<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0328</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Omvang van depositobescherming, gebruik van de middelen van depositogarantiestelsels, grensoverschrijdende samenwerking en transparantie (DGSD2)</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0154/2024 - Rapporteur: Kira Marie Peter‑Hansen)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 24 april 2024 over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2014/49/EU betreffende de omvang van depositobescherming, het gebruik van de middelen van depositogarantiestelsels, grensoverschrijdende samenwerking en transparantie (COM(2023)0228 – C9-0133/2023 – 2023/0115(COD))</STRING></TI><NOTE>(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)</NOTE><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2023)0228),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 294, lid 2, en artikel 53, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C9‑0133/2023),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Europese Centrale Bank van 5 juli 2023<FOOTNOTE><FIELD>PB C 307 van 31.8.2023, blz. 19.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 59 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken (A9-0154/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST><TXTLST><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TC1-COD(2023)0115</STRING></IDENT><TCONSOLID><TI><STRING BOLD="on">Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 24 april 2024 met het oog op de vaststelling van Richtlijn (EU) 2024/... van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2014/49/EU betreffende de omvang van depositobescherming, het gebruik van de middelen van depositogarantiestelsels, grensoverschrijdende samenwerking en transparantie</STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">*</STRING>De wijzigingen in de tekst zijn het gevolg van de aanneming van amendement 1. Nieuwe of vervangende tekst staat in vet en cursief, schrappingen zijn met het symbool ▐ aangegeven.</FIELD></FOOTNOTE><BRK/></TI><NOTE>(Voor de EER relevante tekst)</NOTE><TEXT><PREAMBLE><PRINIT>HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,</PRINIT><GRVISA><VISA><P>Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 53, lid 1,</P></VISA><VISA><P>Gezien het voorstel van de Europese Commissie,</P></VISA><VISA><P>Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,</P></VISA><VISA><P>Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité<FOOTNOTE><FIELD>PB C […] van […], blz. […].</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P>Gezien het advies van het Comité van de Regio’s<FOOTNOTE><FIELD>PB C […] van […], blz. […].</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P>Gezien het advies van de Europese Centrale Bank<FOOTNOTE><FIELD>PB C […] van […], blz. […].</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P>Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><GRCINIT>Overwegende hetgeen volgt:</GRCINIT><CONS><P><NO.P>(1)</NO.P>Overeenkomstig artikel 19, leden 5 en 6, van Richtlijn 2014/49/EU van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2014/49/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 inzake de depositogarantiestelsels (herschikking) (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 149).</FIELD></FOOTNOTE> heeft de Commissie de toepassing en het toepassingsgebied van die richtlijn beoordeeld en is zij tot de conclusie gekomen dat de doelstelling van bescherming van deposanten in de Unie door de oprichting van depositogarantiestelsels (DSG) grotendeels is bereikt. De Commissie is echter ook tot de conclusie gekomen dat de resterende hiaten in de bescherming van deposanten moeten worden aangepakt en dat de werking van depositogarantiestelsels moet worden verbeterd, en dat tegelijkertijd de regels voor andere interventies door depositogarantiestelsels anders dan uitbetalingsprocedures moeten worden geharmoniseerd.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(1 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Op dit moment berust de bankenunie op slechts twee van haar beoogde drie pijlers, namelijk het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme (GTM) en het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme (GAM). Omdat haar derde pijler, het Europees depositoverzekeringsstelsel (EDIS), ontbreekt, blijft de bankenunie dus onvolledig. De lopende herziening van het Uniekader voor crisisbeheer en depositoverzekering is bedoeld om het pad te effenen voor de langverwachte voltooiing van de bankenunie, inclusief de invoering van EDIS. De voltooiing van de bankenunie vormt een integraal onderdeel van de economische en monetaire unie en van de financiële stabiliteit, met name door het beperken van het risico van een “vicieuze cirkel” dat voortvloeit uit de verwevenheid tussen banken en overheden.</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(1 ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Met het oog op een soepele overgang naar de voltooiing van de bankenunie moeten de functies die depositogarantiestelsels kunnen vervullen, worden geharmoniseerd. Daarom moet het aantal discretionaire bevoegdheden uit hoofde van het nationale recht die zijn opgenomen in Richtlijn 2014/49/EU, worden beperkt en moeten alle depositogarantiestelsels in staat worden gesteld om afwikkelingsmaatregelen, preventieve maatregelen en andere alternatieve maatregelen voor de uitbetaling van deposanten te financieren.</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(1 quater)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het kader voor crisisbeheer van de Unie moet er te allen tijde voor zorgen dat verliezen niet worden gesocialiseerd en dat het geld van de belastingbetaler niet wordt gebruikt om kredietinstellingen in moeilijkheden te helpen of te redden.</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(2)</NO.P>Het niet voldoen aan de verplichtingen om bijdragen aan depositogarantiestelsels te betalen of om informatie te verstrekken aan deposanten en depositogarantiestelsels zou de doelstelling van deposantenbescherming kunnen ondermijnen. Depositogarantiestelsels of, indien relevant, aangewezen autoriteiten kunnen financiële sancties opleggen voor laattijdige betaling van bijdragen. Het is belangrijk om de coördinatie tussen depositogarantiestelsels en aangewezen en bevoegde autoriteiten te verbeteren om handhavingsmaatregelen te nemen tegen een kredietinstelling die haar verplichtingen niet nakomt. Hoewel de toepassing van toezichts- en handhavingsmaatregelen door de bevoegde autoriteiten jegens kredietinstellingen is geregeld in de nationale wetgeving en Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 338).</FIELD></FOOTNOTE>, moet ervoor worden gezorgd dat de aangewezen autoriteiten de bevoegde autoriteiten tijdig in kennis stellen van elke inbreuk op de verplichtingen van kredietinstellingen op grond van de depositobeschermingsregels.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(3)</NO.P>Om verdere convergentie van de praktijken van depositogarantiestelsels te ondersteunen en depositogarantiestelsels te helpen bij het testen van hun veerkracht, moet de Europese Bankautoriteit (EBA) <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ontwerpen van reguleringsnormen ontwikkelen </STRING></STRING>voor de uitvoering van stresstests op de systemen van depositogarantiestelsels.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(4)</NO.P>Op grond van artikel 5, lid 1, punt d), van Richtlijn 2014/49/EU zijn deposito’s van bepaalde financiële instellingen, waaronder beleggingsondernemingen, uitgesloten van dekking door het depositogarantiestelsel. Het geld dat deze financiële instellingen van hun cliënten ontvangen en dat zij namens hun cliënten bij een kredietinstelling deponeren in het kader van de uitoefening van de diensten die zij aanbieden, moet echter onder bepaalde voorwaarden worden beschermd.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(5)</NO.P>De groepen deposanten die momenteel worden beschermd door middel van terugbetaling door een depositogarantiestelsel <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zijn</STRING></STRING> ingegeven door de wens om niet-professionele beleggers te beschermen, terwijl professionele beleggers geacht worden dergelijke bescherming niet nodig te hebben. Om die reden zijn overheden van dekking uitgesloten. De meeste overheden (waaronder in sommige lidstaten scholen en ziekenhuizen) kunnen echter niet als professionele investeerders worden beschouwd. Daarom moet ervoor worden gezorgd dat deposito’s van alle niet-professionele beleggers, waaronder overheden, kunnen profiteren van de bescherming die een depositogarantiestelsel biedt.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(6)</NO.P>Deposito’s als gevolg van bepaalde gebeurtenissen, waaronder onroerendgoedtransacties met betrekking tot particuliere woningen of de uitbetaling van bepaalde verzekeringsuitkeringen, kunnen tijdelijk leiden tot grote deposito’s. Om die reden zijn de lidstaten op grond van artikel 6, lid 2, van Richtlijn 2014/49/EU momenteel verplicht ervoor te zorgen dat deposito’s die het gevolg zijn van deze gebeurtenissen gedurende ten minste drie maanden en ten hoogste twaalf maanden na creditering van het bedrag of vanaf het tijdstip waarop die deposito’s wettelijk kunnen worden overgemaakt, boven de 100 000 EUR worden beschermd. Om de bescherming van deposanten in de Unie te harmoniseren en om de administratieve complexiteit en rechtsonzekerheid met betrekking tot de omvang van de bescherming van dergelijke deposito’s te verminderen, is het noodzakelijk om hun bescherming af te stemmen op <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een minimumbedrag van</STRING></STRING> 500 000 EUR <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en een maximumbedrag van 2 500 000 EUR</STRING></STRING> voor een geharmoniseerde periode van zes maanden, in aanvulling op het dekkingsniveau van 100 000 EUR. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Na de omzetting hiervan door de lidstaten moet de Commissie de beschermde bedragen opnieuw bezien om te bepalen of het maximumbedrag moet worden verlaagd, rekening houdend met de vraag of de beschermde bedragen evenredig zijn en een gelijk speelveld in de hele Unie waarborgen.</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(7)</NO.P>Tijdens een onroerendgoedtransactie kunnen de gelden via verschillende rekeningen worden overgemaakt voordat de transactie daadwerkelijk wordt afgewikkeld. Om deposanten bij onroerendgoedtransacties op homogene wijze te beschermen, moet de bescherming van tijdelijke hoge saldi daarom zowel gelden voor de opbrengsten van een verkoop als voor de gelden die worden gedeponeerd voor de aankoop van een particuliere woning <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">binnen een vooraf bepaalde </STRING></STRING>korte <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">periode</STRING></STRING>.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(8)</NO.P>Om ervoor te zorgen dat het door een depositogarantiestelsel terug te betalen bedrag tijdig wordt uitbetaald en om de administratieve en berekeningsregels te vereenvoudigen, moet de discretie om bij de berekening van het terug te betalen bedrag rekening te houden met opeisbare verplichtingen, worden afgeschaft.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(9)</NO.P>Het is noodzakelijk om de operationele capaciteiten van depositogarantiestelsels te optimaliseren en hun administratieve lasten te verminderen. Daarom moet worden vastgesteld dat wanneer het gaat om de identificatie van deposanten die recht hebben op deposito’s op rekeningen van begunstigden of om de beoordeling of deposanten in aanmerking komen voor tijdelijke waarborgen voor hoge saldi, het de verantwoordelijkheid van de deposanten en rekeninghouders blijft om op eigen kracht aan te tonen dat zij daar recht op hebben.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(10)</NO.P>Voor bepaalde deposito’s geldt mogelijk een langere terugbetalingstermijn omdat depositogarantiestelsels de aanvraag tot terugbetaling moeten verifiëren. Om de regels in de hele Unie te harmoniseren, moet de terugbetalingstermijn worden beperkt tot twintig werkdagen na ontvangst van de relevante documenten.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(11)</NO.P>De administratieve kosten in verband met de terugbetaling van kleine bedragen op slapende rekeningen kunnen opwegen tegen de voordelen voor de deposant. Daarom moet worden gespecificeerd dat depositogarantiestelsels niet verplicht moeten worden actieve stappen te ondernemen om de op dergelijke rekeningen aangehouden deposito’s terug te betalen onder bepaalde drempels die op nationaal niveau moeten worden vastgesteld. Het recht van deposanten om aanspraak te maken op een dergelijk bedrag moet echter worden gehandhaafd. Wanneer dezelfde deposant ook andere actieve rekeningen heeft, moeten depositogarantiestelsels dat bedrag bovendien meenemen in de berekening van het terug te betalen bedrag.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(12)</NO.P>Depositogarantiestelsels hebben verschillende methoden om deposanten terug te betalen, variërend van contante uitbetalingen tot elektronische overboekingen. Om er echter voor te zorgen dat het terugbetalingsproces van depositogarantiestelsels traceerbaar is en om in lijn te blijven met de doelstellingen van het kader van de Unie ter voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, moeten terugbetalingen aan deposanten via overmakingen standaard de uitbetalingsmethode zijn wanneer de terugbetaling een bedrag van 10 000 EUR overschrijdt.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(13)</NO.P>Financiële instellingen zijn uitgesloten van depositobescherming. Bepaalde financiële instellingen, waaronder instellingen voor elektronisch geld, betalingsinstellingen en beleggingsondernemingen, deponeren de van hun cliënten ontvangen gelden echter ook op bankrekeningen, vaak op tijdelijke basis, om te voldoen aan beschermingsverplichtingen in overeenstemming met sectorspecifieke wetgeving, waaronder Richtlijn 2009/110/EG van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2009/110/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de toegang tot, de uitoefening van en het prudentieel toezicht op de werkzaamheden van instellingen voor elektronisch geld, tot wijziging van de Richtlijnen 2005/60/EG en 2006/48/EG en tot intrekking van Richtlijn 2000/46/EG (PB L 267 van 10.10.2009, blz. 7).</FIELD></FOOTNOTE>, Richtlijn (EU) 2015/2366 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn (EU) 2015/2366 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende betalingsdiensten in de interne markt, houdende wijziging van de Richtlijnen 2002/65/EG, 2009/110/EG en 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010 en houdende intrekking van Richtlijn 2007/64/EG (PB L 337 van 23.12.2015, blz. 35).</FIELD></FOOTNOTE> en Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (herschikking) (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 349).</FIELD></FOOTNOTE>. Gezien de groeiende rol van deze financiële instellingen moeten depositogarantiestelsels dergelijke deposito’s beschermen mits deze cliënten geïdentificeerd of identificeerbaar zijn.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(14)</NO.P>Cliënten van financiële instellingen weten niet altijd welke kredietinstelling de financiële instelling heeft gekozen om hun geld bij te deponeren. Depositogarantiestelsels mogen dergelijke deposito’s daarom niet samenvoegen met een deposito dat dezelfde cliënten mogelijk hebben bij dezelfde kredietinstelling waar de financiële instelling hun deposito’s heeft geplaatst. Kredietinstellingen weten mogelijk niet welke cliënten recht hebben op het bedrag dat op de rekeningen van de cliënten wordt aangehouden, of kunnen mogelijk de individuele gegevens van die cliënten niet controleren en registreren. ▌</P></CONS><CONS><P><NO.P>(15)</NO.P>Bij het terugbetalen van deposanten kunnen depositogarantiestelsels in situaties terechtkomen die aanleiding geven tot bezorgdheid over het witwassen van geld. Het depositogarantiestelsel moet daarom de uitbetaling aan een deposant weigeren wanneer een financiële-inlichtingeneenheid een bank- of betaalrekening heeft geschorst overeenkomstig de toepasselijke antiwitwasregels.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(16)</NO.P>Artikel 9 van Richtlijn 2014/49/EU bepaalt dat wanneer een depositogarantiestelsel betalingen verricht in het kader van een afwikkelingsprocedure, het depositogarantiestelsel een vordering heeft tegen de betrokken kredietinstelling voor een bedrag dat gelijk is aan de betalingen en die vordering in de rangorde dezelfde plaats moet bekleden als gedekte deposito’s. In deze bepaling wordt geen onderscheid gemaakt tussen de bijdrage van een depositogarantiestelsel wanneer een open-bank bail-in-instrument wordt gebruikt, en de bijdrage van een depositogarantiestelsel aan de financiering van een overdrachtsstrategie (verkoop van een bedrijf of instrument van de overbruggingsinstelling), gevolgd door liquidatie van de rest van de entiteit. Om duidelijkheid en rechtszekerheid te garanderen met betrekking tot het bestaan en het bedrag van een vordering van een depositogarantiestelsel in verschillende scenario’s, moet worden gespecificeerd dat wanneer het depositogarantiestelsel bijdraagt tot de ondersteuning van de verkoop van een bedrijfsinstrument of van de toepassing van het instrument van de overbruggingsinstelling, of alternatieve maatregelen, waarbij een reeks activa, rechten en passiva, waaronder deposito’s, van de kredietinstelling wordt overgedragen aan een ontvanger, dat depositogarantiestelsel bij de daaropvolgende liquidatieprocedure op grond van nationaal recht een vordering op de rest van de entiteit moet hebben. Om ervoor te zorgen dat de aandeelhouders en crediteuren van de kredietinstelling die achterblijft in de rest van de entiteit de verliezen van die kredietinstelling effectief opvangen en de mogelijkheid van terugbetalingen bij insolventie aan het depositogarantiestelsel verbeteren, moet de vordering van het depositogarantiestelsel in de rangorde dezelfde plaats bekleden als <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gedekte deposito’s</STRING></STRING>. Indien het open-bank bail-in-instrument wordt toegepast (d.w.z. wanneer de kredietinstelling haar activiteiten voortzet), draagt het depositogarantiestelsel bij tot het bedrag waarmee gedekte deposito’s zouden zijn afgeschreven of omgerekend om de verliezen in die kredietinstelling op te vangen, indien gedekte deposito’s binnen het toepassingsgebied van de bail-in waren opgenomen. Daarom mag de bijdrage van het depositogarantiestelsel niet resulteren in een vordering tegen de instelling in afwikkeling, aangezien dit het doel van de bijdrage van het depositogarantiestelsel teniet zou doen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(17)</NO.P>Om te zorgen voor convergentie van de praktijken van depositogarantiestelsels en rechtszekerheid voor deposanten om aanspraak te maken op hun deposito’s, en om operationele hindernissen voor depositogarantiestelsels te vermijden, is het belangrijk om een voldoende lange termijn vast te stellen waarbinnen deposanten aanspraak kunnen maken op terugbetaling van hun deposito’s, in die gevallen waarin het depositogarantiestelsel deposanten niet binnen de in artikel 8 van Richtlijn 2014/49/EU vastgestelde termijnen heeft terugbetaald in het geval van een uitbetaling.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(18)</NO.P>De lidstaten zorgen er op grond van artikel 10, lid 2, van Richtlijn 2014/49/EU, voor dat de beschikbare financiële middelen van een depositogarantiestelsel uiterlijk op 3 juli 2024 ten minste een streefbedrag hebben bereikt dat gelijk is aan 0,8 % van het bedrag van de gedekte deposito’s van de deelnemers. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Teneinde </STRING></STRING>objectief te beoordelen of depositogarantiestelsels aan dat vereiste voldoen, moet een duidelijke referentieperiode worden vastgesteld om het bedrag van de gedekte deposito’s en de beschikbare financiële middelen van depositogarantiestelsels te bepalen. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bij de beoordeling van de uitbreiding van het toepassingsgebied voor het gebruik van depositogarantiestelsels moet zorgvuldig bekeken en beoordeeld worden of het streefbedrag van 0,8 % geëigend is.</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(19)</NO.P>Om de veerkracht van depositogarantiestelsels te waarborgen, moeten hun middelen afkomstig zijn van stabiele en onherroepelijke bijdragen. Bepaalde bronnen van financiering van depositogarantiestelsels, waaronder leningen en verwachte terugvorderingen, zijn te resultaatafhankelijk om als bijdragen te worden meegenomen bij het bereiken van het streefbedrag van het depositogarantiestelsel. Om de voorwaarden voor het bereiken van hun streefbedrag te harmoniseren en om ervoor te zorgen dat de beschikbare financiële middelen van depositogarantiestelsels worden gefinancierd door bijdragen van de sector, moeten middelen die in aanmerking wordt genomen voor het bereiken van het streefbedrag worden onderscheiden van middelen die worden beschouwd als aanvullende financieringsbronnen. Uitstromen van middelen van een depositogarantiestelsel, met inbegrip van te verwachten aflossingen van leningen, kunnen worden gepland en verwerkt in de reguliere bijdragen van deelnemers aan het depositogarantiestelsel, en mogen daarom niet leiden tot een daling van de beschikbare financiële middelen tot onder het streefbedrag. Om die reden moet worden gespecificeerd dat, nadat het streefbedrag voor het eerst is bereikt, alleen een tekort aan beschikbare financiële middelen van het depositogarantiestelsel als gevolg van een interventie van het depositogarantiestelsel (uitbetaling of preventieve, afwikkelings- of alternatieve maatregelen) een aanvullingsperiode van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vier</STRING></STRING> jaar kan doen ingaan. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien na een dergelijke interventie door het depositogarantiestelsel de</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">beschikbare financiële middelen</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">met minder dan een derde zijn verminderd, moet de aanvullingsperiode twee jaar bedragen.</STRING></STRING> Om een consistente toepassing te waarborgen, moet de EBA ontwerpen van technische reguleringsnormen ontwikkelen waarin de methode voor de berekening van het streefbedrag voor de depositogarantiestelsels wordt gespecificeerd.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(20)</NO.P>De beschikbare financiële middelen van een depositogarantiestelsel moeten onmiddellijk kunnen worden gebruikt in het geval van plotselinge uitbetalingen of andere interventies. Gezien de verschillende praktijken in de Unie is het passend vereisten vast te stellen voor de beleggingsstrategie van depositogarantiestelsels om eventuele negatieve gevolgen voor het vermogen van een depositogarantiestelsel om zijn taak te vervullen, te beperken. Wanneer een depositogarantiestelsel niet bevoegd is om de beleggingsstrategie vast te stellen, moet de autoriteit, of het orgaan of de entiteit in de lidstaat die verantwoordelijk is voor het bepalen van de beleggingsstrategie, bij het bepalen van die beleggingsstrategie ook de beginselen met betrekking tot diversificatie en beleggingen in <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">liquide</STRING></STRING> activa met een laag risico respecteren. Om de volledige operationele onafhankelijkheid en flexibiliteit van het depositogarantiestelsel te behouden wat betreft toegang tot zijn middelen, moeten, wanneer middelen van een depositogarantiestelsel bij de schatkist worden gedeponeerd, deze middelen worden geoormerkt en op een afzonderlijke rekening worden geplaatst.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(21)</NO.P>De optie om de beschikbare financiële middelen van een depositogarantiestelsel bijeen te brengen door verplichte bijdragen die door de deelnemende instellingen worden betaald aan bestaande stelsels van verplichte bijdragen die door een lidstaat zijn ingesteld om de kosten in verband met het systeemrisico te dekken, is nooit gebruikt en moet daarom worden afgeschaft.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(22)</NO.P>Het is noodzakelijk om de deposantenbescherming te verbeteren, waarbij tegelijkertijd wordt vermeden dat de activa van een depositogarantiestelsel tegen afbraakprijzen worden verkocht en mogelijke negatieve procyclische effecten op de banksector als gevolg van de inning van buitengewone bijdragen worden beperkt. Depositogarantiestelsels moeten daarom gebruik kunnen maken van alternatieve financieringsregelingen die hen in staat stellen om op elk moment kortlopende financiering te verkrijgen uit andere bronnen dan bijdragen, onder meer voordat ze hun beschikbare financiële middelen die via buitengewone bijdragen zijn geïnd, gebruiken. Aangezien kredietinstellingen in de eerste plaats de kosten en verantwoordelijkheid voor de financiering van depositogarantiestelsels moeten dragen, mogen alternatieve financieringsregelingen uit overheidsmiddelen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> niet </STRING></STRING>worden <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">toegelaten</STRING></STRING>.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(23)</NO.P>Om te zorgen voor voldoende gediversifieerde belegging van de middelen van depositogarantiestelsels en convergentie van hun praktijken, moet de EBA richtsnoeren uitvaardigen om depositogarantiestelsels in dat verband sturing te bieden.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(24)</NO.P>Hoewel de primaire rol van depositogarantiestelsels de terugbetaling van gedekte deposanten is, kunnen interventies anders dan uitbetaling kosteneffectiever blijken voor depositogarantiestelsels en zorgen voor een ononderbroken toegang tot deposito’s door overdrachtsstrategieën te faciliteren. Depositogarantiestelsels kunnen verplicht zijn om bij te dragen aan de afwikkeling van kredietinstellingen. Daarnaast kunnen depositogarantiestelsels in sommige lidstaten preventieve maatregelen financieren om de levensvatbaarheid van kredietinstellingen op lange termijn te herstellen, of alternatieve maatregelen in geval van insolventie. Hoewel dergelijke preventieve en alternatieve maatregelen de bescherming van deposito’s aanzienlijk kunnen verbeteren, is het noodzakelijk om dergelijke maatregelen aan passende waarborgen te onderwerpen, onder meer in de vorm van een geharmoniseerde laagstekostentoets, om te zorgen voor een gelijk speelveld en de doeltreffendheid en kostenefficiëntie van dergelijke maatregelen. Dergelijke waarborgen zouden alleen van toepassing moeten zijn op interventies die worden gefinancierd met de beschikbare financiële middelen van het depositogarantiestelsel die op grond van deze richtlijn zijn gereglementeerd.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(24 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het is van het allerhoogste belang dat depositogarantiestelsels bij al hun interventies en ongeacht het scenario in kwestie aandacht besteden aan kostenefficiëntie en transparantie. Die aanpak is essentieel om te voorkomen dat het gelijke speelveld wordt verstoord en om ervoor te zorgen dat specifieke marktdeelnemers geen oneerlijke voordelen krijgen. Transparantie en kostenefficiëntie zijn fundamentele beginselen die ten grondslag liggen aan de integriteit en de rechtvaardige werking van depositogarantiestelsels.</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(25)</NO.P>Maatregelen om het falen van een kredietinstelling te voorkomen door middel van voldoende vroegtijdige interventies kunnen een effectieve rol spelen in het continuüm van crisisbeheerinstrumenten om het vertrouwen en de financiële stabiliteit van deposanten te handhaven. Deze maatregelen kunnen verschillende vormen aannemen: kapitaalondersteunende maatregelen via eigenvermogensinstrumenten (waaronder tier 1-kernkapitaalinstrumenten) of andere kapitaalinstrumenten, garanties of leningen. Depositogarantiestelsels hebben op heterogene wijze toegang gehad tot deze maatregelen. Om het continuüm van crisisbeheerinstrumenten en de toepassing van preventieve maatregelen te waarborgen op een wijze die in overeenstemming is met het afwikkelingskader en de staatssteunregels, is het noodzakelijk het tijdschema en de voorwaarden voor de toepassing ervan te specificeren. Preventieve maatregelen zijn niet geschikt om geleden verliezen op te vangen wanneer de kredietinstelling al faalt of dreigt te falen, en moeten vroegtijdig worden genomen om verslechtering van de financiële situatie van de bank te voorkomen. De aangewezen autoriteiten moeten daarom nagaan of aan de voorwaarden voor een dergelijke interventie door het depositogarantiestelsel is voldaan. Tot slot mogen deze voorwaarden voor het gebruik van de beschikbare financiële middelen van het depositogarantiestelsel geen afbreuk doen aan de beoordeling door de bevoegde autoriteit of een institutioneel protectiestelsel voldoet aan de criteria van artikel 113, lid 7, van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(26)</NO.P>Om ervoor te zorgen dat preventieve maatregelen hun doel bereiken, moeten kredietinstellingen worden verplicht <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aan de bevoegde autoriteit</STRING></STRING> een nota <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor </STRING></STRING>te <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">leggen </STRING></STRING>waarin de maatregelen worden beschreven die zij toezeggen te zullen nemen. ▌Deze nota moet alle elementen bevatten die tot doel hebben de uitstroom van middelen te voorkomen en de kapitaal- en liquiditeitspositie van de kredietinstelling te versterken, zodat de kredietinstelling op een toekomstgerichte basis kan voldoen aan alle relevante prudentiële en andere wettelijke vereisten. Deze nota moet daarom kapitaalverhogende maatregelen bevatten, waaronder regels inzake de uitgifte van rechten, de vrijwillige omzetting van achtergestelde schuldinstrumenten, passivabeheerexercities, kapitaalgenererende verkopen van activa, de securitisatie van portefeuilles, en winstbehoud, waaronder een verbod op dividenduitkering en een verbod op de verwerving van deelnemingen in ondernemingen. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Daarnaast moet in de nota nader worden ingegaan op het oorspronkelijke kapitaaltekort van de kredietinstelling, de kapitaalverhogende maatregelen die zijn getroffen en de waarborgen die zijn ingevoerd om de uitstroom van middelen te verhinderen. </STRING></STRING>Om dezelfde reden moeten kredietinstellingen tijdens de uitvoering van de in de nota opgenomen maatregelen ook hun liquiditeitspositie versterken en zich onthouden van agressieve handelspraktijken<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uitkering van dividenden of variabele vergoedingen, de</STRING></STRING> terugkoop van eigen aandelen of het terugbetalen van hybride kapitaalinstrumenten. Deze nota moet ook een exitstrategie bevatten voor alle ontvangen steunmaatregelen. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De kredietinstelling moet de bevoegde autoriteit binnen een redelijke termijn een bedrijfssaneringsplan voorleggen om de levensvatbaarheid op lange termijn veilig te stellen. Aan een kredietinstelling toegekende preventieve maatregelen moeten worden opgeschort indien de bevoegde autoriteit er niet van overtuigd is dat het bedrijfssaneringsplan geloofwaardig en haalbaar is om de levensvatbaarheid op lange termijn te waarborgen. Indien de kredietinstelling is aangesloten bij een institutioneel protectiestelsel als bedoeld in artikel 1, lid 2, punt c), moet het institutioneel protectiestelsel het bedrijfssaneringsplan na raadpleging van de bevoegde autoriteit goedkeuren. Indien de bevoegde instantie niet tevreden is met het bedrijfssaneringsplan, treft zij passende maatregelen om ervoor te zorgen dat de levensvatbaarheid op lange termijn gewaarborgd is.</STRING></STRING> De bevoegde autoriteiten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en de afwikkelingsautoriteiten</STRING></STRING> zijn het best geplaatst om de relevantie en geloofwaardigheid <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">te beoordelen</STRING></STRING> van de maatregelen die in <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bedrijfssaneringsplan</STRING></STRING> worden overwogen. Om ervoor te zorgen dat de aangewezen autoriteiten van het depositogarantiestelsel dat door de kredietinstelling wordt verzocht een preventieve maatregel te financieren, kunnen beoordelen of aan alle voorwaarden voor preventieve maatregelen is voldaan, moeten de bevoegde autoriteiten samenwerken met de aangewezen autoriteiten. Om te zorgen voor een consistente aanpak van de toepassing van preventieve maatregelen in de hele Unie, moet de EBA richtsnoeren uitvaardigen om kredietinstellingen te helpen bij het opstellen van een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">dergelijk</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bedrijfssaneringsplan</STRING></STRING>.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(26 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om in voorkomend geval het moreel risico te beperken, moeten de kredietinstelling die steun ontvangt van depositogarantiestelsels in de vorm van preventieve maatregelen, haar aandeelhouders, haar crediteuren of de ondernemingsgroep waartoe zij behoort, uit de eigen middelen bijdragen aan de herstructurering en een passende vergoeding betalen voor de door het depositogarantiestelsel toegekende preventieve maatregel.</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(27)</NO.P>Om ervoor te zorgen dat kredietinstellingen die steun ontvangen van depositogarantiestelsels in de vorm van preventieve maatregelen hun verplichtingen nakomen, moeten de bevoegde autoriteiten kredietinstellingen die hun verplichtingen niet zijn nagekomen, om een plan van corrigerende maatregelen vragen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, om terugbetaling vragen van het bedrag dat in het kader van de preventieve maatregelen is bijgedragen of om naleving van de exitstrategie verzoeken</STRING></STRING>. Wanneer een bevoegde autoriteit van mening is dat de maatregelen in dit plan niet voldoende zijn om te zorgen voor levensvatbaarheid van de kredietinstelling op lange termijn, mag het depositogarantiestelsel de kredietinstelling geen verdere preventieve steun verlenen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en moeten de bevoegde autoriteiten beoordelen of de kredietinstelling faalt of waarschijnlijk zal falen, op grond van artikel 32 van Richtlijn 2014/59/EU. Dezelfde consequenties moeten gelden in gevallen waarin de kredietinstelling zich niet aan het plan van corrigerende maatregelen houdt</STRING></STRING>. Om te zorgen voor een consistente aanpak van de toepassing van preventieve maatregelen in de hele Unie, moet de EBA richtsnoeren uitvaardigen om kredietinstellingen te helpen bij het opstellen van een dergelijk plan van corrigerende maatregelen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(28)</NO.P>Om nadelige gevolgen voor de mededinging en voor de interne markt te voorkomen, moet worden bepaald dat in geval van alternatieve insolventiemaatregelen, de relevante organen die een kredietinstelling vertegenwoordigen in het kader van nationale insolventieprocedures (vereffenaar, curator, bewindvoerder of een ander orgaan) regelingen treffen om de activiteiten van de kredietinstelling of een deel ervan te verkopen in een open, transparant en niet-discriminerend proces, waarbij wordt gestreefd naar een zo hoog mogelijke verkoopprijs. De kredietinstelling of elke bemiddelaar die namens de kredietinstelling optreedt, moet regels toepassen die geschikt zijn voor de verkoop van activa, rechten en passiva die aan potentiële verkrijgers worden overgedragen. In ieder geval moet het gebruik van staatsmiddelen onderworpen blijven aan de relevante staatssteunregels van het Verdrag, indien van toepassing.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(29)</NO.P>Aangezien het hoofddoel van depositogarantiestelsels is om gedekte deposito’s te beschermen, mogen depositogarantiestelsels alleen interventies anders dan uitbetalingen financieren wanneer dergelijke interventies goedkoper zijn dan uitbetalingen. De ervaring met de toepassing van die regel (“laagstekostentoets”) heeft verschillende tekortkomingen aan het licht gebracht, aangezien het huidige kader niet gedetailleerd beschrijft hoe de kosten van die interventies en de kosten van de uitbetaling moeten worden bepaald. Om te zorgen voor een consistente toepassing van de laagstekostentoets in de hele Unie, is het noodzakelijk de berekening van die kosten te specificeren. Tegelijkertijd moeten buitensporig strenge voorwaarden worden vermeden die het gebruik van middelen van depositogarantiestelsels voor interventies anders dan uitbetaling in feite onmogelijk zouden maken. Bij de uitvoering van de laagstekostentoets moeten depositogarantiestelsels eerst verifiëren dat de kosten voor de financiering van de geselecteerde maatregel lager zijn dan de kosten voor de terugbetaling van gedekte deposito’s. Bij de methode voor de laagstekostentoets moet rekening worden gehouden met de tijdswaarde van geld.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(30)</NO.P>Liquidatie kan een langdurig proces zijn, waarvan de efficiëntie afhangt van de efficiëntie van de nationale rechterlijke instanties, insolventieregelingen, individuele bankkenmerken en de omstandigheden van het falen van een instelling. Voor interventies door het depositogarantiestelsel als onderdeel van alternatieve maatregelen moet de laagstekostentoets gebaseerd zijn op de waardering van de activa en passiva van de kredietinstelling, zoals vastgelegd in artikel 36, lid 1, van Richtlijn 2014/59/EU, en de waardering zoals vastgelegd in artikel 36, lid 8, van die richtlijn. De precieze evaluatie van de terugvorderingen van liquidaties kan echter een uitdaging zijn in de context van de laagstekostentoets voor preventieve maatregelen, die vermoedelijk al lang vóór een voorzienbare liquidatie plaatsvinden. Daarom moet het nulscenario voor de laagstekostentoets voor preventieve maatregelen dienovereenkomstig worden aangepast, en in ieder geval moeten de verwachte terugvorderingen worden beperkt tot een redelijk bedrag op basis van terugvorderingen in eerdere uitbetalingsgebeurtenissen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(31)</NO.P>De aangewezen autoriteiten moeten een raming maken van de kosten van de maatregel voor het depositogarantiestelsel, onder meer na de terugbetaling van een lening, een kapitaalinjectie of het gebruik van een garantie, na aftrek van verwachte inkomsten, operationele kosten en potentiële verliezen, ten opzichte van een nulscenario gebaseerd op een hypothetisch eindverlies aan het einde van de insolventieprocedure, waarbij rekening moet worden gehouden met terugvorderingen van het depositogarantiestelsel als onderdeel van de liquidatieprocedure van een bank. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Daarnaast moet in het nulscenario rekening worden gehouden met de mogelijke kosten voor het depositogarantiestelsel van economische en financiële instabiliteit, waaronder de noodzaak om binnen het takenpakket van het depositogarantiestelsel aanvullende middelen te gebruiken om deposanten en de financiële stabiliteit te beschermen en besmetting te voorkomen. </STRING></STRING>Om een eerlijk en vollediger beeld te geven van de werkelijke kosten van de terugbetaling aan deposanten, moet de raming van het verlies als gevolg van de terugbetaling van gedekte deposito’s ook de kosten omvatten die indirect verband houden met de terugbetaling aan deposanten. Dergelijke kosten moeten de kosten ▌omvatten die het depositogarantiestelsel zou kunnen dragen als gevolg van het gebruik van alternatieve financiering. Om te zorgen voor een consistente toepassing van de laagstekostentoets moet de EBA ontwerpen van technische reguleringsnormen ontwikkelen met betrekking tot de methode voor de berekening van de kosten van verschillende interventies door het depositogarantiestelsel. Om ervoor te zorgen dat de methode voor de laagstekostentoets consistent is met de wettelijke of contractuele taak van het depositogarantiestelsel▌, moet de EBA ontwerpen van technische reguleringsnormen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">opstellen</STRING></STRING> ▌.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(32)</NO.P>Om de geharmoniseerde bescherming van deposanten te verbeteren en de respectieve verantwoordelijkheden in de hele Unie te specificeren, moet het depositogarantiestelsel van de lidstaat van herkomst zorgen voor de uitbetaling aan deposanten die gevestigd zijn in lidstaten waar de kredietinstellingen die deelnemen aan het depositogarantiestelsel deposito’s en andere terugbetaalbare fondsen aannemen door depositodiensten aan te bieden op grensoverschrijdende basis zonder dat zij in de lidstaat van ontvangst gevestigd zijn. Om de uitbetalingstransacties en het verstrekken van informatie aan deposanten te vergemakkelijken, moet het depositogarantiestelsel van de lidstaat van ontvangst kunnen fungeren als contactpunt voor deposanten bij kredietinstellingen die gebruikmaken van de vrijheid van dienstverrichting.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(33)</NO.P>De samenwerking tussen depositogarantiestelsels in de hele Unie is essentieel om te zorgen voor een snelle en kostenefficiënte terugbetaling aan deposanten wanneer kredietinstellingen bankdiensten verrichten via bijkantoren in andere lidstaten. Met het oog op de technologische vooruitgang die het gebruik van grensoverschrijdende overdrachten en identificatie op afstand bevordert, moet het depositogarantiestelsel van de lidstaat van herkomst rechtstreeks de terugbetalingen kunnen verrichten aan deposanten bij bijkantoren in een andere lidstaat, mits de administratieve lasten en kosten lager zijn dan wanneer de terugbetaling zou worden uitgevoerd door het depositogarantiestelsel van de lidstaat van ontvangst. Die flexibiliteit moet een aanvulling vormen op het huidige samenwerkingsmechanisme, waarbij het depositogarantiestelsel van de lidstaat van ontvangst de deposanten bij bijkantoren moet terugbetalen namens het depositogarantiestelsel van de lidstaat van herkomst. Om het vertrouwen van de deposanten in zowel de lidstaten van ontvangst als van herkomst te behouden, moet de EBA richtsnoeren uitvaardigen om de depositogarantiestelsels bij te staan bij deze samenwerking, onder meer door een lijst van voorwaarden voor te stellen waaronder een depositogarantiestelsel van de lidstaat van herkomst kan besluiten om deposanten bij bijkantoren in de lidstaat van ontvangst terug te betalen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(34)</NO.P>Kredietinstellingen kunnen hun deelneming aan een depositogarantiestelsel wijzigen omdat zij hun hoofdkantoor naar een andere lidstaat verplaatsen of hun dochteronderneming omzetten in een bijkantoor, of omgekeerd. Artikel 14, lid 3, van Richtlijn 2014/49/EU vereist dat de bijdragen van die kredietinstelling die in de twaalf maanden voorafgaand aan de overdracht zijn betaald, naar het andere depositogarantiestelsel worden overgedragen in verhouding tot het bedrag van de overgedragen gedekte deposito’s. Om ervoor te zorgen dat de overdracht van bijdragen aan het ontvangende depositogarantiestelsel niet afhankelijk is van uiteenlopende nationale regels inzake facturering of de feitelijke datum van betaling van bijdragen, moet het depositogarantiestelsel van herkomst het over te dragen bedrag berekenen op basis van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de potentiële verplichtingen die als gevolg van de overdracht door de ontvangende depositogarantiestelsels worden gedragen</STRING></STRING>. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De EBA moet ontwerpen van technische reguleringsnormen ontwikkelen tot nadere bepaling van de methode voor de berekening van het over te dragen bedrag om ervoor te zorgen dat de overdracht een neutraal effect heeft op de financiële situatie van zowel het ontvangende depositogarantiestelsel als het depositogarantiestelsel van herkomst ten opzichte van de risico’s die zij dekken.</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(35)</NO.P>Het is noodzakelijk om te zorgen voor een gelijke bescherming van deposanten in de hele Unie, die niet volledig kan worden gegarandeerd door een stelsel voor gelijkwaardigheidsbeoordeling van deposantenbescherming in derde landen. Om die reden moeten bijkantoren in de Unie van een kredietinstelling met het hoofdkantoor in een derde land zich aansluiten bij een depositogarantiestelsel in de lidstaat waar zij hun depositoactiviteiten uitvoeren. Dat vereiste zou ook zorgen voor consistentie met de Richtlijnen 2013/36/EU en 2014/59/EU, die gericht zijn op de invoering van een robuuster prudentieel en afwikkelingskader voor groepen uit derde landen die bankdiensten verlenen in de Unie. Omgekeerd moet worden voorkomen dat depositogarantiestelsels worden blootgesteld aan de economische en financiële risico’s van derde landen. Deposito’s in bijkantoren die door kredietinstellingen van de Unie in derde landen zijn gevestigd, moeten daarom niet worden beschermd.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(36)</NO.P>Gestandaardiseerde en regelmatige openbaarmaking van informatie vergroot het bewustzijn van deposanten over depositobescherming. Om de openbaarmakingsvereisten af te stemmen op de technologische ontwikkelingen, moet in deze vereisten rekening worden gehouden met de nieuwe digitale communicatiekanalen die kredietinstellingen gebruiken voor de communicatie met hun deposanten. Deposanten moeten duidelijke en homogene informatie verkrijgen waarin hun depositobescherming wordt toegelicht en tegelijkertijd moeten de daarmee samenhangende administratieve lasten voor kredietinstellingen of depositogarantiestelsels worden beperkt. De EBA moet de opdracht krijgen om ontwerpen van technische uitvoeringsnormen te ontwikkelen om enerzijds de inhoud en het formaat te specificeren van het informatieblad voor deposanten dat jaarlijks aan deposanten moet worden verstrekt, en anderzijds de modelinformatie die depositogarantiestelsels of kredietinstellingen in specifieke situaties aan deposanten moeten verstrekken, waaronder fusies van kredietinstellingen, de vaststelling dat deposito’s niet beschikbaar zijn of de terugbetaling van deposito’s van cliëntengelden.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(37)</NO.P>De fusie van een kredietinstelling of de omzetting van een dochteronderneming in een bijkantoor of omgekeerd kan gevolgen hebben voor de belangrijkste kenmerken van deposantenbescherming. Om negatieve gevolgen te vermijden voor deposanten die deposito’s hebben bij beide fuserende banken en wier aanspraak op depositodekking zou afnemen als gevolg van wijzigingen in de deelneming aan het depositogarantiestelsel, moeten alle deposanten op de hoogte worden gesteld van dergelijke wijzigingen en moeten zij het recht hebben hun geld boetevrij op te nemen tot een bedrag dat gelijk staat aan de verloren dekking van deposito’s.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(38)</NO.P>Om de financiële stabiliteit te behouden, besmetting te voorkomen en, indien van toepassing, deposanten in staat te stellen hun rechten uit te oefenen om aanspraak te maken op deposito’s, moeten de betrokken autoriteiten, depositogarantiestelsels en kredietinstellingen de deposanten informeren over het feit dat deposito’s niet meer beschikbaar zijn.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(39)</NO.P>Om de transparantie voor deposanten te vergroten en de financiële robuustheid en het vertrouwen tussen depositogarantiestelsels bij de uitvoering van hun taak te bevorderen, moeten de huidige verslagleggingsvereisten worden verbeterd. Voortbouwend op de huidige vereisten die depositogarantiestelsels in staat stellen alle nodige informatie op te vragen bij deelnemende instellingen om zich voor te bereiden op een uitbetaling, moeten depositogarantiestelsels ook de informatie kunnen opvragen die nodig is om zich voor te bereiden op een uitbetaling in het kader van grensoverschrijdende samenwerking. Op verzoek van een depositogarantiestelsel moeten de deelnemende instellingen worden verplicht algemene informatie te verstrekken over alle belangrijke grensoverschrijdende activiteiten in andere lidstaten. Om de EBA voldoende informatie te verstrekken over de ontwikkeling van de beschikbare financiële middelen van de depositogarantiestelsels en over het gebruik van deze middelen, moeten de lidstaten er eveneens voor zorgen dat depositogarantiestelsels de EBA jaarlijks informeren over het bedrag aan gedekte deposito’s en beschikbare financiële middelen, en de EBA op de hoogte brengen van de omstandigheden die hebben geleid tot het gebruik van middelen van het depositogarantiestelsel voor uitbetalingen of andere maatregelen. Om de versterkte rol weer te geven van depositogarantiestelsels bij crisisbeheer, die tot doel heeft het gebruik van middelen van depositogarantiestelsels bij afwikkeling te vergemakkelijken, moeten depositogarantiestelsels ten slotte het recht hebben om <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">jaarlijks </STRING></STRING>de samenvatting van de afwikkelingsplannen van kredietinstellingen te ontvangen, zodat zij in het algemeen beter voorbereid zijn om de middelen beschikbaar te stellen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(40)</NO.P>Technische normen voor financiële diensten moeten een consistente harmonisatie en een afdoende deposantenbescherming in de hele Unie vergemakkelijken. Als orgaan met hooggespecialiseerde expertise zou het efficiënt en passend zijn om de EBA te belasten met de ontwikkeling van ontwerpen van technische regulerings- en uitvoeringsnormen die geen beleidskeuzen inhouden, voor vaststelling door de Commissie.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(41)</NO.P>De Commissie dient, indien vastgesteld in deze richtlijn, de door de EBA ontwikkelde ontwerpen van technische reguleringsnormen vast te stellen door middel van gedelegeerde handelingen op grond van artikel 290 VWEU, in overeenstemming met de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12).</FIELD></FOOTNOTE>, waarmee het volgende wordt gespecificeerd: a) de technische details met betrekking tot de identificatie van cliënten van financiële instellingen voor de uitbetaling van deposito’s van cliëntengelden, de criteria voor terugbetaling aan de rekeninghouder ten behoeve van elke cliënt of rechtstreeks aan de cliënt, en de regels ter voorkoming van meerdere uitbetalingen aan dezelfde begunstigde; b) de methode voor de laagstekostentoets; en c) de methode voor de berekening van de beschikbare financiële middelen die in aanmerking komen voor het streefbedrag.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(42)</NO.P>De Commissie dient, waar voorzien in deze richtlijn, de door de EBA ontwikkelde ontwerpen van technische uitvoeringsnormen vast te stellen door middel van gedelegeerde handelingen op grond van artikel 291 VWEU, in overeenstemming met artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1093/2010, waarmee het volgende wordt gespecificeerd: a) de inhoud en het formaat van het informatieblad voor deposanten, het model voor informatie dat depositogarantiestelsels of kredietinstellingen aan deposanten moeten verstrekken; b) de procedures die moeten worden gevolgd bij het verstrekken van informatie door kredietinstellingen aan hun depositogarantiestelsel, en door depositogarantiestelsels en aangewezen autoriteiten aan de EBA, en de modellen voor het verstrekken van die informatie.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(43)</NO.P>Richtlijn 2014/49/EU moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(44)</NO.P>Om bijkantoren van kredietinstellingen met het hoofdkantoor buiten de Unie die niet deelnemen aan een in de Unie gevestigd depositogarantiestelsel toe te staan zich bij een depositogarantiestelsel van de Unie aan te sluiten, moeten deze bijkantoren voldoende tijd krijgen om de nodige stappen te ondernemen om aan dat vereiste te voldoen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(45)</NO.P>Richtlijn 2014/49/EU stelt lidstaten in staat institutionele protectiestelsels (IPS) als depositogarantiestelsels te erkennen indien zij voldoen aan de criteria van artikel 113, lid 7, van Verordening (EU) nr. 575/2013, alsook aan Richtlijn 2014/49/EU. Om rekening te houden met het specifieke bedrijfsmodel van deze institutionele protectiestelsels, in het bijzonder met de relevantie van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">functies</STRING></STRING> die de kern van hun taak zijn <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en die zij vervullen bovenop de functies waarop deze richtlijn betrekking heeft</STRING></STRING>, is het passend om de lidstaten de mogelijkheid te bieden om institutionele protectiestelsels toe te staan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">dergelijke functies te blijven vervullen. Om hun voldoende tijd te geven om</STRING></STRING> zich aan te passen aan de nieuwe <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bepalingen, met name de</STRING></STRING> waarborgen voor de toepassing van preventieve maatregelen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> ▌<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moet aan institutionele protectiestelsels bovendien een overgangsperiode van drie jaar worden toegekend</STRING></STRING>. ▌<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om een gelijk speelveld te waarborgen en deposanten een hoge mate van bescherming te blijven bieden, moeten de functies en taken die worden vervuld bovenop de functies en taken waarop deze richtlijn betrekking heeft, worden gefinancierd met aanvullende financiële middelen, die worden toegevoegd aan het streefbedrag. Institutionele protectiestelsels moeten</STRING></STRING> een gescheiden fonds opbouwen voor andere IPS-doeleinden dan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de functies waarop deze richtlijn betrekking heeft</STRING></STRING>, zoals overeengekomen tussen de Europese Centrale Bank, de nationale bevoegde autoriteit en de relevante institutionele protectiestelsels.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(46)</NO.P>Om depositogarantiestelsels en aangewezen autoriteiten in staat te stellen de nodige operationele capaciteit op te bouwen om de nieuwe regels inzake het gebruik van preventieve maatregelen toe te passen, is het passend te voorzien in een uitgestelde toepassing van die nieuwe regels.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(47)</NO.P>Aangezien de doelstellingen van deze richtlijn, namelijk het waarborgen van een uniforme bescherming van deposanten in de Unie, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt vanwege de risico’s die uiteenlopende nationale benaderingen met zich mee kunnen brengen voor de integriteit van de interne markt, maar door wijziging van regels die al op het niveau van de Unie zijn vastgesteld, beter op het niveau van de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel zoals neergelegd in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, maatregelen vaststellen. Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel, zoals neergelegd in datzelfde artikel, gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken,</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><DINIT>HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:</DINIT><GR.ART><ARTICLE><TI.ART><STRING ITALIC="on">Artikel 1</STRING></TI.ART><STI.ART><STRING BOLD="on">Wijziging van Richtlijn 2014/49/EU</STRING></STI.ART><PARAG>Richtlijn 2014/49/EU wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1)</NO.P>Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>lid 1 wordt vervangen door:<CITATION><P>“1. Deze richtlijn bevat regels en procedures betreffende de oprichting en de werking van depositogarantiestelsels, de dekking en terugbetaling van deposito’s, en het gebruik van middelen van depositogarantiestelsels voor maatregelen die erop gericht zijn de toegang van deposanten tot hun deposito’s te waarborgen.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>in lid 2 wordt punt d) vervangen door:<CITATION><P>“d) kredietinstellingen en bijkantoren van kredietinstellingen die hun hoofdkantoor buiten de Unie hebben, die deelnemen aan de stelsels als bedoeld in de punten a), b) of c) van dit lid.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2)</NO.P>in artikel 2 wordt lid 1 als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>in punt 3) wordt de aanhef vervangen door:<CITATION><P>“3) “deposito”: een creditsaldo dat wordt gevormd door op een rekening staande gelden of dat tijdelijk uit normale banktransacties voortvloeit die kredietinstellingen in het kader van hun bedrijfsactiviteiten uitvoeren, en dat de kredietinstelling onder de toepasselijke wettelijke en contractuele voorwaarden dient terug te betalen, met inbegrip van een termijndeposito en een spaardeposito, maar met uitsluiting van een creditsaldo indien:”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>in punt 13) wordt de aanhef vervangen door:<CITATION><P>“13) “betalingsverplichting”: een onherroepelijke, volledig door zekerheden gedekte verplichting van een kredietinstelling om een depositogarantiestelsel een geldbedrag te betalen op verzoek van dat depositogarantiestelsel, en waarbij de zekerheden:”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de volgende punten 19 tot en met 23 worden toegevoegd:<CITATION><P><LIST LEVEL="1" TYPE="ARAB"><INT.LI LEVEL="0">“19) “afwikkelingsautoriteit”: een afwikkelingsautoriteit zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 18, van Richtlijn 2014/59/EU;</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>20)</SYMBOL>“deposito’s van cliëntengelden”: gelden die rekeninghouders die financiële instellingen zijn zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 26), van Verordening (EU) nr. 575/2013 in het kader van hun bedrijfsactiviteiten bij een kredietinstelling deponeren voor rekening van hun cliënten;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>21)</SYMBOL>“staatssteunregels van de Unie”: het kader dat is vastgesteld bij de artikelen 107, 108 en 109, VWEU, en de verordeningen en alle handelingen van de Unie, met inbegrip van richtsnoeren, mededelingen en bekendmakingen die uit hoofde van artikel 108, lid 4, of artikel 109, VWEU, zijn uitgevaardigd of vastgesteld;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>22)</SYMBOL>“witwassen van geld”: het witwassen van geld zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 1, van [gelieve de referentie in te voegen – voorstel voor een antiwitwasverordening – COM(2021) 420 final]*;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>23)</SYMBOL>“terrorismefinanciering”: financiering van terrorisme zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 2, van [gelieve de referentie in te voegen – voorstel voor een antiwitwasverordening – COM(2021) 420 final]. **”;</ITEM></LIST></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>lid 3 wordt vervangen door:<CITATION><P>“3. Aandelen van “building societies” in Ierland worden als deposito’s behandeld, tenzij het gaat om aandelen met een vermogenskarakter, als bedoeld in artikel 5, lid 1, punt b).”;</P><P>____________________________________________</P><P>*	[Gelieve de volledige referentie in te voegen – voorstel voor een antiwitwasverordening – COM(2021) 420 final].</P><P>**	[Gelieve de volledige referentie in te voegen – voorstel voor een antiwitwasverordening – COM(2021) 420 final].</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3)</NO.P>artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>-a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lid 2 wordt vervangen door:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“2. Bij overeenkomst vastgestelde stelsels als bedoeld in artikel 1, lid 2, punt b), van deze richtlijn kunnen officieel als depositogarantiestelsels worden erkend als zij aan deze richtlijn voldoen.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Institutionele protectiestelsels kunnen officieel als depositogarantiestelsels worden erkend indien zij aan de criteria van artikel 113, lid 7, van Verordening (EU) nr. 575/2013, alsook aan deze richtlijn voldoen.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten zorgen ervoor dat uiterlijk ... [36 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsrichtlijn], een institutioneel protectiestelsel dat overeenkomstig dit lid als depositogarantiestelsel is erkend, zijn beschikbare financiële middelen waarvoor overeenkomstig artikel 10, lid 2, van deze richtlijn een streefniveau geldt, scheidt van de aanvullende financiële middelen voor de vervulling van andere taken dan die welke krachtens deze richtlijn worden geregeld.”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>lid 4 wordt vervangen door:<CITATION><P>“4. De lidstaten zorgen ervoor dat indien een kredietinstelling niet voldoet aan de verplichtingen van deelneming aan een depositogarantiestelsel, dat depositogarantiestelsel <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de aangewezen autoriteit en</STRING></STRING> de bevoegde autoriteit van die kredietinstelling daarvan onmiddellijk op de hoogte stelt.</P><P>De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteit, in samenwerking met <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de aangewezen autoriteit,</STRING></STRING> onverwijld alle <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">passende</STRING></STRING> maatregelen neemt<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, waaronder, indien nodig, het opleggen van sancties,</STRING></STRING> om ervoor te zorgen dat de betrokken kredietinstelling haar verplichtingen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">als lid van een depositogarantiestelsel</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">nakomt</STRING></STRING>. ▌</P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten stellen regels vast voor de sancties die van toepassing zijn in geval van niet-nakoming door kredietinstellingen van hun verplichtingen als lid van een depositogarantiestelsel. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.</STRING></STRING>”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het volgende lid 4 bis wordt toegevoegd:<CITATION><P>“4 bis. De lidstaten zorgen ervoor dat indien een kredietinstelling de in artikel 10 en artikel 11, lid 4, verzuimt de bedoelde bijdragen binnen de door het depositogarantiestelsel gestelde termijn te betalen, dat depositogarantiestelsel gedurende de periode van verzuim de wettelijke rente in rekening brengt over het verschuldigde bedrag.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>leden 5 en 6 worden vervangen door:<CITATION><P>“5. De lidstaten zorgen ervoor dat het depositogarantiestelsel de aangewezen autoriteit daarvan in kennis stelt wanneer ondanks de in de leden 4 en 4 bis bedoelde maatregelen de kredietinstelling aan haar verplichtingen blijft verzaken. De lidstaten zorgen ervoor dat de aangewezen autoriteit beoordeelt of de instelling nog steeds voldoet aan de voorwaarden om deel te nemen aan het depositogarantiestelsel en de bevoegde autoriteit in kennis stelt van de uitkomst van die beoordeling.</P><P><NO.P>6.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat indien de bevoegde autoriteit besluit de vergunning in te trekken overeenkomstig artikel 18 van Richtlijn 2013/36/EU, de kredietinstelling niet langer deelneemt aan het depositogarantiestelsel. De lidstaten zorgen ervoor dat deposito’s die zijn aangehouden op de datum waarop een kredietinstelling niet langer deelneemt aan het depositogarantiestelsel, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">maximaal zes maanden</STRING></STRING> onder dat depositogarantiestelsel blijven vallen.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aan lid 7 wordt de volgende alinea toegevoegd:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“De aangewezen autoriteiten beschikken over de nodige handhavingsbevoegdheden, inclusief de bevoegdheid om sancties of andere administratieve maatregelen op te leggen, om inbreuken op deze richtlijn te verhelpen.”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>lid 8 wordt geschrapt;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>het volgende lid 13 wordt toegevoegd:<CITATION><P>“13. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">▌</STRING></STRING>De EBA <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ontwikkelt ontwerpen van technische reguleringsnormen</STRING></STRING> over het toepassingsgebied, de inhoud en de procedures van de in lid 10 bedoelde stresstests.</P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De EBA dient die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op ... [24 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsrichtlijn] bij de Commissie in.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om deze richtlijn aan te vullen door de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.</STRING></STRING>”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4)</NO.P>artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>lid 1 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>de aanhef wordt vervangen door:<CITATION><P>“1. Van terugbetaling door een depositogarantiestelsel zijn uitgesloten:”<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>punt c) wordt vervangen door:<CITATION><P>“c) deposito’s uit hoofde van transacties in verband waarmee een strafrechtelijke veroordeling is uitgesproken wegens het witwassen van geld;”;</P></CITATION></PARAG><PARAG>▌</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>iv)</NO.P>punt f) wordt vervangen door:<CITATION><P>“f) deposito’s waarvan de houder zich nooit heeft gelegitimeerd krachtens artikel 16 van Verordening (EU) ... [gelieve de korte referentie in te voegen – voorstel voor een antiwitwasverordening – COM(2021) 420 final], indien deze deposito’s niet meer beschikbaar zijn, behalve indien een houder om uitbetaling verzoekt en aantoont dat het gebrek aan identificatie niet te wijten is aan zijn of haar handelen;”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>v)</NO.P>punt j) wordt geschrapt<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>v bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het volgende punt wordt toegevoegd:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“k bis) deposito’s van personen of juridische entiteiten die onderworpen zijn aan door de Unie vastgestelde gerichte financiële sancties.”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>lid 2 wordt vervangen door:<CITATION><P>“2. In afwijking van lid 1, punt i), kunnen de lidstaten besluiten dat deposito’s die worden aangehouden door persoonlijke pensioenregelingen of bedrijfspensioenregelingen van kleine of middelgrote ondernemingen in aanmerking komen tot het in artikel 6, lid 1, bepaalde dekkingsniveau.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5)</NO.P>artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>lid 2 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>de aanhef wordt vervangen door:<CITATION><P>“In aanvulling op lid 1 zorgen de lidstaten ervoor dat de volgende deposito’s een bescherming van minimaal 500 000 EUR <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en maximaal 2 500 000 EUR</STRING></STRING> genieten gedurende een periode van zes maanden na creditering van het bedrag of vanaf het tijdstip waarop die deposito’s wettelijk kunnen worden overgedragen”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>punt a) wordt vervangen door:<CITATION><P>“a) deposito’s die het resultaat zijn van onroerendgoedtransacties met betrekking tot particuliere woningen en deposito’s bestemd voor dergelijke transacties, mits die transacties <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in een periode van vier maanden</STRING></STRING> worden afgesloten door een natuurlijke persoon en mits die natuurlijke persoon documenten kan overleggen die een dergelijke transactie staven;”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de volgende alinea wordt toegevoegd:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“Uiterlijk ... [36 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsrichtlijn] herziet de Commissie de in de eerste alinea bedoelde en door de lidstaten omgezette beschermde bedragen, teneinde te bepalen of het in die alinea bedoelde maximumbedrag moet worden verlaagd, rekening houdende met de vraag of de beschermde bedragen evenredig zijn en voor een gelijk speelveld in de hele Unie zorgen. De Commissie dient bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in, dat in voorkomend geval vergezeld gaat van een wetgevingsvoorstel.”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het volgende lid 2 bis wordt ingevoegd:<CITATION><P>“2 bis. De lidstaten zorgen ervoor dat het in lid 2 vastgestelde dekkingsniveau een aanvulling vormt op het in lid 1 vastgestelde dekkingsniveau.”<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6)</NO.P>artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>lid 5 wordt geschrapt;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lid 6 wordt vervangen door:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“6. De lidstaten zien erop toe dat kredietinstellingen ten minste eenmaal per jaar aan hun depositogarantiestelsels verslag uitbrengen over het totaalbedrag van de in aanmerking komende deposito’s. De lidstaten zorgen ervoor dat depositogarantiestelsels kredietinstellingen te allen tijde mogen verzoeken hun het totale bedrag van de in aanmerking komende deposito’s van elke deposant mee te delen.”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>lid 7 wordt vervangen door:<CITATION><P>“7. De lidstaten zorgen ervoor dat het depositogarantiestelsel de rente vergoedt op deposito’s die is aangegroeid maar nog niet gecrediteerd of gedebiteerd op de datum van de in artikel 2, lid 1, punt 8, onder a), bedoelde vaststelling van een relevante administratieve autoriteit, of van de in artikel 2, lid 1, punt 8, onder b), bedoelde uitspraak door een rechterlijke instantie. Het in artikel 6, lid 1, vastgestelde dekkingsniveau of, in de in artikel 6, lid 2, bedoelde omstandigheden, het in dat lid vastgestelde dekkingsniveau, mag niet worden overschreden.</P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Wanneer de rentevoeten op bepaalde deposito’s de geldende marktrentevoeten significant overschrijden, zoals vastgesteld op basis van transparante en voor iedereen toegankelijke gegevens, mag het depositogarantiestelsel de rente die terugbetaald wordt, aanpassen tot het niveau van de geldende marktrentevoet op het moment van de vaststelling door de relevante administratieve autoriteit of van de uitspraak door de rechterlijke instantie. Deze aanpassing geschiedt om morele risico’s te voorkomen. De criteria en de methode die voor de bepaling van een “significante overschrijding” en voor de aanpassing worden gebruikt, worden op transparante wijze vastgesteld, met inachtneming van de richtsnoeren van de EBA, en moeten worden goedgekeurd door de bevoegde autoriteit.</STRING></STRING>”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7)</NO.P>het volgende artikel 7 bis wordt ingevoegd:<CITATION><P><STRING ITALIC="on">“Artikel 7 bis</STRING></P><P><STRING BOLD="on">Bewijslast naleving voorwaarden en recht op deposito’s</STRING></P><P>De lidstaten zorgen ervoor dat in de gevallen als bedoeld in artikel 6, lid 2, en artikel 7, lid 3, een deposant of, in voorkomend geval, een rekeninghouder, aantoont dat de betrokken deposito’s voldoen aan de voorwaarden van artikel 6, lid 2, of dat hij recht heeft op de deposito’s in de in artikel 7, lid 3, bedoelde omstandigheden.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8)</NO.P>artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>-a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lid 1 wordt vervangen door:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“1. Depositogarantiestelsels zorgen ervoor dat het terug te betalen bedrag zo snel mogelijk beschikbaar is, en in elk geval binnen zeven werkdagen, te rekenen vanaf de datum van de in artikel 2, lid 1, punt 8), a), bedoelde vaststelling door een relevante administratieve autoriteiten of van de in artikel 2, lid 1, punt 8), b), bedoelde uitspraak door een rechterlijke instantie.”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>-a bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lid 2 wordt geschrapt;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>lid 3 wordt vervangen door:<CITATION><P>“3. In afwijking van lid 1 staan de lidstaten depositogarantiestelsels toe een langere ▌<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">termijn</STRING></STRING> toe te passen voor <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de terugbetaling van </STRING></STRING>de in artikel 6, lid 2, artikel 7, lid 3, en artikel 8 ter bedoelde deposito’s, die niet meer dan twintig werkdagen bedraagt, te rekenen vanaf de datum waarop deze depositogarantiestelsels de volledige documentatie hebben ontvangen die zij een deposant <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of, in voorkomend geval, een rekeninghouder</STRING></STRING> hebben verzocht te verstrekken, om de vorderingen te onderzoeken en na te gaan of aan de voorwaarden voor terugbetaling is voldaan. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Voor de in artikel 6, lid 2, en artikel 7, lid 3, bedoelde deposito’s zorgen de depositogarantiestelsels die het terugbetaalbare bedrag niet binnen zeven werkdagen beschikbaar kunnen stellen, ervoor dat de deposanten binnen vijf werkdagen na een verzoek hiertoe toegang krijgen tot een passend bedrag van hun gedekte deposito’s om in de kosten van levensonderhoud te kunnen voorzien.</STRING></STRING>”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lid 4 wordt geschrapt;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>lid 5 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>punt c) wordt vervangen door:<CITATION><P>“c) er in afwijking van lid 9 in de afgelopen 24 maanden geen transactie heeft plaatsgevonden met betrekking tot het deposito (de rekening slaapt), tenzij een deposant ook deposito’s op een andere rekening heeft die niet slapend is;”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>punt d) wordt geschrapt;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>lid 8 wordt geschrapt;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>lid 9 wordt vervangen door:<CITATION><P>“9. De lidstaten zorgen ervoor dat wanneer er gedurende de laatste 24 maanden geen transactie heeft plaatsgevonden met betrekking tot het deposito, depositogarantiestelsels een drempel kunnen vaststellen voor de administratieve kosten die deze depositogarantiestelsels zouden moeten maken om een dergelijke terugbetaling uit te voeren. Depositogarantiestelsels zijn niet verplicht actief stappen te ondernemen om deposanten onder die drempel terug te betalen. De lidstaten zorgen ervoor dat depositogarantiestelsels deposanten onder die drempel terugbetalen wanneer die deposanten daarom verzoeken.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9)</NO.P>de volgende artikelen 8 bis, 8 ter en 8 quater worden ingevoegd:<CITATION><P><STRING ITALIC="on">“Artikel 8 bis</STRING></P><P><STRING BOLD="on">Terugbetaling van deposito’s van meer dan 10 000 EUR</STRING></P><P>De lidstaten zorgen ervoor dat wanneer de terugbetaalbare bedragen meer dan 10 000 EUR bedragen, depositogarantiestelsels de deposanten terugbetalen via overmakingen, zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 20, van Richtlijn 2014/92/EU van het Europees Parlement en de Raad*.</P><P><STRING ITALIC="on">“Artikel 8 ter</STRING></P><P><STRING BOLD="on">Dekking van deposito’s van cliëntengelden</STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">De lidstaten zorgen ervoor dat deposito’s van cliëntengelden onder de depositogarantiestelsels vallen wanneer alle volgende punten van toepassing zijn:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>dergelijke deposito’s worden geplaatst namens en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uitsluitend </STRING></STRING>voor rekening van cliënten die in aanmerking komen voor bescherming overeenkomstig artikel 5, lid 1;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>dergelijke deposito’s worden geplaatst om gelden van cliënten te scheiden in overeenstemming met de beschermingsvereisten zoals vastgelegd in het Unierecht tot regeling van de activiteiten van de entiteiten als bedoeld in artikel 5, lid 1, punt d);</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>de cliënten legitimeren zich als bedoeld in punt a) of zijn identificeerbaar<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, onder de uiteindelijke verantwoordelijkheid van de entiteit die namens cliënten de rekening houdt,</STRING></STRING> vóór de datum van een vaststelling van een relevante administratieve autoriteit als bedoeld in artikel 2, lid 1, punt 8, onder a), of een uitspraak van een rechterlijke instantie als bedoeld in artikel 2, lid 1, punt 8, onder b).</ITEM></LIST></P><P><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat het in artikel 6, lid 1, bedoelde dekkingsniveau van toepassing is op elk van de cliënten die voldoen aan de voorwaarden van lid 1, punt c), van dit artikel. In afwijking van artikel 7, lid 1, houdt het depositogarantiestelsel bij het bepalen van het terugbetaalbare bedrag voor een individuele cliënt geen rekening met de totale gelden die door die cliënt bij dezelfde kredietinstelling in deposito zijn geplaatst.</P><P><NO.P>3.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">terugbetalingen van</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gedekte deposito’s door depositogarantiestelsels</STRING></STRING> ▌rechtstreeks aan de cliënt <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gebeuren</STRING></STRING>.</P><P><NO.P>4.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">De EBA ontwikkelt ontwerpen van technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>de technische details met betrekking tot de identificatie van cliënten met het oog op de terugbetaling overeenkomstig artikel 8;</ITEM></LIST></P><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">▌</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>de regels om meerdere vorderingen om uitbetaling aan dezelfde begunstigde te voorkomen.</ITEM></LIST></P><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">Bij de ontwikkeling van die ontwerpen van technische reguleringsnormen houdt de EBA rekening met alle volgende elementen:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>de specifieke kenmerken van het bedrijfsmodel van de verschillende soorten financiële instellingen als bedoeld in artikel 5, lid 1, punt d);</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>de specifieke vereisten van het toepasselijke Unierecht tot regeling van de activiteiten van de financiële instellingen als bedoeld in artikel 5, lid 1, punt d), voor de behandeling van gelden van cliënten.</ITEM></LIST></P><P>De EBA dient die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op ... [PB: gelieve de datum in te voegen = 12 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] bij de Commissie in.</P><P>Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om deze richtlijn aan te vullen door de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.</P><P><STRING ITALIC="on">Artikel 8 quater</STRING></P><P><STRING BOLD="on">Opschorting van terugbetaling in geval van bezorgdheid over het witwassen van geld of terrorismefinanciering</STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat de aangewezen autoriteit het depositogarantiestelsel binnen 24 uur na ontvangst van de informatie als bedoeld in artikel 48, lid 4, van [gelieve de referentie in te voegen – voorstel voor een antiwitwasrichtlijn tot intrekking van Richtlijn (EU) 2015/849 – COM(2021) 423 final] in kennis stelt van de resultaten van de cliëntenonderzoeksmaatregelen als bedoeld in artikel 15, lid 4, van Verordening (EU) ... [gelieve de korte referentie in te voegen – voorstel voor een antiwitwasverordening – COM(2021) 420 final]. De lidstaten zorgen ervoor dat de informatie die wordt uitgewisseld tussen de aangewezen autoriteit en het depositogarantiestelsel beperkt blijft tot de informatie die strikt noodzakelijk is voor de uitoefening van de taken en verantwoordelijkheden van de depositogarantiestelsels uit hoofde van deze richtlijn en dat deze uitwisseling van informatie voldoet aan de vereisten van Richtlijn 96/9/EG van het Europees Parlement en de Raad**.</P><P><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat depositogarantiestelsels de in artikel 8, lid 1, bedoelde terugbetaling opschorten wanneer een deposant of een persoon die recht heeft op bedragen die op zijn of haar rekening worden aangehouden, is beschuldigd van een strafbaar feit dat voortvloeit uit of verband houdt met het witwassen van geld of terrorismefinanciering, in afwachting van de uitspraak van de rechtbank.</P><P><NO.P>3.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat depositogarantiestelsels de in artikel 8, lid 1, bedoelde terugbetaling opschorten voor dezelfde periode als bepaald in artikel 20 van [gelieve de korte referentie in te voegen – voorstel voor een antiwitwasrichtlijn tot intrekking van Richtlijn (EU) 2015/849 – COM(2021) 423 final] wanneer zij er door de financiële-inlichtingeneenheid als bedoeld in artikel 32 van Richtlijn (EU) ... [gelieve de referentie in te voegen – voorstel voor een antiwitwasrichtlijn tot intrekking van richtlijn ((EU) 2015/849 – COM(2021) 423 final] van in kennis worden gesteld dat die eenheid heeft besloten een transactie op te schorten of toestemming weigeren om een dergelijke transactie uit te voeren, of om een bank- of betaalrekening te schorsen overeenkomstig artikel 20, lid 1 of lid 2, van Richtlijn (EU) ... [gelieve de referentie in te voegen – voorstel voor een antiwitwasrichtlijn tot intrekking van Richtlijn (EU) 2015/849 – COM(2021) 423 final].</P><P><NO.P>4.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat depositogarantiestelsels niet aansprakelijk worden gesteld voor maatregelen die worden genomen in overeenstemming met de instructies van de financiële-inlichtingeneenheid. Depositogarantiestelsels gebruiken alle informatie die zij van de financiële-inlichtingeneenheid ontvangen uitsluitend voor de doeleinden van deze richtlijn.</P><P>__________________</P><P>*	Richtlijn 2014/92/EU van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de vergelijkbaarheid van de in verband met betaalrekeningen aangerekende vergoedingen, het overstappen naar een andere betaalrekening en de toegang tot betaalrekeningen met basisfuncties (PB L 257 van 28.8.2014, blz. 214).</P><P>**	Richtlijn 96/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken (PB L 77 van 27.3.1996, blz. 20).”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>10)</NO.P>in artikel 9 worden de leden 2 en 3 vervangen door:<CITATION><P>“2. Onverminderd rechten waarover zij krachtens de nationale wetgeving beschikken, hebben depositogarantiestelsels die in een nationaal kader uitkeringen uit hoofde van de garantie doen, het recht om in een procedure tot liquidatie of sanering gesubrogeerd te worden in de rechten van de deposanten, voor een bedrag gelijk aan het bedrag van de uitkering van depositogarantiestelsels aan de deposanten. Depositogarantiestelsels die een bijdrage leveren in het kader van de afwikkelingsinstrumenten als bedoeld in artikel 37, lid 3, punt a) of b), van Richtlijn 2014/59/EU, of in het kader van maatregelen die zijn genomen overeenkomstig artikel 11, lid 5, van deze richtlijn, hebben een vordering tegen de rest van de kredietinstelling voor elk verlies dat is geleden als gevolg van bijdragen aan de afwikkeling overeenkomstig artikel 109 van Richtlijn 2014/59/EU of aan de overdracht op grond van artikel 11, lid 5, van deze richtlijn <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor een bedrag dat gelijk is aan hun bijdrage op voorwaarde dat de rest van de kredietinstelling wordt geliquideerd</STRING></STRING>. ▌Die vordering moet in de rangorde dezelfde plaats bekleden als <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gedekte</STRING></STRING> deposito’s uit hoofde van nationale wetgeving inzake normale insolventieprocedures.</P><P><NO.P>3.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat deposanten wier deposito’s niet binnen de in artikel 8, leden 1 en 3, vastgestelde termijnen door het depositogarantiestelsel zijn terugbetaald of erkend, binnen een periode van vijf jaar aanspraak kunnen maken op terugbetaling van hun deposito’s.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>11)</NO.P>artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>lid 2 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>na de eerste alinea wordt de volgende alinea ingevoegd:<CITATION><P>“Voor de berekening van het in de eerste alinea bedoelde streefbedrag ligt de referentieperiode tussen 31 december vóór de datum waarop het streefbedrag moet worden bereikt en die datum.</P><P>Om te bepalen of het depositogarantiestelsel het streefbedrag heeft bereikt, houden de lidstaten uitsluitend rekening met beschikbare financiële middelen die rechtstreeks door de deelnemers aan het depositogarantiestelsel zijn bijgedragen of teruggevorderd van de deelnemers, na aftrek van administratieve vergoedingen en kosten. Deze beschikbare financiële middelen omvatten inkomsten uit beleggingen afkomstig van gelden die door de deelnemers aan het depositogarantiestelsel zijn bijgedragen, maar zijn exclusief terugbetalingen waar door in aanmerking komende deposanten tijdens uitbetalingsprocedures geen aanspraak op wordt gemaakt, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">alle schuldverplichtingen van de depositogarantiestelsels, met inbegrip van </STRING></STRING>leningen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van andere </STRING></STRING>depositogarantiestelsels <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en alternatieve financieringsregelingen als bedoeld in artikel 10, lid 9</STRING></STRING>. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een uitstaande lening aan een ander depositogarantiestelsel krachtens artikel 12 wordt behandeld als activa van het depositogarantiestelsel dat de lening heeft verstrekt en mag meegeteld worden bij het streefbedrag van dat depositogarantiestelsel.</STRING></STRING>”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>de derde alinea wordt vervangen door:<CITATION><P>“Wanneer, nadat het in de eerste alinea bedoelde streefbedrag voor het eerst is bereikt en de beschikbare financiële middelen, na een uitbetaling van de middelen van het depositogarantiestelsel overeenkomstig artikel 8, lid 1, en artikel 11, leden 2, 3 en 5, zijn teruggebracht tot minder dan twee derde van het streefbedrag, stellen de depositogarantiestelsels de reguliere bijdrage vast op een niveau waarbij het streefbedrag binnen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vier </STRING></STRING>jaar kan worden bereikt.</P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Wanneer, nadat het in de eerste alinea bedoelde streefbedrag voor het eerst is bereikt en de beschikbare financiële middelen, na een uitbetaling van de middelen van het depositogarantiestelsel overeenkomstig artikel 8, lid 1, en artikel 11, leden 2, 3 en 5, zijn teruggebracht tot minder dan twee derde van het streefbedrag, stellen de depositogarantiestelsels de reguliere bijdrage vast op een niveau waarbij het streefbedrag binnen twee jaar kan worden bereikt.</STRING></STRING>”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de vijfde alinea wordt vervangen door:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“De lidstaten kunnen de initiële in de eerste alinea bedoelde termijn met maximaal vier jaar verlengen ingeval het depositogarantiestelsel gecumuleerde uitbetalingen ten bedrage van meer dan 0,8 % van de gedekte deposito’s heeft verricht om deposanten terug te betalen.”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>lid 3 wordt vervangen door:<CITATION><P>“3. De beschikbare financiële middelen die door het depositogarantiestelsel in aanmerking worden genomen om het in lid 2 bedoelde streefbedrag te bereiken, kunnen betalingsverplichtingen omvatten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waaraan op verzoek van het depositogarantiestelsel binnen 48 uur moet worden voldaan</STRING></STRING>. Het totale aandeel van deze betalingsverplichtingen mag niet groter zijn dan 30 % van het totaalbedrag van de beschikbare financiële middelen die overeenkomstig lid 2 worden bijeengebracht.</P><P>De EBA vaardigt richtsnoeren uit inzake betalingsverplichtingen waarin criteria worden vastgelegd voor de ontvankelijkheid van die verplichtingen.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>lid 4 wordt geschrapt;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>lid 7 wordt vervangen door:<CITATION><P>“7. De lidstaten zorgen ervoor dat depositogarantiestelsels, aangewezen autoriteiten of bevoegde autoriteiten de beleggingsstrategie bepalen voor de beschikbare financiële middelen van depositogarantiestelsels en dat die beleggingsstrategie in overeenstemming is met het beginsel van diversificatie en beleggingen in <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">liquide </STRING></STRING>activa met een laag risico.</P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten zorgen ervoor dat de in de eerste alinea van dit lid vermelde beleggingsstrategie in overeenstemming is met de beginselen zoals bedoeld in de artikelen 4, 8 en 10 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/451* van de Commissie.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">_______________</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">*	Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/451 van de Commissie van 16 december 2015 tot vaststelling van algemene beginselen en criteria voor de beleggingsstrategie en regels voor het beheer van het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds (PB L 79 van 30.3.2016, blz. 2).</STRING></STRING>”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>het volgende lid 7 bis wordt ingevoegd:<CITATION><P>“7 bis. De lidstaten zorgen ervoor dat depositogarantiestelsels hun beschikbare financiële middelen geheel of gedeeltelijk bij hun nationale centrale bank of nationale schatkist kunnen onderbrengen, mits <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">dit voor de depositogarantiestelsels een kostenefficiënt besluit is en</STRING></STRING> deze beschikbare financiële middelen op een gescheiden rekening worden aangehouden en deze gemakkelijk beschikbaar zijn voor gebruik door het depositogarantiestelsel overeenkomstig de artikelen 11 en 12.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lid 9 wordt vervangen door:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“9. De lidstaten zien erop toe dat depositogarantiestelsels over een adequaat alternatief financieringsplan beschikken op basis waarvan zij kortetermijnfinanciering kunnen verkrijgen waarmee vorderingen jegens die depositogarantiestelsels kunnen worden gehonoreerd. De lidstaten zorgen ervoor dat de alternatieve financieringsregelingen van depositogarantiestelsels niet met overheidsmiddelen worden gefinancierd.”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>lid 10 wordt geschrapt;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g)</NO.P>de volgende leden 11, 12 en 13 worden toegevoegd:<CITATION><P>“11. De lidstaten zorgen ervoor dat depositogarantiestelsels in het kader van de in artikel 11, leden 1, 2, 3 en 5, bedoelde maatregelen gebruik kunnen maken van de middelen die afkomstig zijn van de alternatieve financieringsregelingen als bedoeld in artikel 10, lid 9▌, alvorens gebruik te maken van de beschikbare financiële middelen en voordat de buitengewone bijdragen als bedoeld in artikel 10, lid 8, worden geïnd. ▌</P><P><NO.P>12.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">De EBA ontwikkelt ontwerpen van technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>de methode voor de berekening van beschikbare financiële middelen die in aanmerking worden genomen voor het in lid 2 bedoelde streefbedrag, met inbegrip van de afbakening van de beschikbare financiële middelen van depositogarantiestelsels en de categorieën beschikbare financiële middelen die voortvloeien uit ingebrachte middelen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>de details van het proces om het in lid 2 bedoelde streefbedrag te bereiken nadat een depositogarantiestelsel de beschikbare financiële middelen heeft gebruikt overeenkomstig artikel 11.</ITEM></LIST></P><P>De EBA dient die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk ... [PB: gelieve de datum in te voegen = 24 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] bij de Commissie in.</P><P>Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze richtlijn aan te vullen door de in de eerste alinea bedoelde ontwerpen van technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.</P><P><NO.P>13.</NO.P>Uiterlijk ... [PB: gelieve de datum in te vullen = 24 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] ontwikkelt de EBA richtsnoeren om depositogarantiestelsels te helpen bij de diversificatie van hun beschikbare financiële middelen en het beleggen in activa met een laag risico, die van toepassing zijn op de beschikbare financiële middelen van depositogarantiestelsels.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>12)</NO.P>artikel 11 wordt vervangen door:<CITATION><P><STRING ITALIC="on">“Artikel 11</STRING></P><P><STRING BOLD="on">Gebruik van middelen</STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat depositogarantiestelsels de in artikel 10 bedoelde beschikbare financiële middelen in de eerste plaats gebruiken <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">om </STRING></STRING>terugbetalingen aan deposanten overeenkomstig artikel 8 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">te waarborgen</STRING></STRING>.▌</P><P><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat de depositogarantiestelsels de beschikbare financiële middelen gebruiken ter financiering van de afwikkeling van kredietinstellingen overeenkomstig artikel 109 van Richtlijn 2014/59/EU. De lidstaten zorgen ervoor dat de afwikkelingsautoriteiten bepalen welk bedrag een depositogarantiestelsel moet bijdragen aan de financiering van de afwikkeling van kredietinstellingen, nadat deze afwikkelingsautoriteiten het depositogarantiestelsel hebben geraadpleegd over de resultaten van de in artikel 11 sexies van deze richtlijn bedoelde laagstekostentoets. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten zien erop toe dat depositogarantiestelsels onverwijld reageren op dergelijke raadplegingen.</STRING></STRING></P><P><NO.P>3.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">De lidstaten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">staan </STRING></STRING>depositogarantiestelsels <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">toe</STRING></STRING> de beschikbare financiële middelen te gebruiken voor preventieve maatregelen als bedoeld in artikel 11 bis ten behoeve van een kredietinstelling wanneer al het volgende van toepassing is:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">er is niet vastgesteld dat de kredietinstelling faalt of waarschijnlijk zal falen, overeenkomstig </STRING></STRING>artikel 32, lid 4, van Richtlijn 2014/59/EU▌;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>het depositogarantiestelsel heeft bevestigd dat de kosten van de maatregel niet hoger zijn dan de kosten van terugbetaling aan deposanten, zoals berekend overeenkomstig artikel 11 sexies;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>aan alle voorwaarden van de artikelen 11 bis en 11 ter is voldaan.</ITEM></LIST></P><P><NO.P>4.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">Indien de beschikbare financiële middelen worden gebruikt voor preventieve <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of alternatieve</STRING></STRING> maatregelen als bedoeld in <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de leden 3 en 5 </STRING></STRING>▌, verstrekken de deelnemende kredietinstellingen het depositogarantiestelsel <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onverwijld </STRING></STRING>de middelen die voor dergelijke maatregelen worden gebruikt, indien nodig in de vorm van buitengewone bijdragen, indien:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>het nodig is de deposanten terug te betalen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of bij een afwikkeling te interveniëren</STRING></STRING> en de beschikbare financiële middelen van het depositogarantiestelsel zijn teruggebracht tot minder dan twee derde van het streefbedrag;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>de beschikbare financiële middelen van het depositogarantiestelsel <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">na de financiering van preventieve maatregelen </STRING></STRING>zijn teruggebracht tot minder dan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">40</STRING></STRING> % van het streefbedrag<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, tenzij het terugbetalingsschema van de instelling of instellingen waaraan preventieve maatregelen zijn toegekend, voorziet in terugbetaling door die instellingen binnen twaalf maanden, waardoor de beschikbare financiële middelen meer bedragen dan 40 % van het streefbedrag</STRING></STRING>.</ITEM></LIST></P><P><NO.P>5.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">Indien een kredietinstelling overeenkomstig artikel 32 ter van Richtlijn 2014/59/EU wordt geliquideerd om de markt te verlaten of haar bankactiviteiten te beëindigen, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">staan</STRING></STRING> de lidstaten depositogarantiestelsels <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">toe</STRING></STRING> de beschikbare financiële middelen te gebruiken voor alternatieve maatregelen om de toegang van deposanten tot hun deposito’s te waarborgen, waaronder de overdracht van activa en passiva en de overdracht van depositoportefeuilles, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wanneer al het volgende van toepassing is:</STRING></STRING></INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>het depositogarantiestelsel bevestigt dat de kosten van de maatregel niet hoger zijn dan de kosten van terugbetaling aan deposanten zoals berekend overeenkomstig artikel 11 sexies van deze richtlijn<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>aan alle voorwaarden van artikel 11 quinquies van deze richtlijn is voldaan<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">indien de maatregel uit de overdracht van activa of passiva bestaat, omvat de overdracht passiva die een of meer van de volgende vormen aannemen:</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>i)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gedekte deposito’s;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>ii)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in aanmerking komende deposito’s van natuurlijke personen en van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>iii)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">deposito’s afkomstig van natuurlijke personen en van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen die in aanmerking komende deposito’s zouden zijn indien zij niet werden verricht in zich buiten de Unie bevindende bijkantoren van in de Unie gevestigde instellingen;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>iv)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">alle passiva die in de nationale rangorde van vorderingen in insolventieprocedures hoger gerangschikt zijn dan gedekte deposito’s.</STRING></STRING>”;</ITEM></LIST></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>13)</NO.P>de volgende artikelen 11 bis tot en met 11 sexies worden ingevoegd:<CITATION><P><STRING ITALIC="on">“Artikel 11 bis</STRING></P><P><STRING BOLD="on">Preventieve maatregelen</STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">▌De lidstaten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zorgen</STRING></STRING> ervoor dat de depositogarantiestelsels de beschikbare financiële middelen gebruiken voor de in artikel 11, lid 3, bedoelde preventieve maatregelen, mits aan alle volgende voorwaarden is voldaan:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>het verzoek van een kredietinstelling om financiering van dergelijke preventieve maatregelen gaat vergezeld van een nota van maatregelen als bedoeld in artikel 11 ter;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>de kredietinstelling heeft de bevoegde autoriteit geraadpleegd over de maatregelen die zijn voorzien in de in artikel 11 ter bedoelde nota;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>het toepassen van preventieve maatregelen door het depositogarantiestelsel is gekoppeld aan voorwaarden die aan de ondersteunde kredietinstelling worden opgelegd en die in elk geval een sterkere risicobewaking van de kredietinstelling<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, vergezeld van governanceregelingen die deze bewaking bevorderen,</STRING></STRING> ▌uitgebreidere controlerechten van het depositogarantiestelsel <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en frequentere verslaglegging aan de bevoegde autoriteiten</STRING></STRING> omvatten;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>d)</SYMBOL>het toepassen van preventieve maatregelen door het depositogarantiestelsel is afhankelijk van de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">effectieve </STRING></STRING>toegang <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van de deposanten</STRING></STRING> tot gedekte deposito’s;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>e)</SYMBOL>de deelnemende kredietinstellingen zijn in staat de buitengewone bijdragen overeenkomstig artikel 11, lid 4, te betalen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>f)</SYMBOL>de kredietinstelling voldoet aan haar verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, heeft de afgelopen vijf jaar niet reeds buitengewone openbare financiële steun ontvangen overeenkomstig artikel 32 quater, lid 1, punt a), van Richtlijn 2014/59/EU</STRING></STRING> en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">heeft</STRING></STRING> volledig <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voldaan aan het terugbetalingsschema of heeft eerdere buitengewone openbare financiële steun of een preventieve maatregel </STRING></STRING>terugbetaald<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>f bis)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de preventieve maatregelen worden niet gebruikt ter compensatie van verliezen die de kredietinstelling of entiteit heeft geleden of in de nabije toekomst waarschijnlijk zal lijden, tenzij zonder deze maatregel een verstoring van de financiële stabiliteit zou optreden.</STRING></STRING></ITEM></LIST></P><P><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat depositogarantiestelsels over monitoringsystemen en besluitvormingsprocedures beschikken die geschikt zijn voor de selectie en uitvoering van preventieve maatregelen en voor het monitoren van gerelateerde risico’s.</P><P><NO.P>3.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat depositogarantiestelsels alleen preventieve maatregelen kunnen nemen als de aangewezen autoriteit heeft bevestigd dat aan alle voorwaarden van lid 1 is voldaan. De aangewezen autoriteit stelt de bevoegde autoriteit en de afwikkelingsautoriteit daarvan in kennis.</P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien de begunstigde instelling behoort tot een institutioneel protectiestelsel als bedoeld in artikel 1, lid 2, punt c), bepaalt dat institutioneel protectiestelsel op basis van de resultaten van de in artikel 11 sexies bedoelde laagstekostentoets het bedrag van de beschikbare financiële middelen voor preventieve maatregelen, dat aan de aangewezen autoriteit wordt meegedeeld.</STRING></STRING></P><P><NO.P>4.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat het depositogarantiestelsel ▌zijn beschikbare financiële middelen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uitsluitend</STRING></STRING> gebruikt voor kapitaalondersteunende maatregelen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, zoals herkapitalisaties, activawaardeverminderingsmaatregelen en activagaranties, indien aan de voorwaarden van artikel 11 ter is voldaan.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten zorgen ervoor dat het depositogarantiestelsel</STRING></STRING> zijn bezit van aandelen of andere kapitaalinstrumenten in de ondersteunde kredietinstelling overdraagt▌zodra de commerciële en financiële omstandigheden dit toelaten.</P><P><NO.P>4 bis.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0"><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De EBA ontwikkelt ontwerpen van technische reguleringsnormen tot vaststelling van:</STRING></STRING></INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de in lid 1, punt c), bedoelde voorwaarden;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de monitoringsystemen en besluitvormingsprocedures waarover depositogarantiestelsels overeenkomstig lid 2 moeten beschikken;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de modaliteiten voor samenwerking tussen de afwikkelingsautoriteiten, aangewezen autoriteiten en bevoegde autoriteiten uit hoofde van leden 1 en 3 van dit artikel, rekening houdend met de vereisten van artikel 11 ter.</STRING></STRING></ITEM></LIST></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De EBA dient die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op ... [een jaar na de datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsrichtlijn] bij de Commissie in.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om deze richtlijn aan te vullen door de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.</STRING></STRING></P><P><STRING ITALIC="on">Artikel 11 ter</STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Vereisten voor de financiering</STRING></STRING> van preventieve maatregelen</P><P><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat kredietinstellingen die overeenkomstig artikel 11, lid 3, een depositogarantiestelsel vragen om preventieve maatregelen te financieren, aan de bevoegde autoriteit ter raadpleging een nota voorleggen met maatregelen die deze kredietinstellingen toezeggen te nemen om ▌<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">naleving van </STRING></STRING>de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">toepasselijke </STRING></STRING>toezichtsvereisten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">te waarborgen ▌overeenkomstig </STRING></STRING>Richtlijn 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 575/2013.</P><P><NO.P>2.</NO.P>De in lid 1 bedoelde nota bevat maatregelen om het risico van verslechtering van de financiële soliditeit te beperken en de kapitaal- en liquiditeitspositie van de kredietinstelling te versterken.</P><P><NO.P>2 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien de financiële middelen van een depositogarantiestelsel worden aangewend voor preventieve maatregelen overeenkomstig artikel 11, lid 3, van deze richtlijn, verlangt de bevoegde autoriteit van de begunstigde kredietinstelling dat zij, voor zover van toepassing, het herstelplan als gedefinieerd in artikel 2, lid 1, punt 32, van Richtlijn 2014/59/EU of het groepsherstelplan als gedefinieerd in artikel 2, lid 1, punt 33, van die richtlijn actualiseert. De bevoegde autoriteit draagt de ondersteunde kredietinstelling op de in artikel 6, lid 6, derde alinea, van Richtlijn 2014/59/EU bedoelde maatregelen uit te voeren indien aan de voorwaarden van artikel 6, lid 6, van die richtlijn is voldaan.</STRING></STRING></P><P><NO.P>3.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">De lidstaten zorgen ervoor dat in geval van een kapitaalsteunmaatregel <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">op grond van </STRING></STRING>lid 1<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, de beschikbare financiële </STRING></STRING>middelen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van een depositogarantiestelsel alleen het huidige kapitaaltekort</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">dekken op basis van de volgende elementen, zoals blijkt uit de nota:</STRING></STRING></INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het oorspronkelijk kapitaaltekort als vastgesteld in een stresstest van de Unie, een beoordeling van de kwaliteit van de activa of een gelijkwaardige beoordeling, of zoals vastgesteld tijdens het toezichts- en evaluatieproces door de toezichthouder, zoals bevestigd door de bevoegde autoriteit;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kapitaalversterkende maatregelen die binnen zes maanden na de indiening van het bedrijfssaneringsplan moeten worden uitgevoerd;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waarborgen ter voorkoming van de uitstroom van middelen, met inbegrip van de in lid 5 bedoelde maatregelen;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>d)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in voorkomend geval, bijdragen van aandeelhouders en houders van achtergestelde schuld van de ondersteunde kredietinstelling.</STRING></STRING></ITEM></LIST></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bij het bepalen van het kapitaaltekort kan het depositogarantiestelsel ook rekening houden met een</STRING></STRING>▌toekomstgerichte beoordeling van de kapitaaltoereikendheid, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">met inbegrip van </STRING></STRING>▌het <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kapitaalconserveringsplan</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">als bedoeld in artikel 142 van Richtlijn 2013/36/EU</STRING></STRING>.</P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten zien erop toe dat indien een kredietinstelling is aangesloten bij een institutioneel protectiestelsel als bedoeld in artikel 1, lid 2, punt c), het kapitaaltekort door het institutioneel protectiestelsel wordt bepaald.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bij het vaststellen van het kapitaaltekort stelt het depositogarantiestelsel de bevoegde autoriteit in kennis.</STRING></STRING></P><P><NO.P>4.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat▌de in lid 1 bedoelde nota voorziet in <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een exitstrategie voor de preventieve maatregelen, met inbegrip van </STRING></STRING>een duidelijk omschreven terugbetalingsschema door de kredietinstelling voor alle <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">terug te betalen</STRING></STRING> gelden die in het kader van de preventieve maatregelen zijn ontvangen. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Deze informatie wordt pas een jaar na de afsluiting van de exitstrategie, de uitvoering van het saneringsplan of de voltooiing van de beoordeling krachtens artikel 11 quater, lid 3, openbaar gemaakt.</STRING></STRING></P><P><NO.P>5.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten zien erop toe dat er geen dividenden, terugkoop van aandelen of variabele vergoedingen worden uitgekeerd en dat de ondersteunde kredietinstelling geen onherroepelijke toezegging doet om dividenden, terugkoop van aandelen of variabele vergoedingen uit te keren. De bevoegde autoriteit kan dit verbod bij wijze van uitzondering gedeeltelijk beperken indien de kredietinstelling ten genoegen van de bevoegde autoriteit aantoont dat zij wettelijk verplicht is de dividenden uit te keren. </STRING></STRING>▌De lidstaten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zorgen </STRING></STRING>ervoor dat de ▌<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">beperkingen</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uit hoofde van dit</STRING></STRING> lid <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van kracht blijven totdat de ondersteunde kredietinstelling aan het depositogarantiestelsel hetzelfde bedrag heeft terugbetaald </STRING></STRING>als <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor de preventieve maatregelen is aangewend</STRING></STRING>.</P><P><NO.P>5 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten zien erop toe dat de begunstigde kredietinstelling binnen zes maanden na de verlening van de eerste financiële steun bij de bevoegde autoriteit een bedrijfssaneringsplan indient. Indien de bevoegde autoriteit er niet van overtuigd is dat het bedrijfssaneringsplan</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">geloofwaardig en haalbaar is om de levensvatbaarheid op lange termijn te waarborgen, worden de preventieve maatregelen ten aanzien van de betrokken kredietinstelling opgeschort en treft de bevoegde autoriteit passende maatregelen om ervoor te zorgen dat de levensvatbaarheid op lange termijn wordt gewaarborgd.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In afwijking van de eerste alinea van dit lid wordt, wanneer een kredietinstelling deel uitmaakt van een institutioneel protectiestelsel als bedoeld in artikel 1, lid 2, punt c), het bedrijfssaneringsplan goedgekeurd door het institutioneel protectiestelsel, na overleg met de bevoegde autoriteit.</STRING></STRING></P><P><NO.P>6.</NO.P>▌De lidstaten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zorgen</STRING></STRING> ervoor dat de maatregelen die zijn opgenomen in <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het </STRING></STRING>in lid <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">5 bis</STRING></STRING> bedoelde <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bedrijfssaneringsplan verenigbaar </STRING></STRING>zijn met het herstructureringsplan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van </STRING></STRING>de kredietinstelling ▌dat de Commissie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verlangt, in overeenstemming met de staatssteunregels van de Unie</STRING></STRING>.</P><P><NO.P>6 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De bevoegde autoriteit doet het bedrijfssaneringsplan aan de afwikkelingsautoriteit toekomen. De afwikkelingsautoriteit kan het bedrijfssaneringsplan onderzoeken met als doel om die maatregelen aan te wijzen die de mogelijkheid tot het afwikkelen van de instelling negatief kunnen beïnvloeden, en kan daarover aanbevelingen doen aan de bevoegde autoriteit. De afwikkelingsautoriteit houdt zich wat het uitvoeren van deze beoordeling en het presenteren van aanbevelingen betreft aan de door de bevoegde autoriteit vastgestelde termijn.</STRING></STRING></P><P><STRING ITALIC="on">Artikel 11 quater</STRING></P><P><STRING BOLD="on">Saneringsplan</STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat wanneer de kredietinstelling niet voldoet aan de verplichtingen die zijn uiteengezet in de in artikel 11 ter, lid 1, bedoelde nota, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of het in artikel 11 ter, punt 5 bis), eerste alinea, bedoelde bedrijfssaneringsplan,</STRING></STRING> of het in het kader van de preventieve maatregelen bijgedragen bedrag niet op de vervaldag terugbetaalt <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of niet voldoen aan de exitstrategie op grond van artikel 11 ter, punt 4)</STRING></STRING>, het depositogarantiestelsel de bevoegde autoriteit daarvan onverwijld in kennis stelt.</P><P><NO.P>2.</NO.P>In de in lid 1 bedoelde situatie zorgen de lidstaten ervoor dat de bevoegde autoriteit de kredietinstelling <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bij de aangewezen autoriteit en het depositogarantiestelsel</STRING></STRING> verzoekt een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">eenmalig </STRING></STRING>saneringsplan in te dienen waarin wordt beschreven welke stappen de kredietinstelling zal nemen om ervoor te zorgen dat aan de toezichtvereisten wordt voldaan, met als doel om haar levensvatbaarheid op lange termijn te waarborgen en om het verschuldigde bedrag terug te betalen dat door het depositogarantiestelsel aan de preventieve maatregel is bijgedragen, alsmede het bijbehorende tijdschema. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De aangewezen autoriteit en het depositogarantiestelsel raadplegen de bevoegde autoriteit over de maatregelen in het saneringsplan.</STRING></STRING></P><P><NO.P>3.</NO.P>Indien de bevoegde autoriteit er niet van overtuigd is dat het saneringsplan geloofwaardig of haalbaar is, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of indien de kredietinstellingen zich niet aan saneringsplan houden,</STRING></STRING> zal het depositogarantiestelsel die kredietinstelling geen verdere preventieve maatregelen meer aanbieden<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en beoordelen de bevoegde autoriteiten of de kredietinstelling faalt of waarschijnlijk zal falen, in overeenstemming met artikel 32 van Richtlijn 2014/59/EU</STRING></STRING>.</P><P><NO.P>4.</NO.P>Uiterlijk ... [PB: gelieve de datum in te voegen = <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">24</STRING></STRING> maanden na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] vaardigt de EBA richtsnoeren uit die elementen bevatten van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bedrijfssaneringsplan dat</STRING></STRING> de in artikel 11 ter, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">leden 3 tot en met 5,</STRING></STRING> ▌bedoelde preventieve maatregelen en het in lid 1 van dit artikel bedoelde saneringsplan vergezelt.</P><P><STRING ITALIC="on">Artikel 11 quinquies</STRING></P><P>▌<STRING BOLD="on">Alternatieve maatregelen </STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">▌De lidstaten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">staan</STRING></STRING> het gebruik van middelen van een depositogarantiestelsel <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">toe</STRING></STRING> voor de alternatieve maatregelen als bedoeld in artikel 11, lid 5<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">.</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten</STRING></STRING> zorgen ▌ervoor dat wanneer een depositogarantiestelsel dergelijke maatregelen financiert, de kredietinstellingen de activa, rechten en passiva die kredietinstellingen voornemens zijn over te dragen, verkopen of regelingen treffen om deze te verkopen. Onverminderd het staatssteunkader van de Unie moet deze verkoop voldoen aan alle volgende voorwaarden:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>de verkoop is open en transparant en geeft geen verkeerde voorstelling van de activa, rechten en passiva die worden overgedragen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>bij de verkoop worden geen potentiële verkrijgers bevoordeeld, wordt er geen onderscheid gemaakt tussen potentiële verkrijgers en worden er geen voordelen geboden aan een potentiële verkrijger;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>de verkoop is vrij van belangenconflicten;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>d)</SYMBOL>bij de verkoop wordt rekening gehouden met de noodzaak om een snelle oplossing toe te passen, rekening houdend met de in artikel 3, lid 2, tweede alinea, vastgestelde termijn voor de vaststelling als bedoeld in artikel 2, lid 1, punt 8, onder a);</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>e)</SYMBOL>de verkoop is erop gericht te streven naar een zo hoog mogelijke verkoopprijs voor de betrokken activa, rechten en passiva.</ITEM></LIST></P><P><NO.P>1 bis.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0"><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten dragen er zorg voor dat, wanneer het depositogarantiestelsel wordt gebruikt in overeenstemming met artikel 11, lid 5, met betrekking tot een kredietinstelling, en mits de maatregelen garanderen dat natuurlijke personen en micro-, kleine en middelgrote ondernemingen toegang blijven hebben tot hun deposito’s, teneinde te voorkomen dat zij verliezen dragen, het depositogarantiestelsel waarbij die kredietinstelling aangesloten is de volgende bedragen bijdraagt:</STRING></STRING></INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>i)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het bedrag dat noodzakelijk is om het verschil te dekken tussen de waarde van de gedekte deposito’s en van de passiva met dezelfde of een hogere voorkeursrangorde en de totale waarde van de activa die moeten worden overgedragen aan een ontvanger; en</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>ii)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">indien van toepassing, een bedrag dat noodzakelijk is om de kapitaalneutraliteit van de ontvanger na de overdracht te waarborgen.</STRING></STRING></ITEM></LIST></P><P><STRING ITALIC="on">Artikel 11 sexies</STRING></P><P><STRING BOLD="on">Laagstekostentoets</STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">Wanneer de lidstaten overwegen om middelen van een depositogarantiestelsel te gebruiken voor de in artikel 11, leden 2, 3 of 5, bedoelde maatregelen, zorgen de lidstaten ervoor dat het depositogarantiestelsel een vergelijking maakt van het volgende:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>de geraamde kosten voor het depositogarantiestelsel om de in artikel 11, leden 2, 3 of 5, bedoelde maatregelen te financieren;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>de overeenkomstig artikel 8, lid 1, geraamde kosten van terugbetaling aan de deposanten.</ITEM></LIST></P><P><NO.P>2.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">Voor de in lid 1 bedoelde vergelijking geldt dat:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>voor de raming van de kosten als bedoeld in lid 1, punt a), het depositogarantiestelsel rekening houdt met de verwachte inkomsten, operationele kosten en mogelijke verliezen in verband met de maatregel;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>voor de in artikel 11, leden 2 en 5, bedoelde maatregelen baseert het depositogarantiestelsel zijn raming van de kosten van terugbetaling aan de deposanten, als bedoeld in lid 1, punt b), op de waardering van de activa en passiva van de kredietinstelling als bedoeld in artikel 36, lid 1, van Richtlijn 2014/59/EU en op de in artikel 36, lid 8, van die richtlijn bedoelde raming;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>voor de in artikel 11, leden 2, 3 en 5, bedoelde maatregelen houdt het depositogarantiestelsel bij de raming van de kosten voor terugbetaling aan de deposanten, als bedoeld in lid 1, punt b), rekening met de verwachte terugvorderingen, ▌de mogelijke bijkomende financieringskosten voor het depositogarantiestelsel <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en de mogelijke kosten voor het depositogarantiestelsel als gevolg van potentiële economische en financiële instabiliteit, met inbegrip van de noodzaak om binnen het takenpakket van het depositogarantiestelsel aanvullende middelen te gebruiken om deposanten en de financiële stabiliteit te beschermen en besmetting te voorkomen</STRING></STRING>;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>d)</SYMBOL>voor de in artikel 11, lid 3, bedoelde maatregelen vermenigvuldigt het depositogarantiestelsel bij de raming van de kosten van het terugbetalen van deposanten de geraamde verhouding van terugvorderingen berekend volgens de in lid 5, punt b), bedoelde methode met 85 %.</ITEM></LIST></P><P><NO.P>3.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat het bedrag dat wordt gebruikt voor de financiering van de afwikkeling van kredietinstellingen, als bedoeld in artikel 11, lid 2, voor de preventieve maatregelen, als bedoeld in artikel 11, lid 3, of voor de alternatieve maatregelen, als bedoeld in artikel 11, lid 5, het bedrag aan gedekte deposito’s bij de kredietinstelling niet overschrijdt.</P><P><NO.P>4.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteiten en de afwikkelingsautoriteiten het depositogarantiestelsel alle informatie verstrekken die nodig is voor de in lid 1 bedoelde vergelijking. De lidstaten zorgen ervoor dat de afwikkelingsautoriteit het depositogarantiestelsel de geraamde kosten verstrekt van de bijdrage van het depositogarantiestelsel aan de afwikkeling van een kredietinstelling, als bedoeld in artikel 11, lid 2.</P><P><NO.P>4 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Zo spoedig mogelijk na de uitvoering van alternatieve maatregelen dragen de lidstaten er zorg voor dat het depositogarantiestelsel een samenvatting van de belangrijkste elementen van de ingevolge dit artikel gemaakte berekening deelt met de bevoegde autoriteit, de afwikkelingsautoriteit en de aangewezen autoriteit. Deze samenvatting bevat in het bijzonder het nettoterugvorderingspercentage dat afgeleid is van de geraamde kosten van terugbetaling aan de deposanten voor het depositogarantiestelsel en een globale onderbouwing van de ermee verband houdende onderliggende aannames.</STRING></STRING></P><P><NO.P>5.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">De EBA ontwikkelt<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, rekening houdend met de technische reguleringsnormen die zijn vastgesteld ingevolge artikel 36, lid 16, van Richtlijn 2014/59/EU,</STRING></STRING> ontwerpen van technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>de methode voor de berekening van de geraamde kosten als bedoeld in lid 1, punt a), waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke kenmerken van de betrokken maatregel;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>de methode voor de berekening van de geraamde kosten van terugbetaling aan de deposanten als bedoeld in lid 1, punt b), met inbegrip van de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verwachte </STRING></STRING>terugvorderingen als bedoeld in lid 2, punt c)<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, de potentiële extra financieringskosten voor het depositogarantiestelsel en de mogelijke kosten voor het depositogarantiestelsel als gevolg van potentiële economische en financiële instabiliteit, met inbegrip van de noodzaak om binnen het takenpakket van het depositogarantiestelsel aanvullende middelen te gebruiken om deposanten en de financiële stabiliteit te beschermen en besmetting te voorkomen</STRING></STRING>;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>de wijze waarop, in de onder de punten a), b) en c), bedoelde methoden, waar relevant, rekening moet worden gehouden met de waardeverandering van geld als gevolg van in de loop van de tijd mogelijke opgebouwde inkomsten.</ITEM></LIST></P><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0"><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Voor de berekening van de in de eerste alinea, punt b), bedoelde potentiële extra kosten voor het depositogarantiestelsel wordt in de methode rekening gehouden met:</STRING></STRING></INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de administratieve kosten in verband met het terugbetalingsproces;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de administratieve kosten in verband met het innen van bijdragen overeenkomstig artikel 10, lid 8, indien dergelijke bijdragen nodig zijn om de deposanten terug te betalen, en de kosten van het in stelling brengen van alternatieve financieringsregelingen overeenkomstig artikel 10, lid 9, indien van dergelijke regelingen gebruik wordt gemaakt.</STRING></STRING></ITEM></LIST></P><P>Voor de berekening van de geraamde kosten van terugbetaling aan de deposanten als bedoeld in lid 1, punt b), houdt de onder punt b) bedoelde methode in het geval van ▌maatregelen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">als bedoeld in artikel 11, leden 2, 3 of 5, </STRING></STRING>rekening met <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">besmettingseffecten, economische en financiële risico’s en eventuele reputatieschade voor het bankwezen, met inbegrip van, in voorkomend geval, de bescherming van het gezamenlijke handelsmerk, en</STRING></STRING> het belang van preventieve maatregelen voor de wettelijke of contractuele taak van het depositogarantiestelsel, met inbegrip van een institutioneel protectiestelsel als bedoeld in artikel 1, lid 2, punt c).</P><P>De EBA dient die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk ... [PB: gelieve de datum in te voegen = 12 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] bij de Commissie in.</P><P>Aan de Commissie wordt de bevoegdheid overgedragen om deze richtlijn aan te vullen door de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>13 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 13 wordt vervangen door:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“1. De in artikel 10 bedoelde bijdragen aan depositogarantiestelsels worden gebaseerd op het bedrag van de gedekte deposito’s en de mate van het risico dat de respectieve deelnemers aan depositogarantiestelsels lopen.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten mogen voor kredietinstellingen die aan een depositogarantiestelsel deelnemen, voorzien in lagere bijdragen voor sectoren met een laag risico die worden gereguleerd uit hoofde van nationaal recht.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten mogen bepalen dat deelnemers aan een institutioneel protectiestelsel lagere bijdragen aan depositogarantiestelsels betalen. </STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten kunnen toestaan dat het centrale orgaan en alle kredietinstellingen die blijvend bij het centrale orgaan zijn aangesloten als bedoeld in artikel 10, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013, als één geheel worden onderworpen aan het risicogewicht dat voor het centrale orgaan en de daarbij aangesloten instellingen op geconsolideerde basis is bepaald.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten kunnen bepalen dat kredietinstellingen, ongeacht het bedrag van hun gedekte deposito’s, een minimumbijdrage betalen.</STRING></STRING></P><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De depositogarantiestelsels kunnen hun eigen risicogebaseerde methoden gebruiken voor het bepalen en berekenen van de risicogebaseerde bijdragen van hun deelnemers. De berekening van de bijdragen is evenredig aan het risico van de deelnemers en houdt terdege rekening met de risicoprofielen van de verschillende bedrijfsmodellen. Bij deze methoden kan ook rekening worden gehouden met de activazijde van de balans en risico-indicatoren, zoals kapitaaltoereikendheid, kwaliteit van de activa en liquiditeit.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Elke methode moet worden goedgekeurd door de bevoegde autoriteit, die daarbij samenwerkt met de aangewezen autoriteit. De EBA wordt in kennis gesteld over de methoden die zijn goedgekeurd.</STRING></STRING></P><P><NO.P>3.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Met het oog op de consequente toepassing van deze richtlijn werkt de EBA technische reguleringsnormen uit tot nadere bepaling van de berekeningsmethoden voor de bijdragen aan depositogarantiestelsels overeenkomstig de leden 1 en 2 van dit artikel.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De EBA dient die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk ... [twaalf maanden na de datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsrichtlijn] bij de Commissie in.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om deze richtlijn aan te vullen door de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.”;</STRING></STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>14)</NO.P>Artikel 14 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>lid 1 wordt vervangen door:<CITATION><P>“1. De lidstaten zorgen ervoor dat depositogarantiestelsels dekking bieden aan deposanten bij bijkantoren in andere lidstaten van deelnemende kredietinstellingen en aan deposanten gevestigd in lidstaten waar deelnemende kredietinstellingen gebruikmaken van de vrijheid van dienstverrichting als bedoeld in titel V, hoofdstuk 3, van Richtlijn 2013/36/EU.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>aan lid 2 wordt de volgende alinea toegevoegd:<CITATION><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">“In afwijking van de eerste alinea zorgen de lidstaten ervoor dat een depositogarantiestelsel van de lidstaat van herkomst kan besluiten om deposanten bij bijkantoren rechtstreeks terug te betalen wanneer al het volgende van toepassing is:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>i)</SYMBOL>de administratieve lasten en kosten van een dergelijke terugbetaling zijn lager dan de terugbetaling door een depositogarantiestelsel van de lidstaat van ontvangst;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>ii)</SYMBOL>het depositogarantiestelsel van de lidstaat van herkomst zorgt ervoor dat de deposanten er niet slechter aan toe zijn dan wanneer de terugbetaling zou hebben plaatsgevonden overeenkomstig de eerste alinea<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>ii bis)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de terugbetaling gebeurt in dezelfde valuta als het geval zou zijn geweest indien de terugbetaling overeenkomstig de eerste alinea had plaatsgevonden.</STRING></STRING>”;</ITEM></LIST></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de volgende leden 2 bis en 2 ter worden ingevoegd:<CITATION><P>“2 bis. De lidstaten zorgen ervoor dat een depositogarantiestelsel van een lidstaat van ontvangst, mits er een overeenkomst is met een depositogarantiestelsel van een lidstaat van herkomst, kan fungeren als contactpunt voor deposanten bij kredietinstellingen die gebruikmaken van de vrijheid van dienstverrichting als bedoeld in titel V, hoofdstuk 3, van Richtlijn 2013/36/EU, en een vergoeding krijgt voor de gemaakte kosten.</P><P><NO.P>2 ter.</NO.P>In de gevallen als bedoeld in de leden 2 en 2 bis zorgen de lidstaten ervoor dat het depositogarantiestelsel van de lidstaat van herkomst en het depositogarantiestelsel van de betrokken lidstaat van ontvangst overeenstemming hebben bereikt over de uitbetalingsvoorwaarden, waaronder over de vergoeding van eventuele kosten, het contactpunt voor deposanten, het tijdschema en de betalingsmethode. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het depositogarantiestelsel van de lidstaat van herkomst verstrekt het depositogarantiestelsel van de lidstaat van ontvangst informatie over het aantal deposanten, het bedrag aan gedekte deposito’s en de eventuele relevante veranderingen daarvan.</STRING></STRING>”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>lid 3 wordt vervangen door:<CITATION><P>“3. De lidstaten zorgen ervoor dat indien een kredietinstelling niet langer deelneemt aan een depositogarantiestelsel en toetreedt tot een depositogarantiestelsel van een andere lidstaat, of indien sommige activiteiten van de kredietinstelling worden overgedragen aan een depositogarantiestelsel van een andere lidstaat, het depositogarantiestelsel van de lidstaat van herkomst aan het depositogarantiestelsel van de lidstaat van ontvangst <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een bedrag </STRING></STRING>overdraagt<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> dat de aanvullende potentiële verplichtingen weerspiegelt die als gevolg van de overdracht door het ontvangende depositogarantiestelsel worden gedragen, rekening houdend met de impact van de overdracht op de financiële situatie van zowel het ontvangende depositogarantiestelsel als het depositogarantiestelsel van herkomst ten opzichte van de risico’s die zij dekken.</STRING></STRING> ▌</P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De EBA ontwikkelt ontwerpen van technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van de methode voor de berekening van het over te dragen bedrag om ervoor te zorgen dat de overdracht een neutraal effect heeft op de financiële situatie van beide depositogarantiestelsels ten opzichte van de risico’s die zij dekken.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De EBA dient die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk ... [twaalf maanden na de datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsrichtlijn] bij de Commissie in.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze richtlijn aan te vullen door de in de tweede alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad.</STRING></STRING>”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>het volgende lid 3 bis wordt ingevoegd:<CITATION><P>“3 bis. Voor de toepassing van lid 3 zorgen de lidstaten ervoor dat het depositogarantiestelsel van de lidstaat van herkomst het in dat lid bedoelde bedrag binnen een maand na de wijziging van deelneming aan een depositogarantiestelsel overdraagt.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>het volgende lid 9 wordt toegevoegd:<CITATION><P>“9. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uiterlijk ... [24 maanden na de inwerkingtreding van deze wijzigingsrichtlijn] vaardigt </STRING></STRING>de EBA ▌richtlijnen uit over hoe de EBA de respectieve rollen ziet van de depositogarantiestelsels van de lidstaten van herkomst en van ontvangst, als bedoeld in lid 2, ▌<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">met inbegrip van </STRING></STRING>een lijst ▌van omstandigheden en voorwaarden waaronder een depositogarantiestelsel van de lidstaat van herkomst ▌deposanten bij bijkantoren in een andere lidstaat <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">terugbetaalt</STRING></STRING>, zoals bepaald in lid 2, derde alinea.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>15)</NO.P>Artikel 15 wordt vervangen door:<CITATION><P>“<STRING ITALIC="on">Artikel 15</STRING></P><P><STRING BOLD="on">Bijkantoren van in derde landen gevestigde kredietinstellingen</STRING></P><P>De lidstaten verplichten bijkantoren van kredietinstellingen met hun hoofdkantoor buiten de Unie toe te treden tot een depositogarantiestelsel op hun grondgebied voordat zij dergelijke bijkantoren toestaan in aanmerking komende deposito’s in die lidstaten aan te nemen.</P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten zien erop toe dat deze bijkantoren bijdragen tot het depositogarantiestelsel, overeenkomstig artikel 13.</STRING></STRING>”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>16)</NO.P>het volgende artikel 15 bis wordt ingevoegd:<CITATION><P>“<STRING ITALIC="on">Artikel 15 bis</STRING></P><P><STRING BOLD="on">Kredietinstellingen uit lidstaat met bijkantoren in derde landen</STRING></P><P>De lidstaten zorgen ervoor dat depositogarantiestelsels geen dekking bieden aan deposanten bij bijkantoren die door deelnemende kredietinstellingen in derde landen zijn opgericht, behalve wanneer deze depositogarantiestelsels, onder voorbehoud van goedkeuring door de aangewezen autoriteit, overeenkomstige bijdragen van de betrokken kredietinstellingen innen.</P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De EBA ontwikkelt richtsnoeren tot nadere bepaling van de omstandigheden waaronder aangewezen autoriteiten goedkeuring moeten hechten aan de dekking van deposanten die gebruikmaken van bijkantoren in derde landen die zijn opgezet door aan de depositogarantiestelsels deelnemende kredietinstellingen.</STRING></STRING>”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>17)</NO.P>artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>lid 1 wordt vervangen door:<CITATION><P>“1. De lidstaten zorgen ervoor dat kredietinstellingen de huidige en toekomstige deposanten de informatie verstrekken die deze deposanten nodig hebben om vast te stellen aan welke depositogarantiestelsels de kredietinstelling en haar bijkantoren binnen de Unie deelnemen. Kredietinstellingen verstrekken deze informatie in de vorm van een informatieblad dat is opgesteld in een formaat dat extraheerbaar is in de zin van artikel 2, punt 3, van Verordening (EU) XX/XXX van het Europees Parlement en de Raad [ESAP-verordening] ***.</P><P>_______________________________________________</P><P>***	Verordening (EU) XX/XXX van het Europees Parlement en de Raad van [dd mm jjjj] tot oprichting van een Europees centraal toegangspunt dat centraal toegang biedt tot publiek beschikbare relevante informatie over financiële diensten, kapitaalmarkten en duurzaamheid.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het volgende lid 1 bis wordt ingevoegd:<CITATION><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">“1 bis. De lidstaten zorgen ervoor dat het in lid 1 bedoelde informatieblad alle volgende informatie bevat:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>i)</SYMBOL>basisinformatie over de bescherming van deposito’s;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>ii)</SYMBOL>contactgegevens van de kredietinstelling als eerste contactpunt voor informatie over de inhoud van het informatieblad;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>iii)</SYMBOL>het dekkingsniveau voor deposito’s als bedoeld in artikel 6, leden 1 en 2, in EUR of, indien relevant, in een andere valuta;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>iv)</SYMBOL>toepasselijke uitsluitingen van bescherming door een depositogarantiestelsel;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>v)</SYMBOL>de beschermingslimiet voor gezamenlijke rekeningen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>vi)</SYMBOL>de termijn voor terugbetaling indien een kredietinstelling niet langer aan haar verplichtingen voldoet;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>vii)</SYMBOL>de munteenheid van terugbetaling;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>viii)</SYMBOL>identificatie van het depositogarantiestelsel dat verantwoordelijk is voor de bescherming van een deposito, met inbegrip van een verwijzing naar zijn website.”;</ITEM></LIST></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>lid 2 wordt vervangen door:<CITATION><P>“2. De lidstaten zorgen ervoor dat kredietinstellingen het in lid 1 bedoelde informatieblad verstrekken voordat zij een deposito-overeenkomst sluiten en vervolgens <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">telkens wanneer zich een wijziging voordoet in de verstrekte informatie</STRING></STRING>. De deposanten bevestigen de ontvangst van dat informatieblad<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, tenzij de informatie openbaar wordt gemaakt</STRING></STRING>.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>in lid 3 wordt de eerste alinea vervangen door:<CITATION><P>“De lidstaten zorgen ervoor dat kredietinstellingen op de rekeningafschriften van hun deposanten bevestigen dat de deposito’s in aanmerking komende deposito’s zijn, met inbegrip van een verwijzing naar het informatieblad als bedoeld in lid 1.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>lid 4 wordt vervangen door:<CITATION><P>“4. Lidstaten zorgen ervoor dat de kredietinstellingen in lid 1 bedoelde informatie ter beschikking stellen in hetzij de taal die door de deposant en de kredietinstelling werd overeengekomen toen de bankrekening werd geopend, hetzij de officiële taal of talen van de lidstaat waar het bijkantoor is gevestigd.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>leden 6 en 7 worden vervangen door:<CITATION><P>“6. De lidstaten zorgen ervoor dat kredietinstellingen in geval van een fusie van kredietinstellingen, de omzetting van dochterondernemingen van een kredietinstelling in bijkantoren of soortgelijke operaties, hun deposanten hiervan ten minste één maand voordat de rechtsgevolgen ervan ingaan, in kennis stellen, tenzij de bevoegde autoriteit om redenen van zakelijke geheimhouding of financiële stabiliteit een kortere termijn toestaat. In die kennisgeving wordt toegelicht welke gevolgen de transactie heeft voor de bescherming van deposanten.</P><P>De lidstaten zorgen ervoor dat, indien als gevolg van operaties als bedoeld in de eerste alinea, deposanten met deposito’s bij die kredietinstellingen worden getroffen door de verlaagde depositobescherming, de betrokken kredietinstellingen deze deposanten ervan in kennis stellen dat zij binnen drie maanden na de kennisgeving als bedoeld in de eerst alinea hun in aanmerking komende deposito’s, met inbegrip van alle opgebouwde rente en uitkeringen, tot een bedrag dat gelijk staat aan de verloren dekking van deposito’s boetevrij kunnen opnemen of overboeken naar een andere kredietinstelling.</P><P><NO.P>7.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat kredietinstellingen die niet langer deelnemen aan een depositogarantiestelsel hun deposanten hiervan ten minste één maand vóór een dergelijke cessie op de hoogte brengen. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Die informatie bevat een toelichting op de gevolgen van de cessie voor de bescherming van deposanten. De lidstaten dragen er zorg voor dat deposanten van een kredietinstelling die niet langer lid is van het depositogarantiestelsel, hun deposito’s kunnen overdragen aan een andere instelling die lid is van hetzelfde depositogarantiestelsel zonder hiervoor overdrachtskosten te moeten betalen.</STRING></STRING>”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g)</NO.P>het volgende lid 7 bis wordt ingevoegd:<CITATION><P>“7 bis. De lidstaten zorgen ervoor dat de aangewezen autoriteiten, de depositogarantiestelsels en de kredietinstellingen de deposanten informeren, met inbegrip van een publicatie op hun website, over een vaststelling van een relevante administratieve autoriteit als bedoeld in artikel 2, lid 1, punt 8, onder b).”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>h)</NO.P>lid 8 wordt vervangen door:<CITATION><P>“8. De lidstaten zorgen ervoor dat wanneer een deposant gebruik maakt van internetbankieren, kredietinstellingen de informatie die zij op grond van deze richtlijn aan hun deposanten moeten verstrekken, langs elektronische weg verstrekken, tenzij een deposant verzoekt om die informatie op papier te ontvangen.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>het volgende lid 9 wordt toegevoegd:<CITATION><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">“9. De EBA ontwikkelt ontwerpen van technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>de inhoud en het formaat van het informatieblad, als bedoeld in lid 1 bis;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>de procedure die moet worden gevolgd voor het verstrekken van, en de inhoud van, de informatie die aan deposanten moet worden verstrekt in de mededelingen van aangewezen autoriteiten, depositogarantiestelsels of kredietinstellingen, in de situaties als bedoeld in de artikelen 8 ter en 8 quater en in de leden 6, 7 en 7 bis van dit artikel.</ITEM></LIST></P><P>De EBA dient die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk [PB: gelieve de datum in te voegen = 12 maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn] bij de Commissie in.</P><P>Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>18)</NO.P>het volgende artikel 16 bis wordt ingevoegd:<CITATION><P>“<STRING ITALIC="on">Artikel 16 bis</STRING></P><P><STRING BOLD="on">Uitwisseling van informatie tussen kredietinstellingen en depositogarantiestelsels, en verslaglegging door autoriteiten</STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat depositogarantiestelsels <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ten minste één keer per jaar</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en</STRING></STRING> te allen tijde ▌op verzoek van aan hen gelieerde kredietinstellingen alle informatie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ontvangen</STRING></STRING> die nodig is om zich voor te bereiden op een terugbetaling aan deposanten, overeenkomstig het identificatievereiste van artikel 5, lid 4, met inbegrip van de informatie voor de toepassing van artikel 8, lid 5, en de artikelen 8 ter en 8 quater.</P><P><NO.P>2.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">De lidstaten zorgen ervoor dat kredietinstellingen, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ten minste één keer per jaar en te allen tijde</STRING></STRING> op verzoek van ▌het depositogarantiestelsel waaraan zij deelnemen informatie verstrekken over:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>deposanten bij filialen van deze kredietinstellingen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>deposanten die ontvangers zijn van diensten die worden verleend door deelnemende instellingen op basis van de vrijheid van dienstverrichting.</ITEM></LIST></P><P>De in de punten a) en b) bedoelde informatie geeft aan in welke lidstaten die bijkantoren of deposanten gevestigd zijn.</P><P><NO.P>3.</NO.P>De lidstaten stellen de EBA jaarlijks op 31 maart in kennis van het bedrag van de gedekte deposito’s in hun lidstaat, zoals berekend per 31 december van het voorgaande jaar. Uiterlijk op dezelfde datum brengen depositogarantiestelsels ook verslag uit aan de EBA over het bedrag van hun beschikbare financiële middelen, met inbegrip van het aandeel van geleende middelen, betalingsverplichtingen en het tijdschema voor het bereiken van het streefbedrag <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">na een uitbetaling van middelen van depositogarantiestelsels als bedoeld in artikel 10, lid 2</STRING></STRING>.</P><P><NO.P>4.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">De lidstaten zorgen ervoor dat de aangewezen autoriteiten de EBA <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en de Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad </STRING></STRING>zonder onnodige vertraging in kennis stellen van al het volgende:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>de vaststelling van niet-beschikbare deposito’s op grond van omstandigheden als bedoeld in artikel 2, lid 1, punt 8;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>of een van de in artikel 11, leden 2, 3 en 5, bedoelde maatregelen is toegepast en het bedrag van de gebruikte middelen overeenkomstig artikel 8, lid 1, en artikel 11, leden 2, 3 en 5, en, indien van toepassing en zodra beschikbaar, het teruggevorderde bedrag, de daaruit voortvloeiende kosten voor het depositogarantiestelsel en de duur van het terugvorderingsproces;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>de beschikbaarheid en het gebruik van alternatieve financieringsregelingen als bedoeld in artikel 10, lid 3;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>d)</SYMBOL>eventuele depositogarantiestelsels die niet langer actief zijn of de oprichting van een nieuw depositogarantiestelsel, onder meer als gevolg van een fusie of het feit dat een depositogarantiestelsel grensoverschrijdend is gaan opereren.</ITEM></LIST></P><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">De in de eerste alinea bedoelde melding bevat een samenvatting van het volgende:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>de beginsituatie van de kredietinstelling;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>de maatregelen waarvoor de middelen van het depositogarantiestelsel zijn gebruikt<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met inbegrip van de specifieke instrumenten die zijn ingezet voor de in artikel 11, leden 2, 3 en 5, bedoelde maatregelen</STRING></STRING>;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>het verwachte bedrag aan beschikbare financiële middelen dat is gebruikt.</ITEM></LIST></P><P><NO.P>5.</NO.P>De EBA publiceert de overeenkomstig de leden 2 en 3 ontvangen informatie en de in lid 4 bedoelde samenvatting zonder onnodige vertraging.</P><P><NO.P>6.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat de afwikkelingsautoriteiten van de kredietinstellingen die zijn aangesloten bij een depositogarantiestelsel aan dat depositogarantiestelsel <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">jaarlijks </STRING></STRING>een samenvatting verstrekken van de belangrijkste elementen van de afwikkelingsplannen als bedoeld in artikel 10, lid 7, punt a), van Richtlijn 2014/59/EU▌.</P><P><NO.P>7.</NO.P>De EBA ontwikkelt ontwerpen van technische reguleringsnormen om de procedures te specificeren die moeten worden gevolgd bij het verstrekken van de in de leden 1 tot en met 4 bedoelde informatie, de modellen voor het verstrekken van die informatie en om de inhoud van die informatie nader te specificeren, rekening houdend met de soorten deposanten.</P><P>De EBA dient die ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk … [PB: gelieve datum in te voegen = 12 maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn] bij de Commissie in.</P><P>Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>19)</NO.P>Bijlage I wordt geschrapt.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART><STRING ITALIC="on">Artikel 2</STRING></TI.ART><STI.ART><STRING BOLD="on">Overgangsbepalingen</STRING></STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat bijkantoren van kredietinstellingen die hun hoofdkantoor buiten de Unie hebben en in aanmerking komende deposito’s in een lidstaat aannemen op ... [PB: gelieve de datum in te voegen = datum van inwerkingtreding], en dat bijkantoren die op die datum niet deelnemen aan een depositogarantiestelsel uiterlijk [PB: gelieve de datum in te voegen = 3 maanden na de inwerkingtreding], toetreden tot een depositogarantiestelsel dat op hun grondgebied actief is. Artikel 1, lid 15, is niet van toepassing op deze bijkantoren tot [PB: gelieve de datum in te voegen = 3 maanden na de inwerkingtreding].</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>In afwijking van artikel 11, lid 3, van Richtlijn 2014/49/EU, zoals gewijzigd bij deze richtlijn, en de artikelen 11 bis, 11 ter, 11 quater en 11 sexies met betrekking tot preventieve maatregelen, kunnen de lidstaten tot [PB: gelieve de datum in te voegen = <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">36 </STRING></STRING>maanden na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] toestaan dat institutionele protectiestelsels als bedoeld in artikel 1, lid 1, punt c), voldoen aan de nationale bepalingen ter uitvoering van artikel 11, lid 3 van Richtlijn 2014/49/EU zoals van toepassing op [PB: gelieve de datum in te voegen = datum van inwerkingtreding van deze richtlijn].</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART><STRING ITALIC="on">Artikel 3</STRING></TI.ART><STI.ART><STRING BOLD="on">Omzetting</STRING></STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die nodig zijn om aan deze richtlijn te voldoen, uiterlijk ... [PB: gelieve de datum in te vullen = 24 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] worden vastgesteld en bekendgemaakt. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onmiddellijk mee.</PARAG><PARAG>Zij passen die bepalingen toe vanaf ... [PB: gelieve de datum in te vullen = 24 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn]. Zij passen echter de bepalingen toe die nodig zijn om te voldoen aan artikel 11, lid 3, zoals gewijzigd bij deze richtlijn, en aan de artikelen 11 bis, 11 ter, 11 quater en 11 sexies met betrekking tot preventieve maatregelen vanaf ... [PB: gelieve de datum in te vullen = <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">36</STRING></STRING> maanden na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn].</PARAG><PARAG>Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking ervan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART><STRING ITALIC="on">Artikel 4</STRING></TI.ART><STI.ART><STRING BOLD="on">Inwerkingtreding</STRING></STI.ART><PARAG>Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING>.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART><STRING ITALIC="on">Artikel 5</STRING></TI.ART><STI.ART><STRING BOLD="on">Adressaten</STRING></STI.ART><PARAG>Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><SIGNATURE><P>Gedaan te …,</P><P><STRING ITALIC="on">Voor het Europees Parlement	Voor de Raad</STRING></P><P><STRING ITALIC="on">De voorzitter	De voorzitter</STRING></P></SIGNATURE></DISPOSITIF></TEXT></TCONSOLID></TXTLST></SDOCTA>