<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0333</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering: aanvraag EGF/2023/003 DE/Vallourec – Duitsland</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0166/2024 - Rapporteur: Jens Geier)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 24 april 2024 over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers naar aanleiding van aanvraag EGF/2023/003 DE/Vallourec van Duitsland (COM(2024)0030 – C9-0041/2024 – 2024/0049(BUD))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2024)0030 – C9‑0041/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/691 van het Europees Parlement en de Raad van 28 april 2021 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers (EFG) en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1309/2013<FOOTNOTE><FIELD>PB L 153 van 3.5.2021, blz. 48.</FIELD></FOOTNOTE> (de “EFG-verordening”),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad van 17 december 2020 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027<FOOTNOTE><FIELD>PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 11.</FIELD></FOOTNOTE> zoals gewijzigd bij Verordening (EU, Euratom) 2024/765 van de Raad van 29 februari 2024 tot wijziging van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021 tot 2027<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/765, 29.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/765/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 8,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 16 december 2020 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer, alsmede betreffende nieuwe eigen middelen, met inbegrip van een routekaart voor de invoering van nieuwe eigen middelen<FOOTNOTE><FIELD>PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 28.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name punt 9,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de brief van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A9-0166/2024),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de Unie wetgevings- en begrotingsinstrumenten in het leven heeft geroepen om extra steun te verlenen aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelsstromen of de wereldwijde financiële en economische crisis ondervinden, en hen te helpen om op de arbeidsmarkt terug te keren; overwegende dat deze bijstand wordt verleend in de vorm van financiële steun aan de werknemers en aan de ondernemingen waarvoor zij hebben gewerkt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat Duitsland aanvraag EGF/2023/003 DE/Vallourec heeft ingediend voor een financiële bijdrage uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) naar aanleiding van 1 518 ontslagen<FOOTNOTE><FIELD>In de zin van artikel 3 van de EFG‑verordening.</FIELD></FOOTNOTE> in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2, afdeling 24 (vervaardiging van metalen in primaire vorm), in de naburige steden Düsseldorf en Mülheim an der Ruhr, met als referentieperiode voor de aanvraag de periode van 26 april 2023 tot en met 26 augustus 2023;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de aanvraag het ontslag van 1 518 werknemers bij het bedrijf Vallourec Deutschland GmbH (VAD) betreft;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de aanvraag is ingediend op grond van de criteria voor steunverlening van artikel 4, lid 2, punt a), van de EFG-verordening, die vereisen dat binnen een referentieperiode van vier maanden in een onderneming in een lidstaat ten minste 200 werknemers gedwongen zijn ontslagen, met inbegrip van werknemers die gedwongen zijn ontslagen bij leveranciers, respectievelijk downstreamproducenten, en/of zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de COVID-19-pandemie en de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne het economisch concurrentievermogen hebben verminderd en negatieve gevolgen hebben voor de economische groei in Duitsland;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat VAD, de Duitse dochteronderneming van Vallourec S.A. Frankrijk, in haar twee staalfabrieken in Duitsland naadloze warmgewalste stalen buizen vervaardigde; overwegende dat in 2018, na jaren van financiële verliezen, een aantal herstructurerings- en inkrimpingsmaatregelen en een specifiek herstelplan van start zijn gegaan, waarbij de werknemers concessies hebben gedaan op het gebied van arbeidsvoorwaarden; overwegende dat er weliswaar enkele successen zijn geboekt, maar dat de economische situatie na de COVID‑19-pandemie tot verdere moeilijkheden voor de Duitse buizenfabrieken heeft geleid, en dat er sinds 2015 reeds meer dan 1 400 banen verloren zijn gegaan als gevolg van herstructurering; overwegende dat Vallourec S.A. in 2021 heeft besloten haar Duitse buizenfabrieken te verkopen en de productie naar Brazilië te verplaatsen; overwegende dat de verkoop is mislukt, wat heeft geleid tot de definitieve sluiting van de vestigingen en het ontslaan van de resterende arbeidskrachten per 1 januari 2025;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat VAD ermee heeft ingestemd voor elke groep ontslagen werknemers een “Transfergesellschaft” op te zetten en dat de onderneming daarnaast heeft voorzien in een vervroegd-pensioenregeling, waarvan gebruik kan worden gemaakt door werknemers die geboren zijn in 1966 of eerder, en in een plan voor vrijwillig ontslag voor werknemers die geen hulp meer nodig hebben bij het vinden van een andere baan;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat financiële bijdragen uit het EFG in de eerste plaats gericht moeten zijn op actieve arbeidsmarktbeleidsmaatregelen en op gepersonaliseerde diensten die tot doel hebben de begunstigden snel aan een fatsoenlijke en duurzame betrekking te helpen binnen of buiten de sector waar zij oorspronkelijk werkzaam waren, en hen voor te bereiden op een klimaatneutrale en meer digitale Europese economie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat bij de herziening van het MFK het jaarlijkse maximumbedrag dat beschikbaar is voor het EFG, wordt verlaagd van 186 miljoen EUR tot 30 miljoen EUR (in prijzen van 2018), zoals vastgesteld in artikel 8 van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad, zoals gewijzigd bij Verordening (EU, Euratom) 2024/765; overwegende dat de Commissie toezicht moet houden op de tenuitvoerlegging van het EFG en dat alle instellingen de nodige maatregelen moeten nemen om ervoor te zorgen dat solidariteit wordt betoond en aan alle gerechtvaardigde aanvragen voor EFG-steun kan worden voldaan;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de voorwaarden die zijn vastgelegd in artikel 4, lid 2, punt a), van de EFG-verordening en dat Duitsland recht heeft op een financiële bijdrage van 2 984 627 EUR uit hoofde van die verordening, wat overeenkomt met 60 % van de totale kosten van 4 974 379 EUR met inbegrip van uitgaven voor een bedrag van 4 783 057 EUR voor gepersonaliseerde steunmaatregelen en uitgaven voor een bedrag van 191 322 EUR voor activiteiten op het vlak van voorbereiding, beheer, voorlichting en publiciteit, en controle en rapportage;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>neemt er nota van dat de Duitse autoriteiten de aanvraag op 15 november 2023 hebben ingediend en dat de Commissie, nadat Duitsland aanvullende gegevens had verstrekt, haar beoordeling op 29 februari 2024 heeft afgerond en het Parlement hiervan nog diezelfde dag in kennis heeft gesteld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>merkt op dat de aanvraag het ontslag van 1 518 werknemers bij het bedrijf Vallourec Deutschland GmbH (VAD) betreft; merkt voorts op dat in totaal 835 werknemers de beoogde begunstigden zullen zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>onderstreept dat deze ontslagen naar verwachting een aanzienlijk negatief effect zullen hebben op de lokale economie, die de afgelopen decennia te maken heeft gehad met grote structurele veranderingen, waarbij het aantal banen in de productie en met name in de metaalindustrie merkbaar is teruggelopen; wijst erop dat het werkloosheidspercentage in de steden Mülheim en Düsseldorf als gevolg van de ontslagen met respectievelijk 11,6 % en 5,6 % zal stijgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>wijst erop dat de profielen van de ontslagen werknemers niet overeenstemmen met de vaardigheden die op de arbeidsmarkt worden gevraagd; onderstreept voorts dat de meeste betrokken werknemers zich in een vergevorderd stadium van hun loopbaan bevinden en lange tijd voor VAD hebben gewerkt, en dat zij door hun formele kwalificatieniveau niet concurrerend zijn op de huidige arbeidsmarkt, aangezien 20,1 % van hen ouder is dan 54 jaar; benadrukt dat bij- en omscholing van de werknemers in overeenstemming met de vraag op de arbeidsmarkt naar gekwalificeerde banen dus een uitdaging zal vormen, met name omdat tegelijkertijd een groot aantal personen wordt ontslagen; benadrukt voorts dat bij de bij- en omscholing van ontslagen werknemers rekening moet worden gehouden met de kwalificatiebehoeften op middellange tot lange termijn in verband met de industriële transformatie naar een klimaatneutrale toekomst;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>beschouwt het als een maatschappelijke verantwoordelijkheid van de Unie om deze ontslagen werknemers van de nodige kwalificaties te voorzien voor de ecologische en rechtvaardige transformatie van de industrie van de Unie in overeenstemming met de Europese Green Deal, aangezien zij werkzaam waren in een sector met een hoge koolstofintensiteit; benadrukt hoe belangrijk onderzoek en innovatie zijn om Europa toekomstbestendig te maken voor industriële fabricage, zodat wordt voorkomen dat de Unie de route kiest van decarbonisatie door middel van de-industrialisering; is daarom ingenomen met de individuele dienstverlening die door het EFG aan de werknemers wordt verstrekt, waaronder bijscholingsmaatregelen, workshops, beroepsoriëntatie, arbeidsadvies en opleidingstoelagen om deze regio en de hele arbeidsmarkt in de toekomst duurzamer en veerkrachtiger te maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>is ingenomen met het feit dat Duitsland het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening heeft opgesteld in overleg met de beoogde begunstigden, hun vertegenwoordigers en de sociale partners; is in het bijzonder ingenomen met het feit dat het bestuur van de onderneming en de werknemersvertegenwoordigers onmiddellijk na het besluit om de buizenfabrieken te sluiten onderhandelingen zijn gestart over een sociaal plan, met name over de oprichting van een “Transfergesellschaft”; onderkent dat VAD aanzienlijke inspanningen heeft geleverd om de sociale gevolgen van de sluiting van vestigingen tot een minimum te beperken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>wijst erop dat de gepersonaliseerde steunmaatregelen ten behoeve van de werknemers en zelfstandigen bestaan uit: opleiding en omscholing op maat, loopbaanbegeleiding, individuele hulp bij het zoeken naar werk en gerichte groepsactiviteiten, ondersteuning bij en een bijdrage aan het opzetten van een bedrijf, alsmede stimulansen en toelagen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>is zeer ingenomen met de maatregel die verband houdt met de verwerving van digitale basisvaardigheden (Digitale Grundqualifizierung) en die erop gericht is de ontslagen werknemers vaardigheden aan te leren die vereist zijn in het digitale industriële tijdperk, overeenkomstig artikel 7, lid 2, van de EFG-verordening; stelt vast dat deze maatregel zich met name richt op deelnemers die geen of slechts geringe digitale vaardigheden hebben; is ingenomen met het feit dat deelnemers de beschikking krijgen over laptops om de cursus te kunnen volgen en thuis te kunnen oefenen, en met het feit dat bijzondere aandacht zal worden besteed aan de vaardigheden die nodig zijn om gebruik te maken van de internettools die beschikbaar zijn voor het zoeken naar werk;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>stelt vast dat Duitsland met ingang van 1 december 2023 is begonnen met het verlenen van gepersonaliseerde diensten aan de beoogde begunstigden, wat betekent dat de periode om in aanmerking te komen voor een financiële bijdrage uit het EFG zal lopen van 1 december 2023 tot 24 maanden na de datum van inwerkingtreding van het financieringsbesluit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>stelt vast dat Duitsland op 1 januari 2023 de eerste administratieve uitgaven heeft gedaan met het oog op de uitvoering van het EFG, en dat de uitgaven voor activiteiten op het vlak van voorbereiding, beheer, voorlichting en publiciteit, en controle en rapportage derhalve van 1 januari 2023 tot 31 maanden na de datum van inwerkingtreding van het financieringsbesluit voor een financiële bijdrage uit het EFG in aanmerking komen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>benadrukt dat de Duitse autoriteiten hebben bevestigd dat de in aanmerking komende maatregelen geen steun ontvangen uit andere fondsen of financiële instrumenten van de Unie, en dat bij de toegang tot de voorgestelde maatregelen en de uitvoering ervan de beginselen van gelijke behandeling en niet-discriminatie zullen worden gerespecteerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>wijst er nogmaals op dat steun uit het EFG geen vervanging mag zijn voor maatregelen die op grond van nationale wetgeving of collectieve arbeidsovereenkomsten onder de verantwoordelijkheid van bedrijven vallen, of voor welke vergoedingen of rechten ten behoeve van de ontslagen werknemers dan ook, en dat de toewijzing dus geheel en al aanvullend moet zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en zorg te dragen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, met inbegrip van de bijlage, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST><TXTLST><ANNEX><TI><STRING BOLD="on">BIJLAGE</STRING></TI><STI><STRING BOLD="on">BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD</STRING></STI><P><STRING BOLD="on">betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers naar aanleiding van een aanvraag van Duitsland – EGF/2023/003 DE/Vallourec</STRING></P><P><STRING ITALIC="on">(De tekst van de bijlage wordt hier niet weergegeven, aangezien deze overeenkomt met de definitieve handeling: Besluit (EU) 2024/1298.)</STRING></P></ANNEX></TXTLST></SDOCTA>