<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0373</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Raming van de ontvangsten en uitgaven voor het begrotingsjaar 2025 - Afdeling I - Europees Parlement</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0180/2024 - Rapporteur: Anna‑Michelle Asimakopoulou)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 25 april 2024 over de raming van de ontvangsten en uitgaven van het Europees Parlement voor het begrotingsjaar 2025 (2023/2221(BUI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 314 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD> PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad van 17 december 2020 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021‑2027<FOOTNOTE><FIELD> PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 11.</FIELD></FOOTNOTE> en de bijbehorende gezamenlijke verklaringen van het Parlement, de Raad en de Commissie<FOOTNOTE><FIELD> PB C 444 I van 22.12.2020, blz. 4.</FIELD></FOOTNOTE> en unilaterale verklaringen<FOOTNOTE><FIELD> Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0357.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 16 december 2020 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer, alsmede betreffende nieuwe eigen middelen, met inbegrip van een routekaart voor de invoering van nieuwe eigen middelen<FOOTNOTE><FIELD> PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 28.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn interimverslag van 3 oktober 2023 over het voorstel voor een tussentijdse herziening van het meerjarig financieel kader 2021-2027<FOOTNOTE><FIELD> Aangenomen teksten, P9_TA(2023)0335.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 15 december 2022 over het opschalen van het meerjarig financieel kader 2021-2027: een veerkrachtige EU-begroting die geschikt is voor nieuwe uitdagingen<FOOTNOTE><FIELD> PB C 177 van 17.5.2023, blz. 115.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/765 van de Raad van 29 februari 2024 tot wijziging van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021‑2027<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/765, 29.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/765/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 16 mei 2022 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie<FOOTNOTE><FIELD> COM(2022)0223.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1023/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 tot wijziging van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie<FOOTNOTE><FIELD> PB L 287 van 29.10.2013, blz. 15.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 20 april 2023 over de raming van de ontvangsten en uitgaven van het Europees Parlement voor het begrotingsjaar 2024<FOOTNOTE><FIELD> Aangenomen teksten, P9_TA(2023)0119.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 18 oktober 2023 over het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024<FOOTNOTE><FIELD> Aangenomen teksten, P9_TA(2023)0367.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024<FOOTNOTE><FIELD> PB L 207 van 22.2.2024.</FIELD></FOOTNOTE> en de daaraan gehechte gemeenschappelijke verklaringen van het Parlement, de Raad en de Commissie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de secretaris-generaal aan het Bureau met het oog op de opstelling van het voorontwerp van raming van het Parlement voor het begrotingsjaar 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorontwerp van raming, opgesteld door het Bureau op 11 maart 2024 overeenkomstig artikel 25, lid 7, en artikel 102, lid 1, van het Reglement van het Parlement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de ontwerpraming, opgesteld door de Begrotingscommissie overeenkomstig artikel 102, lid 2, van het Reglement van het Parlement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 102 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A9-0180/2024),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de op 26 februari 2024 door de secretaris-generaal voorgestelde begroting voor het voorontwerp van raming 2025 van het Parlement 2 507 233 329 EUR bedraagt, wat neerkomt op een stijging van 5,21 % of 124 132 017 EUR ten opzichte van de begroting 2024;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de Commissie in haar (tussentijdse) winterprognose 2024 heeft voorspeld dat de inflatie in de EU 3 % zal bedragen in 2024 en 2,5 % in 2025; overwegende dat het uitgavenniveau in rubriek 7 van het MFK 2021-2027 gebaseerd is op een jaarlijkse stijging van 2 %;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de geloofwaardigheid van het Parlement afhangt van zijn vermogen om zijn belangrijkste begrotings-, wetgevings- en controlewerkzaamheden uit te voeren, met inachtneming van de hoogste normen, en tegelijkertijd het goede voorbeeld te geven aan andere instellingen van de Unie door zijn uitgaven verstandig en efficiënt te plannen en uit te voeren en rekening te houden met de heersende economische realiteit;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat 2025 het eerste volledige jaar na de verkiezingen wordt waarin het normale tempo van de politieke en ondersteunende kernactiviteiten weer zal worden opgepakt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat het Parlement vorig jaar het grondige hervormingsproces heeft afgerond dat erop gericht was om enerzijds zijn interne werkmethoden te herzien met als doel om de parlementaire werkzaamheden efficiënter te maken, en anderzijds zijn institutionele rol te versterken, met als doel een beter functionerend Parlement als medewetgever, als tak van de begrotingsautoriteit en als kwijtingsautoriteit, en een vergroting van zijn capaciteit om democratisch toezicht uit te oefenen;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Algemeen kader</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>maakt zich zorgen over de situatie in rubriek 7 in het huidige MFK; herinnert eraan dat de beperkingen in deze rubriek het gevolg zijn van de bezuinigingen die de Raad heeft doorgevoerd op het al zeer lage oorspronkelijke voorstel van de Commissie toen overeenstemming werd bereikt over het huidige MFK 2021-2027; betreurt dat de Raad gekant is tegen het voorstel van de Commissie om het plafond van rubriek 7 bij de herziening van het MFK vanaf 2024 te verhogen; wijst erop dat de kwestie van het plafond van rubriek 7 bij de herziening van het MFK niet is opgelost; benadrukt dat de voorspelde negatieve marge voor 2025 het gebruik van speciale instrumenten in rubriek 7 voor dat doel veronderstelt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>herinnert eraan dat bijna twee derde van de begroting wordt bepaald door wettelijke verplichtingen; herinnert eraan dat de salarisindexering, overeenkomstig het Statuut van de ambtenaren en het Statuut van de leden van het Europees Parlement, volgens de huidige prognoses van de Commissie voor juli 2024, april 2025 en juli 2025 respectievelijk 5,3 %, 0,6 % en 3,7 % zal bedragen; merkt op dat in de begroting 2024 vanaf juli 2024 een salarisindexering van 3,4 % is opgenomen; merkt op dat de Begrotingscommissie de officiële geraamde ontwikkeling van de salarisindexering op de voet zal volgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>bekrachtigt de overeenkomst die op 9 april 2024 tijdens het overleg tussen het Bureau en de Begrotingscommissie is bereikt om de verhoging ten opzichte van de begroting voor 2024 vast te stellen op 4,87 %, neerkomend op een totaal niveau van de ramingen van 2 499 233 329 EUR voor 2025, en de kredieten die voor de onderstaande begrotingslijnen zijn voorgesteld met in totaal 11 000 000 EUR te verlagen:</P></ACTION><ACTION><P>2 0 0 0 — Huur, 2 0 0 7 — Inrichting van dienstruimten, 2 3 9 0 — EMAS en duurzaamheidsactiviteiten, met inbegrip van voorlichting, en compensatieregeling voor CO2-emissies van het Europees Parlement, 3 2 4 2 — Kosten van publicatie, voorlichting en deelneming aan openbare evenementen, 3 2 4 3 — Bezoekerscentra van het Europees Parlement, 1 0 1 — Reserve voor onvoorziene uitgaven;</P></ACTION><ACTION><P>besluit daarnaast het niveau van de uitgaven van het voorontwerp van raming als goedgekeurd door het Bureau op 11 maart 2024 met 3 000 000 EUR te verhogen en de kredieten zoals voorgesteld voor de onderstaande begrotingslijnen dienovereenkomstig te verhogen:</P></ACTION><ACTION><P>3 2 4 4 — Organisatie en ontvangst van bezoekersgroepen, Euroscola en uitnodigingen aan opiniemakers uit derde landen; 4 0 3 — Financiering van Europese politieke stichtingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>merkt op dat van de stijging met 116 miljoen EUR ten opzichte van de begroting 2024 een deel ter hoogte van 98 miljoen EUR het gevolg is van wettelijke verplichtingen, voornamelijk in verband met de salarisaanpassingen voor het personeel (54,7 miljoen EUR) en uitgaven in verband met parlementaire assistentie (33,2 miljoen EUR); wijst erop dat de stijging van de niet-wettelijke uitgaven tussen 2024 en 2025 niet meer dan 2 % bedraagt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>merkt op dat het Parlement niet om extra posten voor 2025 verzoekt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>stelt vast dat de 98 vaste posten die in de begroting 2023 zijn gecreëerd om de toepassing van artikel 29, lid 4, van het Statuut te vergemakkelijken, uit de personeelsformatie voor 2025 zijn geschrapt;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bezoekersgroepen en Europa Experiences</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>wijst erop dat bezoekersgroepen op alle werklocaties van het Parlement voor de leden een belangrijke manier zijn om contacten te leggen met kiezers en hun parlementaire werkzaamheden toe te lichten; benadrukt dat bezoekersgroepen ertoe bijdragen dat voor kiezers in de hele Unie duidelijker wordt welke rol het Europees Parlement precies speelt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>neemt met bezorgdheid kennis van de toenemende moeilijkheden bij het organiseren van dergelijke bezoeken als gevolg van de financiële beperkingen van de bestaande begroting, met name voor leden uit lidstaten die geografisch ver van Brussel en Straatsburg liggen; pleit voor voldoende financiële middelen om uitgaven te dekken in verband met reis- en verblijfkosten, rekening houdend met de inflatiecijfers en prijzen, zowel in de landen van herkomst van de bezoekersgroepen als in Brussel en Straatsburg; is van mening dat gezien de huidige omstandigheden de toewijzing per persoon met 10 % verhoogd moet worden; verzoekt de secretaris-generaal de quaestoren zo spoedig mogelijk voor te stellen de plafonds voor de gedekte kosten te verhogen en om de ondersteuning aan leden bij het uitnodigen van bezoekersgroepen naar het Parlement te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>wijst met bezorgdheid op de interne regels betreffende bezoekersgroepen van EP-leden die ertoe leiden dat geaccrediteerde parlementaire medewerkers in bepaalde omstandigheden 30 % van de vooraf te maken kosten moeten betalen; benadrukt dat deze regels feitelijk onuitvoerbaar zijn en hoge financiële lasten met zich meebrengen voor geaccrediteerde parlementaire medewerkers; verzoekt het Bureau zijn bestaande regels voor bezoeken te herzien en te actualiseren, teneinde de moeilijkheden bij het plannen en organiseren van bezoeken te verhelpen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>herinnert aan het besluit van het Bureau van 25 november 2019 om uiterlijk eind 2024 in alle lidstaten Europa Experiences op te richten; betreurt de vertragingen bij de oprichting van Europa Experiences in alle lidstaten vóór de Europese verkiezingen van 2024 en merkt op dat er momenteel nog maar 12 operationeel zijn; wijst erop dat een aantal externe factoren, waaronder de fluctuaties van de prijzen op de onroerendgoedmarkten, deze vertragingen in de hand heeft gewerkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>wijst erop dat in 2025 vijf centra zullen worden geopend (in Athene, Zagreb, Den Haag, Sofia en Boedapest); dringt erop aan om zo snel mogelijk in alle lidstaten Europa Experiences op te richten; wijst erop dat de Europa Experiences bedoeld zijn om alle burgers een beter inzicht te geven in de werking van de instellingen van de Unie;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Infrastructuur</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>neemt kennis van het feit dat de Begrotingscommissie haar goedkeuring heeft gehecht aan het besluit van het Bureau om het SPAAK-gebouw grondig te renoveren, in overeenstemming met zijn resolutie van 19 oktober 2022 over het standpunt van de Raad over het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2023<FOOTNOTE><FIELD> Aangenomen teksten, P9_TA(2022)0366.</FIELD></FOOTNOTE>; wijst erop dat het huidige gebouw een zeer lage energie-efficiëntieklasse heeft en niet flexibel genoeg is om geschikt te zijn voor het beoogde doel; benadrukt dat het Parlement zijn gebouwenportefeuille wat betreft van energie-efficiëntie en duurzaamheid zodanig moet beheren dat deze in overeenstemming is met de doelstellingen van de Green Deal; merkt op dat de renovatie zal leiden tot aanzienlijke kostenbesparingen en een verlaging van de uitstoot van CO<STRING SUBSCRIPT="on">2</STRING> en zal helpen te voldoen aan de vereisten van de herziene Europese energie-efficiëntierichtlijn en de richtlijn inzake energieprestaties van gebouwen; herinnert het Bureau eraan dat transparantie, de verstrekking van gedetailleerde informatie en overleg met de Begrotingscommissie, en toegang van die commissie tot alle details, nodig zijn alvorens belangrijke besluiten over kwesties inzake vastgoed en de financiering daarvan worden genomen, omdat deze besluiten grote gevolgen hebben voor de begroting;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>wijst erop dat in 2025 met de renovatiewerkzaamheden van het TREVES II-gebouw moet worden begonnen om de tijdelijke huisvesting mogelijk te maken van personeel dat vanwege de renovatie van het SPAAK-gebouw elders moet worden ondergebracht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>is ingenomen met het beleid van het Parlement dat erop gericht is personen met een handicap in staat te stellen zich geheel zelfstandig in de gebouwen van het Parlement te verplaatsen, en steunt de verdere maatregelen en aanpassingen die hiertoe noodzakelijk zullen zijn; wijst op de noodzaak om de toegang van personen met een handicap tot de plenaire vergaderzaal in Straatsburg te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>herinnert eraan dat de administratie van het Parlement momenteel werkt aan een alomvattende aanpak voor de vaststelling van het gebouwenbeleid van het Parlement op lange termijn, waarbij met name rekening wordt gehouden met verplichtingen op milieugebied, kosten en budgettaire beperkingen, energie-efficiëntie en afvalbeheer, in overeenstemming met het “Fit for 55”-pakket, en gaat ervan uit dat de resultaten daarvan openbaar gemaakt zullen worden; dringt erop aan de balans op te maken van de invoering van flexibele werkmethoden als gevolg van de pandemie, maar tegelijk te erkennen dat fysieke aanwezigheid voor politieke onderhandelingen, debatten of gedachtewisselingen efficiënter blijft voor het maken van overheidsbeleid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>stelt vast dat er nog steeds gebruik wordt gemaakt van collectieve overschrijvingen aan het einde van het jaar ter financiering van bouwprojecten; merkt op dat deze aanpak vaak systematisch wordt gevolgd bij dezelfde hoofdstukken, titels en vaak ook precies dezelfde begrotingslijnen; is van mening dat de jaarlijkse collectieve overschrijvingen ook voor andere doeleinden dan de financiering van gebouwenprojecten kunnen worden ingezet;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>is ingenomen met de voortdurende inspanningen en maatregelen van het Parlement om zijn ecologische voetafdruk te verkleinen; spreekt nogmaals zijn volledige steun uit voor de streefcijfers voor 2024 van het Parlement in het kader van het milieubeheersysteem (EMAS); verwacht dat het Parlement eind 2024 alle doelstellingen in het kader van de kernprestatie-indicatoren van EMAS zal halen en nieuwe ambitieuze doelstellingen voor de komende jaren zal vaststellen; wijst in het bijzonder op een aantal behaalde resultaten op dit gebied, met inbegrip van een verlaging van de koolstofemissies van 44 % sinds 2006, een vermindering van het papierverbruik van 66 % ten opzichte van 2014, het grote aantal personeelsleden dat naar het werk loopt of fietst, een aanzienlijke afname in het gebruik van plastic producten, en de succesvolle uitrol van infrastructuur voor hernieuwbare energie die in 2023 heeft geleid tot 458 MWh door het Parlement opgewekte zonne-energie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>wijst op de stijgende prijzen van koolstofcertificaten; wijst erop dat investeringen in energie-efficiëntie een goede manier zijn om een hoog rendement te verkrijgen; is ingenomen met en stimuleert de investeringen in hernieuwbare energie en de uitfasering van fossiele brandstoffen, met name gezien de energiecrisis en de geopolitieke context, en is van mening dat dit tot uiting moet komen in de volgende meerjarige gebouwenstrategie; merkt op dat het Parlement zonnepanelen heeft geïnstalleerd en daarmee zal doorgaan om het aandeel lokaal geproduceerde hernieuwbare energie verder te verhogen tot de doelstelling van 25 %; herinnert eraan dat bijna twee derde van de koolstofvoetafdruk van het Parlement afkomstig is van het vervoer van personen; is ingenomen met de inspanningen van het Parlement om de CO<STRING SUBSCRIPT="on">2</STRING>-uitstoot te verminderen door het charteren van treinen, en pleit voor het uitbreiden van de mogelijkheden om per trein tussen de drie werklocaties te reizen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Overige aangelegenheden</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>herinnert aan de voortdurende strijd die de Unie voert om de Europese waarden te beschermen en de integriteit van onze democratische processen te handhaven; is ingenomen met de maatregelen van het Parlement om deze doelstellingen na te streven en om desinformatie en informatiemanipulatie te bestrijden; roept DG COMM en de liaisonbureaus van het Europees Parlement (EPLO’s) op door te gaan met de ontwikkeling en uitvoering van doeltreffende strategieën voor het tegengaan van desinformatie en informatiemanipulatie; benadrukt dat een van de krachtigste wapens tegen desinformatie positieve, op feiten gebaseerde communicatie is over de activiteiten van het Parlement;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>wijst erop dat het Europees Parlement zich sterk maakt voor meertaligheid en de rechten van nationale, regionale en taalkundige minderheden bevordert; is van oordeel dat het Parlement actief kan bijdragen aan de bestrijding van desinformatie door, waar nodig, zijn communicatie in de talen van taalkundige minderheden en gemeenschappen te versterken; verzoekt het Bureau de productie en verspreiding door het Parlement van communicatiemateriaal waarin aandacht wordt besteed aan nationale, regionale en taalkundige minderheden in de lidstaten uit te breiden, bijvoorbeeld in de EPLO’s en de Europa Experience-centra, ter bestrijding van pogingen om de cohesie te frustreren door taalkundige verschillen te benadrukken; wijst in dat verband op inspanningen die de EPLO’s in de Baltische staten hebben geleverd om burgers sinds de start van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne in het Oekraïens en Russisch van informatie te voorzien, met bijzondere aandacht voor het bestrijden van Russische desinformatie en propaganda, en is er voorstander van om deze inspanningen te blijven ondersteunen; benadrukt het belang van de actieve deelname van de EPLO’s aan de uitvoering van de werkzaamheden van het Parlement op het gebied van burgerschapsonderwijs door middel van meerdere programma’s waarbij plaatselijke gemeenschappen, scholen en universiteiten betrokken zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>wijst op het potentieel van artificiële intelligentie (AI) voor de ondersteuning van leden bij de uitoefening van hun mandaat en voor diverse activiteiten van de administratie van het Parlement; is ingenomen met het feit dat in 2025 reeds een aantal projecten op het gebied van AI van start kunnen gaan die momenteel worden ontwikkeld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>staat achter de mededeling van de secretaris-generaal aan de Begrotingscommissie met betrekking tot het verminderen van de administratieve lasten en de bureaucratie voor de leden en hun kantoren, en het tegelijkertijd versnellen van de digitalisering van processen binnen de administratie; benadrukt dat investeringen in digitalisering op de middellange termijn rendement opleveren en niet moeten worden uitgesteld met het oog op kostenbesparingen op de korte termijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>verzoekt het Parlement regelmatig analyses te blijven uitvoeren van de opbouw van zijn personeelsbestand en het personeel in het secretariaat optimaal te verdelen, met name door vacante posten te verplaatsen tussen verschillende diensten, teneinde de hoeveelheid personeelsleden zo constant mogelijk te houden; verzoekt de secretaris-generaal om de risico’s in verband met het toenemende aantal arbeidscontractanten te analyseren, met inbegrip van het gevaar dat een tweelagige personeelsstructuur wordt gecreëerd binnen het Parlement; dringt erop aan dat belangrijke vaste functies en taken worden uitgeoefend door vast personeel;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>benadrukt dat het waarborgen van een eerlijk geografisch evenwicht een belangrijk onderdeel vormt van de totstandbrenging van een werkelijke Europese overheidsdienst; merkt op dat het Parlement op dat gebied in de loop der jaren een aantal maatregelen heeft genomen; merkt op dat er nog steeds ruimte voor verbetering is; merkt in dat verband op dat het Bureau een rechtskader voor de organisatie van vergelijkende onderzoeken voor specifieke nationaliteiten heeft gecreëerd en heeft besloten het eerste van dergelijke vergelijkende onderzoeken te organiseren; benadrukt dat vergelijkende onderzoeken altijd gebaseerd moeten zijn op verdienste;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>neemt kennis van de reeds bestaande procedure waarmee een deelnemer aan een vergadering van een parlementair orgaan kan vragen om vertolking in internationale gebarentaal; verzoekt de secretaris-generaal andere mogelijkheden te blijven onderzoeken, zoals automatische transcriptie en machinevertaling, met inachtneming van het beginsel van gelijke toegang voor alle burgers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>herinnert aan zijn tijdens verschillende plenaire vergaderingen gedane verzoek aan het Bureau om een begin te maken met de herziening van het Reglement van het Parlement om leden in staat te stellen op afstand te stemmen en hun stemrecht uit te oefenen terwijl ze met moederschaps-, vaderschaps- of langdurig ziekteverlof zijn of in geval van overmacht, waarbij wordt voortgebouwd op de tijdens de pandemie geleerde lessen met betrekking tot de technische aspecten van deze stemmethode;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>herhaalt zijn oproep aan het Bureau dat moet worden gewaarborgd dat alle restaurants in het Parlement voldoen aan de normen betreffende kwaliteit, doeltreffendheid en betaalbaarheid, en dat de toegangscontroles bij de ingang van het zelfbedieningsrestaurant tijdens piekuren opnieuw moeten worden ingevoerd; is ingenomen met de invoering van toegangscontroles bij de ingang van het WEISS-zelfbedieningsrestaurant in Straatsburg tijdens de vergaderperiode;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>pleit voor oprechte inspanningen om het beginsel van meertaligheid in praktijk te brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>herhaalt zijn oproep aan de Conferentie van voorzitters en het Bureau om de uitvoeringsbepalingen betreffende het werk van delegaties en missies buiten de Unie te herzien; benadrukt dat bij een dergelijke herziening de mogelijkheid moet worden overwogen dat geaccrediteerde parlementaire medewerkers leden onder bepaalde voorwaarden vergezellen in officiële parlementaire delegaties en tijdens dienstreizen; benadrukt dat deze wijziging begrotingsneutraal zou zijn omdat er geen extra financiering voor nodig is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>gaat ervan uit dat verzoeken die zijn aangenomen door de plenaire vergadering met hoge prioriteit worden uitgevoerd;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°         °</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>stelt de raming voor het begrotingsjaar 2025 vast;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie en de raming te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>