<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF4" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0341</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Productie en in de handel brengen van plantaardig teeltmateriaal</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0149/2024 - Rapporteur: Herbert Dorfmann)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 24 april 2024 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de productie en het in de handel brengen van plantaardig teeltmateriaal in de Unie, tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2016/2031, (EU) 2017/625 en (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Richtlijnen 66/401/EEG, 66/402/EEG, 68/193/EEG, 2002/53/EG, 2002/54/EG, 2002/55/EG, 2002/56/EG, 2002/57/EG, 2008/72/EG en 2008/90/EG (verordening betreffende plantaardig teeltmateriaal) (COM(2023)0414 – C9-0236/2023 – 2023/0227(COD))</STRING></TI><NOTE>(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)</NOTE><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2023)0414),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 294, lid 2, en artikel 43, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C9‑0236/2023),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 13 december 2023<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/1583, 5.3.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/1583/oj<STRING ITALIC="on">.</STRING></FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 59 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling (A9‑0149/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST><TXTLST><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TC1-COD(2023)0227</STRING></IDENT><TCONSOLID><TI><STRING BOLD="on">Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 24 april 2024 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) 2024/... van het Europees Parlement en de Raad betreffende de productie en het in de handel brengen van plantaardig teeltmateriaal in de Unie, tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2016/2031</STRING><STRING BOLD="on"><STRING STRIKE="on">,</STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> (EU) 2017/625</STRING><STRING BOLD="on"><STRING STRIKE="on"> en (EU) 2018/848</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Richtlijnen 66/401/EEG, 66/402/EEG, 68/193/EEG, 2002/53/EG, 2002/54/EG, 2002/55/EG, 2002/56/EG, 2002/57/EG, 2008/72/EG en 2008/90/EG </STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van de Raad </STRING></STRING><STRING BOLD="on">(verordening betreffende plantaardig teeltmateriaal) [Am. 1]</STRING><BRK/></TI><NOTE>(Voor de EER relevante tekst)</NOTE><TEXT><PREAMBLE><PRINIT>HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,</PRINIT><GRVISA><VISA><P>Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, lid 2,</P></VISA><VISA><P>Gezien het voorstel van de Europese Commissie,</P></VISA><VISA><P>Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,</P></VISA><VISA><P>Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/1583, 5.3.2024, ELI: <STRING UNDERLINE="on">http://data.europa.eu/eli/C/2024/1583/oj</STRING>.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gezien de Verklaring van de Verenigde Naties over de rechten van landbouwers en andere mensen die werkzaam zijn in plattelandsgebieden, die de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties op 28 september 2018 heeft aangenomen,</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 2]</STRING></P></VISA><VISA><P>Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><GRCINIT>Overwegende hetgeen volgt:</GRCINIT><CONS><P><NO.P>(1)</NO.P>Sinds de jaren zestig gelden op het niveau van de Unie regels voor de productie en het in de handel brengen van plantaardig teeltmateriaal van landbouwgewassen, groenten, wijnstokken en fruitgewassen. De productie en het in de handel brengen van plantaardig teeltmateriaal op het grondgebied van de Unie is geregeld bij Richtlijn 66/401/EEG van de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 66/401/EEG van de Raad van 14 juni 1966 betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van groenvoedergewassen (PB 125 van 11.7.1966, blz. 2298).</FIELD></FOOTNOTE>, 66/402/EEG<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 66/402/EEG van de Raad van 14 juni 1966 betreffende het in de handel brengen van zaaigranen (PB 125 van 11.7.1966, blz. 2309).</FIELD></FOOTNOTE>, 68/193/EEG<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 68/193/EEG van de Raad van 9 april 1968 betreffende het in de handel brengen van vegetatief teeltmateriaal voor wijnstokken (PB L 93 van 17.4.1968, blz. 15).</FIELD></FOOTNOTE>, 2002/53/EG<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2002/53/EG van de Raad van 13 juni 2002 betreffende de gemeenschappelijke rassenlijst van landbouwgewassen (PB L 193 van 20.7.2002, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>, 2002/54/EG<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2002/54/EG van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het in de handel brengen van bietenzaad (PB L 193 van 20.7.2002, blz. 12).</FIELD></FOOTNOTE>, 2002/55/EG<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2002/55/EG van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het in de handel brengen van groentezaad (PB L 193 van 20.7.2002, blz. 33).</FIELD></FOOTNOTE>, 2002/56/EG<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2002/56/EG van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het in de handel brengen van pootaardappelen (PB L 193 van 20.7.2002, blz. 60).</FIELD></FOOTNOTE>, 2002/57/EG<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2002/57/EG van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen (PB L 193 van 20.7.2002, blz. 74).</FIELD></FOOTNOTE>, 2008/72/EG<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2008/72/EG van de Raad van 15 juli 2008 betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen, met uitzondering van zaad (PB L 205 van 1.8.2008, blz. 28).</FIELD></FOOTNOTE> en 2008/90/EG<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2008/90/EG van de Raad van 29 september 2008 betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal van fruitgewassen, alsmede van fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt (PB L 267 van 28.10.2008, blz. 8).</FIELD></FOOTNOTE> (de “richtlijnen voor het in de handel brengen van plantaardig teeltmateriaal”). Deze rechtshandelingen vormen het rechtskader voor de productie en het in de handel brengen van plantaardig teeltmateriaal en zijn daarom van groot belang geweest voor de totstandbrenging van de interne markt voor plantaardig teeltmateriaal in de Europese Unie.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(2)</NO.P>De effectbeoordelingen die de Commissie in 2013 en 2023 heeft uitgevoerd, hebben bevestigd dat deze richtlijnen een aanzienlijk effect hebben gehad op het vrije verkeer, de beschikbaarheid en de hoge kwaliteit van plantaardig teeltmateriaal op de markt van de Unie en aldus de handel in plantaardig teeltmateriaal binnen de Unie hebben vergemakkelijkt.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(3)</NO.P>De regels voor de productie en het in de handel brengen van plantaardig teeltmateriaal moeten echter worden aangepast aan de wetenschappelijke en technische ontwikkelingen wat betreft productietechnieken in de land- en tuinbouw en de plantenveredeling. Bovendien moet de wetgeving worden aangepast aan veranderingen van internationale normen en overeenkomstig de ervaring die met de toepassing van de richtlijnen inzake plantaardig teeltmateriaal is opgedaan. Deze regels moeten worden verduidelijkt om een meer geharmoniseerde uitvoering mogelijk te maken. Daarom moeten de richtlijnen voor het in de handel brengen van plantaardig teeltmateriaal worden vervangen door één verordening betreffende de productie en het in de handel brengen van plantaardig teeltmateriaal in de Unie.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(4)</NO.P>Plantaardig teeltmateriaal is het uitgangsmateriaal voor de plantaardige productie in de Unie. Daarom is het van cruciaal belang voor de productie van grondstoffen voor levensmiddelen en diervoeders en voor het efficiënte gebruik van plantaardige hulpbronnen. Plantaardig teeltmateriaal <STRING STRIKE="on">draagt bij</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">heeft tot doel bij te dragen</STRING></STRING> tot de bescherming van het milieu en de kwaliteit van de voedselketen en de voedselvoorziening in de Unie als geheel. In dit verband <STRING STRIKE="on">zijn</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">is</STRING></STRING> de beschikbaarheid<STRING STRIKE="on">, kwaliteit en</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> van een</STRING></STRING> diversiteit <STRING STRIKE="on">van</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aan</STRING></STRING> plantaardig teeltmateriaal<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> van hoge kwaliteit, met inbegrip van plaatselijk aangepaste rassen die het voordeel kunnen hebben dat zij een grotere tolerantie hebben voor biotische en abiotische druk,</STRING></STRING> van het grootste belang voor de transitie naar duurzame voedselsystemen, waar in de “van boer tot bord”-strategie<FOOTNOTE><FIELD>Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s — Een “van boer tot bord”-strategie voor een eerlijk, gezond en milieuvriendelijk voedselsysteem, COM(2020) 381 final.</FIELD></FOOTNOTE> op ingezet wordt, en voor de landbouw, de tuinbouw, de bescherming van het milieu, de matiging van en aanpassing aan klimaatverandering, de voedsel- en diervoederzekerheid en de economie in het algemeen.<STRING BOLD="on"> [Am. 3]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(5)</NO.P>Om deze transitie naar duurzame voedselsystemen te kunnen verwezenlijken, moet in de wetgeving van de Unie rekening worden gehouden met de noodzaak om ervoor te zorgen dat<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> op het niveau van de lidstaten en de Unie</STRING></STRING> de productie van plantaardig teeltmateriaal kan worden aangepast aan de veranderende landbouw-, tuinbouw- en milieuomstandigheden, om de uitdagingen in verband met klimaatverandering het hoofd te bieden, om de biodiversiteit te beschermen<STRING STRIKE="on"> en</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> te herstellen en<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> te bevorderen en voedselzekerheid te waarborgen,</STRING></STRING> om tegemoet te komen aan de groeiende verwachtingen van landbouwers en consumenten met betrekking tot de kwaliteit<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, diversiteit</STRING></STRING> en duurzaamheid van plantaardig teeltmateriaal.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Deze verordening moet innovatie stimuleren voor de ontwikkeling van robuust plantaardig teeltmateriaal dat bijdraagt tot de verbetering van gewassen die de bodemgezondheid bevorderen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 4]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(6)</NO.P>Deze verordening mag alleen van toepassing zijn op plantaardig teeltmateriaal van bepaalde geslachten en soorten die van groter economisch en sociaal belang zijn. Dat belang moet worden beoordeeld door te bepalen of dergelijke geslachten en soorten een significant productiegebied en een significante waarde in de Unie vertegenwoordigen, wat hun rol is voor het veiligstellen van de voedsel- en diervoederproductie in de Unie en of zij in ten minste twee lidstaten in de handel worden gebracht. Bij het productiegebied en de waarde kunnen verschillende technische aspecten worden meegewogen. Afhankelijk van de omstandigheden kunnen de berekeningen worden gebaseerd op factoren zoals de totale omvang van de productieve grond in verschillende gebieden van de Unie, de handelswaarde van plantaardig teeltmateriaal voor specifieke sectoren, of de vraag van landbouwers, eindgebruikers en de industrie naar die soorten.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(7)</NO.P>Die geslachten en soorten moeten in een lijst worden opgenomen en worden ingedeeld op basis van de beoogde gebruiksdoeleinden als landbouwgewassen, groenten, fruitgewassen of wijnstokken. Die indeling is noodzakelijk om een evenredige aanpak te waarborgen, aangezien sommige soorten alleen voor bepaalde toepassingen belangrijk zijn.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(8)</NO.P>Bovendien kunnen sommige rassen bepaalde kenmerken hebben die, wanneer zij onder bepaalde omstandigheden worden geteeld, ongewenste agronomische effecten kunnen hebben die afbreuk zouden doen aan de doelstelling van de verordening om bij te dragen tot de duurzaamheid van de landbouwproductie. Die doelstelling kan alleen worden gerealiseerd als voor de teelt van dergelijke rassen passende voorwaarden gelden om ongewenste agronomische effecten te voorkomen. Die voorwaarden moeten gelden voor de teelt van die rassen voor de productie van levensmiddelen, diervoeders of industriële materialen, en niet alleen wanneer zij bestemd zijn voor de productie en het in de handel brengen van plantaardig teeltmateriaal. Daarom moet deze verordening betrekking hebben op de voorwaarden die van toepassing zijn op de teelt van die rassen, ook voor de productie van levensmiddelen, diervoeders of andere producten.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(9)</NO.P>Plantaardig teeltmateriaal moet ruim worden gedefinieerd en alle planten omvatten die in staat en bedoeld zijn om volledige planten voort te brengen. Deze verordening moet daarom ook van toepassing zijn op zaad en op alle andere vormen van planten in elk groeistadium, die bedoeld en in staat zijn om volledige planten voort te brengen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(10)</NO.P>Bosbouwkundig teeltmateriaal hoort niet onder deze verordening te vallen vanwege de bijzondere kenmerken ervan en de sterk verschillende concepten en terminologie in die context. Daarom geldt voor bosbouwkundig teeltmateriaal een afzonderlijke rechtshandeling, namelijk Verordening (EU).../... van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) …/… van het Europees Parlement en de Raad ... (PB..., blz....).</FIELD></FOOTNOTE><FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">+</STRING>PB: gelieve in de tekst het nummer van de verordening in document (...(COD)) in te voegen, en in de overeenkomstige voetnoot het nummer, de datum, de titel, de publicatiegegevens daarvan.</FIELD></FOOTNOTE>.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(11)</NO.P>Teeltmateriaal van siergewassen moet niet onder deze verordening vallen, omdat na overleg met de lidstaten en belanghebbenden is geconcludeerd dat Richtlijn 98/56/EG van de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 98/56/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal van siergewassen (PB L 226 van 13.8.1998, blz. 16).</FIELD></FOOTNOTE> nog steeds voldoende in de behoeften van die sector voorziet.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(12)</NO.P>Deze verordening moet niet van toepassing zijn op plantaardig teeltmateriaal dat naar derde landen wordt uitgevoerd, en ook niet op plantaardig teeltmateriaal dat <STRING STRIKE="on">uitsluitend</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wordt verkocht of op enigerlei wijze</STRING></STRING> wordt <STRING STRIKE="on">gebruikt</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">overgedragen</STRING></STRING> voor officiële tests, veredeling, inspecties, tentoonstellingen of wetenschappelijke doeleinden<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met inbegrip van onderzoek op landbouwbedrijven</STRING></STRING>. De reden hiervoor is dat voor dergelijke categorieën plantaardig teeltmateriaal geen specifieke geharmoniseerde normen betreffende identiteit of kwaliteit vereist zijn en de identiteit en kwaliteit van ander in de Unie in de handel gebracht plantaardig teeltmateriaal hierdoor niet in het gedrang komt.<STRING BOLD="on"> [Am. 5]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(13)</NO.P>Deze verordening mag niet van toepassing zijn op plantaardig teeltmateriaal dat wordt verkocht of op enigerlei wijze, al dan niet kosteloos, wordt overgedragen tussen personen voor hun eigen privégebruik en buiten hun handelsactiviteiten om. Het zou onevenredig zijn om regels vast te stellen voor een dergelijk gebruik van plantaardig teeltmateriaal, aangezien dit soort overdracht doorgaans beperkt blijft tot zeer kleine hoeveelheden, geen commerciële doeleinden heeft en privéactiviteiten betreft.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(13 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Deze verordening mag niet van toepassing zijn op plantaardig teeltmateriaal waartoe toegang wordt verkregen of dat wordt verkocht of op enigerlei wijze, in beperkte hoeveelheden zoals vastgesteld in bijlage VII bis, al dan niet kosteloos, wordt overgedragen met het oog op dynamische instandhouding, aangezien voor dat type plantaardig teeltmateriaal geen specifieke geharmoniseerde normen betreffende identiteit of kwaliteit vereist zijn en de identiteit en kwaliteit van ander in de Unie in de handel gebracht plantaardig teeltmateriaal hierdoor niet in het gedrang komt.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 6]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(14)</NO.P>Om de gebruikers in staat te stellen geïnformeerde keuzes te maken, mag plantaardig teeltmateriaal alleen geproduceerd en in de handel gebracht worden als het behoort tot rassen die in een nationaal rassenregister zijn geregistreerd.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(15)</NO.P>Het is echter passend om, waar nodig, onderstammen vrij te stellen van de verplichting om tot een ras te behoren, aangezien zij, hoewel zij wel degelijk een aanzienlijke waarde vertegenwoordigen, vaak niet onder de definitie van een ras vallen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(16)</NO.P>Om de identiteit, kwaliteit en transparantie te waarborgen en om de gebruikers in staat te stellen geïnformeerde keuzes te maken, moet plantaardig teeltmateriaal in de regel geproduceerd of in de handel gebracht worden in vooraf bepaalde categorieën. Deze categorieën moeten de verschillende productiefasen en kwaliteitsniveaus weerspiegelen en, op basis van de internationaal vastgestelde terminologie, worden aangeduid als “prebasis-”, “basis-”, “gecertificeerd” en “standaardzaad”, en “prebasis-”, “basis-”, “gecertificeerd” en “standaardmateriaal” in het geval van ander plantaardig teeltmateriaal dan zaden.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(17)</NO.P>Plantaardig teeltmateriaal van elk van deze categorieën moet geproduceerd en in de handel gebracht worden overeenkomstig de toepasselijke internationale normen, teneinde het hoogst mogelijke niveau voor de identificatie en kwaliteit te waarborgen en in overeenstemming te zijn met de meest recente technische en wetenschappelijke ontwikkelingen. Deze normen moeten onder meer, waar van toepassing, de OESO-programma’s voor de certificering van rassen van zaaizaad in het internationale handelsverkeer<FOOTNOTE><FIELD>Decision Revising the OECD Schemes for the Varietal Certification or the Control of Seed Moving in International Trade [OECD/LEGAL/0308] (OESO-programma’s voor zaaizaad).</FIELD></FOOTNOTE> (hierna de “OESO-programma’s voor zaaizaad” genoemd), de normen voor pootaardappelen van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) en de voorschriften voor bemonstering en tests van de International Seed Testing Association (ISTA) omvatten.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(18)</NO.P>Overeenkomstig die normen moet de overeenstemming van plantaardig teeltmateriaal met de voorschriften voor de categorieën prebasis-, basis- en gecertificeerd zaad of materiaal worden bevestigd door inspecties, bemonstering, tests en officiële tests met controlepercelen door de bevoegde autoriteiten (“officiële certificering”) en met een officieel etiket worden gecertificeerd.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(18 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Er moeten ook regels worden vastgesteld voor de in-vitroproductie van klonen en het in de handel brengen hiervan.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 7]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(19)</NO.P>Er moeten specifieke regels worden vastgesteld voor de productie en het in de handel brengen van <STRING STRIKE="on">klonen, </STRING>geselecteerde klonen<STRING STRIKE="on">, multiklonale mengsels</STRING> en polyklonaal plantaardig teeltmateriaal, vanwege hun toegenomen belang en gebruik in de sector plantaardig teeltmateriaal. Om te zorgen voor transparantie, gebruikers in staat te stellen geïnformeerde keuzes te maken en doeltreffende officiële controles mogelijk te maken, moeten de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">geselecteerde </STRING></STRING>klonen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en polyklonaal plantaardig teeltmateriaal</STRING></STRING> worden geregistreerd in een speciaal openbaar register dat door de bevoegde autoriteiten wordt opgezet.<STRING STRIKE="on"> Er moeten ook regels voor de instandhouding van klonen worden vastgesteld om het behoud en de identificatie ervan te waarborgen.</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 8]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(20)</NO.P>Professionele exploitanten moeten door de bevoegde autoriteit gemachtigd worden om onder officieel toezicht certificering uit te voeren van plantaardig teeltmateriaal dat tot bepaalde soorten en categorieën behoort en het officiële etiket af te drukken. Er moeten regels worden vastgesteld voor het respectieve officiële toezicht door de bevoegde autoriteit en voor de intrekking of wijziging van die machtiging. Deze regels zijn noodzakelijk om ervoor te zorgen dat het hele certificeringssysteem doeltreffend functioneert.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(21)</NO.P>Om de maximale mate van zuiverheid en homogeniteit voor plantaardig teeltmateriaal te waarborgen, moet plantaardig teeltmateriaal in afzonderlijke partijen en gescheiden van ander materiaal dan plantaardig teeltmateriaal, zoals graan voor levensmiddelen of diervoeders, worden bewaard.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(22)</NO.P>Gezien de grote verscheidenheid aan plantaardig teeltmateriaal moeten professionele exploitanten de partijen plantaardig teeltmateriaal in de handel kunnen brengen in de vorm van afzonderlijke planten, verpakkingen, bundels of recipiënten, of in bulk.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(23)</NO.P>Er moeten voorschriften voor de etikettering van plantaardig teeltmateriaal worden vastgesteld om ervoor te zorgen dat het materiaal per categorie op passende wijze wordt geïdentificeerd aan de hand van de verklaring dat is voldaan aan de respectieve voorschriften inzake prebasis-, basis-, gecertificeerd en standaardzaad en -materiaal.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(24)</NO.P>In het geval van prebasis-, basis- en gecertificeerd zaad en materiaal moet door de bevoegde autoriteit een officieel etiket worden afgegeven, terwijl voor standaardzaad of -materiaal een etiket van de exploitant moet worden afgegeven. Dit is noodzakelijk om een onderscheid te kunnen maken tussen plantaardig teeltmateriaal dat onderworpen is aan certificering (officiële certificering of certificering onder officieel toezicht) en plantaardig teeltmateriaal dat onder de verantwoordelijkheid van de professionele exploitant wordt geproduceerd. Met de afgifte van een specifiek etiket wordt het professionele exploitanten en consumenten die plantaardig teeltmateriaal van verschillende normen willen selecteren, mogelijk gemaakt geïnformeerde keuzes te maken. Hiermee wordt ook het werk van de bevoegde autoriteiten vergemakkelijkt wat betreft het vormgeven van hun officiële controles overeenkomstig de respectieve voorschriften voor elke categorie.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(25)</NO.P>Het officiële etiket moet worden afgedrukt en aangebracht door erkende professionele exploitanten en onder officieel toezicht van de bevoegde autoriteiten. Aangezien echter sommige professionele exploitanten wellicht niet over de middelen beschikken om alle certificeringsactiviteiten uit te voeren en officiële etiketten af te drukken, moet worden bepaald dat de bevoegde autoriteiten op verzoek van professionele exploitanten ook die certificeringsstappen mag uitvoeren.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(26)</NO.P>Er moeten regels worden vastgesteld met betrekking tot de inhoud en de vorm van het officiële etiket en het etiket van de exploitant, om te zorgen voor een uniforme toepassing van de voorschriften voor respectievelijk de productie en het in de handel brengen van elke categorie en voor de identificatie van die etiketten.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(27)</NO.P>Op elk officieel etiket en elk etiket van de exploitant moet een serienummer worden weergegeven om de juiste identificatie en traceerbaarheid van het desbetreffende plantaardig teeltmateriaal en de doeltreffendheid van de officiële controles te waarborgen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(28)</NO.P>De richtlijnen voor het in de handel brengen van plantaardig teeltmateriaal en de internationale praktijk en normen schrijven voor dat zaden van bepaalde soorten alleen geproduceerd en in de handel gebracht worden als prebasis-, basis- of gecertificeerd zaad, gezien het belang van die soorten voor de voedselzekerheid en de industriële verwerking, en ter bescherming van de belangen van de landbouwers die er gebruik van maken. Daarom mogen bepaalde zaden alleen als prebasis-, basis- of gecertificeerd zaad geproduceerd en in de handel gebracht worden indien de kosten voor de productie en het in de handel brengen ervan in verhouding staan tot het doel om te zorgen voor kwaliteitszaad voor de landbouwers en de voedsel- en diervoederzekerheid, of in verhouding staan tot het doel om hoogwaardige industriële verwerking te waarborgen. Deze kosten moeten ook in verhouding staan tot het bereiken van de hoogste normen inzake identiteit en kwaliteit van het zaad, in overeenstemming met de vereisten voor prebasis-, basis- en gecertificeerd zaad. Daarom moet een lijst worden opgesteld van de zaadsoorten waarvoor zaad alleen als prebasis-, basis- of gecertificeerd zaad geproduceerd en in de handel gebracht mag worden.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(29)</NO.P>Zaden worden vaak in mengsels van rassen van dezelfde soort of in soortenmengsels in de handel gebracht. Zaden van onder deze verordening vallende geslachten of soorten mogen echter alleen in mengsels met zaden van onder deze verordening vallende geslachten of soorten geproduceerd en in de handel gebracht worden. Dit is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat de respectieve productie- en handelsnormen worden nageleefd. De lidstaten moeten echter de mogelijkheid hebben om de productie en het in de handel brengen van een mengsel van onder deze verordening vallende zaden en niet onder de verordening vallende zaden toe te staan, met het oog op de instandhouding van genetische hulpbronnen en het behoud van het natuurlijke milieu. Deze soorten zijn in deze gevallen de soorten die het meest geschikt zijn voor dat behoud. Er moeten regels voor die mengsels worden vastgesteld om de identiteit en kwaliteit ervan te waarborgen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(30)</NO.P>Er moeten voorschriften worden vastgesteld voor het herverpakken en heretiketteren van prebasis-, basis- en gecertificeerd zaad, om te waarborgen dat de identiteit en kwaliteit van het betrokken plantaardig teeltmateriaal tijdens die handelingen niet veranderen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(31)</NO.P>Er moeten tests met controlepercelen worden uitgevoerd om de rasechtheid en raszuiverheid van de afzonderlijke partijen zaad te verifiëren. Voor dergelijke tests op prebasis-, basis-, gecertificeerd zaad en standaardzaad moeten specifieke regels worden vastgesteld op basis van de toepasselijke internationale normen en de ervaring die is opgedaan met de toepassing van de richtlijnen voor het in de handel brengen van plantaardig teeltmateriaal.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(32)</NO.P>Bepaalde soorten rassen voldoen niet aan de vastgestelde vereisten inzake onderscheidbaarheid, homogeniteit en bestendigheid. Zij zijn echter belangrijk voor de instandhouding en het duurzame gebruik van plantgenetische hulpbronnen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, die cruciaal zijn voor de genetische diversiteit van gewassen en essentieel zijn bij de aanpassing aan milieuveranderingen en toekomstige behoeften</STRING></STRING>. Het gaat om van oudsher of sinds kort plaatselijk geteelde rassen die onder specifieke plaatselijke omstandigheden worden geteeld en aan die omstandigheden zijn aangepast. Zij worden met name gekenmerkt door een minder uniforme verschijning door een <STRING STRIKE="on">hoog</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voldoende</STRING></STRING> niveau van genetische en fenotypische diversiteit tussen afzonderlijke teelteenheden. Deze rassen worden “instandhoudingsrassen” genoemd<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">. Er zij op gewezen dat de instandhouding van genetische hulpbronnen een dynamisch proces is en dat nieuw gekweekte rassen die zijn aangepast aan plaatselijke omstandigheden, moeten worden opgenomen</STRING></STRING>. De productie en het in de handel brengen van deze rassen dragen bij tot de verwezenlijking van de doelstellingen van het Internationaal Verdrag inzake plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw om het behoud en duurzaam gebruik van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw te bevorderen<FOOTNOTE><FIELD>Besluit 2004/869/EG van de Raad van 24 februari 2004 betreffende de sluiting namens de Europese Gemeenschap van het Internationaal Verdrag inzake plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw (PB L 378 van 23.12.2004, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>. Als partij bij het Verdrag heeft de Unie zich ertoe verbonden deze doelstellingen te ondersteunen.<STRING BOLD="on"> [Am. 9]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(33)</NO.P>In het licht van die bijzondere kenmerken van de instandhoudingsrassen en in afwijking van de vastgestelde voorschriften voor de productie en het in de handel brengen, moet de productie en het in de handel brengen van plantaardig teeltmateriaal dat tot deze rassen behoort onder minder strenge voorschriften worden toegestaan. Die doelstelling is in overeenstemming met de beginselen van de Europese Green Deal, en met name met het beginsel van bescherming van de biodiversiteit. Het is daarom passend toe te staan dat materiaal moet voldoen aan de voorschriften voor standaardmateriaal van de desbetreffende soort. Het etiket van dat plantaardig teeltmateriaal dat tot instandhoudingsrassen behoort, moet daarom de vermelding “instandhoudingsrassen” bevatten. Deze rassen moeten ook worden geregistreerd, zodat zij door de bevoegde autoriteiten kunnen worden beheerd, de gebruikers geïnformeerde keuzes kunnen maken en de doeltreffendheid van de officiële controles kan worden gewaarborgd.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(34)</NO.P>Uit de ervaring met de toepassing van de richtlijnen voor het in de handel brengen is gebleken dat eindgebruikers van plantaardig teeltmateriaal (amateurtuiniers en anderen) vaak geïnteresseerd zijn in het gebruik van meer divers plantaardig teeltmateriaal dat beantwoordt aan verschillende behoeften, zonder noodzakelijkerwijs dezelfde kwaliteit als de professionele exploitanten te vereisen. Daarom is het passend om, in afwijking van bepaalde regels, toe te staan dat plantaardig teeltmateriaal aan eindgebruikers wordt verhandeld zonder dat het hoeft te voldoen aan de voorschriften voor de registratie van rassen, de certificeringsvoorschriften of de voorschriften voor standaardmateriaal. Die afwijking is noodzakelijk om te zorgen voor een grotere verscheidenheid van het aanbod voor de consument, met inachtneming van de algemene kwaliteitseisen. Bovendien moeten, met het oog op de transparantie en beter beheer, regels worden vastgesteld voor de verpakking en etikettering van plantaardig teeltmateriaal dat uitsluitend bestemd is voor eindgebruikers. Om dezelfde reden moeten professionele exploitanten die gebruikmaken van deze afwijking voor het in de handel brengen aan eindgebruikers, de bevoegde autoriteiten van die activiteit in kennis stellen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(35)</NO.P><STRING STRIKE="on">Er zijn </STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In de Unie zijn er </STRING></STRING>veel<STRING STRIKE="on"> genenbanken,</STRING> organisaties en netwerken <STRING STRIKE="on">voor de</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">actief die zich op dynamische</STRING></STRING> instandhouding <STRING STRIKE="on">van plantgenetische hulpbronnen in de Unie actief</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">richten</STRING></STRING>. Om hun activiteiten te vergemakkelijken, is het passend toe te staan dat plantaardig teeltmateriaal dat aan hen,<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> door hen</STRING></STRING> of tussen hen, wordt verhandeld, afwijkt van de vastgestelde voorschriften voor de productie en het in de handel brengen daarvan, en dat het in plaats daarvan aan minder strenge regels voldoet.<STRING BOLD="on"> [Am. 10]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(36)</NO.P>Landbouwers wisselen regelmatig kleine hoeveelheden zaad in natura <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of tegen een geldelijke vergoeding </STRING></STRING>uit vanuit een dynamisch beheer van hun eigen <STRING STRIKE="on">zaaigoed. Het is derhalve passend te</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">plantaardig teeltmateriaal. Daarom moet worden</STRING></STRING> voorzien in een afwijking van de vastgestelde voorschriften<STRING STRIKE="on">,</STRING> voor de uitwisseling van kleine hoeveelheden <STRING STRIKE="on">zaad</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">plantaardig teeltmateriaal</STRING></STRING> tussen landbouwers<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, waarbij de maximumhoeveelheden op het niveau van de Unie moeten worden vastgesteld</STRING></STRING>. Een dergelijke afwijking is mogelijk indien dat <STRING STRIKE="on">zaad</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">plantaardig teeltmateriaal</STRING></STRING> niet behoort tot een ras waarvoor overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad kwekersrechten zijn verleend<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad van 27 juli 1994 inzake het communautaire kwekersrecht (PB L 227 van 1.9.1994, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>. De <STRING STRIKE="on">lidstaten moeten de mogelijkheid krijgen om die kleine hoeveelheden voor specifieke soorten per jaar</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bevoegdheid om, overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), handelingen</STRING></STRING> vast te stellen <STRING STRIKE="on">om ervoor te zorgen dat er geen misbruik wordt gemaakt van een dergelijke afwijking met gevolgen voor het in de handel brengen van zaden</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">met betrekking tot het aanvullen van deze verordening moet aan de Commissie worden gedelegeerd, teneinde voor elke soort de maximumhoeveelheid vast te stellen die mag worden uitgewisseld</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 11]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(37)</NO.P>Volgens de richtlijnen voor het in de handel brengen van plantaardig teeltmateriaal zijn afwijkingen van de vastgestelde voorschriften toegestaan voor het in de handel brengen van plantaardig teeltmateriaal: dat tot nog niet geregistreerde rassen behoort, van rassen die nog niet volledig zijn getest, van zaad dat niet aan de toepasselijke vereisten voldoet om snel op de markt te worden aangeboden, van zaad dat nog niet definitief is gecertificeerd, van plantaardig teeltmateriaal waarvoor een tijdelijke toestemming wordt verleend om tijdelijke voorzieningsproblemen aan te pakken, en van plantaardig teeltmateriaal dat bestemd is voor het uitvoeren van tijdelijke experimenten om betere alternatieven te vinden voor sommige bepalingen van de toepasselijke wetgeving met betrekking tot de vereisten waaraan plantaardig teeltmateriaal moet voldoen om tot een geregistreerd ras te behoren, en om te voldoen aan bepaalde vereisten betreffende identiteit en kwaliteit. Deze afwijkingen zijn voor de professionele exploitanten en de bevoegde autoriteiten nuttig en noodzakelijk geweest, zonder problemen op te leveren voor de interne markt voor plantaardig teeltmateriaal. Daarom moeten zij in stand worden gehouden. Er moeten voorwaarden met betrekking tot die afwijkingen worden vastgesteld om ervoor te zorgen dat er geen misbruik van wordt gemaakt en dat zij geen negatieve gevolgen hebben voor de interne markt voor plantaardig teeltmateriaal.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(38)</NO.P>Het gebruik van plantaardig teeltmateriaal dat niet tot een ras behoort overeenkomstig deze verordening, maar tot een plantengroep binnen één botanisch taxon, met een hoog niveau van genetische en fenotypische diversiteit tussen afzonderlijke teelteenheden (“heterogeen materiaal”), kan voordelen opleveren, met name in de biologische productie en in landbouw die weinig productiemiddelen vraagt, doordat de veerkracht wordt verbeterd en de genetische diversiteit van de geteelde planten binnen dezelfde soort wordt vergroot. Daarom moet het toegestaan zijn plantaardig teeltmateriaal van heterogeen materiaal<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met uitzondering van groenvoedergewassen,</STRING></STRING> te produceren en in de handel te brengen zonder te hoeven voldoen aan de voorschriften voor de registratie van rassen of de andere voorschriften betreffende de productie en het in de handel brengen van deze verordening. Er moeten specifieke voorschriften worden vastgesteld voor de productie en het in de handel brengen van dat materiaal.<STRING BOLD="on"> [Am. 12]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(38 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Heterogeen materiaal mag niet bestaan uit een ggo of een NGT-plant van categorie 1 of 2 zoals gedefinieerd in Verordening (EU) .../... van het Europees Parlement en de Raad</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) .../... van het Europees Parlement en de Raad ... (PB ..., blz. ...).</FIELD></FOOTNOTE><FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">+</STRING>PB: gelieve in de tekst het nummer van de richtlijn in document (...(COD)) in te voegen, en in de overeenkomstige voetnoot het nummer, de datum, de titel, de publicatiegegevens en de ELI-referentie daarvan.</FIELD></FOOTNOTE><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> [NGT-verordening].</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 13]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(39)</NO.P>De productie en het in de handel brengen van plantaardig teeltmateriaal in de Unie moeten voldoen aan de hoogst mogelijke normen. Daarom moet de invoer van plantaardig teeltmateriaal uit derde landen alleen worden toegestaan als uit een beoordeling van de toepasselijke normen inzake identiteit en kwaliteit en het certificeringssysteem blijkt, dat dit plantaardig teeltmateriaal voldoet aan voorschriften die gelijkwaardig zijn aan die welke van toepassing zijn op plantaardig teeltmateriaal dat in de Unie geproduceerd en in de handel gebracht wordt. Als basis voor deze beoordeling moet de door het derde land verstrekte informatie en de desbetreffende wetgeving grondig worden bestudeerd. Daarnaast moet, indien de Commissie dat nodig acht, in het betrokken derde land een audit worden verricht en moet die audit een bevredigend resultaat hebben.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(40)</NO.P>Er moeten regels worden vastgesteld met betrekking tot de etikettering en de informatie die bij het ingevoerde plantaardig teeltmateriaal moet worden verstrekt, met het oog op correcte identificatie, traceerbaarheid en geïnformeerde keuzes voor gebruikers en om officiële controles mogelijk te maken.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(41)</NO.P>Met het oog op de transparantie en om de productie en het in de handel brengen van plantaardig teeltmateriaal doeltreffender te kunnen controleren, moeten professionele exploitanten geregistreerd worden. Het is passend dat zij zich registreren in de registers die door de lidstaten zijn ingesteld op grond van Verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 228/2013, (EU) nr. 652/2014 en (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Richtlijnen 69/464/EEG, 74/647/EEG, 93/85/EEG, 98/57/EG, 2000/29/EG, 2006/91/EG en 2007/33/EG van de Raad (PB L 317 van 23.11.2016, blz. 4).</FIELD></FOOTNOTE>, teneinde de administratieve lasten voor die professionele exploitanten te verminderen. Dit is ook evenredig omdat de overgrote meerderheid van de professionele exploitanten die plantaardig teeltmateriaal produceren en in de handel brengen, reeds zijn ingeschreven in de registers van professionele marktdeelnemers van die verordening.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(42)</NO.P>Er moeten specifieke<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> evenredige</STRING></STRING> verplichtingen worden ingevoerd voor professionele exploitanten die actief zijn op het gebied van de productie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> met het oog op het in de handel brengen</STRING></STRING> en het in de handel brengen van plantaardig teeltmateriaal, om ervoor te zorgen dat zij verantwoording afleggen, dat de officiële controles doeltreffender worden en dat deze verordening correct wordt toegepast.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Er moet echter rekening worden gehouden met de specifieke kenmerken en beperkingen van micro-ondernemingen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 14]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(43)</NO.P>De ervaring heeft geleerd dat de betrouwbaarheid en kwaliteit van het plantaardig teeltmateriaal dat in de handel wordt gebracht, in het gedrang kunnen komen als het onmogelijk is materiaal dat niet aan de geldende normen voldoet, te traceren. Daarom moet een alomvattend traceerbaarheidssysteem worden opgezet dat het uit de handel nemen van producten of het verstrekken van informatie aan gebruikers van plantaardig teeltmateriaal of bevoegde autoriteiten mogelijk maakt. Het moet dan ook verplicht worden gesteld voor de professionele exploitanten om informatie en documentatie over overdrachten van en naar professionele gebruikers bij te houden. Een dergelijke administratie moeten bijhouden is echter niet geschikt voor de praktijk in de detailhandel.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(44)</NO.P>Het is belangrijk ervoor te zorgen dat in de regel voor al het plantaardig teeltmateriaal van de geslachten en soorten die binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen, geldt dat het ras waartoe dat plantaardig teeltmateriaal behoort, moet zijn geregistreerd, de beschrijving van dat ras moet kloppen en de overeenkomstige regels moeten worden nageleefd.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(45)</NO.P>Rassen moeten worden geregistreerd in een nationaal rassenregister, zodat de gebruikers geïnformeerde keuzes kunnen maken en de officiële controles doeltreffender zijn.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(46)</NO.P>Het nationale rassenregister moet twee soorten rassen omvatten: rassen die op basis van een officiële beschrijving zijn geregistreerd, indien zij voldoen aan de vereisten van onderscheidbaarheid, homogeniteit en bestendigheid, en rassen die zijn geregistreerd op basis van een officieel erkende beschrijving, voor instandhoudingsrassen. Het bestaan van deze twee verschillende beschrijvingen is noodzakelijk om de twee categorieën rassen te scheiden, waarbij de eerste is gebaseerd op de resultaten van de tests op onderscheidbaarheid, homogeniteit en bestendigheid, en de andere is gebaseerd op historische gegevens over het gebruik van het ras en de praktische ervaring die ermee is opgedaan. Bovendien kan een dergelijke aanpak de nodige informatie verschaffen over de kenmerken van de rassen en hun identiteit.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(47)</NO.P>De geregistreerde rassen moeten door de bevoegde autoriteiten via het EU-portaal voor plantenrassen EUPVP verder worden gemeld aan het EU-rassenregister, om te zorgen voor een overzicht van alle rassen die in de Unie in de handel mogen worden gebracht.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(48)</NO.P>Herbicidetolerante rassen zijn rassen die zodanig zijn gekweekt dat zij opzettelijk tolerant zijn voor herbiciden, zodat zij kunnen worden geteeld in combinatie met het gebruik van die herbiciden. Teelt die niet onder de juiste omstandigheden plaatsvindt, kan leiden tot het ontstaan van onkruid dat resistent is tegen die herbiciden, de verspreiding van dergelijke resistentiegenen in het milieu of de noodzaak om grotere hoeveelheden pesticide te gebruiken. Aangezien deze verordening tot doel heeft bij te dragen tot de duurzaamheid van de landbouwproductie, moeten de bevoegde autoriteiten van de lidstaten die verantwoordelijk zijn voor de registratie van rassen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en de lidstaten waar de rassen zullen worden geteeld</STRING></STRING>, de teelt van dergelijke rassen op hun grondgebied kunnen onderwerpen aan passende voorwaarden waarmee die ongewenste effecten kunnen worden voorkomen. Bovendien moeten rassen die andere bijzondere kenmerken dan de tolerantie voor herbiciden hebben met mogelijke ongewenste agronomische effecten, eveneens voldoen aan bepaalde voorwaarden voor de teelt, teneinde die agronomische effecten aan te pakken. Die voorwaarden moeten gelden voor de teelt van die rassen voor welk doeleinde dan ook, waaronder de productie van levensmiddelen, diervoeders en andere producten, en niet alleen wanneer zij bestemd zijn voor de productie en het in de handel brengen van plantaardig teeltmateriaal. Dit is noodzakelijk om de doelstellingen van deze verordening te verwezenlijken om bij te dragen tot een duurzame landbouwproductie na het stadium van de productie en het in de handel brengen van plantaardig teeltmateriaal.<STRING BOLD="on"> [Am. 15]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(49)</NO.P>Om bij te dragen tot de duurzaamheid van de landbouwproductie en tegemoet te komen aan de economische, ecologische en bredere maatschappelijke behoeften, moeten nieuwe rassen <STRING STRIKE="on">van alle geslachten en soorten </STRING>met betrekking tot bepaalde <STRING STRIKE="on">aspecten</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">agronomische, gebruiks- en milieuaspecten</STRING></STRING> een verbetering vertonen ten opzichte van de andere rassen van dezelfde geslachten of soorten die in hetzelfde nationale rassenregister geregistreerd zijn. Tot die aspecten behoren de opbrengst, met inbegrip van opbrengststabiliteit en opbrengst onder omstandigheden die weinig productiemiddelen vergen; tolerantie/resistentie tegen biotische druk, onder meer tegen plantenziekten veroorzaakt door nematoden, schimmels, bacteriën, virussen, insecten en andere plaagorganismen; tolerantie voor of resistentie tegen abiotische druk, met inbegrip van aanpassing aan klimaatveranderingsgerelateerde omstandigheden; efficiënter gebruik van natuurlijke hulpbronnen, zoals water en nutriënten; verminderde behoefte aan externe productiemiddelen, zoals gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen; kenmerken die de duurzaamheid van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">teelt, oogst, </STRING></STRING>opslag, verwerking<STRING STRIKE="on"> en</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> distributie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en gebruik </STRING></STRING>verbeteren<STRING STRIKE="on">,</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING> en kwaliteit of voedingskenmerken (“waarde voor duurzame teelt en duurzaam gebruik”)<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, of kenmerken die voor verwerking van belang zijn</STRING></STRING>. Ten behoeve van het oordeel over de registratie van het ras en om voldoende flexibiliteit te bieden voor de registratie van rassen met de meest wenselijke kenmerken, moeten deze aspecten worden beoordeeld voor een bepaald ras in zijn geheel.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Gezien de aanzienlijke middelen en voorbereiding die voor dat onderzoek nodig zijn, moet het voor soorten die zijn opgenomen in de delen B en C van bijlage I op vrijwillige basis worden uitgevoerd.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 16]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(50)</NO.P>Aangezien voor biologische productie geschikte biologische rassen, zoals gedefinieerd in artikel 3 van Verordening (EU) 2018/848, gekenmerkt worden door een hoog niveau van genetische en fenotypische diversiteit tussen de afzonderlijke teelteenheden, is het passend dat voor de registratie ervan aangepaste normen voor hun onderscheidbaarheid, homogeniteit en bestendigheid moeten gelden, met name wat betreft de vereiste homogeniteit. Om deze rassen beter af te stemmen op de specifieke behoeften van de biologische productie, moet daarnaast de beoordeling van de waarde voor duurzame teelt en duurzaam gebruik onder biologische omstandigheden worden verricht.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(51)</NO.P>Met het oog op de efficiëntie en om de administratieve lasten te verlichten, moeten rassen waarvoor op grond van artikel 62 van Verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad of op grond van de wetgeving van een lidstaat een kwekersrecht is verleend, voor de toepassing van de deze verordening worden geacht onderscheidbaar, homogeen en bestendig te zijn en een geschikte benaming te hebben.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(52)</NO.P>De procedure voor de registratie van rassen moet nauwkeurig worden bepaald om rechtszekerheid voor de aanvragers en de bevoegde autoriteiten en een gelijk speelveld voor alle aanvragers te waarborgen. Daarom moeten regels worden vastgesteld betreffende de indiening, de inhoud, het formele onderzoek en de datum van indiening van de aanvragen, technische onderzoeken, de audit van de werklocaties en organisatie van de bevoegde autoriteit, aanvullende regels inzake technisch onderzoek, de vertrouwelijkheid, het voorlopig onderzoeksverslag en de voorlopige officiële beschrijving, het onderzoeksverslag en de definitieve officiële beschrijving, het onderzoek voor de benaming van een ras en het besluit over de registratie van een ras in het nationale rassenregister.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(53)</NO.P>Met het oog op de efficiëntie en om de administratieve lasten voor de bevoegde autoriteiten en de aanvragers te verminderen, moeten de bevoegde autoriteiten alle rassen die vóór de inwerkingtreding van deze verordening officieel zijn aanvaard of geregistreerd, in hun nationale rassenregisters registreren, in de (rassen)lijsten of registers die door hun respectieve lidstaten overeenkomstig de Richtlijnen 2002/53/EG, 2002/55/EG, 2008/90/EG en 68/193/EEG zijn opgesteld. Aangezien deze rassen al in de Unie in de handel worden gebracht en door landbouwers en andere professionele exploitanten worden gebruikt, mogen zij niet aan een nieuwe registratieprocedure worden onderworpen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(54)</NO.P>Er moeten regels worden vastgesteld voor het technisch onderzoek van rassen om te kunnen vaststellen of zij onderscheidbaar, homogeen en bestendig zijn. Gezien het belang van dit onderzoek voor de rassenveredelingssector en het feit dat de resultaten worden meegenomen in de officiële beschrijving, mag dat technisch onderzoek alleen door de bevoegde autoriteit worden verricht.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(55)</NO.P>Het technisch onderzoek naar voldoende waarde voor duurzame teelt en duurzaam gebruik van een ras moet echter op de werklocaties van de aanvrager en onder officieel toezicht van de bevoegde autoriteit kunnen worden uitgevoerd. Dit is noodzakelijk om de administratieve lasten te verlichten, de beschikbaarheid van testfaciliteiten te waarborgen en de kosten voor de bevoegde autoriteiten te beperken. De bevoegde autoriteit moet echter de verantwoordelijkheid hebben wat betreft de testopstellingen. Bovendien hebben professionele exploitanten die betrokken zijn bij het kweken van nieuwe rassen, ook op basis van hun samenwerking met de bevoegde autoriteiten, bewezen gekwalificeerd te zijn om dergelijke onderzoeken uit te voeren, aangezien zij over de benodigde deskundigheid, kennis en passende middelen beschikken.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(56)</NO.P>Om de geloofwaardigheid en de hoge kwaliteit van de onderzoeken op onderscheidbaarheid, homogeniteit en bestendigheid te waarborgen, moeten de werklocaties van de bevoegde autoriteiten waar die tests plaatsvinden, worden geauditeerd door het Communautair Bureau voor plantenrassen (“CPVO”). De werklocaties van de aanvragers waar het onderzoek naar voldoende waarde voor duurzame teelt en duurzaam gebruik onder officieel toezicht plaatsvindt, moeten door de respectieve bevoegde autoriteiten worden geauditeerd om na te gaan of aan de toepasselijke voorschriften wordt voldaan.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(57)</NO.P>De duur van de registratie van een ras moet tien jaar bedragen om innovatie in de veredelingssector aan te moedigen, en te stimuleren dat oude rassen van de markt verdwijnen en door nieuwe rassen worden vervangen. Deze duur moet echter dertig jaar bedragen voor rassen van geslachten of soorten fruitgewassen en wijnstokken<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en voor instandhoudingsrassen</STRING></STRING>, vanwege de langere tijd die nodig is om de productiecyclus van die geslachten of soorten te voltooien.<STRING BOLD="on"> [Am. 18]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(58)</NO.P>Het moet mogelijk zijn om op verzoek van een belanghebbende de duur van de registratie van een ras te verlengen om de verdere verhandeling van bepaalde rassen mogelijk te maken indien de noodzaak daarvoor wordt vastgesteld en zij nog steeds aan de toepasselijke voorschriften voldoen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(59)</NO.P>Er moeten regels worden vastgesteld voor de instandhouding van rassen volgens de gebruikelijke praktijken. Dit is noodzakelijk om de rasechtheid te waarborgen voor de duur van de registratie, hetgeen alleen verzekerd is als de instandhouding van het respectieve ras wordt uitgevoerd door de aanvrager, of door andere personen die door de aanvrager aan de bevoegde autoriteit zijn gemeld, waarbij bepaalde voorschriften moeten worden gevolgd en officiële controles door de bevoegde autoriteiten moeten worden uitgevoerd.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(60)</NO.P>Er moeten regels worden vastgesteld met betrekking tot de inhoud van de nationale rassenregisters en het EU-rassenregister, en het bijhouden van monsters van de geregistreerde rassen (“officieel monster” of “standaardmonster”), een levende beschrijving van het ras. Dit is belangrijk om ervoor te zorgen dat de nodige informatie over het ras, de identificatie ervan voor de duur van de registratie en de beschikbaarheid van standaardmonsters voor tests met controlepercelen in het kader van de certificering van plantaardig teeltmateriaal gewaarborgd zijn.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(61)</NO.P>De richtlijnen voor het in de handel brengen van plantaardig teeltmateriaal moeten worden ingetrokken, aangezien zij door deze verordening worden vervangen. Bijgevolg moet Verordening (EU) 2016/2031 worden gewijzigd om verwijzingen naar die richtlijnen te schrappen en ervoor te zorgen dat door de EU gereguleerde niet-quarantaineorganismen uitsluitend bij die verordening worden geregeld.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(62)</NO.P>Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de Richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG, 2008/119/EG en 2008/120/EG van de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en Besluit 92/438/EEG van de Raad (verordening officiële controles) (PB L 95 van 7.4.2017, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> moet worden gewijzigd om de productie en het in de handel brengen van plantaardig teeltmateriaal in overeenstemming met deze verordening in het toepassingsgebied ervan op te nemen. Dit is belangrijk om een uniforme aanpak van officiële controles voor de gehele plantaardige productie en voedselketen te waarborgen, aangezien Verordening (EU) 2017/625 ook van toepassing is op het toepassingsgebied van Verordening (EU) 2016/2031 en Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad (PB L 150 van 14.6.2018, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(63)</NO.P>In dit verband moet de Commissie de bevoegdheid krijgen om specifieke regels vast te stellen voor officiële controles en voor de acties die de bevoegde autoriteiten ondernemen met betrekking tot plantaardig teeltmateriaal, met name voor de vaststelling van regels voor de uitvoering van officiële controles op plantaardig teeltmateriaal voor de verificatie van de naleving van de regels van de Unie, voor de invoer in en het in de handel brengen van plantaardig teeltmateriaal in de Unie, en voor de activiteiten van exploitanten tijdens de productie van plantaardig teeltmateriaal.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(64)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">Verordening (EU) 2018/848 moet worden gewijzigd om de definities van “plantaardig teeltmateriaal” en “heterogeen materiaal” in overeenstemming te brengen met de definities van deze verordening. Bovendien moet de bevoegdheid van de Commissie om specifieke bepalingen vast te stellen voor het in de handel brengen van plantaardig teeltmateriaal van biologisch heterogeen materiaal worden uitgesloten van Verordening (EU) 2018/848, aangezien omwille van de juridische duidelijkheid alle voorschriften betreffende de productie en het in de handel brengen van plantaardig teeltmateriaal in deze verordening moeten worden opgenomen.</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 19]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(65)</NO.P>Teneinde de lijst van geslachten en soorten plantaardig teeltmateriaal dat onder deze verordening valt, aan te passen aan de ontwikkelingen met betrekking tot het belang van het productiegebied en de waarde van de productie, de voedsel- en diervoederzekerheid en het aantal lidstaten waar het wordt geteeld, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen met betrekking tot de wijziging van die lijst.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(66)</NO.P>Teneinde de regels betreffende de productie en het in de handel brengen van plantaardig teeltmateriaal aan te passen aan de technische en wetenschappelijke ontwikkelingen en de toepasselijke internationale normen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen ten aanzien van de wijziging van de voorschriften van deze verordening betreffende de productie en het in de handel brengen van prebasis-, basis-, gecertificeerd en standaardmateriaal en -zaad.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(67)</NO.P>Teneinde de regels voor de productie en het in de handel brengen van plantaardig teeltmateriaal van heterogeen materiaal aan te passen aan de technische en wetenschappelijke ontwikkelingen en rekening te houden met de ervaring die is opgedaan met de toepassing van deze verordening, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen met betrekking tot de wijziging van de voorschriften voor de productie en het in de handel brengen van heterogeen materiaal.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(68)</NO.P>Teneinde de inhoud van rassenregisters aan te passen aan de technische ontwikkelingen en om gevolg te geven aan de ervaring die is opgedaan met de registratie van rassen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen met betrekking tot de wijziging van de voorschriften betreffende die inhoud.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(69)</NO.P>Teneinde de teelt van rassen aan te passen aan de ontwikkeling van de technische en wetenschappelijke kennis, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen met betrekking tot de vaststelling van teeltvoorwaarden voor rassen die herbicidetolerant zijn of andere kenmerken hebben die tot ongewenste agronomische effecten kunnen leiden. Die voorwaarden moeten maatregelen op het veld omvatten, zoals gewasrotatie, monitoringmaatregelen, kennisgeving van die maatregelen door de lidstaten aan de Commissie en de overige lidstaten, rapportage door professionele exploitanten aan de bevoegde autoriteiten over de toepassing van die maatregelen, en de vermelding van de voorwaarden in de nationale rassenregisters.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(70)</NO.P>Teneinde de tests en voorschriften voor de waarde voor duurzame teelt en duurzaam gebruik aan te passen aan de potentiële technische en wetenschappelijke ontwikkelingen en de mogelijke ontwikkeling van internationale normen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen tot aanvulling van deze verordening met bepaalde elementen. Dit zijn de methoden die nodig zijn voor de teeltproeven die moeten worden uitgevoerd om de waarde voor duurzame teelt en duurzaam gebruik van bepaalde geslachten of soorten te beoordelen en verdere vereisten vast te stellen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(71)</NO.P>Teneinde de regels voor rasbenaming aan te passen aan de technische en wetenschappelijke ontwikkelingen, en gevolg te geven aan de ervaring die is opgedaan met de toepassing van deze regels, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen tot aanvulling van deze verordening met specifieke criteria voor de geschiktheid van rasbenamingen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(72)</NO.P>Teneinde de bepalingen van deze verordening inzake technisch onderzoek van rassen aan te passen aan de technische en wetenschappelijke ontwikkelingen en de praktische behoeften van de bevoegde autoriteiten en professionele exploitanten, en om gevolg te geven aan de ervaring die is opgedaan met de toepassing van de respectieve regels, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen tot aanvulling van deze verordening door de regels vast te stellen voor de audit van de werklocaties van professionele exploitanten die de technische onderzoeken naar voldoende waarde voor duurzame teelt en gebruik verrichten.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(73)</NO.P>Teneinde de bepalingen van deze verordening betreffende het onderzoek naar duurzame teelt en duurzaam gebruik aan te passen aan de technische of wetenschappelijke ontwikkelingen en aan nieuwe beleidsmaatregelen of regels van de Unie inzake duurzame landbouw, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen tot aanvulling van deze verordening met minimumvereisten voor de uitvoering van dit onderzoek, de methoden voor de beoordeling van de onderzochte kenmerken, en de normen voor de evaluatie van en de verslaglegging over de resultaten van dit onderzoek en om de onderzochte kenmerken te kunnen wijzigen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(74)</NO.P>Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven<FOOTNOTE><FIELD>PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen, ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die de gedelegeerde handelingen voorbereiden.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(75)</NO.P>Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).</FIELD></FOOTNOTE>.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(76)</NO.P>Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen en de prestaties van professionele exploitanten en de identiteit en kwaliteit van door hen geproduceerd en in de handel gebracht plantaardig teeltmateriaal te verbeteren, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend met betrekking tot het specificeren van de voorschriften voor de audits, opleidingen, onderzoeken, inspecties, bemonstering en tests, wat bepaalde geslachten of soorten betreft, voor het officiële toezicht op de professionele exploitanten door de bevoegde autoriteiten.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(77)</NO.P>Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van deze verordening met betrekking tot de behandeling en het in de handel brengen van plantaardig teeltmateriaal en de respectieve regels aan te passen aan de ervaring die is opgedaan met de toepassing van de bepalingen van deze verordening, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend voor het vaststellen van specifieke voorschriften voor alle of bepaalde soorten plantaardig teeltmateriaal betreffende het samenvoegen of opsplitsen van partijen plantaardig teeltmateriaal met betrekking tot de oorsprong ervan, de identificatie ervan, de registratie van die verrichting en de etikettering na het samenvoegen of opsplitsen van partijen plantaardig teeltmateriaal.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(78)</NO.P>Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, gevolg te geven aan de praktische ervaring die is opgedaan met de toepassing van de bepalingen ervan, en de integriteit van het in de handel gebrachte plantaardig teeltmateriaal te verbeteren, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend voor het vaststellen van specifieke voorschriften met betrekking tot de (af)sluiting, bevestiging, afmetingen en vorm van verpakkingen, bundels en recipiënten van specifieke soorten plantaardig teeltmateriaal.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(79)</NO.P>Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, en met name met betrekking tot de leesbaarheid, herkenbaarheid en waarborgen van etiketten, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om specifieke bepalingen vast te stellen met betrekking tot de officiële etiketten, etiketten die worden gebruikt voor bepaalde afwijkingen en etiketten die worden gebruikt voor bepaalde specifieke soorten plantaardig teeltmateriaal, en moeten de inhoud, afmetingen, kleur en vorm van die etiketten voor de respectieve categorieën of soorten plantaardig teeltmateriaal worden vastgesteld.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(80)</NO.P>Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen en gevolg te geven aan de praktische ervaring die met de toepassing van de respectieve voorschriften is opgedaan, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend voor het vaststellen van specifieke bepalingen betreffende mengsels van zaden.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(81)</NO.P>Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van deze verordening met betrekking tot het in de handel brengen van plantaardig teeltmateriaal in de detailhandel, en om het in de handel brengen van plantaardig teeltmateriaal voor elke soort zo praktisch en geschikt mogelijk te maken, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend voor de vaststelling van voorschriften betreffende de afmetingen, de vorm, de (af)sluiting en de behandeling van de kleine verpakkingen voor zaden en de verpakkingen en bundels voor ander plantaardig teeltmateriaal die aan eindgebruikers worden verhandeld.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(82)</NO.P>Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen en dringende problemen bij de voorziening van plantaardig teeltmateriaal aan te pakken, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om in geval van tijdelijke problemen bij de voorziening van plantaardig teeltmateriaal voor een periode van ten hoogste één jaar toestemming te verlenen voor het in de handel brengen van plantaardig teeltmateriaal van de categorieën prebasis-, basis- of gecertificeerd materiaal of zaad waarvoor minder strenge voorschriften gelden, of om af te wijken van de vereiste dat het tot een ras behoort, en met betrekking tot de intrekking en wijziging van die toestemming.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(83)</NO.P>Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen en de lidstaten enige flexibiliteit te bieden om nationale maatregelen vast te stellen die zijn aangepast aan hun agroklimatologische omstandigheden en strengere kwaliteitsnormen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om de lidstaten toe te staan om met betrekking tot de productie en het in de handel brengen van plantaardig teeltmateriaal strengere voorschriften vast te stellen op het gehele grondgebied of een deel van het grondgebied van de betrokken lidstaat, en met betrekking tot de intrekking of wijziging van dergelijke maatregelen die uit hoofde van de richtlijnen voor het in de handel brengen van plantaardig teeltmateriaal zijn vastgesteld.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(84)</NO.P>Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen en te zorgen voor een snelle respons bij plotselinge risico’s, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om noodmaatregelen te nemen wanneer de productie of het in de handel brengen van plantaardig teeltmateriaal waarschijnlijk een ernstig risico vormt voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, het milieu of de teelt van andere soorten, en dat risico niet op bevredigende wijze kan worden beheerst door maatregelen van de betrokken lidstaat, en met betrekking tot de intrekking of wijziging van een dergelijke maatregel van een lidstaat.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(85)</NO.P><STRING STRIKE="on">Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aan de Commissie moet de bevoegdheid worden gedelegeerd om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen ten aanzien van het aanvullen</STRING></STRING> van deze verordening <STRING STRIKE="on">te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om te besluiten over</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">met specifieke regels voor</STRING></STRING> de organisatie van tijdelijke experimenten om te zoeken naar betere alternatieven voor het toepassingsgebied en een aantal bepalingen van deze verordening.<STRING BOLD="on"> [Am. 20]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(86)</NO.P>Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening met betrekking tot de invoer van plantaardig teeltmateriaal te waarborgen en ervoor te zorgen dat de voorschriften van het derde land voldoen aan de voorschriften van de Unie op datzelfde gebied, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend met betrekking tot het erkennen dat plantaardig teeltmateriaal van specifieke geslachten, soorten of categorieën dat in een derde land of in bepaalde gebieden van een derde land wordt geproduceerd, voldoet aan voorschriften die gelijkwaardig zijn aan die welke van toepassing zijn op plantaardig teeltmateriaal dat in de Unie wordt geproduceerd en in de handel gebracht, zodat het kan worden ingevoerd.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(87)</NO.P>Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen en te zorgen voor een passende instandhouding van de geregistreerde rassen in derde landen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend met betrekking tot het erkennen dat de in het derde land uitgevoerde controles op de instandhouding van rassen dezelfde garanties bieden als die welke in de Unie zijn vastgesteld.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(88)</NO.P>Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen en de bepalingen ervan aan te passen aan de ontwikkeling van de toepasselijke protocollen van de Internationale Unie tot bescherming van kweekproducten (UPOV) of de protocollen van het CPVO, en aan de relevante technische en wetenschappelijke ontwikkelingen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend voor het vaststellen van specifieke voorschriften inzake onderscheidbaarheid, homogeniteit en bestendigheid per geslacht of soort van elk ras.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(89)</NO.P>Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend voor het vaststellen van specifieke regels met betrekking tot de omvang van het standaardmonster van geregistreerde rassen dat wordt gebruikt voor de officiële nacontroles van plantaardig teeltmateriaal, de regels voor de vernieuwing van die monsters en de verstrekking van die monsters aan andere lidstaten.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(90)</NO.P>Omdat de doelstelling van deze verordening, namelijk het waarborgen van een geharmoniseerde aanpak ten aanzien van de productie en het in de handel brengen van plantaardig teeltmateriaal, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, maar vanwege de gevolgen, de complexiteit en het internationale karakter ervan, beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken. In dit verband, en voor zover nodig, worden bij deze verordening afwijkingen of specifieke voorschriften voor bepaalde soorten plantaardig teeltmateriaal en professionele exploitanten ingevoerd.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(91)</NO.P>Deze verordening moet drie jaar na de inwerkingtreding ervan van toepassing worden om de bevoegde autoriteiten en de professionele exploitanten de gelegenheid te geven om zich op de bepalingen voor te bereiden en om de benodigde tijd te bieden voor de vaststelling van de respectieve gedelegeerde en uitvoeringshandelingen. De voorschriften inzake voldoende waarde voor duurzame teelt en duurzaam gebruik van rassen van groenten en fruitgewassen moeten echter vijf jaar na de inwerkingtreding ervan van toepassing worden. Deze extra termijn is nodig om de bevoegde autoriteiten en de professionele exploitanten de tijd te bieden om de nodige voorbereidingen te treffen en de eerste tests op het veld uit te voeren om aan deze nieuwe regels te voldoen,</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><DINIT>HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:</DINIT><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">HOOFDSTUK I</TI><STI.GR>ALGEMENE BEPALINGEN</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 1</TI.ART><STI.ART>Onderwerp</STI.ART><PARAG>Bij deze verordening worden regels vastgesteld voor de productie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">met het oog op het in de handel brengen in de Unie van plantaardig teeltmateriaal, en voor</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">en</STRING> het in de handel brengen in de Unie van plantaardig teeltmateriaal, en met name voorschriften voor de productie van plantaardig teeltmateriaal op het veld en op andere locaties, categorieën materiaal, voorschriften inzake identiteit en kwaliteit, certificering, etikettering, verpakking, invoer, professionele exploitanten en de registratie van rassen.<STRING BOLD="on"> [Am. 21]</STRING></PARAG><PARAG>Bij deze verordening worden ook regels vastgesteld betreffende de voorwaarden voor de teelt van bepaalde rassen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> die tolerant zijn voor herbiciden of</STRING></STRING> die ongewenste agronomische effecten kunnen hebben, met inbegrip van de teelt voor andere doeleinden dan de productie en het in de handel brengen van plantaardig teeltmateriaal, voor de productie van levensmiddelen, diervoeders en andere producten.<STRING BOLD="on"> [Am. 22]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 2</TI.ART><STI.ART>Toepassingsgebied en doelstellingen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Deze verordening is van toepassing op de geslachten en soorten die in de delen A tot en met E van bijlage I zijn opgenomen voor de respectieve vermelde gebruiksdoeleinden.</PARAG><PARAG>De voorschriften hebben betrekking op, respectievelijk, alle soorten plantaardig teeltmateriaal, alleen zaden of alleen ander materiaal dan zaden.</PARAG><PARAG>De voorschriften betreffende de productie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of invoer</STRING></STRING> van plantaardig teeltmateriaal zijn alleen van toepassing <STRING STRIKE="on">op de productie </STRING>met het oog op het in de handel brengen van het materiaal<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> in de Unie</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 23]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Deze verordening heeft de volgende doelstellingen:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de kwaliteit<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en veiligheid</STRING></STRING> van en de diversiteit aan plantaardig teeltmateriaal en de beschikbaarheid ervan voor professionele exploitanten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, landbouwers</STRING></STRING> en eindgebruikers te waarborgen;<STRING BOLD="on"> [Am. 24]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>te zorgen voor <STRING STRIKE="on">gelijke</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">eerlijke</STRING></STRING> concurrentievoorwaarden voor professionele exploitanten overal in de Unie en gelijke voorwaarden voor de werking van de interne markt voor plantaardig teeltmateriaal;<STRING BOLD="on"> [Am. 25]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de innovatie in en het concurrentievermogen van de sector plantaardig teeltmateriaal in de Unie te ondersteunen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>bij te dragen tot de<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> dynamische</STRING></STRING> instandhouding en het duurzame gebruik van plantgenetische hulpbronnen en tot agrobiodiversiteit;<STRING BOLD="on"> [Am. 26]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>bij te dragen tot duurzame landbouwproductie, aangepast aan de huidige en toekomstige <STRING STRIKE="on">klimaatomstandigheden</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">klimaat- en bodemomstandigheden</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 27]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>bij te dragen tot voedselzekerheid<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en voedselsoevereiniteit</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 28]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De Commissie is overeenkomstig artikel 75 bevoegd om gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage I, teneinde <STRING STRIKE="on">deze</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">die bijlage</STRING></STRING> aan te passen in lijn met de ontwikkeling van de technische en wetenschappelijke kennis, evenals de economische gegevens betreffende de productie en het in de handel brengen van geslachten en soorten, door geslachten en soorten toe te voegen aan of te schrappen van de lijst in die bijlage.<STRING BOLD="on"> [Am. 29]</STRING></PARAG><PARAG>Bij de in de eerste alinea bedoelde gedelegeerde handelingen worden geslachten of soorten toegevoegd aan de lijst in bijlage I indien zij aan ten minste twee van de volgende voorwaarden voldoen:<STRING BOLD="on"> [Am. 30 - niet van toepassing op de Nederlandse versie]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>zij vertegenwoordigen een significant productiegebied van plantaardig teeltmateriaal en een significante waarde van het in de handel gebrachte plantaardig teeltmateriaal in de Unie;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>zij zijn van aanzienlijk belang voor het veiligstellen van de productie van levensmiddelen en diervoeders in de Unie, in vergelijking met andere geslachten en soorten die niet in die bijlage zijn opgenomen<STRING STRIKE="on">,</STRING>; en</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>zij worden in ten minste twee lidstaten in de handel gebracht<STRING STRIKE="on">.</STRING>;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zij zijn van belang voor milieuduurzaamheid.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 31]</STRING></PARAG><PARAG>Bij de in de eerste alinea bedoelde gedelegeerde handelingen worden geslachten of soorten van de lijst in bijlage I geschrapt indien zij niet langer aan ten minste twee van de in de tweede alinea genoemde voorwaarden voldoen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Deze verordening is niet van toepassing op:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>teeltmateriaal van siergewassen zoals gedefinieerd in artikel 2 van Richtlijn 98/56/EG<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en teeltmateriaal van de in bijlage I van deze verordening vermelde geslachten of soorten die uitsluitend voor sierdoeleinden worden gebruikt</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 32]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>bosbouwkundig teeltmateriaal zoals gedefinieerd in artikel 3 van Verordening (EU) …/... van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) …/… van het Europees Parlement en de Raad ... (PB..., blz....).<STRING SUPERSCRIPT="on">+</STRING>	PB: gelieve in de tekst het nummer van de richtlijn in document PE-CONS 69/23 (2016/0222(COD)) in te voegen, en in de overeenkomstige voetnoot het nummer, de datum, de titel en de publicatiegegevens daarvan.</FIELD></FOOTNOTE><STRING SUPERSCRIPT="on">+</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en teeltmateriaal van de in bijlage I van deze verordening vermelde geslachten of soorten die uitsluitend voor bosbouwdoeleinden worden gebruikt</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 33]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>plantaardig teeltmateriaal dat<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> uitsluitend</STRING></STRING> wordt geproduceerd voor uitvoer naar derde landen;<STRING BOLD="on"> [Am. 34]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>plantaardig teeltmateriaal dat wordt verkocht of op enigerlei wijze wordt overgedragen, al dan niet kosteloos, tussen eindgebruikers voor hun eigen privégebruik en buiten hun commerciële activiteiten om;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>plantaardig teeltmateriaal dat <STRING STRIKE="on">uitsluitend</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wordt verkocht of op enigerlei wijze</STRING></STRING> wordt <STRING STRIKE="on">gebruikt</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">overgedragen, al dan niet kosteloos,</STRING></STRING> voor officiële tests, veredeling, inspecties, tentoonstellingen of wetenschappelijke doeleinden<STRING STRIKE="on">.</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met inbegrip van onderzoek op landbouwbedrijven en activiteiten van genenbanken;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 35]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de productie en het in de handel brengen van plantaardig teeltmateriaal door de in artikel 29 bedoelde instandhoudingsorganisaties en -netwerken in kleine hoeveelheden als omschreven in bijlage VII bis, al dan niet gratis, met het oog op dynamische instandhouding;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 353]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">plantaardig teeltmateriaal dat door landbouwers voor eigen gebruik wordt geproduceerd.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 37]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 3</TI.ART><STI.ART>Definities</STI.ART><PARAG>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1)</NO.P>“plantaardig teeltmateriaal”: planten zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 1, van Verordening (EU) 2016/2031 die volledige planten kunnen voortbrengen en daarvoor bedoeld zijn;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2)</NO.P>“professionele exploitant”: een natuurlijke of rechtspersoon die beroepshalve betrokken is bij een of meer van de volgende activiteiten in de Unie met betrekking tot <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de commerciële exploitatie van </STRING></STRING>plantaardig teeltmateriaal:<STRING BOLD="on"> [Am. 38]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>productie;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>in de handel brengen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>instandhouding <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of vermeerdering </STRING></STRING>van rassen;<STRING BOLD="on"> [Am. 39]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>verlening van diensten betreffende identiteit en kwaliteit;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>beschermen, opslaan, drogen, verwerken, behandelen, verpakken, afsluiten, etiketteren, bemonsteren of testen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3)</NO.P><STRING STRIKE="on">“in de handel brengen”: </STRING>de volgende<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> commerciële</STRING></STRING> activiteiten die door een professionele exploitant worden uitgevoerd: verkoop, bezit, <STRING STRIKE="on">kosteloze overdracht, </STRING>aanbieding voor verkoop,<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> waaronder onlineverkoop;</STRING></STRING> of enige andere wijze van overdracht of verspreiding binnen of invoer in de Unie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> met het oog op het commerciële gebruik van het plantaardig teeltmateriaal</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 40]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4)</NO.P>“ras”: een ras zoals gedefinieerd in artikel 5, punt 2, van Verordening (EG) nr. 2100/94;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5)</NO.P>“kloon”:<STRING STRIKE="on"> een afzonderlijke nakomeling van een plant, die oorspronkelijk van een andere afzonderlijke plant is verkregen door vegetatieve vermeerdering, en die genetisch identiek is gebleven aan die plant;</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een afzonderlijke nakomeling van een plant, die oorspronkelijk van een andere afzonderlijke plant is verkregen door vegetatieve vermeerdering, en die genetisch identiek is gebleven aan die plant; of</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een vegetatieve genetisch uniforme afstamming van één enkele plant;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 41]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6)</NO.P>“geselecteerde kloon”: een kloon die is geselecteerd en gekozen omdat een aantal bijzondere, binnen het ras voorkomende, fenotypische kenmerken en zijn fytosanitaire status de geselecteerde kloon betere prestaties geven, en waarvan de beschrijving overeenkomt met <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het wijnstokras en die soorten fruitgewassen waarbij zich de genoemde binnen het ras voorkomende kenmerken voordoen, waartoe de</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">die van zijn ras, of in het geval van</STRING> geselecteerde <STRING STRIKE="on">klonen die niet tot een ras behoren, met die van zijn soort</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kloon behoort</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 42]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7)</NO.P>“polyklonaal plantaardig teeltmateriaal”: <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">teeltmateriaal verkregen door selectie van </STRING></STRING>een groep van <STRING STRIKE="on">meerdere afzonderlijke nakomelingen van planten die van verschillende</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ten minste zeven</STRING></STRING> genotypen <STRING STRIKE="on">zijn afgeleid en waarvan de beschrijving van elk overeenkomt met die</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">met verwachte genetische winsten, aan de hand van kwantitatieve genetische instrumenten, uit dezelfde experimentele reeks van een specifiek oud ras, dat de meeste</STRING></STRING> van zijn <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">diversiteit binnen het ras bevat</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">ras</STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 43]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">“multiklonaal mengsel”: een mengsel van geselecteerde klonen die allemaal tot hetzelfde ras of dezelfde soort behoren, naargelang het geval, waarbij elk van deze klonen door onafhankelijke selectie is verkregen;</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 44]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9)</NO.P>“bevoegde autoriteit” de centrale autoriteit of regionale autoriteit van een lidstaat of, indien van toepassing, de dienovereenkomstige autoriteit van een derde land, die verantwoordelijk is voor de organisatie van officiële controles, registratie, certificering en andere officiële activiteiten met betrekking tot de productie en het in de handel brengen van plantaardig teeltmateriaal, of elke andere autoriteit waaraan die verantwoordelijkheid is opgedragen overeenkomstig de wetgeving van de Unie;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>10)</NO.P>“officiële beschrijving”: een beschrijving die is vastgesteld door een bevoegde autoriteit, de specifieke kenmerken van het ras bevat en het ras identificeerbaar maakt als gevolg van het onderzoek naar zijn onderscheidbaarheid, homogeniteit en bestendigheid;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>11)</NO.P>“officieel erkende beschrijving”: een schriftelijke beschrijving van een instandhoudingsras, die door een bevoegde autoriteit is erkend, de specifieke kenmerken van het ras bevat en op een andere wijze is verkregen dan door middel van het onderzoek naar zijn onderscheidbaarheid, homogeniteit en bestendigheid;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>12)</NO.P>“instandhouding van een ras”: de handelingen waarmee de rasechtheid en raszuiverheid worden gecontroleerd om ervoor te zorgen dat <STRING STRIKE="on">een ras</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de raskenmerken</STRING></STRING> gedurende de daaropvolgende voortplantingscycli <STRING STRIKE="on">blijft</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">blijven</STRING></STRING> overeenkomen met <STRING STRIKE="on">de</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">hun</STRING></STRING> desbetreffende beschrijving;<STRING BOLD="on"> [Am. 45]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>13)</NO.P>“zaden”: zaden in botanische zin;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>14)</NO.P>“prebasiszaad”: zaad dat behoort tot een generatie voorafgaand aan de generatie van het basiszaad en bestemd is voor de productie en de certificering van basiszaad of gecertificeerd zaad, en waarvan bij officiële certificering of certificering onder officieel toezicht is vastgesteld dat het voldoet aan de respectieve voorwaarden van <STRING STRIKE="on">deel A</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de delen A en D</STRING></STRING> van bijlage II;<STRING BOLD="on"> [Am. 46]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>15)</NO.P>“basiszaad”: zaad dat is geproduceerd uit prebasiszaad of voorafgaande generaties basiszaad en bestemd is voor de productie van latere generaties basiszaad of gecertificeerd zaad, en waarvan bij officiële certificering of certificering onder officieel toezicht is vastgesteld dat het voldoet aan de respectieve voorwaarden van <STRING STRIKE="on">deel A</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de delen A en D</STRING></STRING> van bijlage II;<STRING BOLD="on"> [Am. 47]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>16)</NO.P>“gecertificeerd zaad”: zaad dat is geproduceerd uit prebasiszaad, basiszaad of voorafgaande generaties gecertificeerd zaad, en waarvan bij officiële certificering of certificering onder officieel toezicht is vastgesteld dat het voldoet aan de respectieve voorwaarden van <STRING STRIKE="on">deel A</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de delen A en D</STRING></STRING> van bijlage II;<STRING BOLD="on"> [Am. 48]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>17)</NO.P>“standaardzaad”: zaad, met uitzondering van prebasiszaad, basiszaad of gecertificeerd zaad, dat niet bestemd is voor verdere vermeerdering en dat voldoet aan de respectieve voorwaarden van <STRING STRIKE="on">deel A</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de delen A en D</STRING></STRING> van bijlage III;<STRING BOLD="on"> [Am. 49]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>18)</NO.P>“prebasismateriaal”: plantaardig teeltmateriaal, met uitzondering van zaden, dat behoort tot een generatie voorafgaand aan de generatie van het basismateriaal en bestemd is voor de productie en de certificering van basismateriaal of gecertificeerd materiaal, en waarvan bij officiële certificering of certificering onder officieel toezicht is vastgesteld dat het voldoet aan de respectieve voorwaarden van <STRING STRIKE="on">deel B</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de delen B, C en E</STRING></STRING> van bijlage II;<STRING BOLD="on"> [Am. 50]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>19)</NO.P>“basismateriaal”: plantaardig teeltmateriaal, met uitzondering van zaden, dat is geproduceerd uit prebasismateriaal of voorafgaande generaties basismateriaal, en bestemd is voor de productie en de certificering van latere generaties basismateriaal of gecertificeerd materiaal, en waarvan bij officiële certificering of certificering onder officieel toezicht is vastgesteld dat het voldoet aan de respectieve voorwaarden van <STRING STRIKE="on">deel B</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de delen B, C en E</STRING></STRING> van bijlage II;<STRING BOLD="on"> [Am. 51]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>20)</NO.P>“gecertificeerd materiaal”: plantaardig teeltmateriaal, met uitzondering van zaden, dat is geproduceerd uit prebasismateriaal, basismateriaal of voorafgaande generaties gecertificeerd materiaal, en waarvan bij officiële certificering of certificering onder officieel toezicht is vastgesteld dat het voldoet aan de respectieve voorwaarden van <STRING STRIKE="on">deel B</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de delen B, C en E</STRING></STRING> van bijlage II;<STRING BOLD="on"> [Am. 52]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>21)</NO.P>“standaardmateriaal”: plantaardig teeltmateriaal, met uitzondering van zaden, en met uitzondering van prebasismateriaal, basismateriaal of gecertificeerd materiaal, dat niet bestemd is voor verdere vermeerdering en dat voldoet aan de respectieve voorwaarden van <STRING STRIKE="on">deel B</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de delen B, C en E</STRING></STRING> van bijlage III;<STRING BOLD="on"> [Am. 53]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>22)</NO.P>“officiële certificering”: officiële verklaring van de bevoegde autoriteit dat prebasis-, basis- of gecertificeerd zaad of materiaal voldoet aan de respectieve voorschriften van deze verordening, waarbij alle relevante inspecties ter plaatse, bemonstering en tests, met inbegrip van, in voorkomend geval, tests op controlepercelen, door die autoriteit zijn uitgevoerd, en zij heeft geconcludeerd dat het betrokken zaad of materiaal aan die eisen voldoet;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>23)</NO.P>“certificering onder officieel toezicht”: een verklaring van een specifiek gemachtigde professionele exploitant dat het prebasis-, basis- of gecertificeerd zaad of materiaal aan de toepasselijke voorschriften voldoet, en waarbij ten minste een of meer van de relevante inspecties, bemonstering, tests of het afdrukken van etiketten onder officieel toezicht van de bevoegde autoriteit zijn uitgevoerd door die professionele exploitant, en indien hij heeft geconcludeerd dat het betrokken zaad of materiaal aan die eisen voldoet;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>24)</NO.P>“categorie” plantaardig teeltmateriaal: een groep of afzonderlijke eenheid plantaardig teeltmateriaal die in aanmerking komt als prebasis-, basis-, gecertificeerd of standaardzaad of -materiaal en identificeerbaar is door te voldoen aan specifieke identiteits- en kwaliteitseisen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>25)</NO.P>“genetisch gemodificeerd organisme”: een genetisch gemodificeerd organisme zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 2, van Richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 maart 2001 inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu en tot intrekking van Richtlijn 90/220/EEG van de Raad (PB L 106 van 17.4.2001, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>, met uitzondering van organismen die zijn verkregen met de technieken van genetische modificatie van de lijst in bijlage I B bij Richtlijn 2001/18/EG;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>26)</NO.P>“partij”: een eenheid plantaardig teeltmateriaal die identificeerbaar is door zijn homogene samenstelling en oorsprong.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>27)</NO.P>“heterogeen materiaal”: een plantengroep binnen één botanisch taxon van de laagst bekende rang die:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>gemeenschappelijke fenotypische kenmerken vertoont;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>gekenmerkt wordt door een hoog niveau van genetische en fenotypische diversiteit tussen afzonderlijke teelteenheden, zodat die plantengroep vertegenwoordigd wordt door het materiaal als geheel, en niet door een klein aantal eenheden;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>geen ras is, en</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>geen mengsel van rassen is;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>28)</NO.P>“eindgebruiker”: elke persoon die plantaardig teeltmateriaal verwerft, overdraagt en gebruikt voor doeleinden die buiten zijn <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">primaire </STRING></STRING>beroepsactiviteiten vallen;<STRING BOLD="on"> [Am. 54]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>29)</NO.P>“instandhoudingsras”: een ras dat:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ofwel een </STRING></STRING>van oudsher <STRING STRIKE="on">of</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gekweekt landras, ofwel een</STRING></STRING> sinds korter <STRING STRIKE="on">plaatselijk onder specifieke</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gekweekt ras (modern landras) is dat is verkregen door middel van selectie op het bedrijf of is gekweekt met het oog op aanpassing aan de</STRING></STRING> plaatselijke omstandigheden in <STRING STRIKE="on">de Unie wordt gekweekt en aan die omstandigheden is aangepast, en</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het kader van het duurzame gebruik van plantgenetische hulpbronnen voor voedsel en landbouw;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 55]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">geen hybrideras van het type F1 is;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 56]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>gekenmerkt wordt door een <STRING STRIKE="on">hoog</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voldoende</STRING></STRING> niveau van genetische en fenotypische diversiteit tussen afzonderlijke teelteenheden;<STRING BOLD="on"> [Am. 57]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">niet, in zijn geheel of wat betreft de genetische bestanddelen ervan, valt onder intellectuele-eigendomsrechten die het gebruik ervan voor instandhouding, onderzoek, veredeling en onderwijs, waaronder op het landbouwbedrijf door een landbouwer die het op het landbouwbedrijf geteelde plantaardig teeltmateriaal van die soort voor die doelstellingen gebruikt, beperken;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 58]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>30)</NO.P>“kwaliteitsorganismen”: plaagorganismen die aan alle volgende voorwaarden voldoen:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>zij zijn geen EU-quarantaineorganismen, ZP-quarantaineorganismen of gereguleerde niet-quarantaineorganismen in de zin van Verordening (EU) 2016/2031, noch plaagorganismen die onder de krachtens artikel 30, lid 1, van die verordening vastgestelde maatregelen vallen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>zij komen voor tijdens de productie of opslag van plantaardig teeltmateriaal, en</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>hun aanwezigheid heeft onaanvaardbare<STRING STRIKE="on"> negatieve</STRING> gevolgen voor de kwaliteit van het plantaardig teeltmateriaal en heeft onaanvaardbare economische gevolgen wat het gebruik van dat plantaardig teeltmateriaal in de Unie betreft;<STRING BOLD="on"> [Am. 59]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>31)</NO.P>“nagenoeg vrij van <STRING STRIKE="on">plaagorganismen”: volledig vrij van plaagorganismen of</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kwaliteitsorganismen”:</STRING></STRING> een situatie waarin de aanwezigheid van kwaliteitsorganismen op het betrokken plantaardig teeltmateriaal zo beperkt is dat die plaagorganismen geen <STRING STRIKE="on">negatieve</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">buitensporige</STRING></STRING> invloed hebben op de kwaliteit van dat plantaardig teeltmateriaal;<STRING BOLD="on"> [Am. 60]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>32)</NO.P>“pootaardappelen”: knollen van Solanum tuberosum L. die worden gebruikt voor de teelt van <STRING STRIKE="on">andere </STRING>aardappelen;<STRING BOLD="on"> [Am. 61]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>33)</NO.P>“landbouwer”: landbouwer zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 1, van Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 en (EU) nr. 1307/2013 (PB L 435 van 6.12.2021, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>34)</NO.P>“afwijkend type” met betrekking tot zaad of andere planten: zaad of ander plantaardig teeltmateriaal dat niet overeenkomt met de beschrijving van het ras of de soort waartoe het overeenkomstig deze verordening geacht wordt te behoren;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>35)</NO.P>“hybrideras”: een ras dat wordt geproduceerd door kruising van twee of meer andere rassen<STRING STRIKE="on">.</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>35 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“dynamische instandhouding”: het behoud van genetische diversiteit binnen en tussen geteelde plantensoorten, met inbegrip van zowel het behoud in situ als het behoud ex situ, met als doel een duurzaam gebruik van plantgenetische hulpbronnen en agrobiodiversiteit op een manier die en in een tempo dat niet leidt tot de achteruitgang van de biologische diversiteit op de lange termijn, waardoor het potentieel behouden blijft om te voorzien in de behoeften en te voldoen aan de verlangens van de huidige en toekomstige generaties;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 354]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>35 ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“NGT-plant”: planten die zijn verkregen met bepaalde nieuwe genomische technieken zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 2, van Verordening (EU) .../... [</STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING STRIKE="on">PB: gelieve de verwijzing naar de </STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">NGT-verordening</STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING STRIKE="on"> betreffende met bepaalde nieuwe genomische technieken verkregen planten en de daarvan afgeleide levensmiddelen en diervoeder in te voegen</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">] van het Europees Parlement en de Raad;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 63]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>35 quater)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“handelszaad”: zaad dat is geproduceerd en in de handel wordt gebracht voor mengsels als bedoeld in artikel 21, waarvan kan worden vastgesteld dat het behoort tot een soort, maar niet tot een ras, en waarvan bij officiële certificering of certificering onder officieel toezicht is gebleken dat het voldoet aan de bij deze verordening vastgestelde voorwaarden voor gecertificeerd zaad, met uitzondering van het voorschrift van artikel 5;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 64]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>35 quinquies)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“kleine verpakkingen”: verpakkingen met zaad of materiaal tot een maximum van: het voorstel bevat:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">10 kg voor granen;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">5 kg voor groenvoedergewassen, bieten, oliehoudende planten en vezelgewassen;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">10 kg voor pootaardappelen;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">500 g voor peulvruchten;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">100 g voor uien, kervel, asperges, snijbiet, rode bieten, mei- en herfstrapen, watermeloen, reuzenpompoen, pompoenen, wortelen, radijs, schorseneren, spinazie en veldsla;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">20 g voor andere groentesoorten;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">10 stuks fruit- en wijnstekken.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 355]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 4</TI.ART><STI.ART>Naleving van Verordening (EU) 2016/2031</STI.ART><PARAG>Deze verordening doet geen afbreuk aan Verordening (EU) 2016/2031.</PARAG><PARAG>Elke partij plantaardig teeltmateriaal die overeenkomstig deze verordening geproduceerd en in de handel gebracht wordt, moet ook voldoen aan de voorschriften betreffende EU-quarantaineorganismen, ZP-quarantaineorganismen en gereguleerde niet-quarantaineorganismen van, of krachtens, de artikelen 36, 37, 40, 41, 42, 49, 53 en 54 van Verordening (EU) 2016/2031, en aan de krachtens artikel 30, lid 1, van die verordening vastgestelde maatregelen.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">HOOFDSTUK II</TI><STI.GR>VOORSCHRIFTEN BETREFFENDE RASSEN, CATEGORIEËN PLANTAARDIG TEELTMATERIAAL, ETIKETTERING, MACHTIGING, BEHANDELING, INVOER EN AFWIJKINGEN</STI.GR><GR.ART><TI TITLE="TISECTION">AFDELING 1</TI><STI.GR>Algemene voorschriften voor de productie en het in de handel brengen van plantaardig teeltmateriaal</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 5</TI.ART><STI.ART>Behoren tot een geregistreerd ras</STI.ART><PARAG>Plantaardig teeltmateriaal mag alleen in de Unie worden geproduceerd en in de handel worden gebracht indien het behoort tot een ras dat in een nationaal rassenregister als bedoeld in artikel 44 is geregistreerd, of:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>als onderstammen, indien zij geproduceerd en in de handel gebracht worden met een in een passende etikettering opgenomen verwijzing naar de soort waartoe zij behoren;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>als heterogeen materiaal overeenkomstig artikel 27;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>als plantaardig teeltmateriaal voor verhandeling aan eindgebruikers overeenkomstig artikel 28;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>als plantaardig teeltmateriaal dat geproduceerd en in de handel gebracht wordt met het oog op de instandhouding van genetische hulpbronnen overeenkomstig artikel 29;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>als <STRING STRIKE="on">zaad dat in natura</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">plantaardig teeltmateriaal dat</STRING></STRING> tussen landbouwers wordt uitgewisseld overeenkomstig artikel 30;<STRING BOLD="on"> [Am. 66]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">als kwekerszaad overeenkomstig artikel 31;</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 67]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g)</NO.P>als plantaardig teeltmateriaal van nog niet geregistreerde rassen overeenkomstig artikel 32;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>h)</NO.P>in geval van problemen bij de voorziening van plantaardig teeltmateriaal overeenkomstig artikel 33.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 6</TI.ART><STI.ART>Behoren tot bepaalde categorieën plantaardig teeltmateriaal</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Alleen plantaardig teeltmateriaal dat tot een van de volgende categorieën behoort, mag in de Unie worden geproduceerd en in de handel worden gebracht, met uitzondering van de in lid 2 bedoelde gevallen:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>prebasismateriaal of -zaad;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>basismateriaal of -zaad;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>gecertificeerd materiaal of zaad;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>standaardmateriaal of -zaad.</PARAG><PARAG>Wanneer in deze verordening wordt verwezen naar lagere of hogere categorieën met betrekking tot de identiteit en de kwaliteit van plantaardig teeltmateriaal, wordt die onderverdeling gebaseerd op de rangorde van de punten a) tot en met d), waarbij punt a) de hoogste rang vertegenwoordigt en punt d) de laagste.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>In afwijking van lid 1 mag plantaardig teeltmateriaal geproduceerd en in de handel gebracht worden zonder dat het tot een in de punten a) tot en met d) geordende categorie behoort, in de volgende gevallen:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het in de handel brengen van plantaardig teeltmateriaal van heterogeen materiaal overeenkomstig artikel 27;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>verhandeling aan een eindgebruiker overeenkomstig artikel 28;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>verhandeling aan en tussen instandhoudingsnetwerken zoals bedoeld in artikel 29;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>als <STRING STRIKE="on">zaad dat in natura</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">plantaardig teeltmateriaal dat</STRING></STRING> tussen landbouwers wordt uitgewisseld overeenkomstig artikel 30;<STRING BOLD="on"> [Am. 68]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">als kwekerszaad zoals bedoeld in artikel 31.</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 69]</STRING></PARAG></ARTICLE></GR.ART></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TISECTION">AFDELING 2</TI><STI.GR>Voorschriften voor de productie en het in de handel brengen van prebasis-, basis-, gecertificeerd en standaardmateriaal en -zaad</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 7</TI.ART><STI.ART>Voorschriften voor de productie en het in de handel brengen van prebasis-, basis- en gecertificeerd zaad en materiaal</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Prebasis-, basis- en gecertificeerd zaad mag alleen in de Unie geproduceerd en in de handel gebracht worden als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het prebasis-, basis- of gecertificeerd zaad is nagenoeg vrij van kwaliteitsorganismen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het wordt geproduceerd en in de handel gebracht:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>na officiële certificering door de bevoegde autoriteiten of certificering onder officieel toezicht door de professionele exploitant;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>overeenkomstig de voorschriften van <STRING STRIKE="on">deel A</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de delen A en D</STRING></STRING> van bijlage II, en de naleving van die voorschriften wordt bevestigd met het in artikel 15, lid 1, bedoelde officiële etiket.<STRING BOLD="on"> [Am. 70]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Prebasis-, basis- en gecertificeerd materiaal mag alleen in de Unie geproduceerd en in de handel gebracht worden als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het prebasis-, basis- of gecertificeerd materiaal is nagenoeg vrij van kwaliteitsorganismen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het wordt geproduceerd en in de handel gebracht:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>na officiële certificering door de bevoegde autoriteiten of certificering onder officieel toezicht door de professionele exploitant;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>overeenkomstig de voorschriften van <STRING STRIKE="on">deel B</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de delen B en E</STRING></STRING> van bijlage II, en de naleving van die voorschriften wordt bevestigd met het in artikel 15, lid 1, bedoelde officiële etiket.<STRING BOLD="on"> [Am. 71]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 75 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage II. Die wijzigingen betreffen de aanpassing aan de ontwikkeling van internationale technische en wetenschappelijke normen en <STRING STRIKE="on">kunnen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">hebben uitsluitend</STRING></STRING> betrekking<STRING STRIKE="on"> hebben</STRING> op de voorschriften voor:<STRING BOLD="on"> [Am. 72]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het inzaaien en planten, en de productie op het veld, van prebasis-, basis- en gecertificeerd zaad;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het oogsten en na het oogsten van prebasis-, basis- en gecertificeerd zaad;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>het in de handel brengen van zaad;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>het inzaaien en planten, en de productie op het veld, van prebasis-, basis- en gecertificeerd materiaal;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>het oogsten en na het oogsten van prebasis-, basis- en gecertificeerd materiaal;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>het in de handel brengen van prebasis-, basis- en gecertificeerd materiaal;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de productie en het in de handel brengen van </STRING></STRING>prebasis-, basis- en gecertificeerd materiaal van <STRING STRIKE="on">klonen, </STRING>geselecteerde klonen<STRING STRIKE="on">, multiklonale mengsels en polyklonaal plantaardig teeltmateriaal</STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 73]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>h)</NO.P>de productie van prebasis-, basis- en gecertificeerd materiaal dat door in-vitrovermeerdering is geproduceerd;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>het in de handel brengen van prebasis-, basis- en gecertificeerd materiaal dat door in-vitrovermeerdering is geproduceerd.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen tot nadere bepaling van de in<STRING STRIKE="on"> de delen A en B van</STRING> bijlage II bedoelde voorschriften voor de productie en het in de handel brengen voor bepaalde geslachten, soorten of categorieën plantaardig teeltmateriaal en, in voorkomend geval, van bepaalde graden, klassen, generaties of andere onderverdelingen van de betrokken categorie. Die voorschriften betreffen een of meer van de volgende punten:<STRING BOLD="on"> [Am. 74]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>specifieke vormen van gebruik van de desbetreffende geslachten, soorten of typen van het desbetreffende plantaardig teeltmateriaal;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>productiemethoden voor plantaardig teeltmateriaal, met inbegrip van generatieve, vegetatieve en in-vitrovermeerdering;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>voorwaarden voor het inzaaien of planten;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>teelt op het veld;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>het oogsten en na de oogst;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>kiemgetallen, zuiverheid en gehalte van ander plantaardig teeltmateriaal, vocht, <STRING STRIKE="on">groeikracht, </STRING>aanwezigheid van aarde of vreemd materiaal;<STRING BOLD="on"> [Am. 75]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g)</NO.P>certificeringsmethoden voor plantaardig teeltmateriaal, met inbegrip van de toepassing van biomoleculaire of andere technische methoden, alsmede de goedkeuring en het gebruik ervan, en de lijst van in de Unie goedgekeurde methoden;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>h)</NO.P>de voorwaarden voor onderstammen en andere plantendelen van andere dan de in bijlage I genoemde geslachten of soorten of hybriden daarvan wanneer teeltmateriaal van de in bijlage I genoemde geslachten en soorten of hybriden daarvan daarop wordt geënt;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>voorwaarden voor de productie van zaden van fruitgewassen of wijnstokken;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>j)</NO.P>voorwaarden voor de productie van fruitgewassen, wijnstokken of pootaardappelen uit zaden.</PARAG><PARAG>Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 76, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld om aanpassingen aan de ontwikkelingen van de desbetreffende internationale technische en wetenschappelijke normen door te voeren<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, waarbij rekening gehouden wordt met de mogelijke gevolgen voor de productie en beschikbaarheid van plantaardig teeltmateriaal en voor kleine exploitanten</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Die uitvoeringshandelingen zijn evenredig met de categorie plantaardig teeltmateriaal.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 76]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 8</TI.ART><STI.ART>Voorschriften voor de productie en het in de handel brengen van standaardzaad en -materiaal</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Standaardzaad mag alleen in de Unie geproduceerd en in de handel gebracht worden als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het is nagenoeg vrij van kwaliteitsorganismen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het wordt geproduceerd en in de handel gebracht:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>onder de verantwoordelijkheid van de professionele exploitant;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>overeenkomstig de voorschriften van <STRING STRIKE="on">deel A</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de delen A en D</STRING></STRING> van bijlage III, en de naleving van die voorschriften wordt bevestigd met het in artikel 16 bedoelde etiket van de exploitant.<STRING BOLD="on"> [Am. 77]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Standaardmateriaal mag alleen in de Unie geproduceerd en in de handel gebracht worden als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het is nagenoeg vrij van kwaliteitsorganismen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het wordt geproduceerd en in de handel gebracht:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>onder de verantwoordelijkheid van de professionele exploitant;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>overeenkomstig de voorschriften van deel B<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en E</STRING></STRING> van bijlage III, en de naleving van die voorschriften wordt bevestigd met het in artikel 16 bedoelde etiket van de exploitant.<STRING BOLD="on"> [Am. 78]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>	<STRING STRIKE="on">De professionele exploitanten dienen eenmaal per jaar bij de bevoegde autoriteit een verklaring in over de hoeveelheden standaardzaad en -materiaal die zij per soort hebben geproduceerd.</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 79]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 75 gedelegeerde handelingen vast te stellen om bijlage III te wijzigen, teneinde de in leden 1 en 2 bedoelde voorschriften aan te passen aan de ontwikkeling van de wetenschappelijke en technische kennis en van de toepasselijke internationale normen. Die aanpassingen betreffen:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>voorschriften voor het inzaaien en planten, en de productie op het veld, van standaardzaad;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>voorschriften voor het oogsten en na het oogsten van standaardzaad;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>voorschriften voor het in de handel brengen van standaardzaad;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>voorschriften voor het inzaaien en planten, en de productie op het veld, van standaardmateriaal;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>voorschriften voor het oogsten en na het oogsten van standaardmateriaal;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>voorschriften voor het in de handel brengen van standaardmateriaal;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g)</NO.P>voorschriften voor <STRING STRIKE="on">klonen, geselecteerde klonen, multiklonale mengsels en</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de productie en het in de handel brengen van</STRING></STRING> polyklonaal plantaardig teeltmateriaal van standaardmateriaal;<STRING BOLD="on"> [Am. 80]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>h)</NO.P>voorschriften voor de productie van door in-vitrovermeerdering geproduceerd standaardmateriaal;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>voorschriften voor het in de handel brengen van door in-vitrovermeerdering geproduceerd standaardmateriaal.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Alvorens de in lid 4 bedoelde gedelegeerde handelingen betreffende de in de punten a) tot en met i) van dat lid bedoelde voorschriften vast te stellen, beoordeelt de Commissie de uitvoering van die voorschriften, rekening houdend met de mogelijke gevolgen voor de productie en beschikbaarheid van plantaardig teeltmateriaal en voor kleine exploitanten. Die gedelegeerde handelingen zijn evenredig met de categorie plantaardig teeltmateriaal.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 81]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen tot nadere bepaling van de in<STRING STRIKE="on"> de delen A en B van</STRING> bijlage III bedoelde voorschriften voor de productie en het in de handel brengen voor bepaalde geslachten of soorten standaardzaad of -materiaal. Die voorschriften betreffen een of meer van de volgende punten:<STRING BOLD="on"> [Am. 82]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>specifieke vormen van gebruik van de desbetreffende geslachten, soorten of typen van het desbetreffende plantaardig teeltmateriaal;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>productiemethoden voor plantaardig teeltmateriaal, met inbegrip van generatieve, vegetatieve en in-vitrovermeerdering;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>voorwaarden voor het inzaaien of planten;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>teelt op het veld;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>het oogsten en na de oogst;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>kiemgetallen, zuiverheid en gehalte van ander plantaardig teeltmateriaal, vocht, <STRING STRIKE="on">groeikracht, </STRING>aanwezigheid van aarde of vreemd materiaal;<STRING BOLD="on"> [Am. 83]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g)</NO.P>de toepassing van<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> internationaal erkende</STRING></STRING> biomoleculaire of andere technische methoden, alsmede de goedkeuring en het gebruik ervan, en de lijst van in de Unie goedgekeurde methoden;<STRING BOLD="on"> [Am. 84]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>h)</NO.P>de voorwaarden voor onderstammen en andere plantendelen van andere dan de in bijlage I genoemde geslachten of soorten of hybriden daarvan wanneer teeltmateriaal van de in bijlage I genoemde geslachten en soorten of hybriden daarvan daarop wordt geënt;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>voorwaarden voor de productie van zaden van fruitgewassen of wijnstokken;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>j)</NO.P>voorwaarden voor de productie van fruitgewassen, wijnstokken of pootaardappelen uit zaden.</PARAG><PARAG>Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 76, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld om aanpassingen aan de ontwikkelingen van de desbetreffende internationale technische en wetenschappelijke normen door te voeren<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, rekening houdend met de mogelijke gevolgen voor de productie en beschikbaarheid van plantaardig teeltmateriaal en voor kleine exploitanten</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Die uitvoeringshandelingen zijn evenredig met de categorie plantaardig teeltmateriaal.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 85]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 9</TI.ART><STI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Voorschriften voor de </STRING></STRING>productie<STRING STRIKE="on">,</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en het</STRING></STRING> in de handel brengen <STRING STRIKE="on">en registratie van klonen,</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van</STRING></STRING> geselecteerde klonen<STRING STRIKE="on">, multiklonale mengsels</STRING> en polyklonaal plantaardig teeltmateriaal<STRING BOLD="on"> [Am. 86]</STRING></STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P><STRING STRIKE="on">Naast de in de artikelen 4 tot en met 43 bedoelde voorschriften worden </STRING>Prebasismateriaal, basismateriaal<STRING STRIKE="on">,</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en</STRING></STRING> gecertificeerd materiaal <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van geselecteerde klonen </STRING></STRING>en standaardmateriaal van<STRING STRIKE="on"> klonen, geselecteerde klonen, multiklonale mengsels en</STRING> polyklonaal plantaardig teeltmateriaal<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> worden</STRING></STRING> geproduceerd en in de handel gebracht overeenkomstig de leden 2 en 3 en de voorschriften van respectievelijk deel C van bijlage II en deel C van bijlage III.<STRING BOLD="on"> [Am. 87]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P><STRING STRIKE="on">Klonen, </STRING>Geselecteerde klonen<STRING STRIKE="on">, multiklonale mengsels</STRING> en polyklonaal plantaardig teeltmateriaal mogen alleen geproduceerd en in de handel gebracht worden als zij door een bevoegde autoriteit zijn geregistreerd in ten minste één door een lidstaat opgericht officieel register voor <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">geselecteerde </STRING></STRING>klonen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en polyklonaal plantaardig teeltmateriaal</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 88]</STRING></PARAG><PARAG>Dat register moet alle elementen bevatten waarnaar wordt verwezen in de aanvraag tot registratie van een <STRING STRIKE="on">kloon, </STRING>geselecteerde kloon<STRING STRIKE="on">, multiklonaal mengsel</STRING> en polyklonaal plantaardig teeltmateriaal, zoals beschreven in <STRING STRIKE="on">deel B, deel C, punt 2 van bijlage II</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel 53 bis</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 89]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P><STRING STRIKE="on">Klonen, </STRING>Geselecteerde klonen<STRING STRIKE="on">, multiklonale mengsels</STRING> en polyklonaal plantaardig teeltmateriaal worden in stand gehouden om hun identiteit te behouden. De personen die verantwoordelijk zijn voor de instandhouding van <STRING STRIKE="on">klonen, </STRING>geselecteerde klonen<STRING STRIKE="on">, multiklonale mengsels</STRING> en polyklonaal plantaardig teeltmateriaal nemen alle maatregelen om ze door de bevoegde autoriteiten of enige andere persoon op basis van bijgehouden gegevens te kunnen verifiëren.<STRING BOLD="on"> [Am. 90]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Polyklonaal plantaardig teeltmateriaal, dat is opgenomen in het in lid 2 van dit artikel bedoelde register, wordt alleen geproduceerd en in de handel gebracht als het voldoet aan alle voorschriften inzake standaardmateriaal als bedoeld in deel C van bijlage III. Polyklonaal plantaardig teeltmateriaal gaat vergezeld van een etiket van de professionele exploitant met de vermelding “polyklonaal materiaal”, overeenkomstig artikel 17.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 91]</STRING></PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TISECTION">AFDELING 3</TI><STI.GR>Machtiging van professionele exploitanten en officieel toezicht door de bevoegde autoriteiten</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 10</TI.ART><STI.ART>Machtiging van professionele exploitanten om onder officieel toezicht certificering te verrichten</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Een professionele exploitant kan op aanvraag door de bevoegde autoriteit gemachtigd worden om alle of bepaalde activiteiten uit te voeren die vereist zijn voor de certificering onder officieel toezicht van de bevoegde autoriteit van plantaardig teeltmateriaal voor prebasis-, basis- en gecertificeerd materiaal of zaad, en daarvoor een officieel etiket af te <STRING STRIKE="on">geven</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">drukken</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 92]</STRING></PARAG><PARAG>Om in aanmerking te komen voor een dergelijke machtiging en afhankelijk van de activiteiten waarvoor een machtiging moet worden verleend, moet de professionele exploitant:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>beschikken over de nodige kennis om aan de in artikel 7 bedoelde voorschriften te kunnen voldoen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>gekwalificeerd zijn om de in bijlage II bedoelde inspecties uit te voeren of personeel in dienst hebben dat voor deze inspecties gekwalificeerd is;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>voor de uitvoering van de in bijlage II bedoelde bemonstering gekwalificeerd personeel in dienst hebben of contracten sluiten met ondernemingen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of verenigingen van professionele exploitanten </STRING></STRING>die voor deze activiteiten gekwalificeerd personeel in dienst hebben;<STRING BOLD="on"> [Am. 93]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>voor de uitvoering van de in bijlage II bedoelde tests specialisten in dienst hebben en over apparatuur beschikken of gebruikmaken van laboratoria <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor het testen van plantaardig teeltmateriaal </STRING></STRING>die voor deze activiteiten gekwalificeerd personeel in dienst hebben;<STRING BOLD="on"> [Am. 94]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>de kritische punten van het productieproces die van invloed kunnen zijn op de kwaliteit en de identiteit van het plantaardig teeltmateriaal hebben geïdentificeerd, in staat zijn die punten te monitoren en een administratie bijhouden van de resultaten van die monitoring;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>beschikken over systemen om te waarborgen dat aan de voorschriften van artikel 13 betreffende de identificatie van partijen wordt voldaan;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g)</NO.P>beschikken over systemen om te waarborgen dat aan de traceerbaarheidsvoorschriften van artikel 42 wordt voldaan.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 75 gedelegeerde handelingen vast te stellen ter aanvulling van lid 1 wat betreft<STRING STRIKE="on"> een of meer van de volgende elementen:</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 95]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">de procedure voor de door de professionele exploitant in te dienen aanvraag;</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 96]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>specifieke activiteiten die de bevoegde autoriteit moet uitvoeren om de naleving van lid 1, punten a) tot en met g), te bevestigen.<STRING BOLD="on"> [Am. 97]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 11</TI.ART><STI.ART>Intrekking of wijziging van de machtiging van een professionele exploitant</STI.ART><PARAG>Wanneer een gemachtigde professionele exploitant niet langer aan de eisen van artikel 10, lid 1, voldoet, verzoekt de bevoegde autoriteit die exploitant om binnen een bepaalde termijn corrigerende maatregelen te nemen.</PARAG><PARAG>Indien de professionele exploitant de in de eerste alinea bedoelde corrigerende maatregelen niet binnen de gestelde termijn heeft genomen, trekt de bevoegde autoriteit de machtiging onverwijld in, of wijzigt zij deze, al naar het geval. Indien wordt geconcludeerd dat de vergunning na fraude is verleend, legt de bevoegde autoriteit de professionele exploitant passende sancties op.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 12</TI.ART><STI.ART>Officieel toezicht door de bevoegde autoriteiten</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>In het kader van de certificering onder officieel toezicht verrichten de bevoegde autoriteiten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">regelmatig en </STRING></STRING>ten minste <STRING STRIKE="on">eenmaal per jaar een audit</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">elke 18 maanden audits</STRING></STRING> om te waarborgen dat de professionele exploitant de in artikel 10, lid 1, bedoelde voorschriften naleeft.<STRING BOLD="on"> [Am. 98]</STRING></PARAG><PARAG>Zij organiseren ook opleidingen en examens voor het personeel dat de in deze verordening bedoelde veldinspecties, bemonstering en tests moet uitvoeren.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>In het kader van de certificering onder officieel toezicht voeren de bevoegde autoriteiten officiële inspecties, bemonstering en tests uit op een deel van de gewassen op de productielocatie en op partijen plantaardig teeltmateriaal, om te bevestigen dat dat materiaal voldoet aan de in artikel 7 bedoelde voorschriften.</PARAG><PARAG>Het deel wordt vastgesteld aan de hand van de beoordeling van het potentiële risico als het plantaardig teeltmateriaal niet aan die voorschriften voldoet.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De Commissie <STRING STRIKE="on">kan door middel van uitvoeringshandelingen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">is bevoegd overeenkomstig artikel 75 gedelegeerde handelingen vast te stellen die deze verordening aanvullen door</STRING></STRING> de voorschriften<STRING STRIKE="on"> vaststellen</STRING> voor de in de leden 1 en 2 bedoelde audits, opleidingen, examens, inspecties, bemonstering en tests met betrekking tot bepaalde geslachten of soorten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> te specificeren</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 99]</STRING></PARAG><PARAG>Die <STRING STRIKE="on">uitvoeringshandelingen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gedelegeerde handelingen</STRING></STRING> kunnen een of meer van de volgende punten specificeren:<STRING BOLD="on"> [Am. 100]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de in lid 2 bedoelde risicocriteria en het minimumaandeel van de gewassen en de partijen plantaardig teeltmateriaal dat moet worden geïnspecteerd, bemonsterd en getest, zoals bedoeld in lid 2;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>door de bevoegde autoriteiten te verrichten monitoringactiviteiten;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>het gebruik van specifieke accreditatieregelingen door de professionele exploitant en de mogelijkheid voor de bevoegde autoriteiten om de in dit artikel bedoelde inspecties, bemonstering en tests en monitoringactiviteiten te beperken als gevolg van het gebruik van die regelingen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, als bedoeld in lid 2</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 101]</STRING></PARAG><PARAG><STRING STRIKE="on">Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 76, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 102]</STRING></PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TISECTION">AFDELING 4</TI><STI.GR>Voorschriften inzake behandeling</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 13</TI.ART><STI.ART>Partijen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Plantaardig teeltmateriaal wordt in partijen in de handel gebracht. De inhoud aan rassen en soorten in elke partij moet <STRING STRIKE="on">voldoende </STRING>homogeen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> gemengd</STRING></STRING> zijn en door de gebruikers kunnen worden geïdentificeerd en te onderscheiden zijn van andere partijen plantaardig teeltmateriaal.<STRING BOLD="on"> [Am. 103]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Tijdens de verwerking, verpakking of opslag of bij aflevering mogen partijen plantaardig teeltmateriaal alleen tot een nieuwe partij worden samengevoegd als zij tot hetzelfde ras behoren<STRING STRIKE="on"> en hetzelfde oogstjaar hebben</STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 104]</STRING></PARAG><PARAG>Wanneer partijen die uit verschillende certificeringscategorieën bestaan, worden samengevoegd, behoort de nieuwe partij tot de categorie van de component van de laagste categorie. Het samenvoegen mag alleen gebeuren in een inrichting en door personen die daarvoor toestemming hebben gekregen van de bevoegde autoriteit.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Tijdens de verwerking, verpakking en opslag en bij aflevering mogen partijen plantaardig teeltmateriaal in twee of meer partijen worden opgesplitst.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>In geval van samenvoeging of opsplitsing van partijen plantaardig teeltmateriaal als bedoeld in de leden 2 en 3, houdt de professionele exploitant een overzicht van de oorsprong van de nieuwe partijen bij.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen specifieke voorschriften voor alle of bepaalde soorten plantaardig teeltmateriaal vaststellen met betrekking tot de maximumomvang van partijen, de identificatie en etikettering ervan, het samenvoegen of opsplitsen van partijen in verhouding met de oorsprong van de partijen plantaardig teeltmateriaal, de registratie van die handelingen en de etikettering na het samenvoegen of opsplitsen van partijen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 76, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 14</TI.ART><STI.ART>Verpakkingen, bundels en recipiënten</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Plantaardig teeltmateriaal moet in de handel worden gebracht in bevestigde verpakkingen, bundels of recipiënten, voorzien van een sluitingssysteem en markering. In het geval van ander plantaardig teeltmateriaal dan zaden <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en pootaardappelen </STRING></STRING>mag het ook in de handel worden gebracht in de vorm van afzonderlijke planten.<STRING BOLD="on"> [Am. 105]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De in lid 1 bedoelde verpakkingen, bundels en recipiënten moeten op zodanige wijze zijn bevestigd dat zij niet kunnen worden geopend zonder dat de bevestiging wordt verbroken of sporen worden achtergelaten zodat zichtbaar is dat de verpakking, de bundel of de recipiënt is geopend. De doeltreffendheid van de bevestiging wordt gewaarborgd, door hetzij het aanbrengen van de in de artikelen 15 en 16 bedoelde etiketten bij die bevestiging, hetzij het gebruik van verzegeling. Verpakkingen en recipiënten zijn vrijgesteld van deze eis als de bevestiging niet opnieuw kan worden gebruikt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>In het geval van plantaardig teeltmateriaal in de vorm van prebasis-, basis- of gecertificeerd materiaal of zaad worden die verpakkingen, bundels en recipiënten bevestigd door de bevoegde autoriteit of door de professionele exploitant onder officieel toezicht van de bevoegde autoriteit. Deze verpakkingen en recipiënten mogen niet opnieuw worden bevestigd, tenzij dit wordt gedaan door de bevoegde autoriteit of door de professionele exploitant onder officieel toezicht van de bevoegde autoriteit. Indien een verpakking, een bundel of een recipiënt opnieuw wordt bevestigd, worden de datum van de herbevestiging en de gegevens van de verantwoordelijke bevoegde autoriteit vermeld op het in artikel 15 bedoelde etiket.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Partijen plantaardig teeltmateriaal in de vorm van prebasis-, basis- of gecertificeerd materiaal of zaad mogen alleen <STRING STRIKE="on">onder officiële controle of</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">door de bevoegde autoriteit of de professionele exploitant</STRING></STRING> onder officieel toezicht van de bevoegde autoriteit opnieuw worden verpakt, geëtiketteerd en afgesloten.<STRING BOLD="on"> [Am. 106]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>In afwijking van lid 1 mogen zaden<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en pootaardappelen</STRING></STRING> van een professionele exploitant rechtstreeks aan een landbouwer worden verhandeld in bulk.<STRING BOLD="on"> [Am. 107]</STRING></PARAG><PARAG>Die professionele exploitant krijgt daarvoor toestemming van de bevoegde autoriteit. De exploitant stelt de bevoegde autoriteit vooraf in kennis van deze activiteit en van de partij waaruit het zaad <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en de pootaardappelen </STRING></STRING>in kwestie afkomstig is.<STRING BOLD="on"> [Am. 108]</STRING></PARAG><PARAG>Wanneer zaad<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en pootaardappelen</STRING></STRING> rechtstreeks in de machine of aanhanger van de landbouwer wordt geladen, waarborgen de professionele exploitant en de betrokken landbouwer de traceerbaarheid van dat zaad <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en die pootaardappelen </STRING></STRING>met de afgifte en het bewaren van documenten waarin de soort en het ras, de hoeveelheid, het tijdstip van overdracht en de identificatie van de partij zijn vermeld.<STRING BOLD="on"> [Am. 109]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De bevoegde autoriteit of de professionele exploitant houden een register bij van het volgende:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de machtiging, de aankoop, het laden en het vervoer van het plantaardig teeltmateriaal; en</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de kwaliteit, de identificatie en de traceerbaarheid van het plantaardig teeltmateriaal.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 110]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen specifieke voorschriften vaststellen met betrekking tot de (af)sluiting, bevestiging, afmetingen en vorm van verpakkingen, bundels en recipiënten van specifieke soorten plantaardig teeltmateriaal, en de voorwaarden voor het in bulk verhandelen van zaden <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en pootaardappelen </STRING></STRING>specificeren. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 76, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.<STRING BOLD="on"> [Am. 111]</STRING></PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TISECTION">AFDELING 5</TI><STI.GR>Etiketteringsvoorschriften</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 15</TI.ART><STI.ART>Officieel etiket</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Prebasis-, basis- en gecertificeerd materiaal en zaad worden geïdentificeerd en de overeenstemming ervan met deze verordening wordt bevestigd door middel van een officieel etiket dat wordt afgegeven nadat de bevoegde autoriteit heeft geconcludeerd dat aan de in artikel 7 bedoelde voorschriften is voldaan.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het officiële etiket wordt door de bevoegde autoriteit afgegeven en wordt voorzien van een door de bevoegde autoriteit toegekend serienummer.</PARAG><PARAG>Het wordt afgedrukt door:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de bevoegde autoriteit<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> die het officiële etiket heeft afgegeven</STRING></STRING>, indien de professionele exploitant daarom verzoekt of indien de professionele exploitant niet gemachtigd is door de bevoegde autoriteit om certificering onder officieel toezicht uit te voeren overeenkomstig artikel 10<STRING STRIKE="on">,</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING> of<STRING BOLD="on"> [Am. 112]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de professionele exploitant<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of verenigingen van professionele exploitanten</STRING></STRING>, onder officieel toezicht van de bevoegde autoriteit, indien de professionele exploitant gemachtigd is om certificering onder officieel toezicht uit te voeren overeenkomstig artikel 10.<STRING BOLD="on"> [Am. 113]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het officiële etiket wordt op de buitenkant van de bundel, verpakking of recipiënt aangebracht door de professionele exploitant onder officieel toezicht van de bevoegde autoriteit of door een persoon die onder de verantwoordelijkheid van de professionele exploitant handelt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Het officiële etiket moet nieuw worden afgegeven. Indien de bevoegde autoriteit dit toestaat, mogen zelfklevende officiële etiketten worden gebruikt wanneer er geen risico bestaat dat zij opnieuw kunnen worden gebruikt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 75 gedelegeerde handelingen vast te stellen ter aanvulling van dit artikel met de volgende regels betreffende:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de digitale registratie van alle door de professionele exploitanten en de bevoegde autoriteiten uitgevoerde handelingen in het kader van de afgifte van het officiële etiket;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de oprichting van een gecentraliseerd platform dat de lidstaten en de Commissie verbindt om de verwerking van, de toegang tot en het gebruik van die gegevens te vergemakkelijken;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de technische regelingen voor de afgifte van officiële elektronische etiketten.</PARAG><PARAG>Na de vaststelling van een dergelijke gedelegeerde handeling kan het officiële etiket ook in elektronische vorm worden afgegeven (“elektronisch officieel etiket”).</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>In afwijking van de leden 1 tot en met 5 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van dit artikel </STRING></STRING>wordt prebasis-<STRING STRIKE="on"> en basismateriaal en zaad</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, basis-</STRING></STRING> en gecertificeerd<STRING STRIKE="on"> materiaal en</STRING> zaad dat is ingevoerd uit derde landen overeenkomstig artikel 39, in de Unie in de handel gebracht met het OESO-etiket dat ze bij invoer vergezelde.<STRING BOLD="on"> [Am. 114]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 16</TI.ART><STI.ART>Etiket van de exploitant</STI.ART><PARAG>Standaardmateriaal en standaardzaad wordt geïdentificeerd door middel van een etiket van de exploitant. Dat etiket bevestigt op basis van inspecties, bemonstering en tests door de professionele exploitant dat het standaardmateriaal of standaardzaad aan de relevante in artikel 8 bedoelde voorschriften voor productie en het in de handel brengen voldoet.</PARAG><PARAG>Het etiket van de exploitant wordt afgegeven, afgedrukt en op de buitenkant van een<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> plant,</STRING></STRING> bundel, verpakking of recipiënt aangebracht door de professionele exploitant of door een persoon die onder de verantwoordelijkheid van de professionele exploitant handelt.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De informatie die op het etiket van de professionele exploitant wordt opgenomen, kan ook rechtstreeks op de plant, bundel, verpakking of recipiënt worden afgedrukt door de professionele exploitant of door een persoon die onder de verantwoordelijkheid van de professionele exploitant handelt.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 115]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 17</TI.ART><STI.ART>Inhoud van etiketten</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het officiële etiket en het etiket van de exploitant worden in ten minste een van de officiële talen van de Unie opgesteld.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het officiële etiket en het etiket van de exploitant moeten leesbaar, onuitwisbaar, niet door manipulatie wijzigbaar, op één zijde afgedrukt en niet eerder gebruikt zijn en gemakkelijk zichtbaar zijn<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en zijn gemaakt van materiaal dat niet kan scheuren, tenzij het een zelfklevend etiket is</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Het bevat, indien van toepassing, een verwijzing naar het kwekersrecht en een verwijzing naar het in artikel 46 bedoelde register in geval van verdere intellectuele-eigendomsrechten.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 116]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Elke ruimte op het officiële etiket of op het etiket van de exploitant, met uitzondering van de ruimte voor de in lid 4 genoemde elementen, <STRING STRIKE="on">mag</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wordt, in voorkomend geval,</STRING></STRING> door de bevoegde autoriteit voor aanvullende informatie<STRING STRIKE="on"> worden</STRING> gebruikt. Deze informatie wordt weergegeven in letters die niet groter zijn dan die welke worden gebruikt voor de inhoud van het officiële etiket of het etiket van de exploitant als bedoeld in lid 4. Die aanvullende informatie moet strikt feitelijk van aard zijn, mag geen reclamemateriaal weergeven en mag alleen betrekking hebben op de voorschriften voor de productie of het in de handel brengen of op etiketteringsvoorschriften voor genetisch gemodificeerde organismen of NGT-planten van categorie 1 zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 7, van Verordening (EU) .../... (PB: gelieve de verwijzing naar NGT-verordening ... in te voegen<STRING STRIKE="on">Office of Publications, please insert reference to NGT Regulation...</STRING>).<STRING BOLD="on"> [Am. 117]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De Commissie specificeert door middel van uitvoeringshandelingen de inhoud, afmetingen, kleur en vorm van het officiële etiket of het etiket van de exploitant, naargelang het geval, met betrekking tot de respectieve categorieën of soorten plantaardig teeltmateriaal, voor:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het in artikel 15, lid 1, bedoelde officiële etiket;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het in artikel 16 bedoelde etiket van de exploitant;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>het in artikel 21, lid 1, bedoelde etiket voor mengsels;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>het in artikel 22, lid 1, bedoelde etiket voor instandhoudingsmengsels;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>het in artikel 23, lid 5, bedoelde etiket voor herverpakt en geheretiketteerd zaad;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>het in artikel 26, lid 2, bedoelde etiket voor plantaardig teeltmateriaal van instandhoudingsrassen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g)</NO.P>het in artikel 28, lid 1, punt a), bedoelde etiket voor plantaardig teeltmateriaal voor verhandeling aan eindgebruikers;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>h)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">het in artikel 29 bedoelde etiket voor het plantaardig teeltmateriaal dat door bepaalde genenbanken, organisaties en netwerken wordt verhandeld;</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 118]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">het in artikel 31, lid 2, bedoelde etiket voor kwekerszaad;</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 119]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>j)</NO.P>het in artikel 32, lid 5, bedoelde etiket voor plantaardig teeltmateriaal van nog niet geregistreerde rassen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>k)</NO.P>het in artikel 33, lid 2, bedoelde etiket voor plantaardig teeltmateriaal waarvoor een tijdelijke toestemming wordt verleend bij voorzieningsproblemen<STRING STRIKE="on">,</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING> en</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>l)</NO.P>het in artikel 34, lid 3, bedoelde etiket voor zaad waarvoor een voorlopige toestemming voor het in de handel brengen is verleend;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>m)</NO.P>het in artikel 35, lid 3, bedoelde etiket voor zaad dat nog niet definitief is gecertificeerd;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>n)</NO.P>het in artikel 40, leden 1 en 2, bedoelde etiket voor uit derde landen ingevoerd plantaardig teeltmateriaal<STRING STRIKE="on">.</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>n bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het in artikel 9, lid 4, bedoelde etiket voor polyklonaal materiaal.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 120]</STRING></PARAG><PARAG>Die uitvoeringshandeling wordt vastgesteld volgens de in artikel 76, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De bevoegde autoriteit kan de professionele exploitant toestaan andere informatie dan de in lid 4 bedoelde inhoud, met uitzondering van reclamemateriaal, aan de rand van het officiële etiket te vermelden op niet meer dan 20 % van de totale oppervlakte van het officiële etiket, onder de titel “Niet-officiële informatie”. Deze informatie wordt weergegeven in letters die niet groter zijn dan die welke worden gebruikt voor de inhoud van het officiële etiket als bedoeld in lid 4.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 18</TI.ART><STI.ART>Verwijzing naar partijen</STI.ART><PARAG>Voor elke partij worden het officiële etiket en het etiket van de exploitant afgegeven.</PARAG><PARAG>Indien een partij van hetzelfde ras in twee of meer nieuwe partijen wordt opgesplitst, wordt voor elke partij een nieuw officieel etiket of etiket van de exploitant afgegeven.</PARAG><PARAG>Indien meerdere partijen van hetzelfde ras tot één partij worden samengevoegd, wordt voor die nieuwe partij een nieuw officieel etiket of etiket van de exploitant afgegeven.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 19</TI.ART><STI.ART>Plantaardig teeltmateriaal dat niet aan de voorschriften voor de productie en het in de handel brengen voldoet</STI.ART><PARAG>Indien uit officiële controles die tijdens het in de handel brengen van plantaardig teeltmateriaal worden uitgevoerd, blijkt dat <STRING STRIKE="on">prebasis-, basis- of gecertificeerd zaad of materiaal, of standaardzaad of -materiaal,</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het</STRING></STRING> niet in de Unie geproduceerd of in de handel gebracht is overeenkomstig de respectieve <STRING STRIKE="on">voorschriften van artikel 7 of 8, of indien de rasechtheid en de raszuiverheid van het</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">op</STRING></STRING> plantaardig teeltmateriaal <STRING STRIKE="on">niet zijn bevestigd bij de tests met controlepercelen overeenkomstig artikel 24</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van toepassing zijnde voorschriften</STRING></STRING>, zorgen de bevoegde autoriteiten ervoor dat de betrokken professionele exploitant de nodige corrigerende maatregelen neemt met betrekking tot het betrokken plantaardig teeltmateriaal en de betrokken werklocaties en productiemethoden, naargelang het geval. Die maatregelen beogen een of meer van de volgende punten te bereiken:<STRING BOLD="on"> [Am. 121]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het betrokken plantaardig teeltmateriaal voldoet aan de respectieve voorschriften;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het betrokken plantaardig teeltmateriaal wordt uit de handel genomen of als ander materiaal dan plantaardig teeltmateriaal gebruikt;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>enkel voor ander teeltmateriaal dan standaardzaad of standaardmateriaal<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, heterogeen zaad of heterogeen materiaal en plantaardig teeltmateriaal dat in de handel wordt gebracht krachtens de in de artikelen 27 tot en met 30 genoemde afwijkingen</STRING></STRING>: het betrokken plantaardig teeltmateriaal wordt<STRING STRIKE="on"> geproduceerd of</STRING> in de handel gebracht in een lagere categorie, overeenkomstig de voor die categorie geldende voorschriften;<STRING BOLD="on"> [Am. 122]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>aan de professionele exploitant <STRING STRIKE="on">wordt</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kan in voorkomend geval</STRING></STRING> een aanvullende sanctie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> worden</STRING></STRING> opgelegd naast de intrekking of wijziging van de machtiging zoals bedoeld in artikel 11.<STRING BOLD="on"> [Am. 123]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 20</TI.ART><STI.ART>Plantaardig teeltmateriaal dat alleen geproduceerd en in de handel gebracht mag worden als prebasis-, basis- of gecertificeerd zaad of materiaal</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Plantaardig teeltmateriaal van de in bijlage IV vermelde geslachten of soorten mag alleen geproduceerd en in de handel gebracht worden als prebasis-, basis- of gecertificeerd zaad of materiaal.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De Commissie is overeenkomstig artikel 75 bevoegd om een gedelegeerde handeling vast te stellen tot wijziging van bijlage IV.</PARAG><PARAG>Bij de in de eerste alinea bedoelde gedelegeerde handeling wordt een geslacht of een soort toegevoegd aan bijlage IV als aan beide volgende voorwaarden is voldaan:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>er is behoefte aan hogere garanties voor de kwaliteit van zaden van dat geslacht of die soort, en</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de kosten van de certificeringsactiviteiten, die nodig zijn om het desbetreffende zaad als prebasis-, basis- en gecertificeerd zaad te kunnen produceren en in de handel te brengen, zijn evenredig:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>met het oog op het waarborgen van de voedsel- en diervoederzekerheid of het waarborgen van een hoge waarde voor de industriële verwerking, en</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>wat betreft de economische voordelen die voortvloeien uit de hoogste normen inzake identiteit en kwaliteit van het zaad als gevolg van het voldoen aan de voorschriften voor prebasis-, basis- en gecertificeerd zaad, ten opzichte van het voldoen aan de voorschriften voor standaardzaad.</PARAG><PARAG>Die evenredigheid is gebaseerd op een algemene beoordeling van het totaal van de volgende elementen: het belang van het geslacht of de soort in kwestie voor de voedsel- en diervoederzekerheid van de Unie; het productievolume ervan in de Unie; de vraag ernaar onder professionele exploitanten en exploitanten in de levensmiddelen- en diervoederindustrie; de productiekosten van prebasiszaad, basiszaad en gecertificeerd zaad in vergelijking met de productiekosten van ander zaad van hetzelfde geslacht of dezelfde soort, en de economische voordelen van de productie en het in de handel brengen van prebasiszaad, basiszaad en gecertificeerd zaad in vergelijking met die van ander zaad van hetzelfde geslacht of dezelfde soort.</PARAG><PARAG>Bij de in de eerste alinea bedoelde gedelegeerde handeling wordt een geslacht of een soort uit bijlage IV verwijderd indien niet langer wordt voldaan aan een van de voorwaarden van de tweede alinea, punt b), i) en ii).</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Op zijn verzoek kan een lidstaat door de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen worden vrijgesteld van de verplichting om de in dit artikel vastgestelde bepalingen toe te passen op de productie en het in de handel brengen van plantaardig teeltmateriaal van een in bijlage IV opgenomen geslacht of soort dat gewoonlijk niet op zijn grondgebied wordt gereproduceerd of in de handel gebracht. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 76, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.</STRING></STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De in de eerste alinea van dit lid bedoelde vrijstelling is gebaseerd op een beoordeling van de in lid 2, tweede alinea, punten a) en b), vastgestelde voorwaarden.</STRING></STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De in de eerste alinea van dit lid bedoelde vrijstelling wordt regelmatig getoetst. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen besluiten dat de vrijstelling moet worden ingetrokken indien zij van oordeel is dat deze niet langer gerechtvaardigd is in het licht van de in lid 2, tweede alinea, punten a) en b), bedoelde voorwaarden. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 76, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 124]</STRING></PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TISECTION">AFDELING 6</TI><STI.GR>SPECIFIEKE VOORSCHRIFTEN VOOR MENGSELS VAN ZADEN, HERVERPAKKING VAN ZADEN EN TESTS MET CONTROLEPERCELEN VOOR ZADEN</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 21</TI.ART><STI.ART>Mengsels van zaden</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Mengsels van gecertificeerd zaad of mengsels van standaardzaad van verschillende in <STRING STRIKE="on">deel A</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de delen A en B</STRING></STRING> van bijlage I vermelde geslachten of soorten die voldoen aan de voorschriften van de artikelen 5 tot en met 8<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, al dan niet in combinatie met handelszaden</STRING></STRING>, alsmede van verschillende rassen van die geslachten of soorten, mogen in de Unie geproduceerd en in de handel gebracht worden als zij aan de voorschriften van dit artikel voldoen.<STRING BOLD="on"> [Am. 125]</STRING></PARAG><PARAG>De zaden in die mengsels gaan vergezeld van:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>een officieel etiket, indien het mengsel uitsluitend uit gecertificeerd zaad bestaat, of</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>een etiket van de exploitant, <STRING STRIKE="on">indien het mengsel uitsluitend uit standaardzaad of uit gecertificeerd en standaardzaad bestaat</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in alle andere gevallen</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 126]</STRING></PARAG><PARAG>Voor de toepassing van de tweede alinea, punt a), dienen de professionele exploitanten bij de bevoegde autoriteit de lijst in van de rassen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en bestanddelen van handelszaad </STRING></STRING>die deel uitmaken van het mengsel en van de verhoudingen van dat mengsel, zodat kan worden nagegaan of die rassen in aanmerking komen.<STRING BOLD="on"> [Am. 127]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De in lid 1 bedoelde mengsels van zaden mogen alleen worden geproduceerd door professionele exploitanten die daarvoor een vergunning hebben verkregen van de bevoegde autoriteit. Om een vergunning voor de productie van dergelijke mengsels te verkrijgen, moeten professionele exploitanten aan de volgende eisen voldoen:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>beschikken over de benodigde menginstallaties en passende procedures om ervoor te zorgen dat het eindmengsel homogeen is en de aangegeven verhouding van de verschillende bestanddelen in elke recipiënt kan worden bereikt;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>een leidinggevende persoon de rechtstreekse verantwoordelijkheid geven over de meng- en verpakkingsverkzaamheden; en</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>een register van zaadmengsels en het beoogde gebruik ervan bijhouden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het mengen en verpakken van de in lid 1, punt a), bedoelde zaden gebeurt onder toezicht van de bevoegde autoriteit.</PARAG><PARAG>De mengwerkzaamheden moeten zodanig worden uitgevoerd dat er geen risico bestaat op de aanwezigheid van zaden die niet in het mengsel thuishoren en dat het uiteindelijke mengsel zo homogeen mogelijk is.</PARAG><PARAG>Het gewicht van het zaad in één recipiënt, of dit nu bestaat uit een mengsel van kleine soorten of van soorten waarvan het zaad groter is dan tarwe, mag niet meer bedragen dan 40 kg.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen, op basis van technische en wetenschappelijke ontwikkelingen en de ervaring die met de toepassing van dit artikel is opgedaan, voorschriften vaststellen betreffende:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de mengapparatuur en -procedure;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de maximale omvang van de partijen voor bepaalde soorten en variëteiten.</PARAG><PARAG>Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 76, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 22</TI.ART><STI.ART>Instandhoudingsmengsels</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>In afwijking<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> van de artikelen 5 tot en met 8 en</STRING></STRING> van artikel 21, lid 1, kunnen de lidstaten de productie en het in de handel brengen van een mengsel van zaden van verschillende in <STRING STRIKE="on">deel A</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de delen A, B en C</STRING></STRING> van bijlage I vermelde geslachten of soorten, <STRING STRIKE="on">alsmede van verschillende rassen van die geslachten of soorten, samen met zaden van</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en</STRING></STRING> geslachten of soorten van<STRING STRIKE="on"> in</STRING> andere delen van die bijlage<STRING STRIKE="on"> opgenomen</STRING> of van niet in die bijlage opgenomen geslachten of soorten toestaan indien <STRING STRIKE="on">een dergelijk mengsel</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">dergelijke mengsels</STRING></STRING> aan alle volgende voorwaarden <STRING STRIKE="on">voldoet</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voldoen</STRING></STRING>:<STRING BOLD="on"> [Am. 128]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P><STRING STRIKE="on">het draagt</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zij dragen</STRING></STRING> bij tot de instandhouding van genetische hulpbronnen of het behoud van het natuurlijke milieu; en<STRING BOLD="on"> [Am. 129]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P><STRING STRIKE="on">het wordt</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zij worden</STRING></STRING> van nature geassocieerd met een bepaald gebied (“<STRING STRIKE="on">brongebied</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">regio van oorsprong</STRING></STRING>”) dat bijdraagt tot de instandhouding van genetische hulpbronnen of het herstel van het natuurlijke milieu;<STRING BOLD="on"> [Am. 130]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P><STRING STRIKE="on">het voldoet</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zij voldoen</STRING></STRING> aan de voorschriften van bijlage V<STRING STRIKE="on">.</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 131]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zij bestaan niet uit een ggo of een NGT-plant van categorie 1, zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 7, van Verordening (EU) .../... [NGT-verordening] of een NGT-plant van categorie 1 of 2, zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 8, van die verordening.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 132]</STRING></PARAG><PARAG><STRING STRIKE="on">Een dergelijk mengsel vormt een “instandhoudingsmengsel</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Dergelijke mengsels vormen “instandhoudingsmengsels</STRING></STRING>” en dit wordt op het etiket vermeld.<STRING BOLD="on"> [Am. 133]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 75 een gedelegeerde handeling vast te stellen om bijlage V te wijzigen met betrekking tot de volgende elementen:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>vergunningseisen voor mengsels van zaden die rechtstreeks zijn verzameld op een natuurlocatie die tot een <STRING STRIKE="on">bepaald brongebied</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bepaalde regio van oorsprong</STRING></STRING> behoort, met het oog op de instandhouding en het herstel van het natuurlijke milieu (rechtstreeks geoogste instandhoudingsmengsels);<STRING BOLD="on"> [Am. 134]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>vergunningseisen voor als gewas geteelde instandhoudingsmengsels;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>het gebruik en het gehalte van bepaalde soorten;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>voorschriften inzake de verpakking en het afsluiten daarvan;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>vereisten voor de vergunning van de professionele exploitanten.</PARAG><PARAG>Die <STRING STRIKE="on">wijzigingen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gedelegeerde handelingen</STRING></STRING> moeten gebaseerd zijn op de ervaring die is opgedaan met de uitvoering van dit artikel en op technische en wetenschappelijke ontwikkelingen en de verbetering van de kwaliteit en de identificatie van instandhoudingsmengsels. Zij kunnen specifiek betrekking hebben op bepaalde geslachten of soorten.<STRING BOLD="on"> [Am. 135]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Professionele exploitanten moeten voor elk productieseizoen verslag uitbrengen aan de respectieve bevoegde autoriteiten over de hoeveelheid door hen geproduceerde en in de handel gebrachte instandhoudingsmengsels.</PARAG><PARAG>De lidstaten brengen op verzoek verslag uit aan de Commissie en de andere lidstaten over de hoeveelheid op hun grondgebied geproduceerde en in de handel gebrachte instandhoudingsmengsels en, in voorkomend geval, de namen van de bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor plantgenetische hulpbronnen of van de erkende organisaties op dat gebied.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 23</TI.ART><STI.ART>Herverpakking en heretikettering van partijen <STRING STRIKE="on">zaad</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">plantaardig teeltmateriaal</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 136]</STRING></STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Partijen <STRING STRIKE="on">zaad</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">plantaardig teeltmateriaal</STRING></STRING> van prebasis-, basis- en gecertificeerd zaad worden overeenkomstig dit artikel en de artikelen 14 en 15 herverpakt en geheretiketteerd als dit nodig is voor het opsplitsen of samenvoegen van partijen.<STRING BOLD="on"> [Am. 137]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De herverpakking en heretikettering van een partij <STRING STRIKE="on">zaad</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">plantaardig teeltmateriaal</STRING></STRING> wordt uitgevoerd door:<STRING BOLD="on"> [Am. 138]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de professionele exploitant, onder officieel toezicht van de bevoegde autoriteit; of</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>een monsternemer, die daartoe is gemachtigd door en onder het toezicht staat van, en rapporteert aan, de bevoegde autoriteit.</PARAG><PARAG>In het geval van punt b) stelt de bevoegde autoriteit de professionele exploitant daarvan vooraf in kennis, zodat deze de samenwerking met de monsternemer kan organiseren.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De professionele exploitant en de monsternemer die partijen zaad herverpakken en heretiketteren, nemen alle maatregelen om ervoor te zorgen dat de identiteit en de raszuiverheid van de partij zaad tijdens het herverpakken behouden blijven, dat er geen contaminatie plaatsvindt en dat de uiteindelijke partij zaad zo homogeen mogelijk is.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De professionele exploitanten en de monsternemer houden een register bij van het herverpakken en heretiketteren van partijen zaad, tot drie jaar na de respectieve heretikettering en herverpakking. De informatie in dat register omvat:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het referentienummer van de oorspronkelijke partij zaad;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het referentienummer van de herverpakte of geheretiketteerde partij zaad;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>het gewicht van de oorspronkelijke partij zaad;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>het gewicht van de herverpakte of geheretiketteerde partij zaad;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>de datum van de definitieve verwijdering van de partij.</PARAG><PARAG>Dit register wordt bijgehouden in een vorm die het mogelijk maakt de oorspronkelijke partij zaad die wordt herverpakt en geheretiketteerd, te identificeren en de authenticiteit ervan te bevestigen. Het register moet op verzoek ter beschikking van de bevoegde autoriteit worden gesteld.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De originele sluiting en etiketten worden van de partij zaad verwijderd. De professionele exploitanten of de monsternemer bewaren van elke partij zaad ook het etiket dat is vervangen.</PARAG><PARAG>Op de nieuwe etiketten moet hetzij het referentienummer van de oorspronkelijke partij zaad, hetzij een nieuw door de bevoegde autoriteit toegekend referentienummer voor de partij zaad worden vermeld.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Wanneer de bevoegde autoriteit een nieuw referentienummer voor de partij zaad toekent, houdt zij het voormalige referentienummer van de partij zaad in haar administratie bij of zorgt zij ervoor dat dit voormalige nummer op de nieuwe etiketten wordt vermeld.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>Mengsels van gecertificeerd zaad mogen alleen worden herverpakt als de professionele exploitant of de monsternemer heeft vastgesteld dat de verhouding tussen de verschillende bestanddelen van een mengsel tijdens het herverpakkingsproces behouden blijft.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 24</TI.ART><STI.ART>Tests met controlepercelen voor prebasis-, basis- en gecertificeerd zaad</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Na de productie van prebasis-, basis- en gecertificeerd zaad voeren de bevoegde autoriteiten jaarlijks veldproeven uit, onmiddellijk na of tijdens het seizoen volgend op de bemonstering, en in aanvulling op de veldinspecties, op percelen waar het ras wordt vergeleken met een officieel gevalideerd zaadmonster van het ras om te bevestigen dat de kenmerken van rassen tijdens het productieproces ongewijzigd zijn gebleven en om de rasechtheid en raszuiverheid van de afzonderlijke partijen zaad te verifiëren.</PARAG><PARAG>Deze tests worden gebruikt om te beoordelen:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>of aan de vereisten voor de volgende categorieën of generaties is voldaan. Wanneer uit dergelijke tests van de direct volgende categorie of generatie blijkt dat de rasechtheid of de raszuiverheid van het zaad niet zijn behouden, wordt zaad dat afkomstig is van uit betrokken partij niet gecertificeerd door de bevoegde autoriteit;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>of dit zaad voldoet aan de respectieve vereisten inzake identiteit en kwaliteit en andere certificeringsvoorschriften. Wanneer uit een dergelijke test blijkt dat niet aan de voorschriften van artikel 7 is voldaan, neemt de bevoegde autoriteit de betrokken partij uit de markt of zorgt zij ervoor dat deze aan de toepasselijke voorschriften voldoet.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het aandeel van deze tests met controlepercelen voor prebasis-, basis- en gecertificeerd zaad wordt bepaald op basis van een risicoanalyse waaruit blijkt dat het zaad mogelijk niet aan de desbetreffende voorschriften voldoet.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Op basis van de in lid 2 bedoelde risicoanalyse wordt getest met controlepercelen aan de hand van monsters die de bevoegde autoriteit van het geoogste zaad heeft genomen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 75 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanvulling van deze verordening met regels voor de tests met controlepercelen van zaden per geslacht of per soort. Deze regels moeten worden aangepast aan de ontwikkeling van de wetenschappelijke en technische inzichten en internationale normen, en kunnen per geslacht, soort of categorie worden vastgesteld. Zij kunnen betrekking hebben op:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>criteria voor de uitvoering van de in lid 2 bedoelde risicoanalyse;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de testprocedure;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>evaluatie van de resultaten van de tests.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>In het geval van controle van de rasechtheid en de raszuiverheid kan het gebruik van biomoleculaire technieken als aanvullend instrument worden gebruikt wanneer de resultaten van de in lid 1 bedoelde tests met controlepercelen geen uitsluitsel bieden.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 25</TI.ART><STI.ART>Tests met controlepercelen voor standaardzaad</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Na het in de handel brengen van standaardzaad voeren de bevoegde autoriteiten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, indien de risicoanalyse daartoe aanleiding geeft,</STRING></STRING> tests met controlepercelen uit om na te gaan of de zaden voldoen aan de <STRING STRIKE="on">respectieve </STRING>vereisten <STRING STRIKE="on">inzake rasechtheid en raszuiverheid en aan andere voorschriften</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zoals uiteengezet in artikel 8 en bijlage III</STRING></STRING>, naargelang het geval.<STRING BOLD="on"> [Am. 139]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het aandeel van de tests met controlepercelen wordt bepaald op basis van een risicoanalyse van de mogelijkheid dat het desbetreffende zaad niet aan die voorschriften voldoet.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Deze risicoanalyse wordt verricht door de bevoegde autoriteit, op basis van territoriale kenmerken, het bestaan van risico’s voor de plantgezondheid in de regio en de staat van dienst van de professionele exploitant.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 140]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Op basis van de risicoanalyse met betrekking tot niet-naleving van de respectieve voorschriften worden jaarlijks de in lid 1 bedoelde tests met controlepercelen uitgevoerd, met door de bevoegde autoriteit genomen monsters van homogene partijen zaad. Bij deze tests worden de identiteit en de raszuiverheid van het betrokken zaad, alsmede de kiemgetallen en de mechanische zuiverheid ervan beoordeeld.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>In het geval van controle van de rasechtheid en de raszuiverheid kan het gebruik van biomoleculaire technieken als aanvullend instrument worden gebruikt wanneer de resultaten van de in lid 1 bedoelde tests met controlepercelen niet overtuigend zijn.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TISECTION">AFDELING 7</TI><STI.GR>Afwijkingen van de voorschriften van de artikelen 5 tot en met 25</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 26</TI.ART><STI.ART>Plantaardig teeltmateriaal van instandhoudingsrassen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>In afwijking van artikel 20 mag plantaardig teeltmateriaal<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> van in bijlage IV opgenomen geslachten en soorten</STRING></STRING> dat behoort tot een instandhoudingsras dat is geregistreerd in een nationaal rassenregister als bedoeld in artikel 44, lid 1, punt b), in de Unie worden geproduceerd en in de handel worden gebracht als standaardzaad of -materiaal, indien het voldoet aan alle voorschriften betreffende standaardzaad en -materiaal voor de respectieve soorten, als bedoeld in artikel 8.<STRING BOLD="on"> [Am. 141]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Plantaardig teeltmateriaal als bedoeld in lid 1 moet vergezeld gaan van een etiket van de exploitant met de vermelding “instandhoudingsras”.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Een professionele exploitant die van deze afwijking gebruikmaakt, stelt de bevoegde autoriteit jaarlijks in kennis van deze activiteit<STRING STRIKE="on">, wat betreft de betrokken soorten en hoeveelheden</STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 142]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 27</TI.ART><STI.ART>Plantaardig teeltmateriaal van heterogeen materiaal</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>In afwijking van artikel 5 mag plantaardig teeltmateriaal van heterogeen materiaal<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, uitgezonderd de productie en het in de handel brengen van in bijlage I vermelde groenvoedergewassen,</STRING></STRING> in de Unie geproduceerd en in de handel gebracht worden<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> zonder tot een ras te behoren. <STRING STRIKE="on">Het heterogene</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Plantaardig teeltmateriaal van heterogeen</STRING></STRING> materiaal wordt vóór de productie en/of het in de handel brengen ervan door de bevoegde autoriteit gemeld en geregistreerd overeenkomstig de voorschriften van bijlage VI.<STRING BOLD="on"> [Am. 143]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>In afwijking van artikel 7, <STRING STRIKE="on">leden 1 en 3, en </STRING>artikel 8, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel 13, </STRING></STRING>leden <STRING STRIKE="on">1 en 3</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">2 en 5</STRING></STRING>,<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en de artikelen 18 en 20</STRING></STRING> wordt het plantaardig teeltmateriaal van het in lid 1 bedoelde heterogeen materiaal geproduceerd en in de handel gebracht overeenkomstig de voorschriften van bijlage VI.<STRING BOLD="on"> [Am. 144]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 75 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage VI. Deze wijzigingen kunnen op alle of op bepaalde geslachten of soorten betrekking hebben, en strekken tot verbetering van:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de informatieverstrekking met betrekking tot de kennisgeving, beschrijving en identificatie van heterogeen plantaardig teeltmateriaal, op basis van de ervaring die is opgedaan met de toepassing van de respectieve regels;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de regels inzake de verpakking en etikettering van heterogeen plantaardig teeltmateriaal, op basis van de ervaring die is opgedaan met de controles door de bevoegde autoriteiten;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de regels inzake de instandhouding van heterogeen plantaardig teeltmateriaal, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">indien van toepassing, </STRING></STRING>op basis van de ontwikkeling van beste praktijken.<STRING BOLD="on"> [Am. 145]</STRING></PARAG><PARAG>Deze wijzigingen worden vastgesteld met het oog op de aanpassing aan de ontwikkeling van de respectieve technische en wetenschappelijke gegevens en de internationale normen, en om gevolg te geven aan de ervaring die is opgedaan met de toepassing van dit artikel voor alle of bepaalde geslachten of soorten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Elke professionele exploitant die plantaardig teeltmateriaal van heterogeen materiaal produceert en/of voornemens is het in de handel te brengen, dient vóór het in de handel brengen een kennisgeving in bij de bevoegde autoriteit. Indien de nationale bevoegde autoriteit niet binnen <STRING STRIKE="on">een door de bevoegde autoriteit bepaalde termijn</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">drie maanden</STRING></STRING> om nadere informatie verzoekt, mag het plantaardig teeltmateriaal van heterogeen materiaal in de handel worden gebracht.<STRING BOLD="on"> [Am. 146]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De professionele exploitant zorgt voor de traceerbaarheid van het plantaardig teeltmateriaal van heterogeen materiaal door informatie bij te houden aan de hand waarvan kan worden vastgesteld welke professionele exploitanten het oorspronkelijke materiaal (oudermateriaal) hebben geleverd dat voor de productie van heterogeen materiaal is gebruikt.</PARAG><PARAG>De professionele exploitant bewaart deze informatie gedurende vijf jaar.</PARAG><PARAG>De professionele exploitant die plantaardig teeltmateriaal van heterogeen materiaal produceert dat bestemd is om in de handel te worden gebracht, moet de volgende informatie registreren en bewaren:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de naam van de soort en benaming die wordt gebruikt voor elk heterogeen materiaal waarvan kennis is gegeven;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het soort techniek dat wordt gebruikt voor de productie van heterogeen materiaal als bedoeld in lid 1;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de karakterisering van het heterogene materiaal waarvan kennisgeving is gedaan;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>de <STRING STRIKE="on">teeltlocatie</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">teelt- of productielocatie</STRING></STRING> van het plantaardig teeltmateriaal van heterogeen materiaal<STRING STRIKE="on"> evenals de productielocatie</STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 147]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>de oppervlakte voor de productie van plantaardig teeltmateriaal van heterogeen materiaal en de geproduceerde hoeveelheid.</PARAG><PARAG>De bevoegde autoriteiten hebben<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> in het kader van controles na het in de handel brengen</STRING></STRING> toegang tot de in dit lid bedoelde informatie.<STRING BOLD="on"> [Am. 148]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Artikel 54 is van overeenkomstige toepassing voor de geschiktheid van de benaming van heterogeen materiaal.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>Heterogeen materiaal waarvan overeenkomstig lid 1 kennisgeving is gedaan, wordt door de bevoegde autoriteiten geregistreerd in een speciaal register (“register van heterogeen materiaal”).<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De registratie is voor de professionele exploitant kosteloos.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 149]</STRING></PARAG><PARAG>De bevoegde autoriteiten houden dat register bij en maken de inhoud bekend<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, die ook online toegankelijk wordt gemaakt</STRING></STRING>, en stellen de Commissie onmiddellijk in kennis van de inhoud en van wijzigingen daarin.<STRING BOLD="on"> [Am. 150]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 28</TI.ART><STI.ART>Plantaardig teeltmateriaal voor verhandeling aan eindgebruikers</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>In afwijking van de artikelen 5 tot en met 12, 14, 15 en 20 mag plantaardig teeltmateriaal aan eindgebruikers worden verhandeld indien het aan alle volgende voorschriften voldoet:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>er is een etiket van de exploitant op aangebracht met de benaming van het plantaardig teeltmateriaal en de vermelding “plantaardig teeltmateriaal voor eindgebruikers – niet officieel gecertificeerd” of, in het geval van zaad, “zaad voor eindgebruikers – niet officieel gecertificeerd”;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>indien het niet behoort tot een ras dat is geregistreerd in een nationaal rassenregister als bedoeld in artikel 44, is er een beschrijving openbaar gemaakt, op basis van particuliere documentatie, in een door de professionele exploitant bijgehouden handelscatalogus. Deze particuliere documentatie wordt door de professionele exploitant op verzoek ter beschikking gesteld van de bevoegde autoriteit;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>het is nagenoeg vrij van kwaliteitsorganismen en van gebreken die de kwaliteit ervan als plantaardig teeltmateriaal kunnen aantasten, en heeft voldoende groeikracht en omvang met het oog op de bruikbaarheid als plantaardig teeltmateriaal, en heeft, in het geval van zaad, voldoende kiemkracht; en</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>het wordt als afzonderlijke planten of, in het geval van zaden en knollen, in kleine verpakkingen in de handel gebracht.</PARAG><PARAG>Een professionele exploitant die van deze afwijking gebruikmaakt, stelt de bevoegde autoriteit jaarlijks in kennis van deze activiteit<STRING STRIKE="on">, wat betreft de betrokken soorten en hoeveelheden</STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 151]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>	<STRING STRIKE="on">De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen voorschriften vast betreffende de afmetingen, de vorm, het afsluiten en de behandeling van de in lid 1, punt d), bedoelde kleine verpakkingen.</STRING></PARAG><PARAG><STRING STRIKE="on">Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 76, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 152]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 29</TI.ART><STI.ART>Plantaardig teeltmateriaal dat wordt verhandeld aan<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, door,</STRING></STRING><STRING STRIKE="on"> en</STRING> tussen <STRING STRIKE="on">genenbanken,</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en binnen</STRING></STRING> organisaties en netwerken<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> die zich bezighouden met dynamische instandhouding</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 153]</STRING></STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>In afwijking van de artikelen 5 tot en met 25 mag plantaardig teeltmateriaal worden verhandeld aan<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, door,</STRING></STRING><STRING STRIKE="on"> of</STRING> tussen <STRING STRIKE="on">genenbanken,</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en binnen</STRING></STRING> organisaties en netwerken<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, waaronder landbouwers, die zich bezighouden met dynamische</STRING></STRING><STRING STRIKE="on"> met een statutaire doelstelling, of aan een objectieve functionaris die bij de bevoegde autoriteit is aangemeld, met het oog op de</STRING> instandhouding<STRING STRIKE="on"> van plantgenetische hulpbronnen,</STRING> waarbij de activiteiten zonder winstoogmerk worden uitgevoerd.<STRING BOLD="on"> [Am. 154]</STRING></PARAG><PARAG>Het kan ook in de handel worden gebracht vanuit die <STRING STRIKE="on">genenbanken, organisaties</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">instandhoudingsorganisaties</STRING></STRING> en netwerken<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of hun leden,</STRING></STRING> aan personen die<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> zich bezighouden met de dynamische instandhouding van</STRING></STRING> het plantaardig teeltmateriaal<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> als eindconsument <STRING STRIKE="on">in stand houden, zonder winstoogmerk</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of voor landbouwdoeleinden</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 155]</STRING></PARAG><PARAG>In de in de eerste en tweede alinea bedoelde gevallen moet het plantaardig teeltmateriaal aan de volgende voorschriften voldoen:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het is opgenomen in een door die <STRING STRIKE="on">genenbanken, organisaties</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">instandhoudingsorganisaties</STRING></STRING> en netwerken bijgehouden register met een <STRING STRIKE="on">passende beschrijving</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">basisbeschrijving</STRING></STRING> van dat plantaardig teeltmateriaal<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> indien het niet behoort tot een ras dat is geregistreerd in een nationaal rassenregister als bedoeld in artikel 44</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 156]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het wordt in stand gehouden door die <STRING STRIKE="on">genenbanken, organisaties</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">instandhoudingsorganisaties</STRING></STRING> en netwerken, en zij stellen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, indien de hoeveelheden het mogelijk maken,</STRING></STRING> op verzoek monsters van dat plantaardig teeltmateriaal ter beschikking aan de bevoegde autoriteiten; en<STRING BOLD="on"> [Am. 157]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>het is nagenoeg vrij van kwaliteitsorganismen en van gebreken die de kwaliteit ervan als plantaardig teeltmateriaal kunnen aantasten<STRING STRIKE="on">, en heeft voldoende groeikracht en omvang in de zin van de bruikbaarheid als plantaardig teeltmateriaal, en heeft, in het geval van zaad, voldoende kiemkracht</STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 158]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De <STRING STRIKE="on">genenbanken, organisaties</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">instandhoudingsorganisaties</STRING></STRING> en netwerken stellen de bevoegde autoriteit in kennis van het gebruik van de in lid 1 bedoelde afwijking en van de betrokken soorten.<STRING BOLD="on"> [Am. 159]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 30</TI.ART><STI.ART><STRING STRIKE="on">Zaad dat in natura</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Plantaardig teeltmateriaal dat</STRING></STRING> tussen landbouwers wordt uitgewisseld<STRING STRIKE="on">.</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 160]</STRING></STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>In afwijking van de artikelen 5 tot en met 25 mogen landbouwers <STRING STRIKE="on">zaad</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">plantaardig teeltmateriaal</STRING></STRING> in natura<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of tegen een financiële vergoeding</STRING></STRING> uitwisselen indien dat <STRING STRIKE="on">zaad</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">plantaardig teeltmateriaal</STRING></STRING> aan alle volgende voorwaarden voldoet:<STRING BOLD="on"> [Am. 161]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1)</NO.P>het wordt op de eigen werklocaties van de betrokken landbouwer geproduceerd;<STRING BOLD="on"> [Am. 162 - Niet van toepassing op de Nederlandse versie]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2)</NO.P>het is afkomstig van de eigen <STRING STRIKE="on">oogst</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gewassen</STRING></STRING> van de betrokken landbouwer;<STRING BOLD="on"> [Am. 163]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3)</NO.P>het is<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> in het geval van zaad</STRING></STRING> niet voorwerp van een dienstenovereenkomst van de betrokken landbouwer met een professionele exploitant die zaad produceert; en<STRING BOLD="on"> [Am. 164]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4)</NO.P>het <STRING STRIKE="on">zaad</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">plantaardig teeltmateriaal</STRING></STRING> wordt gebruikt voor een dynamisch beheer <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en een dynamische instandhouding </STRING></STRING>van het eigen <STRING STRIKE="on">zaaigoed</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">plantaardig teeltmateriaal</STRING></STRING> van de landbouwer, teneinde bij te dragen tot de agrodiversiteit.<STRING BOLD="on"> [Am. 165]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Dat <STRING STRIKE="on">zaad</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">plantaardig teeltmateriaal</STRING></STRING> voldoet aan alle volgende voorschriften:<STRING BOLD="on"> [Am. 166]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het behoort niet tot een ras waarvoor overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2100/94 kwekersrechten zijn verleend;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P><STRING STRIKE="on">het</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">hhet</STRING></STRING> blijft <STRING STRIKE="on">beperkt tot kleine</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">qua</STRING></STRING> hoeveelheden<STRING STRIKE="on">, die door de bevoegde autoriteiten voor specifieke soorten per jaar en per landbouwer worden vastgesteld,</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> beperkt</STRING></STRING> en er wordt geen gebruik gemaakt van commerciële tussenpersonen of openbare aanbieding voor het in de handel brengen; en<STRING BOLD="on"> [Am. 167]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>het is nagenoeg vrij van kwaliteitsorganismen en van gebreken die van invloed kunnen zijn op de kwaliteit ervan<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, en voor zaad</STRING></STRING><STRING STRIKE="on"> als zaad, en het</STRING> heeft<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> het</STRING></STRING> voldoende kiemkracht.<STRING BOLD="on"> [Am. 168]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>	<STRING STRIKE="on">De lidstaten stellen de Commissie en de overige lidstaten jaarlijks in kennis van de overeenkomstig lid 2, punt b), vastgestelde hoeveelheden per soort.</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 169]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 30 bis</STRING></STRING></TI.ART><STI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Maximumhoeveelheid van elke soort die mag worden uitgewisseld</STRING></STRING></STI.ART><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 75 gedelegeerde handelingen ter aanvulling van deze verordening vast te stellen om voor elke soort de in artikel 30, lid 2, punt b), bedoelde maximumhoeveelheid vast te stellen die mag worden uitgewisseld. Bij de vaststelling van die hoeveelheid wordt rekening gehouden met de behoeften van kleinschalige professionele landbouwers en met fytosanitaire risico’s, en worden de ontwikkeling en de instandhouding van diverse landbouwsystemen bevorderd.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 170]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART><STRING STRIKE="on">Artikel 31</STRING></TI.ART><STI.ART><STRING STRIKE="on">Kwekerszaad</STRING></STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>	<STRING STRIKE="on">In afwijking van de artikelen 5 tot en met 25 kan een bevoegde autoriteit exploitanten toestaan zaad van eerdere generaties dan de prebasiscategorie, te verhandelen aan een andere exploitant met het oog op het kweken van nieuwe rassen (kwekerszaad).</STRING></PARAG><PARAG><STRING STRIKE="on">De bevoegde autoriteit bepaalt bij het verlenen van de toestemming de duur ervan en de toegestane hoeveelheden per soort.</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>	<STRING STRIKE="on">Het in lid 1 bedoelde plantaardig teeltmateriaal gaat vergezeld van een door de professionele exploitant afgegeven etiket met de vermelding “kwekerszaad”, dat, naargelang het geval, op de recipiënt, bundel of verpakking van dat materiaal wordt aangebracht.</STRING></PARAG><PARAG><STRING STRIKE="on">Het zaad wordt afgesloten verpakt en voorzien van een partijnummer, dat moet worden gebruikt voor de identificatie en tests met controlepercelen, voordat het als prebasiszaad wordt gebruikt.</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 171]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 32</TI.ART><STI.ART>Plantaardig teeltmateriaal van nog niet geregistreerde rassen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>In afwijking van artikel 5 kan een bevoegde autoriteit professionele exploitanten toestaan prebasiszaad, prebasismateriaal, basiszaad en basismateriaal<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, en standaardzaad en materiaal</STRING></STRING> van een ras dat nog niet in een nationaal rassenregister is geregistreerd, als bedoeld in artikel 44, te produceren en in de handel te brengen met het oog op vermeerdering, indien aan alle volgende voorschriften is voldaan:<STRING BOLD="on"> [Am. 172]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de respectieve verhandelingssectoren verwerven dat materiaal of dat zaad van tevoren, om over voldoende voorraden te beschikken wanneer het betrokken ras wordt geregistreerd; en</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>er bestaat geen risico dat een dergelijke toestemming zal leiden tot een ontoereikende identificatie of kwaliteit van het in de handel gebrachte plantaardig teeltmateriaal; en</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>het desbetreffende plantaardig teeltmateriaal behoort tot een ras waarvoor overeenkomstig artikel 55 een aanvraag tot registratie in een nationaal rassenregister is ingediend.</PARAG><PARAG>Deze toestemming kan worden verleend voor een periode van ten hoogste drie jaar voor zaden en vijf jaar voor ander plantaardig teeltmateriaal dan zaden, en voor <STRING STRIKE="on">kleine</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">beperkte</STRING></STRING> hoeveelheden per soort, zoals gespecificeerd door de bevoegde autoriteit<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, in verhouding tot het productievolume op het niveau van de lidstaat</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 173]</STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Deze afwijking geldt niet voor plantaardig teeltmateriaal dat bestaat uit een genetisch gemodificeerd organisme in de zin van Richtlijn 2001/18/EG.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 174]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>In afwijking van de artikelen 5, 7, 10 tot en met 12, 15, 20, 23 en 24 kan een bevoegde autoriteit professionele exploitanten toestaan om plantaardig teeltmateriaal van een ras dat nog niet in een nationaal rassenregister als bedoeld in artikel 44 is geregistreerd, te produceren en in de handel te brengen voor een periode van ten hoogste drie jaar in het geval van zaden en vijf jaar in het geval van ander plantaardig teeltmateriaal dan zaden, en voor <STRING STRIKE="on">kleine</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">beperkte</STRING></STRING> hoeveelheden per soort<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> in verhouding tot het productievolume op het niveau van de lidstaat</STRING></STRING>, zoals bepaald door de bevoegde autoriteit, om plantaardig teeltmateriaal van een ras te produceren en in de handel te brengen dat nog niet is geregistreerd in een nationaal rassenregister als bedoeld in artikel 44, indien aan alle volgende voorschriften is voldaan:<STRING BOLD="on"> [Am. 175]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het toegelaten plantaardig teeltmateriaal wordt alleen gebruikt voor tests of proeven die door professionele exploitanten worden uitgevoerd om informatie te verzamelen over de teelt of het gebruik van het betrokken ras op landbouwbedrijven;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het in de handel brengen vindt uitsluitend plaats ten behoeve van deze professionele exploitanten, waarna het materiaal niet verder wordt verhandeld, en die exploitanten rapporteren over de resultaten van de tests of proeven, met betrekking tot de informatie over de teelt of het gebruik van dat ras;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>er bestaat geen risico dat een dergelijke toestemming zal leiden tot een ontoereikende identificatie of kwaliteit van het in de handel gebrachte plantaardig teeltmateriaal; en</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>het toegelaten plantaardig teeltmateriaal voldoet aan de voorschriften voor standaard plantaardig teeltmateriaal voor de respectieve soorten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Om de in de leden 1 en 2 bedoelde toestemming te verkrijgen, dient de professionele exploitant bij de bevoegde autoriteiten een verzoek in, waarin hij informatie verstrekt over het volgende:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">de productie van de voorraad prebasiszaad en -materiaal, basiszaad en -materiaal, en gecertificeerd zaad en materiaal die beschikbaar is vóór de registratie van het ras en de beoogde tests en proeven voor het standaardzaad en -materiaal;</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 176]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de referentie van de kweker van het ras, zoals vermeld in de registratieaanvraag;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de procedure voor de instandhouding van het ras, indien van toepassing;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>de autoriteit waarbij de registratieaanvraag voor het ras in behandeling is, en de aan die aanvraag toegekende referentie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">.</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">;</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">de locatie waar de productie zal plaatsvinden, en</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 177]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">de hoeveelheden materiaal die op de markt aangeboden zullen worden.</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 178]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De lidstaten waar de bevoegde autoriteiten de in de leden 1 en 2 bedoelde toestemming hebben verleend, stellen de andere lidstaten en de Commissie daarvan jaarlijks in kennis.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Plantaardig teeltmateriaal zoals bedoeld in de leden 1 en 2 gaat vergezeld van een door de professionele exploitant afgegeven etiket met de vermelding “nog niet in de lijst opgenomen ras”.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 33</TI.ART><STI.ART>Toestemming in geval van tijdelijke voorzieningsproblemen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Om tijdelijke moeilijkheden bij de algehele voorziening van plantaardig teeltmateriaal die zich in de Unie als gevolg van ongunstige weersomstandigheden of andere onvoorziene omstandigheden kunnen voordoen, weg te nemen, <STRING STRIKE="on">kan</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">is</STRING></STRING> de Commissie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bevoegd overeenkomstig artikel 75 gedelegeerde handelingen tot wijziging van deze verordening vast te stellen teneinde </STRING></STRING>de lidstaten<STRING STRIKE="on"> door middel van een uitvoeringshandeling</STRING> voor een periode van ten hoogste een jaar toestemming verlenen om toe te staan dat de categorieën prebasis-, basis- of gecertificeerd materiaal of zaad die aan een van de volgende voorwaarden voldoen, in de handel worden gebracht:<STRING BOLD="on"> [Am. 179]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>behoren tot een ras dat niet in een nationaal rassenregister is opgenomen, of</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>voldoen aan minder strenge voorschriften dan de in artikel 7, lid 1, bedoelde voorschriften.</PARAG><PARAG>Punt a) is van toepassing in afwijking van artikel 5, en punt b) is van toepassing in afwijking van artikel 7, lid 1.</PARAG><PARAG>In die <STRING STRIKE="on">uitvoeringshandeling</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gedelegeerde handeling</STRING></STRING> kan per geslacht of soort de maximale hoeveelheden worden aangegeven die in de handel mogen worden gebracht.<STRING BOLD="on"> [Am. 180]</STRING></PARAG><PARAG><STRING STRIKE="on">Die uitvoeringshandeling wordt vastgesteld volgens de in artikel 76, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 181]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Plantaardig teeltmateriaal als bedoeld in lid 1 gaat vergezeld van een etiket waarop, naargelang het geval, wordt vermeld dat het plantaardig teeltmateriaal in kwestie tot een niet-geregistreerd ras behoort of aan minder strenge kwaliteitseisen voldoet dan die bedoeld in artikel 7, lid 1.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De Commissie <STRING STRIKE="on">kan door middel van een uitvoeringshandeling</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">is bevoegd overeenkomstig artikel 75 gedelegeerde handelingen tot wijziging van deze verordening vast te stellen om te</STRING></STRING> besluiten dat de betrokken toestemming moet worden ingetrokken of gewijzigd, indien zij tot de conclusie komt dat die niet langer noodzakelijk of evenredig is met de doelstelling om de tijdelijke moeilijkheden bij de algehele voorziening van het betrokken plantaardig teeltmateriaal weg te nemen.<STRING STRIKE="on"> Die uitvoeringshandeling wordt vastgesteld volgens de in artikel 76, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 182]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Zonder de in lid 1 bedoelde toestemming van de Commissie te hebben verkregen, mogen de lidstaten voor een maximumperiode van een jaar en voor een beperkte hoeveelheid per geslacht of soort, naargelang wat nodig is voor de betrokken voorzieningsproblemen, de productie en het in de handel brengen toestaan van zaad dat voldoet aan een tot 15 procentpunten lager kiemgetal dan is vastgesteld op grond van de in artikel 7, lid 3, bedoelde uitvoeringshandeling.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaat die van de in lid 4 bedoelde afwijking gebruikmaakt, stelt de Commissie daarvan in kennis.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 183]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4 ter.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Deze uitzonderlijke toestemming geldt niet voor plantaardig teeltmateriaal dat bestaat uit een genetisch gemodificeerd organisme in de zin van Richtlijn 2001/18/EG.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 184]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 34</TI.ART><STI.ART>Voorlopige toestemming in spoedeisende gevallen voor het in de handel brengen van zaad dat niet is gecertificeerd als in overeenstemming met de toepasselijke kwaliteitseisen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De bevoegde autoriteiten kunnen voor een periode van ten hoogste een maand toestaan dat zaad als prebasis-, basis- of gecertificeerd zaad in de handel wordt gebracht voordat het gecertificeerd is als in overeenstemming met de in artikel 7 bedoelde voorschriften inzake kiemkracht, maximumgehalte aan andere soorten of zuiverheid, indien dat zaad snel op de markt moet worden aangeboden om te voorzien in dringende voorzieningsbehoeften.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De in lid 1 bedoelde toestemming wordt verleend op basis van een analyserapport over het zaad, afgegeven door de professionele exploitant, waaruit blijkt dat het voldoet aan de overeenkomstig artikel 7, lid 1, vastgestelde voorschriften inzake kiemkracht, gehalte aan andere soorten of zuiverheid.</PARAG><PARAG>De naam en het adres van de eerste ontvanger van de zaden moeten door de professionele exploitant bij de bevoegde autoriteit worden ingediend. De professionele exploitant zorgt voor toegang tot de informatie over het voorlopige analyserapport voor de bevoegde autoriteit.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het in lid 1 bedoelde zaad wordt voorzien van een etiket met de vermelding “voorlopige toestemming voor het in de handel brengen”.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 35</TI.ART><STI.ART>Plantaardig teeltmateriaal dat nog niet is gecertificeerd</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Plantaardig teeltmateriaal dat in de Unie is geproduceerd, maar nog niet overeenkomstig artikel 7 als prebasis-, basis- of gecertificeerd zaad is gecertificeerd, mag in de handel worden gebracht met een verwijzing naar een van die categorieën, indien aan alle volgende voorwaarden is voldaan:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>voor de oogst is door de bevoegde autoriteit, of door de professionele exploitant onder officieel toezicht van de bevoegde autoriteit, een veldinspectie verricht waarbij is bevestigd dat het plantaardig teeltmateriaal in overeenstemming is met de in artikel 7, lid 1, bedoelde productievoorschriften;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>er loopt een certificeringsproces bij de bevoegde autoriteit of bij de professionele exploitant onder officieel toezicht van de bevoegde autoriteit en</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>aan de voorschriften van de leden 2 tot en met 5 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bis </STRING></STRING>is voldaan.<STRING BOLD="on"> [Am. 185]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het plantaardig teeltmateriaal zoals bedoeld in lid 1 mag alleen door de professionele exploitant die dat plantaardig teeltmateriaal heeft geproduceerd, worden verhandeld aan de professionele exploitant die de certificering moet uitvoeren. Dit plantaardig teeltmateriaal mag niet verder aan een andere persoon worden overgedragen voordat het definitief is gecertificeerd.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Plantaardig teeltmateriaal zoals bedoeld in lid 1 gaat vergezeld van een door de professionele exploitant afgegeven etiket met de vermelding “zaad/materiaal dat nog niet definitief is gecertificeerd”.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Indien de bevoegde autoriteit waar het plantaardig teeltmateriaal is geoogst (“bevoegde autoriteit voor de productie”), en de bevoegde autoriteit waar het plantaardig teeltmateriaal overeenkomstig artikel 7 is gecertificeerd (“bevoegde autoriteit voor de certificering”), niet dezelfde zijn, wisselen zij de relevante informatie uit over de productie en het in de handel brengen van dat plantaardig teeltmateriaal.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Plantaardig teeltmateriaal dat in een derde land is geproduceerd, maar nog niet overeenkomstig artikel 7 als prebasis-, basis- of gecertificeerd materiaal is gecertificeerd, mag in de handel worden gebracht met een verwijzing naar een van die categorieën, indien:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>overeenkomstig artikel 39 een gelijkwaardigheidsbesluit is vastgesteld voor dat derde land;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>er is voldaan aan de voorschriften van lid 1, punten a) en b), en de leden 2 en 3, en de professionele exploitanten uit het betrokken derde land zijn onderworpen aan officieel toezicht door hun bevoegde autoriteiten;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat en het betrokken derde land de nodige informatie uitwisselen over het op de markt aanbieden van dat materiaal; en</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>de bevoegde autoriteiten van het betrokken derde land de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van certificering op verzoek alle relevante productie-informatie verstrekken.</PARAG><PARAG>Voor de toepassing van dit lid gelden verwijzingen in de leden 1 tot en met 5 naar de bevoegde autoriteit van de productie als verwijzingen naar de bevoegde autoriteit van het betrokken derde land, en gelden verwijzingen daarin naar de voorschriften van artikel 7, lid 1, als verwijzingen naar gelijkwaardige voorschriften van het derde land, zoals erkend overeenkomstig artikel 39, lid 2.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Deze afwijking geldt niet voor plantaardig teeltmateriaal dat bestaat uit een genetisch gemodificeerd organisme in de zin van Richtlijn 2001/18/EG.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 186]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 36</TI.ART><STI.ART>Strengere voorschriften voor de productie en het in de handel brengen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De Commissie kan de lidstaten door middel van uitvoeringshandelingen toestaan om, met betrekking tot de productie en het in de handel brengen van plantaardig teeltmateriaal, op het gehele grondgebied van de betrokken lidstaat of een deel daarvan strengere productie- of handelsvoorschriften op te leggen dan die bedoeld in de artikelen 7 en 8, op voorwaarde dat die strengere voorschriften overeenkomen met de specifieke productieomstandigheden in en de agroklimatologische behoeften van die lidstaat met betrekking tot het betrokken plantaardig teeltmateriaal<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en dat zij het vrije verkeer van plantaardig teeltmateriaal dat in overeenstemming is met deze verordening niet verbieden, belemmeren of beperken</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 187]</STRING></PARAG><PARAG>Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 76, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Om de in lid 1 bedoelde toestemming te verkrijgen, dienen de lidstaten bij de Commissie een verzoek in met:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de ontwerpbepalingen die de voorgestelde voorschriften bevatten; en</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>een motivering van de noodzaak en de evenredigheid van die voorschriften<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> in het licht van mogelijke extra kosten voor de productie en het in de handel brengen</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 188]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De in lid 1 bedoelde toestemming wordt uitsluitend verleend als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de uitvoering van de ontwerpbepalingen als bedoeld in lid 2, punt a), waarborgt de verbetering van de identiteit en de kwaliteit van het betrokken plantaardig teeltmateriaal en is gerechtvaardigd bij de specifieke landbouw- of klimaatomstandigheden van de betrokken lidstaat; en</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de ontwerpbepalingen zijn noodzakelijk en evenredig met het doel van de in lid 2, punt a), bedoelde maatregel.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>In voorkomend geval evalueert elke lidstaat uiterlijk op... [one year after date of application of this Regulation] de maatregelen die hij heeft genomen uit hoofde van artikel 5 van Richtlijn 66/401/EEG, artikel 5 van Richtlijn 66/402/EEG, artikel 7 van Richtlijn 2002/54/EG, artikel 24 van Richtlijn 2002/55/EG, artikel 5 van Richtlijn 2002/56/EG en artikel 7 van Richtlijn 2002/57/EG, en trekt hij die maatregelen in of wijzigt hij deze om te voldoen aan de voorschriften voor de productie en het in de handel brengen die zijn vastgesteld in, en vastgesteld op grond van, de artikelen 7 en 8.</PARAG><PARAG>De betrokken lidstaat stelt de Commissie en de andere lidstaten van deze maatregelen in kennis.</PARAG><PARAG>De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen besluiten dat de in de eerste alinea bedoelde maatregelen moeten worden ingetrokken of gewijzigd indien zij onnodig en/of onevenredig aan hun doel worden beschouwd. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 76, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 37</TI.ART><STI.ART>Noodmaatregelen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Indien de productie of het in de handel brengen van plantaardig teeltmateriaal waarschijnlijk een ernstig risico voor de gezondheid van mensen, dieren of planten of voor het milieu of de kweek van andere soorten inhoudt dat niet afdoende kan worden beheerst met door de betrokken lidstaat genomen maatregelen, treft de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen onverwijld passende tijdelijke noodmaatregelen. Dergelijke maatregelen zijn van tijdelijke aard. Zij kunnen bepalingen omvatten die het in de handel brengen van het betrokken plantaardig teeltmateriaal beperken of verbieden of passende voorwaarden stellen voor de productie of het in de handel brengen ervan, afhankelijk van de ernst van de situatie.</PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In afwijking van de eerste alinea worden in geval van niet-naleving van de eisen inzake vluchtgewassen of andere eisen voor de teelt van rassen die geheel of gedeeltelijk uit genetisch gemodificeerde organismen bestaan, de maatregelen genomen om het in de handel brengen van het betrokken teeltmateriaal te beperken of te verbieden totdat er weer sprake is van volledige naleving.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 189]</STRING></PARAG><PARAG>De Commissie kan de maatregelen op eigen initiatief of op verzoek van een lidstaat nemen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 76, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.</PARAG><PARAG>Om naar behoren gemotiveerde dwingende redenen van urgentie die verband houden met het aanpakken van een ernstig risico voor de menselijke gezondheid, stelt de Commissie onmiddellijk toepasselijke uitvoeringshandelingen vast volgens de in artikel 76, lid 3, bedoelde procedure.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Wanneer een lidstaat de Commissie officieel in kennis stelt van de noodzaak om noodmaatregelen te nemen en de Commissie niet overeenkomstig lid 1 heeft gehandeld, mag die lidstaat de passende<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, evenredige en in de tijd beperkte</STRING></STRING> tijdelijke noodmaatregelen vaststellen. Deze maatregelen kunnen bepalingen omvatten die de productie of het in de handel brengen van plantaardig teeltmateriaal op het grondgebied van die lidstaat beperken of verbieden of er passende voorwaarden voor vastleggen, afhankelijk van de ernst van de situatie. De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie onverwijld <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in kennis </STRING></STRING>van de vastgestelde maatregelen <STRING STRIKE="on">in kennis</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en van de periode waarop deze betrekking hebben</STRING></STRING>, met opgave van de redenen die tot zijn besluit hebben geleid.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Deze aanpak stelt een lidstaat in staat om in noodsituaties snel en doeltreffend op te treden om de gezondheid, het milieu en economische belangen te beschermen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 190]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen besluiten dat de in lid 2 bedoelde nationale tijdelijke noodmaatregelen moeten worden ingetrokken of gewijzigd, indien zij van oordeel is dat die maatregelen niet gerechtvaardigd zijn in het licht van het respectieve risico als bedoeld in lid 1. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 76, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. De betrokken lidstaat mag zijn nationale tijdelijke noodmaatregelen handhaven tot de datum van toepassing van de in dit lid bedoelde uitvoeringshandeling(en).</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 38</TI.ART><STI.ART>Tijdelijke experimenten om betere alternatieven voor de bepalingen van deze verordening te vinden</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>In afwijking van de artikelen 2, 5, 6, 7, 8<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, 9, 20, 26, 27 en 47 tot en met 53 is</STRING></STRING><STRING STRIKE="on"> en 20 kan</STRING> de Commissie <STRING STRIKE="on">door middel van uitvoeringshandelingen besluiten over de organisatie van</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bevoegd overeenkomstig artikel 75 gedelegeerde handelingen ter aanvulling van deze verordening vast te stellen door</STRING></STRING> tijdelijke experimenten <STRING STRIKE="on">om </STRING>te<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> organiseren om</STRING></STRING> betere alternatieven voor de bepalingen van deze verordening te vinden met betrekking tot de geslachten en soorten waarop zij van toepassing is, de voorschriften voor het behoren tot <STRING STRIKE="on">een </STRING>geregistreerd <STRING STRIKE="on">ras,</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">plantaardig teeltmateriaal of</STRING></STRING> de voorschriften voor de productie en het in de handel brengen van prebasis-, basis-, gecertificeerd en standaardmateriaal of zaad, en de verplichting om tot prebasis-, basis-, basis- en gecertificeerd materiaal of zaad te behoren<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, de voorschriften voor de productie en het in de handel brengen van heterogeen materiaal, en de verplichting om tot prebasis-, basis-, basis- en gecertificeerd materiaal of zaad te behoren</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 191]</STRING></PARAG><PARAG>Deze experimenten kunnen de vorm aannemen van technische of wetenschappelijke proeven waarbij de haalbaarheid en de geschiktheid van nieuwe voorschriften worden onderzocht in vergelijking met die van de artikelen 2, 5, 6, 7, 8<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, 9, 20, 26, 27 en 47 tot en met 53</STRING></STRING><STRING STRIKE="on"> en 20</STRING> van deze verordening.<STRING BOLD="on"> [Am. 192]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De in<STRING STRIKE="on"> de</STRING> lid 1 bedoelde <STRING STRIKE="on">uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 76, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld en</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gedelegeerde handelingen</STRING></STRING> bevatten details over een of meer van de volgende elementen:<STRING BOLD="on"> [Am. 193]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de betrokken geslachten of soorten;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de voorwaarden voor de experimenten per geslacht per soort;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de duur van het experiment;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>de monitoring- en rapportageverplichtingen van de deelnemende lidstaten.</PARAG><PARAG>Bij die<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> gedelegeerde</STRING></STRING> handelingen worden aanpassingen doorgevoerd in lijn met de ontwikkeling van de technieken voor de productie van het betrokken teeltmateriaal, en zij worden gebaseerd op door de lidstaten uitgevoerde vergelijkende proeven.<STRING BOLD="on"> [Am. 194]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De Commissie evalueert de resultaten van deze experimenten en vat ze samen in een verslag, waarbij zij zo nodig aangeeft dat de artikelen 2, 5<STRING STRIKE="on">, 6, 7, 8 of 20</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> tot en met 9, 20, 26, 27 en 47 tot en met 53</STRING></STRING> moeten worden gewijzigd.<STRING BOLD="on"> [Am. 195]</STRING></PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TISECTION">AFDELING 8</TI><STI.GR>Invoer uit derde landen</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 39</TI.ART><STI.ART>Invoer op grond van EU-gelijkwaardigheid</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Plantaardig teeltmateriaal mag alleen uit derde landen worden ingevoerd als krachtens lid 2 is vastgesteld dat het voldoet aan voorschriften die gelijkwaardig zijn aan de voorschriften die gelden voor plantaardig teeltmateriaal dat in de Unie geproduceerd en in de handel gebracht wordt.</PARAG><PARAG>Dergelijke invoer is echter niet toegestaan, noch wordt deze gelijkwaardigheid overeenkomstig lid 2 erkend, voor <STRING STRIKE="on">instandhoudingsmengsels als bedoeld in artikel 22, en voor</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het in de artikelen 22 tot en met 29 bedoelde</STRING></STRING> plantaardig teeltmateriaal<STRING STRIKE="on"> zoals hetgeen onder de afwijkingen van de artikelen 26 tot en met 30 valt</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, behalve wanneer het van oorsprong is uit buurlanden</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 196]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De Commissie mag door middel van uitvoeringshandelingen besluiten of in een derde land, of bepaalde gebieden van een derde land, geproduceerd plantaardig teeltmateriaal van specifieke geslachten, soorten of categorieën voldoet aan voorschriften die gelijkwaardig zijn aan de voorschriften die gelden voor plantaardig teeltmateriaal dat in de Unie geproduceerd en op de markt aangeboden wordt, aan de hand van:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>een grondig onderzoek van de informatie en gegevens die het derde land heeft verstrekt;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>een door de Commissie in het betrokken derde land uitgevoerde audit waaruit blijkt dat het betrokken plantaardig teeltmateriaal voldoet aan voorschriften die gelijkwaardig zijn aan die welke van toepassing zijn op plantaardig teeltmateriaal dat in de Unie geproduceerd en in de handel gebracht wordt, indien de Commissie die audit noodzakelijk acht, en</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>in het geval van zaad, het feit dat het betrokken land deelneemt aan de OESO-programma’s voor de certificering van rassen van zaaizaad in het internationale handelsverkeer en de methoden van de International Seed Testing Association (ISTA) toepast of, indien van toepassing, voldoet aan de voorschriften van de Association of Official Seed Analysts (AOSA).</PARAG><PARAG>Daartoe onderzoekt de Commissie:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de wetgeving van het derde land wat betreft de betrokken soort;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de structuur van de bevoegde autoriteiten van het derde land en zijn controlediensten, de bevoegdheden waarover zij beschikken, de garanties die kunnen worden verstrekt betreffende de toepassing en handhaving van de op de betrokken sector toepasselijke wetgeving van het derde land en de betrouwbaarheid van de procedures voor officiële certificering;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de uitvoering door de bevoegde autoriteiten van het derde land van adequate officiële controles met betrekking tot de identificatie en de kwaliteit van het plantaardig teeltmateriaal van de betrokken soort;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>de garanties die het derde land biedt dat:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>de voorwaarden die van toepassing zijn op de productielocaties waaruit plantaardig teeltmateriaal naar de Unie wordt uitgevoerd, voldoen aan voorschriften die gelijkwaardig zijn aan de in dit artikel bedoelde voorschriften, en</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>die productielocaties op gezette tijden en doeltreffend worden gecontroleerd door de bevoegde autoriteiten van het derde land.</PARAG><PARAG>De Commissie kan ook audits uitvoeren om de naleving van de tweede alinea, punten b) tot en met d), te verifiëren.</PARAG><PARAG>Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 76, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De in lid 2 bedoelde uitvoeringshandeling kan voorzien in een of meer van de volgende elementen, al naargelang passend is voor het betrokken plantaardig teeltmateriaal:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de voorwaarden met betrekking tot in derde landen uitgevoerde inspecties op de productielocatie;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>in het geval van zaad, de voorwaarden voor de afgifte door het derde land van een door de International Seed Testing Association afgegeven certificaat;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>voorwaarden betreffende zaad dat nog niet definitief is gecertificeerd,</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>voorwaarden betreffende de verpakking, sluiting en markering van plantaardig teeltmateriaal;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>voorwaarden betreffende de productie, de identiteit en het in de handel brengen van plantaardig teeltmateriaal, naast die waarin de wetgeving van het derde land voorziet, indien dat nodig is om specifieke aspecten met betrekking tot de identiteit en de kwaliteit van dat plantaardig teeltmateriaal aan te pakken;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>voorschriften waaraan de professionele exploitanten die plantaardig teeltmateriaal produceren en in de handel brengen, moeten voldoen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De Commissie kan, door middel van uitvoeringshandelingen, erkennen dat de in het derde land uitgevoerde controles op de instandhouding van het ras dezelfde waarborgen bieden als de in artikel 72, leden 1, 2 en 4, vastgestelde controles, indien rassen die in een nationaal rassenregister of het EU-rassenregister geregistreerd zijn, in het betrokken derde land in stand gehouden moeten worden.</PARAG><PARAG>Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 76, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 40</TI.ART><STI.ART>Etikettering en informatie voor uit derde landen ingevoerd plantaardig teeltmateriaal</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Prebasis-, basis- en gecertificeerd zaad zoals bedoeld in artikel 39 mag alleen uit derde landen worden ingevoerd indien het vergezeld gaat van een OESO-etiket.</PARAG><PARAG>Prebasis-, basis- en gecertificeerd zaad zoals bedoeld in artikel 39 mag alleen uit derde landen worden ingevoerd indien het vergezeld gaat van een door de bevoegde autoriteit van het desbetreffende derde land afgegeven officieel etiket.</PARAG><PARAG>Die etiketten bevatten alle volgende informatie:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de vermelding “voldoet aan de regelgeving en normen van de EU”;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de soort, het ras, de categorie en het partijnummer van het plantaardig teeltmateriaal;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de datum van de afsluiting, in het geval van verhandeling in recipiënten of verpakkingen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>het derde land van productie en de desbetreffende bevoegde autoriteit;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>in voorkomend geval, het laatste derde land waaruit het plantaardig teeltmateriaal wordt ingevoerd en het laatste derde land waar het plantaardig teeltmateriaal is geproduceerd;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>in het geval van zaad, het opgegeven nettogewicht of brutogewicht van het ingevoerde zaad of het opgegeven aantal ingevoerde partijen zaad;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g)</NO.P>de naam van de <STRING STRIKE="on">persoon</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">eindgebruiker, landbouwer of professionele exploitant</STRING></STRING> die het plantaardig teeltmateriaal invoert.<STRING BOLD="on"> [Am. 197]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Standaardzaad en -materiaal zoals bedoeld in artikel 39 mag alleen uit derde landen worden ingevoerd indien het vergezeld gaat van een etiket van de exploitant dat alle volgende gegevens bevat:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de vermelding “voldoet aan de regelgeving en normen van de EU”;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de soort, het ras, de categorie en het partijnummer van het plantaardig teeltmateriaal;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de datum van de afsluiting, in het geval van verhandeling in recipiënten of verpakkingen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>het derde land van productie;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>in voorkomend geval, het laatste derde land waaruit het plantaardig teeltmateriaal wordt ingevoerd en het laatste derde land waar het plantaardig teeltmateriaal is geproduceerd;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>in het geval van zaad, het opgegeven nettogewicht of brutogewicht van het ingevoerde zaad of het opgegeven aantal ingevoerde partijen zaad;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g)</NO.P>de naam van de <STRING STRIKE="on">persoon</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">eindgebruiker, landbouwer of professionele exploitant</STRING></STRING> die het plantaardig teeltmateriaal invoert.<STRING BOLD="on"> [Am. 198]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Plantaardig teeltmateriaal mag pas in de Unie worden ingevoerd na elektronische indiening van de in lid 1 of lid 2 bedoelde informatie door de importeur bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van invoer.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De lidstaten stellen het in artikel 131 van Verordening (EU) 2017/625 bedoelde informatiemanagementsysteem voor officiële controles (Imsoc) onmiddellijk in kennis van alle vastgestelde gevallen waarin het ingevoerde plantaardig teeltmateriaal niet voldoet aan de voorschriften van de leden 1 en 2.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">HOOFDSTUK III</TI><STI.GR>VOORSCHRIFTEN VOOR PROFESSIONELE EXPLOITANTEN</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 41</TI.ART><STI.ART>Verplichtingen van professionele exploitanten die plantaardig teeltmateriaal produceren</STI.ART><PARAG>Professionele exploitanten die plantaardig teeltmateriaal produceren<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> voor commerciële doeleinden</STRING></STRING>:<STRING BOLD="on"> [Am. 199]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>moeten in de Unie gevestigd zijn;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>moeten zijn ingeschreven in het in artikel 65 van Verordening (EU) 2016/2031 bedoelde register, overeenkomstig artikel 66 van die verordening;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>moeten persoonlijk beschikbaar zijn, of iemand anders aanwijzen, om met de bevoegde autoriteiten contacten te onderhouden om de officiële controles te vergemakkelijken;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>identificeren en monitoren de kritische punten in het productieproces of het in de handel brengen, die van invloed kunnen zijn op de identiteit en kwaliteit van het plantaardig teeltmateriaal;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>houden een register bij van de monitoring van de in punt<STRING STRIKE="on"> b)</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> d)</STRING></STRING> bedoelde kritische punten, en bieden dit register op verzoek van de bevoegde autoriteiten aan voor onderzoek;<STRING BOLD="on"> [Am. 200]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>zorgen ervoor dat partijen plantaardig teeltmateriaal afzonderlijk identificeerbaar blijven;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g)</NO.P>houden actuele adresinformatie bij op hun bedrijf en op andere locaties die voor de productie van plantaardig teeltmateriaal worden gebruikt;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>h)</NO.P>zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteiten toegang hebben tot de werklocaties en andere productielocaties, met inbegrip van werklocaties en percelen van gecontracteerde derden, en tot de administratie van de monitoring en alle bijbehorende documenten;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>nemen de nodige maatregelen voor de instandhouding van de identiteit van het plantaardig teeltmateriaal overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van deze verordening;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>j)</NO.P>stellen op verzoek van de bevoegde autoriteiten alle contracten met derden ter beschikking.</PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De in alinea 1, punten d) en e), vastgestelde vereisten zijn niet van toepassing op micro-ondernemingen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 201]</STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op de in de artikelen 29 en 30 bedoelde activiteiten.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 202]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 42</TI.ART><STI.ART>Traceerbaarheid</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Professionele exploitanten zorgen ervoor dat plantaardig teeltmateriaal in alle stadia van de productie en het in de handel brengen traceerbaar is.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Voor de toepassing van lid 1 houden professionele exploitanten informatie bij aan de hand waarvan zij kunnen identificeren:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>welke professionele exploitanten het betrokken zaad en het betrokken materiaal aan hen hebben geleverd;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>aan welke personen zij plantaardig teeltmateriaal hebben geleverd, en welk plantaardig teeltmateriaal dat was, behalve in het geval van eindgebruikers.</PARAG><PARAG>Zij stellen die informatie op verzoek ter beschikking aan de bevoegde autoriteiten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Professionele exploitanten houden een register bij van het plantaardig teeltmateriaal en de in lid 2 bedoelde professionele exploitanten en personen tot drie jaar nadat dat materiaal aan of door hen is geleverd.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op de in de artikelen 29 en 30 bedoelde activiteiten.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 203]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 43</TI.ART><STI.ART>Jaarlijkse kennisgeving van de voorgenomen productie en certificering van prebasis-, basis- en gecertificeerd zaad en materiaal</STI.ART><PARAG>De professionele exploitanten stellen de bevoegde autoriteiten jaarlijks in kennis van:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>hun voornemen om prebasis-, basis- en gecertificeerd materiaal of prebasis-, basis- en gecertificeerd zaad te produceren, <STRING STRIKE="on">ten minste één maand </STRING>voor het begin van die productie; en<STRING BOLD="on"> [Am. 204]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de productie van prebasis-, basis- en gecertificeerd materiaal die in de jaren daarvoor van start is gegaan en in het betrokken jaar wordt voortgezet.</PARAG><PARAG>In die kennisgeving worden de betrokken plantensoorten, rassen en categorieën en de exacte productielocatie vermeld.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">HOOFDSTUK IV</TI><STI.GR>RASREGISTRATIE</STI.GR><GR.ART><TI TITLE="TISECTION">AFDELING 1</TI><STI.GR>RASSENREGISTERS</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 44</TI.ART><STI.ART>Instelling van nationale rassenregisters</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Elke lidstaat stelt één enkel nationaal rassenregister in (“nationaal rassenregister”), in elektronische vorm, maakt het toegankelijk en houdt het <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voortdurend </STRING></STRING>bij, met daarin:<STRING BOLD="on"> [Am. 205]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>alle rassen die zijn geregistreerd volgens de procedure van de artikelen 55 tot en met 68;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de instandhoudingsrassen zoals bedoeld in artikel 26 die zijn geregistreerd overeenkomstig artikel 53.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Plantaardig teeltmateriaal dat behoort tot een ras dat in ten minste één nationaal rassenregister is geregistreerd, mag overeenkomstig deze verordening in de Unie geproduceerd en in de handel gebracht worden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Na de instelling van hun nationale rassenregisters en na elke bijwerking daarvan stellen de lidstaten de Commissie daarvan onmiddellijk in kennis met het oog op opneming in het in artikel 45 bedoelde EU-rassenregister.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Dit artikel en de artikelen 45 tot en met 74 kunnen niet van toepassing zijn op rassen die uitsluitend als kruisingspartners van hybride rassen worden gekweekt.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 45</TI.ART><STI.ART>Instelling van een EU-rassenregister</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De Commissie stelt één enkel rassenregister in (“het EU-rassenregister”), in elektronische vorm, maakt het toegankelijk en houdt het bij.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het EU-rassenregister bevat de rassen die zijn geregistreerd in de nationale rassenregisters en waarvan overeenkomstig artikel 44 kennis is gegeven<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, en wordt maandelijks geactualiseerd</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 206]</STRING></PARAG><PARAG>Het EU-rassenregister kan toegankelijk zijn via een elektronisch portaal met andere registers van kwekersrechten, bosbouwkundig teeltmateriaal of andere planten.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 46</TI.ART><STI.ART>Inhoud van de nationale rassenregisters en het EU-rassenregister</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De nationale rassenregisters en het EU-rassenregister bevatten alle in bijlage VII vermelde elementen betreffende de in artikel 44, lid 1, punt a), bedoelde rassen.</PARAG><PARAG>In het geval van de in artikel 44, lid 1, punt b), bedoelde instandhoudingsrassen bevatten die registers ten minste een korte samenvatting van de officieel erkende beschrijving, de regio van eerste oorsprong, de benaming en de persoon die ze bijhoudt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 75 een gedelegeerde handeling vast te stellen <STRING STRIKE="on">tot wijziging van</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">om</STRING></STRING> bijlage VII<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> te wijzigen door nieuwe elementen toe te voegen die in de rassenregisters moeten worden opgenomen</STRING></STRING>, rekening houdend met de technische en wetenschappelijke ontwikkelingen, en op basis van opgedane ervaring waaruit blijkt dat de bevoegde autoriteiten of professionele exploitanten nauwkeurigere informatie over de geregistreerde rassen moeten verkrijgen.<STRING BOLD="on"> [Am. 207]</STRING></PARAG></ARTICLE></GR.ART></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TISECTION">AFDELING 2</TI><STI.GR>VOORSCHRIFTEN VOOR RASSENREGISTRATIE</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 47</TI.ART><STI.ART>Voorschriften voor de registratie in nationale rassenregisters</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Rassen worden overeenkomstig de artikelen 55 tot en met 68 alleen in een nationaal rassenregister geregistreerd indien:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>voor die rassen:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>een officiële beschrijving bestaat waaruit blijkt dat is voldaan aan de in de artikelen 48, 49 en 50 vastgestelde voorschriften inzake onderscheidbaarheid, homogeniteit en bestendigheid, en<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, in het geval van de soorten vermeld in deel A, uitgezonderd zodengras, en in de delen D en E van bijlage I,</STRING></STRING> aan de in artikel 52 vastgestelde voorschriften inzake voldoende waarde voor duurzame teelt en duurzaam gebruik; of<STRING BOLD="on"> [Am. 208]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>een officieel erkende beschrijving bestaat overeenkomstig artikel 53, indien het instandhoudingsrassen betreft.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>zij zijn voorzien van een benaming die krachtens artikel 54 als geschikt beschouwd wordt;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>wanneer die rassen geheel of gedeeltelijk uit genetisch gemodificeerde organismen bestaan, het organisme in de desbetreffende lidstaat is toegelaten voor de teelt krachtens artikel 19 van Richtlijn 2001/18/EG of de artikelen 7 en 19 van Verordening (EG) nr. 1829/2003, of, indien van toepassing, in de respectieve lidstaat is toegelaten overeenkomstig artikel 26 ter van Richtlijn 2001/18/EG;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>wanneer die rassen geheel of gedeeltelijk bestaan uit een NGT-plant van categorie 1 zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 7, van Verordening (EU).../... (PB: gelieve de verwijzing naar NGT-verordening ... in te voegen<STRING STRIKE="on">Office of Publications, please insert reference to NGT Regulation ...</STRING>), die plant een verklaring heeft verkregen met de status van NGT-plant van categorie 1 overeenkomstig artikel 6 of 7 van die verordening of een nakomeling is van dergelijke planten;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>wanneer die rassen geheel of gedeeltelijk bestaan uit een NGT-plant van categorie 2 zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 8, van Verordening (EU).../... (PB: gelieve de verwijzing naar NGT-verordening ... in te voegen<STRING STRIKE="on">Office of Publications, please insert reference to NGT Regulation ...</STRING>), die plant is toegelaten overeenkomstig hoofdstuk III van die verordening;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>wanneer die rassen tolerant zijn voor herbiciden, zij moeten voldoen aan bepaalde voorwaarden voor de teelt, betreffende de productie van plantaardig teeltmateriaal en voor enig ander doel, zoals vastgesteld overeenkomstig lid 3 of, indien die niet zijn vastgesteld, zoals vastgesteld door de bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de registratie ervan<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en, indien de rassen in een andere lidstaat zullen worden geteeld, zoals vastgesteld door de desbetreffende bevoegde autoriteit</STRING></STRING>, om de ontwikkeling van herbicideresistentie bij onkruid als gevolg van het gebruik van herbiciden te voorkomen;<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> wanneer een lidstaat al een plan is opgesteld waarbij voorwaarden voor de teelt worden vastgesteld, worden deze voorwaarden zo nodig uitgebreid tot de registraties van latere rassen met soortgelijke kenmerken in die lidstaat;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 209]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g)</NO.P>wanneer de rassen andere dan de in punt f) bedoelde bijzondere kenmerken hebben die tot ongewenste agronomische effecten kunnen leiden, zij moeten voldoen aan bepaalde voorwaarden voor de teelt, betreffende de productie van plantaardig teeltmateriaal en voor enig ander doel, zoals vastgesteld overeenkomstig lid 3 of, indien zij niet zijn vastgesteld, zoals vastgesteld door de bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de registratie ervan<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en, indien de rassen in een andere lidstaat zullen worden geteeld, zoals vastgesteld door de desbetreffende bevoegde autoriteit in die lidstaat</STRING></STRING>, ter voorkoming van die bijzondere ongewenste agronomische effecten, zoals de ontwikkeling van resistentie van plaagorganismen bij de respectieve rassen of ongewenste effecten op bestuivers<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">; wanneer een lidstaat al voorwaarden voor de teelt heeft vastgesteld, worden die voorwaarden zo nodig uitgebreid tot de registraties van latere rassen met soortgelijke kenmerken in die lidstaat</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 210]</STRING></PARAG><PARAG>Een ras mag niet met zowel een officiële beschrijving als een officieel erkende beschrijving worden geregistreerd.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met specifieke voorschriften <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor de uitvoering van onderzoeken met betrekking tot het ontwerp van proeven en teeltvoorwaarden </STRING></STRING>betreffende:<STRING BOLD="on"> [Am. 211]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>onderscheidbaarheid, homogeniteit en bestendigheid per geslacht of soort van elk ras, zoals bedoeld in lid 1, punt a), op basis van de toepasselijke protocollen van de Internationale Unie tot bescherming van kweekproducten (UPOV), door het CPVO vastgestelde protocollen of andere relevante technische en wetenschappelijke gegevens; en</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>specifieke vereisten inzake onderscheidbaarheid, homogeniteit en bestendigheid per geslacht en soort, zoals bedoeld in punt a), voor voor biologische productie geschikte biologische rassen, zoals gedefinieerd in artikel 3 van Verordening (EU) 2018/848, op basis van de toepasselijke protocollen die zijn vastgesteld door het UPOV of het CPVO, en met name door de vereisten betreffende homogeniteit aan te passen.</PARAG><PARAG>Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 76, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.</PARAG><PARAG>Zij passen de respectieve voorschriften aan in lijn met de ontwikkeling, in voorkomend geval, van internationale normen en de nieuwe wetenschappelijke en technische inzichten.</PARAG><PARAG>Totdat de in punt 2, b), bedoelde voorschriften zijn vastgesteld, wordt de beoordeling van de homogeniteit van andere voor biologische productie geschikte rassen dan de in artikel 68, lid 1, bedoelde rassen uitgevoerd op basis van afwijkende typen. Voor zelfbestuivende soorten wordt een populatienorm van 10 % en een toelatingskans van ten minste 90 % toegepast. Voor vrij bestoven uitkruisende soorten wordt een populatienorm van 20 % en een toelatingskans van ten minste 80 % toegepast.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 75 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanvulling van deze verordening met de door de bevoegde autoriteiten overeenkomstig lid 1, punten f) en g), vast te stellen <STRING STRIKE="on">minimumvoorwaarden</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">minimumvereisten voor de voorwaarden</STRING></STRING> voor de teelt met betrekking tot:<STRING BOLD="on"> [Am. 212]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">a)	</STRING></STRING>maatregelen op het veld, met inbegrip van gewasrotatie;<STRING BOLD="on"> [Am. 213]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">b)	</STRING></STRING>monitoringmaatregelen;<STRING BOLD="on"> [Am. 214]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>iii)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">c)	</STRING></STRING>de wijze van kennisgeving van de in punt<STRING STRIKE="on"> i)</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> a)</STRING></STRING> bedoelde voorwaarden aan de Commissie en de andere lidstaten;<STRING BOLD="on"> [Am. 215]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>iv)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">d)	</STRING></STRING>regels voor de rapportage door professionele exploitanten aan de bevoegde autoriteiten over de toepassing van de in punt<STRING STRIKE="on"> i)</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> a)</STRING></STRING> bedoelde voorwaarden;<STRING BOLD="on"> [Am. 216]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>v)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">e)	</STRING></STRING>de vermelding van de in punt<STRING STRIKE="on"> i)</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> a)</STRING></STRING> bedoelde voorwaarden in de nationale rassenregisters.<STRING BOLD="on"> [Am. 217]</STRING></PARAG><PARAG>Deze voorwaarden moeten worden gebaseerd op de recentste wetenschappelijke en technische inzichten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Met het oog op de registratie van een ras in het desbetreffende nationale rassenregister aanvaardt een bevoegde autoriteit, zonder verder onderzoek, een officiële<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> beschrijving, een officieel erkende</STRING></STRING> beschrijving of een officieel onderzoek van de voorschriften inzake de waarde voor duurzame teelt en duurzaam gebruik als bedoeld in lid 1, punt a), i), zoals voortgebracht door een bevoegde autoriteit van een andere lidstaat<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, indien beide bevoegde autoriteiten gelijkwaardige erkenningsmaatregelen hanteren</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 218]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 48</TI.ART><STI.ART>Onderscheidbaarheid</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>In het kader van de in artikel 47, lid 1, punt a), bedoelde officiële beschrijving wordt een ras als onderscheidbaar aangemerkt, indien het door de expressie van de kenmerken die voortvloeit uit een bepaald genotype of een combinatie van genotypen, duidelijk te onderscheiden is van elk ander ras <STRING STRIKE="on">waarvan het bestaan</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">dat</STRING></STRING> op de overeenkomstig artikel 58 vastgestelde datum van indiening van de aanvraag algemeen bekend is.<STRING BOLD="on"> [Am. 219]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het bestaan van een ander ras als bedoeld in lid 1 wordt met name als algemeen bekend beschouwd indien aan een of meer van de volgende voorwaarden is voldaan:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het ras is opgenomen in een nationaal rassenregister<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of in documentatie die aan de bevoegde autoriteit is verstrekt door natuurlijke of rechtspersonen die betrokken zijn bij de verkoop van plantaardig teeltmateriaal aan eindgebruikers of bij dynamische instandhouding</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 220]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>in de Unie is een aanvraag ingediend tot registratie van het ras of een aanvraag tot verlening van een kwekersrecht voor dat ras; of</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>in de Unie bestaat een officiële beschrijving van dat ras, dat wereldwijd algemeen bekend is, of het technisch onderzoek is uitgevoerd overeenkomstig artikel 59.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Indien lid 2, punt c), van toepassing is, wordt de officiële beschrijving van het ras ter beschikking van de bevoegde autoriteiten gesteld door de persoon die verantwoordelijk is of de personen die verantwoordelijk zijn voor de technische onderzoeken van dat ras.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 49</TI.ART><STI.ART>Uniformiteit</STI.ART><PARAG>In het kader van de officiële beschrijving wordt een ras als homogeen aangemerkt indien het, behoudens de variatie die kan worden verwacht van de bijzonderheden die eigen zijn aan de vermeerdering en het type ervan, voldoende homogeen is in de expressie van de relevante kenmerken die in aanmerking worden genomen bij het onderzoek naar de onderscheidbaarheid, alsmede in de expressie van andere kenmerken die voor de officiële beschrijving van het ras worden gebruikt.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 50</TI.ART><STI.ART>Bestendigheid</STI.ART><PARAG>In het kader van de officiële beschrijving wordt een ras als bestendig aangemerkt, indien de expressie van de kenmerken die in aanmerking worden genomen bij het onderzoek naar de onderscheidbaarheid, alsmede van alle andere kenmerken die voor de rasbeschrijving worden gebruikt, onveranderd blijft na achtereenvolgende vermeerderingen of, in het geval van vermeerderingscycli, aan het eind van iedere cyclus.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 51</TI.ART><STI.ART>Verleende kwekersrechten</STI.ART><PARAG>Indien aan een ras een kwekersrecht is toegekend krachtens artikel 62 van Verordening (EG) nr. 2100/1994 of krachtens de wetgeving van een lidstaat, wordt dat ras geacht onderscheidbaar, homogeen en bestendig te zijn in het kader van de officiële beschrijving en een geschikte rasbenaming te hebben voor de toepassing van artikel 47, lid 1, punt b).</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 52</TI.ART><STI.ART>Waarde voor duurzame teelt en duurzaam gebruik</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Voor de toepassing van artikel 47, lid 1, punt c), wordt de waarde van een ras voor de duurzame teelt en het duurzaam gebruik van een ras als voldoende beschouwd indien de kenmerken ervan, in vergelijking met andere rassen van dezelfde soort die in het nationale rassenregister van de betrokken lidstaatzijn geregistreerd, over het geheel genomen een duidelijke verbetering opleveren voor de duurzame teelt en het duurzaam gebruik dat van de gewassen, andere planten of daarvan afgeleide producten kan worden gemaakt.</PARAG><PARAG>De in de eerste alinea bedoelde kenmerken zijn, voor zover passend voor de betrokken soorten, regio’s, agro-ecologische omstandigheden en toepassingen:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>opbrengst, met inbegrip van opbrengststabiliteit en opbrengst onder omstandigheden die weinig productiemiddelen vergen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>tolerantie/resistentie tegen biotische druk, onder meer tegen plantenziekten veroorzaakt door nematoden, schimmels, bacteriën, virussen, insecten en andere plaagorganismen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>tolerantie voor of resistentie tegen abiotische druk, met inbegrip van aanpassing aan klimaatveranderingsgerelateerde omstandigheden;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>efficiënter gebruik van natuurlijke hulpbronnen, zoals water en nutriënten;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>verminderde behoefte aan externe productiemiddelen, zoals gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>kenmerken die de duurzaamheid van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">teelt, oogst, </STRING></STRING>opslag, verwerking<STRING STRIKE="on"> en</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> distributie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en gebruik </STRING></STRING>verbeteren;<STRING BOLD="on"> [Am. 221]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g)</NO.P>kwaliteit of voedingskenmerken<STRING STRIKE="on">.</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of kenmerken die van belang zijn voor de verwerking;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 222]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">afvalvermindering voor of na de oogst.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 223]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het onderzoek van de waarde voor duurzame teelt en duurzaam gebruik wordt voor de in bijlage I, delen B en C, opgenomen soorten op vrijwillige basis mogelijk gemaakt. Indien het onderzoek van de waarde voor duurzame teelt en duurzaam gebruik is uitgevoerd door een officiële bevoegde autoriteit of onder het officiële toezicht en de officiële leiding van de bevoegde autoriteit overeenkomstig artikel 61, staat zij toe dat op het in artikel 17, lid 5, vermelde deel van het etiket een duurzaamheidsclaim wordt opgenomen. De claim mag alleen betrekking hebben op de kenmerken waarvan tijdens de onderzoeken is gebleken dat zij een duidelijke verbetering opleveren ten opzichte van rassen van dezelfde soorten. Het vrijwillige systeem stelt de bevoegde instanties in staat methoden te ontwikkelen om de in lid 1, tweede alinea, punten a) tot en met g), vermelde kenmerken te beoordelen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 224]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Met het oog op de toepassing van lid 1 kunnen de lidstaten samenwerken met andere lidstaten met vergelijkbare agro-ecologische omstandigheden. Die lidstaten kunnen gemeenschappelijke faciliteiten opzetten om het onderzoek van de waarde voor duurzame teelt en duurzaam gebruik uit te voeren.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 75 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanvulling van deze verordening door:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de minimumvereisten vast te stellen voor de uitvoering van het in lid 1 bedoelde onderzoek;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de methoden vast te stellen voor de beoordeling van de in lid 1, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">tweede alinea, </STRING></STRING>punten a) tot en met<STRING STRIKE="on"> g)</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> g ter)</STRING></STRING>, genoemde kenmerken;<STRING BOLD="on"> [Am. 225]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de normen vast te stellen voor de evaluatie van en de verslaglegging over de resultaten van het onderzoek van de waarde voor duurzame teelt en duurzaam gebruik.</PARAG><PARAG>Bij die gedelegeerde handelingen worden de vereisten, methoden en normen van de punten a) tot en met c) aangepast aan de toepasselijke technische of wetenschappelijke ontwikkelingen en aan nieuw beleid of nieuwe regels van de Unie inzake duurzame landbouw.</PARAG><PARAG>Indien die nog niet zijn vastgesteld, kunnen de lidstaten dergelijke regels voor hun respectieve grondgebied vaststellen. Zij stellen de Commissie en de andere lidstaten daarvan in kennis.</PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Die gedelegeerde handelingen zorgen ervoor dat de in de eerste alinea, punten a), b) en c), bedoelde minimumvereisten, methoden en normen die op de delen D en E van bijlage I van toepassing zijn, worden aangepast aan de specifieke kenmerken van die soorten en het eindgebruik ervan, alsook aan de doelstellingen van diversiteit en innovatie.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 226]</STRING></PARAG><PARAG><STRING STRIKE="on">De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen een besluit vaststellen waarbij een lidstaat wordt verzocht die voorschriften in te trekken of te wijzigen, indien zij op grond van de beschikbare wetenschappelijke en technische gegevens ongeschikt worden geacht voor het onderzoek van de waarde voor duurzame teelt en duurzaam gebruik van een ras. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 76, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 227]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Voor de registratie van voor biologische productie geschikte biologische rassen, zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 19, van Verordening (EU) 2018/848, wordt de waarde voor duurzame teelt en duurzaam gebruik onder biologische omstandigheden onderzocht in lijn met die verordening, en met name artikel 5, punten d), e), f) en g), en artikel 12 van en deel I van bijlage II bij die verordening.</PARAG><PARAG>Wanneer de bevoegde autoriteiten niet in staat zijn om een onderzoek onder biologische omstandigheden uit te voeren of om bepaalde kenmerken, waaronder de vatbaarheid voor ziekten, te onderzoeken, mogen de tests worden uitgevoerd onder <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">omschakelingsomstandigheden of </STRING></STRING>omstandigheden die weinig productiemiddelen vergen en met alleen de voor de voltooiing van <STRING STRIKE="on">de testbehandelingen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het onderzoek</STRING></STRING> absoluut noodzakelijke tests met pesticiden en andere externe productiemiddelen.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> In voorkomend geval brengen de lidstaten jaarlijks aan de Commissie verslag uit over de redenen waarom zij niet onder biologische omstandigheden testen en over de tenuitvoerlegging van tests onder niet-biologische omstandigheden.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 228]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De bevoegde autoriteiten kunnen het testen van conventioneel zaad onder omstandigheden die weinig productiemiddelen vergen, biologische omschakelingsomstandigheden of biologische omstandigheden opnemen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 229]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4 ter.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uiterlijk ... [10 jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] evalueert de Commissie de resultaten van het in lid 1 bis bedoelde vrijwillige systeem en vat zij de resultaten van die evaluatie samen in een verslag aan het Europees Parlement en de Raad.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 230]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 53</TI.ART><STI.ART>Registratie van instandhoudingsrassen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>In afwijking van de artikelen 48, 49, 50, 52, artikel 55, lid 2, en de artikelen 56, 57 en 59 tot en met 65 wordt een instandhoudingsras geregistreerd in een nationaal rassenregister indien het aan de volgende voorwaarden voldoet:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het heeft een officieel erkende beschrijving waarin de kenmerken zijn gespecificeerd die het als instandhoudingsras kwalificeren, overeenkomstig de definitie in artikel 3, punt 29;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het heeft een aanduiding van zijn regio van eerste oorsprong<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of, indien bekend, de lokale omstandigheden waaronder het nieuw gekweekt is</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 231]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>het heeft een benaming die voldoet aan artikel 54;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>het wordt in stand gehouden de Unie.</PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De registratie krachtens dit artikel is kosteloos voor de aanvrager.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 232]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Een instandhoudingsras wordt op aanvraag van een in de Unie gevestigde professionele exploitant in het nationale rassenregister geregistreerd. Die aanvraag moet alle in lid 1, punten a) tot en met d), bedoelde elementen bevatten.</PARAG><PARAG>De bevoegde autoriteit aanvaardt of weigert de registratie van een instandhoudingsras, nadat zij heeft gecontroleerd of het in overeenstemming is met lid 1.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De bevoegde autoriteit stelt de aanvrager in kennis van haar besluit. Indien de registratie wordt afgewezen, worden de redenen voor de afwijzing vermeld.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 233]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Een ras wordt niet als instandhoudingsras in het nationale rassenregister opgenomen indien:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het reeds in het EU-rassenregister is opgenomen met een officiële beschrijving overeenkomstig artikel 44, lid 1, punt a), of indien het als ras met een officiële beschrijving uit het EU-rassenregister is geschrapt in de laatste twee jaar, of binnen twee jaar na het verstrijken van de krachtens artikel 71, lid 2, toegestane termijn, of</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het wordt beschermd door een communautair kwekersrecht als bedoeld in Verordening (EG) nr. 2100/94, of door een nationaal kwekersrecht, of als een aanvraag voor een dergelijk recht in behandeling is.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De in lid 1, punt a), bedoelde officieel erkende beschrijving wordt gebaseerd op de resultaten van niet-officiële tests, op kennis die is opgedaan door praktische ervaring tijdens de teelt, de vermeerdering en het gebruik, of op andere informatie, met name van de autoriteiten voor plantgenetische hulpbronnen of van organisaties die daartoe door de lidstaten zijn erkend.</PARAG><PARAG><STRING STRIKE="on">De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de kenmerken en informatie specificeren die deze beschrijving, indien passend voor specifieke soorten, moet omvatten. Dergelijke uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 76, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 234]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De persoon die verantwoordelijk is voor de instandhouding van een instandhoudingsras houdt daarvan monsters bij en stelt deze op verzoek ter beschikking van de bevoegde autoriteiten.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 53 bis</STRING></STRING></TI.ART><STI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Voorschriften voor de registratie van geselecteerde klonen en polyklonaal plantaardig teeltmateriaal in het register van de lidstaat</STRING></STRING></STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De aanvrager dient bij de bevoegde autoriteit een aanvraag in met vermelding van:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de soort en, in voorkomend geval, het ras waartoe de geselecteerde kloon of het polyklonaal plantaardig teeltmateriaal behoort, waarbij het ras moet zijn geregistreerd in een nationaal rassenregister als bedoeld in artikel 44;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de voorgestelde benaming en synoniemen;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in voorkomend geval, een beschrijving van het polyklonaal plantaardig teeltmateriaal;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">degene die verantwoordelijk is voor de instandhouding van de geselecteerde kloon of het polyklonaal plantaardig teeltmateriaal;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een verwijzing naar de beschrijving van de belangrijkste kenmerken van het ras waartoe de geselecteerde kloon of het polyklonaal teeltmateriaal behoort;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een beschrijving van de belangrijkste kenmerken van de waarde voor duurzame teelt en duurzaam gebruik van de geselecteerde kloon of het polyklonaal plantaardig teeltmateriaal;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de geschatte genetische voordelen van de geselecteerde kloon of het polyklonaal teeltmateriaal in verhouding tot de algehele prestaties van het ras in kwestie;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>h)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">informatie over of de geselecteerde kloon of het polyklonaal teeltmateriaal al dan niet reeds in een register van een andere lidstaat is geregistreerd.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om in het register van de lidstaat te worden opgenomen, voldoet de geselecteerde kloon aan de volgende vereisten:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">hij wordt conform internationaal aanvaarde methoden op basis van methoden van de Internationale Organisatie voor Wijnbouw en Wijnbereiding geselecteerd uit het ras waartoe hij behoort omdat een aantal bijzondere, binnen het ras voorkomende, fenotypische kenmerken en zijn fytosanitaire status de geselecteerde kloon betere prestaties geven;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de rasechtheid van de geselecteerde kloon wordt gewaarborgd door observatie van de fenotypische kenmerken en, in voorkomend geval, door moleculaire analyse overeenkomstig internationaal aanvaarde normen.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om in het register van de lidstaat te worden opgenomen, voldoet het polyklonaal teeltmateriaal aan de volgende vereisten:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het is geselecteerd in één veldproef met een representatief monster van de totale genetische diversiteit van het ras volgens een experimentele opzet op basis van internationaal aanvaarde methoden; die opzet is gebaseerd op methoden die zijn voorgeschreven door de Internationale Organisatie voor Wijnbouw en Wijnbereiding en het bestaat uit zeven tot twintig verschillende genotypen</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Organisatie voor Wijnbouw en Wijnbereiding, resolutie OIV-VITI 564B[1]2019.</STRING></STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de rasechtheid van het polyklonaal teeltmateriaal wordt gewaarborgd door observatie van de fenotypische kenmerken en, in voorkomend geval, door moleculaire analyse overeenkomstig internationaal aanvaarde normen.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De bevoegde autoriteit neemt pas een besluit over de opname in het register van de lidstaat nadat zij tot de conclusie is gekomen dat is voldaan aan de voorwaarden vermeld in de leden 2 en 3, zoals van toepassing voor het soort materiaal.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 235]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 54</TI.ART><STI.ART>Geschiktheid van rasbenamingen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Voor de toepassing van artikel 47, lid 1, punt b), wordt een rasbenaming niet geschikt geacht als:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het gebruik ervan op het grondgebied van de Unie inbreuk maakt op het oudere recht van een derde;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>zij in het algemeen voor de gebruikers ervan moeilijk als rasbenaming herkenbaar en hanteerbaar is;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>zij identiek is aan of kan worden verward met een rasbenaming:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>waaronder een ander ras van dezelfde of een nauw verwante soort wordt opgenomen in een nationaal rassenregister of in het EU-rassenregister, of<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> in het rassenregister van de Unie, of in documentatie die aan de bevoegde autoriteit is verstrekt door een natuurlijke of rechtspersoon die betrokken is bij de dynamische instandhouding;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 236]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>waaronder materiaal van een ander ras op de markt is aangeboden in een lidstaat of bij een lid van de Internationale Unie tot bescherming van kweekproducten,</PARAG><PARAG><STRING STRIKE="on">tenzij het in punt i) of ii) bedoelde ras niet langer bestaat en de benaming ervan geen bijzondere betekenis heeft verkregen;</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 237]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>zij identiek is aan of kan worden verward met andere benamingen die algemeen bij het op de markt aanbieden van goederen worden gebruikt of die op grond van wetgeving van de Unie vrij gehouden moeten worden;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>zij in een van de lidstaten aanstootgevend kan zijn of strijdig is met de openbare orde;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>zij misleidend kan zijn of verwarring kan veroorzaken met betrekking tot de kenmerken, de waarde of de identiteit van het ras, of de identiteit van de kweker.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Onverminderd lid 1 wordt, indien het ras al in andere nationale rassenregisters is geregistreerd, de benaming alleen geschikt geacht als zij identiek is aan de benaming die in die registers wordt gehanteerd.</PARAG><PARAG>Dit lid geldt niet als:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de benaming in een of meer lidstaten misleidend of verwarrend kan werken wat het ras betreft, of</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>een recht van een derde het vrije gebruik van die benaming voor het betrokken ras in de weg staat.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Indien de bevoegde autoriteit na registratie van een ras vaststelt dat de benaming ten tijde van de registratie niet geschikt was in de zin van de leden 1 en 2, dient de aanvrager een aanvraag voor een nieuwe benaming in. De bevoegde autoriteit besluit over die aanvraag na raadpleging van het CPVO.</PARAG><PARAG>De bevoegde autoriteit mag toestaan dat de eerdere benaming tijdelijk wordt gebruikt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 75 gedelegeerde handelingen ter aanvulling van deze verordening vast te stellen met specifieke criteria voor de geschiktheid van rasbenamingen wat betreft:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de relatie van die benamingen met handelsbenamingen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de relatie van die benamingen met geografische aanduidingen of oorsprongsbenamingen voor landbouwproducten;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>schriftelijke toestemming van de houders van oudere rechten om beletsels ten aanzien van de geschiktheid van een benaming weg te nemen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>de bepaling of een benaming misleidend of verwarrend is als bedoeld in lid 1, punt f), en</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>het gebruik van een benaming in de vorm van een code.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TISECTION">AFDELING 3</TI><STI.GR>PROCEDURE VOOR DE REGISTRATIE VAN RASSEN IN DE NATIONALE RASSENREGISTERS</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 55</TI.ART><STI.ART>Indiening van aanvragen</STI.ART><PARAG>Elke in de Unie gevestigde professionele exploitant mag bij de bevoegde autoriteit elektronisch een aanvraag tot registratie van een ras in het nationale rassenregister indienen.</PARAG><PARAG>Voor de indiening van die aanvraag kan aan de aanvrager een vergoeding worden opgelegd, zoals vastgesteld door de bevoegde autoriteit.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 56</TI.ART><STI.ART>Inhoud van de aanvraag tot registratie van een ras</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De aanvraag tot registratie van een ras in een nationaal rassenregister moet bestaan uit:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>een verzoek om registratie;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de identificatie van het botanische taxon waartoe het ras behoort;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>in voorkomend geval, het registratienummer van de aanvrager, diens naam en adres, of waar van toepassing, de namen en adressen van de gezamenlijke aanvragers, en de bewijzen van aanstelling van een eventuele vertegenwoordiger voor de procedure;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>een <STRING STRIKE="on">voorgestelde</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voorlopige</STRING></STRING> benaming;<STRING BOLD="on"> [Am. 238]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de aanvrager stelt een rasbenaming voor, die bij de aanvraag kan worden gevoegd;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 239]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>de naam en het adres van de persoon die voor de instandhouding van het ras verantwoordelijk is en, indien van toepassing, diens registratienummer;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>een beschrijving van de belangrijkste kenmerken van het ras, informatie over of het uitsluitend aan bepaalde seizoenen van het jaar is aangepast en, indien beschikbaar, een ingevulde technische vragenlijst;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g)</NO.P>een beschrijving van de procedure voor de instandhouding van het ras;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>h)</NO.P>de plaats waar het ras wordt gekweekt en, indien van toepassing, het specifieke gebied van oorsprong;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>informatie over een eventuele registratie van het ras in een ander nationaal rassenregister en over een eventuele in behandeling zijnde aanvraag tot registratie in die registers waar de aanvrager weet van heeft;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>j)</NO.P>wanneer dat ras geheel of gedeeltelijk uit een genetisch gemodificeerd organisme bestaat, bewijsmateriaal dat het genetisch gemodificeerde organisme is toegelaten voor de teelt in de Unie, overeenkomstig Richtlijn 2001/18/EG of Verordening (EG) nr. 1829/2003, of, indien van toepassing, in de respectieve lidstaat overeenkomstig artikel 26 ter van Richtlijn 2001/18/EG<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en bewijsmateriaal van de naleving van de voorschriften voor teelt en monitoring in het betreffende groeiseizoen</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 240]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>k)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">indien de aanvraag instandhoudingsrassen betreft, informatie met betrekking tot de productie van een officieel erkende beschrijving van het ras, bewijsmateriaal van die beschrijving en een document of publicatie ter staving van die beschrijving;</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 241]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>l)</NO.P>in het geval van een aanvraag met betrekking tot rassen waarvoor een kwekersrecht is verleend overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2100/94, of de wetgeving van een lidstaat, het bewijs dat het ras door zo'n kwekersrecht beschermd wordt, met de bijbehorende officiële beschrijving;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>m)</NO.P>in het geval dat het ras geheel of gedeeltelijk bestaat uit een NGT-plant van categorie 1 zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 7, van Verordening (EU).../... van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) …/… van het Europees Parlement en de Raad van … (..., blz. ...).</FIELD></FOOTNOTE> (PB: gelieve de verwijzing naar NGT-verordening ... in te voegen<STRING STRIKE="on">Office of Publications, please insert reference to NGT Regulation ...</STRING>), bewijsmateriaal dat die plant een verklaring heeft verkregen met de status van NGT-plant van categorie 1 overeenkomstig artikel 6 of 7 van die verordening of een nakomeling is van dergelijke planten;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>n)</NO.P>in het geval dat het ras geheel of gedeeltelijk bestaat uit een NGT-plant van categorie 2 zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 8, van Verordening (EU).../... (PB: gelieve de verwijzing naar NGT-verordening ... in te voegen<STRING STRIKE="on">Office of Publications, please insert reference to NGT Regulation ...</STRING>), vermelding van dat feit;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>o)</NO.P><STRING STRIKE="on">het beoogde gebruik of de voorwaarden voor de teelt, </STRING>indien <STRING STRIKE="on">van toepassing overeenkomstig</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het ras tolerant is voor herbiciden als bedoeld in</STRING></STRING> artikel 47, lid <STRING STRIKE="on">2</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1</STRING></STRING>,<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> punt f), of bijzondere kenmerken heeft die tot ongewenste agronomische effecten kunnen leiden als bedoeld in artikel 1, punt g), een vermelding van dat feit;</STRING></STRING><STRING STRIKE="on"> van het ras.</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 242]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>o bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de kweektechnieken die zijn gebruikt voor het ontwikkelen van het ras;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 243]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>o ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het bestaan van intellectuele-eigendomsrechten die rusten op het ras, de bestanddelen en de kenmerken ervan, binnen de grenzen van de voor dat ras aangevraagde of aan de aanvrager verleende rechten, ook indien de aanvrager een contractuele licentie heeft ondertekend of een dwanglicentie heeft verkregen voor het gebruik van een octrooi dat eigendom is van een andere exploitant.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 244]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De aanvraag tot registratie van een ras in een nationaal rassenregister moet vergezeld gaan van een monster dat voor het onderzoek van dat ras moet worden gebruikt. De bevoegde autoriteit van de respectieve lidstaat stelt een termijn vast voor de indiening van dat monster en specificeert de benodigde kwaliteit en kwantiteit.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 57</TI.ART><STI.ART>Formeel onderzoek van de aanvraag</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat registreert en onderzoekt elke in artikel 55 bedoelde aanvraag, teneinde vast te stellen of deze aan de voorschriften van artikel 56 voldoet.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Indien de aanvraag niet aan de voorschriften van artikel 56 voldoet, stelt de bevoegde autoriteit de aanvrager in de gelegenheid om de aanvraag binnen een bepaalde termijn dienovereenkomstig te corrigeren. Indien de aanvraag niet binnen deze termijn aan deze voorschriften voldoet, wijst de bevoegde autoriteit de aanvraag af en beëindigt zij de registratie van het ras.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 58</TI.ART><STI.ART>Datum van de registratieaanvraag</STI.ART><PARAG>De datum van indiening van de registratieaanvraag is de datum waarop de aanvraag, die volledig voldoet aan de voorschriften van artikel 56, door de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat wordt ontvangen.</PARAG><PARAG>De bevoegde autoriteiten zenden de aanvrager onmiddellijk een bevestiging toe van de succesvolle indiening van de aanvraag, met inbegrip van informatie over de datum van die indiening.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 59</TI.ART><STI.ART>Technische beschrijving van het ras</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Indien de aanvraag na het formele onderzoek blijkt te voldoen aan de voorschriften van artikel 56, wordt een technisch onderzoek van het ras uitgevoerd.</PARAG><PARAG>Het technisch onderzoek wordt uitgevoerd door het ras te telen, rekening houdend met het beoogde gebruik en de voorwaarden voor de teelt van het ras. Andere middelen, waaronder het gebruik van biomoleculaire technieken, kunnen worden gebruikt als aanvullend instrument, naargelang van het technisch onderzoek, de betrokken soort of de te controleren kenmerken, zoals vastgesteld overeenkomstig de in artikel 47, lid 2, bedoelde uitvoeringshandeling met betrekking tot onderscheidbaarheid, homogeniteit en bestendigheid.</PARAG><PARAG>Bij het technische onderzoek wordt nagegaan of:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>wordt voldaan aan de voorschriften van de artikelen 48 tot en met 50 inzake onderscheidbaarheid, homogeniteit en bestendigheid van het ras;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het ras overeenkomstig artikel 52 waarde heeft voor duurzame teelt en duurzaam gebruik, in het geval van de in artikel 47, lid 1, punt a), ii), bedoelde rassen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het in lid 1 bedoelde technische onderzoek wordt uitgevoerd door de bevoegde autoriteit overeenkomstig artikel 60, tenzij de in artikel 61, lid 1, bedoelde afwijking van toepassing is.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Indien een door het CPVO of een andere bevoegde instantie opgesteld formeel verslag over de onderscheidbaarheid, homogeniteit en bestendigheid van het ras reeds beschikbaar is, houdt de bevoegde autoriteit bij de uitvoering van het technisch onderzoek rekening met de conclusies van dat verslag.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Voor de uitvoering van het technisch onderzoek van lid 1 kan aan de aanvrager een vergoeding worden opgelegd, zoals vastgesteld door de bevoegde autoriteit.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 60</TI.ART><STI.ART>Audit van de werklocaties van de bevoegde autoriteit</STI.ART><PARAG>De bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat mag het technisch onderzoek met betrekking tot de naleving van de in de artikelen 48 tot en met 50 bedoelde voorschriften inzake onderscheidbaarheid, homogeniteit en bestendigheid pas uitvoeren nadat haar werklocaties en de werkregelingen die zij in dit kader heeft opgezet, geschikt zijn bevonden voor de uitvoering van dit onderzoek, op grond van een door het CPVO of de Commissie uitgevoerde audit.</PARAG><PARAG>Op basis van de in de eerste alinea bedoelde audit kan de Commissie de bevoegde autoriteit zo nodig aanbevelen maatregelen te nemen om de geschiktheid van haar werklocaties en organisatie te waarborgen. De Commissie kan verdere audits uitvoeren en zo nodig de bevoegde autoriteit corrigerende maatregelen aanbevelen om de geschiktheid van haar werklocaties en organisatie te waarborgen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 61</TI.ART><STI.ART>Toestemming voor de aanvrager om technisch onderzoek op de waarde voor duurzame teelt en duurzaam gebruik uit te voeren</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>In afwijking van artikel 59, lid 2, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en alleen voor exploitanten die deelnemen aan het in artikel 52, lid 2 bis, bedoelde vrijwillige systeem, kan de bevoegde autoriteit de aanvrager toestaan</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">kan</STRING> het technische onderzoek om na te gaan of het ras van waarde is voor duurzame teelt en duurzaam gebruik, overeenkomstig artikel 52, of een deel daarvan, <STRING STRIKE="on">worden verricht door de aanvrager,</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uit te voeren</STRING></STRING> indien:<STRING BOLD="on"> [Am. 245]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">de aanvrager daarvoor toestemming heeft gekregen van de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat;</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 246]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het onderzoek wordt uitgevoerd onder het officiële toezicht en de officiële leiding van de betrokken bevoegde autoriteit, en</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>het onderzoek plaatsvindt op de daartoe bestemde werklocaties<STRING STRIKE="on">.</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het onderzoek komt niet in de plaats van de risicobeoordeling als bedoeld in de aanvraag voor toestemming voor het in de handel brengen uit hoofde van Richtlijn 2001/18/EG inzake genetisch gemodificeerde organismen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 247]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Voordat de toestemming voor het uitvoeren van het technische onderzoek op de werklocaties van de kwekers wordt verleend, voert de bevoegde autoriteit een audit van de werklocaties, de middelen en de organisatorische capaciteiten van de aanvrager uit. Bij die audit wordt nagegaan of de werklocaties, de laboratoriumvoorzieningen en de organisatie en de uitvoering van de teeltproeven geschikt zijn voor de uitvoering van het technisch onderzoek op de werklocaties van de kwekers met betrekking tot de naleving van de in artikel 52 bedoelde voorschriften inzake waarde voor duurzame teelt en duurzaam gebruik.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 75 gedelegeerde handelingen ter aanvulling van deze verordening vast te stellen met voorschriften voor de in lid 2 bedoelde audit.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Op basis van de in lid 2 bedoelde audit kan de bevoegde autoriteit de aanvrager zo nodig aanbevelen stappen te nemen om de geschiktheid van zijn werklocaties en organisatie voor het onderzoek te waarborgen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De bevoegde autoriteit kan naast de in lid 2 bedoelde audits aanvullende audits uitvoeren en, in voorkomend geval, de aanvrager aanbevelen om binnen een specifieke termijn corrigerende maatregelen te nemen met betrekking tot zijn werklocaties en de werkregelingen. Indien de bevoegde autoriteit na die termijn concludeert dat de werklocaties en werkregelingen van de aanvrager niet geschikt zijn, kan zij de in lid 1 bedoelde toestemming intrekken of wijzigen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 62</TI.ART><STI.ART>Aanvullende voorschriften voor technische onderzoeken</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 75 gedelegeerde handelingen vast te stellen ter aanvulling van de voorschriften voor technische onderzoeken in artikelen 59. Die gedelegeerde handelingen kunnen betrekking hebben op:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de kwalificatie, opleiding en werkzaamheden van het personeel van de bevoegde autoriteit, of van de aanvrager, voor de uitvoering van het in artikel 61 bedoelde technische onderzoek;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de uitrusting, met inbegrip van laboratoria voor de tests, die nodig is om het technische onderzoek uit te voeren;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de opstelling van een referentiecollectie van rassen om het onderzochte ras te vergelijken met andere rassen om de onderscheidbaarheid te beoordelen, en het opslagbeheer van die referentiecollectie;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>de opstelling van kwaliteitsbeheerssystemen, inclusief de registratie van de activiteiten en protocollen of richtsnoeren, voor gebruik bij het technische onderzoek;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>de uitvoering van veldproeven en laboratoriumtests voor bepaalde geslachten of soorten, met inbegrip van biomoleculaire technieken.</PARAG><PARAG>Die gedelegeerde handelingen worden aangepast aan de beschikbare internationale technische en wetenschappelijke protocollen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Indien geen voorschriften zijn vastgesteld krachtens lid 1, worden de technische onderzoeken uitgevoerd overeenkomstig nationale protocollen wat betreft de in lid 1, punten a) tot en met e), genoemde aspecten.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 63</TI.ART><STI.ART>Vertrouwelijkheid</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Indien tijdens het in artikel 59, bedoelde technische onderzoek een onderzoek van de genealogische bestanddelen nodig blijkt te zijn, worden de resultaten van dat onderzoek en de beschrijving van de genealogische bestanddelen op verzoek van de aanvrager vertrouwelijk behandeld.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>In geval van rassen van plantaardig teeltmateriaal die uitsluitend voor de productie van landbouwgrondstoffen voor industriële doeleinden bestemd zijn, worden bepaalde elementen van het technisch onderzoek en de beoogde toepassingen van die rassen, waarvan de openbaarmaking de concurrentiepositie van de aanvrager kan aantasten, op verzoek van de aanvrager vertrouwelijk behandeld.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Dit artikel doet geen afbreuk aan artikel 8 van Verordening (EU) 2017/625.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De bevoegde autoriteiten houden naar behoren rekening met de vertrouwelijkheid van commerciële of industriële informatie wanneer daarin wordt voorzien door het Unierecht of het nationaal recht ter bescherming van legitieme economische belangen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 248]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 64</TI.ART><STI.ART>Voorlopig onderzoeksverslag en voorlopige officiële beschrijving</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Naar aanleiding van het bij artikel 59 geregelde technische onderzoek stelt de bevoegde autoriteit een voorlopig onderzoeksverslag op over de naleving van de voorschriften inzake onderscheidbaarheid, homogeniteit en bestendigheid, evenals de kenmerken van de waarde voor duurzame teelt en duurzaam gebruik, waar van toepassing, als bedoeld in de artikelen 48, 49, 50 en 52, en zij geeft op basis van dat verslag een voorlopige officiële beschrijving van het ras af.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>In het voorlopige onderzoeksverslag mag worden verwezen naar bevindingen van andere onderzoeksverslagen die voor het desbetreffende ras door de betrokken bevoegde autoriteit, andere bevoegde autoriteiten of het CPVO zijn opgesteld.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De bevoegde autoriteit deelt het voorlopige onderzoeksverslag en de voorlopige officiële beschrijving van het ras aan de aanvrager mee. De aanvrager heeft 15 kalenderdagen de tijd om opmerkingen over deze documenten in te dienen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Indien de bevoegde autoriteit van oordeel is dat het voorlopige onderzoeksverslag onvoldoende basis vormt voor een beslissing over de registratie van het ras, verzoekt zij de aanvrager om aanvullende informatie, onderzoeken of andere maatregelen, naargelang het geval, om te waarborgen dat het ras voldoet aan de voorschriften inzake onderscheidbaarheid, homogeniteit, bestendigheid en waarde voor duurzame teelt en/of duurzaam gebruik, zoals respectievelijk vastgesteld in de artikelen 48, 49, 50 en 52.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 65</TI.ART><STI.ART>Onderzoeksverslag en definitieve officiële beschrijving</STI.ART><PARAG>Rekening houdend met eventuele opmerkingen over het voorlopige onderzoeksverslag en de voorlopige officiële beschrijving van de aanvrager, stelt de bevoegde autoriteit een definitief onderzoeksverslag en een officiële definitieve beschrijving betreffende de onderscheidbaarheid, homogeniteit en bestendigheid van het ras op, met inbegrip van een samenvatting van de onderzoeksresultaten betreffende de waarde voor duurzame teelt en duurzaam gebruik.</PARAG><PARAG>De bevoegde autoriteiten stellen de onderzoeksverslagen en de officiële beschrijving naar aanleiding van een met redenen omkleed verzoek ter beschikking aan derden, met inachtneming van de wetgeving van de lidstaten en de Unie inzake gegevensbescherming en de toepasselijke voorschriften inzake vertrouwelijkheid.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 66</TI.ART><STI.ART>Onderzoek van de benaming van een ras</STI.ART><PARAG>Na het in artikel 57 bedoelde formele onderzoek van de aanvraag en voordat een ras krachtens artikel 67 in een nationaal rassenregister wordt geregistreerd, raadpleegt de bevoegde autoriteit het CPVO over de door de aanvrager voorgestelde rasbenaming.</PARAG><PARAG>Het CPVO doet de bevoegde autoriteit een aanbeveling inzake de geschiktheid van de door de aanvrager voorgestelde rasbenaming, overeenkomstig artikel 54. De bevoegde autoriteit stelt de aanvrager van die aanbeveling in kennis.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 67</TI.ART><STI.ART>Beslissing over de registratie van een ras in het nationale rassenregister</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Indien op grond van de in de artikelen 55 tot en met 66 vastgelegde procedure wordt geconcludeerd dat het ras voldoet aan de voorwaarden van artikel 47, lid 1, besluit de bevoegde autoriteit van de desbetreffende lidstaat het ras in het nationale rassenregister te registreren.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De bevoegde autoriteit stelt een besluit tot weigering van registratie in het nationale rassenregister vast indien:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>zij vaststelt dat niet is voldaan aan de respectieve voorschriften van artikel 47, lid 1, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en artikel 48, </STRING></STRING>of<STRING BOLD="on"> [Am. 249]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de aanvrager niet heeft voldaan aan een of meer verplichtingen zoals vastgesteld in de artikelen 55 tot en met 64.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Besluiten waarbij de registratie van een ras in het nationale rassenregister wordt geweigerd, worden met redenen omkleed.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De bevoegde autoriteit doet de aanvrager het besluit als bedoeld in de leden 1 en 2 toekomen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Tegen de in de leden 1 en 2 bedoelde besluiten kan overeenkomstig de administratiefrechtelijke bepalingen van de betrokken lidstaat beroep worden aangetekend. Indien tegen een besluit zoals bedoeld in lid 1 beroep wordt aangetekend, wordt de registratie van het respectieve ras opgeschort.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Voor de vaststelling van het in lid 1 bedoelde besluit kan het zijn dat de aanvrager een vergoeding moet betalen, zoals vastgesteld door de bevoegde autoriteit.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 68</TI.ART><STI.ART>Overeenkomstig de Richtlijnen 68/193/EEG, 2002/53/EG, 2002/55/EG en 2008/90/EG geregistreerde rassen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>In afwijking van de artikelen 54 tot en met 67 registreren de bevoegde autoriteiten alle rassen die officieel zijn toegelaten of geregistreerd vóór... [de datum van inwerkingtreding van deze verordening<STRING STRIKE="on">the date of the entry into force of this Regulation</STRING>] onmiddellijk in hun nationale rassenregisters, in de (rassen)lijsten of registers die door de desbetreffende lidstaten zijn opgesteld overeenkomstig artikel 5 van Richtlijn 68/193/EEG<STRING STRIKE="on">,</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en</STRING></STRING> artikel 3 van Richtlijn 2002/53/EG, artikel 3, lid 2, van Richtlijn 2002/55/EG<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, alsook rassen met een officiële beschrijving overeenkomstig</STRING></STRING><STRING STRIKE="on"> en</STRING> artikel 7<STRING STRIKE="on">, lid 4,</STRING> van Richtlijn 2008/90/EG, zonder de registratieprocedure van die artikelen toe te passen.<STRING BOLD="on"> [Am. 250]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>In afwijking van artikel 53 worden rassen die overeenkomstig artikel 3 van Richtlijn 2008/62/EG<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, artikel 3, lid 1,</STRING></STRING> en artikel <STRING STRIKE="on">3</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">21</STRING></STRING>, lid 1, van Richtlijn 2009/145/EG<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, alsook rassen die met een officieel erkende beschrijving overeenkomstig artikel 7 van Richtlijn 2008/90/EG</STRING></STRING> voor... [de datum van inwerkingtreding van deze verordering<STRING STRIKE="on">OJ, please, insert the date of the entry into force of this Regulation</STRING>] zijn toegelaten, onmiddellijk in de nationale rassenregisters geregistreerd als instandhoudingsrassen met een officieel erkende beschrijving, zonder de registratieprocedure van dat artikel toe te passen.<STRING BOLD="on"> [Am. 251]</STRING></PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TISECTION">AFDELING 4</TI><STI.GR>Registratieduur en instandhouding van rassen</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 69</TI.ART><STI.ART>Registratieduur</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De duur van de registratie van een ras in een nationaal rassenregister (hierna “registratieduur” genoemd) bedraagt tien jaar.</PARAG><PARAG>Deze registratieduur bedraagt echter dertig jaar voor<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> instandhoudingsrassen en</STRING></STRING> rassen van de in deel C, respectievelijk deel D, van bijlage I vermelde soorten fruitgewassen en teeltmateriaal voor wijnstokken.<STRING BOLD="on"> [Am. 252]</STRING></PARAG><PARAG>Indien het ras geheel of gedeeltelijk bestaat uit een genetisch gemodificeerd organisme, is de registratieduur de periode waarvoor dat genetisch gemodificeerde organisme krachtens Richtlijn 2001/18/EG of Verordening (EG) nr. 1829/2003 voor de teelt is toegelaten.</PARAG><PARAG>In het geval van rassen die bestaan uit een NGT-plant van categorie 2 zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 8, van Verordening (EU).../... (PB: gelieve referentie van NGT-verordening ... in te voegen<STRING STRIKE="on">Office of Publications, please insert reference to NGT Regulation...</STRING>), wordt de registratieduur beperkt tot de periode waarvoor die plant krachtens die verordening is toegelaten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De registratieduur van een ras in een nationaal rassenregister kan telkens met respectievelijk tien of dertig jaar worden verlengd overeenkomstig de in artikel 70 vastgelegde procedure en voorwaarden.</PARAG><PARAG>Indien een ras geheel of gedeeltelijk bestaat uit een genetisch gemodificeerd organisme, is de registratie geldig zolang dat genetisch gemodificeerde organisme krachtens Richtlijn 2001/18/EG of Verordening (EG) nr. 1829/2003 voor de teelt is toegelaten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Voor de indiening van die aanvraag kan aan de aanvrager een jaarlijkse vergoeding worden opgelegd, zoals vastgesteld door de bevoegde autoriteit.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 70</TI.ART><STI.ART>Procedure en voorwaarden voor de verlenging van een registratie</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Eenieder die de registratie van een ras wenst te verlengen, moet daartoe niet eerder dan twaalf maanden voor en niet later dan zes maanden na de afloop van de in artikel 69, lid 1, bedoelde registratieduur een aanvraag indienen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De aanvraag wordt in elektronische vorm ingediend. Bij de aanvraag worden bewijsstukken gevoegd waaruit blijkt dat aan de voorwaarden van de lid 3 is voldaan.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De registratie van een ras in een nationaal rassenregister kan uitsluitend worden verlengd als:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de aanvrager voldoende bewijs heeft overgelegd dat het ras nog steeds voldoet aan de respectieve voorschriften van artikel 47, lid 1, en</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat heeft vastgesteld dat er een persoon is die verantwoordelijk is voor de instandhouding van het ras overeenkomstig artikel 72.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De bevoegde autoriteit kan, op eigen initiatief, de registratie van een ras verlengen indien er bij de betrokken professionele exploitanten en landbouwers nog een grote vraag naar is, of indien deze registratie moet worden gehandhaafd in het belang van de instandhouding van plantgenetische hulpbronnen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, op voorwaarde dat het ras niet langer beschermd wordt door een kwekersrecht overeenkomstig Verordening (EG) nr</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> 2100/94 </STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING STRIKE="on">van de Raad</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en dat het ras ten minste twee jaar niet meer op de lijst staat.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 253]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 71</TI.ART><STI.ART>Verwijdering uit nationale rassenregisters</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat verwijdert een ras uit het nationale rassenregister als:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>zij op grond van nieuwe aanwijzingen concludeert dat niet langer aan de voorschriften voor registratie van artikel 47, lid 1, wordt voldaan;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de aanvrager de vergoeding die de bevoegde autoriteit overeenkomstig artikel 55, artikel 59, lid 4, artikel 67, lid 6, en artikel 69, lid 3, heeft vastgesteld, niet betaalt;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de persoon die verantwoordelijk is voor de instandhouding van het ras, zoals bedoeld in artikel 72, daarom verzoekt, of die persoon de instandhouding van het ras heeft gestaakt en geen andere persoon verantwoordelijk is geworden voor de instandhouding ervan;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>het ras niet langer overeenkomstig de voorschriften van artikel 72 in stand wordt gehouden;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>het ras in een derde land in stand wordt gehouden en dat land geen hulp heeft verleend bij de controles op die instandhouding krachtens artikel 72, lid 7;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>bij de aanvraag onjuiste of misleidende inlichtingen zijn verstrekt op basis waarvan tot registratie is besloten;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g)</NO.P>binnen de in artikel 70, lid 1, bedoelde termijn geen verlengingsaanvraag is ingediend en de in artikel 69, lid 1, bedoelde registratieduur is verstreken.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De bevoegde autoriteit mag op verzoek van de aanvrager toestaan dat een overeenkomstig lid 1, punt g), uit het nationale rassenregister verwijderd ras nog tot en met 30 juni van het derde jaar na de verwijdering van het ras uit het register op de markt wordt aangeboden.</PARAG><PARAG>Dat verzoek moet uiterlijk worden ingediend op de datum waarop de geldigheid van de registratie verloopt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Nadat het ras uit een nationaal rassenregister is geschrapt zoals bedoeld in lid 1, wordt het onmiddellijk uit het EU-rassenregister verwijderd indien het niet in een ander nationaal rassenregister is geregistreerd.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 72</TI.ART><STI.ART>Instandhouding van rassen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>In een nationaal rassenregister geregistreerde rassen worden in stand gehouden door de aanvrager, of door een andere persoon die daartoe door de aanvrager bij de bevoegde autoriteit is aangemeld. De bevoegde autoriteit machtigt die andere persoon om het ras in stand te houden, indien die persoon bewijst dat die daartoe bekwaam is, en de bevoegde autoriteit trekt die machtiging in indien die persoon daartoe niet langer in staat is. De naam en het registratienummer van de persoon worden door de aanvrager meegedeeld aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het ras wordt in stand gehouden overeenkomstig aanvaarde praktijken voor de desbetreffende geslachten, soorten of specifieke typen rassen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De in lid 1 bedoelde personen houden een administratie bij betreffende de instandhouding van het ras. De bevoegde autoriteit moet te allen tijde de instandhouding van het ras aan de hand van die administratie kunnen controleren. Die administratie omvat ook de productie van prebasismateriaal, basismateriaal, gecertificeerd materiaal en standaardmateriaal, alsmede de productiestadia die aan prebasismateriaal voorafgaan.</PARAG><PARAG>Op verzoek wordt aan de bevoegde autoriteit een standaardmonster van het betrokken ras verstrekt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De bevoegde autoriteit voert controles uit van de wijze waarop rassen in stand worden gehouden en mag daartoe monsters van de betrokken rassen nemen. De frequentie van die controles is gebaseerd op de waarschijnlijkheid van niet-naleving van de leden 1 tot en met 3.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Indien een bevoegde autoriteit constateert dat de voor de instandhouding van het ras verantwoordelijke persoon niet voldoet aan de leden 1 tot en met 3, geeft zij die persoon voldoende de tijd om corrigerende maatregelen te nemen of een andere persoon te verzoeken de instandhouding van het ras over te nemen. Indien binnen die termijn geen actie wordt ondernomen, verwijdert de bevoegde autoriteit het ras uit het nationale rassenregister overeenkomstig artikel 71.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Indien een ras in stand wordt gehouden in een andere lidstaat dan de lidstaat waar het ras in het rassenregister is geregistreerd, helpen de bevoegde autoriteiten van beide lidstaten elkaar bij de controles betreffende de instandhouding van het ras. Indien dergelijke hulp niet binnen een redelijke termijn wordt verleend of indien wordt geconcludeerd dat de instandhouding van het ras niet overeenkomstig dit artikel wordt uitgevoerd, verwijdert de respectieve bevoegde autoriteit het ras uit het nationale rassenregister overeenkomstig artikel 71.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>Indien een ras in stand wordt gehouden in een derde land, vragen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat in wiens nationale rassenregister dat ras geregistreerd is, de autoriteiten van het derde land om hulp bij de controles op de instandhouding van het ras, indien die instandhouding onderworpen is aan de erkenning van gelijkwaardigheid overeenkomstig artikel 39, lid 5. Indien dergelijke hulp niet binnen een redelijke termijn wordt verleend of indien wordt geconcludeerd dat de instandhouding van het ras niet overeenkomstig dit artikel wordt uitgevoerd, verwijdert de respectieve bevoegde autoriteit het ras uit het nationale rassenregister overeenkomstig artikel 71.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TISECTION">AFDELING 5</TI><STI.GR>BIJHOUDEN VAN DOCUMENTATIE EN MONSTERS</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 73</TI.ART><STI.ART>Documentatie over de nationale rassenregisters</STI.ART><PARAG>De bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat houdt een dossier bij over elk ras dat is geregistreerd in het nationale rassenregister, met daarin:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de officiële beschrijving of de officieel erkende beschrijving van het ras;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het onderzoeksverslag; en</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>eventuele aanvullende onderzoeksverslagen overeenkomstig artikel 64, lid 4.</PARAG><PARAG>In het geval van een officieel erkende beschrijving bevat het dossier alleen die beschrijving en de ondersteunende documenten.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 74</TI.ART><STI.ART>Monsters van de geregistreerde rassen</STI.ART><PARAG>De bevoegde autoriteiten houden monsters van de in de nationale rassenregisters geregistreerde rassen bij en stellen deze op verzoek ter beschikking van derden.</PARAG><PARAG>De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen met betrekking tot de omvang van die monsters, de voorschriften voor de vervanging ervan, indien de omvang van het oorspronkelijke monster te beperkt is of niet langer toereikend is vanwege het gebruik ervan in andere onderzoeken, en de indiening ervan bij andere bevoegde autoriteiten. Die uitvoeringshandeling wordt vastgesteld volgens de in artikel 76, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">HOOFDSTUK V</TI><STI.GR>PROCEDURELE BEPALINGEN</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 75</TI.ART><STI.ART>Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De in artikel 2, lid 3, artikel 7, lid 3, artikel 8, lid 4, artikel 10, lid 2<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, artikel 12, lid 3</STRING></STRING>, artikel 15, lid 5, artikel 20, lid 2, artikel 22, lid 2, artikel 24, lid 4, artikel 27, lid 3<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, artikel 30 bis, artikel 33, leden 1 en 3, artikel 38, leden 1 en 2</STRING></STRING>, artikel 46, lid 2, artikel 47, lid 3, artikel 52, lid 3, artikel 54, lid 4, artikel 61, lid 3, en artikel 62, lid 1, bedoelde <STRING STRIKE="on">bevoegdheidsdelegatie</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen,</STRING></STRING> wordt aan de Commissie toegekend voor vijf jaar met ingang van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">[</STRING></STRING>de datum van inwerkingtreding van deze verordening<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">]</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 254]</STRING></PARAG><PARAG>De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van vijf jaar verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de eerste termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 2, lid 3, artikel 7, lid 3, artikel 8, lid 4, artikel 10, lid 2, artikel <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">12, lid 3, artikel </STRING></STRING>15, lid 5, artikel 20, lid 2, artikel 22, lid 2, artikel 24, lid 4, artikel 27, lid 3<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, artikel 30 bis, artikel 33, leden 1 en 3, artikel 38, leden 1 en 2</STRING></STRING>, artikel 46, lid 2, artikel 47, lid 3, artikel 52, lid 3, artikel 54, lid 4, artikel 61, lid 3, en artikel 62, lid 1, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Een besluit tot intrekking beëindigt de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">delegatie van de </STRING></STRING>in dat besluit genoemde <STRING STRIKE="on">bevoegdheidsdelegatie</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bevoegdheid</STRING></STRING>. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.<STRING BOLD="on"> [Am. 255]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Voordat zij een gedelegeerde handeling vaststelt, raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Een overeenkomstig artikel 2, lid 3, artikel 7, lid 3, artikel 8, lid 4, artikel 10, lid 2, artikel <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">12, lid 3, artikel </STRING></STRING>15, lid 5, artikel 20, lid 2, artikel 22, lid 2, artikel 24, lid 4, artikel 27, lid 3<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, artikel 30 bis, artikel 33, leden 1 en 3, artikel 38, leden 1 en 2</STRING></STRING>, artikel 46, lid 2, artikel 47, lid 3, artikel 52, lid 3, artikel 54, lid 4, artikel 61, lid 3, en artikel 62, lid 1, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien noch het Europees Parlement noch de Raad binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie heeft medegedeeld dat zij geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.<STRING BOLD="on"> [Am. 256]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 76</TI.ART><STI.ART>Comitéprocedure</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 58, lid 1, van Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> ingestelde Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders. Dit comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.</PARAG><PARAG>Wanneer het advies van het comité via een schriftelijke procedure dient te worden verkregen, wordt die procedure zonder gevolg beëindigd indien, binnen de termijn voor het uitbrengen van het advies, door de voorzitter van het comité daartoe wordt besloten of door een eenvoudige meerderheid van de leden van het comité daarom wordt verzocht.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 8 van Verordening (EU) nr. 182/2011, in samenhang met artikel 5 daarvan, van toepassing.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">HOOFDSTUK VI</TI><STI.GR>RAPPORTAGE, SANCTIES EN WIJZIGINGEN VAN DE VERORDENINGEN (EU) 2016/2031, (EU) 2017/625 EN (EU) 2018/848</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 77</TI.ART><STI.ART>Verslaglegging</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Uiterlijk op... [vijf jaar na de datum van toepassing van deze verordening<STRING STRIKE="on">5 years after the date of application of this Regulation</STRING>], en vervolgens om de vijf jaar, dienen de lidstaten bij de Commissie een verslag in over:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de hoeveelheden gecertificeerd en standaard plantaardig teeltmateriaal<STRING STRIKE="on"> en de voor de productie ervan gebruikte oppervlakten</STRING> per jaar en per soort, met vermelding van de hoeveelheden die worden gebruikt voor voor biologische productie geschikte biologische rassen;<STRING BOLD="on"> [Am. 257]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de hoeveelheden in de handel gebracht plantaardig teeltmateriaal van heterogeen materiaal en de voor de productie ervan gebruikte oppervlakten per jaar en per soort;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de hoeveelheden in de handel gebracht plantaardig teeltmateriaal van instandhoudingsrassen per jaar en per soort;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>het aantal professionele exploitanten dat gebruikmaakt van de afwijkingen voor verhandeling aan eindgebruikers, overeenkomstig artikel 28, met inbegrip van de betrokken soorten<STRING STRIKE="on"> en de totale hoeveelheden plantaardig teeltmateriaal per soort</STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 258]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>het aantal <STRING STRIKE="on">genenbanken, organisaties</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">instandhoudingsorganisaties</STRING></STRING> en netwerken met een wettelijke of andere verklaarde doelstelling om plantaardige genetische hulpbronnen in stand te houden, overeenkomstig artikel 29, en de betrokken soorten;<STRING BOLD="on"> [Am. 259]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">de per soort bepaalde hoeveelheden zaad die in natura tussen landbouwers worden uitgewisseld, overeenkomstig artikel 30;</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 260]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">de hoeveelheden die per soort zijn toegestaan voor plantaardig teeltmateriaal dat bestemd is voor tests en proeven voor het kweken van nieuwe rassen, overeenkomstig artikel 31;</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 261]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>h)</NO.P>hoeveelheden plantaardig teeltmateriaal per geslacht en per soort waarvoor artikel 33, lid 4, is toegepast;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>de uit derde landen ingevoerde hoeveelheden plantaardig teeltmateriaal per geslacht en per soort, overeenkomstig artikel 39;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>j)</NO.P>de sancties die zijn opgelegd overeenkomstig artikel 78;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>k)</NO.P>het aantal op hun grondgebied gevestigde professionele exploitanten<STRING STRIKE="on">.</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>k bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de vooruitgang die is geboekt met de instandhouding en het duurzaam gebruik van plantgenetische bronnen voor voedsel en landbouw, d.w.z. het aantal entiteiten dat heeft gemeld dat zij gebruikmaken van artikel 29 en andere gerelateerde gegevens.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 331]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De Commissie specificeert door middel van uitvoeringshandelingen de technische formaten voor de verslaglegging uit hoofde van lid 1. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 76, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 78</TI.ART><STI.ART>Sancties</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten stellen voorschriften vast ten aanzien van de sancties die van toepassing zijn op overtredingen van deze verordening en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze sancties worden uitgevoerd. De sancties moeten doeltreffend, evenredig<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, preventief</STRING></STRING> en afschrikkend zijn. De lidstaten stellen de Commissie onverwijld van die voorschriften en maatregelen alsook van alle latere wijzigingen daarvan in kennis.<STRING BOLD="on"> [Am. 262]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat de financiële sancties die van toepassing zijn op schendingen van deze verordening die zijn begaan door middel van fraude, in overeenstemming met het nationale recht ten minste gelijk zijn aan ofwel het verworven economisch gewin voor de professionele exploitant, ofwel een percentage van de omzet van die professionele exploitant.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 79</TI.ART><STI.ART>Wijzigingen van Verordening (EU) 2016/2031</STI.ART><PARAG>In artikel 37 van Verordening (EU) 2016/2031 wordt lid 4 vervangen door:<CITATION><P>“4.	De Commissie stelt door middel van een uitvoeringshandeling, waar passend, maatregelen vast om de aanwezigheid van door de EU gereguleerde niet-quarantaineorganismen op de betrokken voor opplant bestemde planten, zoals bedoeld in artikel 36, punt f), te voorkomen. Die maatregelen betreffen, in voorkomend geval, het binnenbrengen in en het verkeer binnen de Unie van die planten.”.</P></CITATION></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 80</TI.ART><STI.ART>Wijzigingen van Verordening (EU) 2017/625</STI.ART><PARAG>Verordening (EU) 2017/625 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1)</NO.P>aan artikel 1, lid 2, wordt het volgende punt toegevoegd:<CITATION><P>“k)	de productie en het in de handel brengen van plantaardig teeltmateriaal.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2)</NO.P>aan artikel 3 wordt het volgende punt toegevoegd:<CITATION><P>“52)	“plantaardig teeltmateriaal”: plantaardig teeltmateriaal zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 1, van Verordening (EU) …/… van het Europees Parlement en de Raad<STRING SUPERSCRIPT="on">(*)+</STRING>”.</P><P>_________</P><P><STRING SUPERSCRIPT="on">(*)</STRING>	Verordening (EU) …/… van het Europees Parlement en de Raad ... (PB..., blz....). [footnote that will be in that regulation goes here]</P><P><STRING SUPERSCRIPT="on">[+</STRING>	PB: gelieve in de tekst het nummer van deze verordening in te voegen, en in de overeenkomstige voetnoot het nummer, de datum, de titel, de publicatiegegevens daarvan.<STRING STRIKE="on">OJ: Please insert in the text the number of this Regulation and insert the number, date, title and OJ reference of this Regulation in the footnote.</STRING>]”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3)</NO.P>na artikel 22 wordt het volgende artikel ingevoegd:<CITATION><P>“Artikel 22 bis</P><P>Specifieke regels voor officiële controles en voor de acties die de bevoegde autoriteiten ondernemen in verband met plantaardig teeltmateriaal</P><P><NO.P>1.</NO.P>De officiële controles om naleving van de in artikel 1, lid 2, punt k), bedoelde regels te verifiëren omvatten officiële controles op plantaardig teeltmateriaal, en op exploitanten en andere personen die aan deze regels zijn onderworpen.</P><P><NO.P>2.</NO.P>De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 144 gedelegeerde handelingen ter aanvulling van deze verordening vast te stellen met regels voor de uitvoering van officiële controles op plantaardig teeltmateriaal, om te verifiëren of de in artikel 1, lid 2, punt k), bedoelde regelgeving van de Unie die op die goederen van toepassing is, wordt nageleefd, en ter uitvoering van de acties die de bevoegde autoriteiten naar aanleiding van de uitvoering van die officiële controles moeten ondernemen.</P><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">Die gedelegeerde handelingen bevatten regels betreffende de specifieke voorschriften voor de uitvoering van dergelijke officiële controles met betrekking tot:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>de invoer en het in de handel brengen in de Unie van bepaald plantaardig teeltmateriaal dat onderworpen is aan de in artikel 1, lid 2, punt k), bedoelde voorschriften betreffende de identificatie en de kwaliteit ervan, en</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>specifieke voorschriften voor de uitvoering van dergelijke officiële controles van de activiteiten van exploitanten tijdens de productie van bepaald plantaardig teeltmateriaal waarop de in artikel 1, lid 2, punt k), bedoelde regels van toepassing zijn.</ITEM></LIST></P><P><NO.P>3.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen regels vast betreffende eenvormige praktische regelingen voor de uitvoering van officiële controles op plantaardig teeltmateriaal, teneinde de naleving te verifiëren van de in artikel 1, lid 2, punt k), bedoelde regels van de Unie die op die goederen van toepassing zijn, en ter uitvoering van de acties die de bevoegde autoriteiten naar aanleiding van die officiële controles ondernemen inzake:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>eenvormige minimale frequentie van die officiële controles, waarbij een minimumniveau van officiële controles noodzakelijk is teneinde erkende eenvormige risico's van niet-naleving van de regels voor plantaardig teeltmateriaal met een bepaalde oorsprong of herkomst aan te pakken;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>eenvormige frequentie van de officiële controles die door de bevoegde autoriteiten worden uitgevoerd op exploitanten die gemachtigd zijn om certificering onder officieel toezicht uit te voeren overeenkomstig artikel 12, lid 1, van Verordening (EU) .../...<STRING SUPERSCRIPT="on">++</STRING>.</ITEM></LIST></P><P>Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 145, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.</P><P>_________</P><P><STRING SUPERSCRIPT="on">++</STRING>	PB: gelieve in de tekst het nummer van deze verordening in te voegen<STRING STRIKE="on">OJ: Please insert in the text the number of this Regulation</STRING>.</P><P><NO.P>4.</NO.P>Voor de toepassing van artikel 30 is de delegatie van bepaalde officiële controletaken, zoals bedoeld in dit artikel, aan een of meer natuurlijke personen, toegestaan.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4)</NO.P>aan artikel 40, lid 1, wordt het volgende punt toegevoegd:<CITATION><P>“c)	laboratoria die door de International Seed Testing Association zijn erkend om analyses, tests en diagnoses op zaadmonsters uit te voeren.”;</P></CITATION></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART><STRING STRIKE="on">Artikel 81</STRING></TI.ART><STI.ART><STRING STRIKE="on">Wijziging van Verordening (EU) 2018/848</STRING></STI.ART><PARAG><STRING STRIKE="on">Verordening (EU) 2018/848 wordt als volgt gewijzigd:</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">punt 17 wordt vervangen door:</STRING><CITATION><P>“<STRING STRIKE="on">17)</STRING>	<STRING STRIKE="on">“plantaardig teeltmateriaal”: plantaardig teeltmateriaal zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 1, van Verordening (EU) … /… van het Europees Parlement en de Raad (*)+;”;</STRING></P><P><STRING STRIKE="on">____________</STRING></P><P><STRING STRIKE="on">(*)	Verordening (EU) …/… van het Europees Parlement en de Raad ... (PB..., blz....). [footnote that will be in that regulation goes here]</STRING></P><P><STRING STRIKE="on">[+	OJ: Please insert in the text the number of this Regulation and insert the number, date, title and OJ reference of this Regulation in the footnote.]</STRING>”</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">punt 18 wordt vervangen door:</STRING><CITATION><P>“<STRING STRIKE="on">18)</STRING>	<STRING STRIKE="on">“biologisch heterogeen materiaal”: heterogeen materiaal zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 27, van Verordening (EU).../... (*)++, dat overeenkomstig deze verordening is geproduceerd;”.</STRING></P><P><STRING STRIKE="on">____________</STRING></P><P><STRING STRIKE="on">(*)	Verordening (EU) …/… van het Europees Parlement en de Raad ... (PB..., blz....). [footnote that will be in that regulation goes here]</STRING></P><P><STRING STRIKE="on">[++	OJ: Please insert in the text the number of this Regulation.]</STRING>”</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">Artikel 13 wordt geschrapt.</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">Deel I, punt 1.8.4, tweede alinea, van bijlage II bij Verordening (EU) 2018/848 wordt vervangen door: “Alle vermeerderingspraktijken met uitzondering van plantenweefselculturen, celculturen, kiemplasma, meristemen, chimere klonen, microvermeerderd materiaal, moeten onder gecertificeerd biologisch beheer worden uitgevoerd.”.</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 263]</STRING></PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">HOOFDSTUK VII</TI><STI.GR>SLOTBEPALINGEN</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 82</TI.ART><STI.ART>Intrekkingen</STI.ART><PARAG>De Richtlijnen 66/401/EEG, 66/402/EEG, 68/193/EEG, 2002/53/EG, 2002/54/EG, 2002/55/EG, 2002/56/EG, 2002/57/EG, 2008/72/EG en 2008/90/EG worden ingetrokken.</PARAG><PARAG>Verwijzingen naar de ingetrokken rechtshandelingen gelden als verwijzingen naar deze verordening en worden gelezen volgens de in bijlage VIII opgenomen concordantietabel.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 83</TI.ART><STI.ART>Inwerkingtreding en toepassing</STI.ART><PARAG>Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING>.</PARAG><PARAG>Zij is van toepassing met ingang van ... [36 months from the date of the entry into force of this Regulation].</PARAG><PARAG>Hierbij geldt evenwel het volgende:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>artikel 40, lid 4, is met ingang van drie dagen na de inwerkingtreding van deze verordening van toepassing;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>artikel 52 is van toepassing <STRING STRIKE="on">met ingang van ... [60 months from the date of the entry into force of this Regulation] wat betreft</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">op voorwaarde dat de respectieve onderzoekseisen, methoden en normen voor de beoordeling van</STRING></STRING> de in <STRING STRIKE="on">de delen B en C van bijlage I vermelde soorten</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel 52, lid 1, tweede alinea, punten a) tot en met g ter), genoemde kenmerken bestaan</STRING></STRING>. Zij is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.<STRING BOLD="on"> [Am. 264]</STRING></PARAG></ARTICLE></GR.ART><SIGNATURE><P>Gedaan te …,</P><P><STRING ITALIC="on">Voor het Europees Parlement	Voor de Raad</STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING UNDERLINE="on">De voorzitter	De voorzitter</STRING></STRING></STRING></P></SIGNATURE><ANNEX><TI>Bijlage I</TI><P>GESLACHTEN EN SOORTEN, EN HUN RESPECTIEVE GEBRUIKSDOELEINDEN, ZOALS BEDOELD IN ARTIKEL 2</P><P>DEEL A</P><P>Geslachten en soorten die worden gebruikt voor de productie van andere landbouwgewassen dan groenten</P><P>Agrostis canina L.</P><P>Agrostis capillaris L.</P><P>Agrostis gigantea Roth</P><P>Agrostis stolonifera L.</P><P>Alopecurus pratensis L.</P><P>Arachis hypogaea L.</P><P>Arrhenatherum elatius (L.) P. Beauv. ex J. Presl &amp; C. Presl</P><P>Avena nuda L.</P><P>Avena sativa L. (met inbegrip vanA. byzantina K. Koch)</P><P>Avena strigosa Schreb.</P><P>Beta vulgaris L. partim</P><P>Biserrula pelecinus L.</P><P>Brassica juncea (L.) Czern.</P><P>Brassica napus L. var. napobrassica (L.) Rchb.</P><P>Brassica napus L. var. napus</P><P>Brassica nigra (L.) W.D.J. Koch</P><P>Brassica oleracea L. convar. acephala (DC.) Alef. var. medullosa Thell. + var. varidis L.</P><P>Brassica rapa L. var. silvestris (Lam.) Briggs</P><P>Bromus catharticus Vahl</P><P>Bromus sitchensis Trin.</P><P>Cannabis sativa L.</P><P>Carthamus tinctorius L.</P><P>Carum carvi L.</P><P>Cynodon dactylon (L.) Pers.</P><P>Dactylis glomerata L.</P><P>Festuca arundinacea Schreber</P><P>Festuca filiformis Pourr</P><P>Festuca ovina L.</P><P>Festuca pratensis Huds.</P><P>Festuca rubra L.</P><P>Festuca trachyphylla (Hack.) Krajina</P><P>Galega orientalis Lam.</P><P>Glycine max (L.) Merr. partim</P><P>Gossypium spp.</P><P>Hedysarum coronarium L.</P><P>Helianthus annuus L.</P><P>Hordeum vulgare L.</P><P>Lathyrus cicera L.</P><P>Linum usitatissimum L.</P><P>Lolium multiflorum Lam.</P><P>Lolium perenne L.</P><P>Lolium × hybridum Hausskn</P><P>Lotus corniculatus L.</P><P>Lupinus albus L.</P><P>Lupinus angustifolius L.</P><P>Lupinus luteus L.</P><P>Medicago doliata Carmign.</P><P>Medicago italica (Mill.) Fiori</P><P>Medicago littoralis Rohde ex Loisel.</P><P>Medicago lupulina L.</P><P>Medicago murex Willd.</P><P>Medicago polymorpha L.</P><P>Medicago rugosa Desr.</P><P>Medicago sativa L.</P><P>Medicago sativa L. nothosubsp. varia (Martyn) Arcang.</P><P>Medicago scutellata (L.) Mill.</P><P>Medicago truncatula Gaertn.</P><P>Onobrychis viciifolia Scop.</P><P>Ornithopus compressus L.</P><P>Ornithopus sativus Brot.</P><P>Oryza sativa L.</P><P>Papaver somniferum L.</P><P>Phacelia tanacetifolia Benth.</P><P>Phalaris aquatica L.</P><P>Phalaris canariensis L.</P><P>Phleum nodosum L.</P><P>Phleum pratense L.</P><P>Pisum sativum L. partim</P><P>Plantago lanceolata L.</P><P>Poa annua L.</P><P>Poa nemoralis L.</P><P>Poa palustris L.</P><P>Poa pratensis L.</P><P>Poa trivialis L.</P><P>Raphanus sativus L. var. oleiformis Pers.</P><P>Secale cereale L.</P><P>Sinapis alba L.</P><P>Sorghum bicolor (L.) Moench subsp. bicolor</P><P>Sorghum bicolor (L.) Moench subsp. bicolor × Sorghum bicolor (L.) Moench subsp. drummondii (Steud.) de Wet ex Davidse</P><P>Sorghum bicolor (L.) Moench subsp. drummondii (Steud.) de Wet ex Davidse</P><P>Trifolium alexandrinum L. Berseem</P><P>Trifolium fragiferum L.</P><P>Trifolium glanduliferum Boiss.</P><P>Trifolium hirtum All.</P><P>Trifolium hybridum L.</P><P>Trifolium incarnatum L.</P><P>Trifolium isthmocarpum Brot.</P><P>Trifolium michelianum Savi</P><P>Trifolium pratense L.</P><P>Trifolium repens L.</P><P>Trifolium resupinatum L.</P><P>Trifolium squarrosum L.</P><P>Trifolium subterraneum L.</P><P>Trifolium vesiculosum Savi</P><P>Trigonella foenum-graecum L.</P><P>Trisetum flavescens (L.) P. Beauv.</P><P>Triticum aestivum L. subsp. aestivum</P><P>Triticum aestivum L. subsp. spelta (L.) Thell.</P><P>Triticum turgidum L. subsp. durum (Desf.) van Slageren</P><P>Vicia benghalensis L.</P><P>Vicia faba L. partim</P><P>Vicia pannonica Crantz</P><P>Vicia sativa L.</P><P>Vicia villosa Roth</P><P>×Festulolium Asch. &amp; Graebn</P><P>×Triticosecale Wittm. ex A. Camus</P><P>Zea mays L. partim</P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Cicer arietinum</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Camelina sativa</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Fagopyrum esculentu</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Lens culinaris</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Triticum monococcum</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Chenopodium quinoa</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Vicia ervilia</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Vicia narbonensis</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Tritordeum</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Lathyrus sativus</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Eragrostis tef</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ceratonia siliqua</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 265]</STRING></P><P>DEEL B</P><P>Geslachten en soorten die worden gebruikt voor de productie van groenten</P><P>Allium cepa L.</P><P>Allium fistulosum L.</P><P>Allium porrum L.</P><P>Allium sativum L.</P><P>Allium schoenoprasum L.</P><P>Anthriscus cerefolium (L.) Hoffm.</P><P>Apium graveolens L.</P><P>Asparagus officinalis L.</P><P>Beta vulgaris L. partim</P><P>Brassica oleracea L. partim</P><P>Brassica rapa L. partim</P><P>Capsicum annuum L.</P><P>Cichorium endivia L.</P><P>Cichorium intybus L.</P><P>Citrullus lanatus (Thunb.) Matsum. et Nakai</P><P>Cucumis melo L.</P><P>Cucumis sativus L.</P><P>Cucurbita maxima Duchesne</P><P>Cucurbita pepo L.</P><P>Cynara cardunculus L.</P><P>Daucus carota L.</P><P>Foeniculum vulgare Mill.</P><P>Lactuca sativa L.</P><P>Petroselinum crispum (Mill.) Nyman ex A. W. Hill</P><P>Phaseolus coccineus L.</P><P>Phaseolus vulgaris L.</P><P>Pisum sativum L. partim</P><P>Raphanus sativus L. partim</P><P>Rheum rhabarbarum L.</P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Salvia hispanica</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 266]</STRING></P><P>Scorzonera hispanica L.</P><P>Solanum lycopersicum L.</P><P>Solanum melongena L.</P><P>Spinacia oleracea L.</P><P>Valerianella locusta (L.) Laterr.</P><P>Vicia faba L. partim</P><P>Zea mays L. partim</P><P>Hybriden die het product zijn van de kruising van de in dit deel bedoelde soorten.</P><P>DEEL C</P><P>Geslachten en soorten die worden gebruikt voor de productie van fruitgewassen</P><P>Castanea sativa Mill.</P><P>Citrus L.</P><P>Corylus avellana L.</P><P>Cydonia oblonga Mill.</P><P>Ficus carica L.</P><P>Fortunella Swingle</P><P>Fragaria L.</P><P>Juglans regia L.</P><P>Malus Mill.</P><P>Olea europaea L.</P><P>Pistacia vera L.</P><P>Poncirus Raf.</P><P>Prunus amygdalus Batsch</P><P>Prunus armeniaca L.</P><P>Prunus avium (L.) L.</P><P>Prunus cerasus L.</P><P>Prunus domestica L.</P><P>Prunus persica (L.) Batsch</P><P>Prunus salicina Lindley</P><P>Pyrus L.</P><P>Ribes L.</P><P>Rubus L.</P><P>Vaccinium L.</P><P>DEEL D</P><P>Geslachten en soorten die worden gebruikt voor de productie van wijnstokken</P><P>Vitis L.</P><P>DEEL E</P><P>Geslachten en soorten die worden gebruikt voor de productie van aardappelen</P><P>Solanum tuberosum L.</P></ANNEX><ANNEX><TI>Bijlage II</TI><P>VOORSCHRIFTEN VOOR DE PRODUCTIE EN HET IN DE HANDEL BRENGEN VAN PREBASIS-, BASIS- EN GECERTIFICEERD ZAAD EN MATERIAAL, ZOALS BEDOELD IN ARTIKEL 7</P><P>DEEL A</P><P>VOORSCHRIFTEN VOOR DE PRODUCTIE EN HET IN DE HANDEL BRENGEN VAN PREBASIS-, BASIS- EN GECERTIFICEERD ZAAD VAN LANDBOUW- EN GROENTEGEWASSEN</P><P><NO.P>1.</NO.P>Algemene voorschriften voor de productie van prebasis-, basis- en gecertificeerd zaad</P><P><NO.P>A.</NO.P>Zaaien of planten:</P><P><NO.P>a)</NO.P>het ras van het ingezaaide zaad, in voorkomend geval met inbegrip van moederplanten, moet op een officieel etiket of een door de professionele exploitant afgegeven etiket worden aangegeven, en geregistreerd worden om de traceerbaarheid ervan te waarborgen. Het etiket, of de documentatie over de moederplant, moet door de professionele exploitant worden bewaard tot de afgifte van het officiële etiket van het in de handel gebrachte zaad;</P><P><NO.P>b)</NO.P>de voorvrucht die op het perceel is verbouwd, moet zich verdragen met de productie van zaad van de soort, het ras en de categorie van het betrokken gewas, en het perceel moet voldoende vrij zijn van opslag van de voorvrucht;</P><P><NO.P>c)</NO.P>de moederplanten of het zaad moeten op dusdanige wijze worden geplant en/of gezaaid dat er:</P><P><NO.P>i)</NO.P>voldoende afstand is tot bestuivingsbronnen van dezelfde soort en/of verschillende rassen, van ongewenste vreemdbestuiving, om kruisbestuiving met andere gewassen te voorkomen, indien van toepassing, en</P><P><NO.P>ii)</NO.P>een adequate bestuivingsbron en een adequaat bestuivingsniveau is om vervolgens vermeerdering te waarborgen, indien van toepassing;</P><P><NO.P>d)</NO.P>de kwaliteit van de bodem, substraten, moederplanten en directe omgeving moet worden gecontroleerd om de aanwezigheid van plaagorganismen of vectoren van dergelijke organismen te voorkomen, in overeenstemming met Verordening (EU) 2016/2031;</P><P><NO.P>e)</NO.P>de machines en eventuele apparatuur die worden gebruikt moeten worden geïnspecteerd, en onkruid of zaad van andere soorten of rassen moeten worden verwijderd;</P><P><NO.P>f)</NO.P>in voorkomend geval moet de productie van zaad afzonderlijk plaatsvinden van de teelt van zaad van dezelfde geslachten of soorten die voor de productie van levensmiddelen of diervoeders bestemd zijn, om ervoor te zorgen dat alleen de voorschriften die voor het betrokken plantaardig teeltmateriaal gelden worden nageleefd;</P><P><NO.P>g)</NO.P>in voorkomend geval mag ook in-vitrovermeerdering worden gebruikt voor de reproductie van zaad.</P><P><NO.P>B.</NO.P>Teelt op het veld:</P><P><NO.P>a)</NO.P>er moet voor worden gezorgd dat planten van andere soorten en andere rassen die als rasonzuiverheid voorkomen en die duidelijk verschillen van het ras op een of meer kenmerken van de rasbeschrijving (“afwijkende typen”), op het veld, niet aanwezig zijn. Indien totale afwezigheid van afwijkende typen vanwege de kenmerken van de desbetreffende soort niet mogelijk is, moet de aanwezigheid ervan tot het laagst mogelijke niveau beperkt blijven.</P><P>In geval van aanwezigheid van afwijkende typen of andere plantensoorten of rassen tijdens de teeltfase, of tijdens de zaadverwerking, wordt een passende behandeling en/of eliminatie toegepast om de rasechtheid en raszuiverheid van het zaad te waarborgen en de aanwezigheid van ongewenste soorten te voorkomen;</P><P><NO.P>b)</NO.P>planten die gebreken vertonen of in overeenstemming met Verordening (EU) 2016/2031 positief testen op plaagorganismen of visuele symptomen daarvan vertonen, moeten worden behandeld of als bron van plantaardig teeltmateriaal worden uitgesloten;</P><P><NO.P>c)</NO.P>plantaardig teeltmateriaal, in voorkomend geval met inbegrip van moederplanten, moet zodanig in stand worden gehouden dat de rasechtheid wordt gewaarborgd. Instandhouding moet plaatsvinden op basis van de officiële beschrijving of de officieel erkende beschrijving van het ras;</P><P><NO.P>d)</NO.P>de moederplanten moeten in alle productiefasen in stand worden gehouden onder omstandigheden die de productie van zaad en de identificatie op basis van de officiële beschrijving van het ras mogelijk maken;</P><P><NO.P>e)</NO.P>alle gewassen op het veld moeten officieel of onder officieel toezicht worden geïnspecteerd in de groeifase(n), met de frequentie en met de methoden die relevant en passend zijn voor de betrokken soort, om naleving van de respectieve voorschriften te verifiëren. De inspectiemethoden moeten in overeenstemming zijn met de toepasselijke internationale normen. Indien het niet mogelijk is om planten die niet aan de voorschriften voldoen tijdens de groeifase te verwijderen of te scheiden, moet het gehele veld afgeschreven worden voor de zaadproductie, tenzij de ongewenste zaden in een later stadium mechanisch van de rest kunnen worden gescheiden.</P><P><NO.P>C.</NO.P>Tijdens en na de oogst:</P><P><NO.P>a)</NO.P>het zaad moet in bulk dan wel als individuele planten worden geoogst, al naargelang hoe de identiteit en zuiverheid en de juiste traceerbaarheid het best worden gewaarborgd;</P><P><NO.P>b)</NO.P>van elke verzegelde partij moet een zaadmonster worden genomen. De omvang van dat monster, de bemonsteringsintensiteit, en de gebruikte apparatuur en toegepaste methode moeten geschikt zijn voor de betrokken soort en in overeenstemming zijn met de toepasselijke internationale normen;</P><P><NO.P>c)</NO.P>alle zaadmonsters moeten aan laboratoriumtests worden onderworpen om te waarborgen dat aan de kwaliteitsvoorschriften voor de desbetreffende soorten is voldaan. De laboratoriumtests moeten worden uitgevoerd volgens methoden en met apparatuur en groeimedia die passend zijn voor de betrokken soort, en in overeenstemming met de toepasselijke internationale normen. De tests omvatten, in voorkomend geval, het opnieuw testen van de kiemkracht na een bepaalde, voor de betrokken soort passende periode;</P><P><NO.P>d)</NO.P>alle partijen zaad die tot de categorieën prebasis- of basiszaad behoren, of gecertificeerd zaad indien het zaad zal worden gebruikt voor de productie van nieuwe zaadgeneraties en ten minste 5 % van de partijen zaad van een gecertificeerde categorie dat niet meer zal worden vermeerderd, moeten door de exploitant, onder officieel toezicht, worden getest met controlepercelen, om te verifiëren dat ze voldoen aan:</P><P><NO.P>i)</NO.P>de rasechtheid;</P><P><NO.P>ii)</NO.P>de normen voor de minimale raszuiverheid, en</P><P><NO.P>iii)</NO.P>de fytosanitaire voorschriften.</P><P>Partijen zaad die tot de prebasis-, basis- of gecertificeerde categorie behoren, moeten worden onderworpen aan risicogebaseerde officiële nacontrole om na te gaan of aan de hiervoor genoemde voorschriften is voldaan. De voor de officiële nacontrole gebruikte monsters moeten officieel worden genomen.</P><P>Tests met controlepercelen moeten worden uitgevoerd overeenkomstig de toepasselijke internationale normen.</P><P>Er mogen geschikte biomoleculaire methoden worden gebruikt.</P><P><NO.P>2.</NO.P>Voorschriften voor het in de handel brengen van zaad</P><P>Het zaad moet voldoen aan alle volgende kwaliteitsvoorschriften, afhankelijk van de kenmerken van elk geslacht of elke soort en de betrokken categorie:</P><P><NO.P>a)</NO.P>het moet een minimale kiemkracht hebben, zodat er na het zaaien voldoende planten per vierkante meter uit groeien en de opbrengst en kwaliteit van de productie aldus worden veiliggesteld;</P><P><NO.P>b)</NO.P>het gehalte aan hardschalige zaden moet aan een maximum gebonden zijn, zodat er voldoende planten per vierkante meter uit groeien;</P><P><NO.P>c)</NO.P>de zuiverheid moet aan een minimum gebonden zijn, om een zo hoog mogelijke mate van rasechtheid te verzekeren;</P><P><NO.P>d)</NO.P>het vochtgehalte moet aan een maximum gebonden zijn, om de instandhouding van het materiaal tijdens de verwerking en opslag en het op de markt aanbieden te waarborgen;</P><P><NO.P>e)</NO.P>het gehalte aan zaad van andere geslachten of soorten moet aan een maximum gebonden zijn, om een zo gering mogelijke aanwezigheid van ongewenste planten in de partij te waarborgen;</P><P><NO.P>f)</NO.P>de groeikracht, afmetingen en specifieke sortering moeten aan minima gebonden zijn, om de geschiktheid van het materiaal en een voldoende homogeniteit van de partij voor het zaaien of planten te waarborgen;</P><P><NO.P>g)</NO.P>de aanwezigheid van aarde of vreemd materiaal moet aan een maximum gebonden zijn, om frauduleuze praktijken en technische onzuiverheden te voorkomen, en</P><P><NO.P>h)</NO.P>het moet vrij zijn van specifieke gebreken en beschadigingen, om de kwaliteit en gezondheid van het materiaal te waarborgen.</P><P>DEEL B</P><P>VOORSCHRIFTEN VOOR DE PRODUCTIE EN HET IN DE HANDEL BRENGEN VAN PREBASIS-, BASIS- EN GECERTIFICEERD MATERIAAL VAN LANDBOUW-<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, GROENTE-</STRING></STRING> EN <STRING STRIKE="on">GROENTE</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">FRUITGEWASSEN</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 267]</STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P>Voorschriften voor de productie van prebasis-, basis- en gecertificeerd materiaal</P><P><NO.P>A.</NO.P>Zaaien of planten:</P><P><NO.P>a)</NO.P>de identiteit van het materiaal, in voorkomend geval met inbegrip van de moederplanten of het gezaaide zaad, moet worden vastgesteld aan de hand van een officieel etiket of een door de professionele exploitant afgegeven etiket, en door de professionele exploitant worden geregistreerd om de traceerbaarheid ervan te waarborgen. De professionele exploitant moet na het in de handel brengen van dat materiaal het etiket bewaren, of de gegevens over de moederplant;</P><P><NO.P>b)</NO.P>het materiaal moet op dusdanige wijze worden geplant dat:</P><P><NO.P>i)</NO.P>het prebasismateriaal wordt behouden in voorzieningen die ervoor zorgen dat zij gedurende het gehele productieproces vrij blijven van besmetting via vectoren vanuit de lucht en andere mogelijke bronnen;</P><P><NO.P>ii)</NO.P>er voldoende afstand is tot andere planten van dezelfde geslachten of soorten, bepaald op basis van de botanische kenmerken en teelttechnieken van elke soort en voor zover relevant voor de categorie materiaal, om bescherming tegen ongewenste vreemdbestuiving te waarborgen en kruisbestuiving met andere gewassen te voorkomen, en</P><P><NO.P>iii)</NO.P>de plantdichtheid volstaat om planten individueel te kunnen observeren.</P><P><NO.P>c)</NO.P>in voorkomend geval moeten teeltmateriaal en tot dezelfde geslachten of soorten behorend materiaal dat bestemd is voor gebruik in levensmiddelen of diervoeders, afzonderlijk van elkaar worden geteeld.</P><P><NO.P>B.</NO.P>Teelt op het veld:</P><P><NO.P>a)</NO.P>in alle stadia van de teelt moeten teeltmateriaal en plantgoed gescheiden worden gehouden;</P><P><NO.P>b)</NO.P>plantaardig teeltmateriaal dat aan de voorschriften voor een bepaalde categorie voldoet, mag niet worden gemengd met materiaal van andere categorieën;</P><P><NO.P>c)</NO.P>afwijkende typen en misvormde of beschadigde planten moeten in alle stadia van de teelt worden verwijderd;</P><P><NO.P>d)</NO.P>moederplanten die gebreken vertonen of in overeenstemming met Verordening (EU) 2016/2031 positief testen op plaagorganismen of visuele symptomen daarvan vertonen, moeten worden behandeld of als bron van plantaardig teeltmateriaal worden uitgesloten;</P><P><NO.P>e)</NO.P>moederplanten moeten in alle teeltfasen in stand worden gehouden onder omstandigheden die de productie van plantaardig teeltmateriaal en de identificatie en verificatie van de conformiteit met de officiële beschrijving of de officieel erkende beschrijving van het ras mogelijk maken. In het geval van moederplanten die niet tot een ras behoren, heeft die verificatie van de conformiteit met de officiële beschrijving of de officieel erkende beschrijving betrekking op de soort waartoe die moederplanten behoren;</P><P><NO.P>f)</NO.P>moederplanten moeten in de groeifase(n), met de frequentie en met de methoden die voor de desbetreffende geslachten of soorten relevant zijn, worden geïnspecteerd;</P><P><NO.P>g)</NO.P>het van een partij te nemen monster moet minstens groot genoeg zijn om te kunnen beoordelen of aan de kwaliteitsvoorschriften voor de desbetreffende geslachten of soorten is voldaan. De bemonsteringsintensiteit, de apparatuur en de methode moeten geschikt zijn voor de betrokken geslachten of soorten en in overeenstemming zijn met de toepasselijke internationale normen;</P><P><NO.P>h)</NO.P>de tests moeten worden uitgevoerd volgens de methoden en met apparatuur en groeimedia die passend zijn voor de betrokken geslachten of soorten, en in overeenstemming met de toepasselijke internationale normen, om te waarborgen dat aan de kwaliteitsvoorschriften is voldaan.</P><P><NO.P>C.</NO.P>Tijdens en na de oogst, voor soorten en geslachten die onder deel E van bijlage I (pootaardappelen) vallen:</P><P><NO.P>a)</NO.P>het materiaal moet in bulk dan wel als individuele planten worden geoogst, al naargelang hoe de identiteit, gezondheid en de traceerbaarheid van het oogstmateriaal het best worden gewaarborgd;</P><P><NO.P>b)</NO.P>van elke verzegelde partij moet een knollenmonster worden genomen. De omvang van dat monster, de bemonsteringsintensiteit, en de apparatuur en methode moeten geschikt zijn voor de betrokken soort en in overeenstemming zijn met de toepasselijke internationale normen;</P><P><NO.P>c)</NO.P>alle knollenmonsters moeten aan laboratoriumtests worden onderworpen om te waarborgen dat aan de kwaliteitsvoorschriften voor de desbetreffende soorten wordt voldaan. De laboratoriumtests moeten worden uitgevoerd volgens methoden en met apparatuur en groeimedia die passend zijn voor de betrokken soort, en in overeenstemming met de toepasselijke internationale normen;</P><P><NO.P>d)</NO.P>alle partijen van de prebasis- of basiscategorie en ten minste 5 % van de partijen van een gecertificeerde categorie moeten door de exploitant, onder officieel toezicht van de bevoegde autoriteit, worden gecontroleerd door tests met controlepercelen om na te gaan of wordt voldaan aan:</P><P><NO.P>i)</NO.P>de rasechtheid;</P><P><NO.P>ii)</NO.P>de normen voor de minimale raszuiverheid,</P><P><NO.P>iii)</NO.P>hun kiemkracht;</P><P><NO.P>iv)</NO.P>de fytosanitaire voorschriften.</P><P>Partijen die tot de prebasis-, basis- of gecertificeerde categorie behoren, worden onderworpen aan risicogebaseerde officiële nacontrole om na te gaan of aan de hiervoor genoemde voorschriften is voldaan. De voor de officiële nacontrole gebruikte monsters moeten officieel worden genomen.</P><P>Tests met controlepercelen moeten worden uitgevoerd overeenkomstig de toepasselijke internationale normen.</P><P>Er mogen geschikte biomoleculaire methoden worden gebruikt.</P><P><NO.P>2.</NO.P>Voorschriften voor het in de handel brengen van prebasis-, basis- en gecertificeerd materiaal</P><P>Het materiaal moet voldoen aan alle volgende voorschriften, afhankelijk van de kenmerken van elk geslacht of elke soort en de betrokken categorie:</P><P><NO.P>a)</NO.P>de groei- of kiemkracht, afmetingen en, indien van toepassing, specifieke sortering moeten aan minima gebonden zijn, om de geschiktheid van het materiaal en een voldoende homogeniteit van de partij voor het planten te waarborgen;</P><P><NO.P>b)</NO.P>het moet nagenoeg vrij zijn van specifieke gebreken.</P><P>DEEL C</P><P>VOORSCHRIFTEN VOOR DE PRODUCTIE<STRING STRIKE="on">, REGISTRATIE</STRING> EN HET IN DE HANDEL BRENGEN VAN GESELECTEERDE KLONEN<STRING STRIKE="on">, MULTIKLONALE MENGSELS EN POLYKLONAAL PLANTAARDIG TEELTMATERIAAL</STRING> VAN PRE-BASIS-, BASIS- EN GECERTIFICEERD MATERIAAL, ZOALS BEDOELD IN ARTIKEL 9, LID 1<STRING BOLD="on"> [Am. 268]</STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P>Voorschriften voor de productie van de prebasis-, basis- en gecertificeerd categorieën van geselecteerde klonen<STRING STRIKE="on">, multiklonale mengsels en polyklonaal plantaardig teeltmateriaal</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 269]</STRING></P><P><NO.P>A.</NO.P>Planten:</P><P><NO.P>a)</NO.P>de identiteit van de geselecteerde klonen<STRING STRIKE="on">, multiklonale mengsels of het polyklonaal plantaardig teeltmateriaal</STRING> moet worden vastgesteld aan de hand van een officieel etiket of een door de professionele exploitant afgegeven etiket, en door de professionele exploitant worden geregistreerd om de traceerbaarheid ervan te waarborgen. De professionele exploitant moet na het in de handel brengen van dat plantaardig teeltmateriaal het etiket van het materiaal, of de documentatie over de respectieve moederplanten voor de productie van elke geselecteerde kloon <STRING STRIKE="on">en de respectieve genotypen voor de productie van het polyklonaal teeltmateriaal,</STRING> bewaren;<STRING BOLD="on"> [Am. 270]</STRING></P><P><NO.P>b)</NO.P>het materiaal moet op dusdanige wijze worden geplant dat<STRING STRIKE="on">:</STRING></P><P><NO.P>i)</NO.P><STRING STRIKE="on">er voldoende afstand is tot andere planten van dezelfde geslachten of soorten, bepaald op basis van de botanische kenmerken voor elke soort en voor zover relevant voor de categorie materiaal, om bescherming tegen ongewenste vreemdbestuiving te waarborgen en kruisbestuiving met andere gewassen te voorkomen;</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 271]</STRING></P><P><NO.P>ii)</NO.P>de plantdichtheid volstaat om elke plant individueel te kunnen observeren<STRING STRIKE="on">.</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">.</STRING></STRING></P><P><NO.P>c)</NO.P>in voorkomend geval moeten teeltmateriaal en tot dezelfde geslachten of soorten behorend materiaal dat bestemd is voor gebruik in levensmiddelen of diervoeders, afzonderlijk van elkaar worden geteeld.</P><P><NO.P>B.</NO.P>Teelt op het veld:</P><P><NO.P>a)</NO.P>in alle stadia van de teelt moeten teeltmateriaal en plantgoed gescheiden worden gehouden;</P><P><NO.P>b)</NO.P>plantaardig teeltmateriaal dat aan de voorschriften voor een bepaalde categorie voldoet, mag niet worden gemengd met materiaal van andere categorieën;</P><P><NO.P>c)</NO.P>afwijkende typen en misvormde of beschadigde planten moeten in alle stadia van de teelt worden verwijderd om de rasechtheid en raszuiverheid te waarborgen, of, in het geval van onderstammen die niet tot een ras behoren, soortechtheid en een efficiënte productie;</P><P><NO.P>d)</NO.P>in geval van gebreken moeten de respectieve moederplanten <STRING STRIKE="on">en de respectieve genotypen</STRING> worden uitgesloten als bron van plantaardig teeltmateriaal;<STRING BOLD="on"> [Am. 272]</STRING></P><P><NO.P>e)</NO.P>de respectieve moederplanten <STRING STRIKE="on">en de respectieve genotypen</STRING> moeten in alle productiefasen in stand worden gehouden onder omstandigheden die de productie van zaad en de identificatie en verificatie van conformiteit met de officiële beschrijving van het ras mogelijk maken. In het geval van moederplanten die niet tot een ras behoren, heeft die verificatie van de conformiteit met de officiële beschrijving of de officieel erkende beschrijving betrekking op de soort waartoe die moederplanten behoren;<STRING BOLD="on"> [Am. 273]</STRING></P><P><NO.P>f)</NO.P>moederplanten moeten in de groeifase(n), met de frequentie en met de methoden die voor de desbetreffende geslachten of soorten relevant zijn, worden geïnspecteerd;</P><P><NO.P>g)</NO.P>het van een partij te nemen monster moet minstens groot genoeg zijn om te kunnen beoordelen of aan de kwaliteitsvoorschriften voor de desbetreffende geslachten of soorten is voldaan. De bemonsteringsintensiteit, de apparatuur en de methode moeten geschikt zijn voor de betrokken geslachten of soorten en in overeenstemming zijn met de toepasselijke internationale normen;</P><P><NO.P>h)</NO.P>de tests moeten worden uitgevoerd volgens de methoden en met apparatuur en groeimedia die passend zijn voor de betrokken geslachten of soorten, en in overeenstemming met de toepasselijke internationale normen, om te waarborgen dat aan de kwaliteitsvoorschriften is voldaan<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">.</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">;</STRING></P><P><NO.P>i)</NO.P><STRING STRIKE="on">in het geval van multiklonale mengsels moet het mengsel van geselecteerde klonen in dat multiklonale mengsel worden gemaakt voordat dat plantaardig teeltmateriaal definitief wordt verpakt, en van alle geselecteerde klonen in dat multiklonale mengsel identieke gehaltes bevatten;</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 274]</STRING></P><P><NO.P>j)</NO.P><STRING STRIKE="on">in het geval van polyklonaal plantaardig teeltmateriaal moet het mengsel van genotypen in dat polyklonaal plantaardig teeltmateriaal worden gemaakt voordat dat plantaardig teeltmateriaal definitief wordt verpakt, en van alle genotypen in dat polyklonaal plantaardig teeltmateriaal identieke gehaltes bevatten.</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 275]</STRING></P><P><NO.P>2.</NO.P><STRING STRIKE="on">Voorschriften voor de registratie van geselecteerde klonen, multiklonale mengsels en polyklonaal plantaardig teeltmateriaal:</STRING></P><P><NO.P>a)</NO.P><STRING STRIKE="on">de aanvrager dient bij de bevoegde autoriteit een aanvraag in met vermelding van:</STRING></P><P><NO.P>i)</NO.P><STRING STRIKE="on">de soort en, in voorkomend geval, het ras waartoe de geselecteerde kloon, het multiklonale mengsel of polyklonaal teeltmateriaal behoort, waarbij het ras moet zijn geregistreerd in een nationaal rassenregister als bedoeld in artikel 44;</STRING></P><P><NO.P>ii)</NO.P><STRING STRIKE="on">de voorgestelde benaming en synoniemen;</STRING></P><P><NO.P>iii)</NO.P><STRING STRIKE="on">indien van toepassing, een beschrijving van de samenstelling van het multiklonale mengsel of het polyklonale plantaardig teeltmateriaal;</STRING></P><P><NO.P>iv)</NO.P><STRING STRIKE="on">degene die verantwoordelijk is voor de instandhouding van de geselecteerde kloon, het multiklonale mengsel of het polyklonaal plantaardig teeltmateriaal;</STRING></P><P><NO.P>v)</NO.P><STRING STRIKE="on">verwijzing naar de beschrijving van de belangrijkste kenmerken van het ras waartoe de geselecteerde kloon, het multiklonale mengsel of het polyklonaal teeltmateriaal behoort;</STRING></P><P><NO.P>vi)</NO.P><STRING STRIKE="on">beschrijving van de belangrijkste kenmerken van de waarde voor duurzame teelt en duurzaam gebruik van de geselecteerde kloon, het multiklonale mengsel of het polyklonaal plantaardig teeltmateriaal;</STRING></P><P><NO.P>vii)</NO.P><STRING STRIKE="on">de geschatte genetische winst van de geselecteerde kloon, het multiklonale mengsel of het polyklonaal teeltmateriaal in verhouding tot de algehele prestaties van het ras in kwestie;</STRING></P><P><NO.P>viii)</NO.P><STRING STRIKE="on">informatie over of de geselecteerde kloon, het multiklonale mengsel of het polyklonaal teeltmateriaal al dan niet reeds in een register van een andere lidstaat is geregistreerd.</STRING></P><P><NO.P>b)</NO.P><STRING STRIKE="on">de geselecteerde kloon, het multiklonale mengsel of het polyklonaal teeltmateriaal moet, om te kunnen worden geregistreerd, voldoen aan de volgende voorschriften, voor zover van toepassing voor het betrokken type materiaal:</STRING></P><P><NO.P>i)</NO.P><STRING STRIKE="on">het polyklonaal teeltmateriaal moet zijn geselecteerd in één veldproef met een representatief monster van de totale genetische diversiteit van het ras volgens een experimentele opzet op basis van internationaal aanvaarde methoden. In het geval van polyklonaal teeltmateriaal van wijnstokken moet deze opzet gebaseerd zijn op methoden die zijn voorgeschreven door de Internationale Organisatie voor Wijnbouw en Wijnbereiding;</STRING></P><P><NO.P>ii)</NO.P><STRING STRIKE="on">in het geval van teeltmateriaal voor wijnstokken moet het polyklonaal teeltmateriaal uit 7 tot 20 verschillende genotypen bestaan;</STRING></P><P><NO.P>iii)</NO.P><STRING STRIKE="on">de juistheid van de geselecteerde kloon, elke geselecteerde kloon van het multiklonale mengsel, elk genotype van het polyklonaal teeltmateriaal en de identiteit van het ras moeten worden gewaarborgd door observatie van de fenotypische kenmerken en, in voorkomend geval, door moleculaire analyse overeenkomstig internationaal aanvaarde normen.</STRING></P><P><STRING STRIKE="on">De bevoegde autoriteit neemt pas een besluit over de registratie nadat zij tot de conclusie is gekomen dat is voldaan aan de punten i) tot en met iii), zoals van toepassing voor het soort materiaal;</STRING></P><P><NO.P>c)</NO.P><STRING STRIKE="on">de in deel B, punt 2, vastgestelde voorschriften voor het in de handel brengen van prebasis-, basis- en gecertificeerd materiaal zijn van overeenkomstige toepassing.</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 276]</STRING></P><P>DEEL D</P><P>VOORSCHRIFTEN VOOR DE PRODUCTIE EN HET IN DE HANDEL BRENGEN VAN PREBASIS-, BASIS- EN GECERTIFICEERD ZAAD VAN FRUITGEWASSEN, WIJNSTOKKEN EN <STRING STRIKE="on">POOT</STRING>AARDAPPELEN<STRING BOLD="on"> [Am. 277]</STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P>Voorschriften voor de productie van prebasis-, basis- en gecertificeerd zaad van fruitgewassen, wijnstokken en <STRING STRIKE="on">poot</STRING>aardappelen<STRING BOLD="on"> [Am. 278]</STRING></P><P><NO.P>A.</NO.P>Zaaien of planten:</P><P><NO.P>a)</NO.P>de moederplanten en, in voorkomend geval, de bestuivende planten, moeten zodanig worden geplant dat:</P><P><NO.P>i)</NO.P>er voldoende afstand is tot andere planten van dezelfde geslachten of soorten, bepaald op basis van de botanische kenmerken en teelttechnieken en, voor zover relevant voor de categorie materiaal, om bescherming tegen ongewenste vreemdbestuiving te waarborgen en kruisbestuiving met andere gewassen te voorkomen, en</P><P><NO.P>ii)</NO.P>de plantdichtheid volstaat om planten individueel te kunnen observeren.</P><P><NO.P>b)</NO.P>in voorkomend geval moeten teeltmateriaal en tot dezelfde geslachten of soorten behorend materiaal dat bestemd is voor gebruik in levensmiddelen of diervoeders, afzonderlijk van elkaar worden geteeld.</P><P><NO.P>B.</NO.P>Teelt op het veld:</P><P><NO.P>a)</NO.P>in alle stadia van de teelt moeten teeltmateriaal en plantgoed gescheiden worden gehouden;</P><P><NO.P>b)</NO.P>plantaardig teeltmateriaal dat aan de voorschriften voor een bepaalde categorie voldoet, mag niet worden gemengd met materiaal van andere categorieën;</P><P><NO.P>c)</NO.P>de bloeiende moederplant moet worden blootgesteld aan zelfbestuiving of kruisbestuiving met stuifmeel van de omringende bestuivende planten, naargelang het geval voor de betrokken geslachten of soorten;</P><P><NO.P>d)</NO.P>afwijkende typen en misvormde of beschadigde planten moeten in alle stadia van de teelt worden verwijderd om de rasechtheid (of, in het geval van onderstammen die niet tot een ras behoren, de soortechtheid), voldoende zuiverheid en een efficiënte productie te waarborgen;</P><P><NO.P>e)</NO.P>in geval van gebreken moeten moederplanten en bestuivende planten worden uitgesloten als bron van zaad;</P><P><NO.P>f)</NO.P>moederplanten moeten in alle fasen van de teelt in stand worden gehouden, onder omstandigheden die de productie van zaad mogelijk maken. Moederplanten en bestuivende planten moeten in alle productiefasen in stand worden gehouden onder omstandigheden die de identificatie op basis van en verificatie van conformiteit met de officiële beschrijving of de officieel erkende beschrijving van het ras mogelijk maken. In het geval van moederplanten en bestuivende planten die niet tot een ras behoren, heeft die verificatie van conformiteit met van de officiële beschrijving of de officieel erkende beschrijving betrekking op de soort waartoe die moederplanten en bestuivende planten behoren;</P><P><NO.P>g)</NO.P>moederplanten en bestuivende planten moeten in de groeifase(n), met de frequentie en met de methoden die voor de betrokken geslachten of soorten relevant zijn, worden geïnspecteerd;</P><P><NO.P>h)</NO.P>het van een partij te nemen monster moet minstens groot genoeg zijn om te kunnen beoordelen of aan de kwaliteitsvoorschriften voor de desbetreffende geslachten of soorten is voldaan. De bemonsteringsintensiteit, de apparatuur en de methode moeten geschikt zijn voor de betrokken geslachten of soorten en in overeenstemming zijn met de toepasselijke internationale normen;</P><P><NO.P>i)</NO.P>de tests moeten worden uitgevoerd volgens de methoden en met apparatuur en groeimedia die passend zijn voor de betrokken geslachten of soorten, en in overeenstemming met de toepasselijke internationale normen, om te waarborgen dat aan de kwaliteitsvoorschriften is voldaan.</P><P><NO.P>2.</NO.P>Voorschriften voor het in de handel brengen van prebasis-, basis- en gecertificeerd zaad van fruitgewassen, wijnstokken en pootaardappelen</P><P>Het zaad moet voldoen aan alle volgende kwaliteitsvoorschriften, afhankelijk van de kenmerken van elk geslacht of elke soort en de betrokken categorie:</P><P><NO.P>a)</NO.P>behoren tot het ras en, in het geval van zaden die niet tot een ras behoren, tot de soort;</P><P><NO.P>b)</NO.P>de groeikracht, afmetingen en, indien van toepassing, specifieke sortering moeten aan minima gebonden zijn, om de geschiktheid van het materiaal en een voldoende homogeniteit van de partij voor het planten te waarborgen, en</P><P><NO.P>c)</NO.P>nagenoeg vrij zijn van specifieke gebreken en beschadigingen, om de kwaliteit van het zaad te waarborgen.</P><P>DEEL E</P><P>VOORSCHRIFTEN VOOR DE PRODUCTIE EN HET IN DE HANDEL BRENGEN VAN PREBASIS-, BASIS- EN GECERTIFICEERD MATERIAAL DAT DOOR IN-VITROVERMEERDERING IS GEPRODUCEERD</P><P><NO.P>1.</NO.P>Voorschriften voor de productie van prebasis-, basis- en gecertificeerd materiaal dat door in-vitrovermeerdering is geproduceerd</P><P><NO.P>A.</NO.P>In-vitrokweek:</P><P><NO.P>a)</NO.P>de identiteit van het in-vitro- of in-vivomateriaal, naargelang het geval, moet worden bepaald door middel van een etiket en worden geregistreerd om de traceerbaarheid ervan te waarborgen. Het etiket van het materiaal moet worden bewaard;</P><P><NO.P>b)</NO.P>monstermateriaal dat uit in-vivomateriaal afkomstig is, moet worden ontsmet.</P><P><NO.P>B.</NO.P>In-vitroproductie:</P><P><NO.P>a)</NO.P>klonen van het in punt A, a), bedoelde materiaal moeten worden geproduceerd door middel van in-vitrovermeerdering;</P><P><NO.P>b)</NO.P>in alle stadia van de teelt moeten teeltmateriaal en plantgoed gescheiden worden gehouden;</P><P><NO.P>c)</NO.P>klonen die aan de voorschriften voor een bepaalde categorie plantaardig teeltmateriaal voldoen, mogen niet worden gemengd met klonen van andere categorieën;</P><P><NO.P>d)</NO.P>het aantal opeenvolgende vermeerderingscycli van in-vitrovermeerdering moet worden beperkt in overeenstemming met wat passend is voor de betrokken geslachten of soorten;</P><P><NO.P>e)</NO.P>klonen moeten in alle productiefasen in stand worden gehouden onder omstandigheden die de productie van plantaardig teeltmateriaal en de identificatie en verificatie van de conformiteit met de officiële beschrijving of de officieel erkende beschrijving van het ras mogelijk maken. In het geval van klonen die niet tot een ras behoren, heeft die verificatie van de conformiteit met de officiële beschrijving of de officieel erkende beschrijving betrekking op de soort waartoe die klonen behoren;</P><P><NO.P>f)</NO.P>klonen moeten in de groeifase(n), met de frequentie en met de methoden die voor de betrokken geslachten of soorten relevant zijn, worden geïnspecteerd;</P><P><NO.P>g)</NO.P>het van een partij te nemen monster moet minstens groot genoeg zijn om te kunnen beoordelen of aan de kwaliteitsvoorschriften voor de desbetreffende geslachten of soorten is voldaan. De bemonsteringsintensiteit, de apparatuur en de methode moeten geschikt zijn voor de betrokken geslachten of soorten en in overeenstemming zijn met de toepasselijke internationale normen;</P><P><NO.P>h)</NO.P>de tests moeten worden uitgevoerd volgens de methoden en met apparatuur en groeimedia die passend zijn voor de betrokken geslachten of soorten, en in overeenstemming met de toepasselijke internationale normen, om te waarborgen dat aan de kwaliteitsvoorschriften is voldaan.</P><P><NO.P>2.</NO.P>Voorschriften voor het in de handel brengen van prebasis-, basis- en gecertificeerd materiaal dat door in-vitrovermeerdering is geproduceerd</P><P>Het in-vitro- of in-vivomateriaal moet voldoen aan alle volgende voorschriften, afhankelijk van de kenmerken van elk geslacht of elke soort en de betrokken categorie:</P><P><NO.P>a)</NO.P>behoren tot het ras en, in het geval van materiaal dat niet tot een ras behoort, tot de soort die is vermeld op het etiket, hetgeen moet worden vastgesteld door:</P><P><NO.P>i)</NO.P>observatie van de fenotypische kenmerken van het onder A, a), bedoelde in-vivomateriaal;</P><P><NO.P>ii)</NO.P>het produceren van in-vivoplanten van het in punt A, a), bedoelde in-vitromateriaal en het observeren van de fenotypische kenmerken van die planten;</P><P><NO.P>iii)</NO.P>het produceren van in-vivoplanten van de in punt B, a), bedoelde klonen en het observeren van de fenotypische kenmerken van die planten, en</P><P><NO.P>iv)</NO.P>in voorkomend geval, moleculaire analyse van het in punt A, a), bedoelde in-vitromateriaal en/of de in punt B, a), bedoelde klonen.</P><P><NO.P>b)</NO.P>de groeikracht, afmetingen en, indien van toepassing, specifieke sortering moeten aan minima gebonden zijn, om de geschiktheid van het materiaal en een voldoende homogeniteit van de partij voor het planten te waarborgen;</P><P><NO.P>c)</NO.P>nagenoeg vrij zijn van specifieke gebreken en beschadigingen.</P></ANNEX><ANNEX><TI>Bijlage III</TI><P>VOORSCHRIFTEN VOOR DE PRODUCTIE EN HET IN DE HANDEL BRENGEN VAN STANDAARDZAAD EN -MATERIAAL, ZOALS BEDOELD IN ARTIKEL 8</P><P>DEEL A</P><P>VOORSCHRIFTEN VOOR DE PRODUCTIE EN HET IN DE HANDEL BRENGEN VAN STANDAARDZAAD VAN LANDBOUW- EN GROENTEGEWASSEN</P><P><NO.P>1.</NO.P>Algemene voorschriften voor de productie van standaardzaad</P><P><NO.P>A.</NO.P>Zaaien of planten:</P><P><NO.P>a)</NO.P>het ras van het gezaaide zaad, in voorkomend geval met inbegrip van moederplanten, moet worden bepaald, zodat dat traceerbaar is. Het etiket van het materiaal, of de documentatie over de moederplant moet ten minste twee jaar worden bewaard;</P><P><NO.P>b)</NO.P>op het perceel mag geen voorvrucht zijn verbouwd die zich niet verdraagt met de productie van zaad van de soort en het ras van het betrokken gewas, en het perceel moet voldoende vrij zijn van opslag van de voorvrucht;</P><P><NO.P>c)</NO.P>de moederplanten of het zaad moeten op dusdanige wijze worden geplant en/of gezaaid dat er:</P><P><NO.P>i)</NO.P>voldoende afstand is tot bestuivingsbronnen van dezelfde soort en/of de verschillende rassen, in overeenstemming met de isolatieregels die op basis van de specifieke botanische kenmerken en de teelttechnieken voor elke soort zijn vastgesteld, om te zorgen voor bescherming tegen ongewenste vreemdbestuiving en om kruisbestuiving met andere gewassen te voorkomen, indien van toepassing, en</P><P><NO.P>ii)</NO.P>een adequate bestuivingsbron en een adequaat bestuivingsniveau is om verdere vermeerdering te waarborgen, indien van toepassing.</P><P><NO.P>d)</NO.P>de kwaliteit van de bodem, substraten, moederplanten en directe omgeving moet worden gecontroleerd om de aanwezigheid van plaagorganismen of vectoren van dergelijke organismen te voorkomen, in overeenstemming met Verordening (EU) 2016/2031;</P><P><NO.P>e)</NO.P>er moet voldoende aandacht worden besteed aan de machines en eventuele apparatuur die wordt gebruikt om te zorgen voor de afwezigheid van onkruid of andere bij laboratoriumtests moeilijk te onderscheiden soorten;</P><P><NO.P>f)</NO.P>in voorkomend geval moet de productie van zaad afzonderlijk plaatsvinden van de teelt van zaad van dezelfde geslachten of soorten die voor de productie van levensmiddelen of diervoeders bestemd zijn, om de gezondheid van het betrokken materiaal te waarborgen;</P><P><NO.P>g)</NO.P>in voorkomend geval mag ook in-vitrovermeerdering worden gebruikt voor de reproductie van zaad.</P><P><NO.P>B.</NO.P>Productie op het veld:</P><P><NO.P>a)</NO.P>er moet voor worden gezorgd dat er in het veld geen afwijkende typen zijn. Indien totale afwezigheid van afwijkende typen vanwege de kenmerken van de desbetreffende soort niet mogelijk is, moet de aanwezigheid ervan tot het laagst mogelijke niveau beperkt blijven.</P><P>In geval van aanwezigheid van afwijkende typen of andere plantensoorten of rassen tijdens de teeltfase, of tijdens de zaadverwerking, wordt een passende behandeling en/of eliminatie toegepast om de rasechtheid en raszuiverheid van het zaad te waarborgen en de aanwezigheid van ongewenste soorten te voorkomen;</P><P><NO.P>b)</NO.P>planten die gebreken vertonen of in overeenstemming met Verordening (EU) 2016/2031 positief testen op plaagorganismen of visuele symptomen daarvan vertonen, moeten worden behandeld of als bron van plantaardig teeltmateriaal worden uitgesloten;</P><P><NO.P>c)</NO.P>plantaardig teeltmateriaal, in voorkomend geval met inbegrip van moederplanten, moet zodanig in stand worden gehouden dat de rasechtheid wordt gewaarborgd. Instandhouding moet plaatsvinden op basis van de officiële beschrijving of de officieel erkende beschrijving van het ras;</P><P><NO.P>d)</NO.P>de moederplanten moeten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, in voorkomend geval,</STRING></STRING> in alle productiefasen in stand worden gehouden onder omstandigheden die de productie van zaad en de identificatie op basis van de officiële beschrijving van het ras, en verificatie van de conformiteit met die beschrijving, mogelijk maken;<STRING BOLD="on"> [Am. 279]</STRING></P><P><NO.P>e)</NO.P>alle gewassen op het veld moeten worden geïnspecteerd in de groeifase(n), met de frequentie en met de methoden die voor de betrokken soort relevant en passend zijn, om naleving van de respectieve voorschriften te verifiëren. De inspectiemethoden moeten zodanig worden vastgesteld dat de betrouwbaarheid van de waarnemingen wordt gewaarborgd. Indien het niet mogelijk is om planten die niet aan de voorschriften voldoen tijdens de groeifase te verwijderen of te scheiden, moet het gehele veld afgeschreven worden voor de zaadproductie, tenzij de ongewenste zaden in een later stadium mechanisch van de rest kunnen worden gescheiden.</P><P><NO.P>C.</NO.P>Tijdens en na de oogst:</P><P><NO.P>a)</NO.P>het zaad moet in bulk dan wel als individuele planten worden geoogst, al naargelang hoe de identiteit en zuiverheid en traceerbaarheid het best worden gewaarborgd;</P><P><NO.P>b)</NO.P>van elke partij moet een zaadmonster worden genomen en in een laboratorium worden getest om te waarborgen dat aan de kwaliteitsvoorschriften voor de desbetreffende soort, met inbegrip van de kiemkracht, wordt voldaan. De tests omvatten, in voorkomend geval, het opnieuw testen van de kiemkracht na een bepaalde, voor de betrokken soort passende periode;</P><P><NO.P>c)</NO.P>partijen zaad moeten aan risicogebaseerde officiële nacontrole worden onderworpen om na te gaan of is voldaan aan de voorschriften betreffende:</P><P><NO.P>i)</NO.P>de rasechtheid;</P><P><NO.P>ii)</NO.P>de normen voor de minimale raszuiverheid;</P><P><NO.P>iii)</NO.P>hun kiemkracht, en</P><P><NO.P>iv)</NO.P>de fytosanitaire voorschriften.</P><P>De voor de officiële nacontrole gebruikte monsters moeten officieel worden genomen.</P><P>Er mogen geschikte biomoleculaire methoden worden gebruikt.</P><P><NO.P>2.</NO.P>Voorschriften voor het in de handel brengen van standaardzaad</P><P>Het zaad moet voldoen aan alle volgende kwaliteitsvereisten, afhankelijk van de kenmerken van elk geslacht of elke soort:</P><P><NO.P>a)</NO.P>het moet ten minste een minimale kiemkracht hebben, zodat er na het zaaien voldoende planten per vierkante meter uit groeien en de opbrengst en kwaliteit van de productie aldus worden veiliggesteld;</P><P><NO.P>b)</NO.P>het gehalte aan hardschalige zaden moet aan een maximum gebonden zijn, zodat er voldoende planten per vierkante meter uit groeien;</P><P><NO.P>c)</NO.P>het moet ten minste een minimale zuiverheid hebben om een zo hoog mogelijke mate van rasechtheid te verzekeren;</P><P><NO.P>d)</NO.P>het vochtgehalte moet aan een maximum gebonden zijn, om de instandhouding van het materiaal tijdens de verwerking en opslag en het op de markt aanbieden te waarborgen;</P><P><NO.P>e)</NO.P>het gehalte aan zaad van andere geslachten of soorten moet aan een maximum gebonden zijn, om een zo gering mogelijke aanwezigheid van ongewenste planten in de partij te waarborgen;</P><P><NO.P>f)</NO.P>de groeikracht, afmetingen en specifieke sortering moeten voldoende zijn om de geschiktheid van het materiaal en een voldoende homogeniteit van de partij voor het zaaien of planten te waarborgen;</P><P><NO.P>g)</NO.P>de aanwezigheid van aarde of vreemd materiaal moet aan een maximum gebonden zijn, om frauduleuze praktijken en technische onzuiverheden te voorkomen, en</P><P><NO.P>h)</NO.P>het moet vrij zijn van specifieke gebreken en beschadigingen, om de kwaliteit en gezondheid van het materiaal te waarborgen.</P><P>DEEL B</P><P>VOORSCHRIFTEN VOOR DE PRODUCTIE EN HET IN DE HANDEL BRENGEN VAN STANDAARDMATERIAAL VAN LANDBOUW- EN GROENTEGEWASSEN<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, FRUITGEWASSEN EN WIJNSTOKKEN</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 280]</STRING></P><P><STRING STRIKE="on">Met uitzondering van punt b), i), is d</STRING>Deel <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">A</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">B</STRING> van bijlage <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">III</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">II</STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">is </STRING></STRING>van overeenkomstige toepassing op de productie en het in de handel brengen van <STRING STRIKE="on">standaardmateriaal</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">standaardteeltmateriaal,met inbegrip van instandhoudingsrassen die overeenkomstig artikel 26 in de handel worden gebracht</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 281]</STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Onderstammen van wijnstokken mogen niet als standaardmateriaal in de handel worden gebracht.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 282]</STRING></P><P>DEEL C</P><P>VOORSCHRIFTEN VOOR DE <STRING STRIKE="on">REGISTRATIE,</STRING> PRODUCTIE EN HET IN DE HANDEL BRENGEN VAN <STRING STRIKE="on">GESELECTEERDE KLONEN, MULTIKLONALE MENGSELS EN</STRING> POLYKLONAAL PLANTAARDIG TEELTMATERIAAL<STRING STRIKE="on"> VAN STANDAARDMATERIAAL</STRING>, ZOALS BEDOELD IN ARTIKEL 9, LID 1<STRING BOLD="on"> [Am. 283]</STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Beplanting</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">Onderstammen van wijnstokken mogen niet als standaardmateriaal in de handel worden gebracht.</STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Deel C, punt 1, van bijlage II is van overeenkomstige toepassing op het planten van polyklonaal teeltmateriaal.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 284]</STRING></P><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Teelt op het veld:</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">Deel C van bijlage II is van overeenkomstige toepassing op de registratie, productie en het in de handel brengen van geselecteerde klonen, multiklonale mengsels en polyklonaal teeltmateriaal van standaardmateriaal.</STRING></P><P><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in alle stadia van de teelt moeten teeltmateriaal en plantgoed gescheiden worden gehouden;</STRING></STRING></P><P><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">afwijkende typen en misvormde of beschadigde planten moeten in alle stadia van de teelt worden verwijderd om de rasechtheid en raszuiverheid te waarborgen, of, in het geval van onderstammen die niet tot een ras behoren, alsook afwijkende typen en misvormde of beschadigde planten, soortechtheid en een efficiënte productie;</STRING></STRING></P><P><NO.P>c)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in het geval van gebreken moeten de respectieve moederplanten worden uitgesloten als bron van plantaardig teeltmateriaal;</STRING></STRING></P><P><NO.P>d)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de respectieve moederplanten moeten in alle productiefasen in stand worden gehouden onder omstandigheden die de productie van zaad en de identificatie en verificatie van conformiteit met de officiële beschrijving van het ras mogelijk maken;</STRING></STRING></P><P><NO.P>e)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moederplanten moeten in de groeifase(n), met de frequentie en met de methoden die voor de desbetreffende geslachten of soorten relevant zijn, visueel worden geïnspecteerd.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 285]</STRING></P><P><NO.P>2 bis.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Voorschriften voor het in de handel brengen van polyklonaal plantaardig teeltmateriaal</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het materiaal moet voldoen aan alle volgende voorschriften, afhankelijk van de kenmerken van elk geslacht of elke soort:</STRING></STRING></P><P><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de groeikracht, afmetingen en, indien van toepassing, specifieke sortering moeten aan minima gebonden zijn, om de geschiktheid van het materiaal en een voldoende homogeniteit van de partij voor het planten te waarborgen;</STRING></STRING></P><P><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het moet nagenoeg vrij zijn van specifieke gebreken;</STRING></STRING></P><P><NO.P>c)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het mengsel van genotypen in dat polyklonaal plantaardig teeltmateriaal moet worden gemaakt voordat dat plantaardig teeltmateriaal definitief wordt verpakt, en van alle genotypen in dat polyklonaal plantaardig teeltmateriaal identieke gehaltes bevatten; hoewel een zekere tolerantie is toegestaan, mag het gehalte van een genotype nooit meer dan tweemaal zo hoog zijn als het gehalte van het minst frequente genotype.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 286]</STRING></P><P>DEEL D</P><P>VOORSCHRIFTEN VOOR DE PRODUCTIE EN HET IN DE HANDEL BRENGEN VAN STANDAARDZAAD VAN FRUITGEWASSEN, WIJNSTOKKEN EN <STRING STRIKE="on">POOT</STRING>AARDAPPELEN<STRING BOLD="on"> [Am. 287]</STRING></P><P>Deel D van bijlage II is van overeenkomstige toepassing op de productie en het in de handel brengen van standaardzaad van fruitgewassen, wijnstokken en <STRING STRIKE="on">poot</STRING>aardappelen.<STRING BOLD="on"> [Am. 288]</STRING></P><P>DEEL E</P><P>VOORSCHRIFTEN VOOR DE PRODUCTIE EN HET IN DE HANDEL BRENGEN VAN STANDAARDMATERIAAL DAT DOOR IN-VITROVERMEERDERING IS GEPRODUCEERD</P><P>Deel E van bijlage II is van overeenkomstige toepassing op de productie en het in de handel brengen van standaardzaad dat door in-vitrovermeerdering is geproduceerd.</P></ANNEX><ANNEX><TI>Bijlage IV</TI><P>GESLACHTEN EN SOORTEN DIE ALLEEN GEPRODUCEERD EN IN DE HANDEL GEBRACHT MOGEN WORDEN ALS PREBASIS-, BASIS- OF GECERTIFICEERD ZAAD OF MATERIAAL, OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 20, LID 1</P><P>DEEL A</P><P>GESLACHTEN EN SOORTEN DIE WORDEN GEBRUIKT VOOR DE PRODUCTIE VAN ANDERE LANDBOUWGEWASSEN DAN GROENTEN DIE ALLEEN GEPRODUCEERD EN IN DE HANDEL GEBRACHT MOGEN WORDEN ALS PREBASIS-, BASIS- OF GECERTIFICEERD ZAAD</P><P>Agrostis canina L.</P><P>Agrostis capillaris L.</P><P>Agrostis gigantea Roth.</P><P>Agrostis stolonifera L.</P><P>Alopecurus pratensis L.</P><P>Arachis hypogaea L.</P><P>Arrhenatherum elatius (L.) P. Beauv. ex J. Presl &amp; C. Presl.</P><P>Avena nuda L.</P><P>Avena sativa L.(including A. byzantina K. Koch.)</P><P>Avena strigosa Schreb.</P><P>Beta vulgaris L.</P><P>Brassica juncea (L.) Czern.</P><P>Brassica napus L. var. napobrassica (L.) Rchb.</P><P>Brassica napus L. var. napus</P><P>Brassica nigra (L.) W.D.J. Koch</P><P>Brassica oleracea L. convar. acephala (DC.) Alef. var. medullosa Thell. + var. varidis L.</P><P>Brassica rapa L.</P><P>Bromus catharticus Vahl</P><P>Bromus sitchensis Trin.</P><P>Cannabis sativa L.</P><P>Carthamus tinctorius L.</P><P>Carum carvi L.</P><P>Cynodon dactylon (L.) Pers.</P><P>Dactylis glomerata L.</P><P>Festuca arundinacea Schreb.</P><P>Festuca filiformis Pourr.</P><P>Festuca ovina L.</P><P>Festuca pratensis Huds.</P><P>Festuca rubra L.</P><P>Festuca trachyphylla (Hack.) Krajina</P><P>×Festulolium Asch. et Graebn.</P><P>Galega orientalis Lam.</P><P>Glycine max (L.) Merrill</P><P>Gossypium L.</P><P>Hedysarum coronarium L.</P><P>Helianthus annuus L.</P><P>Hordeum vulgare L.</P><P>Linum usitatissimum L.</P><P>Lolium × boucheanum Kunth</P><P>Lolium multiflorum Lam.</P><P>Lolium perenne L.</P><P>Lotus corniculatus L.</P><P>Lupinus albus L.</P><P>Lupinus angustifolius L.</P><P>Lupinus luteus L.</P><P>Medicago lupulina L.</P><P>Medicago sativa L.</P><P>Medicago × varia T. Martyn</P><P>Onobrychis viciifolia Scop.</P><P>Oryza sativa L.</P><P>Papaver somniferum L.</P><P>Phacelia tanacetifolia Benth.</P><P>Phalaris aquatica L.</P><P>Phalaris canariensis L.</P><P>Phleum nodosum L.</P><P>Phleum pratense L.</P><P>Pisum sativum L.</P><P>Poa annua L.</P><P>Poa nemoralis L.</P><P>Poa palustris L.</P><P>Poa pratensis L.</P><P>Poa trivialis L.</P><P>Raphanus sativus L.</P><P>Secale cereale L.</P><P>Sinapis alba L.</P><P>Solanum tuberosum L.</P><P>Sorghum bicolor (L.) Moench</P><P>Sorghum bicolor (L.) Moench × Sorghum sudanense (Piper) Stapf.</P><P>Sorghum sudanense (Piper) Stapf.</P><P>Trifolium alexandrinum L.</P><P>Trifolium hybridum L.</P><P>Trifolium incarnatum L.</P><P>Trifolium pratense L.</P><P>Trifolium repens L.</P><P>Trifolium resupinatum L.</P><P>Trigonella foenum-graecum L.</P><P>Trisetum flavescens (L.) P. Beauv.</P><P>×Triticosecale Wittm. ex A. Camus.</P><P>Triticum aestivum L.</P><P>Triticum durum Desf.</P><P>Triticum spelta L.</P><P>Vicia faba L.</P><P>Vicia pannonica Crantz .</P><P>Vicia sativa L.</P><P>Vicia villosa Roth.</P><P>Zea mays L.</P><P>DEEL B</P><P>GESLACHTEN EN SOORTEN DIE ALLEEN GEPRODUCEERD EN IN DE HANDEL GEBRACHT MOGEN WORDEN ALS PREBASIS-, BASIS- OF GECERTIFICEERD MATERIAAL</P><P>Solanum tuberosum L.</P></ANNEX><ANNEX><TI><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bijlage IV bis</STRING></STRING></TI><STI><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">SOORTEN DIE ALS COMMERCIEEL ZAAD MOGEN WORDEN GEPRODUCEERD EN IN DE HANDEL MOGEN WORDEN GEBRACHT</STRING></STRING></STI><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Arachis hypogaea L.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Biserrula pelecinus</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Brassica nigra (L.) W.D.J. Koch</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Cynodon dactylon L.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Festuca trachyphylla (Hack.) Krajina</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Festuca filiformis Pour</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Hedysarum coronarium L.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Lathyrus cicera</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Medicago × varia T. Martyn Sand</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Medicago doliata Carmingn</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Medicago italica (Mill.) Fiori</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Medicago littoralis</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Medicago murex</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Medicago polymorpha</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Medicago rugosa</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Medicago scutellata</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Medicago truncatula</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Medicago x varia Martyn Sand</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Onobrychis viciifolia Scop</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ornithopus compressus</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ornithopus sativus</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Phalaris aquatica L.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Plantago lanceolata</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Poa annua</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Poa nemoralis</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Trifolium fragiferum</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Trifolium glanduliferum</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Trifolium hirtum</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Trifolium isthmocarpum</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Trifolium michelianum</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Trifolium squarrosum</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Trifolium subterraneum</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Trifolium vesiculosum</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Trigonella foenum-graecum L.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Vicia bengahalensis L.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Vicia pannonica Crantz</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">xFestulolium Asch. &amp; Graebn</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 289]</STRING></P></ANNEX><ANNEX><TI>Bijlage V</TI><P>VOORSCHRIFTEN VOOR DE PRODUCTIE EN HET IN DE HANDEL BRENGEN VAN INSTANDHOUDINGSMENGSELS, ZOALS BEDOELD IN ARTIKEL 22</P><P><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Regio van oorsprong</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">Brongebied</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 290]</STRING></P><P>De bevoegde autoriteiten kunnen specifieke <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">regio’s van oorsprong</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">brongebieden</STRING> voor de instandhoudingsmengsels aanwijzen waarmee de desbetreffende mengsels van nature in verband worden gebracht. Daarbij moeten zij de informatie van voor plantgenetische hulpbronnen bevoegde instanties of daartoe door de lidstaten erkende organisaties in aanmerking nemen.<STRING BOLD="on"> [Am. 291]</STRING></P><P>Wanneer <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de regio van oorsprong</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">het brongebied</STRING> meer dan één lidstaat betreft, moet <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de regio van oorsprong</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">het brongebied</STRING> in onderlinge overeenstemming tussen alle betrokken lidstaten worden vastgesteld.<STRING BOLD="on"> [Am. 292]</STRING></P><P><NO.P>2.</NO.P>Soorten</P><P>De soorten en, in voorkomend geval, ondersoorten die in instandhoudingsmengsels worden gebruikt, moeten:</P><P><NO.P>a)</NO.P>typisch zijn voor het habitattype van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de regio van oorsprong</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">het brongebied</STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 293]</STRING></P><P><NO.P>b)</NO.P>van belang zijn voor het behoud van het natuurlijke milieu in het kader van de instandhouding van genetische hulpbronnen, als bestanddelen van het mengsel;</P><P><NO.P>c)</NO.P>geschikt zijn om bij te dragen tot het herstel van het habitattype van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de regio van oorsprong</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">het brongebied</STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 294]</STRING></P><P>Het instandhoudingsmengsel mag niet de soorten Avena fatua, Avena sterilis en Cuscuta spp. bevatten.</P><P>Het maximumgehalte aan Rumex spp., met uitzondering van Rumex acetosella<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, Rumex maritimus, Rumex acetosa, R. thyrsiflorus</STRING></STRING> en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">R. sanguineus</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">Rumex maritimus</STRING>, mag niet meer bedragen dan 0,05 gewichtspercent.<STRING BOLD="on"> [Am. 295]</STRING></P><P><NO.P>3.</NO.P>Toestemming voor professionele exploitanten</P><P>Professionele exploitanten moeten toestemming hebben verkregen voordat instandhoudingsmengsels mogen worden geproduceerd.</P><P>De professionele exploitant dient een aanvraag in voor de in artikel 22, lid 1, bedoelde toestemming, die alle volgende elementen moet omvatten:</P><P><NO.P>a)</NO.P>naam en adres van de professionele exploitant;</P><P><NO.P>b)</NO.P>de oogstmethode: of het mengsel rechtstreeks zo wordt geoogst of wordt vermeerderd;</P><P><NO.P>c)</NO.P>bestanddelen, als soorten en, indien van toepassing, ondersoorten<STRING STRIKE="on"> en rassen,</STRING> van het instandhoudingsmengsel die kenmerkend zijn voor het habitattype van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de regio van oorsprong</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">het brongebied</STRING> en die als bestanddelen van het mengsel van belang zijn voor het behoud van de natuurlijke omgeving in het kader van de instandhouding van genetische hulpbronnen;<STRING BOLD="on"> [Am. 296]</STRING></P><P><NO.P>d)</NO.P><STRING STRIKE="on">de hoeveelheid van het mengsel waarop de vergunning van toepassing is;</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 297]</STRING></P><P><NO.P>e)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de regio van oorsprong</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">het brongebied</STRING> van het mengsel;<STRING BOLD="on"> [Am. 298]</STRING></P><P><NO.P>f)</NO.P>de verzamellocatie en, in het geval van een vermeerderd instandhoudingsmengsel, ook de vermeerderingslocatie;</P><P><NO.P>g)</NO.P>het habitattype van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de regio van oorsprong</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">het brongebied</STRING> van het mengsel, en<STRING BOLD="on"> [Am. 299]</STRING></P><P><NO.P>h)</NO.P>het verzameljaar.</P><P>De aanvraag moet vergezeld gaan van de informatie die nodig is om na te gaan of is voldaan aan de voorschriften van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lid</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">punt</STRING> 4, in het geval van rechtstreeks geoogste instandhoudingsmengsels, of van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lid</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">punt</STRING> 5, in het geval van vermeerderde instandhoudingsmengsels.<STRING BOLD="on"> [Am. 300]</STRING></P><P>De bevoegde autoriteiten kunnen een vergunning afgeven met daarin de datum en het toepassingsgebied van de vergunning, afhankelijk van de aanvraag van de exploitant en van de naleving van de voorschriften, en de desbetreffende beperking voor het in de handel brengen in het brongebied.</P><P>Professionele exploitanten moeten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aan</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">vóór</STRING> het <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">eind</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">begin</STRING> van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ieder kalender- of boekjaar, naar gelang van het geval, </STRING></STRING><STRING STRIKE="on">elk productieseizoen de hoeveelheid zaad in instandhoudingsmengsels, waarvoor de vergunning moet worden verleend, melden, samen met </STRING>de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">hoeveelheid zaad in toegestane instandhoudingsmengsels melden aan </STRING></STRING><STRING STRIKE="on">omvang en de locatie van de beoogde verzamellocatie(s) en </STRING>de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bevoegde autoriteit</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">datum of data van die verzameling</STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 301]</STRING></P><P><NO.P>4.</NO.P>Productie van rechtstreeks geoogste instandhoudingsmengsels</P><P>Rechtstreeks geoogste instandhoudingsmengsels moeten aan de volgende voorschriften voldoen:</P><P><NO.P>a)</NO.P>een zaadmengsel dat in <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de regio van oorsprong</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">het brongebied</STRING> is verzameld (“rechtstreeks geoogst instandhoudingsmengsel”) wordt verzameld op een locatie die in de veertig jaar voorafgaand aan de datum van de vergunning niet is ingezaaid;<STRING BOLD="on"> [Am. 3025]</STRING></P><P><NO.P>b)</NO.P>de percentages van de bestanddelen van het rechtstreeks geoogste instandhoudingsmengsel aan soorten en, in voorkomend geval, ondersoorten, moeten toereikend zijn om het habitattype van het brongebied opnieuw te creëren;</P><P><NO.P>c)</NO.P>het maximumgehalte aan soorten en, in voorkomend geval, ondersoorten die niet aan punt b) voldoen, mag niet hoger zijn dan 1 % van het gewicht;</P><P><NO.P>d)</NO.P>de bevoegde autoriteiten kunnen tijdens de groeiperiode met passende tussenpozen, en ook tijdens de verzamelingsactiviteiten, visuele inspecties op de verzamellocatie uitvoeren, om na te gaan of het mengsel aan de voorschriften voor deze instandhoudingsmengsels voldoet. Zij moeten de bevindingen daarvan documenteren;</P><P><NO.P>e)</NO.P>er moeten officiële tests, of tests onder officieel toezicht van de bevoegde autoriteit, worden uitgevoerd om na te gaan of het instandhoudingsmengsel aan de gestelde voorschriften voldoet. Deze tests moeten worden uitgevoerd volgens de gangbare internationale methoden of, indien deze niet bestaan, volgens geschikte methoden;</P><P><NO.P>f)</NO.P>monsters moeten worden afgenomen van homogene partijen en voldoende zijn voor de uitvoering van de in punt e) bedoelde test.</P><P><NO.P>5.</NO.P>Productie van vermeerderde instandhoudingsmengsels</P><P>Zaden in instandhoudingsmengsels mogen, door een exploitant die daarvoor toestemming heeft gekregen, ook worden vermeerderd volgens de volgende procedure:</P><P><NO.P>a)</NO.P>zaad van afzonderlijke soorten wordt in <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de regio van oorsprong</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">het brongebied</STRING> verzameld, of rechtstreeks geoogste instandhoudingsmengsels worden bij een andere exploitant aangekocht;<STRING BOLD="on"> [Am. 303]</STRING></P><P><NO.P>b)</NO.P><STRING STRIKE="on">het in punt a) bedoelde zaad wordt als enkele soort buiten het brongebied vermeerderd. Vermeerdering mag vijf generaties lang plaatsvinden;</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 304]</STRING></P><P><NO.P>c)</NO.P>de zaden van die soorten worden vervolgens gemengd om een mengsel te creëren dat bestaat uit die geslachten, soorten en, indien van toepassing, ondersoorten die kenmerkend zijn voor het habitattype van het brongebied;</P><P><NO.P>d)</NO.P><STRING STRIKE="on">dit mengsel mag ook zaad van in deel A van bijlage I opgenomen soorten omvatten dat conventioneel is geproduceerd, mits het voldoet aan punt c);</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 305]</STRING></P><P><NO.P>e)</NO.P>het verzamelde zaad in het instandhoudingsmengsel dat wordt vermeerderd, moet in het brongebied zijn verzameld op een verzamellocatie die niet is ingezaaid in de veertig jaar voorafgaand aan de datum van de in punt 3 bedoelde toestemming voor de exploitant;</P><P><NO.P>f)</NO.P>het zaad van het vermeerderde instandhoudingsmengsel is afkomstig van soorten en, indien van toepassing, ondersoorten die kenmerkend zijn voor het habitattype van het brongebied en die als bestanddelen van het mengsel van belang zijn voor het behoud van de natuurlijke omgeving in het kader van de instandhouding van genetische hulpbronnen;</P><P><NO.P>g)</NO.P>de kiemkracht van de bestanddelen, zoals bedoeld in punt f), is voldoende om het habitattype van het brongebied te recreëren;</P><P><NO.P>h)</NO.P>het maximumgehalte aan soorten en, in voorkomend geval, ondersoorten die niet aan punt <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">f</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">g</STRING>) voldoen, mag niet hoger zijn dan 1 % van het gewicht;<STRING BOLD="on"> [Am. 306]</STRING></P><P><NO.P>i)</NO.P>bestanddelen van een vermeerderd instandhoudingsmengsel die zaden zijn van de in deel A van bijlage I vermelde soorten, moeten, alvorens zij in het mengsel worden opgenomen, ten minste voldoen aan de voorschriften voor standaardzaad voor de desbetreffende soort;</P><P><NO.P>j)</NO.P>er worden officiële tests, of tests onder officieel toezicht van de lidstaat, uitgevoerd om na te gaan of het instandhoudingsmengsel aan de gestelde voorschriften voldoet. Deze tests moeten worden uitgevoerd volgens de gangbare internationale methoden of, indien deze niet bestaan, volgens geschikte methoden;</P><P><NO.P>k)</NO.P>monsters moeten worden afgenomen van homogene partijen en voldoende zijn voor de uitvoering van de in punt j) bedoelde test.</P></ANNEX><ANNEX><TI>Bijlage VI</TI><P>VOORSCHRIFTEN VOOR DE PRODUCTIE EN HET IN DE HANDEL BRENGEN VAN PLANTAARDIG TEELTMATERIAAL VAN HETEROGEEN MATERIAAL, ZOALS BEDOELD IN ARTIKEL 27, LID 2</P><P><NO.P>A.</NO.P>Kennisgeving van heterogeen materiaal</P><P>Plantaardig teeltmateriaal van heterogeen materiaal, zoals bedoeld in artikel 27, lid 2, mag in de handel worden gebracht na kennisgeving van het heterogeen materiaal door de professionele exploitant aan de bevoegde autoriteiten, op basis van een dossier dat het volgende bevat:</P><P><NO.P>a)</NO.P>de contactgegevens van de aanvrager;</P><P><NO.P>b)</NO.P>de soort en benaming van het heterogene materiaal;</P><P><NO.P>c)</NO.P>de beschrijving van het heterogene materiaal, zoals bedoeld in punt B;</P><P><NO.P>d)</NO.P>een verklaring van de aanvrager betreffende de waarachtigheid van de elementen in de punten a), b) en c);</P><P><NO.P>e)</NO.P>een representatief monster.</P><P>De kennisgeving wordt aangetekend verzonden, of via enig ander communicatiemiddel dat door de bevoegde autoriteiten wordt aanvaard, met verzoek om een ontvangstbevestiging. Drie maanden na de datum op de ontvangstbevestiging wordt de bevoegde autoriteit geacht kennis te hebben genomen van de kennisgeving en de inhoud ervan, mits er geen aanvullende informatie werd gevraagd of aan de leverancier niet werd meegedeeld dat het dossier werd geweigerd op grond van onvolledigheid van de kennisgeving, en wordt het heterogene materiaal opgenomen in het register van heterogeen materiaal.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Dat register is kosteloos voor de officiële exploitant.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 307]</STRING></P><P><NO.P>B.</NO.P>Beschrijving van het heterogeen materiaal</P><P><NO.P>1.</NO.P>De beschrijving van heterogeen materiaal moet elk van de volgende elementen omvatten:</P><P><NO.P>a)</NO.P>een beschrijving van de kenmerken, met inbegrip van:</P><P><NO.P>i)</NO.P>de fenotypische karakterisering van de belangrijkste gemeenschappelijke kenmerken van het materiaal, samen met de beschrijving van de heterogeniteit van het materiaal door de karakterisering van de fenotypische diversiteit die waarneembaar is tussen individuele teelteenheden;</P><P><NO.P>ii)</NO.P>documentatie van de relevante kenmerken, met inbegrip van agronomische aspecten, zoals opbrengst, opbrengststabiliteit, geschiktheid voor systemen met lage input, prestaties, weerstand tegen abiotische stress, ziektebestendigheid, kwaliteitsparameters, smaak of kleur;</P><P><NO.P>iii)</NO.P>beschikbare testresultaten met betrekking tot de in punt ii) bedoelde kenmerken.</P><P><NO.P>b)</NO.P>een beschrijving van het soort techniek dat wordt gebruikt voor de teelt- of productiemethode van het heterogene materiaal;</P><P><NO.P>c)</NO.P>een beschrijving van het oudermateriaal dat wordt gebruikt voor het telen of produceren van het heterogene materiaal en het eigen productiecontroleprogramma dat door de betrokken exploitant wordt gebruikt, met een verwijzing naar de praktijken zoals bedoeld in deel B, punt 2, a), en, indien van toepassing, in deel B, punt 2, c);</P><P><NO.P>d)</NO.P>een beschrijving van de beheers- en selectiepraktijken op het bedrijf met een verwijzing naar deel B, punt 2, b), en, indien van toepassing, van het oudermateriaal met een verwijzing naar deel B, punt 2, c);</P><P><NO.P>e)</NO.P>een verwijzing naar het land van teelt of productie, met informatie over het productiejaar en een beschrijving van de bodemklimaatomstandigheden.</P><P><NO.P>2.</NO.P>Het heterogene materiaal <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kan het resultaat zijn van</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">mag worden gegenereerd met</STRING> een van de volgende technieken:<STRING BOLD="on"> [Am. 308]</STRING></P><P><NO.P>a)</NO.P>het kruisen van verschillende soorten oudermateriaal, waarbij gebruik wordt gemaakt van kruisingsprotocollen om divers heterogeen materiaal te produceren door de opbrengst samen te voegen, waarbij het plantgoed herhaaldelijk opnieuw wordt ingezaaid en wordt blootgesteld aan natuurlijke en/of menselijke selectie, op voorwaarde dat dit materiaal een hoog niveau van genetische diversiteit vertoont;</P><P><NO.P>b)</NO.P>beheerspraktijken op het bedrijf, met inbegrip van de selectie, ontwikkeling of instandhouding van het materiaal, dat wordt gekenmerkt door een hoog niveau van genetische diversiteit;</P><P><NO.P>c)</NO.P>elke andere techniek die wordt gebruikt voor het kweken of produceren van heterogeen materiaal, rekening houdend met specifieke kenmerken van de vermeerdering.</P><P><NO.P>C.</NO.P>Voorschriften betreffende de identiteit van partijen plantaardig teeltmateriaal van heterogeen materiaal</P><P>Plantaardig teeltmateriaal van biologisch heterogeen materiaal is identificeerbaar aan de hand van elk van de volgende elementen:</P><P><NO.P>a)</NO.P>het oorspronkelijke materiaal en de regeling voor de productie die bij de kruising worden gebruikt voor het creëren van het heterogene materiaal, zoals bedoeld in deel B, punt 2, a), of, indien van toepassing, in deel B, punt 2, c), of de geschiedenis van het materiaal en de beheerspraktijken op het bedrijf, waaronder de vraag of de selectie op natuurlijke wijze en/of via menselijk ingrijpen heeft plaatsgevonden, in de gevallen bedoeld in deel B, punt 2, b), en deel B, punt 2, c);</P><P><NO.P>b)</NO.P>het land van teelt of productie; en</P><P><NO.P>c)</NO.P>de karakterisering van de belangrijkste gemeenschappelijke kenmerken en van de fenotypische heterogeniteit van het materiaal.</P><P><NO.P>D.</NO.P>Vereisten inzake de gezondheidskwaliteit, mechanische zuiverheid en kiemkracht van plantaardig teeltmateriaal van heterogeen materiaal</P><P><NO.P>1.</NO.P>Plantaardig teeltmateriaal van heterogeen materiaal moet <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wat betreft de mechanische zuiverheid en kiemkracht voor zaad en</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">in het geval van zaad voldoen aan de voorschriften inzake</STRING> de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kwaliteitseisen voor ander materiaal voldoen aan voorschriften die gelijk zijn</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">mechanische zuiverheid en kiemkracht, en bij ander materiaal</STRING> aan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">die welke zijn vastgesteld voor</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">de kwaliteitsvereisten van</STRING> de laagste categorie voor de respectieve soorten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met inbegrip van voor de in bijlage IV vermelde soorten vastgestelde voorschriften</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 309]</STRING></P><P>Planten die gebreken vertonen of in overeenstemming met Verordening (EU) 2016/2031 positief testen op plaagorganismen of visuele symptomen daarvan vertonen, moeten worden behandeld of als bron van plantaardig teeltmateriaal worden uitgesloten.</P><P><NO.P>2.</NO.P>In afwijking van deel D, punt 1, mogen exploitanten plantaardig teeltmateriaal van heterogeen materiaal in de handel brengen dat niet aan de voorwaarden voor kiemkracht voldoet, op voorwaarde dat de exploitant het kiemgetal van het betrokken plantaardig teeltmateriaal op het etiket of rechtstreeks op de verpakking vermeldt.</P><P><NO.P>E.</NO.P>Voorschriften voor de verpakking en etikettering van plantaardig teeltmateriaal van heterogeen materiaal</P><P><NO.P>1.</NO.P>Teeltmateriaal van heterogeen materiaal moet in kleine verpakkingen en in maximale hoeveelheden, zoals bepaald in deel H, worden verpakt. Zij mogen ook in andere verpakkingen of recipiënten worden verpakt, maar alleen als deze zodanig worden gesloten dat zij niet kunnen worden geopend zonder dat op de verpakking of recipiënt zichtbaar blijft dat ermee geknoeid is.</P><P><NO.P>2.</NO.P>De professionele exploitant moet op de verpakkingen of recipiënten met plantaardig teeltmateriaal van heterogeen materiaal een etiket aanbrengen in ten minste een van de officiële talen van de Unie.</P><P>Dat etiket:</P><P><NO.P>i)</NO.P>moet leesbaar, op één zijde bedrukt of beschreven, nieuw afgegeven en gemakkelijk zichtbaar zijn;</P><P><NO.P>ii)</NO.P>moet de in deel G van deze bijlage bedoelde informatie bevatten, tenzij die informatie rechtstreeks op de verpakking of de recipiënt is gedrukt of geschreven, en</P><P><NO.P>iii)</NO.P>moet geel zijn met een groen diagonaal kruis.</P><P><NO.P>3.</NO.P>In het geval van kleine, doorzichtige verpakkingen mag het etiket zich in de verpakking bevinden, op voorwaarde dat het duidelijk leesbaar is.</P><P><NO.P>4.</NO.P>In afwijking van deel E, punten 1 en 2, mag plantaardig teeltmateriaal van biologisch heterogeen materiaal dat zich in een gesloten en geëtiketteerde verpakking of container bevindt, in een niet-gemarkeerde en niet-verzegelde verpakking tot aan de in deel H bepaalde maximumhoeveelheden worden verkocht aan eindgebruikers, op voorwaarde dat de koper bij levering desgevraagd schriftelijk in kennis wordt gesteld van de soort en benaming van het heterogene materiaal en het referentienummer van de partij.</P><P><NO.P>F.</NO.P>Instandhouding van heterogeen materiaal</P><P><NO.P>1.</NO.P>Indien instandhouding mogelijk is, moet de professionele exploitant die de bevoegde instanties van het heterogeen materiaal in kennis heeft gesteld, de belangrijkste kenmerken van het materiaal ten tijde van de kennisgeving behouden door het zolang het in de handel blijft in stand te houden.</P><P><NO.P>2.</NO.P>Die instandhouding moet plaatsvinden volgens erkende praktijken die zijn afgestemd op de instandhouding van dergelijk heterogeen materiaal. De voor de instandhouding verantwoordelijke professionele exploitant moet de duur en de inhoud van de instandhouding documenteren.</P><P><NO.P>3.</NO.P>De bevoegde instanties moeten te allen tijde toegang hebben tot alle documentatie die door de voor het materiaal verantwoordelijke professionele exploitant wordt bijgehouden, om de instandhouding ervan te controleren. De professionele exploitant moet die gegevens tot vijf jaar na het moment waarop het heterogeen materiaal niet meer in de handel wordt gebracht bewaren.</P><P><NO.P>G.</NO.P>Op het etiket van de verpakkingen te vermelden informatie</P><P>Plantaardig teeltmateriaal van biologisch heterogeen materiaal wordt in de handel gebracht in verpakkingen die moeten zijn voorzien van een etiket met de volgende elementen:</P><P><NO.P>1)</NO.P>de benaming van het heterogeen materiaal, samen met de vermelding “heterogeen materiaal”;</P><P><NO.P>2)</NO.P>de vermelding “EU-regelgeving en -normen”;</P><P><NO.P>3)</NO.P>de naam en het adres dan wel de registratiecode van de exploitant die verantwoordelijk is voor het aanbrengen van het etiket;</P><P><NO.P>4)</NO.P>het land van productie;</P><P><NO.P>5)</NO.P>het referentienummer van de partij, volgens de exploitant die verantwoordelijk is voor het aanbrengen van de etiketten;</P><P><NO.P>6)</NO.P>maand en jaar van sluiting, voorafgegaan door de woorden: “gesloten in”;</P><P><NO.P>7)</NO.P>de soort, aangegeven met ten minste de botanische benaming, eventueel in verkorte vorm en zonder de namen van de auteurs;</P><P><NO.P>8)</NO.P>het opgegeven netto- of brutogewicht of de opgegeven hoeveelheid plantaardig teeltmateriaal, behalve voor kleine verpakkingen;</P><P><NO.P>9)</NO.P>wanneer het gewicht wordt vermeld en omhullingen of andere toevoegingsmiddelen in vaste staat worden gebruikt, de vermelding van de aard van het toevoegingsmiddel, alsmede de verhouding, bij benadering, tussen het gewicht van de zuivere zaden en het totaalgewicht, en</P><P><NO.P>10)</NO.P>de kiemkracht, indien van toepassing.</P><P><NO.P>H.</NO.P>Maximale hoeveelheden plantaardig teeltmateriaal van heterogeen materiaal in kleine verpakkingen</P><P><TABLE><TGROUP COLS="2"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="80.33*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="19.67*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Soorten</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Maximale netto-massa (kg)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P><STRING STRIKE="on">Groenvoedergewassen</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><STRING STRIKE="on">10</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 310]</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bieten</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>10</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Granen</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>30</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Oliehoudende planten en vezelgewassen</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>10</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Aardappel</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>30</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Groenten:</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Peulvruchten</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>5</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Uien, kervel, asperges, snijbiet, rode bieten, mei- en herfstrapen, watermeloen, reuzenpompoen, pompoenen, wortelen, radijs, schorseneren, spinazie en veldsla</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>0,5</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Alle andere groentegewassen</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>0,1</P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P></ANNEX><ANNEX><TI>Bijlage VII</TI><P>INHOUD VAN DE NATIONALE EN EU-RASSENREGISTERS, ZOALS BEDOELD IN ARTIKEL 46</P><P>De nationale rassenregisters en het EU-rassenregister moeten alle volgende elementen bevatten:</P><P><NO.P>(a)</NO.P>de naam van het geslacht of de soort waartoe het ras behoort;</P><P><NO.P>(b)</NO.P>de benaming van het ras en, voor rassen die vóór de inwerkingtreding van deze verordening in de handel zijn gebracht, in voorkomend geval, andere alternatieve benamingen die voor dat ras worden gebruikt;</P><P><NO.P>(c)</NO.P>de naam en in voorkomend geval het referentienummer van de aanvrager;</P><P><NO.P>(d)</NO.P>de datum van registratie van het ras en in voorkomend geval van de verlenging van de registratie;</P><P><NO.P>(e)</NO.P>de datum waarop de geldigheid van de registratie verloopt;</P><P><NO.P>(f)</NO.P>een verwijzing naar de link naar het dossier, waarin de officiële beschrijving van het ras of, indien van toepassing, de officieel erkende beschrijving van het ras kan worden gevonden;</P><P><NO.P>(g)</NO.P>in het geval van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">instandhoudingsrassen,</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">rassen met</STRING> een officieel erkende beschrijving en, waar van toepassing, een vermelding van de regio of regio’s waar het ras <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van oudsher</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">vanouds</STRING> is geteeld en<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, in</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">waaraan</STRING> het <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">geval van nieuw gekweekte instandhoudingsrassen, waar het zich aan</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">zich op natuurlijke wijze heeft aangepast (</STRING>de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">plaatselijke teeltomstandigheden heeft aangepast</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">regio of regio’s van oorsprong)</STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 311]</STRING></P><P><NO.P>(h)</NO.P>de naam van de persoon die voor de instandhouding van het ras verantwoordelijk is;</P><P><NO.P>(i)</NO.P>de namen van de lidstaten die de desbetreffende nationale rassenregisters hebben ingesteld;</P><P><NO.P>(j)</NO.P>de referentie waaronder het ras in die nationale rassenregisters is geregistreerd;</P><P><NO.P>(k)</NO.P>indien van toepassing, de vermelding dat het ras een “voor biologische productie geschikt biologisch ras” is;</P><P><NO.P>(l)</NO.P>indien van toepassing, de vermelding dat het ras geheel of gedeeltelijk uit een genetisch gemodificeerd organisme bestaat;</P><P><NO.P>(m)</NO.P>indien van toepassing, de vermelding dat het ras een kruisingspartner van een ander geregistreerd ras is;</P><P><NO.P>(n)</NO.P>indien van toepassing, de vermelding dat het plantaardig teeltmateriaal dat tot het ras behoort, alleen in de vorm van onderstammen geproduceerd en in de handel gebracht wordt;</P><P><NO.P>(o)</NO.P>indien van toepassing, een verwijzing naar de link naar het dossier waar de resultaten van de onderzoeken naar waarde voor duurzame teelt en duurzaam gebruik, als bedoeld in artikel 52, kunnen worden gevonden;</P><P><NO.P>(p)</NO.P>indien van toepassing, een vermelding van de reproductiemethode voor het ras, met inbegrip van informatie over of het een hybride of een kunstmatig verkregen ras betreft;</P><P><NO.P>(q)</NO.P>indien van toepassing, de vermelding dat het ras geheel of gedeeltelijk bestaat uit een NGT-plant van categorie 1 zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 7, van Verordening (EU) .../... [PB: gelieve de verwijzing naar NGT-verordening ... in te <STRING STRIKE="on">voegen</STRING><STRING ITALIC="on"><STRING STRIKE="on">Office of Publications, please insert reference to NGT Regulation</STRING></STRING>] en de in artikel 9, lid 1, punt e), van [NGT-proposal] bedoelde identificatienummers die zijn toegekend aan NGT-planten van categorie 1 waaruit het verkregen is;</P><P><NO.P>(r)</NO.P>indien van toepassing, de vermelding dat het ras geheel of gedeeltelijk bestaat uit een NGT-plant van categorie 2 zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 8, van Verordening (EU) .../... (PB: gelieve de verwijzing naar NGT-verordening ... in te voegen<STRING ITALIC="on"><STRING STRIKE="on">Office of Publications, please insert reference to NGT Regulation</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">...</STRING>);</P><P><NO.P>(s)</NO.P>indien van toepassing, vermelding dat het ras herbicidetolerant is en vermelding van de toepasselijke teeltvoorwaarden;</P><P><NO.P>(t)</NO.P>indien van toepassing, vermelding dat het ras bepaalde <STRING STRIKE="on">andere</STRING> kenmerken heeft <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">die tot ongewenste agronomische effecten kunnen leiden</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">dan die bedoeld in punt s)</STRING>, en vermelding van de toepasselijke teeltvoorwaarden<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">.</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 312]</STRING></P><P><NO.P>(t bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">indien van toepassing, de respectieve intellectuele-eigendomsrechten die rusten op het ras en de bestanddelen, de eigenschappen of het ontwikkelingsproces daarvan, met inbegrip van, indien van toepassing en passend, het aantal betreffende verleende of aangevraagde octrooien die de bevoegde autoriteit moet verstrekken en bijwerken;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 313]</STRING></P><P><NO.P>(t ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">indien van toepassing, een beschrijving van de kweektechnieken die voor de ontwikkeling van het ras zijn toegepast.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 314]</STRING></P></ANNEX><ANNEX><TI><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bijlage VII bis</STRING></STRING></TI><P><TABLE><TGROUP COLS="2"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="76.1*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="23.9*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C1" NAMEEND="C2" NAMEST="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">MAXIMALE HOEVEELHEDEN VOOR DYNAMISCHE INSTANDHOUDING</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C2" NAMEST="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De hoeveelheid geldt per natuurlijke of rechtspersoon, jaar en ras/accessie/ecotype/plantgenetische hulpbron.</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Soorten</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Maximale nettomassa (kg)</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Groenvoedergewassen</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">20</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bieten</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">20</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Granen</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">200</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Oliehoudende planten en vezelgewassen</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">20</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aardappel</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1 000</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Groenten:</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Peulvruchten</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">75</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uien, kervel, asperges, snijbiet, rode bieten, mei- en herfstrapen, watermeloen, reuzenpompoen, pompoenen, wortelen, radijs, schorseneren, spinazie en veldsla</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Zaad van alle andere groenten</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">0,5</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Vegetatief geteelde groenten</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">500 planten</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Teeltmateriaal van fruitgewassen en wijnstokken</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">150 stammen</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P><P><STRING BOLD="on">[Am. 315]</STRING></P></ANNEX><ANNEX><TI>Bijlage VIII</TI><P>CONCORDANTIETABELLEN</P><P><TABLE><TGROUP COLS="2"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="50*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="50*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Richtlijn 66/401/EEG van de Raad</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C2" VALIGN="BOTTOM"><P>Deze verordening</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 1 bis</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 2, artikel 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 1, A.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 2, artikel 3, artikel 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 1, B.1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 3, artikel 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 1, C.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 3, artikel 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 1, D.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 1, E.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 1, F.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 1, G.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 1, punt a)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 1, punt b)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 1, punt d)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 36</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 83</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 3, A.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 10</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 3, B.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 10</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 10</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 3, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 20</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 3, lid 1, punt a)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 3, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 3, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 20</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 3, lid 4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 3 bis</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7, artikel 35</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 34</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 4 bis</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 31, artikel 32</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 5</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 5 bis</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 6</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 63</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 7, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 7, lid 1 bis</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 10, artikel 12</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 7, lid 1 ter</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 10, artikel 12</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 7, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 8, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 14</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 8, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 9, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 14</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 9, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 23</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 9, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 10, lid 1, punt a)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 15</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 10 bis</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 15</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 10 ter</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 15</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 10 quater</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 15</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 10 quinquies</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 14</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 11</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 15</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 11 bis</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 17</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 12</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 12</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 13</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 21, artikel 22</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 13 bis</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 38</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 14</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 36</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 14 bis</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7, artikel 15</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 15, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 35, artikel 39</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 15, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 35</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 15, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 35, artikel 39</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 16</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 39</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 17</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 33</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 18</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 19, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 24</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 19, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 40</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 20</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 24</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 21</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 76</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 21 bis</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 22</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 22 bis</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7, artikel 26, artikel 22</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 23</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 83</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 23 bis</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 24</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage I</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage II</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage III</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7, artikel 13</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage IV</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 17</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage V</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 35</P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P><P><TABLE><TGROUP COLS="2"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="50*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="50*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Richtlijn 66/402/EEG van de Raad</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C2" VALIGN="BOTTOM"><P>Deze verordening</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 1 bis</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 1, A.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 1, B.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 3, artikel 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 1, C.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 3, artikel 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 1, C bis.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 3, artikel 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 1, C.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 3, artikel 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 1, D.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 3, artikel 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 1, E.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 3, artikel 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 1, F.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 3, artikel 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 1, H.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 3, artikel 10</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 1, punt a)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 1, punt b)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 1, punt c)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 1, punt e)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 10</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 10</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 20, artikel 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 3 bis</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7, artikel 35</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 34</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 4 bis</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 31, artikel 32</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 5</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 5 bis</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 6</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 63</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 7, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 7, lid 1 bis</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 10, artikel 12</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 7, lid 1 ter</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 10, artikel 12</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 7, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 8, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 14</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 8, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 9, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 14</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 9, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 23</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 9, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 10, lid 1, punt a)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 15</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 10, lid 1, punt b)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 10, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 14</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 10, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 10 bis</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 14</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 11</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 15</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 11 bis</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 15</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 12</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 17</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 13</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 21</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 13 bis</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 38</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 14</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 36</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 14 bis</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7, artikel 15</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 15, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 35, artikel 39</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 15, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 35</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 15, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 35, artikel 39</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 16</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 39</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 17</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 33</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 18</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 19, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 24</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 19, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 40</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 20</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 24</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 21</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 76</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 21 bis</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 21 ter</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 22</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 22 bis</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 23</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 83</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 23 bis</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 24</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage I</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage II</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage III</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage IV</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 17</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage V</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 35</P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P><P><TABLE><TGROUP COLS="2"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="50*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="50*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Richtlijn 68/193/EEG van de Raad</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C2" VALIGN="BOTTOM"><P>Deze verordening</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 1, A.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 1, B.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 1, C.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 1, D.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 1, E.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 1, F.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 1, G.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 8</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 1, H.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 1, punt I</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 3, punt 3)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 3, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7, artikel 8</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 3, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 3, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 3, lid 4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7, leden 3 en 4, bijlage II, deel E, bijlage III, deel E</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 3, lid 5</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7, lid 4, artikel 8, lid 5</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 36</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 5</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 44</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 5 bis</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 47, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 5 ter, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 48</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 5 ter, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 50</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 5 ter, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 49</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 5 ter bis, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 5 ter bis, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 5 ter bis, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 47, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 5 quater</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 47, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 5 quinquies</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 47, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 5 sexies</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 71, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 5 septies</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 47, lid 1, bijlage VII</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 5 octies</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 72</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 7</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 14</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 8, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 13</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 8, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 28</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 9</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 14</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 10</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 15</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 10 bis</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 17</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 11, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 80</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 11, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 40</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 12</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 12 bis</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 13</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7, lid 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 14</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 33</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 14 bis</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 38</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 15, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 15, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 39</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 16</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 38</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 16 bis</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7, lid 4, artikel 8, lid 5</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 16 ter</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7, lid 4, artikel 8, lid 5</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 17</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 76</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 17 bis</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7, leden 3 en 4, artikel 8, leden 4 en 5</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 18</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 18 bis</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 18 ter</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 19</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 20</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 83</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage I</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7, lid 4, artikel 8, lid 5</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage II</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7, lid 4, artikel 8, lid 5</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage III</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 14, lid 6</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage IV</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 17</P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P><P><TABLE><TGROUP COLS="2"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="50*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="50*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Richtlijn 2002/53/EG van de Raad</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C2" VALIGN="BOTTOM"><P>Deze verordening</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 1, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 1, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 44, lid 3, artikel 45</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 1, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 2, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 3, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 44, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 3, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 44, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 3, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 44, lid 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 4, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 47, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 4, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 44, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 5, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 47, lid 1, artikel 48</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 5, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 50</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 5, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 49</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 5, lid 4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 52</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 6</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 44, lid 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 7, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 59</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 7, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 7, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 63</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 7, lid 4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 47, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 7, lid 5</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 8</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 9, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 44, artikel 46, bijlage VII</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 9, leden 2 en 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 47, lid 1, punt b), artikel 54</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 9, lid 4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 47, lid 1, punt a), bijlage VII</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 9, lid 5</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 46, bijlage VII</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 10</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 44, lid 3, artikel 45, artikel 46, lid 1, bijlage VII</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 11</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 72</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 12, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 69, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 12, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 69, lid 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 13</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 14</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 71</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 15</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 71</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 16, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 44, lid 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 16, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 47, lid 1, punten f) en g)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 17</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 45</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 18</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 37</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 19</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 20, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 47, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 20, leden 2 en 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 26</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 21</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 22</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 39</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 23</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 76</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 24</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 25</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 26</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 27</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 83</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 28</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 83</P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P><P><TABLE><TGROUP COLS="2"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="50*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="50*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Richtlijn 2002/54/EG van de Raad</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C2" VALIGN="BOTTOM"><P>Deze verordening</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 1, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 2, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 3, artikel 7, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 3, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 6</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 3, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 80</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 6, artikel 7, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 5</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 34, artikel 35</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 6</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 2, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 7</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 36</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 8</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 63</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 9, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 24, artikel 25</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 9, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 13, lid 5</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 10, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 13, artikel 14</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 10, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 28</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 11</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 14</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 12</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 15, artikel 17, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 13</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 14</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 14, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 28</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 14, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 17, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 15</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 13, artikel 14, artikel 23</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 16</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 18</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 17</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 15, artikel 17, lid 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 18</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 15, artikel 17</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 19</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 38</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 20</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 21, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7, leden 1 en 3, artikel 15, bijlage II</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 21, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 15, artikel 17, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 21, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 39</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 22, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 6, artikel 7, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 22, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 35</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 23, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 39</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 23, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 24</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 33</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 25, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 80</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 25, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 39</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 26</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 27</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7, lid 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 28</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 76</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 29</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 30</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 30 bis</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 31</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 32</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 33</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 34</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 83</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 35</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 83</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage I</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 17, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage II</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 13, lid 5</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage III</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 17, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage IV</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 17, lid 4, punt m), artikel 35</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage V</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage VI</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P><P><TABLE><TGROUP COLS="2"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="50*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="50*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Richtlijn 2002/55/EG van de Raad</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C2" VALIGN="BOTTOM"><P>Deze verordening</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 2, lid 1, artikel 3, artikel 7, lid 4, artikel 8, lid 5</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 3, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 5</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 3, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 44</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 3, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 45</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 3, lid 4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 44, lid 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 4, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 47, lid 1, punt a)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 4, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 47, lid 1, punt c)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 4, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 4, lid 4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 26</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 5, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 48</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 5, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 50</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 5, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 49</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 6</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 44, lid 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 7, leden 1 en 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 59</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 7, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 63</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 7, lid 4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 47, lid 1, punt c)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 8</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 56</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 9, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 44, artikel 72</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 9, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 47, lid 1, punt b), artikel 54</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 10</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 44, lid 3, bijlage VII</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 11</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 72</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 12, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 69</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 12, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 70</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 13</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 14</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 71</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 15</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 71</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 16, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 44, lid 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 16, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 47, lid 1, punten f) en g)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 17</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 45</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 18</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 37</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 19</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 44, lid 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 20</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 20</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 21</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 2, lid 4, artikel 6, artikel 7, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 22</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 34, artikel 35</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 23, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 2, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 23, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 24</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 36</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 25</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7, lid 4, artikel 8, lid 5, artikel 24, artikel 25</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 26</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 13</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 27</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 14</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 28</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 15, artikel 16, artikel 17, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 29</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 14, artikel 28</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 30</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 14, artikel 28</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 31</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 17, lid 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 32</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 17, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 33</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 38</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 34</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 35</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 36, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 6, artikel 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 36, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 15, artikel 17</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 36, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 39</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 37</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 39</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 38</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 33</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 39, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 80</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 39, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 39</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 40</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 24, artikel 25</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 41</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 8, lid 5</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 42</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 19</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 43</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 44, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 44, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 26</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 45</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 2, lid 2, artikel 7, lid 3, artikel 8, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 46</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 76</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 47</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 48</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 26</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 49</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 50</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 51</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 52</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 83</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 53</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 83</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage I</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7, lid 4, artikel 8, lid 5</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage II</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7, lid 4, artikel 8, lid 5</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage III</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7, lid 4, artikel 8, lid 5</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage IV</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 17, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage V</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 17, lid 4, punt m)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage VI</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage VII</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P><P><TABLE><TGROUP COLS="2"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="50*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="50*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Richtlijn 2002/56/EG van de Raad</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C2" VALIGN="BOTTOM"><P>Deze verordening</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 1, eerste alinea</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 1, tweede alinea</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 2, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 3, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 20</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 3, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 3, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7, lid 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 3, lid 4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7, lid 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 5</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 36</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 6, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 2, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 6, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 6, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 7</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 8</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 9</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 10</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 11, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 13</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 11, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 28</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 12</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 14</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 13</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 15, artikel 17</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 14</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 15</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 15</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 16</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 17</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 18</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7, lid 3, artikel 17</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 19</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 38</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 20</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 21</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 39</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 22</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 33</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 23, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 80</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 23, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 39</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 24</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7, lid 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 25</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 76</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 26</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 27</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 26</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 28</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 29</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 30</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 83</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 31</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 83</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage I</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7, lid 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage II</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7, lid 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage III</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 17</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage IV</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage V</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P><P><TABLE><TGROUP COLS="2"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="50*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="50*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Richtlijn 2002/57/EG van de Raad</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C2" VALIGN="BOTTOM"><P>Deze verordening</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 1, artikel 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 1, punt a)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 2, artikel 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 1, punt b)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 1, punt d)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 2, artikel 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 1, punt e)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 2, artikel 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 1, punt f)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 2, artikel 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 1, punt g)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 2, artikel 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 1, punt h)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 2, artikel 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 1, punt j)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 1, punt k)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 3 bis</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 5</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 10, artikel 12</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 6</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 10, artikel 12</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 3, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 20</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 3, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 3, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 3, lid 4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7, artikel 35</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 5</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 34</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 6</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 31, artikel 32</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 7</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 8</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 63</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 9, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 9, lid 1 bis</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 10, artikel 12</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 9, lid 1 ter</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 10, artikel 12</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 9, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 10, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 14</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 10, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 11, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 14</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 11, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 23</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 11, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 12, lid 1, punt a)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 15</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 12, lid 1, punt b)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 12, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 12, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 13</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 15</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 14</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 17</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 15</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 17</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 16</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 38</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 17</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 36</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 18</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7, artikel 15</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 19, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 35, artikel 39</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 19, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 35</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 19 bis</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 20</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 39</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 21</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 33</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 22, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 24</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 22, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 40</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 23</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 24</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 24</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 25</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 76</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 26</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 27</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 28</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 29</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 30</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 31</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 82</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 32</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 83</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 33</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 83</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage I</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage II</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage III</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage IV</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 17</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage V</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 35</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage VI</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 82</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage VII</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 82</P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P><P><TABLE><TGROUP COLS="2"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="50*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="50*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Richtlijn 2008/72/EG van de Raad</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C2" VALIGN="BOTTOM"><P>Deze verordening</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 1, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 2, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 1, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 2, lid 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 2, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7, lid 4, artikel 8, lid 5</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 5, leden 1 en 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 41, artikel 42</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 5, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 6, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 10</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 6, leden 2 tot en met 4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 7</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 8, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 10</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 8, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 2, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 8, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 44</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 9, leden 1 en 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 5</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 9, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 45</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 10, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 13</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 10, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 22</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 11, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 13</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 11, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 28</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 12</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 2, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 13</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 33</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 14, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 14, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 5</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 15</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 16, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 39</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 16, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 17</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7, leden 1 en 2, artikel 8, leden 1 en 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 18</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7, lid 3, artikel 8, lid 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 19, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 19</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 19, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 38</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 20</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 28</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 21</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 76</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 22</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7, lid 3, artikel 8, lid 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 23, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 23, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 80</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 24</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 83</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 25</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 26</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 83</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 27</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 83</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage I</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Bijlage II en bijlage III</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage II</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Bijlage I</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage III</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Richtlijn 2008/90/EG van de Raad</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C2" VALIGN="BOTTOM"><P>Deze verordening</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 1, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 1, artikel 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 1, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 2, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 1, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 1, lid 4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 2, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 3, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 6</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 3, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 3, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 3, lid 4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 2, lid 4, artikel 29</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7, lid 4, artikel 8, lid 5</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 5</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 41</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 6, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7, artikel 8</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 6, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 6, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 42</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 6, lid 4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 7, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 5</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 7, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 47, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 7, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 47, lid 1, artikel 54</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 7, lid 4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 47, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 7, lid 5</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 47, lid 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 7, lid 6</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 47, lid 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 8, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 13</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 8, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 13, artikel 18</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 9, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 13, artikel 15, artikel 16, artikel 17</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 9, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 28</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 9, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 15, artikel 17</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 10</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 2, lid 4, artikel 29, artikel 30</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 11</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 33</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 12, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 39</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 12, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 13</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 80</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 14</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 24, artikel 25</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 15</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 80</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 16</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 19</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 17</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 18</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 2, lid 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 19</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 76</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 20</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 21</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 22</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 23</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 23</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 24</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 83</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage I</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Bijlage I</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage II</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P></ANNEX></DISPOSITIF></TEXT></TCONSOLID></TXTLST></SDOCTA>