<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF4" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0342</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Productie en in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0142/2024 - Rapporteur: Herbert Dorfmann)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 24 april 2024 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de productie en het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal, tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2016/2031 en (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 1999/105/EG van de Raad (verordening betreffende bosbouwkundig teeltmateriaal) (COM(2023)0415 – C9-0237/2023 – 2023/0228(COD))</STRING></TI><NOTE>(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)</NOTE><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2023)0415),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 294, lid 2, en artikel 43, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C9‑0237/2023),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 13 december 2023<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/1583, 5.3.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/1583/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 59 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling (A9-0142/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de nationale parlementen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST><TXTLST><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TC1-COD(2023)0228</STRING></IDENT><TCONSOLID><TI><STRING BOLD="on">Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 24 april 2024 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) 2024/... van het Europees Parlement en de Raad betreffende de productie en het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal, tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2016/2031 en (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 1999/105/EG van de Raad (verordening betreffende bosbouwkundig teeltmateriaal)</STRING><BRK/></TI><NOTE>(Voor de EER relevante tekst)</NOTE><TEXT><PREAMBLE><PRINIT>HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,</PRINIT><GRVISA><VISA><P>Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, lid 2,</P></VISA><VISA><P>Gezien het voorstel van de Europese Commissie<FOOTNOTE><FIELD>PB C 199 van 14.7.1999, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P>Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,</P></VISA><VISA><P>Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité<FOOTNOTE><FIELD>PB C 329 van 17.11.1999, blz. 15.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P>[Gezien het advies van het Comité van de Regio’s,]</P></VISA><VISA><P>Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure<FOOTNOTE><FIELD>Standpunt van het Europees Parlement van... en standpunt van de Raad in eerste lezing van... Besluit van het Europees Parlement van … en besluit van de Raad van ....</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><GRCINIT>Overwegende hetgeen volgt:</GRCINIT><CONS><P><NO.P>(1)</NO.P>Richtlijn 1999/105/EG van de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 1999/105/EG van de Raad van 22 december 1999 betreffende het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal (PB L 11 van 15.1.2000, blz. 17).</FIELD></FOOTNOTE> bevat voorschriften voor de productie en het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(2)</NO.P>Bossen bedekken ongeveer 45 % van het landoppervlak in de Unie en vervullen een multifunctionele rol die sociale, economische, ecologische en culturele functies omvat. Bossen vervullen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, naast andere functies,</STRING></STRING> als koolstofput een primaire functie in het klimaatmitigatiebeleid. Hoogwaardig, klimaataangepast en <STRING STRIKE="on">divers</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gediversifieerd</STRING></STRING> bosbouwkundig teeltmateriaal is van essentieel belang om in deze behoeften te voorzien.<STRING BOLD="on"> [Am. 1]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(3)</NO.P>In het licht van nieuwe technische en wetenschappelijke ontwikkelingen, de actualisering van de voorschriften van de regeling van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) voor de certificering van bosbouwkundig teeltmateriaal in de internationale handel<FOOTNOTE><FIELD>Besluit van de Raad tot vaststelling van de OESO-regeling voor de certificering van bosbouwkundig teeltmateriaal in de internationale handel [OESO/LEGAL/0355].</FIELD></FOOTNOTE> (“de OESO-regeling voor bosbouwkundig zaaizaad en plantgoed”), de nieuwe beleidsprioriteiten van de Unie met betrekking tot duurzaamheid, aanpassing aan de klimaatverandering en biodiversiteit, en met name de Europese Green Deal<FOOTNOTE><FIELD>Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “De Europese Green Deal”, COM(2019) 640 final.</FIELD></FOOTNOTE>, alsook van de ervaring die is opgedaan bij de uitvoering van Richtlijn 1999/105/EG, moet die richtlijn door een nieuwe handeling worden vervangen. Met het oog op de uniforme toepassing van de nieuwe regels in de hele Unie moet de handeling de vorm krijgen van een verordening.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(4)</NO.P>Het doel van de OESO-regeling voor bosbouwkundig zaaizaad en plantgoed is het stimuleren van de productie en het gebruik van zaden, plantendelen en planten die zijn verzameld, verwerkt en in de handel gebracht op een wijze die een hoge kwaliteit en beschikbaarheid van bosbouwkundig teeltmateriaal waarborgt. Gezien de lengte van de boscycli en de kosten van aanplantingen en langetermijninvesteringen in bossen is het van essentieel belang dat bosbouwers volledig betrouwbare informatie krijgen over de oorsprong en de genetische kenmerken van het bosbouwkundig teeltmateriaal dat zij in aanplantingen gebruiken. De OESO-regeling voor bosbouwkundig zaaizaad en plantgoed voldoet aan deze behoefte door middel van certificering en traceerbaarheid. De regeling speelt een belangrijke rol bij het aanpassen van de bossen in de wereld aan veranderende klimaatomstandigheden. De nadruk wordt gelegd op het behoud van de diversiteit van soorten en het waarborgen van een hoge genetische diversiteit binnen soorten en zaadpartijen, waardoor het aanpassingspotentieel van bosbouwkundig teeltmateriaal voor de toekomstige herbeplanting van een gebied met bomen (“herbebossing”) en de aanleggen van nieuwe bossen (“bebossing”) wordt vergroot. Herbebossing kan nodig zijn wanneer delen van een bestaand bos zijn getroffen door extreme weersomstandigheden, bosbranden, uitbraken van ziekten en plagen of andere rampen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(5)</NO.P>In de Europese Green Deal verbindt de Commissie zich ertoe uitdagingen in verband met klimaatverandering en het milieu aan te pakken. Het doel is de economie van de Unie om te vormen met het oog op een duurzame toekomst. De regels van de Unie inzake de productie en het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal moeten in overeenstemming zijn met Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader voor de verwezenlijking van klimaatneutraliteit<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 2021 tot vaststelling van een kader voor de verwezenlijking van klimaatneutraliteit, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 401/2009 en Verordening (EU) 2018/1999 (“Europese klimaatwet”) (PB L 243 van 9.7.2021, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> en met de drie strategieën voor de uitvoering van de Europese Green Deal: de nieuwe EU-strategie voor aanpassing aan de klimaatverandering<FOOTNOTE><FIELD>Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “Een klimaatveerkrachtig Europa tot stand brengen — de nieuwe EU-strategie voor aanpassing aan de klimaatverandering”, COM(2021) 82 final.</FIELD></FOOTNOTE>, de nieuwe EU-bosstrategie voor 2030<FOOTNOTE><FIELD>Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “Nieuwe EU-bosstrategie voor 2030”, (COM(2021) 572 final).</FIELD></FOOTNOTE> en de EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030<FOOTNOTE><FIELD>Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, De Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030 — De natuur terug in ons leven brengen”, (COM(2020) 380 final).</FIELD></FOOTNOTE>.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(6)</NO.P>Verordening (EU) 2021/1119 vereist dat de desbetreffende instellingen van de Unie en de lidstaten zorgen voor voortdurende vooruitgang bij het vergroten van het vermogen tot aanpassing aan, en het versterken van de veerkracht en het verminderen van de kwetsbaarheid voor klimaatverandering. Een van de doelstellingen van de nieuwe EU-strategie voor aanpassing aan de klimaatverandering is daarom het vermogen van de Unie om zich aan te passen aan de klimaatverandering te versnellen door onder meer de regels inzake bosbouwkundig teeltmateriaal te wijzigen. De wetgeving van de Unie moet de productie en het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal in de hele Unie aanmoedigen. Daartoe moet de mogelijkheid voor de lidstaten om de goedkeuring van bepaald uitgangsmateriaal te beperken en het verhandelen van bepaald bosbouwkundig teeltmateriaal aan eindgebruikers te verbieden, zoals opgenomen in Richtlijn 1999/105/EG, worden afgeschaft.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(7)</NO.P>De nieuwe EU-bosstrategie voor 2030 is vooral gericht op de effectieve bebossing en de instandhouding en het herstel van bossen in de Unie, teneinde te helpen de absorptie van CO<STRING SUBSCRIPT="on">2</STRING> te bevorderen, het aantal bosbranden en de omvang daarvan terug te dringen en de bio-economie te bevorderen, met volledige inachtneming van de ecologische beginselen die gunstig zijn voor de biodiversiteit. Zorgen voor bosherstel en versterkt duurzaam bosbeheer is cruciaal met het oog op klimaatadaptatie en bosveerkracht In dit verband wordt in de nieuwe EU-bosstrategie gesteld dat voor de aanpassing van bossen aan de klimaatverandering en het herstel van bossen na klimaatschade, grote hoeveelheden geschikt bosbouwkundig teeltmateriaal nodig zullen zijn. Daartoe zijn inspanningen nodig om de genetische hulpbronnen in de bosbouw, waarvan een klimaatbestendiger bosbouw afhankelijk is, veilig te stellen en duurzaam te gebruiken. Er zijn ook inspanningen nodig om de productie en beschikbaarheid van dergelijk bosbouwkundig teeltmateriaal te verhogen, betere informatie te verstrekken over de geschiktheid ervan voor klimatologische en ecologische omstandigheden en de gezamenlijke productie en overdracht ervan over de nationale grenzen binnen de Unie te verbeteren. Professionele exploitanten moeten dus worden verplicht vooraf informatie aan de gebruikers te verstrekken over de geschiktheid van bosbouwkundig teeltmateriaal voor de klimatologische en ecologische omstandigheden.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(8)</NO.P>De EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030 moet ervoor zorgen dat de biodiversiteit in de Unie tegen 2030 op weg is naar herstel. In het kader van die strategie moet in de wetgeving van de Unie de nadruk worden gelegd op het behoud van de soortendiversiteit en moet worden gezorgd voor een hoge genetische <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kwaliteit en </STRING></STRING>diversiteit binnen soorten en binnen partijen zaden. Zo moet de voorziening van hoogwaardig en genetisch <STRING STRIKE="on">divers</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gediversifieerd</STRING></STRING> bosbouwkundig teeltmateriaal dat is aangepast aan de huidige en verwachte toekomstige klimaatomstandigheden, worden vergemakkelijkt. De instandhouding en de verbetering van de biologische diversiteit van de bossen, met inbegrip van de genetische diversiteit van de bomen, zijn van essentieel belang voor een duurzaam bosbeheer en voor het aanpassen van de bossen aan klimaatverandering. Boomsoorten en kunstmatige hybriden die onder deze verordening vallen, moeten genetisch geschikt zijn voor de plaatselijke omstandigheden en van hoge kwaliteit zijn.<STRING BOLD="on"> [Am. 2]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(9)</NO.P>Er is een grensoverschrijdende dimensie op de lange termijn omdat de noordwaartse migratie van vegetatiezones die reeds kan worden waargenomen, de komende decennia naar verwachting aanzienlijk zal versnellen. Daarom zou het voor bosbouwers zeer gunstig zijn als in deze verordening een vereiste wordt opgenomen om informatie te verstrekken over de zones waar zaad kan worden aangeplant of waar bosbouwkundig teeltmateriaal aan de plaatselijke omstandigheden is aangepast. Daarom moeten de bevoegde autoriteiten voor bepaald zaad aanwijzen in welke zones dat zaad geschikt is voor de plaatselijke omstandigheden en kan worden ingezaaid (“zaadoverdrachtszones”). Evenzo moeten zij voor bepaald bosbouwkundig teeltmateriaal aanwijzen in welke gebieden dat teeltmateriaal aangepast is aan de plaatselijke omstandigheden (“inzetgebieden”).</P></CONS><CONS><P><NO.P>(10)</NO.P>In Richtlijn 1999/105/EG wordt bosbouwkundig teeltmateriaal gedefinieerd in verband met het belang ervan voor bosbouwdoeleinden in de gehele Unie of een deel daarvan, maar wat die bosbouwdoeleinden zijn, wordt niet duidelijk. Duidelijkheidshalve worden in het toepassingsgebied van deze verordening de doeleinden opgesomd waarvoor het gebruik van bosbouwkundig teeltmateriaal van hoogwaardige kwaliteit belangrijk is.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(11)</NO.P>Bosbouwkundig teeltmateriaal kan worden geproduceerd voor gebruik bij bebossing/herbebossing en andere soorten boomaanplanting en voor verschillende doeleinden, zoals de productie van hout en biomaterialen, het behoud van de biodiversiteit, het herstel van bosecosystemen, aanpassing aan en mitigatie van de klimaatverandering en instandhouding en duurzaam gebruik van genetische hulpbronnen in de bosbouw.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(12)</NO.P>Uit onderzoek is gebleken dat de beoordeling en goedkeuring van uitgangsmateriaal met betrekking tot het specifieke doeleinde van het gebruik van bosbouwkundig teeltmateriaal van het grootste belang zijn. Daarnaast heeft de aanplant van bosbouwkundig teeltmateriaal van hoogwaardige kwaliteit op de juiste plaats een positief effect op het doeleinde waarvoor dat teeltmateriaal wordt gebruikt. Onder “op de juiste plaats” wordt verstaan dat het bosbouwkundig teeltmateriaal genetisch en fenotypisch geschikt is voor de locatie waar het wordt geteeld, met inbegrip van de relevante klimaatprognoses voor die locatie.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(13)</NO.P>Om een toereikende voorziening van bosbouwkundig teeltmateriaal te waarborgen in reactie op de toegenomen vraag naar bosbouwkundig teeltmateriaal, moeten bestaande of potentiële handelsbelemmeringen die het vrije verkeer van teeltmateriaal binnen de Unie kunnen belemmeren, worden weggenomen. Dit doel kan alleen worden bereikt als de respectieve Unieregels inzake bosbouwkundig teeltmateriaal de hoogst mogelijke normen opleggen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(14)</NO.P>De voorschriften van de Unie inzake de productie en het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal moeten rekening houden met de praktische behoeften en mogen alleen van toepassing zijn op bepaalde soorten en kunstmatige hybriden die in bijlage I bij deze verordening zijn opgenomen. Deze soorten en kunstmatige hybriden zijn belangrijk voor de productie van bosbouwkundig teeltmateriaal voor bebossing, herbebossing en andere soorten boomaanplanting met het oog op de productie van hout en biomaterialen, het behoud van de biodiversiteit, het herstel van bosecosystemen, aanpassing aan en mitigatie van de klimaatverandering en instandhouding en duurzaam gebruik van genetische hulpbronnen in de bosbouw.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(15)</NO.P>Het doel van deze verordening is de productie en het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal van hoogwaardige kwaliteit te waarborgen. Om veerkrachtige bossen te helpen aanleggen en bosecosystemen te herstellen, moeten de gebruikers voorafgaand aan de aankoop van bosbouwkundig teeltmateriaal worden geïnformeerd over de geschiktheid van dat bosbouwkundig teeltmateriaal voor de klimatologische en ecologische omstandigheden van het gebied waar het zal worden gebruikt.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(16)</NO.P>Om ervoor te zorgen dat gecertificeerd bosbouwkundig teeltmateriaal aangepast zal zijn aan de klimatologische en ecologische omstandigheden van het gebied waar het wordt aangeplant, moeten de bevoegde autoriteiten de duurzaamheidskenmerken van het uitgangsmateriaal beoordelen tijdens de procedure voor de goedkeuring van dat uitgangsmateriaal. Die duurzaamheidskenmerken moeten betrekking hebben op de aanpassing van dat uitgangsmateriaal aan de klimatologische en ecologische omstandigheden en de afwezigheid van voor bomen schadelijke plaagorganismen en symptomen daarvan.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(17)</NO.P>Bosbouwkundig teeltmateriaal mag alleen worden geoogst van uitgangsmateriaal dat door de bevoegde autoriteiten is beoordeeld en goedgekeurd, zodat de hoogst mogelijke kwaliteit van dat bosbouwkundig teeltmateriaal wordt gewaarborgd. Goedgekeurd uitgangsmateriaal moet worden geregistreerd in een nationaal register met een uniek registratienummer en met verwijzing naar een goedgekeurde eenheid.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(17 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om de kwaliteit van zaden te behouden moeten de verpakkingen zodanig worden ontworpen dat ze na het openen onbruikbaar worden, waardoor wordt gewaarborgd dat gebruikers zich bewust zijn van eventuele manipulatie van de zaden en worden aangemoedigd om de volledige inhoud correct te gebruiken, waarbij wordt voorkomen dat zaden onjuist worden opgeslagen of worden gebruikt wanneer deze waarschijnlijk bedorven zijn.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 3]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(18)</NO.P>Met het oog op de aanpassing aan de wetenschappelijke en technische ontwikkelingen van internationale normen moet het gebruik van biomoleculaire technieken als aanvullende methode worden opgenomen in de procedure voor goedkeuring van uitgangsmateriaal. Deze biomoleculaire technieken moeten worden toegestaan voor het beoordelen van de oorsprong van het uitgangsmateriaal of voor het screenen van het uitgangsmateriaal op de aanwezigheid van ziekteresistente kenmerken door middel van moleculaire markers.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(19)</NO.P>De bevoegde autoriteiten van de respectieve lidstaten moeten een basiscertificaat afgeven voor al het bosbouwkundig teeltmateriaal dat van goedgekeurd uitgangsmateriaal is afgeleid (d.w.z. geoogst). Een dergelijk basiscertificaat waarborgt de identificatie van het bosbouwkundig teeltmateriaal, bevat informatie over de oorsprong ervan en bevat de meest geschikte informatie voor de gebruikers ervan en de bevoegde autoriteiten die belast zijn met de officiële controle ervan. Het moet worden toegestaan het basiscertificaat in elektronische vorm af te geven.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(19 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Elke lidstaat moet een nationale lijst van afgegeven basiscertificaten opstellen en bijhouden, en deze lijst ter beschikking stellen van de Commissie en de nationale bevoegde autoriteiten van alle andere lidstaten.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 4]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(20)</NO.P>Alleen teeltmateriaal dat van goedgekeurd uitgangsmateriaal is geoogst, mag vervolgens worden gecertificeerd en in de handel worden gebracht. Bosbouwkundig teeltmateriaal moet door de bevoegde autoriteiten worden gecertificeerd als “van bekende origine”, “geselecteerd”, “gekeurd” en “getest” en onder verwijzing naar die categorieën in de handel worden gebracht. De categorieën tonen aan welke van de kenmerken van het uitgangsmateriaal zijn beoordeeld en geven de kwaliteit van het bosbouwkundig teeltmateriaal aan. Voor de categorieën bosbouwkundig teeltmateriaal van lagere kwaliteit (“van bekende origine” en “geselecteerd”) worden de basiskenmerken van het uitgangsmateriaal gecontroleerd. Voor de categorieën bosbouwkundig teeltmateriaal van hogere kwaliteit (“gekeurd” en “getest”) worden ouderbomen geselecteerd op basis van uitstekende kenmerken en kruisingsschema’s. In het geval van bosbouwkundig teeltmateriaal van de categorie “gekeurd”, wordt de superieure kwaliteit van het bosbouwkundig teeltmateriaal geschat op basis van de kenmerken van de ouderbomen. In het geval van de categorie “getest” moet de superieure kwaliteit van dat bosbouwkundig teeltmateriaal worden aangetoond in vergelijking met hetzij het uitgangsmateriaal waaruit dat bosbouwkundig teeltmateriaal is geoogst, hetzij een referentiepopulatie. De categorieën bosbouwkundig teeltmateriaal “van bekende origine”, “geselecteerd”, “gekeurd” en “getest” moeten worden onderworpen aan uniforme productie- en handelsvoorschriften om transparantie, gelijke mededingingsvoorwaarden en de integriteit van de interne markt te waarborgen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(21)</NO.P>De certificeringsvoorschriften moeten worden verduidelijkt voor bosbouwkundig teeltmateriaal dat is geproduceerd door middel van innovatieve productieprocessen en met name productietechnieken voor de productie van een specifiek type bosbouwkundig teeltmateriaal, namelijk klonen. Aangezien de plaats van productie van die klonen kan verschillen van de plaats van de oorspronkelijke boom (het uitgangsmateriaal) waarvan de klonen zijn afgeleid, moeten de regels worden gewijzigd om de traceerbaarheid te waarborgen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(22)</NO.P>De eisen voor uitgangsmateriaal dat bestemd is voor de instandhouding en het duurzame gebruik van genetische hulpbronnen in de bosbouw verschillen van die voor uitgangsmateriaal dat bestemd is voor de productie van bosbouwkundig teeltmateriaal voor commerciële doeleinden, vanwege de verschillende selectiecriteria die voor deze twee soorten uitgangsmateriaal worden toegepast. Met het oog op de instandhouding en het duurzame gebruik van genetische hulpbronnen in de bosbouw <STRING STRIKE="on">moeten alle</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moet een zo groot mogelijk aantal</STRING></STRING> bomen van een opstand in het bos worden behouden. Dit is noodzakelijk om de genetische diversiteit binnen één enkele boomsoort te helpen vergroten. Anderzijds mogen voor uitgangsmateriaal dat bestemd is voor de productie van bosbouwkundig teeltmateriaal voor commerciële doeleinden, alleen bomen met superieure kenmerken worden geselecteerd. Daarom moet het <STRING STRIKE="on">de lidstaten</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">professionele exploitanten</STRING></STRING> worden toegestaan af te wijken van de toepasselijke voorschriften met betrekking tot de goedkeuring van uitgangsmateriaal, en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bij de bevoegde autoriteit </STRING></STRING>kennisgeving<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> te</STRING></STRING> doen van dit uitgangsmateriaal dat bestemd is voor de instandhouding van genetische hulpbronnen in de bosbouw<STRING STRIKE="on"> bij de bevoegde autoriteit</STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 5]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(23)</NO.P>De categorie “van bekende origine” is de minimumnorm die vereist is voor het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal, omdat er weinig of geen fenotypische selectie heeft plaatsgevonden van het uitgangsmateriaal dat bestemd is voor de productie van bosbouwkundig teeltmateriaal van die categorie. Om de traceerbaarheid te waarborgen, moet de professionele exploitant de locatie registreren van het uitgangsmateriaal (d.w.z. de herkomst) waarvan het bosbouwkundig teeltmateriaal wordt verzameld. De oorsprong van dat uitgangsmateriaal moet worden vermeld, indien bekend. Dit is in overeenstemming met de OESO-regeling voor bosbouwkundig zaaizaad en plantgoed en de ervaring die is opgedaan met Richtlijn 1999/105/EG.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(24)</NO.P>Overeenkomstig de OESO-regeling voor bosbouwkundig zaaizaad en plantgoed en in navolging van de toepassing van Richtlijn 1999/105/EG moet de bevoegde autoriteit het uitgangsmateriaal dat bestemd is voor de productie van bosbouwkundig teeltmateriaal van de categorie “geselecteerd” beoordelen op basis van de observatie van de kenmerken van dat uitgangsmateriaal, rekening houdend met het specifieke doeleinde waarvoor het van dat uitgangsmateriaal geoogste bosbouwkundig teeltmateriaal moet worden gebruikt. De algemene kwaliteit van die categorie moet worden gewaarborgd. Aangezien de populatie een hoge mate van uniformiteit moet vertonen, moeten bomen met inferieure kenmerken (bv. kleinere grootte) ten opzichte van de gemiddelde boomgrootte in de totale populatie, worden verwijderd.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(25)</NO.P>Om bosbouwkundig teeltmateriaal van de categorie “gekeurd” te produceren, moet de professionele exploitant de componenten van het uitgangsmateriaal selecteren die op individueel niveau bij het kruisingsschema zullen worden gebruikt vanwege hun uitstekende kenmerken, bijvoorbeeld wat betreft de aanpassing aan de plaatselijke klimatologische en ecologische omstandigheden. De bevoegde autoriteit moet de samenstelling en het voorgestelde kruisingsschema van die componenten, de inrichting van de percelen, de mate van isolatie en de locatie van dat uitgangsmateriaal goedkeuren. Dit is belangrijk om in overeenstemming te zijn met de toepasselijke internationale normen uit hoofde van de OESO-regeling voor bosbouwkundig zaaizaad en plantgoed en om rekening te houden met de ervaring die is opgedaan met Richtlijn 1999/105/EG.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(26)</NO.P>Uitgangsmateriaal dat bestemd is voor de productie van bosbouwkundig teeltmateriaal van de categorie “getest” moet aan de strengst mogelijke voorschriften worden onderworpen. De superieure kwaliteit van bosbouwkundig teeltmateriaal moet worden bepaald door het te vergelijken met een of, bij voorkeur, meerdere goedgekeurde of vooraf gekozen normen. De professionele exploitant selecteert die normen op basis van het doeleinde waarvoor het bosbouwkundig teeltmateriaal van de categorie “getest” zal worden gebruikt. Als het doeleinde van dat bosbouwkundig teeltmateriaal de aanpassing aan de klimaatverandering is, zal het bosbouwkundig teeltmateriaal worden vergeleken aan de hand van normen voor goede prestaties op het gebied van aanpassing aan de lokale klimatologische en ecologische omstandigheden (bv. praktisch vrij zijn van plagen en de symptomen ervan). Na de selectie van de componenten van het uitgangsmateriaal moet de professionele exploitant de superioriteit van het bosbouwkundig teeltmateriaal aantonen door middel van vergelijkende tests of door een schatting op basis van een evaluatie van de genetische bestanddelen van dat uitgangsmateriaal. De bevoegde autoriteit moet bij elke stap van dit proces worden betrokken. Zij moet de experimentele opzet en tests van de goedkeuringsprocedure voor het uitgangsmateriaal goedkeuren, de door de professionele exploitant verstrekte gegevens verifiëren en de resultaten van de tests betreffende de superioriteit van het bosbouwkundig teeltmateriaal of de genetische evaluatie daarvan goedkeuren, naargelang het geval. Dit is noodzakelijk om te voldoen aan de toepasselijke internationale normen uit hoofde van de OESO-regeling voor bosbouwkundig zaaizaad en plantgoed en andere toepasselijke internationale normen en om rekening te houden met de ervaring die is opgedaan met Richtlijn 1999/105/EG.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(27)</NO.P>De beoordeling van uitgangsmateriaal dat bestemd is voor de productie van bosbouwkundig teeltmateriaal van de categorie “getest”, duurt gemiddeld tien jaar. Om te zorgen voor een snellere markttoegang voor bosbouwkundig teeltmateriaal van de categorie “getest”, moeten de lidstaten de mogelijkheid hebben om, terwijl de beoordeling van het uitgangsmateriaal nog loopt, dat uitgangsmateriaal tijdelijk voor een periode van ten hoogste tien jaar op hun gehele grondgebied of een deel daarvan goed te keuren. Die goedkeuring mag alleen worden verleend indien uit de voorlopige resultaten van de genetische evaluatie of vergelijkende tests blijkt dat het uitgangsmateriaal aan de voorschriften van deze verordening zal voldoen na afronding van de tests. Deze vroegtijdige beoordeling moet na een periode van ten hoogste tien jaar worden herzien.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(28)</NO.P>De overeenstemming van bosbouwkundig teeltmateriaal met de voorschriften voor de categorieën “van bekende origine”, “geselecteerd”, “gekeurd” en “getest” moet worden bevestigd door inspecties die door de bevoegde autoriteiten naar gelang van het geval voor elke categorie worden uitgevoerd (“officiële certificering”) en met een officieel etiket moet worden gecertificeerd.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(29)</NO.P>Genetisch gemodificeerd bosbouwkundig teeltmateriaal mag alleen in de handel worden gebracht als het veilig is voor de menselijke gezondheid en het milieu en overeenkomstig Richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 maart 2001 inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu en tot intrekking van Richtlijn 90/220/EEG van de Raad (PB L 106 van 17.4.2001, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> of Verordening (EG) nr. 1829/2003<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (PB L 268 van 18.10.2003, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> voor de teelt is toegelaten, en als dat bosbouwkundig teeltmateriaal tot de categorie “getest” behoort. Met bepaalde nieuwe genomische technieken verkregen bosbouwkundig teeltmateriaal mag alleen in de handel worden gebracht als het voldoet aan de voorschriften van Verordening (EU) [PB: gelieve de verwijzing naar Verordening (EU) van het Europees Parlement en de Raad betreffende met bepaalde nieuwe genomische technieken verkregen planten en de daarvan afgeleide levensmiddelen en diervoeders in te voegen<STRING STRIKE="on">Publications Office, please insert reference to Regulation (EU) of the European Parliament and of the Council on plants obtained by certain new genomic techniques and their food and feed</STRING>]<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) …/… van het Europees Parlement en de Raad (PB …, blz.).</FIELD></FOOTNOTE>, en als dat bosbouwkundig teeltmateriaal tot de categorie “getest” behoort.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(30)</NO.P>Het officiële etiket moet informatie bevatten over uitgangsmateriaal dat geheel of gedeeltelijk uit een genetisch gemodificeerd organisme bestaat of met bepaalde nieuwe genomische technieken is geproduceerd.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(31)</NO.P>Professionele exploitanten moeten van de bevoegde autoriteit toestemming krijgen om het officiële etiket voor bepaalde soorten en categorieën bosbouwkundig teeltmateriaal onder officieel toezicht af te <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">geven en af te </STRING></STRING>drukken<STRING STRIKE="on">. Dit zal de professionele exploitanten vervolgens flexibeler maken wat het in de handel brengen van dat bosbouwkundig teeltmateriaal betreft. Professionele exploitanten kunnen echter pas beginnen met het afdrukken van het etiket</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, als aan alle door de bevoegde autoriteit vastgestelde vereisten is voldaan en</STRING></STRING> nadat<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> uit een audit door</STRING></STRING> de bevoegde autoriteit <STRING STRIKE="on">het desbetreffende bosbouwkundig teeltmateriaal heeft gecertificeerd</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">is gebleken dat zij over de nodige bekwaamheid, infrastructuur en middelen beschikken</STRING></STRING>. Die toestemming is noodzakelijk vanwege het officiële karakter van het officiële etiket en om de hoogst mogelijke kwaliteitsnormen voor de gebruikers van bosbouwkundig teeltmateriaal te waarborgen. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Dit zal de professionele exploitanten vervolgens flexibeler maken wat het in de handel brengen van dat bosbouwkundig teeltmateriaal betreft. </STRING></STRING>Er moeten regels worden vastgesteld voor de intrekking of wijziging van die toestemming.<STRING BOLD="on"> [Am. 6]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(32)</NO.P>De lidstaten moet worden toegestaan om, na toestemming van de Commissie, voor de goedkeuring van op hun eigen grondgebied geproduceerd uitgangsmateriaal aanvullende of strengere eisen te stellen. Dit zou de uitvoering van nationale of regionale benaderingen van de productie en het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal mogelijk maken met het oog op de verbetering van de kwaliteit van het betrokken bosbouwkundig teeltmateriaal, de bescherming van het milieu of de bijdrage aan de bescherming van de biodiversiteit en het herstel van bosecosystemen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(33)</NO.P>Met het oog op transparantie en doeltreffendere controles van de productie en het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal moeten professionele exploitanten worden geregistreerd in de registers die de lidstaten overeenkomstig Verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 228/2013, (EU) nr. 652/2014 en (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Richtlijnen 69/464/EEG, 74/647/EEG, 93/85/EEG, 98/57/EG, 2000/29/EG, 2006/91/EG en 2007/33/EG van de Raad (PB L 317 van 23.11.2016, blz. 4).</FIELD></FOOTNOTE> hebben ingesteld. Een dergelijke registratie vermindert de administratieve lasten voor die professionele exploitanten. Ook is het noodzakelijk voor een doeltreffende werking van het officiële register voor exploitanten en om dubbele inschrijving te voorkomen. De professionele exploitanten die binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen, vallen grotendeels ook binnen het toepassingsgebied van het officiële register van professionele marktdeelnemers in het kader van Verordening (EU) 2016/2031.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(34)</NO.P>Voorafgaand aan de aankoop van bosbouwkundig teeltmateriaal moeten professionele exploitanten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> de bevoegde autoriteit en</STRING></STRING> de potentiële kopers van hun bosbouwkundig teeltmateriaal alle nodige informatie verstrekken over de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">identiteit en </STRING></STRING>geschiktheid <STRING STRIKE="on">ervan</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van het bosbouwkundig teeltmateriaal</STRING></STRING> voor de respectieve klimatologische en ecologische omstandigheden, zodat zij het voor <STRING STRIKE="on">hun</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een specifieke</STRING></STRING> regio meest geschikte bosbouwkundig teeltmateriaal kunnen selecteren.<STRING BOLD="on"> [Am. 7]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(35)</NO.P>In het geval van uitgangsmateriaal dat bestemd is voor de productie van bosbouwkundig teeltmateriaal van de categorieën “van bekende origine” en “geselecteerd”, moeten de lidstaten voor de betrokken soorten de herkomstgebieden afbakenen om een gebied of groepen gebieden met voldoende uniforme ecologische omstandigheden te kunnen identificeren die uitgangsmateriaal met vergelijkbare fenotypische of genetische kenmerken bevatten. Dit is noodzakelijk omdat het uit dat uitgangsmateriaal vervaardigde bosbouwkundig teeltmateriaal onder verwijzing naar die herkomstgebieden in de handel moet worden gebracht.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(36)</NO.P>Om te zorgen voor een doeltreffend overzicht en transparantie met betrekking tot het bosbouwkundig teeltmateriaal dat in de hele Unie wordt geproduceerd en in de handel wordt gebracht, moet elke lidstaat een nationaal register in elektronische vorm opstellen, publiceren en actualiseren, voor de registratie van het uitgangsmateriaal van de verschillende soorten en kunstmatige hybriden die op zijn grondgebied zijn goedgekeurd, en een nationale lijst opstellen die als samenvatting van dat nationale register moet worden gepresenteerd.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(37)</NO.P>Om dezelfde reden moet de Commissie op basis van de door elke lidstaat verstrekte nationale lijsten een Unielijst van goedgekeurd uitgangsmateriaal voor de productie van bosbouwkundig teeltmateriaal publiceren in elektronische vorm. Die Unielijst moet informatie bevatten over uitgangsmateriaal dat geheel of gedeeltelijk uit een genetisch gemodificeerd organisme bestaat of met bepaalde nieuwe genomische technieken is geproduceerd.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(38)</NO.P>Elke lidstaat moet een noodplan opstellen en bijwerken om te zorgen voor een toereikende voorziening van bosbouwkundig teeltmateriaal, voor de herbebossing van gebieden die zijn getroffen door extreme weersomstandigheden, bosbranden, uitbraken van ziekten en plagen, rampen of andere gebeurtenissen. Er moeten regels worden vastgesteld met betrekking tot de inhoud van dat plan, zodat <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">snel </STRING></STRING>proactief en doeltreffend tegen dergelijke risico’s wordt opgetreden indien deze zich voordoen. Het moet de lidstaten worden toegestaan de inhoud van dat plan <STRING STRIKE="on">aan te passen aan</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vast te stellen overeenkomstig</STRING></STRING> de specifieke klimatologische en ecologische omstandigheden op hun grondgebied<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, alsook dergelijke inhoud aan te passen in het licht van nieuwe wetenschappelijke kennis</STRING></STRING>. Deze vereiste weerspiegelt ook de algemene paraatheidsmaatregelen die de lidstaten op vrijwillige basis moeten nemen in het kader van het Uniemechanisme voor civiele bescherming<FOOTNOTE><FIELD>Besluit nr. 1313/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende een Uniemechanisme voor civiele bescherming (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 924).</FIELD></FOOTNOTE>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De Commissie moet, op verzoek van de betrokken lidstaat, door middel van technische bijstand ondersteuning bieden bij het opstellen en indien nodig bijwerken van het plan.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 8]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(39)</NO.P>Bosbouwkundig teeltmateriaal moet in alle stadia van de productie gescheiden worden gehouden naar individuele goedgekeurde eenheden. De goedgekeurde eenheden moeten worden geproduceerd en in de handel worden gebracht in partijen die voldoende homogeen zijn en als verschillend van andere partijen bosbouwkundig teeltmateriaal zijn geïdentificeerd. Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen partijen zaad en partijen planten om het type bosbouwkundig teeltmateriaal te kunnen identificeren en de traceerbaarheid tot het goedgekeurde uitgangsmateriaal waarvan teeltmateriaal is geoogst, te waarborgen. Zo wordt het behoud van de identiteit en de kwaliteit van dat bosbouwkundig teeltmateriaal gewaarborgd.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(40)</NO.P>Zaad mag alleen in de handel worden gebracht als het aan bepaalde kwaliteitsnormen voldoet. Het mag alleen in verzegelde verpakkingen worden geëtiketteerd en in de handel worden gebracht om de correcte identificatie, kwaliteit en traceerbaarheid mogelijk te maken en fraude te voorkomen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(41)</NO.P>Met het oog op de verwezenlijking van de doelstelling van de digitale strategie van de Unie<FOOTNOTE><FIELD>Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “Digitaal kompas 2030: de Europese aanpak voor het digitale decennium”, COM(2021) 118 final.</FIELD></FOOTNOTE> om ervoor te zorgen dat de transformatie naar digitale technologieën werkt voor mensen en bedrijven, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden verleend om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) handelingen vast te stellen ten aanzien van regels inzake de digitale registratie van alle ondernomen acties, met het oog op de afgifte van een basiscertificaat en een officieel etiket en de oprichting van een gecentraliseerd platform dat de verwerking van, de toegang tot en het gebruik van die gegevens vergemakkelijkt.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(42)</NO.P>In perioden waarin het tijdelijk moeilijk is om voldoende voorraden bosbouwkundig teeltmateriaal van bepaalde soorten te oogsten, moet uitgangsmateriaal dat aan minder strenge eisen voldoet, onder bepaalde voorwaarden tijdelijk worden goedgekeurd. Deze minder strenge eisen moeten betrekking hebben op de goedkeuring van uitgangsmateriaal dat bestemd is voor de productie van bosbouwkundige teeltmaterialen van verschillende categorieën. Dit is noodzakelijk om te zorgen voor een flexibele aanpak in ongunstige omstandigheden en om verstoringen van de interne markt voor bosbouwkundig teeltmateriaal te voorkomen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(43)</NO.P>Bosbouwkundig teeltmateriaal mag alleen uit derde landen worden ingevoerd indien is vastgesteld dat het voldoet aan voorschriften die gelijkwaardig zijn aan die welke van toepassing zijn op in de Unie geproduceerd en in de handel gebracht bosbouwkundig teeltmateriaal. Dit is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat dergelijk ingevoerd bosbouwkundig teeltmateriaal dezelfde kwaliteit heeft als het in de Unie geproduceerde bosbouwkundig teeltmateriaal.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Deze aanpak zal ervoor zorgen dat de invoer van bosbouwkundig teeltmateriaal aan de EU-normen voldoet en bovendien bijdraagt aan de genetische diversiteit en duurzaamheid van planten.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 9]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(44)</NO.P>Wanneer bosbouwkundig teeltmateriaal uit een derde land in de Unie wordt ingevoerd, moet de betrokken professionele exploitant de respectieve bevoegde autoriteit vooraf in kennis stellen van de invoer van bosbouwkundig teeltmateriaal via het bij Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de Richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG, 2008/119/EG en 2008/120/EG van de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en Besluit 92/438/EEG van de Raad (verordening officiële controles) (PB L 95 van 7.4.2017, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> opgezette informatiemanagementsysteem voor officiële controles (Imsoc). Bovendien moet ingevoerd bosbouwkundig teeltmateriaal vergezeld gaan van een door het derde land van oorsprong afgegeven basiscertificaat of officieel certificaat en van gegevens over dat bosbouwkundig teeltmateriaal die door de professionele exploitant in dat derde land worden verstrekt. Dat bosbouwkundig teeltmateriaal moet voorzien zijn van een officieel etiket, aangezien dit noodzakelijk is om te zorgen voor geïnformeerde keuzes voor de gebruikers van dat bosbouwkundig teeltmateriaal en om de uitvoering van de respectieve officiële controles door de bevoegde autoriteiten te vergemakkelijken.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(45)</NO.P>Om het effect van deze verordening te monitoren en de Commissie in staat te stellen de ingevoerde maatregelen te beoordelen, moeten de lidstaten om de vijf jaar verslag uitbrengen over de jaarlijkse hoeveelheden gecertificeerd bosbouwkundig teeltmateriaal, de vastgestelde nationale noodplannen, de voor de gebruikers via websites en/of gidsen voor plantersgidsen beschikbare informatie over de vraag waar het bosbouwkundig teeltmateriaal het beste kan worden geplant, de hoeveelheden ingevoerd bosbouwkundig teeltmateriaal en de opgelegde sancties.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(46)</NO.P>Met het oog op de aanpassing aan de verplaatsing van vegetatiezones en de verspreidingsgebieden van boomsoorten als gevolg van de klimaatverandering en andere ontwikkelingen van technische of wetenschappelijke kennis, onder meer over klimaatverandering, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden verleend om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen tot wijziging van de lijst van boomsoorten en kunstmatige hybriden daarvan waarop deze verordening van toepassing is.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(47)</NO.P>Met het oog op de aanpassing aan de ontwikkeling van de wetenschappelijke en technische kennis en van OESO-regeling voor bosbouwkundig zaaizaad en plantgoed en andere toepasselijke internationale normen, en om rekening te houden met Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad (PB L 150 van 14.6.2018, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden verleend om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen tot wijziging van i) de voorschriften betreffende uitgangsmateriaal dat bestemd is voor de productie van bosbouwkundig teeltmateriaal dat moet worden gecertificeerd als “van bekende origine”, “geselecteerd”, “gekeurd” en “getest”, en ii) de categorieën volgens welke bosbouwkundig teeltmateriaal van de verschillende soorten uitgangsmateriaal in de handel mag worden gebracht.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(48)</NO.P>Om een flexibelere aanpak voor de lidstaten mogelijk te maken, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden verleend om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen met betrekking tot de voorwaarden voor het tijdelijk toestaan van het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal dat niet aan alle vereisten van de desbetreffende categorie voldoet.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(49)</NO.P>Met het oog op de aanpassing aan de technische en wetenschappelijke ontwikkelingen moet aan de Commissie de bevoegdheid worden verleend om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen met betrekking tot de voorschriften waaraan partijen vruchten en zaden van de onder deze verordening vallende soorten alsmede planten of plantendelen van de onder deze verordening vallende soorten en kunstmatige hybriden daarvan moeten voldoen, en met betrekking tot externe kwaliteitsnormen voor door middel van houtstekken of poten vermeerderde Populus spp. waaraan moet worden voldaan door plantgoed van de onder deze verordening vallende soorten en kunstmatige hybriden daarvan alsmede plantgoed dat in de handel wordt gebracht aan eindgebruikers in gebieden met een mediterraan klimaat.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(50)</NO.P>Met het oog op aanpassing aan de digitale strategie van de Unie en de technische ontwikkelingen op het gebied van de digitalisering van diensten moet aan de Commissie de bevoegdheid worden verleend om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen met betrekking tot de vaststelling van regels voor de digitale registratie van alle maatregelen die door de professionele exploitant en de bevoegde autoriteiten worden genomen met het oog op de afgifte van het basiscertificaat, en met betrekking tot de oprichting van een gecentraliseerd platform dat alle lidstaten en de Commissie verbindt.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(51)</NO.P>Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden van die gedelegeerde handelingen tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven<FOOTNOTE><FIELD>PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen, ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die de gedelegeerde handelingen voorbereiden.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(52)</NO.P>Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden verleend met betrekking tot de vaststelling van specifieke voorwaarden wat de vereisten en de inhoud van de kennisgeving van het uitgangsmateriaal betreft.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(53)</NO.P>Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen en de herkenbaarheid en het gebruik van basiscertificaten te vergemakkelijken, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden verleend met betrekking tot de vaststelling van de inhoud en het model voor het basiscertificaat van de identiteit voor bosbouwkundig teeltmateriaal dat afkomstig is van zaadbronnen en opstanden, van zaadgaarden of van ouderplanten van families, en van van klonen en mengsels van klonen afgeleid bosbouwkundig teeltmateriaal.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(54)</NO.P>Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen en te zorgen voor een geharmoniseerd kader voor de etikettering van en verstrekking van informatie over bosbouwkundig teeltmateriaal, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden verleend met betrekking tot de vaststelling van de inhoud van het officiële etiket, de aanvullende informatie in het geval van zaden en kleine hoeveelheden zaden, de kleur van het etiket voor specifieke categorieën of andere soorten bosbouwkundig teeltmateriaal, en aanvullende informatie in het geval van specifieke geslachten of soorten.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(55)</NO.P>Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen en met het oog op de aanpassing aan de ontwikkelingen met betrekking tot de digitalisering van de sector bosbouwkundig teeltmateriaal, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden verleend met betrekking tot het vaststellen van de technische regelingen voor de afgifte van elektronische basiscertificaten.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(56)</NO.P>Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen en dringende voorzieningsproblemen in verband met bosbouwkundig teeltmateriaal aan te pakken, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden verleend met betrekking tot de tijdelijke goedkeuring voor het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal van een of meer soorten die aan minder strenge eisen voldoen dan die welke in deze verordening voor de goedkeuring van uitgangsmateriaal zijn vastgesteld.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(57)</NO.P>Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden verleend met betrekking tot de organisatie van tijdelijke experimenten om betere alternatieven voor de bepalingen van deze verordening te vinden wat betreft de beoordeling en goedkeuring van uitgangsmateriaal en de productie en het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(58)</NO.P>Om de consistentie van de voorschriften inzake bosbouwkundig teeltmateriaal met de fytosanitaire wetgeving van de Unie te verbeteren, moeten de artikelen 36, 37, 40, 41, 49, 53 en 54 van Verordening (EU) 2016/2031 van toepassing zijn op de productie en het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal krachtens deze verordening. Om te zorgen voor consistentie met de voorschriften van Verordening (EU) 2016/2031 inzake plantenpaspoorten, moet worden toegestaan het officiële etiket voor bosbouwkundig teeltmateriaal met het plantenpaspoort te combineren.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(59)</NO.P>Verordening (EU) 2017/625 moet worden gewijzigd om in het toepassingsgebied ervan voorschriften inzake officiële controles met betrekking tot bosbouwkundig teeltmateriaal op te nemen. Dit moet zorgen voor consistentere officiële controles en handhaving van de regels inzake bosbouwkundig teeltmateriaal in de lidstaten, en voor consistentie met andere handelingen van de Unie betreffende de officiële controles van planten, met name Verordening (EU) 2016/2031 en Verordening (EU) .../... van het Europees Parlement en de Raad.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(60)</NO.P>De Verordeningen (EU) 2016/2031 en (EU) 2017/625 moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(61)</NO.P>Omwille van de juridische duidelijkheid en transparantie moet Richtlijn 1999/105/EG worden ingetrokken.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(62)</NO.P>Aangezien de doelstelling van deze verordening, namelijk het waarborgen van een geharmoniseerde aanpak ten aanzien van de productie en het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, maar vanwege de gevolgen, de complexiteit en het internationale karakter ervan, beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken. In dit verband en voor zover nodig worden afwijkingen of specifieke vereisten ingevoerd voor bepaalde soorten bosbouwkundig teeltmateriaal en professionele exploitanten.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(63)</NO.P>Gezien de tijd en middelen die de bevoegde autoriteiten en de betrokken professionele exploitanten nodig hebben om zich aan de nieuwe voorschriften van deze verordening aan te passen, moet deze verordening van toepassing zijn met ingang van... [3 jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening<STRING STRIKE="on">years from the date of entry into force of this Regulation</STRING>],</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><DINIT>HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:</DINIT><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">HOOFDSTUK I</TI><STI.GR>ALGEMENE BEPALINGEN</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 1</TI.ART><STI.ART>Voorwerp</STI.ART><PARAG>In deze verordening worden voorschriften vastgesteld betreffende de productie en het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal, en met name voorschriften voor de goedkeuring van uitgangsmateriaal dat bestemd is voor de productie van bosbouwkundig teeltmateriaal, de oorsprong en traceerbaarheid van dat uitgangsmateriaal, de categorieën bosbouwkundig teeltmateriaal, voorschriften voor de identiteit en kwaliteit van bosbouwkundig teeltmateriaal, certificering, etikettering, verpakking, invoer, professionele exploitanten, de registratie van uitgangsmateriaal<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, officiële controles</STRING></STRING> en de nationale noodplannen.<STRING BOLD="on"> [Am. 10]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 2</TI.ART><STI.ART>Toepassingsgebied</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Deze verordening is van toepassing op bosbouwkundig teeltmateriaal van de in bijlage I vermelde boomsoorten en kunstmatige hybriden<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met het oog op het in de handel brengen ervan</STRING></STRING><STRING STRIKE="on"> daarvan</STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 11]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Deze verordening heeft de volgende doelstellingen:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het waarborgen van de productie en het in de handel brengen van hoogwaardig bosbouwkundig teeltmateriaal in de Unie en van de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">goede </STRING></STRING>werking van de interne markt voor bosbouwkundig teeltmateriaal;<STRING BOLD="on"> [Am. 12]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>helpen veerkrachtige<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en productieve</STRING></STRING> bossen te creëren, de biodiversiteit in stand te houden<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, het gebruik van invasieve soorten te voorkomen</STRING></STRING> en bosecosystemen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en hun werking </STRING></STRING>te herstellen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> door onder meer interspecifieke en intraspecifieke genetische diversiteit te bevorderen</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 13]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>het ondersteunen van de productie van hout en biomaterialen, de aanpassing aan de klimaatverandering, de mitigatie van de klimaatverandering en de instandhouding en het duurzame gebruik van genetische hulpbronnen in de bosbouw.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 26 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de lijst in bijlage I, zoals gespecificeerd in lid 3, rekening houdend met:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de verplaatsing van vegetatiezones en de verspreidingsgebieden van boomsoorten als gevolg van de klimaatverandering;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>alle<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> relevante</STRING></STRING> ontwikkelingen van de technische of wetenschappelijke kennis.<STRING BOLD="on"> [Am. 14]</STRING></PARAG><PARAG>In die gedelegeerde handelingen worden soorten en kunstmatige hybriden toegevoegd aan de lijst in bijlage I indien die soorten en kunstmatige hybriden aan ten minste een van de volgende elementen voldoen:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>zij vertegenwoordigen een aanzienlijk gebied en een aanzienlijke economische waarde van de productie van bosbouwkundig teeltmateriaal in de Unie;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>zij worden in ten minste twee lidstaten in de handel gebracht;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>zij worden belangrijk geacht vanwege hun bijdrage aan de aanpassing aan de klimaatverandering, en</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>zij worden belangrijk geacht vanwege hun bijdrage aan het behoud van de biodiversiteit.</PARAG><PARAG>Bij de in de eerste alinea bedoelde gedelegeerde handelingen worden soorten en kunstmatige hybriden van de lijst in bijlage I geschrapt indien zij niet langer aan een van de in de eerste alinea genoemde elementen voldoen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Deze verordening is niet van toepassing op:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>plantaardig teeltmateriaal als bedoeld in artikel 2 van Verordening (EU) .../... [PB: gelieve de verwijzing naar de verordening betreffende de productie en het in de handel brengen van plantaardig teeltmateriaal in te voegen<STRING STRIKE="on">Office of Publications, please insert reference to Regulation on production and marketing of plant reproductive material</STRING>];</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>teeltmateriaal van siergewassen als gedefinieerd in artikel 2 van Richtlijn 98/56/EG;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>bosbouwkundig teeltmateriaal dat wordt geproduceerd voor uitvoer naar derde landen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>bosbouwkundig teeltmateriaal dat wordt gebruikt voor officiële tests, wetenschappelijke doeleinden of veredelingsactiviteiten.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 3</TI.ART><STI.ART>Definities</STI.ART><PARAG>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1)</NO.P>“bosbouwkundig teeltmateriaal”: <STRING STRIKE="on">kegels, vruchtgestellen, vruchten en zaden bestemd voor de productie van</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zaadeenheden, plantendelen en</STRING></STRING> plantgoed<STRING STRIKE="on">,</STRING> die behoren tot de in bijlage I bij deze verordening vermelde boomsoorten en<STRING STRIKE="on"> kunstmatige</STRING> hybriden daarvan en die worden gebruikt voor bebossing, herbebossing en andere boomaanplant <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">alsook directzaai </STRING></STRING>voor een van de volgende doeleinden:<STRING BOLD="on"> [Am. 15]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>productie van hout en biomaterialen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">instandhouding van genetische hulpbronnen in de bosbouw en </STRING></STRING>behoud<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en verbetering</STRING></STRING> van de biodiversiteit;<STRING BOLD="on"> [Am. 16]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>herstel van bosecosystemen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en andere beboste gebieden, en ondersteuning van hun werking</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 17]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">invoering of herstel van agrobosbouwsystemen;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 18]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>aanpassing aan de klimaatverandering;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>mitigatie van de klimaatverandering;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>instandhouding en duurzaam gebruik van genetische hulpbronnen in de bosbouw;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2)</NO.P>“bebossing”: het aanleggen van bossen door het aanplanten en/of doelbewust zaaien<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> van regionaal aangepaste boomsoorten</STRING></STRING> op land dat tot dan toe onder een ander landgebruik viel, hetgeen een omzetting van landgebruik van niet-bos tot bos inhoudt<FOOTNOTE><FIELD>FAO (2020) Global Forest Resources Assessment Terms and definitions. https://www.fao.org/3/I8661EN/i8661en.pdf</FIELD></FOOTNOTE>;<STRING BOLD="on"> [Am. 19]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3)</NO.P>“herbebossing”: het opnieuw aanleggen van bos door het aanplanten en/of doelbewust zaaien <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van regionaal aangepaste boomsoorten </STRING></STRING>op land dat wordt aangemerkt als bos<FOOTNOTE><FIELD>FAO (2020) Global Forest Resources Assessment Terms and definitions. https://www.fao.org/3/I8661EN/i8661en.pdf</FIELD></FOOTNOTE>;<STRING BOLD="on"> [Am. 20]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“agrobosbouw”: het planten van bomen op landbouwgrond zonder de classificatie van deze grond te wijzigen;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 120]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4)</NO.P>“zaadeenheid”: kegels, vruchtgestellen, vruchten en zaden bestemd voor de productie van plantgoed<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of voor directzaai</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 21]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5)</NO.P>“plantgoed”: elke plant of elk plantendeel die of dat wordt gebruikt bij plantvermeerdering en bestaat uit planten die zijn geteeld uit zaadeenheden, plantendelen of uit natuurlijke zaailingen geteelde planten;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6)</NO.P>“plantendelen”: houtstekken, blad- en wortelstekken, explantaten of embryo’s voor microvermeerdering, knoppen, afleggers, wortels, enten, poten en andere plantendelen die voor de productie van plantgoed bestemd zijn;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7)</NO.P>“productie”: alle stadia van het voortbrengen van <STRING STRIKE="on">het zaad en de planten, de omzetting van zaadeenheid naar zaad en de teelt van</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zaden, plantendelen en</STRING></STRING> planten <STRING STRIKE="on">uit</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">alsmede de stadia die nodig zijn om geschikt</STRING></STRING> plantgoed<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> te verkrijgen</STRING></STRING>, met het oog op het in de handel brengen <STRING STRIKE="on">van het respectieve bosbouwkundige teeltmateriaal</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ervan</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 22]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8)</NO.P>“zaadbron”: de bomen binnen een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">afgebakend </STRING></STRING>gebied waar <STRING STRIKE="on">zaad</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een zaadeenheid</STRING></STRING> wordt verzameld;<STRING BOLD="on"> [Am. 23]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9)</NO.P>“opstand”: een afgebakende, wat samenstelling betreft voldoende uniforme populatie bomen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>10)</NO.P>“zaadgaarde”: een aanplant van geselecteerde bomen, waarbij elke boom wordt geïdentificeerd aan de hand van een kloon, familie of herkomst, die wordt geïsoleerd of beheerd teneinde bestuiving door externe stuifmeelbronnen te voorkomen of te beperken en die wordt beheerd om veelvuldige, overvloedige en gemakkelijke zaadoogsten te verkrijgen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>11)</NO.P>“ouderplanten van families”: bomen die ter verkrijging van nakomelingschap als ouderplanten worden gebruikt door gecontroleerde of vrije bestuiving van één geïdentificeerde, als moederplant fungerende ouderplant met het stuifmeel van één vaderplant (“full-sib”-nakomelingschap) respectievelijk van een aantal al dan niet geïdentificeerde vaderplanten (“half-sib”-nakomelingschap);</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>12)</NO.P>“kloon”: een groep individuen (ramets) die door vegetatieve vermeerdering, bijvoorbeeld door stekken, microvermeerdering, enten, afleggen of delen, van één oorspronkelijke uitgangsplant (ortet) zijn afgeleid;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>13)</NO.P>“mengsel van klonen”: een mengsel van geïdentificeerde klonen in bepaalde verhoudingen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>14)</NO.P>“uitgangsmateriaal”: een zaadbron, opstand, zaadgaarde, ouderplanten van families, klonen of mengsels van klonen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>15)</NO.P>“goedgekeurde eenheid”: het volledige gebied van uitgangsmateriaal<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of exemplaren daarvan</STRING></STRING> voor de productie van bosbouwkundig teeltmateriaal waarvoor door de bevoegde autoriteiten goedkeuring is verleend;<STRING BOLD="on"> [Am. 24]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>16)</NO.P>“eenheid van kennisgeving”: het volledige gebied van uitgangsmateriaal<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of een of meer exemplaren daarvan</STRING></STRING> voor de productie van bosbouwkundig teeltmateriaal dat bestemd is voor de instandhouding en het duurzame gebruik van genetische hulpbronnen in de bosbouw waarvan bij de bevoegde autoriteiten kennisgeving is gedaan;<STRING BOLD="on"> [Am. 25]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>17)</NO.P>“partij zaden”: een verzameling<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> gewonnen en/of schoongemaakte</STRING></STRING> zaden die uit goedgekeurd uitgangsmateriaal zijn verzameld en op eenvormige wijze zijn verwerkt;<STRING BOLD="on"> [Am. 26]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>18)</NO.P>“partij planten”: een geheel van <STRING STRIKE="on">plantgoed dat is geteeld</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">planten die zijn gekweekt</STRING></STRING> uit één enkele zaadpartij of een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">geheel van </STRING></STRING>vegetatief <STRING STRIKE="on">vermeerderd plantgoed dat</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vermeerderde planten die</STRING></STRING> in een afgebakend gebied <STRING STRIKE="on">is</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zijn</STRING></STRING> gekweekt en op eenvormige wijze <STRING STRIKE="on">is</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zijn</STRING></STRING> verwerkt;<STRING BOLD="on"> [Am. 27]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>19)</NO.P>“<STRING STRIKE="on">partijnummer”: het identificatienummer</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">partijcode”: de identificatiecode</STRING></STRING> van de partij zaden of planten, <STRING STRIKE="on">naar gelang</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">naargelang</STRING></STRING> van het geval;<STRING BOLD="on"> [Am. 28]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>20)</NO.P>“herkomst”: de groeiplaats van een opstand;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>21)</NO.P>“ondersoort”: een groep binnen een soort die fenotypisch en genetisch enigszins verschilt van de rest van de groep;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>22)</NO.P>“herkomstgebied” van een soort of ondersoort: het gebied of de groep gebieden waar voldoende uniforme ecologische omstandigheden heersen en waar opstanden of zaadbronnen met soortgelijke fenotypische of genetische kenmerken worden aangetroffen, zo nodig rekening houdend met de hoogtegrenzen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>23)</NO.P>“autochtone opstand”: een opstand van inheemse boomsoorten die ofwel door natuurlijke regeneratie ofwel kunstmatig continu is vernieuwd met behulp van bosbouwkundig teeltmateriaal dat in dezelfde opstand of opstanden van inheemse boomsoorten in de nabije omgeving is verzameld;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>24)</NO.P>“inheemse opstand”: een autochtone opstand of een opstand die kunstmatig is gekweekt uit zaad waarvan de oorsprong zich in hetzelfde herkomstgebied bevindt als de opstand zelf;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>25)</NO.P>“oorsprong”:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>voor een autochtone zaadbron of opstand, de plaats waar de bomen groeien;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>voor een niet-autochtone zaadbron of opstand, de plaats van waar de zaden of planten oorspronkelijk zijn binnengebracht;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>voor een zaadgaarde, de plaatsen waar de componenten zich oorspronkelijk bevonden, zoals de herkomsten of andere relevante geografische informatie;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>voor de ouderplanten van families, de plaatsen waar de componenten ervan zich oorspronkelijk bevonden, zoals de herkomsten of andere relevante geografische informatie;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>voor een kloon, de plaats waar het ortet zich bevindt of oorspronkelijk bevond of waar het is geselecteerd;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>voor een mengsel van klonen, de plaatsen waar de ortets zich bevinden of oorspronkelijk bevonden of waar ze zijn geselecteerd;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>26)</NO.P>“locatie van het uitgangsmateriaal”: het geografische gebied of de geografische positie(s) van het uitgangsmateriaal, naargelang het geval voor elke categorie bosbouwkundig teeltmateriaal;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>27)</NO.P>“productieplaats van klonen of mengsels van klonen of ouderplanten van families”: de plaats of exacte geografische positie waar het bosbouwkundig teeltmateriaal is geproduceerd;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>28)</NO.P>“basismateriaal”: een plant, groep planten, bosbouwkundig teeltmateriaal, DNA-materiaal of genetische informatie van de kloon, of klonen in geval van een mengsel van klonen, die of dat dient als referentiemateriaal voor de controle van de identiteit van de kloon of klonen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>29)</NO.P>“poot”: een houtstek zonder wortels;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>30)</NO.P>“in de handel brengen”: de volgende<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> commerciële</STRING></STRING> handelingen die door een professionele exploitant worden uitgevoerd: het al dan niet tegen betaling verkopen, voor verkoopdoeleinden of enige andere vorm van overdracht in bezit hebben of aanbieden of in de Unie verspreiden<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met inbegrip van verzenden,</STRING></STRING> of invoeren van bosbouwkundig teeltmateriaal;<STRING BOLD="on"> [Am. 29]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>31)</NO.P>“professionele exploitant”: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die zich<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met de toestemming van de bevoegde autoriteiten,</STRING></STRING> beroepshalve bezighoudt met één of meer van de volgende activiteiten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met het oog op de commerciële exploitatie van het bosbouwkundig teeltmateriaal</STRING></STRING>:<STRING BOLD="on"> [Am. 30]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het produceren, waaronder telen, vermenigvuldigen en onderhouden van bosbouwkundig teeltmateriaal;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het in de handel brengen van het bosbouwkundig teeltmateriaal;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de opslag, verzameling, verzending en verwerking van het bosbouwkundig teeltmateriaal;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>32)</NO.P>“bevoegde autoriteit”: de centrale of regionale autoriteit van een lidstaat of, indien van toepassing, de overeenkomstige autoriteit van een derde land, die verantwoordelijk is voor de organisatie van officiële controles, de registratie van uitgangsmateriaal, de certificering van bosbouwkundig teeltmateriaal en andere officiële activiteiten met betrekking tot de productie en het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal, of elke andere autoriteit waaraan die verantwoordelijkheid is opgedragen, overeenkomstig de wetgeving van de Unie;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>33)</NO.P>“van bekende origine”: een categorie van bosbouwkundig teeltmateriaal dat is afgeleid van uitgangsmateriaal bestaande uit een binnen één herkomstgebied gelegen zaadbron of opstand, en dat aan de eisen van bijlage II voldoet;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>34)</NO.P>“geselecteerd”: een categorie van bosbouwkundig teeltmateriaal dat is afgeleid van uitgangsmateriaal, bestaande uit een binnen één enkel herkomstgebied gelegen opstand, dat op populatieniveau aan fenotypische selectie is onderworpen en dat aan de eisen van bijlage III voldoet;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>35)</NO.P>“gekeurd”: een categorie van bosbouwkundig teeltmateriaal dat is afgeleid van uitgangsmateriaal, bestaande uit zaadgaarden, ouderplanten van families, klonen of mengsels van klonen, waarvan de componenten individueel aan fenotypische selectie zijn onderworpen en die aan de eisen van bijlage IV voldoen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>36)</NO.P>“getest”: een categorie van bosbouwkundig teeltmateriaal dat is afgeleid van uitgangsmateriaal, bestaande uit opstanden, zaadgaarden, ouderplanten van families, klonen of mengsels van klonen, die aan de eisen van bijlage V voldoen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>37)</NO.P>“officiële certificering”: certificering van geselecteerd, gekeurd en getest bosbouwkundig teeltmateriaal van bekende origine, indien alle relevante inspecties en, in voorkomend geval, bemonstering en tests door de bevoegde autoriteit zijn uitgevoerd en is geconcludeerd dat het bosbouwkundig teeltmateriaal voldoet aan de desbetreffende voorschriften van deze verordening;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>38)</NO.P>“categorie”: bosbouwkundig teeltmateriaal dat als materiaal van bekende origine of als geselecteerd, gekeurd of getest materiaal kan worden beschouwd;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>39)</NO.P>“genetisch gemodificeerd organisme”: een genetisch gemodificeerd organisme zoals omschreven in artikel 2, punt 2, van Richtlijn 2001/18/EG, met uitzondering van organismen die zijn verkregen door middel van de genetische modificatietechnieken opgesomd in bijlage I B van Richtlijn 2001/18/EG;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>40)</NO.P>“NGT-plant”: planten die zijn verkregen met bepaalde nieuwe genomische technieken zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 2, van Verordening (EU) [PB: gelieve de verwijzing naar de verordening betreffende met bepaalde nieuwe genomische technieken verkregen planten en de daarvan afgeleide levensmiddelen en diervoeders in te voegen<STRING STRIKE="on">Office of Publications, please insert reference to Regulation on plants obtained by certain new genomic techniques and their food and feed</STRING>] van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) .../... van het Europees Parlement en de Raad betreffende met bepaalde nieuwe genomische technieken verkregen planten en de daarvan afgeleide levensmiddelen en diervoeders, en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/625 (PB ...).</FIELD></FOOTNOTE>;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>41)</NO.P>“zones voor de overdracht van zaad”: een gebied en/of hoogtegebieden die door de bevoegde autoriteiten zijn aangewezen voor de verplaatsing van bosbouwkundig teeltmateriaal dat tot de categorieën “van bekende origine” en “geselecteerd” behoort, naargelang van het geval rekening houdend met de oorsprong en herkomst van het bosbouwkundig teeltmateriaal, herkomstproeven, de omgevingsomstandigheden en prognoses voor klimaatverandering in de toekomst;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>42)</NO.P>“inzetgebied voor zaadgaarden<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en ouderplanten van familie(s)</STRING></STRING>”: het door de bevoegde autoriteiten aangewezen gebied waar bosbouwkundig teeltmateriaal dat tot de categorieën “gekeurd” en “getest” behoort, is aangepast aan de klimatologische en ecologische omstandigheden van dat gebied, naargelang van het geval rekening houdend met de locatie van de zaadgaarden<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, ouderplanten van familie(s)</STRING></STRING> en de componenten ervan, de resultaten van herkomst- en nakomelingenproeven, de omgevingsomstandigheden en prognoses voor klimaatverandering in de toekomst;<STRING BOLD="on"> [Am. 31]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>43)</NO.P>“inzetgebied voor klonen en mengsels van klonen”: het door de bevoegde autoriteiten aangewezen gebied waar bosbouwkundig teeltmateriaal dat tot de categorieën “gekeurd” en “getest” behoort, is aangepast aan de klimatologische en ecologische omstandigheden van dat gebied, naargelang van het geval rekening houdend met de oorsprong of herkomst van de kloon of klonen, de resultaten van herkomst-<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, nakomelingen- en kloonproeven</STRING></STRING><STRING STRIKE="on"> en nakomelingenproeven</STRING>, de omgevingsomstandigheden en prognoses voor klimaatverandering in de toekomst;<STRING BOLD="on"> [Am. 32]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>44)</NO.P>“Forematis”: het informatiesysteem voor bosbouwkundig teeltmateriaal van de Commissie;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>45)</NO.P>“natuurlijke regeneratie”: de vernieuwing van een bos door <STRING STRIKE="on">bomen die groeien uit zaden die ter plaatse zijn gevallen en gekiemd</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">natuurlijke processen, door natuurlijke inzaaiing, ontkieming, uitbotting of aflegging</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 33]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>46)</NO.P>“kwaliteitsorganismen”: plaagorganismen die aan alle volgende voorwaarden voldoen:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>zij zijn geen EU-quarantaineorganismen, ZP-quarantaineorganismen of gereglementeerde niet-quarantaineorganismen in de zin van Verordening (EU) 2016/2031, noch plaagorganismen die onder de krachtens artikel 30, lid 1, van die verordening getroffen maatregelen vallen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>zij komen voor tijdens de productie of opslag van bosbouwkundig teeltmateriaal, en</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>hun aanwezigheid heeft een onaanvaardbaar negatief effect op de kwaliteit van het bosbouwkundig teeltmateriaal en een onaanvaardbaar economisch effect wat betreft het gebruik van dat teeltmateriaal in de Unie;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>47)</NO.P>“nagenoeg vrij van <STRING STRIKE="on">plaagorganismen”: volledig</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kwaliteitsorganismen”:</STRING></STRING> vrij van <STRING STRIKE="on">plaagorganismen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kwaliteitsorganismen</STRING></STRING> of een situatie waarin de aanwezigheid van kwaliteitsorganismen op het desbetreffende bosbouwkundig teeltmateriaal zo gering is dat die plaagorganismen geen negatief effect hebben op de kwaliteit van dat teeltmateriaal.<STRING BOLD="on"> [Am. 34]</STRING></PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">HOOFDSTUK II</TI><STI.GR>UITGANGSMATERIAAL EN DAARVAN AFGELEID BOWSBOUWKUNDIG TEELTMATERIAAL</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 4</TI.ART><STI.ART>Goedkeuring van uitgangsmateriaal voor de productie van bosbouwkundig teeltmateriaal</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Voor de productie van bosbouwkundig teeltmateriaal mag alleen door de bevoegde autoriteiten goedgekeurd uitgangsmateriaal worden gebruikt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Uitgangsmateriaal dat bestemd is voor de productie van bosbouwkundig teeltmateriaal dat als “van bekende origine” moet worden gecertificeerd, wordt goedgekeurd indien het voldoet aan de voorschriften van bijlage II.</PARAG><PARAG>Uitgangsmateriaal dat bestemd is voor de productie van bosbouwkundig teeltmateriaal dat als “geselecteerd” moet worden gecertificeerd, wordt goedgekeurd indien het voldoet aan de voorschriften van bijlage III.</PARAG><PARAG>Uitgangsmateriaal dat bestemd is voor de productie van bosbouwkundig teeltmateriaal dat als “gekeurd” moet worden gecertificeerd, wordt goedgekeurd indien het voldoet aan de voorschriften van bijlage IV.</PARAG><PARAG>Uitgangsmateriaal dat bestemd is voor de productie van bosbouwkundig teeltmateriaal dat als “getest” moet worden gecertificeerd, wordt goedgekeurd indien het voldoet aan de voorschriften van bijlage V.</PARAG><PARAG>De beoordeling van de in de bijlagen II tot en met V vastgestelde voorschriften voor de goedkeuring van uitgangsmateriaal kan naast visuele inspecties, documentencontroles, tests en analysen of andere aanvullende methoden, ook het gebruik van biomoleculaire technieken omvatten, indien deze met het oog op de goedkeuring geschikter worden geacht.</PARAG><PARAG>Om rekening te houden met de klimatologische en ecologische omstandigheden wordt het uitgangsmateriaal voor alle categorieën beoordeeld op de in de bijlagen II tot en met V vermelde duurzaamheidskenmerken.</PARAG><PARAG>De goedkeuring van het uitgangsmateriaal wordt uitgevoerd onder verwijzing naar de goedgekeurde eenheid.</PARAG><PARAG>De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 26 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlagen II, III, IV en V wat betreft de voorschriften voor de goedkeuring van uitgangsmateriaal bestemd voor de productie van:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>bosbouwkundig teeltmateriaal van de categorie “van bekende origine”, en met name de voorschriften inzake de typen uitgangsmateriaal, de effectieve populatieomvang, de oorsprong en het gebied van herkomst, en duurzaamheidskenmerken;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>bosbouwkundig teeltmateriaal van de categorie “geselecteerd”, en met name de voorschriften inzake oorsprong, isolatie, effectieve populatieomvang, leeftijd en ontwikkelingsstadium, uniformiteit, duurzaamheidskenmerken, houtmassaproductie, houtkwaliteit en groeivorm of habitus;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>bosbouwkundig teeltmateriaal van de categorie “gekeurd”, en met name de voorschriften inzake boomgaarden, ouderplanten van families, klonen en mengsels van klonen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>bosbouwkundig teeltmateriaal van de categorie “getest”, en met name de voorschriften inzake te onderzoeken eigenschappen, documentatie, opzet van de tests, analyse en geldigheid van de tests, genetische evaluatie van de componenten van het uitgangsmateriaal, vergelijkende tests van bosbouwkundig teeltmateriaal, voorlopige goedkeuring en verkennende tests.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">bosbouwkundig teeltmateriaal overeenkomstig de voorschriften van Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad.</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 35]</STRING></PARAG><PARAG>Bij die wijzigingen worden de regels voor de goedkeuring van uitgangsmateriaal aangepast aan de ontwikkeling van de wetenschappelijke en technische kennis en de ontwikkeling van de OESO-regeling voor bosbouwkundig zaaizaad en plantgoed en van andere toepasselijke internationale normen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Alleen goedgekeurd uitgangsmateriaal wordt overeenkomstig artikel 12 in de vorm van een goedgekeurde eenheid in het nationale register opgenomen. Iedere goedgekeurde eenheid wordt met een uniek registratienummer in een nationaal register geïdentificeerd.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De goedkeuring van uitgangsmateriaal wordt ingetrokken indien niet langer aan de voorschriften van deze verordening wordt voldaan.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Het uitgangsmateriaal dat is bestemd voor de productie van bosbouwkundig teeltmateriaal van de categorieën “geselecteerd”, “gekeurd” en “getest”, wordt na de goedkeuring op regelmatige tijdstippen opnieuw onderzocht.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 26 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlagen II, III, IV en V, met het oog op de aanpassing daarvan aan de ontwikkeling van de wetenschappelijke en technische kennis, in het bijzonder wat het gebruik van biomoleculaire technieken betreft, en van toepasselijke internationale normen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 5</TI.ART><STI.ART>Voorschriften voor het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal dat is afgeleid van goedgekeurd uitgangsmateriaal</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Bosbouwkundig teeltmateriaal dat is afgeleid van goedgekeurd uitgangsmateriaal wordt <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">door professionele exploitanten </STRING></STRING>overeenkomstig de volgende voorschriften in de handel gebracht:<STRING BOLD="on"> [Am. 36]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>bosbouwkundig teeltmateriaal van de in bijlage I vermelde soorten mag alleen in de handel worden gebracht als het behoort tot de categorieën “van bekende origine”, “geselecteerd”, “gekeurd” of “getest” en is afgeleid van uitgangsmateriaal dat overeenkomstig artikel 4 is goedgekeurd en dat voldoet aan de voorschriften van respectievelijk de bijlagen II, III, IV en V;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>bosbouwkundig teeltmateriaal van de in bijlage I vermelde kunstmatige hybriden mag alleen in de handel worden gebracht als het behoort tot de categorieën “geselecteerd”, “gekeurd” of “getest” en is afgeleid van uitgangsmateriaal dat overeenkomstig artikel 4 is goedgekeurd en dat voldoet aan de voorschriften van respectievelijk de bijlagen III, IV en V;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>bosbouwkundig teeltmateriaal van de in bijlage I vermelde boomsoorten en kunstmatige hybriden die vegetatief worden vermeerderd, mag alleen in de handel worden gebracht als:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>het behoort tot de categorieën “geselecteerd”, “gekeurd” of “getest”, en</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>het is afgeleid van uitgangsmateriaal dat overeenkomstig artikel 4 is goedgekeurd en voldoet aan de voorschriften van respectievelijk de bijlagen III, IV en V;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>iii)</NO.P>bosbouwkundig teeltmateriaal van de categorie “geselecteerd” mag alleen in de handel worden gebracht als het massaal uit zaad is geteeld;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>bosbouwkundig teeltmateriaal van de in bijlage I vermelde boomsoorten en kunstmatige hybriden, dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit genetisch gemodificeerde organismen, mag alleen in de handel worden gebracht als:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>het behoort tot de categorie “getest”; en</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>het is afgeleid van uitgangsmateriaal dat overeenkomstig artikel 4 is goedgekeurd en voldoet aan de voorschriften van bijlage V; en</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>iii)</NO.P>het overeenkomstig artikel 19 van Richtlijn 2001/18/EG of de artikelen 7 en 19 van Verordening (EG) nr. 1829/2003 of, in voorkomend geval, in de respectieve lidstaat overeenkomstig artikel 26 ter van Richtlijn 2001/18/EG is toegelaten voor teelt in de Unie;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>iii bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het materiaal door de bevoegde autoriteit is goedgekeurd;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 121]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>iii ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het is voorzien van een etiket met de woorden “Nieuwe genomische technieken” overeenkomstig artikel 10 van [PB: gelieve een verwijzing naar de op handen zijnde NGT-verordening in te voegen].</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 122]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>bosbouwkundig teeltmateriaal van de in bijlage I vermelde boomsoorten en kunstmatige hybriden dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit een NGT-plant van categorie 1 zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 7, van Verordening (EU) .../... [PB: gelieve de verwijzing naar NGT-verordening in te voegen<STRING STRIKE="on">Office of Publications, please insert reference to NGT Regulation...</STRING>], mag alleen in de handel worden gebracht indien:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>het behoort tot de categorie “getest”, en</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>het is afgeleid van uitgangsmateriaal dat overeenkomstig artikel 4 is goedgekeurd en voldoet aan de voorschriften van bijlage V, en</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>iii)</NO.P>de plant overeenkomstig artikel 6 of 7 van Verordening (EU) .../... [PB: gelieve de verwijzing naar NGT-verordening in te voegen<STRING STRIKE="on">Office of Publications, please insert reference to NGT Regulation...</STRING>] een verklaring betreffende de status van NGT-plant van categorie 1 heeft verkregen of nakomeling is van een dergelijk plant;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>bosbouwkundig teeltmateriaal van de in bijlage I vermelde boomsoorten en kunstmatige hybriden mag alleen in de handel worden gebracht als het vergezeld gaat van een verwijzing naar het nummer van het basiscertificaat;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g)</NO.P>het voldoet aan de artikelen 36, 37, 40, 41, 42, 49, 53 en 54 van Verordening (EU) 2016/2031 betreffende EU-quarantaineorganismen, ZP-quarantaineorganismen, gereglementeerde niet-quarantaineorganismen en plaagorganismen waarop de maatregelen uit hoofde van artikel 30 van die verordening van toepassing zijn;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>h)</NO.P>in het geval van zaden mag bosbouwkundig teeltmateriaal van de in bijlage I vermelde boomsoorten en kunstmatige hybriden alleen in de handel worden gebracht indien, naast de naleving van de punten a) tot en met g), informatie beschikbaar is over:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>de zuiverheid;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>het kiempercentage van het zuivere zaad;<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> indien er testprocedures worden uitgevoerd, kunnen de bevoegde autoriteiten een vergunning verlenen voor het in de handel brengen voordat de testresultaten bekend zijn; de leverancier is verplicht de testresultaten aan de koper mee te delen zodra deze beschikbaar zijn;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 37]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>iii)</NO.P>het duizendkorrelgewicht van het zuivere zaad;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>iv)</NO.P>het aantal kiemkrachtige zaden per kilogram als zaad in de handel gebracht product, of, indien het aantal kiemkrachtige zaden niet of niet gemakkelijk <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">binnen een beperkt tijdsbestek </STRING></STRING>kan worden bepaald, het aantal levensvatbare zaden per kilogram<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, aan de hand van een specifieke methode</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 38]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De categorieën waarin bosbouwkundig teeltmateriaal, verkregen uit de diverse typen uitgangsmateriaal, in de handel mag worden gebracht, zijn die van de tabel in bijlage VI.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 26, lid 2, gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de tabel in bijlage VI met betrekking tot de categorieën waaronder bosbouwkundig teeltmateriaal van de verschillende soorten uitgangsmateriaal in de handel mag worden gebracht.</PARAG><PARAG>Daarbij worden die categorieën aangepast aan de ontwikkeling van de wetenschappelijke en technische kennis en van de relevante internationale normen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 6</TI.ART><STI.ART>Voorschriften voor bosbouwkundig teeltmateriaal dat is afgeleid van uitgangsmateriaal dat bestemd is voor de instandhouding van genetische hulpbronnen in de bosbouw</STI.ART><PARAG>Bosbouwkundig teeltmateriaal dat is afgeleid van uitgangsmateriaal waarop de afwijking van artikel 18 van toepassing is, mag in de handel worden gebracht indien aan alle volgende voorwaarden is voldaan:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>bosbouwkundig teeltmateriaal van de in bijlage I vermelde soorten mag alleen in de handel worden gebracht als het behoort tot de categorie “van bekende origine”;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de oorsprong van het bosbouwkundig teeltmateriaal is van nature aangepast aan de lokale en regionale omstandigheden, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of in voorkomend geval aangepast aan de doelstelling van ondersteunde migratie</STRING></STRING>; en<STRING BOLD="on"> [Am. 39]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>het bosbouwkundig teeltmateriaal is verzameld van <STRING STRIKE="on">alle</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een maximaal aantal</STRING></STRING> exemplaren van het uitgangsmateriaal waarvan kennisgeving is gedaan<STRING STRIKE="on">.</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, die voldoende talrijk zijn om de genetische diversiteit van de soort te beschermen;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 40]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor soorten waarbij vegetatieve vermeerdering in het algemeen wordt gebruikt voor de instandhouding van de genetische hulpbronnen van bossen, wordt een mengsel van een voldoende gevarieerd scala aan klonen gebruikt teneinde de genetische diversiteit te behouden.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 124]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 7</TI.ART><STI.ART>Tijdelijke vergunning voor het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal dat is afgeleid van uitgangsmateriaal dat niet aan de categorievereisten voldoet</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Na de vaststelling van de in lid 2 bedoelde gedelegeerde handeling kunnen de bevoegde autoriteiten een tijdelijke vergunning verlenen voor het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal dat is afgeleid van goedgekeurd uitgangsmateriaal dat niet aan alle voorschriften betreffende de passende categorie zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">punten a), b) en c), </STRING></STRING>voldoet.<STRING BOLD="on"> [Am. 41]</STRING></PARAG><PARAG>De bevoegde autoriteiten van de desbetreffende lidstaat stellen de Commissie en de andere lidstaten in kennis van die tijdelijke vergunningen en van de redenen voor het verlenen ervan.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 26 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanvulling van dit artikel door de voorwaarden vast te stellen voor het verlenen van de tijdelijke vergunning aan de desbetreffende lidstaat.</PARAG><PARAG>Deze voorwaarden omvatten:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de rechtvaardiging van het verlenen van die vergunning om de verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening te waarborgen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de <STRING STRIKE="on">maximale duur</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">termijn</STRING></STRING> van de vergunning;<STRING BOLD="on"> [Am. 42]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P><STRING STRIKE="on">verplichtingen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">minimumeisen</STRING></STRING> met betrekking tot officiële controles van de professionele exploitanten die die vergunning aanvragen;<STRING BOLD="on"> [Am. 43]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>de vorm en inhoud van de in lid 1 bedoelde kennisgeving.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 8</TI.ART><STI.ART>Bijzondere voorschriften voor bepaalde soorten, categorieën en typen bosbouwkundig teeltmateriaal</STI.ART><PARAG>De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 26 gedelegeerde handelingen vast te stellen ter aanvulling, waar nodig, van deze verordening wat betreft de voorschriften voor elk type, elke soort of elke categorie bosbouwkundig teeltmateriaal:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>met betrekking tot partijen vruchten en zaden van de in bijlage I vermelde soorten, wat de soortzuiverheid betreft;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>met betrekking tot delen van planten van de in bijlage I vermelde soorten en kunstmatige hybriden, wat de kwaliteit in verband met de algemene eigenschappen, gezondheidstoestand en omvang betreft;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>voor de normen voor de uitwendige kwaliteit van door middel van houtstekken of poten vermeerderde Populus spp., wat gebreken en minimumafmetingen voor houtstekken en poten betreft;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>met betrekking tot plantgoed van de in bijlage I vermelde soorten en kunstmatige hybriden, wat de kwaliteit in verband met de algemene eigenschappen, gezondheidstoestand, vitaliteit en fysiologische kwaliteit betreft;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>met betrekking tot plantgoed dat bestemd is te worden verhandeld aan gebruikers in gebieden met een mediterraan klimaat, wat gebreken, omvang en leeftijd van de planten en, in voorkomend geval, omvang van de recipiënt betreft.</PARAG><PARAG>Die gedelegeerde handeling is gebaseerd op de ervaring die is opgedaan bij de toepassing van de voorschriften naargelang van elk type, elke soort of elke categorie bosbouwkundig teeltmateriaal wat betreft de bepalingen inzake inspecties, bemonstering en tests, en isolatieafstanden. Zij past die voorschriften aan op basis van de ontwikkeling van de respectieve internationale normen, de technische en wetenschappelijke ontwikkelingen of de klimatologische en ecologische ontwikkelingen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 9</TI.ART><STI.ART>Noodplan en nationaal register</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Elke lidstaat stelt een of meer noodplannen op om te zorgen voor een toereikende levering van bosbouwkundig teeltmateriaal voor de herbebossing van gebieden die zijn getroffen door extreme weersomstandigheden, bosbranden, uitbraken van ziekten en plagen, rampen of andere gebeurtenissen, voor zover deze relevant zijn en geïdentificeerd zijn in de nationale risicobeoordelingen die overeenkomstig artikel 6, lid 1, van Besluit 1313/2013/EU<FOOTNOTE><FIELD>PB L 347 van 20.12.2013, blz. 924.</FIELD></FOOTNOTE> zijn ontwikkeld.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Op verzoek van de lidstaat stelt de Commissie technische ondersteuning ter beschikking voor het opstellen van het noodplan.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 44]</STRING></PARAG><PARAG>Dat noodplan wordt opgesteld voor de in bijlage I vermelde boomsoorten en kunstmatige hybriden daarvan die <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">door de lidstaten </STRING></STRING>geschikt worden geacht voor <STRING STRIKE="on">de</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">hun</STRING></STRING> huidige en voorspelde klimatologische en ecologische omstandigheden<STRING STRIKE="on"> van de betrokken lidstaat</STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 45]</STRING></PARAG><PARAG>In het noodplan wordt rekening gehouden met de voorspelde toekomstige verspreiding van de desbetreffende boomsoorten en kunstmatige hybriden daarvan, op basis van nationale en/of regionale simulatiemodellen voor klimaatverandering voor de betrokken lidstaat.</PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In het noodplan wordt rekening gehouden met de mogelijkheid dat de getroffen gebieden de nationale grenzen overschrijden, en de betrokken lidstaat werkt samen met andere lidstaten om te zorgen voor een toereikende preventieve voorziening van bosbouwkundig teeltmateriaal voor getroffen gebieden die de grenzen overschrijden.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 46]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten raadplegen in een passend stadium alle betrokken belanghebbenden bij het opstellen en actualiseren van de noodplannen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Elk noodplan bevat informatie betreffende:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de taken en verantwoordelijkheden van de instanties die betrokken zijn bij de uitvoering van het noodplan bij elke gebeurtenis die een ernstig tekort aan bosbouwkundig teeltmateriaal tot gevolg heeft, alsmede de hiërarchische opbouw en de procedures voor de coördinatie van de maatregelen die worden genomen door de bevoegde autoriteiten, andere openbare autoriteiten, gemachtigde instanties of betrokken natuurlijke personen, laboratoria en professionele exploitanten, in voorkomend geval met inbegrip van de coördinatie met aangrenzende lidstaten en aangrenzende derde landen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vaststelling van de kwetsbaarheden en preventieve maatregelen, zoals de beveiliging van zaadopslaglocaties en kwekerijen en de uitbreiding van het aantal opslaglocaties en kwekerijen;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 47]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>toegang van de bevoegde autoriteiten tot voorraden bosbouwkundig teeltmateriaal die in stand zijn gehouden met het oog op noodplanning, bedrijfsruimten van professionele exploitanten, met name boskwekerijen en laboratoria die bosbouwkundig teeltmateriaal produceren, andere relevante exploitanten en natuurlijke personen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de toegang van bevoegde autoriteiten, indien nodig, tot uitrusting, personeel, externe expertise en middelen die nodig zijn voor de snelle en doeltreffende activering van het noodplan;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>maatregelen met betrekking tot het verstrekken van informatie aan de Commissie, de overige lidstaten, de betrokken professionele exploitanten en het publiek over het ernstige tekort aan bosbouwkundig teeltmateriaal en de maatregelen ter verhelping van het tekort indien een ernstig tekort aan bosbouwkundig teeltmateriaal officieel wordt bevestigd of wordt vermoed;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>de regelingen voor het registreren van bevindingen over ernstige tekorten aan bosbouwkundig teelmateriaal;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>de beschikbare beoordelingen van de lidstaat met betrekking tot het risico op een ernstig tekort aan bosbouwkundig teeltmateriaal voor zijn grondgebied en de mogelijke gevolgen daarvan voor de gezondheid van mensen, dieren en planten, en voor het milieu;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g)</NO.P>beginselen voor de geografische afbakening van het gebied of de gebieden waar zich een ernstig tekort aan bosbouwkundig teeltmateriaal heeft voorgedaan;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>h)</NO.P>de beginselen inzake de opleiding van het personeel van de bevoegde autoriteiten en, <STRING STRIKE="on">in voorkomend geval</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor zover aanwezig en relevant</STRING></STRING>, de instanties, openbare autoriteiten, laboratoria, professionele exploitanten en andere personen zoals bedoeld in punt a).<STRING BOLD="on"> [Am. 48]</STRING></PARAG><PARAG>De lidstaten evalueren hun noodplannen regelmatig en actualiseren deze waar nodig, om rekening te houden met de technische en wetenschappelijke ontwikkelingen met betrekking tot simulatiemodellen voor klimaatverandering met het oog op de voorspelde toekomstige verspreiding van de desbetreffende boomsoorten en kunstmatige hybriden daarvan.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De lidstaten zetten een nationaal register <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">als bedoeld in artikel 12, </STRING></STRING>op dat:<STRING BOLD="on"> [Am. 49]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de in bijlage I vermelde boomsoorten en kunstmatige hybriden bevat die relevant zijn voor de huidige klimatologische en ecologische omstandigheden van de betrokken lidstaat;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>rekening houdt met de verwachte toekomstige verspreiding van die boomsoorten en kunstmatige hybriden daarvan.</PARAG><PARAG>Binnen vier jaar na de datum van oprichting van de nationale registers stellen de lidstaten noodplannen op voor de soorten en kunstmatige hybriden die in hun registers zijn opgenomen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De lidstaten werken met elkaar en met alle relevante belanghebbenden samen bij de opstelling van hun noodplannen, op basis van een uitwisseling van beste praktijken en ervaringen die bij de ontwikkeling van die plannen zijn opgedaan.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>De lidstaten stellen hun noodplannen door middel van bekendmaking in Forematis ter beschikking van de Commissie, de andere lidstaten en alle relevante professionele exploitanten.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">HOOFDSTUK III</TI><STI.GR>REGISTRATIE VAN PROFESSIONELE EXPLOITANTEN EN UITGANGSMATERIAAL, EN AFBAKENING VAN DE HERKOMSTGEBIEDEN</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 10</TI.ART><STI.ART>Verplichtingen voor professionele exploitanten</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Professionele exploitanten zijn overeenkomstig artikel 65 van Verordening (EU) 2016/2031 ingeschreven in een register zoals bedoeld in artikel 66 van die verordening.</PARAG><PARAG>Zij zijn gevestigd in de <STRING STRIKE="on">Unie</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">betrokken lidstaat en zijn toegestaan door de bevoegde autoriteit</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 50]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Professionele exploitanten stellen <STRING STRIKE="on">alle</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de</STRING></STRING> nodige informatie over de <STRING STRIKE="on">geschiktheid</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">identiteit</STRING></STRING> van hun bosbouwkundig teeltmateriaal <STRING STRIKE="on">voor de huidige en verwachte toekomstige</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">alsook informatie over de geschiktheid ervan voor</STRING></STRING> klimatologische en ecologische omstandigheden<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> op basis van de beschikbare kennis en gegevens</STRING></STRING>, ter beschikking van<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> de bevoegde autoriteit en</STRING></STRING> de gebruikers van dat teeltmateriaal. <STRING STRIKE="on">Voorafgaand aan de overdracht van het desbetreffende teeltmateriaal wordt </STRING>Die informatie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> wordt in overeenstemming met de richtsnoeren van de bevoegde autoriteiten</STRING></STRING> via websites, plantersgidsen en andere passende middelen aan de potentiële koper verstrekt<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, voorafgaand aan de overdracht van het desbetreffende teeltmateriaal</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 51]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 11</TI.ART><STI.ART>Afbakening van herkomstgebieden voor bepaalde categorieën</STI.ART><PARAG>Voor de desbetreffende soorten uitgangsmateriaal dat voor de productie van bosbouwkundig teeltmateriaal van de categorieën “van bekende origine” en “geselecteerd” is bestemd, bakenen de lidstaten de herkomstgebieden af.</PARAG><PARAG>De bevoegde autoriteiten stellen kaarten op die zij op hun website publiceren, waarop de afbakening van de herkomstgebieden is aangegeven. Zij stellen die kaarten via Forematis ter beschikking van de Commissie en de andere lidstaten.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 12</TI.ART><STI.ART>Nationaal register en nationale lijsten van uitgangsmateriaal</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Elke lidstaat zorgt voor de opstelling, bekendmaking en actualisering van een nationaal register, in elektronische vorm, van het uitgangsmateriaal van de verschillende soorten die overeenkomstig de artikelen 4 en 19 op zijn grondgebied zijn goedgekeurd en waarvan overeenkomstig artikel 18 kennis is gegeven.</PARAG><PARAG>Dat register bevat alle gegevens van elke goedgekeurde eenheid uitgangsmateriaal, samen met het unieke registratienummer.</PARAG><PARAG>In afwijking van artikel 4 registreren de bevoegde autoriteiten het uitgangsmateriaal dat vóór... [PB: gelieve de datum van inwerkingtreding van deze verordening in te voegen<STRING STRIKE="on">OJ, please, insert the date of the of this Regulation</STRING>] was opgenomen in hun respectieve nationale registers zoals bedoeld in artikel 10, lid 1, van Richtlijn 1999/105/EG, onmiddellijk in hun nationale registers, zonder de registratieprocedure van dat artikel toe te passen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Elke lidstaat zorgt voor de opstelling, bekenmaking en actualisering van een nationale lijst van uitgangsmateriaal, die als samenvatting van het nationale register wordt gepresenteerd. Elke lidstaat stelt die lijst via Forematis ter beschikking van de Commissie en de andere lidstaten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De lidstaten stellen de nationale lijst op volgens een gemeenschappelijk model voor elke goedgekeurde eenheid van uitgangsmateriaal. Voor de categorieën “van bekende origine” en “geselecteerd” mag deze slechts een beknopte beschrijving van het uitgangsmateriaal bevatten, op basis van de herkomstgebieden.</PARAG><PARAG>De nationale plannen moeten met name de volgende gegevens bevatten:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de botanische naam;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de categorie;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>het<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> type</STRING></STRING> uitgangsmateriaal:<STRING BOLD="on"> [Am. 52]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>de vermelding in het register of, in voorkomend geval, de samenvatting dan wel de individuele code van het herkomstgebied;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>de locatie van het uitgangsmateriaal; in voorkomend geval een bondige aanduiding, en de volgende bijzonderheden:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>voor de categorie “van bekende origine”: het herkomstgebied en het geografische lengte-, breedte- en hoogte-interval;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>voor de categorie “geselecteerd”: het herkomstgebied en de geografische ligging ervan, zoals bepaald door de lengte-, breedte- en hoogtecoördinaat of door het lengte-, breedte- en hoogte-interval;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>iii)</NO.P>voor de categorie “gekeurd”: de exacte geografische ligging van de plaats(en) waar het uitgangsmateriaal wordt gehouden, zoals bepaald door de lengte-, breedte- en hoogtecoördinaat;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>iv)</NO.P>voor de categorie “getest”: de exacte geografische ligging van de plaats(en) waar het uitgangsmateriaal wordt gehouden, zoals bepaald door de lengte-, breedte- en hoogtecoördinaat;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>oppervlakte: de omvang van de zaadbron(nen), opstand(en) of zaadgaarde(n);</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g)</NO.P>oorsprong:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>vermelding of het uitgangsmateriaal al dan niet autochtoon/inheems is, dan wel of de oorsprong ervan onbekend is;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>bij niet-autochtoon/niet-inheems uitgangsmateriaal, een vermelding van de oorsprong, indien bekend;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>h)</NO.P>doel van het gebruik van het bosbouwkundig teeltmateriaal;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>voor bosbouwkundig teeltmateriaal van de categorie “getest”: een vermelding of het teeltmateriaal:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>genetisch gemodificeerd is, of</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>een NGT-plant is;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>j)</NO.P>voor de categorieën “gekeurd’ en “getest”: informatie over <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het oogstgebied dat is gebruikt voor </STRING></STRING>de<STRING STRIKE="on"> plaats van</STRING> productie van de kloon of het mengsel van klonen, indien van toepassing<STRING STRIKE="on">.</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 53]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>j bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">eventuele aanvullende informatie, indien beschikbaar;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 54]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>j ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">indien van toepassing, de intellectuele-eigendomsrechten die op het bosbouwkundig teeltmateriaal rusten.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 134]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 13</TI.ART><STI.ART>Unielijst van goedgekeurd uitgangsmateriaal</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Op basis van de door de lidstaten overeenkomstig artikel 12 verstrekte nationale lijsten kan de Commissie een lijst publiceren, met als titel: “Unielijst van goedgekeurd uitgangsmateriaal voor de productie van bosbouwkundig teeltmateriaal”.</PARAG><PARAG>Die lijst wordt in elektronische vorm beschikbaar gesteld via Forematis.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De lijst bevat de gegevens van de in artikel 12, lid 1, bedoelde nationale lijsten<STRING STRIKE="on"> en geeft het gebruiksgebied aan</STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 55]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 13 bis</STRING></STRING></TI.ART><STI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Productie van uitgangsmateriaal</STRING></STRING></STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De traceerbaarheid wordt gewaarborgd vanaf het verzamelen van bosbouwkundig teeltmateriaal tot het in de handel brengen ten behoeve van de eindgebruiker.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Professionele exploitanten stellen de bevoegde autoriteit voor het oogsten van bosbouwkundig teeltmateriaal in kennis van hun voornemen om te oogsten zodat de bevoegde autoriteit controles kan verrichten.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Professionele exploitanten dienen gegevens in bij de bevoegde autoriteit om de oogst van bosbouwkundig teeltmateriaal te documenteren.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verwijdering van de oogstplaats is alleen toegestaan met een basiscertificaat.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Met het oog op een zo groot mogelijke genetische diversiteit in de volledige partij zaden zorgt degene die de zaden oogst ervoor dat de partij zaden in alle stadia van de verwerking grondig wordt gemengd vóór het in de handel brengen of zaaien.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 56]</STRING></PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">HOOFDSTUK IV</TI><STI.GR>BASISCERTIFICAAT, ETIKETTERING EN VERPAKKING</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 14</TI.ART><STI.ART>Basiscertificaat van identiteit</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De bevoegde autoriteiten geven, op aanvraag van een professionele exploitant, na het oogsten van het bosbouwkundig teeltmateriaal van goedgekeurd uitgangsmateriaal, voor al het geoogste bosbouwkundig teeltmateriaal een basiscertificaat van identiteit af met het unieke registratienummer van het uitgangsmateriaal.</PARAG><PARAG>In het basiscertificaat wordt bevestigd dat aan de eisen van artikel 4, lid 2, is voldaan<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en dat het bosbouwkundig teeltmateriaal is afgeleid van goedgekeurd uitgangsmateriaal</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 57]</STRING></PARAG><PARAG>De Commissie stelt door middel van een uitvoeringshandeling de inhoud en het model voor het basiscertificaat van identiteit voor bosbouwkundig teeltmateriaal vast:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>model van het basiscertificaat voor bosbouwkundig teeltmateriaal dat is afgeleid van zaadbronnen en opstanden;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>model van het basiscertificaat voor bosbouwkundig teeltmateriaal dat is afgeleid van zaadgaarden of ouderplanten of families; en</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>model van het basiscertificaat voor bosbouwkundig teeltmateriaal dat is afgeleid van klonen en mengsels van klonen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">.</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">model van het basiscertificaat voor bosbouwkundig teeltmateriaal dat is afgeleid van een mengsel.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 58]</STRING></PARAG><PARAG>Die uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 27, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Wanneer een lidstaat overeenkomstig artikel 15, lid 2, maatregelen neemt met betrekking tot verdere vegetatieve vermeerdering, wordt een nieuw basiscertificaat afgegeven.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Wanneer overeenkomstig artikel 15, lid 3, menging plaatsvindt, dragen de lidstaten er zorg voor dat de registervermeldingen van de componenten van het mengsel identificeerbaar blijven, en wordt voor het mengsel een nieuw basiscertificaat of een ander document ter identificatie van het mengsel afgegeven.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Wanneer een partij als bedoeld in artikel 15, lid 1, wordt onderverdeeld in kleinere partijen die niet uniform worden verwerkt en vervolgens vegetatief worden vermeerderd, wordt een nieuw basiscertificaat afgegeven waarin het vorige referentienummer van het basiscertificaat wordt vermeld.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In het geval van een mengsel doet de professionele exploitant vooraf een kennisgeving van de menging aan de bevoegde autoriteit zodat de bevoegde autoriteit toezicht kan uitoefenen op het mengproces.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 59]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Een basiscertificaat kan ook in elektronische vorm worden afgegeven (“elektronisch basiscertificaat”).</PARAG><PARAG>De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen technische regelingen bepalen voor de afgifte van elektronische basiscertificaten, om ervoor te zorgen dat zij voldoen aan dit artikel en om een passende, geloofwaardige en doeltreffende procedure voor de afgifte van die elektronische basiscertificaten te verzekeren. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 27, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 26 gedelegeerde handelingen vast te stellen die dit artikel aanvullen door het vastleggen van voorschriften inzake:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de digitale registratie van alle maatregelen die de professionele exploitant en de bevoegde autoriteiten hebben genomen bij het afgeven van het basiscertificaat, en</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de oprichting van een gecentraliseerd platform dat alle lidstaten en de Commissie met elkaar verbindt, om de verwerking van, de toegang tot en het gebruik van die geregistreerde gegevens te vergemakkelijken.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Elke lidstaat stelt een nationale lijst op van afgegeven basiscertificaten, werkt deze regelmatig bij en stelt deze lijst ter beschikking van de Commissie en de bevoegde autoriteiten.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 60]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 15</TI.ART><STI.ART>Partijen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het bosbouwkundig teeltmateriaal wordt in alle stadia van de productie gescheiden gehouden naar individuele goedgekeurde eenheden van het uitgangsmateriaal<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en het basiscertificaat, indien dit is afgegeven,</STRING></STRING> om te waarborgen dat het bosbouwkundig teeltmateriaal kan worden herleid tot het goedgekeurde uitgangsmateriaal waarvan het is geoogst. Het bosbouwkundig teeltmateriaal wordt geoogst van die afzonderlijke goedgekeurde eenheden en in de handel gebracht in partijen die voldoende homogeen zijn en als verschillend van andere partijen bosbouwkundig teeltmateriaal zijn geïdentificeerd.<STRING BOLD="on"> [Am. 61]</STRING></PARAG><PARAG>Iedere partij bosbouwkundig teeltmateriaal wordt geïdentificeerd aan de hand van:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P><STRING STRIKE="on">het partijnummer</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de partijcode</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 62]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">beoogde toepassing;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 63]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de code en het nummer van het basiscertificaat;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de botanische naam;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>de categorie bosbouwkundig teeltmateriaal;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>het<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> type</STRING></STRING> uitgangsmateriaal:<STRING BOLD="on"> [Am. 64]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>de vermelding in het register of de individuele code van het herkomstgebied;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g)</NO.P>het herkomstgebied voor bosbouwkundig teeltmateriaal van de categorieën “van bekende origine” en “geselecteerd” en, indien passend, voor ander bosbouwkundig teeltmateriaal;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>h)</NO.P>zo nodig, de vermelding of de oorsprong van het uitgangsmateriaal autochtoon/inheems dan wel niet-autochtoon/niet-inheems is, dan wel of de oorsprong ervan onbekend is;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>in het geval van zaadeenheden, het rijpingsjaar<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, de zuiverheid, het kiempercentage van het zuivere zaad, het duizendkorrelgewicht van het zuivere zaad, het aantal kiemkrachtige zaden per kilogram en de naam van het station voor zaadcontrole</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 65]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>j)</NO.P>de leeftijd en het type van het uit zaailingen of stekken bestaande plantgoed en de vermelding of het afgepende, verspeende of in een container verpakte exemplaren betreft;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>k)</NO.P>voor de categorie “getest”, of het bosbouwkundig teeltmateriaal:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>genetisch gemodificeerd is,</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>een NGT-plant is<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">.</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>k bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">indien van toepassing, de intellectuele-eigendomsrechten die op het bosbouwkundig teeltmateriaal rusten.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 135]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Onverminderd lid 1 van dit artikel en artikel 5, lid 1, punt c), houden de lidstaten bosbouwkundig teeltmateriaal dat later verder zal worden vermeerderd, gescheiden en duiden zij het als zodanig aan. Dergelijk bosbouwkundig teeltmateriaal is geoogst uit één enkele goedgekeurde eenheid van de categorieën “geselecteerd”, “gekeurd” en “getest”. In dergelijke gevallen behoort het geproduceerde bosbouwkundig teeltmateriaal tot dezelfde categorie als het oorspronkelijke bosbouwkundig teeltmateriaal.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Onverminderd lid 1 gelden voor het mengen van bosbouwkundig teeltmateriaal de volgende voorwaarden, naargelang het geval:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>binnen de categorieën “van bekende origine” of “geselecteerd” is menging van toepassing op teeltmateriaal dat afkomstig is van twee of meer goedgekeurde eenheden binnen één enkel gebied van herkomst;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>in geval van menging van bosbouwkundig teeltmateriaal binnen één enkel herkomstgebied dat verkregen is uit zaadbronnen en opstanden van de categorie “van bekende origine”, wordt de nieuwe gecombineerde partij gecertificeerd als “teeltmateriaal afgeleid van een zaadbron”;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>in geval van menging van bosbouwkundig teeltmateriaal dat van niet-autochtoon of van niet-inheems uitgangsmateriaal is afgeleid, met teeltmateriaal dat uit uitgangsmateriaal van onbekende oorsprong is verkregen, wordt de nieuwe gecombineerde partij als “van onbekende oorsprong” gecertificeerd;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>in geval van menging van bosbouwkundig teeltmateriaal dat in verschillende rijpingsjaren van één enkele goedgekeurde eenheid is afgeleid, worden de werkelijke rijpingsjaren en het relatieve aandeel van het bosbouwkundig teeltmateriaal van elk jaar geregistreerd.</PARAG><PARAG>In geval van menging overeenkomstig lid 1, punten a), b) of c), mag de identiteitscode van het herkomstgebied worden vervangen door de in lid 1, punt f), bedoelde vermelding in het register.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 16</TI.ART><STI.ART>Officieel etiket</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> bevoegde autoriteit of de professionele exploitant onder officieel toezicht van een</STRING></STRING> bevoegde autoriteit geeft voor elke partij bosbouwkundig teeltmateriaal een officieel etiket af waaruit blijkt dat dat bosbouwkundig teeltmateriaal voldoet aan <STRING STRIKE="on">de in </STRING>artikel 5<STRING STRIKE="on"> bedoelde eisen</STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 66]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het officiële etiket wordt afgedrukt door:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de bevoegde autoriteit, op verzoek van de professionele exploitant; of</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de professionele exploitant, onder officieel toezicht van de bevoegde autoriteit.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 67]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P><STRING STRIKE="on">De bevoegde autoriteiten staan de professionele exploitant toe het officiële etiket af te drukken nadat de bevoegde autoriteit heeft bevestigd dat dat bosbouwkundig teeltmateriaal aan de in artikel 5 bedoelde eisen voldoet. </STRING>De professionele exploitant wordt toegestaan <STRING STRIKE="on">dat</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het officiële</STRING></STRING> etiket<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> af te geven en/of</STRING></STRING> af te drukken indien de bevoegde autoriteit op basis van een audit tot de conclusie is gekomen dat de exploitant over <STRING STRIKE="on">de</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voldoende bekwaamheid,</STRING></STRING> infrastructuur en middelen beschikt<STRING STRIKE="on"> om het officiële etiket af te drukken</STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 68]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De bevoegde autoriteit voert regelmatig controles uit om na te gaan of de professionele exploitant voldoet aan de in lid 2 bedoelde eisen.</PARAG><PARAG>Indien de bevoegde autoriteit na het verlenen van de in lid 2 bedoelde toestemming vaststelt dat een professionele exploitant niet aan de in dat lid bedoelde eisen voldoet, trekt zij de toestemming onverwijld in of wijzigt zij deze, naargelang van het geval.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Naast de uit hoofde van artikel 15, lid 1, vereiste informatie bevat het officiële etiket <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of een ander document van de leverancier met de krachtens dat artikel vereiste informatie, </STRING></STRING>alle volgende informatie:<STRING BOLD="on"> [Am. 69]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de nummers van de overeenkomstig artikel 14 afgegeven basiscertificaten of een verwijzing naar het in artikel 14, lid 3, bedoelde andere document ter identificatie van het mengsel;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de <STRING STRIKE="on">naam</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">namen</STRING></STRING> van de professionele <STRING STRIKE="on">exploitant</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">exploitanten die leveren, met inbegrip van hun adres en registratienummer, en de namen van de ontvangers met inbegrip van hun adres</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 70]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de geleverde hoeveelheid;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>in het geval van bosbouwkundig teeltmateriaal van de categorie “getest” waarvan het uitgangsmateriaal krachtens artikel 4 is goedgekeurd, de woorden: “voorlopig goedgekeurd”;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>of het bosbouwkundig teeltmateriaal vegetatief vermeerderd is<STRING STRIKE="on">.</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een QR-code met instructies voor het verzorgen, opslaan en planten van het bosbouwkundig teeltmateriaal.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 71]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de volgende elementen van het officiële etiket vaststellen:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de inhoud van het officiële etiket;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>aanvullende informatie in het geval van zaad en kleine hoeveelheden zaad;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">de kleur van het etiket voor specifieke categorieën of andere soorten bosbouwkundig teeltmateriaal;</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 72]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>aanvullende informatie in het geval van specifieke geslachten of soorten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">.</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een aanduiding of het materiaal het product is van genetische modificatie in het kader van Richtlijn 2001/18/EG.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 136]</STRING></PARAG><PARAG>Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 27, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien de professionele exploitant een gekleurd etiket of document gebruikt met betrekking tot een categorie bosbouwkundig teeltmateriaal, komt de kleur van het etiket of document van de leverancier overeen met de in bijlage VI aangegeven kleur.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 73]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Een officieel etiket kan ook in elektronische vorm worden afgegeven (“elektronisch officieel etiket”).</PARAG><PARAG>De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen technische regelingen bepalen voor de afgifte van elektronische officiële etiketten, om ervoor te zorgen dat zij voldoen aan dit artikel en om een passende, geloofwaardige en doeltreffende procedure voor de afgifte van die officiële etiketten te verzekeren. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 27, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 26 gedelegeerde handelingen vast te stellen die dit artikel aanvullen door het vastleggen van voorschriften inzake:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de digitale registratie van alle maatregelen die de professionele exploitanten en de bevoegde autoriteiten hebben genomen bij het afgeven van de officiële etiketten;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de oprichting van een gecentraliseerd platform dat de lidstaten en de Commissie met elkaar verbindt, om de verwerking van, de toegang tot en het gebruik van die geregistreerde gegevens te vergemakkelijken.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 17</TI.ART><STI.ART>Verpakkingen van zaadeenheden</STI.ART><PARAG>Zaadeenheden mogen alleen in de handel worden gebracht in verzegelde verpakkingen die na het openen ervan onbruikbaar worden.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Om verrotting van het bosbouwkundig teeltmateriaal te voorkomen mag het verpakkingsmateriaal van de verzegelde verpakking worden aangepast aan de behoeften van het bosbouwkundig teeltmateriaal in kwestie.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 74]</STRING></PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">HOOFDSTUK V</TI><STI.GR>AFWIJKINGEN VAN ARTIKEL 4</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 18</TI.ART><STI.ART>Afwijking van de goedkeuringsverplichting voor uitgangsmateriaal dat bestemd is voor de instandhouding van genetische hulpbronnen in de bosbouw</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>In afwijking van artikel 4, leden 1 en 2, is de registratie in het nationale register van uitgangsmateriaal dat bestemd is voor de instandhouding van genetische hulpbronnen in de bosbouw niet onderworpen aan goedkeuring door de bevoegde autoriteiten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Elke professionele exploitant die uitgangsmateriaal registreert dat is bestemd voor de instandhouding van genetische hulpbronnen in de bosbouw, stelt de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat daarvan in kennis.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De kennisgeving van uitgangsmateriaal aan de bevoegde autoriteiten als bedoeld in lid 1 gebeurt volgens het formaat van Forematis.</PARAG><PARAG>De kennisgeving van het uitgangsmateriaal gebeurt onder verwijzing naar de eenheid van kennisgeving.</PARAG><PARAG>Iedere eenheid van kennisgeving wordt met een uniek registratienummer in een nationaal register geïdentificeerd.</PARAG><PARAG>Die kennisgeving bevat de <STRING STRIKE="on">volgende</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in artikel 12, lid 3, bedoelde</STRING></STRING> informatie<STRING STRIKE="on">:</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">de botanische naam;</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">de categorie;</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">het uitgangsmateriaal:</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">de vermelding in het register of, in voorkomend geval, de samenvatting dan wel de individuele code van het herkomstgebied;</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">de locatie: een korte naam, indien van toepassing, het herkomstgebied en het lengte-, breedte- en hoogte-interval;</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">oppervlakte: de omvang van de zaadbronnen of opstanden;</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">oorsprong: vermelding of het uitgangsmateriaal al dan niet autochtoon/inheems is, dan wel of de oorsprong ervan onbekend is. Bij niet-autochtoon/niet-inheems uitgangsmateriaal, een vermelding van de oorsprong, indien bekend;</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>h)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">de beoogde toepassing: instandhouding en duurzaam gebruik van genetische hulpbronnen.</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 75]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de specifieke voorwaarden met betrekking tot de vereisten en de inhoud van die kennisgeving vaststellen. Bij de vaststelling van die uitvoeringshandelingen wordt rekening gehouden met de ontwikkeling van toepasselijke internationale normen en wordt de in artikel 27, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure gevolgd.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 19</TI.ART><STI.ART>Goedkeuring door professionele exploitanten van uitgangsmateriaal dat bestemd is voor de productie van bosbouwkundig teeltmateriaal van de categorie “van bekende origine”</STI.ART><PARAG>In afwijking van artikel 4, leden 1 en 2, mogen de lidstaten professionele exploitanten toestaan om, voor bepaalde soorten, uitgangsmateriaal dat bestemd is voor de productie van bosbouwkundig teeltmateriaal van de categorie “van bekende origine” goed te keuren indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het gebied van herkomst waar het uitgangsmateriaal zich bevindt, is onderhevig aan extreme weersomstandigheden, en</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>die weersomstandigheden hebben gevolgen voor de voortplantingscyclus van het uitgangsmateriaal en verlagen de frequentie van het oogsten van bosbouwkundig teeltmateriaal uit dat uitgangsmateriaal.</PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie moet van </STRING></STRING>de toestemming van de lidstaten <STRING STRIKE="on">moet door de Commissie</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in kennis</STRING></STRING> worden <STRING STRIKE="on">goedgekeurd</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gesteld</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 76]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 20</TI.ART><STI.ART>Voorlopige goedkeuring van uitgangsmateriaal dat bestemd is voor de productie van bosbouwkundig teeltmateriaal van de categorie “getest”</STI.ART><PARAG>In afwijking van artikel 4, lid 2, mogen de lidstaten voor een periode van ten hoogste tien jaar op hun gehele grondgebied of op een gedeelte daarvan de goedkeuring van uitgangsmateriaal voor de productie van bosbouwkundig teeltmateriaal van de categorie “getest” toestaan indien op basis van de voorlopige resultaten van de in bijlage V bedoelde genetische waardebepaling of vergelijkende tests mag worden verondersteld dat dat uitgangsmateriaal, wanneer de tests zullen zijn voltooid, aan de toelatingseisen van deze verordening zal voldoen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 21</TI.ART><STI.ART>Tijdelijke moeilijkheden bij de levering</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Om tijdelijke moeilijkheden bij de algemene voorziening met bosbouwkundig teeltmateriaal in een of meer lidstaten te overwinnen, kan de Commissie, op verzoek van ten minste één getroffen lidstaat, de lidstaten tijdelijk toestaan om door middel van een uitvoeringshandeling toestemming te verlenen voor het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal van een of meer soorten die zijn afgeleid van uitgangsmateriaal dat aan minder strenge eisen voldoet dan die van artikel 4, leden 1 en 2.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Wanneer de Commissie handelt overeenkomstig lid 1, wordt op het overeenkomstig artikel 16, lid 1, afgegeven officiële etiket vermeld dat het desbetreffende bosbouwkundig teeltmateriaal is afgeleid van uitgangsmateriaal dat aan minder strenge eisen voldoet dan die van artikel 4, leden 1 en 2.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De in lid 1 bedoelde uitvoeringshandeling wordt overeenkomstig de in artikel 27, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 22</TI.ART><STI.ART>Tijdelijke experimenten om voor de bepalingen van deze verordening betere alternatieven te vinden</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>In afwijking van de artikelen 1, 4 en 5 kan de Commissie besluiten om door middel van uitvoeringshandelingen tijdelijke experimenten te organiseren om betere alternatieven voor de bepalingen van deze verordening te vinden met betrekking tot de soorten of kunstmatige hybriden waarop zij van toepassing is, de voorschriften voor de goedkeuring van uitgangsmateriaal en de productie en het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal.</PARAG><PARAG>Deze experimenten kunnen de vorm aannemen van technische of wetenschappelijke proeven waarbij de haalbaarheid en geschiktheid van nieuwe eisen ten opzichte van die van de artikelen 1, 4 en 5 van deze verordening worden onderzocht.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De in lid 1 bedoelde uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 27, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld en hebben betrekking op een van de volgende elementen:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de betrokken soorten of kunstmatige hybriden;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de omstandigheden van de experimenten per soort of kunstmatige hybride;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de duur van het experiment;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>de monitoring- en rapportageverplichtingen van de deelnemende lidstaten.</PARAG><PARAG>In de handelingen wordt rekening gehouden met de ontwikkeling van:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de methoden voor het bepalen van de oorsprong van het uitgangsmateriaal, met inbegrip van het gebruik van biomoleculaire technieken;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de methoden voor de instandhouding en het duurzame gebruik van genetische hulpbronnen in de bosbouw, rekening houdend met de toepasselijke internationale normen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de methoden voor reproductie en productie, met inbegrip van het gebruik van innovatieve productieprocessen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>de methoden voor het ontwerpen van kruisingsschema’s van componenten van uitgangsmateriaal;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>de methoden voor de beoordeling van de kenmerken van uitgangsmateriaal en bosbouwkundig teeltmateriaal;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>de methoden voor de controle van het desbetreffende bosbouwkundig teeltmateriaal.</PARAG><PARAG>Die handelingen worden aangepast aan de ontwikkeling van de productietechnieken voor het desbetreffende bosbouwkundig teeltmateriaal en gebaseerd op eventuele vergelijkende proeven en tests die door de lidstaten worden uitgevoerd.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De Commissie evalueert de resultaten van deze experimenten en vat ze samen in een verslag, waarbij zij zo nodig aangeeft dat de artikelen 1, 4 of 5 moeten worden gewijzigd.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 23</TI.ART><STI.ART>Toestemming om strengere eisen vast te stellen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>In afwijking van artikel 4 kan de Commissie de lidstaten door middel van uitvoeringshandelingen toestemming verlenen om, wat betreft de voorschriften voor de goedkeuring van uitgangsmateriaal en de productie van bosbouwkundig teeltmateriaal, op het gehele grondgebied of een deel van het grondgebied van de betrokken lidstaat strengere voorschriften vast te stellen dan de voorschriften van dat artikel<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, op voorwaarde dat deze voorschriften het vrije verkeer van bosbouwkundig teeltmateriaal dat strookt met deze verordening, niet verbieden, belemmeren of beperken</STRING></STRING>. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 27, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.<STRING BOLD="on"> [Am. 77]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Met het oog op de in lid 1 bedoelde toestemming dienen de lidstaten bij de Commissie een verzoek in met:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de ontwerpbepalingen die de voorgestelde voorschriften bevatten;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>een motivering van de noodzaak en de evenredigheid van die voorschriften.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De in lid 1 bedoelde toestemming wordt uitsluitend verleend als aan alle van de volgende voorwaarden wordt voldaan:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de gevraagde maatregelen waarborgen ten minste een van de volgende doelen:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>de verbetering van de kwaliteit van het desbetreffende bosbouwkundig teeltmateriaal;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>de bescherming van het milieu: aanpassing aan de klimaatverandering<STRING STRIKE="on"> of de bijdrage aan de bescherming</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, verbetering</STRING></STRING> van de biodiversiteit<STRING STRIKE="on">,</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of</STRING></STRING> herstel van bosecosystemen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en ondersteuning van hun werking</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 78]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de gevraagde maatregelen zijn noodzakelijk en staan in verhouding tot hun doelstelling overeenkomstig punt a), en</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de maatregelen zijn gerechtvaardigd op grond van de specifieke klimatologische en ecologische omstandigheden in de betrokken lidstaat.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Indien de lidstaten aanvullende of strengere eisen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 7 van Richtlijn 1999/105/EG, herzien de betrokken lidstaten die maatregelen uiterlijk op ... [één jaar na de datum van toepassing van deze verordening<STRING STRIKE="on">one year after the date of application of this Regulation</STRING>] en trekken zij die maatregelen in of wijzigen zij die maatregelen om aan deze verordening te voldoen.</PARAG><PARAG>De lidstaten stellen de Commissie en de andere lidstaten daarvan in kennis.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">HOOFDSTUK VI</TI><STI.GR>INVOER VAN BOSBOUWKUNDIG TEELTMATERIAAL</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 24</TI.ART><STI.ART>Invoer op grond van EU-gelijkwaardigheid</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Bosbouwkundig teeltmateriaal mag alleen uit derde landen in de Unie worden ingevoerd indien overeenkomstig lid 2 is vastgesteld dat het voldoet aan voorschriften die gelijkwaardig zijn aan die welke van toepassing zijn op in de Unie geproduceerd en in de handel gebracht bosbouwkundig teeltmateriaal.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Het proces voor het beoordelen en vaststellen van de gelijkwaardigheid gebeurt op basis van een uitvoerig onderzoek van de identiteit en kwaliteitsnormen en andere voorschriften die op bosbouwkundig teeltmateriaal van toepassing zijn.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 79]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen besluiten of in een derde land geproduceerd bosbouwkundig teeltmateriaal van specifieke geslachten, soorten of categorieën voldoet aan voorschriften die gelijkwaardig zijn aan die welke van toepassing zijn op in de Unie geproduceerd en in de handel gebracht bosbouwkundig teeltmateriaal, op basis van al het volgende:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>een grondig onderzoek van de door het betrokken derde land verstrekte informatie en gegevens, en</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>een bevredigend resultaat van een door de Commissie in het betrokken derde land uitgevoerde audit, indien de Commissie die audit noodzakelijk acht;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de deelname van dat derde land aan de OESO-regeling voor de certificering van bosbouwkundig teeltmateriaal in de internationale handel.</PARAG><PARAG>Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 27, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Bij de vaststelling van de in lid 1 bedoelde besluiten gaat de Commissie na of de in het betrokken derde land toegepaste systemen voor de goedkeuring en registratie van uitgangsmateriaal en de daaropvolgende productie van bosbouwkundig teeltmateriaal uit dat uitgangsmateriaal dezelfde garanties bieden als die waarin de artikelen 4, 5 en, indien van toepassing, artikel 11 voorzien voor de categorieën “van bekende origine”, “geselecteerd”, “gekeurd” en “getest”.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 25</TI.ART><STI.ART>Kennisgeving en certificaten van ingevoerd bosbouwkundig teeltmateriaal</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De professionele exploitanten die bosbouwkundig teeltmateriaal in de Unie invoeren, stellen de desbetreffende bevoegde autoriteit vooraf van die invoer in kennis via het in artikel 131 van Verordening (EU) 2017/625 bedoelde informatiemanagementsysteem voor officiële controles (Imsoc).</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Ingevoerd bosbouwkundig teeltmateriaal gaat vergezeld van al het volgende:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>een door het derde land van oorsprong afgegeven basiscertificaat of ander officieel certificaat;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>een officieel etiket, en</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>door de professionele exploitant in dat derde land verstrekte gegevens over dat bosbouwkundig teeltmateriaal;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van invoer afgegeven nieuw basiscertificaat, dat na de invoer het in punt a), bedoelde basiscertificaat of officieel certificaat vervangt, of een certificaat waaruit het bestaan van dit nieuwe certificaat blijkt.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 80]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Na de in lid 1 bedoelde invoer vervangt de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het in lid 2, punt a), bedoelde basiscertificaat of officieel certificaat door een nieuw basiscertificaat dat in de betrokken lidstaat is afgegeven, en</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het in lid 2, punt b), bedoelde officiële etiket door een nieuw officieel etiket dat in de betrokken lidstaat is afgegeven.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">HOOFDSTUK VII</TI><STI.GR>PROCEDUREBEPALINGEN</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 26</TI.ART><STI.ART>Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De in de artikel 2, lid 2, artikel 4, leden 2 en 6, artikel 5, lid 3, artikel 7, lid 2, artikel 8, lid 1, artikel 14, lid 6, en artikel 16, lid 7, bedoelde bevoegdheidsdelegatie wordt aan de Commissie toegekend voor een periode van vijf jaar met ingang van … [datum van inwerkingtreding van deze verordening<STRING STRIKE="on">date of entry into force of this Regulation</STRING>]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 2, lid 2, artikel 4, leden 2 en 6, artikel 5, lid 3, artikel 7, lid 2, artikel 8, lid 1, artikel 14, lid 6, en artikel 16, lid 7, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De betrokkenheid van door de lidstaten aangewezen deskundigen maakt het mogelijk een brede waaier van nationale expertise en perspectieven in te brengen, hetgeen bijdraagt tot een geïnformeerde en evenwichtige besluitvorming met betrekking tot gedelegeerde handelingen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 81]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Een overeenkomstig artikel 2, lid 2, artikel 4, leden 2 en 6, artikel 5, lid 3, artikel 7, lid 2, artikel 8, lid 1, artikel 14, lid 6, en artikel 16, lid 7, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 27</TI.ART><STI.ART>Comitéprocedure</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De Commissie wordt bijgestaan door het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders ingesteld bij artikel 58, lid 1, van Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).</FIELD></FOOTNOTE>.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.</PARAG><PARAG>Wanneer het advies van het comité via een schriftelijke procedure moet worden verkregen, wordt die procedure zonder gevolg beëindigd indien, binnen de termijn voor het uitbrengen van het advies, de voorzitter van het comité daartoe besluit of een eenvoudige meerderheid van de leden van het comité daarom verzoekt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 8 van Verordening (EU) nr. 182/2011, in samenhang met artikel 5 daarvan, van toepassing.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">HOOFDSTUK VIII</TI><STI.GR>Verslaglegging, sancties en wijzigingen van de Verordeningen (EU) 2016/2031 en (EU) 2017/625</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 28</TI.ART><STI.ART>Verslaglegging</STI.ART><PARAG>Uiterlijk op ... [PB: gelieve de datum in te voegen - 5 jaar na de datum van toepassing van deze verordening<STRING STRIKE="on">Office of Publications, please insert date of 5 years after the date of application of this Regulation</STRING>], en vervolgens om de vijf jaar, dienen de lidstaten bij de Commissie een verslag in over het volgende:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de hoeveelheden<STRING STRIKE="on"> gecertificeerd</STRING> bosbouwkundig teeltmateriaal per jaar<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> waarvoor een basiscertificaat is afgegeven</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 82]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het aantal<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> door lidstaten</STRING></STRING> vastgestelde nationale noodplannen ter voorbereiding op problemen met de levering van bosbouwkundig teeltmateriaal en de tijd <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en middelen </STRING></STRING>die nodig <STRING STRIKE="on">is</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zijn</STRING></STRING> om die noodplannen te activeren;<STRING BOLD="on"> [Am. 83]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>het aantal websites en/of nationale plantersgidsen met informatie over de vraag waar het bosbouwkundig teeltmateriaal het beste kan worden geplant;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>hoeveelheden bosbouwkundig teeltmateriaal per geslacht en soort die in het kader van de Unie-gelijkwaardigheid uit derde landen zijn ingevoerd;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>eventuele krachtens artikel 29 opgelegde sancties.</PARAG><PARAG>De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen de technische formaten voor het in lid 1 van dit artikel bedoelde verslag vast. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 27, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 29</TI.ART><STI.ART>Sancties</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten stellen regels vast voor doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties die van toepassing zijn op inbreuken op deze verordening en nemen alle noodzakelijke maatregelen om ervoor te zorgen dat die sancties worden toegepast. De lidstaten stellen de Commissie onverwijld van die voorschriften en maatregelen alsook van alle latere wijzigingen daarvan in kennis.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat de financiële sancties die van toepassing zijn op schendingen van deze verordening, begaan door middel van frauduleuze of bedrieglijke praktijken, in overeenstemming met het nationale recht ten minste, ofwel het economisch gewin voor de professionele exploitant weerspiegelen, ofwel, waar passend, een percentage van zijn omzet.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 30</TI.ART><STI.ART>Wijziging van Verordening (EU) 2016/2031</STI.ART><PARAG>Verordening (EU) 2016/2031 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1)</NO.P>artikel 37, lid 4, wordt vervangen door:<CITATION><P>“4.	De Commissie stelt door middel van een uitvoeringshandeling, waar passend, maatregelen vast om de aanwezigheid van door de EU gereguleerde niet-quarantaineorganismen op de betrokken voor opplant bestemde planten, als bedoeld in artikel 36, punt f), van deze verordening te voorkomen. Die maatregelen betreffen, in voorkomend geval, het binnenbrengen in en het verkeer binnen de Unie van die planten.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2)</NO.P>aan artikel 83 wordt het volgende lid toegevoegd:<CITATION><P>“5 bis.	In het geval van voor opplant bestemde planten die zijn geproduceerd of op de markt worden aangeboden als behorende tot de categorieën “van bekende origine”, “geselecteerd”, “gekeurd” of “getest”, zoals bedoeld in Verordening (EU).../...*+, wordt het plantenpaspoort afzonderlijk opgenomen in het officiële etiket, dat wordt geproduceerd overeenkomstig de betrokken bepalingen van die verordening.</P><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">Indien dit lid van toepassing is,</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>bevat het plantenpaspoort voor het verkeer binnen het grondgebied van de Unie de in de delen E en F van bijlage VII beschreven gegevens;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>bevat het plantenpaspoort voor het binnenbrengen in en het verkeer binnen een beschermd gebied bevat de in deel H van bijlage VII beschreven gegevens.”.</ITEM></LIST></P><P>______________________</P><P>*	Verordening (EU) …/… van het Europees Parlement en de Raad van ... ... (PB...).”.</P><P>+	PB: gelieve in de tekst het nummer en instellingen van deze verordening in te voegen, en in de overeenkomstige voetnoot het nummer, de datum en de publicatiegegevens daarvan<STRING STRIKE="on">OJ: Please insert in the text the number of this Regulation and institutions and insert the number, date, title and OJ reference of this Regulation in the footnote</STRING>.”</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3)</NO.P>bijlage VII wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage VII bij deze verordening.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 31</TI.ART><STI.ART>Wijziging van Verordening (EU) 2017/625</STI.ART><PARAG>Verordening (EU) 2017/625 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1)</NO.P>aan artikel 1, lid 2, wordt het volgende punt toegevoegd:<CITATION><P>“l)	productie en in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2)</NO.P>aan artikel 3 wordt het volgende punt toegevoegd:<CITATION><P>“52.	“bosbouwkundig teeltmateriaal”: materiaal zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 1, van Verordening (EU) .../... van ...*+</P><P>______________________</P><P>*	Verordening (EU) …/… van het Europees Parlement en de Raad van ... ... (PB...).”.</P><P>+	PB: gelieve in de tekst het nummer en instellingen van deze verordening in te voegen, en in de overeenkomstige voetnoot het nummer, de datum en de publicatiegegevens daarvan<STRING STRIKE="on">OJ: Please insert in the text the number of this Regulation and institutions and insert the number, date, title and OJ reference of this Regulation in the footnote</STRING>.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3)</NO.P>na artikel 22 bis wordt het volgende artikel ingevoegd:<CITATION><P>“Artikel 22 ter</P><P>Specifieke regels voor officiële controles en voor de acties die de bevoegde autoriteiten ondernemen in verband met bosbouwkundig teeltmateriaal</P><P><NO.P>1.</NO.P>Officiële controles om naleving van de in artikel 1, lid 2, punt l), bedoelde regels te verifiëren, omvatten officiële controles op de productie en het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal en op exploitanten die aan deze regels zijn onderworpen.</P><P><NO.P>2.</NO.P>De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 144 gedelegeerde handelingen ter aanvulling van deze verordening vast te stellen met regels voor de uitvoering van officiële controles op bosbouwkundig teeltmateriaal, om te controleren of de in artikel 1, lid 2, punt l), bedoelde regelgeving van de Unie die op die goederen van toepassing is, wordt nageleefd, en ter uitvoering van de acties die de bevoegde autoriteiten naar aanleiding van de uitvoering van die officiële controles moeten ondernemen.</P><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">Die gedelegeerde handelingen bevatten regels betreffende:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>specifieke voorschriften voor de uitvoering van dergelijke officiële controles op de productie en het in de handel brengen binnen de Unie van bepaald bosbouwkundig teeltmateriaal waarop de in artikel 1, lid 2, punt l), bedoelde regels van toepassing zijn, om te reageren op niet-naleving van de regelgeving van de Unie inzake bosbouwkundig teeltmateriaal van een bepaalde oorsprong of herkomst;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>specifieke voorschriften voor de uitvoering van dergelijke officiële controles van de activiteiten van professionele exploitanten in verband met de productie van bepaald bosbouwkundig teeltmateriaal waarop de in artikel 1, lid 2, punt l), bedoelde regels van toepassing zijn, om te reageren op niet-naleving van de regelgeving van de Unie inzake bosbouwkundig teeltmateriaal van een bepaalde oorsprong of herkomst, en</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>de gevallen waarin de bevoegde autoriteiten een of meer maatregelen als bedoeld in artikel 137, lid 2, en artikel 138, lid 2, moeten nemen in verband met specifieke gevallen van niet-naleving.</ITEM></LIST></P><P><NO.P>3.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen regels vast betreffende eenvormige praktische regelingen voor de uitvoering van officiële controles op bosbouwkundig teeltmateriaal, teneinde de naleving te verifiëren van de in artikel 1, lid 2, punt l), bedoelde regels van de Unie die op die goederen van toepassing zijn, en ter uitvoering van de acties die de bevoegde autoriteiten naar aanleiding van die officiële controles ondernemen inzake:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>eenvormige minimale frequentie van die officiële controles, waarbij een minimumniveau van officiële controles noodzakelijk is teneinde erkende eenvormige risico’s van niet-naleving met de regelgeving inzake bosbouwkundig teeltmateriaal met een bepaalde oorsprong of herkomst aan te pakken;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>frequentie van de officiële controles die door de bevoegde autoriteiten worden uitgevoerd op exploitanten die toestemming hebben om onder officieel toezicht officiële etiketten af te geven overeenkomstig artikel 16, lid 1, van Verordening (EU) .../...*+</ITEM></LIST></P><P>Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 145, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.</P><P>______________________</P><P>*	Verordening (EU) …/… van het Europees Parlement en de Raad van ... ... (PB...).”.</P><P>+	PB: gelieve in de tekst het nummer en instellingen van deze verordening in te voegen, en in de overeenkomstige voetnoot het nummer, de datum en de publicatiegegevens daarvan<STRING STRIKE="on">OJ: Please insert in the text the number of this Regulation and institutions and insert the number, date, title and OJ reference of this Regulation in the footnote</STRING>.”.</P></CITATION></PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">HOOFDSTUK IX</TI><STI.GR>SLOTBEPALINGEN</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 32</TI.ART><STI.ART>Intrekking van Richtlijn 1999/105/EG</STI.ART><PARAG>Richtlijn 1999/105/EG wordt ingetrokken.</PARAG><PARAG>Verwijzingen naar die ingetrokken handeling gelden als verwijzingen naar deze verordening en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage VIII.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 33</TI.ART><STI.ART>Inwerkingtreding en toepassing</STI.ART><PARAG>Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING>.</PARAG><PARAG>Zij is van toepassing met ingang van … [3 years after the date of entry into force of this Regulation].</PARAG><PARAG>Zij is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><SIGNATURE><P>Gedaan te …,</P><P><STRING ITALIC="on">Voor het Europees Parlement	Voor de Raad</STRING></P><P><STRING ITALIC="on">De voorzitter	De voorzitter</STRING></P></SIGNATURE><ANNEX><TI>Bijlage I</TI><P>LIJST VAN BOOMSOORTEN EN KUNSTMATIGE HYBRIDEN</P><P><TABLE><TGROUP COLS="2"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="45.59*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="54.41*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Abies alba Mill.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Picea abies Karst.</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Abies bornmulleriana</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Picea sitchensis Carr.</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Abies cephalonica Loud.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Pinus brutia Ten.</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Abies grandis Lindl.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Pinus canariensis C. Smith</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Abies pinsapo Boiss.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Pinus cembra L.</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Acer campestre</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Pinus contorta Loud</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Acer platanoides L.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Pinus halepensis Mill.</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Acer pseudoplatanus L.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Pinus leucodermis Antoine</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Alnus cordata - Juglans regia</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Pinus nigra Arnold</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Alnus glutinosa Gaertn.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Pinus pinaster Ait.</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Alnus incana Moench.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Pinus pinea L.</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Betula pendula Roth.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Pinus radiata D. Don</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Betula pubescens Ehrh.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Pinus sylvestris L.</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Carpinus betulus L.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Pinus taeda</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Castanea sativa Mill.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Populus nigra</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Cedrus atlantica Carr.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Populus spp. and artificial hybrids between those species</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Cedrus libani A. Richard</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Populus tremula</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Eucalyptus globulus</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Prunus avium L.</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Eucalyptus gunnii</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Pseudotsuga menziesii Franco</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Eucalyptus hybride gunnii x dalrympleana</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Quercus cerris L.</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Eucalyptus nitens</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Quercus ilex L.</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Fagus sylvatica L.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Quercus petraea Liebl.</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Fraxinus angustifolia Vahl.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Quercus pubescens Willd.</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Fraxinus excelsior L.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Quercus robur L.</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Juglans major x regia</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Quercus rubra L.</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Juglans nigra</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Quercus suber L.</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Juglans nigra x regia</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Robinia pseudoacacia L.</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Larix decidua Mill.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Sorbus domestica</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Larix x eurolepis Henry</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Sorbus torminalis</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Larix kaempferi Carr.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Tilia cordata Mill.</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Larix sibirica Ledeb.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Tilia platyphyllos Scop.</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Malus sylvestris</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on">[Am. 84]</STRING></P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P></ANNEX><ANNEX><TI>Bijlage II</TI><P>VOORSCHRIFTEN VOOR DE GOEDKEURING VAN UITGANGSMATERIAAL BESTEMD VOOR DE PRODUCTIE VAN BOSBOUWKUNDIG TEELTMATERIAAL VAN DE CATEGORIE “VAN BEKENDE ORIGINE”</P><P><STRING STRIKE="on">Deel I</STRING></P><P><NO.P>A.</NO.P>Algemeen voorschrift: De zaadbron of opstand moet beantwoorden aan de door de bevoegde autoriteiten vastgestelde criteria.</P><P><STRING STRIKE="on">Deel II</STRING></P><P><NO.P>B.</NO.P>Specifieke voorschriften:</P><P><NO.P>1.</NO.P>Type uitgangsmateriaal</P><P>Het uitgangsmateriaal moet een binnen één herkomstgebied gelegen zaadbron of opstand zijn.</P><P><NO.P>2.</NO.P>Effectieve populatieomvang</P><P>De zaadbron of opstand bestaat uit een of meer groepen bomen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> (opstanden) of een afzonderlijke opstand</STRING></STRING>. Die bomen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> van de zaadbron of opstand</STRING></STRING> moeten goed verspreid zijn en voldoende talrijk zijn om de genetische diversiteit in stand te houden en een adequate kruisbestuiving tussen de bomen in die zaadbronnen of opstanden te waarborgen.<STRING BOLD="on"> [Am. 85]</STRING></P><P><NO.P>3.</NO.P>Oorsprong en gebied van herkomst</P><P><NO.P>a)</NO.P>Het herkomstgebied, de ligging en het breedtegraads-, lengtegraads- en hoogtebereik van de plaats(en) waar het bosbouwkundig teeltmateriaal wordt gewonnen, moeten in het basiscertificaat worden vermeld.</P><P><NO.P>b)</NO.P>De professionele exploitant bepaalt hetzij aan de hand van historische gegevens (bibliografie, documentatie die wordt bijgehouden door bevoegde autoriteiten, onderzoeksinstellingen of andere organisaties) hetzij op andere passende wijze (herkomstonderzoek), met inbegrip van internationaal erkende biomoleculaire technieken, of het uitgangsmateriaal:</P><P><NO.P>i)</NO.P>autochtoon;</P><P><NO.P>ii)</NO.P>niet- autochtoon;</P><P><NO.P>iii)</NO.P>inheems;</P><P><NO.P>iv)</NO.P>niet-inheems<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">,</STRING> of</P><P><NO.P>v)</NO.P>onbekend is.</P><P>In het geval van niet-autochtoon of niet-inheems uitgangsmateriaal moet de oorsprong van het uitgangsmateriaal worden aangegeven, voor zover bekend.</P><P>De bevoegde autoriteit moet de door de professionele exploitant verstrekte informatie verifiëren.</P><P><NO.P>4.</NO.P>Duurzaamheidseigenschappen</P><P><NO.P>a)</NO.P>De bomen moeten goed aangepast zijn aan de klimatologische en <STRING STRIKE="on">ecologischeomstandigheden</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ecologische omstandigheden</STRING></STRING>, met inbegrip van de in het herkomstgebied heersende biotische en abiotische factoren<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> alsook marginale populaties die blijk geven van lokale aanpassing aan extremere biotische en abiotische factoren</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 86]</STRING></P><P><NO.P>b)</NO.P>De bomen moeten nagenoeg vrij zijn van <STRING STRIKE="on">plagen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kwaliteitsorganismen</STRING></STRING> en hun symptomen.<STRING BOLD="on"> [Am. 87]</STRING></P></ANNEX><ANNEX><TI>Bijlage III</TI><P>VOORSCHRIFTEN VOOR DE GOEDKEURING VAN UITGANGSMATERIAAL BESTEMD VOOR DE PRODUCTIE VAN BOSBOUWKUNDIG TEELTMATERIAAL VAN DE CATEGORIE “GESELECTEERD”</P><P><STRING STRIKE="on">Deel I</STRING></P><P><NO.P>A.</NO.P>Algemeen voorschrift: De bevoegde autoriteit moet de opstand beoordelen met betrekking tot het specifieke doeleinde waarvoor het bosbouwkundig teeltmateriaal zal worden gebruikt en het nodige gewicht geven aan de voorschriften van afdeling B, afhankelijk van dat doeleinde. De bevoegde autoriteit moet de selectiecriteria vaststellen op basis van het specifieke doeleinde waarvoor het bosbouwkundig teeltmateriaal zal worden gebruikt. Dat doeleinde wordt vermeld in het nationale register van de betrokken lidstaat.</P><P><STRING STRIKE="on">Deel II</STRING></P><P><NO.P>B.</NO.P>Specifieke voorschriften:</P><P><NO.P>1.</NO.P>Oorsprong: de oorsprong wordt hetzij aan de hand van historische gegevens (bibliografie, documentatie die wordt bijgehouden door bevoegde autoriteiten, onderzoeksinstellingen of andere organisaties) hetzij op een andere passende wijze (herkomstonderzoek), met inbegrip van internationaal erkende biomoleculaire technieken, bepaald, ongeacht of de opstand autochtoon/inheems, niet-autochtoon/niet-inheems is, of de oorsprong ervan onbekend is. Voor niet-autochtoon/niet-inheems uitgangsmateriaal moet, indien bekend, de oorsprong worden aangegeven.</P><P><NO.P>2.</NO.P>Isolatie: de opstanden moeten voldoende ver verwijderd zijn van minderwaardige opstanden van dezelfde<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of een verwante</STRING></STRING> soort en van opstanden van verwante soorten waarmee de betrokken soort kan hybridiseren. Aan deze eis moet bijzondere aandacht worden besteed wanneer autochtone/inheemse opstanden door niet-autochtone of niet-inheemse opstanden of door opstanden van onbekende oorsprong worden omringd.<STRING BOLD="on"> [Am. 88]</STRING></P><P><NO.P>3.</NO.P>Effectieve populatieomvang: om de genetische diversiteit in stand te houden en een adequate kruisbestuiving te waarborgen, moeten de opstanden uit een of meer groepen bomen bestaan. Die bomen moeten goed verspreid zijn en in een bepaald gebied voldoende talrijk zijn om de genetische diversiteit in stand te houden, de ongunstige effecten van inteelt te voorkomen en te zorgen voor een adequate kruisbestuiving tussen die bomen.</P><P><NO.P>4.</NO.P>Leeftijd en ontwikkelingsstadium: de leeftijd of het ontwikkelingsstadium van de bomen in de opstanden moet zodanig zijn dat de voor de selectie van die bomen vastgestelde criteria goed kunnen worden beoordeeld.</P><P><NO.P>5.</NO.P>Uniformiteit: de opstanden moeten een normale mate van individuele morfologische variatie vertonen. Indien nodig moeten minderwaardige bomen worden verwijderd.</P><P><NO.P>6.</NO.P>Duurzaamheidseigenschappen:</P><P><NO.P>a)</NO.P>de opstanden moeten goed aangepast zijn aan de klimatologische en ecologische omstandigheden, met inbegrip van de biotische en abiotische factoren in het herkomstgebied;</P><P><NO.P>b)</NO.P>de bomen moeten nagenoeg vrij zijn van <STRING STRIKE="on">plagen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kwaliteitsorganismen</STRING></STRING> en hun symptomen en bestand zijn tegen ongunstige <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">klimatologische en locatiespecifieke </STRING></STRING>omstandigheden op de plaats waar zij groeien.<STRING BOLD="on"> [Am. 89]</STRING></P><P><NO.P>7.</NO.P>Houtmassaproductie: voor de goedkeuring van geselecteerde opstanden moet de houtmassaproductie ervan normaliter hoger zijn dan het algemeen aanvaarde gemiddeld geproduceerde volume in vergelijkbare ecologische en beheerstechnische omstandigheden.</P><P><NO.P>8.</NO.P>Houtkwaliteit: de kwaliteit van het hout moet in aanmerking worden genomen. De kwaliteit van het hout is een essentieel criterium indien het bosbouwkundig teeltmateriaal in de bosbouwsector wordt gebruikt voor de productie van hout, meubels of pulp. In dat geval geeft de bevoegde autoriteit meer gewicht aan dit criterium.</P><P><NO.P>9.</NO.P>Groeivorm of habitus: de bomen in de opstanden moeten bijzonder gunstige morfologische kenmerken vertonen, met name wat betreft de rechtheid en rolrondheid van de stam, een gunstig vertakkingspatroon, fijnheid van de takken en een goede natuurlijke takafstoting. Verder moet het percentage gevorkte bomen en bomen met draaigroei gering zijn.</P></ANNEX><ANNEX><TI>Bijlage IV</TI><P>VOORSCHRIFTEN VOOR DE GOEDKEURING VAN UITGANGSMATERIAAL BESTEMD VOOR DE PRODUCTIE VAN BOSBOUWKUNDIG TEELTMATERIAAL VAN DE CATEGORIE “GEKEURD”</P><P><NO.P>1.</NO.P>Zaadgaarden</P><P><NO.P>a)</NO.P>De bevoegde autoriteit is belast met de eventuele goedkeuring van het type en de doelstelling van het kruisingschema, het kruisingsschema van de deelnemende klonen of families en de inrichting van de percelen, de deelnemende klonen of families, de isolatie en locatie en eventuele wijzigingen daarvan en de registratie daarvan.</P><P><NO.P>b)</NO.P>De<STRING STRIKE="on"> professionele exploitant selecteert</STRING> deelnemende klonen of families<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> worden geselecteerd</STRING></STRING> op grond van hun uitstekende eigenschappen en <STRING STRIKE="on">geeft</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">er wordt</STRING></STRING> het nodige gewicht<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> toegekend</STRING></STRING> aan de voorschriften van bijlage III, deel B, punten 4 en 6 tot en met 9, en <STRING STRIKE="on">houdt daarbij </STRING>rekening<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> gehouden</STRING></STRING> met het specifieke doeleinde waarvoor het resulterende bosbouwkundig teeltmateriaal zal worden gebruikt.<STRING BOLD="on"> [Am. 90]</STRING></P><P><NO.P>c)</NO.P>De klonen of families die deel uitmaken van een zaadgaarde, worden of zijn aangeplant volgens een schema dat door de bevoegde autoriteit is goedgekeurd en zodanig is opgezet dat iedere component identificeerbaar is.</P><P><NO.P>d)</NO.P>De in de zaadgaarden uitgevoerde dunningen worden beschreven; die beschrijvingen worden, met de daarbij toegepaste selectiecriteria, door de bevoegde autoriteit in een register opgenomen.</P><P><NO.P>e)</NO.P><STRING STRIKE="on">De professionele exploitant beheert </STRING>De zaadgaarden <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">worden zodanig beheerd </STRING></STRING>en<STRING STRIKE="on"> oogst</STRING> het zaad <STRING STRIKE="on">op zodanige wijze</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wordt zodanig geoogst</STRING></STRING> dat de doelstellingen van de zaadgaarden worden behaald. Indien een zaadgaarde bestemd is voor de productie van een kunstmatige hybride, moet het percentage hybride exemplaren in het bosbouwkundig teeltmateriaal aan de hand van een verificatiestest worden bepaald.<STRING BOLD="on"> [Am. 91]</STRING></P><P><NO.P>2.</NO.P>Ouderplanten van families</P><P><NO.P>a)</NO.P>De<STRING STRIKE="on"> professionele exploitant selecteert</STRING> ouderplanten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> worden geselecteerd</STRING></STRING> op hun uitstekende eigenschappen of hun combineerbaarheid. In het geval van een selectie op basis van uitstekende eigenschappen wordt het nodige gewicht toegekend aan de voorschriften van bijlage III, deel B, punten 4 en 6 tot en met 9, en wordt rekening gehouden met het specifieke doel waarvoor het resulterende bosbouwkundig teeltmateriaal zal worden gebruikt.<STRING BOLD="on"> [Am. 92]</STRING></P><P><NO.P>b)</NO.P>Doel, kruisingsschema en bestuivingssysteem, componenten, isolatie en locatie, alsmede alle significante wijzigingen daarvan, moeten door de bevoegde autoriteit zijn goedgekeurd en in een register zijn opgenomen.</P><P><NO.P>c)</NO.P>De identiteit van de ouderplanten alsmede de absolute en relatieve aantallen daarvan in een mengsel moeten door de bevoegde autoriteit zijn goedgekeurd en in een register zijn opgenomen.</P><P><NO.P>d)</NO.P>Indien de ouderplanten bestemd zijn voor de productie van een kunstmatige hybride, moet het percentage hybride exemplaren in het bosbouwkundig teeltmateriaal aan de hand van een verificatietest worden bepaald.</P><P><NO.P>3.</NO.P>Klonen</P><P><NO.P>a)</NO.P>Klonen moeten identificeerbaar zijn aan de hand van onderscheidende eigenschappen die door de bevoegde autoriteit zijn goedgekeurd en in een register zijn opgenomen.</P><P><NO.P>b)</NO.P>De waarde van de afzonderlijke klonen wordt door de waarneming en kwalitatieve beoordeling van de eigenschappen van die klonen bepaald, of wordt door experimenten van voldoende lange duur aangetoond.</P><P><NO.P>c)</NO.P>Voor de productie van klonen gebruikte ortets worden geselecteerd op grond van hun uitstekende eigenschappen en er wordt het nodige gewicht toegekend aan de voorschriften van bijlage III, deel B, punt 4 en de punten 6 tot en met 9, en rekening gehouden met het specifieke doeleinde waarvoor het resulterende bosbouwkundig teeltmateriaal zal worden gebruikt.</P><P><NO.P>d)</NO.P>De goedkeuring wordt door de bevoegde autoriteit beperkt tot een maximum aantal jaren of een maximum aantal geproduceerde ramets.</P><P><NO.P>4.</NO.P>Mengsels van klonen</P><P><NO.P>a)</NO.P>Mengsels van klonen moeten voldoen aan de voorschriften van punt 3, a), b) en c).</P><P><NO.P>b)</NO.P>De identiteit van de klonen die deel uitmaken van een mengsel, het aantal klonen en het relatieve aandeel daarvan in een mengsel, alsmede de selectiemethode en het basismateriaal moeten door de bevoegde autoriteit zijn goedgekeurd en in een register zijn opgenomen. De genetische diversiteit van ieder mengsel moet toereikend zijn.</P><P><NO.P>c)</NO.P>De goedkeuring wordt door de bevoegde autoriteit beperkt tot een maximum aantal jaren of een maximum aantal geproduceerde ramets.</P></ANNEX><ANNEX><TI>Bijlage V</TI><P>VOORSCHRIFTEN VOOR DE GOEDKEURING VAN UITGANGSMATERIAAL BESTEMD VOOR DE PRODUCTIE VAN BOSBOUWKUNDIG TEELTMATERIAAL VAN DE CATEGORIE “GETEST”</P><P><NO.P>1.</NO.P>VOORSCHRIFTEN DIE VOOR ALLE TESTS GELDEN</P><P><NO.P>a)</NO.P>Algemene opmerkingen</P><P>Indien het uitgangsmateriaal een opstand is, moet het voldoen aan de desbetreffende voorschriften van bijlage III. Indien het uitgangsmateriaal een of meerdere zaadgaarden, ouderplanten van familie(s), klonen of mengsels van klonen is, moet het voldoen aan de desbetreffende eisen van bijlage IV. De bevoegde autoriteit bepaalt de selectiecriteria op basis van het beoogde doeleinde waarvoor het bosbouwkundig teeltmateriaal zal worden gebruikt.</P><P>De professionele exploitanten <STRING STRIKE="on">zorgen voor de voorbereiding, opstelling en uitvoering</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">brengen verslag uit over het materiaal, de methoden en de resultaten</STRING></STRING> van tests<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> aan de bevoegde autoriteit die verantwoordelijk is</STRING></STRING> voor de goedkeuring van het uitgangsmateriaal. <STRING STRIKE="on">Zij moeten </STRING>De<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> gepresenteerde</STRING></STRING> resultaten <STRING STRIKE="on">van die tests interpreteren</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">worden geanalyseerd</STRING></STRING> volgens internationaal erkende procedures. <STRING STRIKE="on">In geval van</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bij</STRING></STRING> vergelijkende tests <STRING STRIKE="on">moet de professionele exploitant het te testen bosbouwkundig teeltmateriaal vergelijken met</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">worden</STRING></STRING> een of bij voorkeur meerdere goedgekeurde of vooraf gekozen standaarden zoals beschreven in punt 3, b)<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, gebruikt</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 93]</STRING></P><P><NO.P>a bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Er wordt een minimumaantal testgebieden met een minimumgrootte per boomsoort als vermeld in bijlage I gebruikt.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 94]</STRING></P><P><NO.P>b)</NO.P>Te onderzoeken eigenschappen</P><P><NO.P>i)</NO.P>De<STRING STRIKE="on"> professionele exploitant moet</STRING> tests <STRING STRIKE="on">ontwerpen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">worden ontworpen</STRING></STRING> om de in punt ii) gespecificeerde relevante eigenschappen te beoordelen en deze <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">worden </STRING></STRING>voor elke test in de testverslagen <STRING STRIKE="on">vermelden</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vermeld</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 95]</STRING></P><P><NO.P>ii)</NO.P>Er moet het nodige gewicht worden gegeven aan aanpassing en de groei, en aan de rol van belangrijke biotische en abiotische factoren. Bovendien moeten andere eigenschappen die met het oog op het beoogde specifieke doeleinde van belang worden geacht, worden geëvalueerd in het licht van de ecologische omstandigheden in het gebied waar de test wordt uitgevoerd, met inbegrip van de huidige en toekomstige klimatologische omstandigheden.</P><P><NO.P>c)</NO.P>Documentatie</P><P>De professionele exploitant moet <STRING STRIKE="on">een register bijhouden waarin de testlocaties worden beschreven</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">alle nodige informatie voor de evaluatie van de testresultaten verstrekken</STRING></STRING>, met inbegrip van de locatie, het klimaat, de bodem, het gebruik in het verleden, de inrichting, het beheer en alle schade als gevolg van abiotische/biotische factoren. De <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">professionele </STRING></STRING>exploitant stelt die administratie<STRING STRIKE="on"> op verzoek</STRING> ter beschikking aan de bevoegde autoriteit. De bevoegde autoriteit moet de ouderdom van het uitgangsmateriaal en het bosbouwkundig teeltmateriaal en de resultaten op het moment van de evaluatie registreren.<STRING BOLD="on"> [Am. 96]</STRING></P><P><NO.P>d)</NO.P>Opzet van de tests</P><P><NO.P>i)</NO.P><STRING STRIKE="on">De professionele exploitant moet </STRING>Elk monster van bosbouwkundig teeltmateriaal <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wordt </STRING></STRING>op identieke wijze <STRING STRIKE="on">telen, planten en beheren</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">geteeld, geplant en beheerd</STRING></STRING>, voor zover de soorten plantaardig materiaal dit toelaten.<STRING BOLD="on"> [Am. 97]</STRING></P><P><NO.P>ii)</NO.P><STRING STRIKE="on">De professionele exploitant moet </STRING>Ieder experiment<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> wordt</STRING></STRING> volgens een geldig statistisch schema <STRING STRIKE="on">opzetten, met een voldoende aantal bomen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">opgezet</STRING></STRING> om de individuele eigenschappen van iedere onderzochte component te kunnen evalueren.<STRING BOLD="on"> [Am. 98]</STRING></P><P><NO.P>e)</NO.P>Analyse en geldigheid van de resultaten</P><P><NO.P>i)</NO.P><STRING STRIKE="on">De professionele exploitant moet </STRING>De gegevens van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de </STRING></STRING>experimenten <STRING STRIKE="on">analyseren</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">worden geanalyseerd</STRING></STRING> met behulp van internationaal erkende statistische methoden en de resultaten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">worden gepresenteerd </STRING></STRING>voor elke onderzochte eigenschap<STRING STRIKE="on"> presenteren</STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 99]</STRING></P><P><NO.P>ii)</NO.P>De bij de test toegepaste methodiek en alle verkregen resultaten moeten openbaar worden gemaakt.</P><P><NO.P>iii)</NO.P>De bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de test is uitgevoerd, stelt het gebied vast waar het materiaal kan worden uitgezet en informeert over alle eigenschappen van het bosbouwkundig teeltmateriaal die het nut ervan kunnen beperken.</P><P><NO.P>iv)</NO.P>Indien tijdens de tests wordt aangetoond dat het bosbouwkundig teeltmateriaal niet ten minste de eigenschappen bezit van het uitgangsmateriaal waaruit dat bosbouwkundig teeltmateriaal is geproduceerd, waaronder met name de resistentie/tolerantie ten aanzien van plantenplagen van economisch belang, mag dat teeltmateriaal niet als getest materiaal worden gecertificeerd.</P><P><NO.P>2.</NO.P>VOORSCHRIFTEN TEN AANZIEN VAN DE GENETISCHE EVALUATIE VAN DE COMPONENTEN VAN HET UITGANGSMATERIAAL</P><P><NO.P>a)</NO.P>De componenten van de volgende typen uitgangsmateriaal kunnen aan een genetische waardebepaling worden onderworpen: zaadgaarden, ouderplanten van families, klonen en mengsels van klonen.</P><P><NO.P>b)</NO.P>Documentatie</P><P>Voor de goedkeuring van uitgangsmateriaal zijn de volgende aanvullende gegevens vereist:</P><P><NO.P>i)</NO.P>de identiteit, oorsprong en afstamming van de beoordeelde componenten;</P><P><NO.P>ii)</NO.P>het kruisingsschema dat werd gebruikt ter verkrijging van het bosbouwkundig teeltmateriaal dat in het kader van de tests wordt geëvalueerd.</P><P><NO.P>c)</NO.P>Testprocedures</P><P>Aan de volgende voorschriften moet worden voldaan:</P><P><NO.P>i)</NO.P>De genetische waarde van iedere component moet worden bepaald op twee of meer testlocaties, waarvan ten minste één moet worden gekenmerkt door milieuomstandigheden die relevant zijn voor het gebied waarbinnen het bosbouwkundig teeltmateriaal uitgezet zal worden.</P><P><NO.P>ii)</NO.P>De testperiode moet lang genoeg zijn om de geteste eigenschappen tot uitdrukking te laten komen.</P><P><NO.P>iii)</NO.P>De geschatte mate van superioriteit van het bosbouwkundig teeltmateriaal dat in de handel zal worden gebracht, wordt berekend op basis van deze genetische waarden en het specifieke kruisingsschema.</P><P><NO.P>iv)</NO.P>De tests waarop de evaluatie wordt gebaseerd alsmede de genetische berekeningen moeten door de bevoegde autoriteit zijn goedgekeurd.</P><P><NO.P>d)</NO.P>Interpretatie</P><P><NO.P>i)</NO.P>De berekening van de geschatte mate van superioriteit van het bosbouwkundig teeltmateriaal geschiedt ten opzichte van een referentiepopulatie voor de betrokken eigenschap of reeks eigenschappen. De <STRING STRIKE="on">professionele exploitant moet de </STRING>referentiepopulatie <STRING STRIKE="on">in het teeltprogramma definiëren en deze referentiepopulatie</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wordt gedefinieerd en beschreven</STRING></STRING> in de testverslagen<STRING STRIKE="on"> beschrijven</STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 100]</STRING></P><P><NO.P>ii)</NO.P>Als de geschatte genetische waarde van het bosbouwkundig teeltmateriaal voor enige belangrijke eigenschap lager is dan die van de referentiepopulatie, moet dit worden aangegeven.</P><P><NO.P>3.</NO.P>VOORSCHRIFTEN BETREFFENDE DE VERGELIJKENDE TESTS VAN BOSBOUWKUNDIG TEELTMATERIAAL</P><P><NO.P>a)</NO.P>Bemonstering van het bosbouwkundig teeltmateriaal</P><P><NO.P>i)</NO.P>Het voor vergelijkende tests bestemde monster bosbouwkundig teeltmateriaal moet werkelijk representatief zijn voor het bosbouwkundig teeltmateriaal dat wordt afgeleid van het goed te keuren uitgangsmateriaal.</P><P><NO.P>ii)</NO.P>Het voor vergelijkende tests bestemde bosbouwkundig teeltmateriaal dat langs geslachtelijke weg werd verkregen, moet:</P><P><NO.P>—</NO.P>in jaren van goede bloei en goede vrucht-/zaadzetting zijn geoogst, en</P><P><NO.P>—</NO.P>geoogst zijn volgens methoden die garanderen dat de verkregen monsters representatief zijn.</P><P>Voor de productie van dergelijk bosbouwkundig teeltmateriaal mag kunstmatige bestuiving worden gebruikt.</P><P><NO.P>b)</NO.P>Standaarden</P><P><NO.P>i)</NO.P>Van de standaarden die in de tests als vergelijkingsmateriaal worden gebruikt, moeten de prestaties in de streek waar de test wordt gepland, indien mogelijk, reeds voldoende lang bekend zijn. De standaarden bestaan in principe uit uitgangsmateriaal dat op het moment waarop de test wordt begonnen, zijn deugdelijkheid voor het beoogde doel van de bosbouw heeft bewezen in de ecologische omstandigheden waarvoor het te testen bosbouwkundig uitgangsmateriaal moet worden gecertificeerd. De standaarden die voor vergelijkingsdoeleinden bij de tests worden gebruikt, zijn, voor zover mogelijk:</P><P><NO.P>—</NO.P>opstanden die zijn geselecteerd volgens de criteria van bijlage III, of</P><P><NO.P>—</NO.P>uitgangsmateriaal dat officieel is goedgekeurd voor de productie van bosbouwkundig teeltmateriaal van de categorie “getest”.</P><P><NO.P>ii)</NO.P>Indien kunstmatige hybriden aan vergelijkende tests worden onderworpen, moeten beide ouderboomsoorten, voor zover mogelijk, deel uitmaken van de standaarden.</P><P><NO.P>iii)</NO.P>Waar mogelijk worden meerdere standaarden gebruikt. Wanneer dat te verantwoorden valt, mag in plaats van de standaarden het meest geschikte van het geteste bosbouwkundig teeltmateriaal of het gemiddelde van de geteste componenten worden gebruikt.</P><P><NO.P>iv)</NO.P>Dezelfde standaarden worden in alle tests in een zo breed mogelijk spectrum van plaatselijke omstandigheden gebruikt.</P><P><NO.P>c)</NO.P>Interpretatie</P><P><NO.P>i)</NO.P>Voor ten minste één belangrijke eigenschap moet een statistisch significante superioriteit ten opzichte van de standaarden worden aangetoond.</P><P><NO.P>ii)</NO.P>Indien er eigenschappen van economisch of ecologisch belang zijn waarvoor bij het geteste materiaal significant minder goede resultaten worden vastgesteld dan bij de standaarden, <STRING STRIKE="on">geeft de professionele exploitant</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wordt</STRING></STRING> dat duidelijk <STRING STRIKE="on">aan</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aangegeven</STRING></STRING>, en moeten de effecten daarvan door de gunstige eigenschappen worden gecompenseerd.<STRING BOLD="on"> [Am. 101]</STRING></P><P><NO.P>4.</NO.P>VOORLOPIGE GOEDKEURING</P><P>Een voorlopige evaluatie van de resultaten van proeven met jonge aanplant kan de basis vormen van een voorlopige goedkeuring. Beweringen betreffende de superioriteit van enig materiaal die op een dergelijke vroegtijdige evaluatie berusten, moeten na ten hoogste tien jaar opnieuw worden getoetst.</P><P><NO.P>5.</NO.P>VERKENNENDE TESTS</P><P>Tests in kwekerijen, kassen en laboratoria kunnen door de bevoegde autoriteit met het oog op voorlopige of definitieve goedkeuring worden aanvaard indien kan worden aangetoond dat er een nauwe correlatie bestaat tussen de in die omstandigheden gemeten eigenschappen en de eigenschappen die normaliter in het kader van de evaluatie van opstanden in situ worden beoordeeld. Het materiaal moet, wat de overige te testen eigenschappen betreft, voldoen aan de voorschriften van punt 3.</P></ANNEX><ANNEX><TI>Bijlage VI</TI><P>CATEGORIEËN WAARONDER BOSBOUWKUNDIG TEELTMATERIAAL DAT VAN DE DIVERSE TYPEN UITGANGSMATERIAAL IS AFGELEID, IN DE HANDEL MAG WORDEN GEBRACHT</P><P><TABLE><TGROUP COLS="5"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="27.38*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="17.55*"/><COLSPEC COLNAME="C3" COLNUM="3" COLWIDTH="21.74*"/><COLSPEC COLNAME="C4" COLNUM="4" COLWIDTH="17.09*"/><COLSPEC COLNAME="C5" COLNUM="5" COLWIDTH="16.24*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Uitgangsmateriaal</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2" NAMEEND="C5" NAMEST="C2"><P>Categorie bosbouwkundig teeltmateriaal (Kleur van het etiket, bij gebruik van een officieel etiket in kleur)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Van bekende origine (geel)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Geselecteerd (groen)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P>Gekeurd (roze)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Getest (blauw)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Zaadbron</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>x</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P> </P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Opstand</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>x</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>x</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>x</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Zaadgaarde</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P>x</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>x</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Ouderplanten van families</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P>x</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>x</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Kloon</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P>x</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>x</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Mengsels van klonen</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P>x</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>x</P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P></ANNEX><ANNEX><TI>Bijlage VII</TI><P>Wijziging van bijlage VII bij Verordening (EU) 2016/2031</P><P>Aan bijlage VII bij Verordening (EU) 2016/2031 worden de volgende delen toegevoegd:</P><P>“DEEL G</P><P>Plantenpaspoorten voor verkeer binnen het grondgebied van de Unie, gecombineerd met het officiële etiket, zoals bedoeld in artikel 83, lid 5, tweede alinea</P><P><NO.P>1)</NO.P>Het plantenpaspoort voor verkeer binnen het grondgebied van de Unie, in een gezamenlijk etiket gecombineerd met het in artikel 83, lid 5, bedoelde officiële etiket, moet de volgende elementen bevatten:</P><P><NO.P>a)</NO.P>in de rechterbovenhoek van het gezamenlijke etiket het woord “Plantenpaspoort” in één van de officiële talen van de Unie en, als deze niet het Engels is, ook in het Engels, gescheiden door een schuine streep;</P><P><NO.P>b)</NO.P>in de linkerbovenhoek van het gezamenlijke etiket de vlag van de Unie, in kleur of in zwart-wit. Het plantenpaspoort wordt op het gezamenlijke etiket direct boven het officiële etiket en met dezelfde breedte als dat officiële etiket aangebracht.</P><P><NO.P>2)</NO.P>Deel A, punt 2, is van overeenkomstige toepassing.</P><P>DEEL H</P><P>Plantenpaspoorten voor het binnenbrengen in en het verkeer binnen beschermde gebieden, gecombineerd met het officiële etiket, als bedoeld in artikel 83, lid 5, derde alinea</P><P><NO.P>1)</NO.P>Het plantenpaspoort voor het binnenbrengen in en het verkeer binnen beschermde gebieden, gecombineerd in een gezamenlijk etiket met het officiële etiket voor bosbouwkundig teeltmateriaal als bedoeld in artikel 83, lid 5, moet de volgende elementen bevatten:</P><P><NO.P>a)</NO.P>in de rechterbovenhoek van het gezamenlijk etiket de woorden “Plantenpaspoort — PZ” in één van de officiële talen van de Unie en, als deze niet het Engels is, ook in het Engels, gescheiden door een schuine streep;</P><P><NO.P>b)</NO.P>direct onder die woorden de wetenschappelijke benaming(en) of code(s) van het (de) betrokken quarantaineorganisme(n);</P><P><NO.P>c)</NO.P>in de linkerbovenhoek van het gezamenlijke etiket de vlag van de Unie, in kleur of in zwart-wit.</P><P>Het plantenpaspoort wordt op het gezamenlijke etiket direct boven het officiële etiket en met dezelfde breedte als dat officiële etiket aangebracht.</P><P><NO.P>2)</NO.P>Deel B, punt 2, is van overeenkomstige toepassing.”.</P></ANNEX><ANNEX><TI>Bijlage VIII</TI><P>Concordantietabel</P><P><TABLE><TGROUP COLS="2"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="33.67*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="66.33*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Richtlijn 1999/105/EG van de Raad</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Deze verordening</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 1, eerste alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 3, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 2, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 3, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 2, lid 5</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 3, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 3, lid 4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 2, lid 4, punt c)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 4, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 4, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 4, lid 2, punt a)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 4, lid 2, eerste tot en met vierde alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 4, lid 2, punt b)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 4, lid 2, zevende alinea, en Artikel 4, lid 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 4, lid 3, punt a)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 4, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 4, lid 3, punt b)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 4, lid 5</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 4, lid 4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikelen 6 en 18</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 4, lid 5</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 21</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 5</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 6, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 5, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 6, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 5, lid 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 6, lid 3, eerste alinea</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 8, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 6, lid 3, tweede alinea</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 8, lid 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 6, lid 4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 10, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 6, lid 5, punt a)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 2, lid 4, punt d)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 6, lid 5, punt b)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 6, lid 6</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 6, lid 7</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 6, lid 8</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 4, lid 6</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 7</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 23</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 8</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 9</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 11</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 10</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 12</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 11</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 13</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 12</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 14</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 13</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 15</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 14, lid 1, eerste alinea</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 16, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 14, lid 1, punten a) tot en met e)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 16, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 14, leden 2 tot en met 6</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 14, lid 7</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 15, lid 1, punt j)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 15</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 17</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 16</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 31</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 17</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 18</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 21</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 19</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 24</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 20</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 21</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 22</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 22</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 5, lid 1, punt g)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 23</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 2, lid 2, artikel 4, leden 2 en 6, artikel 5, lid 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 24</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 14, leden 1 en 5, artikel 16, leden 5 en 6, artikel 18, lid 4, artikel 21, lid 3, artikel 22, lid 1, artikel 23, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 25</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 26</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 26</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 27</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 27</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 28</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 29</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 32</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 30</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 33</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage I</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Bijlage I</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage II</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Bijlage II</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage III</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Bijlage III</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage IV</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Bijlage IV</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage V</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Bijlage V</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage VI</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Bijlage VI</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage VII</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 8</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage VIII</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 14</P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P></ANNEX></DISPOSITIF></TEXT></TCONSOLID></TXTLST></SDOCTA>