITALIC="on">“Artikel 32 quater</STRING></P><P><STRING BOLD="on">Buitengewone openbare financiële steun</STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">De lidstaten dragen er zorg voor dat buitengewone openbare financiële steun buiten afwikkelingsmaatregelen om alleen bij uitzondering in een van de volgende gevallen aan een instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), kan worden verleend mits de buitengewone openbare financiële steun voldoet aan de voorwaarden en vereisten die in de staatssteunregels van de Unie zijn vastgelegd:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>wanneer de buitengewone openbare financiële steun, teneinde een ernstige verstoring <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van uitzonderlijke of systemische aard</STRING></STRING> in de economie van een lidstaat te verhelpen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en</STRING></STRING> de financiële stabiliteit te vrijwaren, één van de volgende vormen aanneemt:</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>i)</SYMBOL>een staatsgarantie ter dekking van liquiditeitsfaciliteiten die door centrale banken tegen de voor centrale banken geldende voorwaarden worden verschaft;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>ii)</SYMBOL>een staatsgarantie met betrekking tot nieuwe verplichtingen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>iii)</SYMBOL>een verwerving van andere eigenvermogensinstrumenten dan tier 1-kernkapitaalinstrumenten of van andere kapitaalinstrumenten, of een gebruik van maatregelen voor probleemactiva tegen prijzen, looptijd en andere voorwaarden die de betrokken instelling of entiteit geen onrechtmatig voordeel opleveren, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">mits</STRING></STRING> geen van de omstandigheden als bedoeld in artikel 32, lid 4, punten a), b) of c), noch de omstandigheden als bedoeld in artikel 59, lid 3, zich voordoen op het tijdstip waarop de openbare steun wordt verleend;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>wanneer de buitengewone openbare financiële steun de vorm aanneemt van een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kosteneffectieve</STRING></STRING> interventie door een depositogarantiestelsel ▌overeenkomstig de voorwaarden van de artikelen 11 bis en 11 ter van Richtlijn 2014/49/EU, mits geen van de in artikel 32, lid 4, bedoelde omstandigheden zich voordoet;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>wanneer de buitengewone openbare financiële steun de vorm aanneemt van een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kosteneffectieve</STRING></STRING> interventie door een depositogarantiestelsel in het kader van de liquidatie van een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kredietinstelling</STRING></STRING> overeenkomstig artikel 32 ter en overeenkomstig de voorwaarden van artikel 11, lid 5, van Richtlijn 2014/49/EU;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>d)</SYMBOL>wanneer de buitengewone openbare financiële steun de vorm aanneemt van staatssteun in de zin van artikel 107, lid 1, VWEU die wordt verleend in het kader van de liquidatie van de instelling of entiteit overeenkomstig artikel 32 ter van deze <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">richtlijn</STRING></STRING>, met uitzondering van de steun die wordt verleend door een depositogarantiestelsel overeenkomstig artikel 11, lid 5, van Richtlijn 2014/49/EU.</ITEM></LIST></P><P><NO.P>2.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">De in lid 1, punt a), bedoelde steunmaatregelen moeten aan alle onderstaande voorwaarden voldoen:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>de maatregelen zijn beperkt tot solvente instellingen of entiteiten, zoals bevestigd door de bevoegde autoriteit;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>de maatregelen hebben een preventief en tijdelijk karakter en zijn gebaseerd op een vooraf <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vastgestelde,</STRING></STRING> door de bevoegde autoriteit goedgekeurde ▌<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">strategie van exit uit de steunmaatregel</STRING></STRING>, met inbegrip van een duidelijk gespecificeerde einddatum, verkoopdatum of terugbetalingsschema voor de verstrekte maatregelen; <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">openbaarmaking van deze informatie geschiedt niet eerder dan één jaar na de afronding van de strategie van exit uit de steunmaatregel, of de uitvoering van het plan met corrigerende maatregelen, of de beoordeling uit hoofde van de zevende alinea van dit lid;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>de maatregelen zijn evenredig om de gevolgen van de ernstige verstoring op te heffen of de financiële stabiliteit in stand te houden;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>d)</SYMBOL>de maatregelen worden niet gebruikt ter compensatie van verliezen die de instelling of entiteit heeft geleden of <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in de komende twaalf maanden</STRING></STRING> waarschijnlijk zal lijden.</ITEM></LIST></P><P>Voor de toepassing van de eerste alinea, punt a), wordt een instelling of entiteit geacht solvabel te zijn indien de bevoegde autoriteit heeft geconcludeerd dat er geen sprake is of kan zijn van een schending, in de twaalf volgende maanden, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uitgaande van de huidige verwachtingen,</STRING></STRING> van een van de vereisten bedoeld in artikel 92, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013, artikel 104 bis van Richtlijn 2013/36/EU, artikel 11, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033, artikel 40 van Richtlijn (EU) 2019/2034 of de relevante toepasselijke vereisten krachtens nationaal of Unierecht.</P><P>Voor de toepassing van de eerste alinea, punt d), kwantificeert de betrokken bevoegde autoriteit de verliezen die de instelling of entiteit heeft geleden of waarschijnlijk zal lijden. Die kwantificering is ten minste gebaseerd op <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">door de ECB, de EBA of nationale autoriteiten verrichte beoordelingen van de kwaliteit van activa of, in voorkomend geval, op door de bevoegde autoriteit verrichte inspecties ter plaatse. Indien dergelijke exercities niet tijdig kunnen worden uitgevoerd, kan de bevoegde autoriteit haar beoordeling baseren op</STRING></STRING> de balans van de instelling of entiteit, mits de balans voldoet aan de toepasselijke boekhoudregels en -normen, zoals bevestigd door een onafhankelijke externe accountant. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De bevoegde autoriteit stelt alles in het werk om ervoor te zorgen dat de kwantificering gebaseerd is op de marktwaarde van de activa, passiva en posten buiten de balanstelling van de instelling of de entiteit.</STRING></STRING></P><P>De in lid 1, punt a), iii), bedoelde steunmaatregelen blijven beperkt tot maatregelen die door de bevoegde autoriteit noodzakelijk worden geacht om de solvabiliteit van de instelling of entiteit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">veilig te stellen</STRING></STRING> door het aanpakken van haar kapitaaltekort dat is vastgesteld in het ongunstige scenario van nationale, Unie- of GTM-brede stresstests of gelijkwaardige exercities die door de Europese Centrale Bank, de EBA of nationale autoriteiten zijn uitgevoerd, indien van toepassing, en die door de bevoegde autoriteit zijn bevestigd.</P><P>In afwijking van lid 1, punt a), iii), is de verwerving van tier 1-kernkapitaalinstrumenten bij wijze van uitzondering toegestaan wanneer het vastgestelde tekort van dien aard is dat de verwerving van andere eigenvermogensinstrumenten of andere kapitaalinstrumenten de betrokken instelling of entiteit niet in staat zou stellen haar in het ongunstige scenario van de desbetreffende stresstest of soortgelijke exercitie vastgestelde kapitaaltekort aan te pakken. Het bedrag van de verworven tier 1-kernkapitaalinstrumenten mag niet hoger zijn dan 2 % van het totale risicobedrag van de betrokken instelling of entiteit, berekend overeenkomstig artikel 92, lid 3, van Verordening (EU) nr. 575/2013.</P><P>Ingeval een van de in lid 1, punt a), bedoelde steunmaatregelen niet wordt afgelost, terugbetaald of anderszins beëindigd overeenkomstig de voorwaarden van de bij de toekenning van een dergelijke maatregel vastgestelde ▌<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">strategie van exit uit de steunmaatregel</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verzoekt</STRING></STRING> de bevoegde autoriteit de instelling of entiteit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een eenmalig plan met corrigerende maatregelen in te dienen. Het plan met corrigerende maatregelen beschrijft de stappen die moeten worden ondernomen met het oog op handhaving of herstel van de naleving van de toezichtvereisten, de levensvatbaarheid van de instelling of entiteit op lange termijn en de capaciteit van de instelling of entiteit om het verstrekte bedrag terug te betalen, alsook het bijbehorende tijdsbestek.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien de bevoegde autoriteit het eenmalig plan met corrigerende maatregelen niet geloofwaardig of haalbaar acht, of indien de instelling of entiteit het eenmalig plan met corrigerende maatregelen niet naleeft, wordt overeenkomstig artikel 32 beoordeeld of de instelling of entiteit faalt of waarschijnlijk zal falen.</STRING></STRING></P><P><NO.P>3.</NO.P>De EBA vaardigt uiterlijk [PB in te voegen datum = 1 jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn], richtlijnen uit overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 over het soort tests, beoordelingen of oefeningen als bedoeld in lid 2, vierde alinea, die kunnen leiden tot de in lid 1, punt a), iii) bedoelde steunmaatregelen.”.</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>20)</NO.P>In artikel 33 wordt lid 2 vervangen door:<CITATION><P>“2. De lidstaten dragen er zorg voor dat afwikkelingsautoriteiten een afwikkelingsmaatregel kunnen nemen ten aanzien van een entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten c) of d), indien die entiteit voldoet aan de in artikel 32, lid 1, gestelde voorwaarden.</P><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">Daartoe wordt een entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten c) en d), als falend of waarschijnlijk falend beschouwd in een van de volgende omstandigheden:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>de entiteit voldoet aan een of meer van de voorwaarden van artikel 32, lid 4, punten b), c) of d);</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>de entiteit maakt wezenlijk inbreuk, of er zijn objectieve elementen waaruit blijkt dat de entiteit in de nabije toekomst wezenlijk inbreuk zal maken op de toepasselijke voorschriften van Verordening (EU) nr. 575/2013 of in Richtlijn 2013/36/EU.”.</ITEM></LIST></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>21)</NO.P>Artikel 33 bis wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>in lid 8 wordt de eerste alinea vervangen door:<CITATION><P>“De lidstaten dragen er zorg voor dat de afwikkelingsautoriteiten de in artikel 1, lid 1, punt b), c) of d), bedoelde instelling of entiteit en de in artikel 83, lid 2, punten a) tot en met h), bedoelde autoriteiten onverwijld ervan op de hoogte brengen wanneer zij de in lid 1 van dit artikel bedoelde bevoegdheid uitoefenen nadat op grond van artikel 32, lid 1, punt a), is vastgesteld dat de instelling faalt of waarschijnlijk zal falen, en voordat het afwikkelingsbesluit wordt genomen.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>aan lid 9 wordt de volgende tweede alinea toegevoegd:<CITATION><P>“In afwijking van de eerste alinea dragen de lidstaten dragen er zorg voor dat indien dergelijke bevoegdheden worden uitgeoefend met betrekking tot in aanmerking komende deposito’s en die deposito’s niet als onbeschikbaar worden beschouwd voor de toepassing van Richtlijn 2014/49/EU, deposanten toegang hebben tot een passend dagelijks bedrag uit die deposito’s.”.</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>22)</NO.P>Artikel 35 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>lid 1 wordt vervangen door:<CITATION><P>“1. De lidstaten dragen er zorg voor dat de afwikkelingsautoriteiten een speciale bestuurder kunnen aanstellen om het bestuursorgaan te vervangen van de instelling in afwikkeling of de overbruggingsinstelling of ermee samen te werken. De afwikkelingsautoriteiten maken de aanstelling van een bijzonder bestuurder openbaar. Afwikkelingsautoriteiten waarborgen dat de bijzonder bestuurder de vereiste kwalificaties, vaardigheden en kennis heeft om zijn of haar functies uit te oefenen.</P><P>Artikel 91 van Richtlijn 2013/36/EU geldt niet voor de aanstelling van bijzondere bestuurders.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>in lid 2 wordt de eerste zin vervangen door:<CITATION><P>“De bijzonder bestuurder heeft alle bevoegdheden van de aandeelhouders en het leidinggevend orgaan van de instelling.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>lid 5 wordt vervangen door:<CITATION><P>“5. De lidstaten eisen dat een bijzonder bestuurder met regelmatige tussenpozen die door de afwikkelingsautoriteit worden vastgesteld en aan het begin en einde van zijn mandaat verslagen ten behoeve van de aanstellende afwikkelingsautoriteit opstelt over de economische en financiële positie van de instelling in afwikkeling of de overbruggingsinstelling en over de handelingen die hij bij de uitoefening van zijn taken heeft verricht.”.</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>23)</NO.P>Artikel 36 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>in lid 1 wordt de eerste zin vervangen door:<CITATION><P>“1. Alvorens te bepalen of aan de afwikkelingsvoorwaarden of de voorwaarden voor afschrijving of omzetting van relevante kapitaalinstrumenten en in aanmerking komende passiva als bedoeld in artikel 59 is voldaan, dragen de afwikkelingsautoriteiten er zorg voor dat een eerlijke, prudente en realistische waardering van de activa en passiva van de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> punten b), c) of d), wordt uitgevoerd door een persoon die onafhankelijk is van enige overheidsinstantie, daaronder begrepen de afwikkelingsautoriteit en de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> punten b), c) of d).”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het volgende lid 7 bis wordt ingevoegd:<CITATION><P>“7 bis. Wanneer zulks noodzakelijk is om de in lid 4, punten c) en d), bedoelde beslissingen te onderbouwen, vult de schatter de in lid 6, punt c), bedoelde informatie aan met een raming van de waarde van de activa en passiva buiten de balanstelling, met inbegrip van de voorwaardelijke verplichtingen en activa.”.</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>24)</NO.P>Aan artikel 37 wordt het volgende lid 11 toegevoegd:<CITATION><P>“11. De EBA controleert de maatregelen en voorbereiding van afwikkelingsautoriteiten om een effectieve uitvoering van de afwikkelingsinstrumenten en -bevoegdheden in geval van afwikkeling te verzekeren. De EBA brengt uiterlijk … [PB in te voegen datum = 2 jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] verslag uit aan de Commissie over de stand van zaken van bestaande praktijken en mogelijke verschillen tussen lidstaten en controleert indien nodig de uitvoering van elke in dat verslag vermelde aanbeveling.</P><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">Het in de eerste alinea bedoelde verslag omvat ten minste het volgende:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>de regelingen die zijn getroffen om het instrument van bail-in uit te voeren en het niveau van betrokkenheid bij de infrastructuur op de financiële markten en autoriteiten in derde landen indien dat relevant is;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>de regelingen die zijn getroffen om het gebruik van andere afwikkelingsinstrumenten te operationaliseren;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>het niveau van transparantie ten aanzien van relevante belanghebbenden wat betreft de in punten a) en b) genoemde regelingen.”.</ITEM></LIST></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>25)</NO.P>Artikel 40 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>in lid 1 wordt de inleidende zin vervangen door:<CITATION><P>“Teneinde uitvoering te geven aan het instrument van de overbruggingsinstelling en gelet op de noodzaak kritieke functies in de overbruggingsinstelling te handhaven of een van de afwikkelingsdoelstellingen na te streven, dragen de lidstaten er zorg voor dat de afwikkelingsautoriteiten bevoegd zijn om aan een overbruggingsinstelling het volgende over te dragen:”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>in lid 2 wordt de tweede alinea vervangen door:<CITATION><P>“De toepassing van het instrument van bail-in ter verwezenlijking van het in artikel 43, lid 2, punt b), bedoelde doel doet geen afbreuk aan het vermogen van de afwikkelingsautoriteit om zeggenschap uit te oefenen over de overbruggingsinstelling. Waar de toepassing van het instrument van bail-in het mogelijk maakt dat het kapitaal van de overbruggingsinstelling volledig wordt verstrekt via de omzetting van bail-inbare passiva naar aandelen of andere soorten kapitaalinstrumenten, kan afstand gedaan worden van het vereiste dat de overbruggingsinstelling volledig of deels eigendom is van een of meer overheden.”.</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>26)</NO.P>in artikel 42, lid 5, wordt punt b) vervangen door:<CITATION><P>“b) die overdracht noodzakelijk is om het goede functioneren van de instelling in afwikkeling, de overbruggingsinstelling of het vehikel voor activabeheer zelf te verzekeren; of”.</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>27)</NO.P>Artikel 44 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>lid 1 wordt vervangen door:<CITATION><P>“1. De lidstaten dragen er zorg voor dat het instrument van bail-in kan worden toegepast op alle passiva, met inbegrip van degene die aanleiding geven tot een boekhoudkundige voorziening, van een instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), die niet op grond van lid 2 of 3 van dit artikel van het toepassingsgebied van dat instrument zijn uitgesloten.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>lid 5 wordt vervangen door:<CITATION><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">“5. De financieringsregeling voor de afwikkeling mag een in lid 4 bedoelde bijdrage enkel leveren indien aan alle volgende voorwaarden is voldaan:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>een bijdrage tot verliesabsorptie en herkapitalisatie ten belope van een bedrag van niet minder dan 8 % van de totale passiva inclusief eigen vermogen van de instelling in afwikkeling, gemeten overeenkomstig de in artikel 36 bedoelde waardering, is geleverd door de aandeelhouders en de houders van andere instrumenten van eigendom, de houders van relevante kapitaalinstrumenten en andere bail-inbare passiva door middel van vermindering, afschrijving of omzetting overeenkomstig artikel 48, lid 1, en artikel 60, lid 1, en door het depositogarantiestelsel overeenkomstig artikel 109, indien van toepassing;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>de bijdrage van de financieringsregeling voor de afwikkeling niet hoger is dan 5 % van de totale passiva, met inbegrip van het eigen vermogen, van de instelling in afwikkeling, gemeten overeenkomstig de waardering waarin in artikel 36 is voorzien.”.</ITEM></LIST></P></CITATION></PARAG><PARAG>▌</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>28)</NO.P>▌Artikel 44 bis <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wordt als volgt gewijzigd:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de volgende leden worden ingevoegd:</STRING></STRING><CITATION><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">“<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">6 bis. De lidstaten dragen er zorg voor dat een kredietinstelling die in aanmerking komende instrumenten uitgeeft die als aanvullend-tier 1-instrumenten, tier 2-instrumenten of in aanmerking komende passiva moeten worden aangemerkt, deze instrumenten alleen mag verkopen aan een bestaande deposant bij die kredietinstelling die als niet-professionele cliënt in de zin van artikel 4, lid 1, punt 11, van Richtlijn 2014/65/EU moet worden aangemerkt, indien aan de voorwaarden van lid 1, punten a), b) en c), van dit artikel is voldaan en op het tijdstip van de aankoop aan beide volgende voorwaarden is voldaan:</STRING></STRING></INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de deposant die moet worden aangemerkt als niet-professionele cliënt belegt niet meer dan een totaalbedrag van 10 % van zijn portefeuille van financiële instrumenten in de in dit lid bedoelde instrumenten;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het initiële beleggingsbedrag dat wordt belegd in een of meer instrumenten als bedoeld in dit lid, bedraagt ten minste 30 000 EUR.</STRING></STRING></ITEM></LIST></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De kredietinstelling draagt er zorg voor dat op het tijdstip van de aankoop aan de voorwaarden van de punten a) en b) van dit lid is voldaan, uitgaande van de door de niet-professionele cliënt overeenkomstig lid 3 verstrekte informatie.</STRING></STRING></P><P><NO.P>6 ter.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In aanmerking komende instrumenten als bedoeld in lid 6 bis die door de uitgevende kredietinstelling aan haar deposanten die als niet-professionele beleggers moeten worden aangemerkt, worden verkocht zonder aan de in dat lid gestelde voorwaarden te voldoen, tellen niet mee voor de eisen van artikel 45 sexies of 45 septies zolang die instrumenten worden aangehouden door de deposant aan wie zij zijn verkocht.</STRING></STRING></P><P><NO.P>6 quater.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In het kader van de beoordeling van de afwikkelbaarheid overeenkomstig de artikelen 15 en 16 monitoren de afwikkelingsautoriteiten jaarlijks voor groepen en voor specifieke instellingen de mate waarin niet-professionele beleggers in het bezit zijn van voor het MREL in aanmerking komende instrumenten en rapporteren zij de resultaten ten minste eenmaal per jaar aan de EBA.”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het volgende leden worden toegevoegd:</STRING></STRING><CITATION><P>“<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">7 bis. De lidstaten zijn niet verplicht de leden 6 bis en 6 ter van dit artikel toe te passen op in lid 6 bis bedoelde instrumenten die zijn uitgegeven vóór ... [12 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsrichtlijn].</STRING></STRING></P><P><NO.P>8.</NO.P>Uiterlijk … [PB in te voegen datum = 24 maanden ▌na de datum van inwerkingtreding van deze ▌richtlijn] brengt de EBA aan de Commissie verslag uit over de toepassing van dit artikel. In dat verslag worden de maatregelen die door de lidstaten zijn aangenomen om dit artikel na te leven, vergeleken, wordt hun doeltreffendheid bij de bescherming van niet-professionele beleggers geanalyseerd en wordt hun impact op grensoverschrijdende verrichtingen beoordeeld.</P><P>Op grond van dat verslag kan de Commissie een wetgevingsvoorstel tot wijziging van deze richtlijn indienen.”.</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>29)</NO.P>In artikel 45 wordt lid 1 vervangen door:<CITATION><P>“1. De lidstaten dragen er zorg voor dat de in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), genoemde instellingen en entiteiten te allen tijde voldoen aan de vereisten voor eigen vermogen en in aanmerking komende passiva indien vereist en zoals bepaald door de afwikkelingsautoriteit overeenkomstig dit artikel en de artikelen 45 bis tot en met 45 decies.”.</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>30)</NO.P>Artikel <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">45</STRING></STRING> ter wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>in de leden 4, 5 en 7 wordt het woord “MSI’s” vervangen door de woorden “MSI-entiteiten”;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>lid 8 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>in de eerste alinea wordt het woord “MSI’s” vervangen door de woorden “MSI-entiteiten”;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>in de tweede alinea, punt c), wordt het woord “MSI” vervangen door de woorden “MSI-entiteit”;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>iii)</NO.P>in de vierde alinea wordt het woord “MSI’s” vervangen door de woorden “MSI-entiteiten”;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>het volgende lid 10 wordt toegevoegd:<CITATION><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">“10. De afwikkelingsautoriteiten kunnen af te wikkelen entiteiten toestaan aan de in de leden 4, 5 en 7 bedoelde vereisten te voldoen met gebruikmaking van eigen vermogen of passiva als bedoeld in de leden 1 en 3 wanneer aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>voor entiteiten die MSI-entiteiten zijn of af te wikkelen entiteiten waarop artikel 45 quater, lid 5 of 6, van toepassing is, heeft de afwikkelingsautoriteit het in lid 4 van dit artikel bedoelde vereiste niet overeenkomstig de eerste alinea van dat lid verlaagd;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>de in lid 1 van dit artikel bedoelde passiva die niet voldoen aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 72 ter, lid 2, punt d), van Verordening (EU) nr. 575/2013, voldoen aan de voorwaarden van artikel 72 ter, lid 4, punten b) tot en met e), van die verordening.”.</ITEM></LIST></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>31)</NO.P>Artikel 45 quater wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>in lid 3, achtste alinea, worden de woorden “kritieke economische functies” vervangen door de woorden “kritieke functies”;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>lid 4 wordt vervangen door:<CITATION><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">“4. De EBA ontwikkelt ontwerpen van technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van de door afwikkelingsautoriteiten te gebruiken methode voor het ramen van het in artikel 104 bis bedoelde vereiste van Richtlijn 2013/36/EU en het gecombineerde buffervereiste voor:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>af te wikkelen entiteiten op het geconsolideerde niveau van de af te wikkelen groep, ingeval de af te wikkelen groep niet onderworpen is aan die vereisten uit hoofde van Richtlijn 2013/36/EU;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>entiteiten die zelf geen af te wikkelen entiteiten zijn, indien de entiteit niet onderworpen is aan die vereisten uit hoofde van Richtlijn 2013/36/EU op dezelfde basis als het vereiste als bedoeld in artikel 45 septies van deze <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">richtlijn</STRING></STRING>.</ITEM></LIST></P><P>De EBA dient die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk … [PB in te voegen datum = 12 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze wijziging van richtlijn] bij de Commissie in.</P><P>Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 vast te stellen.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>in lid 7, achtste alinea, worden de woorden “kritieke economische functies” vervangen door de woorden “kritieke functies”.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>32)</NO.P>Het volgende artikel 45 quater bis wordt ingevoegd:<CITATION><P>“<STRING ITALIC="on">Artikel 45 quater bis</STRING></P><P><STRING BOLD="on">Vaststelling van het minimumvereiste voor eigen vermogen en in aanmerking komende passiva voor overdrachtsstrategieën▌</STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">Bij de toepassing van artikel 45 quater op een af te wikkelen entiteit waarvan de voorkeursafwikkelingsstrategie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, op zichzelf staand of in combinatie met andere afwikkelingsinstrumenten,</STRING></STRING> ▌voorziet in het gebruik van het instrument van verkoop van de onderneming of het instrument van de overbruggingsinstelling ▌, stelt de afwikkelingsautoriteit het in artikel 45 quater, lid 3, bedoelde herkapitalisatiebedrag op evenredige wijze vast op basis van de volgende criteria, al naargelang het geval:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>de omvang, het bedrijfsmodel, het financieringsmodel en het risicoprofiel van de af te wikkelen entiteit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of, naargelang het geval, de omvang van het deel van de af te wikkelen entiteit ten aanzien waarvan het instrument van verkoop van de onderneming of het instrument van de overbruggingsinstelling wordt gebruikt;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>de aandelen, andere eigendomsinstrumenten, activa, rechten of passiva die moeten worden overgedragen aan een ontvanger zoals aangegeven in het afwikkelingsplan, rekening houdend met:</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>i)</SYMBOL>de kernactiviteiten en kritieke functies van de af te wikkelen entiteit;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>ii)</SYMBOL>de van bail-in uitgesloten passiva overeenkomstig artikel 44, lid 2;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>iii)</SYMBOL>de in de artikelen 73 tot en met 80 bedoelde vrijwaringsmaatregelen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>iii bis)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de verwachte vereisten voor de eigen middelen voor een eventuele overbruggingsinstellingen welke nodig kan zijn voor de uitvoering van de terugtrekking uit de markt van de af te wikkelen entiteit, om te waarborgen dat de overbruggingsinstelling voldoet aan Verordening (EU) nr. 575/2013, Richtlijn 2013/36/EU en Richtlijn 2014/65/EU, naargelang het geval;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>iii ter)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de verwachte eis van de ontvanger dat de transactie kapitaalneutraal moet zijn met betrekking tot de vereisten die van toepassing zijn op de overnemende entiteit;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>de verwachte waarde en verhandelbaarheid van de in punt b) bedoelde aandelen, andere eigendomsinstrumenten, activa, rechten of passiva van de afwikkelingsentiteit, rekening houdend met:</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>i)</SYMBOL>alle door de afwikkelingsautoriteit vastgestelde materiële belemmeringen voor de afwikkelbaarheid die ▌verband houden met de toepassing van het instrument van verkoop van de onderneming of het instrument van de overbruggingsinstelling;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>ii)</SYMBOL>de verliezen die voortvloeien uit de activa, rechten of passiva die in de resterende instelling zijn achtergebleven;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>ii bis)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een potentieel ongunstig marktklimaat op het moment van afwikkeling;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>d)</SYMBOL>of de voorkeursafwikkelingsstrategie voorziet in de overdracht van door de af te wikkelen entiteit uitgegeven aandelen of andere eigendomsinstrumenten, dan wel van alle of een deel van de activa, rechten en passiva van de af te wikkelen entiteit;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>e)</SYMBOL>of de voorkeursafwikkelingsstrategie voorziet in de toepassing van het instrument van afsplitsing van activa.</ITEM></LIST></P><P>▌</P><P><NO.P>3.</NO.P>De toepassing van lid 1 mag niet leiden tot een bedrag dat hoger is dan het bedrag dat voortvloeit uit de toepassing van artikel 45 quater, lid 3<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of tot een bedrag dat lager is dan 13,5 % van het totaal van de risicoposten, berekend overeenkomstig artikel 92, lid 3, van Verordening (EU) nr. 575/2013, en lager dan 5 % van de maatstaf voor de totale risicoblootstelling van de in lid 1 van dit artikel bedoelde betreffende entiteit, berekend overeenkomstig de artikelen 429 en 429 bis van Verordening (EU) nr. 575/2013</STRING></STRING>.”.</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>33)</NO.P>In artikel 45 quinquies, lid 1, wordt het inleidend gedeelte vervangen door:<CITATION><P>“Het in artikel 45, lid 1, bedoelde vereiste voor een af te wikkelen entiteit die een MSI-entiteit is, bestaat uit het volgende:”.</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>34)</NO.P>Artikel 45 sexies, lid 1, derde alinea, wordt vervangen door:<CITATION><P>“In afwijking van de eerste en tweede alinea van dit lid voldoen EU-moederondernemingen die zelf geen af te wikkelen entiteiten zijn, maar die dochterondernemingen van entiteiten van derde landen zijn, op geconsolideerde basis aan de in de artikelen 45 quater en 45 quinquies neergelegde vereisten.”.</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>35)</NO.P>Artikel 45 terdecies wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>in lid 1 wordt punt a) vervangen door:<CITATION><P>“a) hoe het overeenkomstig artikel 45 sexies of artikel 45 septies vastgestelde vereiste voor eigen vermogen en in aanmerking komende passiva op nationaal niveau ten uitvoer is gelegd, met inbegrip van artikel 45 quater bis, en met name of er tussen de lidstaten verschillen in de voor vergelijkbare entiteiten vastgestelde niveaus zijn;”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>in lid 3, tweede alinea, wordt de volgende zin ingevoegd:<CITATION><P>“De in lid 2 genoemde verplichtingen zal ophouden van toepassing te zijn nadat het tweede verslag is ingediend.”.</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>35 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In artikel 45 quater decies wordt het volgende lid ingevoegd:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“1 bis. In afwijking van artikel 45, lid 1, bepalen de afwikkelingsautoriteiten passende overgangsperioden voor instellingen of entiteiten als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) en d) om te voldoen aan de vereisten in artikel 45 sexies of artikel 45 septies of aan de vereisten in artikel 45 ter, lid 4, 5 of 7, indien instellingen of entiteiten als gevolg van de inwerkingtreding van [deze wijzigingsrichtlijn] aan die vereisten dienen te voldoen. Instellingen en entiteiten voldoen uiterlijk [vier jaar na de datum van toepassing van deze wijzigingsrichtlijn] aan de vereisten in artikel 45 sexies of artikel 45 septies of aan de vereisten die voortvloeien uit de toepassing van artikel 45 ter, lid 4, 5 of 7.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De afwikkelingsautoriteit bepaalt tussentijdse streefniveaus voor de vereisten in artikel 45 sexies of artikel 45 septies of voor de vereisten die voortvloeien uit de toepassing van artikel 45 ter, lid 4, 5 of 7, naargelang het geval, waaraan instellingen of entiteiten als bedoeld in de eerste alinea van dit lid uiterlijk [twee jaar na de datum van toepassing van deze wijzigingsrichtlijn] moeten voldoen. Die tussentijdse streefniveaus zorgen in het algemeen voor een lineaire opbouw van eigen fondsen en in aanmerking komende passiva naar het vereiste toe.</STRING></STRING></P><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0"><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De afwikkelingsautoriteit kan, indien naar behoren gerechtvaardigd en indien dit passend is op basis van de in lid 7 bedoelde criteria, voorzien in een overgangsperiode die verstrijkt na ... [vier jaar na de datum van toepassing van deze wijzigingsrichtlijn], waarbij zij rekening houdt met het volgende:</STRING></STRING></INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de ontwikkeling van de financiële situatie van de entiteit;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het vooruitzicht dat de entiteit in staat zal zijn binnen een redelijk tijdsbestek te voldoen aan de vereisten in artikel 45 sexies of artikel 45 septies of aan een vereiste dat voortvloeit uit de toepassing van artikel 45 ter, lid 4, 5 of 7; en</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de vraag of de entiteit in staat is te zorgen voor vervanging van passiva die niet langer voldoen aan de criteria om in aanmerking te komen of de criteria inzake looptijd, en indien niet, de vraag of dat onvermogen eigen aan de entiteit is, dan wel te wijten is aan marktbrede verstoring.”.</STRING></STRING></ITEM></LIST></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>36)</NO.P>In artikel 45 quaterdecies wordt lid 4 vervangen door:<CITATION><P>“4. De vereisten, bedoeld in artikel 45 ter, leden 4 en 7, alsmede in artikel 45 quater, leden 5 en 6, naargelang het geval, gelden niet binnen de periode van drie jaar die volgt op de datum waarop de af te wikkelen entiteit of de groep waartoe de af te wikkelen entiteit behoort, als MSI of niet-EU-MSI is aangemerkt, of de datum vanaf welke de af te wikkelen entiteit zich in de in artikel 45 quater, lid 5 of 6, bedoelde situatie bevindt.”.</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>37)</NO.P>In artikel 46, lid 2, wordt de eerste alinea vervangen door:<CITATION><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">“De in lid 1 van dit artikel bedoelde beoordeling stelt het bedrag vast waarmee de bail-inbare passiva moeten worden afgeschreven of omgezet:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>om de tier 1-kernkapitaalratio van de instelling in afwikkeling te herstellen of voorkomend de ratio van de overbruggingsinstelling vast te rekening houdend met een eventuele kapitaalinbreng door de financieringsregeling voor de afwikkeling overeenkomstig artikel 101, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lid</STRING></STRING> 1, punt d<STRING BOLD="on">)</STRING> van deze richtlijn;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>om voldoende marktvertrouwen in de instelling in afwikkeling of de overbruggingsinstelling te handhaven, rekening houdend met voorwaardelijke verplichtingen, en de instelling in afwikkeling in staat te stellen gedurende ten minste één jaar aan de vergunningsvoorwaarden te blijven voldoen en de werkzaamheden te blijven uitoefenen waarvoor haar overeenkomstig Richtlijn 2013/36/EU of Richtlijn 2014/65/EU vergunning is verleend.”.</ITEM></LIST></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>38)</NO.P>In artikel 47, lid 1, wordt punt b) i), vervangen door:<CITATION><P>“i)	relevante kapitaalinstrumenten en in aanmerking komende passiva die door de instelling zijn uitgegeven op grond van de in artikel 59, lid 2, bedoelde bevoegdheid; of”.</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>39)</NO.P>Artikel 52 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>in lid 1 wordt de volgende alinea toegevoegd:<CITATION><P>“In uitzonderlijke omstandigheden kan de afwikkelingsautoriteit de termijn van 1 maand voor de indiening van het bedrijfssaneringsplan met nog een maand verlengen.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>in lid 5 wordt de volgende alinea toegevoegd:<CITATION><P>“De afwikkelingsautoriteit kan van de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), vragen dat zij bijkomende elementen opneemt in het bedrijfssaneringsplan.”.</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>40)</NO.P>In artikel 53 wordt lid 3 vervangen door:<CITATION><P>“3. Indien een afwikkelingsautoriteit de hoofdsom of het uitstaande verschuldigde bedrag met betrekking tot een verplichting, met inbegrip van een verplichting die aanleiding geeft tot een boekhoudkundige voorziening, met gebruikmaking van de in artikel 63, lid 1, punt <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">e)</STRING></STRING>, bedoelde bevoegdheid tot nul verlaagt, dan worden die verplichting en eventuele verplichtingen of vorderingen die daaruit voortvloeien en die niet vorderbaar waren op het moment waarop de bevoegdheid werd uitgeoefend, als voldaan beschouwd voor alle doeleinden en kunnen zij niet worden ingebracht in het kader van eventuele latere procedures met betrekking tot de instelling in afwikkeling of een eventuele opvolgende entiteit bij een latere liquidatie.”.</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>41)</NO.P>Artikel 55 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>in lid 1 wordt punt b) vervangen door:<CITATION><P>“b) de aansprakelijkheid is geen deposito als bedoeld in artikel 108, lid 1, punten a) of b);”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>in lid 2 worden de vijfde en zesde alinea vervangen door:<CITATION><P>“Indien de afwikkelingsautoriteit, wanneer zij overeenkomstig de artikelen 15 en 16 de afwikkelbaarheid van een instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), beoordeelt, of op ongeacht welk ander tijdstip vaststelt dat binnen een categorie verplichtingen die in aanmerking komende passiva omvat, het bedrag aan passiva zonder het in lid 1 van dit artikel bedoelde contractueel beding, samen met de passiva die zijn uitgesloten van de toepassing van het instrument van bail-in overeenkomstig artikel 44, lid 2, of die waarschijnlijk zullen worden uitgesloten overeenkomstig artikel 44, lid 3, meer bedraagt dan 10 % van die categorie, beoordeelt zij onmiddellijk welke gevolgen dit bijzondere feit heeft voor de afwikkelbaarheid van die instelling of entiteit, onder meer de gevolgen voor de afwikkelbaarheid die voortvloeien uit het risico op inbreuken op de in artikel 73 geregelde waarborgen voor schuldeisers bij de uitoefening van afschrijvings- en omzettingsbevoegdheden op in aanmerking komende passiva.</P><P>Indien de afwikkelingsautoriteit op basis van de in de vijfde alinea van de in dit lid bedoelde beoordeling concludeert dat de passiva die niet de in de lid 1 van dit artikel bedoelde contractuele bepaling bevatten, een substantiële belemmering voor de afwikkelbaarheid vormen, past zij de in artikel 17 bepaalde bevoegdheden zodanig toe dat de belemmering voor de afwikkelbaarheid wordt weggenomen.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het volgende lid wordt ingevoegd:</STRING></STRING><CITATION><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0"><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“2 bis. Instellingen of entiteiten als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d) brengen jaarlijks verslag uit aan de afwikkelingsautoriteit over het volgende:</STRING></STRING></INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het totale uitstaande bedrag van alle passiva die onder het recht van een derde land vallen;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor de in punt a) bedoelde bestanddelen:</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>i)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">hun samenstelling, waaronder hun looptijdprofiel;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>ii)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">hun rang in normale insolventieprocedures;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>iii)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of de passiva uitgesloten zijn op grond van artikel 44, lid 2;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>iv)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of het overeenkomstig lid 1 vereiste beding in de contractuele bepalingen is opgenomen;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>v)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">indien is vastgesteld dat het juridisch of anderszins onuitvoerbaar is om de contractuele erkenning van de bail-inclausule overeenkomstig lid 2 op te nemen, de categorie van de passiva overeenkomstig lid 7.</STRING></STRING></ITEM></LIST></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien instellingen en entiteiten deel uitmaken van een af te wikkelen groep, zal de af te wikkelen entiteit het verslag opstellen met betrekking tot de af te wikkelen groep, voor zover vereist op grond van lid 1, tweede en derde alinea.”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het volgende lid wordt toegevoegd:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“8 bis. De EBA stelt ontwerpen van technische uitvoeringsnormen op tot nadere bepaling van eenvormige formats en modellen voor de kennisgeving aan de afwikkelingsautoriteiten zoals bedoeld in lid 2 bis.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De EBA dient deze ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk [één jaar na de datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsrichtlijn] in bij de Commissie.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie wordt de bevoegdheid verleend om de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.”.</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>42)</NO.P>Artikel 59 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>in lid 3 wordt punt e) vervangen door:<CITATION><P>“e) buitengewone openbare financiële steun wordt vereist door de in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), genoemde instelling of entiteit tenzij die steun wordt verleend in een van de in <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel 32 quater</STRING></STRING> bedoelde vormen.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>in lid 4 wordt punt b) vervangen door:<CITATION><P>“b) gezien het tijdsbestek, de noodzaak om de bevoegdheden tot afschrijving en omzetting of de afwikkelingsstrategie voor de af te wikkelen groep effectief uit te voeren en andere ter zake doende omstandigheden, valt redelijkerwijze niet te verwachten dat een andere maatregel, inclusief alternatieve maatregelen van de particuliere sector, maatregelen van een toezichthouder of vroegtijdige-interventiemaatregelen, dan de afschrijving of omzetting van de kapitaalinstrumenten en in aanmerking komende passiva als bedoeld in lid 1 bis, het falen van de in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), genoemde instelling of entiteit binnen een redelijk tijdsbestek zou voorkomen.”.</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>43)</NO.P>Artikel 63 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>lid 1 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>punt m) wordt vervangen door:<CITATION><P>“m) de bevoegdheid om de bevoegde autoriteit opdracht te geven de verwerver van een gekwalificeerde deelneming tijdig en in afwijking van de in artikel 22 van Richtlijn 2013/36/EU en in artikel 12 van Richtlijn 2014/65/EU vastgestelde termijnen te beoordelen;”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>het volgende punt n) wordt ingevoegd:<CITATION><P>“n) de bevoegdheid om verzoeken te doen krachtens artikel 17, lid 5<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> van Verordening (EU) nr. 596/2014 namens de instelling in afwikkeling.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>in lid 2 wordt punt a) vervangen door:<CITATION><P>“a) behoudens artikel 3, lid 6, en artikel 85, lid 1, vereisten om de goedkeuring of toestemming van een publieke of privépersoon, met inbegrip van aandeelhouders of schuldeisers van de instelling in afwikkeling en de bevoegde autoriteiten voor de toepassing van de artikelen 22 tot en met 27 van Richtlijn 2013/36/EU, te verkrijgen;”.</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>44)</NO.P>Artikel 71 bis, lid 3, wordt vervangen door:<CITATION><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">“3. Lid 1 is van toepassing op elk financieel contract dat voldoet aan het volgende:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>het contract creëert een nieuwe verplichting, of verandert een bestaande verplichting wezenlijk na de inwerkingtreding van de bepalingen die op nationaal niveau zijn vastgesteld tot omzetting van dit artikel;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>het contract voorziet in de uitoefening van een of meer beëindigingsrechten of rechten tot tenuitvoerlegging van zekerheidsrechten waarop de artikelen 33 bis, 68, 69, 70 of 71 van toepassing zouden zijn indien het financiële contract onder de wetgeving van een lidstaat zou vallen.”.</ITEM></LIST></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>45)</NO.P>In artikel 74, lid 3, wordt het volgende punt d) ingevoegd:<CITATION><P>“d) bij het bepalen van de verliezen die het depositogarantiestelsel zou hebben geleden indien de instelling volgens een normale insolventieprocedure zou zijn geliquideerd, worden de criteria en methodologie toegepast als bedoeld in artikel 11 sexies van Richtlijn 2014/49/EU en in elke gedelegeerde handeling die overeenkomstig dat artikel is vastgesteld.”.</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>45 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In artikel 84 wordt het volgende lid ingevoegd:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“6 bis. Dit artikel vormt geen beletsel voor de uitwisseling van informatie tussen afwikkelingsautoriteiten en belastingautoriteiten in dezelfde lidstaat, voor zover de nationale wetgeving van die lidstaat in die uitwisseling voorziet. Indien die informatie afkomstig is uit een andere lidstaat, wordt deze alleen bekendgemaakt met de uitdrukkelijke instemming van de betreffende autoriteit die de informatie heeft verstrekt.”.</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>46)</NO.P>In artikel 88 wordt het volgende lid 6 bis ingevoegd:<CITATION><P>“6 bis. Om de taken als bedoeld in de artikelen 10, lid 1, 15, lid 1<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> en 17, lid 1, te vergemakkelijken en alle relevante informatie uit te wisselen, stelt de afwikkelingsautoriteit van een instelling met belangrijke bijkantoren in andere lidstaten een afwikkelingscollege samen en zit zij dit voor.</P><P>De afwikkelingsautoriteit van de in de eerste alinea genoemde instelling beslist welke autoriteiten deelnemen aan een vergadering of activiteit van het afwikkelingscollege, rekening houdend met de relevantie van de voor die autoriteiten te plannen of coördineren activiteit, met name de potentiële impact op de stabiliteit van het financiële systeem in de betrokken lidstaten de in de eerste alinea genoemde taken.</P><P>De afwikkelingsautoriteit van de in de eerste alinea genoemde instelling houdt alle leden van het afwikkelingscollege college volledig en vooraf op de hoogte over het beleggen van vergaderingen, de voornaamste agendapunten en de in overweging te nemen activiteiten. De afwikkelingsautoriteit van de in de eerste alinea genoemde instelling houdt ook alle leden van het college tijdig en volledig op de hoogte over de acties of maatregelen die in die bijeenkomsten ondernomen of uitgevoerd worden.”.</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>46 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aan artikel 90 wordt het volgende lid toegevoegd:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“4 bis. Artikel 84 vormt geen beletsel voor de uitwisseling van informatie tussen afwikkelingsautoriteiten en belastingautoriteiten in dezelfde lidstaat, voor zover de nationale wetgeving van die lidstaat in die uitwisseling voorziet. Indien die informatie afkomstig is uit een andere lidstaat, wordt deze alleen bekendgemaakt met de uitdrukkelijke instemming van de betreffende autoriteit die de informatie heeft verstrekt.”.</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>47)</NO.P>Artikel 91 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>lid 1 wordt vervangen door:<CITATION><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">“1. Indien een afwikkelingsautoriteit besluit dat een instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), die een dochteronderneming in een groep is, voldoet aan de in de artikelen 32 of 33 gestelde voorwaarden, stelt de autoriteit de afwikkelingsautoriteit op groepsniveau, indien deze verschillend is, de consoliderende toezichthouder en de leden van het afwikkelingscollege voor de groep in kwestie onverwijld in kennis van de volgende informatie:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>de beslissing dat de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), voldoet aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 32, lid 1, punten a) en b), of in artikel 33, lid 1 of 2<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> indien van toepassing, of aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 33, lid 4;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>het resultaat van de beoordeling van de voorwaarde als bedoeld in artikel 32, lid 1, punt c);</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>de afwikkelingsmaatregelen of insolventiemaatregelen die de afwikkelingsautoriteit passend acht voor die instelling of entiteit.</ITEM></LIST></P><P>De in de eerste alinea genoemde informatie kan worden opgenomen in de kennisgevingen die krachtens artikel 81, lid 3) zijn meegedeeld aan de in de eerste alinea van dit lid genoemde adressaten.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>in lid 7 wordt de tweede alinea vervangen door:<CITATION><P>“Op verzoek van een afwikkelingsautoriteit kan de EBA overeenkomstig artikel 31, lid 2, punt c), van Verordening (EU) nr. 1093/2010 de afwikkelingsautoriteiten bijstaan bij het bereiken van een gezamenlijk besluit.”.</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>48)</NO.P>In artikel 92, lid 3, wordt de tweede alinea vervangen door:<CITATION><P>“Op verzoek van een afwikkelingsautoriteit kan de EBA overeenkomstig artikel 31, lid 2, punt c), van Verordening (EU) nr. 1093/2010 de afwikkelingsautoriteiten bijstaan bij het bereiken van een gezamenlijk besluit.”.</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>49)</NO.P>In artikel 97 wordt lid 4 vervangen door:<CITATION><P>“4. Afwikkelingsautoriteiten sluiten indien passend niet-bindende samenwerkingsregelingen met de in lid 2 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van dit artikel</STRING></STRING> genoemde bevoegde autoriteiten in derde landen. Die regelingen stemmen overeen met de EBA-kaderovereenkomst.</P><P>De bevoegde autoriteiten sluiten indien passend niet-bindende samenwerkingsregelingen met de in lid 2 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van dit artikel</STRING></STRING> genoemde bevoegde autoriteiten in derde landen. Die regelingen stemmen overeen met de EBA-kaderovereenkomst en waarborgen dat de informatie die aan de autoriteiten in derde landen openbaar worden gemaakt, onderworpen is aan een garantie dat vereisten inzake het beroepsgeheim worden nagekomen die ten minste gelijkwaardig zijn met de vereisten als bedoeld in artikel <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">84</STRING></STRING>.”.</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>50)</NO.P>In artikel 98 wordt lid 1 als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de inleidende zin wordt vervangen door:<CITATION><P>“De lidstaten dragen er zorg voor dat afwikkelingsautoriteiten en bevoegde ministeries alleen vertrouwelijke informatie, met inbegrip van herstelplannen, met betrokken autoriteiten van derde landen uitwisselen indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de volgende tweede en derde alinea worden toegevoegd:<CITATION><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">“De lidstaten dragen er zorg voor dat bevoegde autoriteiten alleen vertrouwelijke informatie met betrokken autoriteiten van derde landen uitwisselen indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>in verband met herstel- en afwikkelingsgerelateerde informatie, de in de eerste alinea genoemde voorwaarden;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>in verband met andere informatie die beschikbaar is voor de bevoegde autoriteiten, de voorwaarden als bedoeld in artikel 55 van Richtlijn 2013/36/EU.</ITEM></LIST></P><P>Voor de toepassing van de tweede alinea omvat herstel- en afwikkelingsgerelateerde informatie alle informatie die rechtstreeks verband houdt met de taken van bevoegde autoriteiten in hoofde van deze richtlijn, met name herstelplanning en herstelplannen, vroegtijdige-interventiemaatregelen en uitwisselingen met afwikkelingsautoriteiten betreffende afwikkelingsplanning, afwikkelingsplannen en afwikkelingsmaatregelen.”.</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>51)</NO.P>In artikel 101 wordt lid 2 vervangen door:<CITATION><P>“2. Indien de afwikkelingsautoriteit bepaalt dat het gebruik van een financieringsregeling voor de afwikkeling voor de in lid 1 van dit artikel bedoelde doeleinden er waarschijnlijk zal toe leiden dat een deel van de verliezen van een instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punt b), c) of d), ondergebracht wordt in de financieringsregeling voor de afwikkeling, gelden de beginselen betreffende het gebruik van de bij artikel 44 vastgestelde financieringsregeling voor de afwikkeling.”.</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>52)</NO.P>In artikel 102, lid 3, wordt de eerste alinea vervangen door:<CITATION><P>“Indien de beschikbare financiële middelen na de in lid 1 van dit artikel bedoelde initiële termijn dalen tot onder het in dat lid vermelde streefbedrag, worden opnieuw overeenkomstig artikel 103 normale bijdragen geïnd totdat het streefbedrag is bereikt. Afwikkelingsautoriteiten kunnen de inning van de overeenkomstig artikel 103 geïnde regelmatige bijdragen gedurende <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">maximaal drie jaar</STRING></STRING> uitstellen indien het te innen bedrag een bedrag bereikt dat in verhouding staat tot de kosten van het inningsproces, mits dit uitstel geen wezenlijke gevolgen heeft voor het vermogen van de afwikkelingsautoriteit om de financieringsregelingen voor de afwikkeling overeenkomstig artikel 101 te gebruiken. Deze bijdragen worden vastgesteld op een niveau waarbij het mogelijk wordt gemaakt dat het streefbedrag binnen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vier</STRING></STRING> jaar kan worden bereikt nadat het streefbedrag voor het eerst is bereikt en indien de beschikbare financiële middelen vervolgens zijn teruggebracht tot minder dan twee derde van het streefbedrag.”.</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>53)</NO.P>Artikel 103 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>lid 3 wordt vervangen door:<CITATION><P>“3. De in aanmerking te nemen beschikbare financiële middelen om het in artikel 102 vermelde streefbedrag te bereiken, kunnen ook niet-herroepbare betalingstoezeggingen omvatten die volledig zijn gedekt door zekerheden of activa met een laag risico die niet met rechten van derden zijn bezwaard, waarover vrij kan worden beschikt en waarvan uitsluitend gebruik kan worden gemaakt door de afwikkelingsautoriteiten voor de in artikel 101, lid 1, genoemde doeleinden. Het aandeel van onherroepelijke betalingstoezeggingen is niet hoger dan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">30</STRING></STRING> % van het totaalbedrag dat overeenkomstig dit artikel wordt geïnd. Binnen dat maximum bepaalt de afwikkelingsautoriteit jaarlijks het aandeel van de onherroepelijke betalingstoezeggingen in het totale bedrag van de overeenkomstig dit artikel te heffen bijdragen.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het volgende lid 3 bis wordt ingevoegd:<CITATION><P>“3 bis. De afwikkelingsautoriteit vraagt de overeenkomstig lid 3 van dit artikel gedane onherroepelijke betalingstoezeggingen op wanneer het gebruik van de financieringsregelingen voor de afwikkeling overeenkomstig artikel 101 noodzakelijk is.</P><P>Indien een entiteit ophoudt onder het toepassingsgebied van artikel 1 te vallen en niet langer verplicht is bijdragen te betalen overeenkomstig lid 1 van dit artikel, vraagt de afwikkelingsautoriteit de onherroepelijke betalingsverplichtingen die krachtens lid 3 zijn gedaan en nog steeds verschuldigd zijn, op. Indien de aan de onherroepelijke betalingstoezegging verbonden bijdrage op eerste verzoek naar behoren wordt betaald, annuleert de afwikkelingsautoriteit de verplichting en geeft hij de zekerheid terug. Indien de bijdrage bij de eerste afroep niet naar behoren wordt betaald, legt de afwikkelingsautoriteit beslag op de zekerheid en annuleert hij de toezegging.”.</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>54)</NO.P>In artikel 104, lid 1, wordt de tweede alinea vervangen door:<CITATION><P>“Buitengewone achteraf te betalen bijdragen bedragen niet meer dan drie keer 12,5 % van het in artikel 102 vermelde streefbedrag.”.</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>55)</NO.P>Artikel 108 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>lid 1 wordt vervangen door:<CITATION><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">“1. De lidstaten dragen er zorg voor dat in hun nationale wetgeving inzake normale insolventieprocedures<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">:</STRING></STRING></INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>de volgende onderdelen dezelfde rangorde hebben die hoger is dan de rangorde van vorderingen van gewone concurrente schuldeisers:</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>i)</SYMBOL>	deposito’s <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">die zijn uitgesloten van dekking krachtens artikel 5 van Richtlijn 2014/49/EU</STRING></STRING>;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>ii)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het gedeelte van in aanmerking komende deposito’s van juridische entiteiten die geen kleine, middelgrote en micro-ondernemingen zijn, dat het in artikel 6 van Richtlijn 2014/49/EU bepaalde dekkingsniveau overschrijdt;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>iii)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het gedeelte van in aanmerking komende deposito’s van centrale en regionale overheden dat het in artikel 6 van Richtlijn 2014/49/EU bepaalde dekkingsniveau overschrijdt;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>iv)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het gedeelte van deposito’s van rechtspersonen die geen kleine, middelgrote of micro-ondernemingen zijn en die in aanmerking komende deposito’s zouden zijn indien zij niet zouden zijn</STRING></STRING> gedaan via dochterondernemingen gelegen buiten de Unie van instellingen die gevestigd zijn in de Unie, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">dat het in artikel 6 van Richtlijn 2014/49/EU</STRING></STRING> bepaalde dekkingsniveau overschrijdt;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de volgende onderdelen dezelfde rangorde hebben die hoger is dan de rangorde van punt a):</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>i)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gedekte deposito’s;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>ii)</SYMBOL>depositogarantiestelsels <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor hun vordering op grond van artikel 9, lid 2, van Richtlijn 2014/49/EU</STRING></STRING>;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>iii)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">andere in aanmerking komende deposito’s dan die genoemd in punt a), ii) en iii); alsmede</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>iv)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">andere dan de in punt a), iv), genoemde deposito’s die in aanmerking komende deposito’s zouden zijn indien zij niet zouden zijn gedaan via dochterondernemingen gelegen buiten de Unie van instellingen die gevestigd zijn in de Unie.”;</STRING></STRING></ITEM></LIST></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de volgende leden 8 en 9 worden ingevoegd:<CITATION><P>“8. Indien de in artikel 37, lid 3, punt a) of b), bedoelde afwikkelingsinstrumenten worden gebruikt om slechts een deel van de activa, rechten of passiva van de instelling in afwikkeling over te dragen, heeft de financieringsregeling voor de afwikkeling een vordering op de resterende instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten b), c) of d), voor alle kosten en verliezen die door de financieringsregeling voor de afwikkeling zijn gedragen als gevolg van eventuele bijdragen aan de afwikkeling overeenkomstig artikel 101, lid 1<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> in verband met verliezen die crediteuren anders zouden hebben gedragen.</P><P><NO.P>9.</NO.P>De lidstaten dragen er zorg voor dat de vorderingen van de financieringsregeling voor de afwikkeling als bedoeld in lid 8 van dit artikel en in artikel 37, lid 7, in hun nationale wetgeving inzake normale insolventieprocedures een voorkeursrangorde hebben die hoger is dan de rangorde die is voorzien voor de vorderingen van deposito’s en van depositogarantiestelsels in hoofde van lid 1 van dit artikel.”.</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>56)</NO.P>Artikel 109 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>leden 1 en 2 worden vervangen door:<CITATION><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">“1. De lidstaten dragen er zorg voor dat, wanneer de afwikkelingsautoriteiten afwikkelingsmaatregelen met betrekking tot een kredietinstelling nemen, en mits die maatregelen garanderen dat deposanten toegang blijven hebben tot hun deposito’s, ▌het depositogarantiestelsel waarbij die kredietinstelling is aangesloten, de volgende bedragen bijdraagt:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>indien het instrument van bail-in wordt toegepast, onafhankelijk of in combinatie met het instrument van afsplitsing van activa, het bedrag waarmee gedekte deposito’s zouden zijn afgeschreven of omgezet om de verliezen te absorberen en de instelling in afwikkeling te herkapitaliseren in hoofde van artikel 46, lid 1, deposito’s had gedekt die waren opgenomen in de reikwijdte van bail-in;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>indien het instrument van verkoop van onderneming of het instrument van de overbruggingsinstelling worden toegepast, onafhankelijk of in combinatie met andere afwikkelingsinstrumenten:</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>i)</SYMBOL>het bedrag dat noodzakelijk is om het verschil te dekken tussen de waarde van de gedekte deposito’s en van de passiva met dezelfde of een hogere voorkeursrangorde dan deposito’s en de waarde van de activa van de instelling in afwikkeling die moeten worden overgedragen aan een ontvanger; alsmede</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>ii)</SYMBOL>indien van toepassing, een bedrag dat noodzakelijk is om de kapitaalneutraliteit van de ontvanger na de overdracht te waarborgen.</ITEM></LIST></P><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">In de gevallen genoemd in de eerste alinea, punt b), waarbij de overdracht naar de ontvanger deposito’s omvat die geen gedekte deposito’s of andere bail-inbare passiva zijn en de afwikkelingsautoriteit beoordeelt dat omstandigheden als bedoeld in artikel 44, lid 3, van toepassing zijn op die deposito’s of passiva, draagt het depositogarantiestelsel het volgende bij:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>het bedrag dat noodzakelijk is om het verschil te dekken tussen de waarde van de deposito’s, met inbegrip van deposito’s die niet gedekt zijn, en van de passiva met dezelfde of een hogere voorkeursrangorde dan deposito’s en de waarde van de activa van de instelling in afwikkeling die moeten worden overgedragen aan een ontvanger; alsmede</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>indien van toepassing, een bedrag dat noodzakelijk is om de kapitaalneutraliteit van de overdracht voor de ontvanger te waarborgen.</ITEM></LIST></P><P>De lidstaten dragen er zorg voor dat, zodra het depositogarantiestelsel een bijdrage heeft gedaan in de gevallen als bedoeld in de tweede alinea, de instelling in afwikkeling zich onthoudt van het verwerven van belangen in andere ondernemingen alsmede uitkeringen in verband met tier 1-kapitaal of betalingen op aanvullende tier 1-instrumenten, of van andere activiteiten die kunnen leiden tot een uitstroom van fondsen.</P><P>In alle gevallen mogen de kosten van de bijdrage van het depositogarantiestelsel niet groter zijn dan de kosten van de terugbetaling van deposanten zoals berekend door het depositogarantiestelsel in hoofde van artikel 11 sexies van Richtlijn 2014/49/EU.</P><P>Indien bij een waardering uit hoofde van artikel 74 wordt vastgesteld dat de kosten van de bijdrage van het depositogarantiestelsel aan de afwikkeling groter was dan de verliezen die het zou hebben geleden, indien de instelling zou zijn afgewikkeld op grond van een normale insolventieprocedure, heeft het depositogarantiestelsel recht op de betaling van het verschil met de financieringsregeling voor de afwikkeling overeenkomstig artikel 75.</P><P><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten dragen er zorg voor dat de afwikkelingsautoriteit het bedrag van de bijdrage van het depositogarantiestelsel bepaalt in overeenstemming met lid 1 na raadpleging van het depositogarantiestelsel over de geraamde kosten van terugbetaling aan deposanten overeenkomstig artikel 11 sexies van Richtlijn 2014/49/EU en met inachtneming van de voorwaarden als bedoeld in artikel 36 van deze <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">richtlijn</STRING></STRING>.</P><P>De afwikkelingsautoriteit deelt haar in de eerste alinea genoemde beslissing mee aan het depositogarantiestelsel waarbij de instelling is aangesloten. Het depositogarantiestelsel voert dat besluit onverwijld uit.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de volgende leden 2 bis en 2 ter worden ingevoegd:<CITATION><P>“2 bis. Indien de fondsen van het depositogarantiestelsel worden gebruikt overeenkomstig lid 1, eerste alinea, punt a), om bij te dragen tot de herkapitalisatie van de instelling in afwikkeling, dragen de lidstaten er zorg voor dat het depositogarantiestelsel zijn deelnemingen van aandelen of andere kapitaalinstrumenten in de instelling in afwikkeling zo snel als de commerciële en financiële omstandigheden het toelaten, overdraagt aan de particuliere sector.</P><P>De lidstaten dragen er zorg voor dat het depositogarantiestelsel de aandelen en andere in de eerste alinea genoemde kapitaalinstrumenten openlijk en op transparante wijze verkoopt en dat de verkoop ze niet verkeerd voorstelt of geen aanleiding geeft tot discriminatie tussen potentiële kopers. Een dergelijke verkoop vindt plaats onder commerciële voorwaarden.</P><P><NO.P>2 ter.</NO.P>De bijdrage van het depositogarantiestelsel krachtens lid 1, tweede alinea, telt mee voor de drempels die zijn vastgelegd in artikel 44, lid 5, punt a), en in artikel 44, lid 8, punt a).</P><P>Indien het gebruik van het depositogarantiestelsel krachtens lid 1, tweede alinea, samen met de bijdrage tot verliesabsorptie en herkapitalisatie die wordt gedaan door de aandeelhouders en de houders van andere instrumenten van eigendom, de houders van relevante kapitaalinstrumenten en andere bail-inbare passiva, het gebruik van de financieringsregeling voor de afwikkeling mogelijk maakt, is de bijdrage van het depositogarantiestelsel beperkt tot het bedrag dat noodzakelijk is om de drempels te halen die zijn vastgelegd in artikel 44, lid 5, punt a), en in artikel 44, lid 8, punt a). Na de bijdrage van het depositogarantiestelsel wordt de financieringsregeling voor de afwikkeling gebruikt overeenkomstig de beginselen die van toepassing zijn op het gebruik van de financieringsregeling voor de afwikkeling als bedoeld in de artikelen 44 en 101.</P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In afwijking van de beperking van bijdragen van het depositogarantiestelsel op grond van de tweede alinea van dit lid is indien aan de voorwaarden van artikel 44, lid 7, is voldaan een aanvullende bijdrage van het depositogarantiestelsel vereist. Die aanvullende bijdrage is gelijk aan het bedrag dat door de afwikkelingsfinancieringsregeling wordt bijgedragen boven de in artikel 44, lid 5, punt b) bepaalde limiet van 5 %, vermenigvuldigd met het aandeel van gedekte deposito’s als deel van de totale passiva in de reikwijdte van de overdracht.</STRING></STRING></P><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">De eerste en tweede alinea zullen evenwel niet van toepassing zijn op instellingen die <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voldoen aan tenminste één van de volgende voorwaarden:</STRING></STRING></INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de instelling is</STRING></STRING> geïdentificeerd als <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een entiteit</STRING></STRING> in liquidatie in het groepsafwikkelingsplan of in het afwikkelingsplan;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de instelling heeft binnen de periode van vier jaar eindigend 6 maanden vóór de vaststelling van het falen of waarschijnlijk zullen falen overeenkomstig artikel 32, lid 1, punt a) in vier kwartelen niet voldaan aan haar tussentijdse of definitieve MREL-streefbedrag, naargelang het geval. Bij de periode van vier jaar wordt geen rekening gehouden met de twee opeenvolgende kwartalen onmiddellijk voorafgaand aan die vaststelling van het falen of waarschijnlijk zullen falen.”;</STRING></STRING></ITEM></LIST></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>lid 3 wordt geschrapt;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>in lid 5 worden de tweede en de derde alinea geschrapt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>57)</NO.P>In artikel 111, lid 1, wordt het volgende punt e) toegevoegd:<CITATION><P>“e) niet voldoen aan het minimumvereiste voor eigen fondsen en in aanmerking komende passiva als bedoeld in artikel 45 sexies of 45 septies.”.</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>58)</NO.P>Artikel 128 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de titel wordt vervangen door:<CITATION><P>“<STRING BOLD="on">Samenwerking en informatie-uitwisseling tussen instellingen en autoriteiten</STRING>”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het volgende lid wordt toegevoegd:<CITATION><P>“De afwikkelingsautoriteiten, de bevoegde autoriteiten, de EBA, de gemeenschappelijke afwikkelingsraad, de ECB en andere leden van het Europees Stelsel van centrale banken verstrekken de Commissie, op haar verzoek en binnen het gespecificeerde tijdsbestek, alle informatie die noodzakelijk is voor de uitvoering van haar taken inzake beleidsontwikkeling, met inbegrip van de uitvoering van effectbeoordelingen, de voorbereiding van wetgevingsvoorstellen en de deelname aan het wetgevingsproces. De Commissie en de personeelsleden van de Commissie moeten de vereisten van het beroepsgeheim naleven die zijn vastgelegd in artikel 88 van Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad* met inachtneming van de ontvangen informatie.”.</P><P>______________________________</P><P>* Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 (PB L 225 van 30.7.2014, blz. 1).</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>59)</NO.P>Het volgende artikel 128 bis wordt ingevoegd:<CITATION><P><STRING ITALIC="on">“Artikel 128 bis</STRING></P><P><STRING BOLD="on">Crisisbeheerssimulaties</STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">De EBA coördineert regelmatige Uniebrede oefeningen om de toepassing van deze richtlijn, Verordening (EU) nr. 806/2014 en Richtlijn 2014/49/EU te testen in grensoverschrijdende situaties op de volgende aspecten:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>samenwerking van de bevoegde autoriteiten tijdens herstelplanning;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>samenwerking tussen afwikkelingsautoriteiten en bevoegde autoriteiten vóór de faling en tijdens de afwikkeling van financiële instellingen, ook bij de uitvoering van afwikkelingsregelingen die zijn aangenomen in hoofde van artikel 18 van Verordening (EU) nr. 806/2014.</ITEM></LIST></P><P><NO.P>2.</NO.P>De EBA produceert een verslag waarin de voornaamste bevindingen en conclusies van de oefeningen worden uiteengezet. Dit verslag wordt openbaar gemaakt.”.</P></CITATION></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART><STRING ITALIC="on">Artikel 2</STRING></TI.ART><STI.ART><STRING BOLD="on">Omzetting</STRING></STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten dragen er zorg voor dat de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die nodig zijn om aan deze richtlijn te voldoen, uiterlijk … [PB: gelieve de datum 18 maanden na de inwerkingtreding van deze wijziging van richtlijn in te vullen] worden vastgesteld en bekendgemaakt. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onmiddellijk mee.</PARAG><PARAG>Zij passen die bepalingen toe met ingang van … [PB: gelieve de datum 1 dag na de omzettingsdatum van deze wijziging van richtlijn in te vullen].</PARAG><PARAG>Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking ervan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART><STRING ITALIC="on">Artikel 3</STRING></TI.ART><STI.ART><STRING BOLD="on">Inwerkingtreding</STRING></STI.ART><PARAG>Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING>.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART><STRING ITALIC="on">Artikel 4</STRING></TI.ART><STI.ART><STRING BOLD="on">Adressaten</STRING></STI.ART><PARAG>Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><SIGNATURE><P>Gedaan te …,</P><P><STRING ITALIC="on">Voor het Europees Parlement	Voor de Raad</STRING></P><P><STRING ITALIC="on">De voorzitter	De voorzitter</STRING></P></SIGNATURE></DISPOSITIF></TEXT></TCONSOLID></TXTLST></SDOCTA>